01-05-2012
105288 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; VO
Het dienstverband met de docent is opgezegd wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de uitgeoefende functie. De werkgever heeft geen verslagen van periodieke functionerings- en beoordelingsgesprekken kunnen overleggen. De twee verklaringen die de werkgever achteraf heeft opgesteld zijn niet toereikend voor de conclusie dat de werknemer niet (meer) geschikt is voor de functie van docent. Niet valt uit te sluiten dat deze verklaringen zijn opgesteld om achteraf het ontslag (beter) te kunnen onderbouwen. Weliswaar heeft de werkgever naast deze verklaringen nadere bewijsstukken overgelegd, maar ook deze leiden niet tot de conclusie dat de werknemer niet (meer) geschikt is voor de functie van docent. De werkgever heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van zodanig disfunctioneren dat voortzetting van het dienstverband niet in redelijkheid van de werkgever gevergd kan worden. Binnen deze context levert de enkele weigering van een verbetertraject onvoldoende grond op voor ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-04-2012
105251 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging schorsing; BVE
Werknemer is een docent tegen wie enkele deelnemers klachten hebben ingediend. Na verloop van tijd heeft de werkgever de werknemer geschorst in het belang van de instelling voor de duur van maximaal vier weken. De werkgever heeft een onderzoek aangekondigd. Enkele weken later heeft de werkgever besloten de schorsing met maximaal vier weken te verlengen. De werkgever heeft in strijd met artikel H-39 van de CAO de werknemer vooraf niet geïnformeerd over zijn voornemen hem bij wijze van ordemaatregel te schorsen. Evenmin heeft de werkgever de werknemer de mogelijkheid geboden zijn opvatting te geven over de voorgenomen beslissing tot verlenging van de schorsing. Door de werknemer niet in de gelegenheid te stellen de belangen die aan zijn kant spelen naar voren te brengen, heeft de werkgever deze belangen niet kunnen betrekken bij de afweging van belangen die vooraf dient te gaan aan het nemen van een beslissing over de schorsing en de verlenging daarvan. De werknemer is geschaad in zijn door de CAO BVE beschermde belang om voorafgaande aan het opleggen of verlengen van een schorsing zijn opvattingen kenbaar te kunnen maken. Beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-04-2012
105238 - Ontslag wegens reorganisatie; BVE
De unit waar werkneemster haar werkzaamheden verrichtte wordt opgeheven. Werkneemster begint op een andere, niet bij de reorganisatie betrokken unit, waar zij na twee weken uitvalt wegens ziekte. Werkgever zegt op in het kader van de reorganisatie en stelt dat aan werkneemster geen beroep op het opzegverbod tijdens ziekte toekomt omdat het nieuwe werk bij wijze van stage werd verricht. Werkneemster stelt dat het om definitieve herplaatsing ging en dat het opzegverbod tijdens ziekte wel gold en er geen sprake was van de uitzondering daarop ex artikel 7:670b lid 2 BW. Uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat beide partijen de verwachting hadden dat werkneemster de werkzaamheden structureel zou gaan verrichten. Ten aanzien van deze werkzaamheden geldt daarom niet de uitzondering op het opzegverbod tijdens ziekte wegens opheffing van het deel van de onderneming waar de werknemer uitsluitend of in hoofdzaak werkzaam is. Maar ook in het andere geval, indien aangenomen wordt dat werkneemster op basis van een stage werkzaam was, geldt dat een beroep op haar ziekte gerechtvaardigd is. Het past bij een billijke toepassing van het Sociaal Plan en bij goed werkgeverschap om werkneemster haar ziekte niet tegen te werpen. Het beroep op het opzegverbod tijdens ziekte slaagt. Beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-04-2012
105203/105220 - Beroep tegen berisping en schorsing; HBO
Onder verantwoordelijkheid van werknemer heeft zich een voorval voorgedaan tijdens een practicumles waarbij een studente gewond is geraakt. De werkgever heeft werknemer een berisping alsook een disciplinaire schorsing opgelegd. Gelet op de niet adequate handelwijze van werknemer ten tijde van en na het ongeluk in de practicumles alsmede de gebleken volharding waarmee werknemer de aanwijzingen en voorschriften van de werkgever omtrent het gebruik van kooksteentjes in de wind heeft geslagen, is het opleggen van een berisping evenredig aan het gepleegde plichtsverzuim. Hoewel de CAO HBO niet uitsluit dat een werkgever naar aanleiding van één situatie meerdere maatregelen kan nemen, dienen de maatregelen, als het gaat om twee disciplinaire maatregelen, evenredig te zijn aan de twee binnen die situatie te onderscheiden plichtsverzuimen en zal toereikend gemotiveerd dienen te worden waarom niet kan worden volstaan met één disciplinaire maatregel. Voor hetzelfde feit kunnen niet twee disciplinaire maatregelen worden opgelegd. Voor het disciplinair schorsen van werknemer voor een deel van zijn werkzaamheden en het niet toestaan van het verrichten van zijn practicumwerkzaamheden, naast het opleggen van een berisping, is geen grond. Een toereikende motivering van de werkgever ontbreekt. Beroep tegen berisping ongegrond; beroep tegen schorsing gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-04-2012
105252 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel; HBO
De werknemer is geschorst vooruitlopend op een bij de kantonrechter in te dienen verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Gebleken is dat de werkgever de door de CAO HBO voorgeschreven formaliteiten in acht heeft genomen. Voorts is gebleken dat de ontbindingsprocedure inmiddels in gang is gezet en dat behandeling van het verzoek op korte termijn plaats zal hebben.
Het is niet onbegrijpelijk en niet onredelijk dat de werkgever, nadat hij tot het voornemen is gekomen de arbeidsovereenkomst te doen ontbinden, de werknemer in afwachting van de beschikking van de kantonrechter, niet op de instelling wilde toelaten. Schorsing was derhalve in de ontstane situatie een passende ordemaatregel. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
04-04-2012
105229 / 105230 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en ontslag wegens gewichtige redenen; VO
Werkneemster is uitgevallen als gevolg van een arbeidsconflict. Het re-integratieproces verloopt moeizaam. Werkneemster is ontslagen wegens gewichtige omstandigheden, gelegen in de onmogelijkheid haar in een passende functie te plaatsen. Voorts is werkneemster geschorst in verband met het voornemen tot opzegging van de arbeidsovereenkomst. Het is te voorbarig om er van uit te gaan dat werkneemster niet herplaatst kan worden op een school omdat de leerlingen daar moeilijk zijn en niet kan worden gesteld dat re-integratie op een vmbo-school opnieuw niet zal lukken omdat dat eerder niet is gelukt. Verder is door de werkgever onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat er voor de werkneemster geen andere functies zijn. Het re-integratie- en herplaatsingstraject is op een dusdanige wijze verlopen, dat niet in redelijkheid geconcludeerd kan worden dat het onmogelijk is om de werkneemster binnen de organisatie te herplaatsen. Het beroep tegen het ontslag is gegrond.
Gezien het voornemen tot ontslag heeft de werkgever de werkneemster destijds in redelijkheid kunnen schorsen. Dit beroep is ongegrond. Daarbij geldt dat nu het beroep tegen de ontslagbeslissing gegrond is verklaard, de grondslag aan de schorsing thans is komen te vervallen. De complete tekst kunt u hier downloaden.
03-04-2012
105219 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel; VO
De werkneemster is vanwege een incident met een leerling voor de duur van vier weken geschorst als ordemaatregel. Op zichzelf genomen heeft de werkgever, gelet op de na het incident ontstane beroering, in redelijkheid tot de beslissing kunnen komen werkneemster te schorsen als ordemaatregel, ongeacht welke kwalificaties men verder aan haar handelen zou willen verbinden. De door de werkgever opgevoerde redenen voor de schorsing als ordemaatregel staan echter niet in verhouding met de duur van de schorsing. De werkgever heeft de noodzaak van een schorsingsduur van vier weken onvoldoende aannemelijk gemaakt. Beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-03-2012
105175 - Ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
De bestreden ontslagbeslissing vermeldt dat de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd vanwege de boventalligverklaring als gevolg van de organisatiewijziging bij de unit Educatie waar werknemer werkzaam is. Hiermee is voldoende concreet gemaakt wat voor de werkgever de reden vormt om tot beëindiging van het dienstverband over te gaan, te weten een opzegging op grond van opheffing van de betrekking. De werknemer betwist de noodzaak tot ontslag niet, zodat van de juistheid daarvan wordt uitgegaan. Van een onbillijke situatie voor de werknemer, zoals hij heeft gesteld, is geen sprake noch kan staande worden gehouden dat hij door het ontslag onevenredig hard is getroffen. Ook andere werknemers die als gevolg van de organisatiewijziging zijn ontslagen en een uitkering wensen te ontvangen, zijn gehouden aan de hen opgelegde verplichting om te solliciteren. De werkgever heeft in redelijkheid het ontslag met toepassing van het Sociaal Plan kunnen verlenen. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-03-2012
105181 - Beroep tegen schriftelijke berisping; VO
De werknemer wordt verweten dat hij disfunctioneert en hierin bewust geen verbetering brengt. Het complex aan feiten in onderlinge samenhang, zoals opgevoerd door de werkgever, zou plichtsverzuim kunnen opleveren of levert dat zelfs op. Omdat de werkgever in de bestreden beslissing geen onderscheid heeft gemaakt in de benoeming van deze feiten in voornoemde zin en hij niet onderbouwd heeft aangegeven op welke gronden sprake zou zijn van verwijtbaar tekort schieten van de werknemer en dit heeft vermengd met feiten die duiden op disfunctioneren van de werknemer dat hem niet te verwijten valt, is in onvoldoende mate kenbaar wat de precieze grondslag van het eventueel plichtsverzuim feitelijk inhoudt. Vanwege dit gebrek in de onderbouwing van de bestreden beslissing is een beoordeling van de vraag of de genomen maatregel in juiste proportie tot het gepleegde verzuim staat in onvoldoende mate mogelijk, zodat de bestreden beslissing om deze reden niet in stand kan blijven. Het beroep is gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-03-2012
105164 - Verzet tegen kennelijk niet-ontvankelijkverklaring; VO
De werkneemster heeft beroep ingesteld tegen de mededeling van haar rector inhoudende dat zij in het schooljaar 2011/2012 volledig in het tweedegraads gebied werkzaam zal zijn. Zij heeft daarbij gesteld dat deze beslissing inhoudt het direct of indirect onthouden van promotie. De Voorzitter van de Commissie van Beroep VO heeft dit beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. In verzet wordt geoordeeld dat als gevolg van het convenant leerkracht van 1 juli 2008 en de daarin opgenomen beleidsafspraken ten aanzien van de zogeheten functiemix er thans weer promotiecriteria zijn op grond waarvan een werknemer in aanmerking kan komen voor benoeming in een hogere docentenfunctie. Nu de beroepsgrond in de wet en cao is blijven staan, geldt dat onder promotie dient te worden verstaan de overgang in het kader van de functiemix naar een (docenten) functie met een hogere salarisschaal. Het niet inwilligen van een verzoek van een werknemer om lessen te krijgen in het bovenbouwgebied teneinde te kunnen voldoen aan de voorwaarden om voor een hogere docentenfunctie in aanmerking te komen, wordt, in dit licht bezien, aangemerkt als het indirect onthouden van promotie. Het beroep tegen deze beslissing is derhalve ontvankelijk. Verzet gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-03-2012
105162 - Beroep tegen beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; PO
De werknemer is sinds indiensttreding werkzaam op basis van een (jaarlijks verlengde) arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, wegens het niet bezitten van de bij wet voorgeschreven onderwijsbevoegdheid. De werkgever heeft de laatste verlengde tijdelijke arbeidsovereenkomst opgezegd in het kader van een reorganisatie. De werknemer stelt in vaste dienst te zijn. Op grond van wet en cao is het uitgesloten dat een onbevoegde onderwijskracht werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Daarmee staat vast dat de werknemer steeds werkzaam is geweest op basis van een (verlengde) arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Voorts staat op grond van het met de vakorganisaties overeengekomen Sociaal Plan vast, dat alle tijdelijke dienstverbanden op een zo vroeg mogelijk moment doch uiterlijk per 1 augustus 2012 dienen te worden beëindigd. De werkgever heeft in redelijkheid tot opzegging van de arbeidsovereenkomst kunnen overgaan en heeft de daartoe geldende formaliteiten in acht genomen. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-02-2012
105131 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; HBO
Werkneemster is al sinds 2006 arbeidsongeschikt als gevolg waarvan zij de werkzaamheden behorende bij haar functie van managementassistente niet meer feitelijk kon verrichten. Omdat de werkgever er niet in is geslaagd een passende functie te vinden voor werkneemster is hij overgegaan tot beëindiging van het dienstverband op grond van opheffing van de betrekking. De functie waarin werkneemster is benoemd is als zodanig niet opgeheven en voorts is geen sprake van opheffing van de betrekking wegens reorganisatie. Derhalve mist de ontslagbeslissing voldoende feitelijke grondslag. Beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-02-2012
105127 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking en gewichtige redenen; HBO
Werknemer is al sinds 1976 in dienst van de werkgever. Zijn werkzaamheden zijn komen te vervallen als gevolg van de beslissing om de afstudeerrichting Docent Muziek, waarin werknemer werkzaam was, af te bouwen en door de keuze van het conservatorium om zich uitsluitend te richten op lichte muziek. Dit heeft als gevolg gehad dat werknemer niet goed meer inzetbaar was op het conservatorium als klassiek geschoold musicus. De werkgever heeft voldoende invulling gegeven aan de herplaatsingsverplichting als genoemd in artikel Q-2 lid 1 CAO-HBO zodat hij in redelijkheid heeft kunnen overgaan tot opzegging van het dienstverband op grond van opheffing van de betrekking. Omdat de eerste grond het ontslag kan dragen, behoeft de ontslaggrond gewichtige redenen geen verdere bespreking. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-02-2012
105044 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; BVE
De arbeidsongeschiktheid van werkneemster heeft langer dan twee jaar geduurd en herstel binnen zes maanden is niet te verwachten. Werkneemster is voor minder dan 35% arbeidsongeschikt maar wel volledig ongeschikt voor het verrichten van haar functie van docent. Nadat de re-integratie aanvankelijk langzaam op gang kwam, heeft de werkgever werkneemster passende werkzaamheden aangeboden. Het UWV heeft tweemaal een deskundigenoordeel verstrekt waaruit blijkt dat de aangeboden werkzaamheden passend zijn. Werkneemster vindt echter van niet en stelt teveel beperkingen te hebben om deze werkzaamheden te kunnen verrichten. Uit het rapport van de arbeidsdeskundige volgt dat er voor de werkneemster geen herplaatsingsmogelijkheden zijn en dat zij onvoldoende meewerkt aan de re-integratie. De werkgever heeft in redelijkheid tot opzegging van het dienstverband wegens blijvende arbeidsongeschiktheid kunnen beslissen. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-02-2012
105214 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; VO
De werknemer is werkzaam op basis van de ID-regeling. Deze regeling wordt afgebouwd en in verband daarmee heeft de werkgever het dienstverband op 7 november 2011 opgezegd per 1 augustus 2012. Gebleken is dat de subsidie per 1 augustus 2012 zal eindigen en dat de bekostiging van de functie alleen op basis van de ID-regeling plaatsvindt. In zoverre wordt het ontslag gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden van opheffing van de functie. Bij de beoordeling van een ontslag als dat van de werknemer dient ook de vraag betrokken te worden in welke mate de werkgever inspanningen heeft verricht in het kader van een eventuele doorstroom dan wel herplaatsing van de werknemer. Tussen de ontslagbeslissing en de ontslagdatum ligt een periode van bijna negen maanden. Onder deze omstandigheden kunnen de inspanningen van de werkgever in het kader van herplaatsing dan wel doorstroom in de periode gelegen tussen de ontslagbeslissing en de daadwerkelijke ontslagdatum onvoldoende worden getoetst. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-02-2012
105205 - Beroep tegen ontslag op staande voet; VO
De werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij 27 laptops, die hij zonder toestemming of medeweten van de werkgever heeft besteld, heeft verduisterd en omdat hij om niet verklaarde redenen buiten werktijd de school heeft bezocht. Het is voldoende aannemelijk geworden dat de werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering. Daarmee staat reeds een van de aan het ontslag ten grondslag gelegde feiten vast, welk feit op zichzelf al een dringende reden oplevert voor een ontslag op staande voet. Omdat de werkgever heeft aangegeven dat de gronden elk afzonderlijk een dringende reden opleveren voor ontslag, blijft de andere aan het ontslag ten grondslag gelegde reden onbesproken. Voorts is het ontslag onverwijld verleend. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-02-2012
105283 -Verzoek voorlopige voorziening om opheffing van schorsing; HBO.
De werknemer is bij wijze van ordemaatregel geschorst vooruitlopend op een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Nietigverklaring van de schorsing betreft geen voorlopige maar een definitieve voorziening zodat het verzoek in zoverre niet kan worden toegewezen. Voor zover het verzoek moet worden geïnterpreteerd als een verzoek om opschorting van de schorsing en toelating tot het werk in afwachting van een uitspraak van de kantonrechter, geldt dat niet gebleken is dat van een vruchtbare samenwerking nog sprake zou kunnen zijn, waarbij de werkgever bovendien heeft aangegeven op korte termijn aan te koersen op een beëindiging van het dienstverband. Onder deze omstandigheden is het onwaarschijnlijk dat de Commissie van Beroep in de bodemprocedure het beroep tegen de schorsing gegrond zal verklaren. Het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wordt afgewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-02-2012
105166 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; VO
Werkneemster, docent in de bovenbouw havo/vwo, is sinds 2008 arbeidsongeschikt en ontvangt vanaf april 2010 een WGA-uitkering van 80,51%. Het UWV acht haar ongeschikt voor de maatgevende arbeid. De werkgever tracht werkneemster na april 2010 op school te re-integreren in de onderbouw, maar wanneer dit opnieuw tot uitval leidt, gaat hij over tot ontslag. De belangrijkste grief van de werknemer is dat de werkgever onvoldoende re-integratieinspanningen heeft verricht, overigens zonder daarbij duidelijk te maken op welke periode dit verwijt zich richt. Wat de periode vóór de toekenning van de WGA-uitkering betreft is niet gebleken dat het UWV een sanctie heeft opgelegd aan de werkgever voor zijn begeleidings- en re-integratieinspanningen gedurende de eerste 104 weken arbeidsongeschiktheid van appellante. Voorts is niet aangevoerd of gebleken dat de werknemer bezwaar heeft ingediend tegen de WGA-beslissing. Wat de periode na de eerste twee ziektejaren betreft, heeft de werkgever de werkneemster laten re-integreren in de onderbouw. Met het inroosteren van de werkneemster voor de gewenste werkzaamheden in de bovenbouw kan, als gevolg van haar arbeidsongeschiktheid en haar historisch langdurig en veelvuldig verzuim, de continuïteit onvoldoende worden gewaarborgd. De beleidskeuze om de werkneemster hiervoor niet in te roosteren is alleszins redelijk. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-02-2012
105297/105298 - Verzoek voorlopige voorziening om opheffing van schorsing; BVE.
De werkgever heeft de werknemer vrijgesteld van werkzaamheden bij wijze van ordemaatregel, en hij heeft deze schorsing verlengd in verband met het voornemen over te gaan tot onvrijwillige beëindiging van het dienstverband. De vrijstelling van werkzaamheden is inmiddels geëindigd, zodat de werknemer geen belang meer heeft bij een voorziening ten aanzien van deze beslissing. Voor de verlengde schorsing geldt dat het naar het voorlopig oordeel van de Voorzitter in hoge mate onwaarschijnlijk is dat de kantonrechter zal overgaan tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst of dat de Commissie van Beroep het beroep van de werknemer tegen een hem gegeven ontslag ongegrond zal verklaren; dit mede gelet op de leeftijd en positie van de werknemer en gelet op de korte duur van de problemen. De Voorzitter is van oordeel, dat het er alle schijn van heeft dat wordt toegewerkt naar een beëindiging van de arbeidsovereenkomst door het snel opbouwen van een dossier en het eenzijdig laten escaleren van een conflict dat feitelijk niet lijkt te bestaan. Bovendien zijn minder vergaande maatregelen dan beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet beproefd. Daarenboven kunnen aan de hoofdverwijten die de werkgever de werknemer over zijn functioneren heeft gemaakt niet de waarde worden toegekend die de werkgever er aan hecht. De verzochte voorziening wordt toegewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-02-2012
104851 - Ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Werknemer, medewerker Contractbureau, betwist de noodzaak tot ontslag niet, maar is het op morele gronden niet eens met het ontslag en hij voert aan dat het ontslag hem financieel en emotioneel hard treft. Het door de werkgever gehanteerde Sociaal Plan Educatie alsmede de afvloeiingsregeling zijn overeengekomen met de vakcentrales en geaccordeerd door de MR, en zijn ook in overeenstemming met het bepaalde in artikel G-4 CAO-BVE. Aangezien de werknemer op grond van zijn plaats op de afvloeiingslijst voor ontslag in aanmerking kwam, mocht de werkgever hem op grond van het bepaalde in artikel H-57 onder c CAO-BVE ontslaan. Het is niet onjuist dat de werkgever geen reden heeft gezien om de in het Sociaal Plan opgenomen hardheidsclausule toe te passen, omdat de werknemer door het ontslag niet onevenredig hard is getroffen. Dat werknemer naar aanleiding van een verzoek daartoe vanuit het ROC vrijwillig zijn eerdere dienstverband bij de gemeente heeft beëindigd, kan de werkgever evenmin worden aangerekend nu destijds niet te voorzien was dat het ROC als gevolg van de vermindering van de WEB-gelden en de invoering van de verplichte aanbesteding voor inburgeringscursussen, diende te reorganiseren. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-02-2012
104967 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; HBO
De werknemer is 50% arbeidsongeschikt en de werkgever ontslaat hem voor 0,5 fte. De werkgever heeft ter zitting gesteld dat de ontslagbeslissing dient te worden aangemerkt als een beslissing om de werknemer voor zijn gehele dienstverband te ontslaan onder aansluitende (her)benoeming voor 50%. In dat geval had in de beslissing echter vermeld moeten staan in welke functie appellant voor zijn resterende 50% zou worden herbenoemd. Op grond van artikel 20 lid 11 ZAHBO had de werkgever appellant na ontslag uit zijn gehele betrekking dienen te benoemen in een door de arbeidsdeskundige passend geachte functie. Uit de rapportage van de arbeidsdeskundige blijkt dat er bij de werkgever tenminste één passende functie was. Door het ontbreken van een passage hierover in de beslissing moet worden geconcludeerd dat de werknemer voor 50% benoemd blijft in zijn oorspronkelijke functie van senior HRM-consultant. Voor die functie is hij echter arbeidsongeschikt geoordeeld en op grond van de diverse rapporten is herstel voor die functie ook niet binnen zes maanden te verwachten. De bestreden ontslagbeslissing voldoet niet aan de daaraan in artikel Q-4 CAO HBO juncto artikel 20 lid 11 ZAHBO gestelde vereisten. Het beroep is gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden
30-01-2012
105036 - Beroep tegen einde verlengd tijdelijk dienstverband; BVE
Werknemer werkt op basis van elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd vanwege onbevoegdheid (art. H-11 CAO). Doordat hij niet tot het realiseren van zijn bevoegdheid komt, heeft de werkgever hem geen nieuw tijdelijk dienstverband aangeboden. De werknemer stelt dat er door de inmiddels meer dan zes tijdelijke dienstverbanden een vast dienstverband is ontstaan zodat opzegging is vereist. Artikel H-17 lid 2 CAO BVE is niet van toepassing op het tijdelijk dienstverband van artikel H-11 CAO BVE. Het verlengd tijdelijk dienstverband is daarom niet overgegaan in een dienstverband voor onbepaalde tijd. Het beroep van de werknemer op een vonnis van de kantonrechter kan niet slagen, omdat de werkgever de werknemer in dit geval er wel op heeft gewezen dat hij binnen een redelijk tijdsbestek zijn onderwijsbevoegdheid dient te halen alsook op de consequentie van het eindigen van de arbeidsovereenkomst bij het niet tijdig voldoen hieraan. Het verlengd tijdelijk dienstverband van de werknemer is conform het bepaalde in artikel 7:667 lid 1 BW en artikel H-50 aanhef en onder f CAO BVE van rechtswege geëindigd door het verstrijken van de termijn waarvoor het is aangegaan. De brief waartegen het beroep is gericht dient te worden aangemerkt als een mededeling dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt en niet zal worden verlengd. Tegen een dergelijke mededeling staat ingevolge het bepaalde in artikel 4.1.5 WEB en artikel N-1 CAO BVE geen beroep open. Het beroep is niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-01-2012
105102 - Beroep tegen schriftelijke berisping; BVE.
De werknemer zou door onzorgvuldige omgang met leerlinggegevens grote onrust hebben veroorzaakt onder de studenten van zijn opleiding. Hierdoor en omdat hij zich - na hierop te zijn aangesproken - onheus zou hebben gedragen tegen zijn leidinggevende, is hij berispt door de onderwijsleider. Uit het door de werkgever overlegde Reglement Mandatering bevoegdheden is gebleken dat het opleggen van een disciplinaire maatregel niet behoort tot de bevoegdheid van de onderwijsleider. Aldus is sprake van een onbevoegd genomen disciplinaire maatregel. Voor zover de werkgever achteraf deze maatregel voor zijn rekening wenst te nemen, maakt dit het niet anders en herstelt het gebrek niet; een werknemer mag erop vertrouwen dat belangrijke beslissingen van de werkgever die zijn rechtspositie raken door de juiste instantie met de daarbij behorende oordeelsvorming worden genomen. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-01-2012
105085 - Beroep tegen einde tijdelijke arbeidsovereenkomst; BVE
Werknemer heeft een aantal opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd vanwege onbevoegdheid gehad. De werkgever heeft de werknemer medegedeeld dat zijn tijdelijk diensverband van rechtswege eindigt. De werknemer stelt dat verwachtingen zijn gewekt over voortzetting van het dienstverband.
Tussen partijen is expliciet overeengekomen dat de werknemer een test met goed gevolg diende af te leggen alvorens er een geschiktheidsverklaring kon worden afgegeven. De uitslag van de door de werknemer afgelegde test geeft aan dat hij niet over een HBO werk- en denkniveau beschikt.
Vanwege de onbevoegdheid kon ingevolge art. H-11 aanhef en onder b CAO BVE alleen een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd worden aangaan. Dit dienstverband is conform het bepaalde in artikel H-50 aanhef en onder f CAO BVE van rechtswege geëindigd door het verstrijken van de termijn waarvoor het is aangegaan. De mededeling van de werkgever dat het dienstverband van rechtswege eindigt kan derhalve niet gelden als een beëindigingsbeslissing. Aldus is geen voor beroep vatbare beslissing voorhanden. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-01-2012
105145 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid, omvang herbenoeming; BVE
Het verschil van mening betreft de omvang van de herbenoeming als genoemd in artikel H-59 CAO BVE. Werknemer wordt na twee jaar ziekte door UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt geacht, derhalve geen WIA-uitkering. Wel urenbeperking aanwezig: maximaal 30 uur per week. Werkgever herbenoemt in eerste instantie voor vastgesteld arbeidsgeschiktheidspercentage, maar corrigeert dat door aan te sluiten bij urenbeperking. Werknemer stelt dat BAPO-verlof dient te worden opgeteld bij de 30 uur herbenoeming; werkgever stelt dat BAPO-verlof deel uitmaakt van de benoeming voor 30 uur. De Commissie overweegt dat BAPO-verlof een vorm is van aanwending van de uren die voor de werknemer beschikbaar zijn voor het verrichten van werkzaamheden voor de werkgever. De werknemer stelt zich beschikbaar voor 30 uur per week, vermeerderd met het te genieten BAPO-verlof. Deze beschikbaarstelling overschrijdt echter de vastgestelde belastbaarheid, zodat de werkgever daar bij de herbenoeming op goede gronden aan voorbij is gegaan. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-01-2012
105005 - Verzet tegen kennelijk niet-ontvankelijk-verklaring; BVE
De Voorzitter van de Commissie van Beroep BVE heeft een door de werknemer ingesteld beroep tegen een beslissing van haar werkgever kennelijk niet ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. In verzet oordeelt de Commissie dat het beroepschrift niet tijdig is verzonden. De overschrijding van de termijn is voorts niet verschoonbaar te achten: werknemer werd bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener. Verzet ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-01-2012
105076 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; BVE
De werknemer heeft 25 jaar als docent gefunctioneerd. Dan maakt hij bij de werkgever de overstap naar medewerker communicatie. Vanwege boventalligheid volgt na 5 jaar weer terugplaatsing als docent. In deze functie wordt hij ontslagen. De werknemer beroept zich op het opzegverbod. Hij heeft zich ziek gemeld nadat de werkgever had meegedeeld voornemens te zijn over te gaan tot ontslag. Deze situatie is op één lijn te stellen met de in art. 7:670 lid 1 aanhef en onder b BW geregelde situatie, zodat als er sprake is van een ziekmelding nadat het voornemen tot ontslag aan de werknemer is kenbaar gemaakt, het opzegverbod niet geldt. Voldoende is vast komen te staan dat er vanaf 2009 diverse keren met de werknemer is gesproken over zijn functioneren. De verbeterpunten waren concreet geformuleerd en de werknemer is door de werkgever in de gelegenheid gesteld zich te verbeteren, waarbij hulp en begeleiding is geboden. De werkgever heeft een eindbeoordeling gemaakt en daarbij voldoende aannemelijk gemaakt dat verbetering van het functioneren uitbleef. Dat een verstoorde verhouding met de directeur aan het disfunctioneren ten grondslag lag is niet gebleken. De werkgever heeft aan het disfunctioneren in redelijkheid de conclusie kunnen verbinden dat werknemer niet meer geschikt was voor het uitoefenen van zijn functie. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-01-2012
105077 - Beroep tegen ontslag op staande voet, subsidiair ontslag wegens gewichtige redenen; VO
Werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij een langdurige vertrouwelijke relatie met een minderjarige leerling is aangegaan. Daargelaten of het gedrag van de werknemer zich in de gegeven omstandigheden laat kwalificeren als een dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt, is gebleken dat betrokkene reeds in februari 2011 de schoolleider en de veiligheidsfunctionaris van de werkgever heeft ingelicht over zijn gedragingen, terwijl het ontslag eerst op 1 juli 2011 is gegeven. De kennis van de schoolleider en de veiligheidscoördinator in februari 2011 wordt het bestuur aangerekend. Er is niet voldaan aan de eis van onverwijldheid zodat het beroep reeds op die grond slaagt. De werkgever heeft subsidiair ontslag verleend wegens gewichtige redenen, zijnde gewijzigde omstandigheden in de zin van artikel 9.a.5 onder i van de CAO VO. Bij een dergelijke opzegging dient de werkgever de in artikel 9.a.8 van de CAO VO voorgeschreven verweerprocedure te volgen. De werkgever heeft dat nagelaten en heeft ook de op grond van artikel 9.a.4 CAO VO geldende opzegtermijn niet in acht genomen. Het beroep is ook op dit onderdeel gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-01-2012
105006 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie; BVE
Werknemer is arbeidsongeschikt als zijn arbeidsovereenkomst wegens opheffing van de betrekking met toepassing van het sociaal plan wordt opgezegd. Hij beroept zich onder meer op het opzegverbod tijdens ziekte. Werkgever stelt dat geen beroep op opzegverbod kan worden gedaan omdat het ontslag geen verband houdt met arbeidsongeschiktheid. De werknemer heeft zich tijdig, want binnen de in artikel 7:677 lid 5 BW genoemde termijn van twee maanden, beroepen op het opzegverbod. Dat de opzegging geen verband hield met de arbeidsongeschiktheid doet daarbij niet ter zake, aangezien deze omstandigheid geen uitzondering vormt op het opzegverbod tijdens ziekte. Het beroep van de werkgever op de uitspraak van de kantonrechter Maastricht, LJN BO7660, gaat niet op omdat daar geen sprake was van opzegging maar van ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-01-2012
105081 - Beroep tegen schriftelijke berisping; VO
De werkgever heeft aan de disciplinaire maatregel ten grondslag gelegd dat de docent in de lessen allerlei privézaken bespreekt en in de lessen en tijdens het mondeling examen seksueel getinte opmerkingen maakt, waardoor leerlingen zich ongemakkelijk voelen. Gelet op het repeterende en gelijksoortige karakter van de verwijten gedurende de periode 2004 tot en met 2011 en het ontbreken van een verklaring voor het feit dat deze verwijten telkens deze docent troffen is het voldoende aannemelijk dat werknemer zich in zijn lessen en tijdens het mondeling examen gedurende langere tijd bij tijd en wijle heeft bediend van bewoordingen waarmee hij een sfeer heeft gecreëerd die (althans bij een deel van) zijn leerlingen zodanig ongemakkelijke gevoelens teweeg heeft gebracht, dat zij zich genoodzaakt voelden de schoolleiding daarover te informeren. Gelet op de hardnekkigheid waarmee de werknemer gedurende een aantal jaren de aanwijzingen van de werkgever in de wind heeft geslagen, is het opleggen van de disciplinaire maatregel van een schriftelijke berisping evenredig aan het plichtsverzuim. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-12-2011
105103 - Beroep tegen berisping; BVE
De werknemer zou volgens de werkgever te ver gaande uitlatingen tegen een deelneemster hebben gebezigd en daarbij een dreigende houding naar haar vertoond hebben. De feiten die vaststaan leiden op zich tot de conclusie dat de werknemer zich niet correct heeft gedragen. Hij heeft zich laten leiden door zijn boosheid en hij had er verstandiger aan gedaan om enige afstand van de situatie te nemen in plaats van te reageren op de door hem als provocatie gevoelde opmerking van de deelneemster. Dit houdt echter nog niet in dat sprake is van plichtsverzuim. De door de werknemer erkende feiten dienen geplaatst te worden in de door hem opgevoerde context. Daarbij dient ook in overweging genomen te worden dat de werknemer een zeer lang dienstverband bij de werkgever heeft en dat niet gebleken is van eerdere vergelijkbare problemen. Onder deze omstandigheden had het eerder op de weg van de werkgever gelegen om de werknemer aan te spreken op zijn onprofessionele houding dan om hem een disciplinaire maatregel op te leggen. Beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-12-2011
105090 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; BVE
Werkneemster stelt dat de werkgever haar in onvoldoende mate heeft duidelijk gemaakt dat haar baan op het spel stond. Concrete benoeming van de verbeterpunten vond niet plaats en evenmin kreeg zij voldoende tijd om zich te verbeteren. Voldoende is vast komen te staan dat er vanaf 2004 diverse keren met werkneemster is gesproken over haar functioneren. De verbeterpunten waren zodanig concreet geformuleerd dat van werkneemster verwacht kon worden hiermee aan de slag te kunnen. Voorts is werkneemster door haar werkgever in de gelegenheid gesteld zich te verbeteren. De werkgever heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat verbetering van het functioneren ondanks de gemaakte afspraken uitbleef en heeft hieraan in redelijkheid de conclusie kunnen verbinden dat werkneemster niet (langer) geschikt was voor het uitoefenen van haar functie. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-12-2011
105089 - Beroep tegen rddf-plaatsing; PO
De rddf-plaatsing is conform de geldende regels van de CAO-PO tot stand gekomen. Gebleken is dat de Gemeente de ID-regeling, op basis waarvan werknemer wordt bekostigd, afbouwt. Deze afbouw rechtvaardigt op zichzelf genomen reeds de plaatsing van de ID-functies in het rddf. Uit het bestuursformatieplan van werkgever blijkt dat er voor het schooljaar 2011/2012 een tekort van € 523.256,- is geprognosticeerd. Hieruit volgt dat het niet aannemelijk is dat de werkgever in staat is om zelf (een deel van) de loonkosten van de ID-banen te dragen, zoals door werknemer was aangevoerd.
De Commissie is van oordeel dat de werkgever de functie van werknemer in redelijkheid in het rddf heeft kunnen plaatsen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-12-2011
105088 - Beroep tegen rddf-plaatsing; PO
De rddf-plaatsing is conform de geldende regels van de CAO-PO tot stand gekomen. Werknemer, klassenassistent, heeft aangevoerd dat hij ten onrechte in het rddf is geplaatst. Het is een beleidsmatige keuze van de werkgever geweest om de rddf-plaatsingen voor het OOP uitsluitend in de categorie onderwijsassistenten te laten plaatsvinden. De Commissie kan in beginsel niet in dit beleid treden. De keuze om het primaire onderwijsproces zoveel mogelijk door te laten gaan acht de Commissie overigens een te verdedigen keuze en niet onredelijk. Op basis van het aantal dienstjaren is werknemer degene die volgens de afvloeiingslijst in de categorie onderwijsassistenten dient af te vloeien. De categorie klassenassistent/ lerarenondersteuner is naar het oordeel van de Commissie uitwisselbaar met die van onderwijsassistent. In deze categorie is een werknemer vermeld met minder dienstjaren dan werknemer maar ter zitting is gebleken dat de desbetreffende werknemer feitelijk ten onrechte in deze categorie is opgenomen waardoor werknemer degene is met de minste dienstjaren binnen de categorie waarin dient te worden afgevloeid. De functies van conciërge en schoonmaker acht de Commissie geen uitwisselbare functies, zowel wat inhoud als salariëring betreft. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-12-2011
105108 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel; HBO
Na toezending aan een student van een herkansingstoets met de daarbij behorende antwoorden, is de werknemer geschorst als ordemaatregel. De werkgever heeft daarbij de in artikel P-2 CAO-HBO voorgeschreven procedure niet juist gevolgd. Op grond van lid 3 van dit artikel kan de werkgever de beslissing tot schorsing bestendigen nadat het in het tweede lid bedoelde verweer heeft plaatsgevonden. Het artikel bepaalt dat de werkgever de schorsing kan bestendigen. Dit woord 'kan' dient aldus te worden uitgelegd dat de werkgever de beslissing tot schorsing moet laten volgen door een beslissing te bestendigen indien hij de schorsing wenst te laten voortduren. Alleen als de werkgever de schorsing niet wenst te laten voortduren, volgt er geen bestendigingsbeslissing. In dat geval dient de werknemer weer tot het werk te worden toegelaten. De werkgever heeft nagelaten om na het indienen van verweer door werknemer een zogenoemde bestendigingsbeslissing te nemen terwijl hij de schorsing wel heeft laten voortduren. Hierdoor is de werknemer geschaad in zijn door de CAO beschermd belang doordat de werkgever de door hem in zijn verweer aangevoerde argumenten niet heeft meegewogen. Beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-11-2011
104994 t/m 104997,104999 t/m 105002 en 105007 - Beroepen tegen ontslag wegens opheffing van de school; VO
De werknemers voeren aan dat voortzetting van de school mogelijk is, dat de werkgever verzuimd heeft uitvoering te geven aan het Sociaal Statuut en dat sprake is van ongelijke behandeling ten opzichte van reeds eerder ontslagen werknemers die van de werkgever een schadevergoeding ontvingen. De bekostiging van de school is door het ministerie van OCW beëindigd. Niet gebleken is dat de werkgever over zodanige eigen middelen beschikt dat een voortzetting van de school voor eigen rekening mogelijk zou zijn. De noodzaak tot ontslag staat hiermee voldoende vast. Van onjuiste toepassing van het Sociaal Statuut is niet gebleken. Voorts is geen sprake van ongelijke behandeling van de werknemers ten opzichte van de werknemers die een jaar eerder met gebruikmaking van het Sociaal Plan met ontslag gingen. Van gelijke gevallen kan niet worden gesproken omdat de werknemers die het nu betreft een jaar langer in dienst zijn gebleven met alle (financiële) gevolgen van dien. De beroepen van de werknemers zijn ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-11-2011
105110 - Beroep tegen beweerd (in)direct onthouden promotie; vereenvoudigde behandeling; VO
Werkneemster stelt dat de beslissing van haar werkgever om haar geen uren in de bovenbouw toe te kennen, neerkomt op het direct of indirect onthouden van bevordering/promotie als bedoeld in art. 52 lid 1 onder c WVO. Volgens vaste jurisprudentie van de Commissie dient onder het direct of indirect onthouden van promotie te worden verstaan de directe of indirecte weigering van de werkgever om de werknemer, die het maximum van de bij zijn functie behorende hoogste aanloopschaal heeft bereikt, te laten overgaan naar de bij die functie behorende maximumschaal. Dit is gebaseerd op de voorheen geldende rechtspositieregeling waarin het woord ‘promotie' in die zin werd gebruikt. Indirecte weigering bestond eruit dat de werkgever weigerde mee te werken aan de realisering van de voorwaarden waaronder een docent overging naar de bij zijn functie behorende maximumschaal. De beslissing tot de urenverdeling is derhalve geen voor beroep vatbare beslissing. Beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-11-2011
105014 - Beroep tegen ontslag wegens dringende reden; VO
Werknemer, docent, is wegens een dringende reden ontslagen op grond van fraude bij de schoolexamens. De aan het ontslag ten grondslag gelegde feiten zijn voldoende komen vast te staan. Werknemer heeft geen derde schoolexamen als bedoeld in het PTA afgenomen terwijl hij daarvoor wel cijfers aan de administratie heeft doorgegeven. Gezien het daardoor geschonden vertrouwen, het niet serieus nemen van de belangen van leerlingen en de ernst van deze feiten, is sprake van een dringende reden op grond waarvan van de werkgever redelijkerwijze niet meer verlangd kon worden het dienstverband met de werknemer te laten voortduren. Voorts is het ontslag onverwijld verleend. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-11-2011
105087 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
De werknemer is beheerder digitale werkplaats. Ten gevolge van uitbreiding van het aanbod van leermiddelen, laptops in het bijzonder, is het beroep op de medewerkers van de digitale werkplaats fors verminderd. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd wegens opheffing van de betrekking. Van de werkgever mag weliswaar worden verwacht dat hij een vanwege terugloop van de werkzaamheden met ontslag bedreigde medewerker bij voorrang in een eventuele vacature plaatst, maar deze verplichting geldt uitsluitend indien er passende werkzaamheden voorhanden zijn. Niet gebleken is dat er bij de werkgever in de aanloop naar de opzegging of daarna passende werkzaamheden voor de werknemer beschikbaar waren. De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-11-2011
105026 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; VO
De werkzaamheden van de werknemer, assistent ICT, zijn komen te vervallen als gevolg van de vernieuwing van ICT-apparatuur en het daaraan gekoppelde onderhoudscontract. Derhalve heeft de werkgever in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat de functie van werkneemster diende te worden opgeheven. De werkgever heeft zich voldoende ingespannen om de werknemer in- of extern te herplaatsen. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-10-2011
105008 - Beroep tegen einde tijdelijk dienstverband, in feite ontslag; VO
De werknemer was sinds 2008 in tijdelijke dienst op wisselende gronden en stelt inmiddels in vaste dienst te zijn. De werkgever stelt dat van een dienstverband voor onbepaalde tijd geen sprake kan zijn omdat de werknemer, die een bewijs van bekwaamheid voor het vak Techniek heeft, niet bevoegd is het vak Natuurkunde te geven.In de wet noch CAO is basis te vinden voor de stelling dat een benoeming voor onbepaalde tijd slechts mogelijk is indien de werknemer een bewijs van bekwaamheid heeft voor het door hem te geven vak. Voorts heeft de werkgever na het eerste dienstverband het dienstverband met de werknemer verlengd voor 12 maanden op grond van bijzondere omstandigheden. Van dergelijke omstandigheden is niet gebleken. Omdat ook voor het overige niet gebleken is van feiten of omstandigheden die volgens de CAO VO een voortzetting van het dienstverband per 1 augustus 2009 voor bepaalde duur mogelijk maakten en omdat de werknemer in het bezit was van een wettelijke onderwijsbevoegdheid, dient het dienstverband van 1 augustus 2009 beschouwd te worden als te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd. Aldus heeft die de werknemer ontslagen uit een dienstverband voor onbepaalde tijd op grond van het niet hebben van een bevoegdheid voor het vak Natuurkunde. Omdat het niet hebben van een bepaalde bevoegdheid geen reden kan zijn voor een ontslag uit een vast dienstverband, kan het ontslag geen stand houden. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-10-2011
104959 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; PO
Voldaan is aan de voorwaarden van bijlage III, 4 van de CAO PO en artikel 3.18 lid 1 CAO PO: de functie van werkneemster is het voorgaande schooljaar in het rddf geplaatst en de zogenoemde voornemen-procedure is gevolgd. Gebleken is dat de gemeente de ID-regeling afbouwt en dat vanuit de reguliere middelen geen ruimte aanwezig is om de ID-baan van werkneemster nog langer te kunnen bekostigen, dan wel om deze baan om te zetten in een reguliere baan. Derhalve heeft de werkgever in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat de functie van werkneemster diende te worden opgeheven. De werkzaamheden van werkneemster zijn echter nog steeds voorhanden. Het had op de weg van de werkgever gelegen om gedurende het jaar van rddf-plaatsing de mogelijkheden te onderzoeken om werkneemster op school werkzaam te houden. Nu de werkgever dit heeft nagelaten heeft hij onvoldoende voldaan aan de op hem rustende inspanningsverplichtingen om zorgvuldig te onderzoeken of het in redelijkheid mogelijk is de werknemer een passende functie bij de werkgever dan wel bij een andere werkgever aan te bieden (bijlage III, 7 sub d CAO PO). Beroep gegrond. De complete uitspraak kunt u hier downloaden.
24-10-2011
105083 - Beroep tegen ontslag op staande voet; BVE
De werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij zich niet op correcte wijze had ziek gemeld, omdat hij ondanks deze ziekmelding en zonder toestemming op studiereis is gegaan en omdat hij sinds januari 2011 zonder toestemming of studieverlof op de vrijdag geen werkzaamheden voor de werkgever heeft verricht.
De aan het ontslag ten grondslag gelegde feiten zijn voldoende aannemelijk geworden. Gezien de ernst van deze feiten leveren deze, in samenhang beschouwd, een dringende reden op voor een ontslag op staande voet. Het ontslag is voorts onverwijld verleend. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-10-2011
105045 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; VO
De werknemer is werkzaam op basis van een ID-regeling. Deze regeling wordt afgebouwd en in verband daarmee heeft de werkgever het dienstverband op 23 mei 2011 opgezegd per 1 augustus 2012. Gebleken is dat de subsidie per 1 augustus 2012 zal eindigen en dat de bekostiging van de functie alleen op basis van de ID-regeling plaatsvindt. In zoverre wordt het ontslag gedragen door de reden van opheffing van de functie. Tussen de ontslagbeslissing en de ontslagdatum ligt een periode van ruim veertien maanden. Onder deze omstandigheden kunnen de inspanningen van de werkgever in het kader van herplaatsing dan wel doorstroom in de periode gelegen tussen de ontslagbeslissing en de daadwerkelijke ontslagdatum, door de Commissie onvoldoende worden getoetst. Beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-10-2011
105027 - Beroep tegen ontslag op staande voet; VO
Werknemer, conciërge, is op staande voet ontslagen wegens het meenemen van een gevonden mobiele telefoon uit de conciërgeloge op school, welke telefoon hij vervolgens via zijn zoon aan een derde heeft verkocht. De aan het ontslag ten grondslag gelegde feiten zijn voldoende aannemelijk geworden en gezien de aard en ernst van deze feiten is sprake van een dringende reden op grond waarvan van de werkgever redelijkerwijze niet meer verlangd kon worden het dienstverband met de werknemer te laten voortduren. Voorts is het ontslag onverwijld verleend.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-10-2011
104852 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Werknemer is medewerker IT. Ten gevolge van het wegvallen van opdrachten voor het verzorgen van inburgeringscursussen heeft de afdeling Educatie, waar werknemer werkzaam is, een reorganisatie ondergaan waarbij een groot aantal arbeidsplaatsen is komen te vervallen. De werkgever heeft met toepassing van het Sociaal Plan Educatie het dienstverband opgezegd. Het Sociaal Plan bevat onder meer een vacaturestop: interne vacatures worden in beginsel vervuld door interne kandidaten. De werkgever heeft onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd dat de werknemer niet voor herplaatsing in een functie in aanmerking komt. In het bijzonder is niet gebleken van een zorgvuldig onderzoek naar de mogelijkheden om de functie applicatiemedewerker te vervullen, alvorens deze functie open te stellen voor externe kandidaten. Zo is de werknemer nooit uitgenodigd voor het voeren van een sollicitatiegesprek voor de desbetreffende functie. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-09-2011
104944 / 104968 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging daarvan; VO
Werkgever heeft werkneemster bij wijze van ordemaatregel geschorst voor de duur van 4 weken omdat hij een onderzoek wilde instellen naar de conflictueuze situatie binnen de sectie waar werkneemster werkzaam was en om zich te beraden op eventuele te nemen maatregelen. Gebleken is dat werkneemster in een conflictueuze situatie met één van haar collega's terecht is gekomen en dat zij zich hierover meerdere malen ongepast heeft uitgelaten tegenover leerlingen. De werkgever heeft aannemelijk gemaakt dat de houding van werkneemster tegenover een collega gevolgen had voor de verhoudingen binnen de sectie en ook voor haar relatie met de schoolleiding. De schorsing is een passende ordemaatregel om de vereiste rust binnen de sectie te herstellen en de leerlingen niet te belasten met deze kwestie.
Beroep tegen de tweede schorsing gegrond vanwege het niet in acht nemen van de voornemen-procedure. De omstandigheid dat werkneemster zich reeds tegen de eerste schorsing had verweerd maakt dat niet anders omdat de omstandigheden veranderd zouden kunnen zijn.
Beroep tegen eerste schorsing ongegrond; beroep tegen tweede schorsing gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-09-2011
104942 - Beroep tegen ontslag op staande voet; HBO
Werknemer is op staande voet ontslagen wegens diefstal van geld.
De werkgever heeft deze conclusie gebaseerd op camerabeelden en op verklaringen van andere werknemers.
De aan het ontslag ten grondslag gelegde feiten zijn voldoende aannemelijk geworden en gezien de ernst van deze feiten is sprake van een dringende reden ten gevolge waarvan van de werkgever redelijkerwijze niet meer verlangd kon worden het dienstverband met de werknemer te laten voortduren. Het ontslag is voorts onverwijld verleend. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-08-2011
105050 - Verzoek voorlopige voorziening; verzoek om doorbetaling salaris; VO
De werknemer is op staande voet ontslagen wegens beweerde fraude bij het digitale eindexamen van de school, bestaande uit het vroegtijdig openen van de examens en docenten van de inhoud kennis laten nemen. Het ontslag is onverwijld gegeven. Het voortijdig openen van de digitale examens en het daarbij inzage geven aan docenten staan voldoende vast. Het is niet aannemelijk dat de werknemer alleen de examens heeft geopend om technisch onderzoek te doen. Het voortijdig openen van de digitale examens en het daarbij inzage geven aan docenten is naar het voorlopig oordeel van de Voorzitter toereikend voor een ontslag op staande voet. Er kan met onvoldoende mate van waarschijnlijkheid worden aangenomen dat de Commissie in de bodemprocedure het beroep gegrond zal verklaren.De gevraagde voorziening wordt afgewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-08-2011
104986 - Beroep tegen schriftelijke berisping; BVE
De werkgever heeft aan de berisping ten grondslag gelegd dat de werknemer een leerlinge over haar bil heeft geaaid. De werknemer heeft dit erkend zodat de feiten op grond waarvan de maatregel is opgelegd vast staan. Derhalve heeft de werknemer gedaan wat hij bij een goede uitoefening van zijn functie diende na te laten en heeft hij plichtsverzuim gepleegd. Werkgever heeft werknemer er in een brief uit 2007 op gewezen dat zijn gedrag als intimiderend werd ervaren en als grensoverschrijdend moest worden gekenmerkt. Mede gelet op de begeleiding die de werknemer nadien heeft gekregen heeft de werkgever in redelijkheid een disciplinaire maatregel kunnen opleggen. De opgelegde schriftelijke berisping is passend en proportioneel. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-08-2011
104929 - Beroep tegen berisping; BVE
Werknemer zou zich onheus hebben gedragen jegens een studente die op grond daarvan een klacht tegen hem heeft ingediend. De daarop door de werkgever ingestelde klachtencommissie heeft de klacht deels gegrond, deels ongegrond verklaard waarna de werkgever de werknemer heeft berispt. De Commissie oordeelt dat de feiten vaststaan en dat deze plichtsverzuim opleveren. Omdat de werkgever naar aanleiding van de klacht van de studente reeds meerdere maatregelen jegens de werknemer heeft genomen met een belastend en beperkend karakter, te weten overplaatsing, wijziging van het takenpakket en het opleggen van een coachingstraject, is de opgelegde disciplinaire maatregel disproportioneel. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-07-2011
104966 - Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim, subsidiair ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid, meer subsidiair vanwege zwaarwegende omstandigheden; PO
Werknemer is algemeen directeur van een vereniging met zeven basisscholen. Vanwege onregelmatigheden bij het declareren van vervangingsgelden heeft de werkgever primair disciplinair ontslag verleend, subsidiair ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid en meer subsidiair vanwege zwaarwegende omstandigheden, bestaande uit verlies van vertrouwen in de werknemer. Gelet op de voorbeeldfunctie van een algemeen directeur en omdat onjuiste declaraties voor het Vervangingsfonds aanleiding kunnen vormen betaalde bedragen terug te vorderen heeft de werkgever de gedragingen als plichtsverzuim kunnen aanmerken. Of disciplinair ontslag evenredig is aan de verweten gedraging is mede afhankelijk van de omstandigheden waaronder de werknemer het plichtsverzuim heeft gepleegd. Hoewel het bewerkstelligen dan wel niet voorkomen dat namens de vereniging onjuiste declaraties bij het Vervangingsfonds worden ingediend in beginsel aanleiding tot ontslag kan vormen, zijn er in de onderhavige ontslagkwestie relevante omstandigheden die tot een andere uitkomst dienen te leiden. De feiten duiden niet op een zodanige moraliteit dat de werknemer zich daardoor gediskwalificeerd zou hebben voor de uitoefening van de functie van algemeen directeur zodat geen sprake is van onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de functie. Verlies van vertrouwen is in het voornemen tot ontslag niet onderbouwd. Derhalve heeft de werknemer zich tegen het voornemen op deze grond ontslag te verlenen niet kunnen verweren door het geven van een zienswijze. Reeds vanwege de schending van dit door artikel 3.18 lid 1 CAO PO beschermde belang, kan deze grond het verleende ontslag niet dragen. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-07-2011
105028 - Verzoek voorlopige voorziening tot opheffing schorsing; HBO.
De werknemer is door de werkgever meegedeeld dat hij, in afwachting van ontslag, met onmiddellijke ingang al zijn werkzaamheden voor de werkgever dient te staken en dat hij daarbij een schriftelijk overdrachtsdossier dient op te stellen. De werknemer beschouwt dit als een schorsing en verzoekt om opheffing van deze schorsing. De werkgever heeft ontkend dat sprake is van een schorsing. Gebleken is dat de werknemer zijn werkzaamheden feitelijk is blijven vervullen. De werkgever heeft ook uitdrukkelijk aangegeven dat van schorsing geen sprake is en hij heeft de werknemer ook toegelaten tot zijn werkzaamheden. Aldus dient de zinsnede in de brief van de werkgever over de vrijstelling van werkzaamheden gelezen te worden als een dwingend geformuleerde aanbeveling aan de werknemer om de werkzaamheden te staken in afwachting van het ontslag per 1 november 2011. Daarenboven heeft de werkgever bij brief van 17 juni 2011 aan de werknemer aangegeven dat geen sprake is van schorsing en dat de werknemer indien hij dit wil, zijn werkzaamheden kan voortzetten tot 1 november 2011. Aldus is geen sprake van een schorsing zodat de werknemer geen belang heeft bij een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt afgewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-07-2011
104933 - Beroep tegen verlenging schorsing als ordemaatregel; HBO
De schorsing van de werkneemster als ordemaatregel is met drie maanden verlengd. Anders dan de werkgever stelt, geldt dat de formaliteiten die gelden bij een schorsing eveneens in acht genomen moeten worden bij de verlenging van een schorsing. Immers, bij het nemen van een beslissing als deze dient de werkgever alle omstandigheden van het geval in aanmerking te nemen. Omdat de werkgever vóór het nemen van zijn beslissing heeft nagelaten de werkneemster hierover te horen is deze geschaad in haar door de CAO HBO beschermde belang om voorafgaand aan het opleggen of verlengen van een schorsing de gelegenheid te krijgen om te worden gehoord. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-07-2011
104871 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Werkneemster, benoemd in de functie van senior strategisch beleidsmedewerker, is ontslagen omdat haar arbeidsplaats als gevolg van een reorganisatie is komen te vervallen. Uit het - door de vakcentrales geaccordeerde - bezuinigingsplan blijkt dat er binnen de door werkneemster uitgeoefende functie 2 fte dient te worden bezuinigd. Werkneemster komt op basis van anciënniteit in deze functie voor ontslag in aanmerking. Omdat de werkneemster heeft gesteld dat er sprake is van een inwisselbare functie waarin 2 collega's werkzaam zijn met een kortere diensttijd, te weten de functie van senior beleidsmedewerker, is de werkgever verzocht nadere informatie te verstrekken. Naar het oordeel van de Commissie heeft de werkgever onvoldoende weerlegd dat er geen sprake is van een inwisselbare functie als gevolg waarvan de Commissie niet kan vaststellen of werkneemster de werkzaamheden van een senior beleidsmedewerker ook zou kunnen verrichten. Voorts heeft de werkgever nagelaten een overzicht van diensttijd van deze collega's te overleggen. Reeds om deze redenen oordeelt de Commissie het beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-07-2011
104935 - Beroep tegen ontslag op eigen verzoek; BVE
Beroep tegen ontslag op grond van artikel H-51 CAO BVE, in verband met gebruikmaking van FPU.
Partijen hebben in 2002 een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin onder andere is opgenomen dat de werknemer uiterlijk 1 oktober 2006 gebruik zal maken van de FPU. In 2006 is dit echter niet gebeurd en nu heeft de werkgever alsnog de werknemer ontslag verleend. Daarbij heeft hij aangegeven dat dit gebeurt op verzoek van de werknemer.
De vaststellingsovereenkomst kan niet anders worden gelezen dan dat van de werknemer een beëindigingshandeling van de arbeidsovereenkomst gevraagd wordt op het moment dat hij gebruik gaat maken van de FPU. De werknemer heeft weersproken dat hij een dergelijke beëindigingshandeling heeft gepleegd en weersproken dat hij op 1 juni 2011 gebruik wilde maken van de FPU. Ook is niet gebleken van een beëindigingshandeling van de werknemer.
Aldus kan de ontslagbrief van de werkgever niet anders gelezen worden dan als het eenzijdig door de werkgever beëindigen van het dienstverband met de werknemer. Van een verzoek tot ontslag door de werknemer is echter geen sprake. Het ontslag mist feitelijke grondslag. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-07-2011
104900 - Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim / onbekwaamheid of ongeschiktheid / andere redenen van gewichtige aard; BVE
Ontslag is primair gebaseerd op plichtsverzuim, subsidiair op onbekwaamheid of ongeschiktheid en meer subsidiair op grond van andere redenen van gewichtige aard, zijnde een vertrouwensbreuk.
De Commissie heeft in een eerdere beroepszaak tussen partijen geoordeeld dat de destijds genomen maatregel van disciplinair ontslag niet proportioneel was met het gepleegde plichtsverzuim. Daarbij is tevens geoordeeld dat niet is gebleken dat de werknemer niet voldoende zou hebben gefunctioneerd.
Er zijn thans geen nieuwe feiten en/of omstandigheden aan het ontslag wegens plichtsverzuim ten grondslag gelegd. Er zijn geen nieuwe stukken overgelegd waaruit de ongeschiktheid van de werknemer zou blijken. De werkgever heeft de vertrouwensbreuk slechts onderbouwd met feiten die de primaire en de subsidiaire ontslaggronden betreffen. Gelet op het daaromtrent overwogene oordeelt de Commissie dit niet afdoende om als grond te dienen voor ontslag. Voor het overige heeft de werkgever geen feiten of omstandigheden aangevoerd die de conclusie zouden kunnen rechtvaardigen dat sprake is van een objectiveerbare vertrouwensbreuk. Beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-07-2011
104880 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Werknemer is ontslagen omdat zijn arbeidsplaats als gevolg van een reorganisatie is komen te vervallen. Werknemer heeft een zogenoemde unieke functie; hij is de enige werknemer benoemd in de functie van Projectleider bedrijfsvoering Financiën. Uit het - door de vakcentrales geaccordeerde - bezuinigingsplan blijkt dat deze functie vervalt, waardoor vaststaat dat de werkzaamheden van werknemer als gevolg van de reorganisatie zijn komen te vervallen. Werknemer heeft aangevoerd dat hij wel als Business Controller en Coördinator Grootboek zou kunnen werken. Na indiensttreding van werknemer zijn er enkele tijdelijke werknemers in deze functies benoemd. Er is echter geen sprake van inwisselbare functies. Voorts is niet gebleken dat werknemer elders herplaatst zou kunnen worden. Het beroep van de werknemer op de hardheidsclausule wordt niet gehonoreerd. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-06-2011
104796 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; BVE
De arbeidsongeschiktheid van de werknemer heeft langer dan twee jaar geduurd en herstel binnen zes maanden heeft zich niet voorgedaan. Werknemer is door het UWV volledig arbeidsongeschikt verklaard. Door op verschillende momenten advies in te winnen over een mogelijke re-integratie van de werknemer heeft de werkgever voldoende onderzocht of de werknemer herplaatst kon worden. Uit het deskundigenoordeel blijkt dat er voor de werknemer geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. Uitgaande van de inspanningen die de werkgever in het kader van een mogelijke herplaatsing heeft verricht, het niet inzetbaar zijn van de werknemer alsmede gezien zijn volledige arbeidsongeschiktheid, kon de werkgever in redelijkheid tot opzegging van het dienstverband wegens blijvende arbeidsongeschiktheid beslissen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-06-2011
104695 - Beroep tegen waarschuwing; PO
Het beroep is gericht tegen de beslissing een waarschuwing te geven vanwege het niet in acht nemen van verzuim- en kledingvoorschriften. In eerdere uitspraken heeft de Commissie uitgesproken dat onder omstandigheden een waarschuwing een disciplinair karakter kan hebben in welk geval beroep bij de Commissie open staat. Als zulke omstandigheden kunnen bijvoorbeeld gelden het gebruik van de term "officiële waarschuwing" in combinatie met "plichtsverzuim". Daarvan is in dit geval sprake. Omdat de werkgever de in artikel 3.18 CAO PO vereiste formaliteiten met betrekking tot het voeren van verweer niet in acht heeft genomen, is appellante geschaad in haar door de CAO beschermde belang om voorafgaande aan het opleggen van de disciplinaire maatregel door de werkgever te worden gehoord. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-05-2011
104925 - Beroep tegen aanwijzing boventalligheid; vereenvoudigde behandeling; BVE
Artikel 4.1.5 lid 1 van de WEB somt limitatief de beslissingen op waartegen een werknemer beroep kan instellen. Onder deze beslissingen valt niet de beslissing inhoudende aanwijzing als boventallige, noch is deze beslissing gelijk te stellen met één van de in artikel 4.1.5 lid 1 WEB genoemde beslissingen. Nu er geen voor beroep vatbare beslissing voorhanden is, is de Commissie kennelijk onbevoegd van het beroep kennis te nemen. Commissie kennelijk onbevoegd. De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-05-2011
104684 - Beroep tegen berisping; BVE
In tegenstelling tot wat de werkgever aanvoert, is het beroep tijdig ingediend en heeft de werknemer belang bij een uitspraak van de Commissie. De werkgever heeft aan de disciplinaire maatregel ten grondslag gelegd dat de werknemer ongeoorloofd afwezig is geweest in de periode 19 tot en met 27 januari 2010. Na een korte periode van arbeidsongeschiktheid heeft de werkgever de werknemer meegedeeld dat er eerst een gesprek zou moeten worden gevoerd alvorens hij weer aan het werk mocht. Dat gesprek heeft plaatsgevonden zodat op dat moment voldaan was aan de door de werkgever gestelde voorwaarde voor werkhervatting. Niet gebleken is dat aan de werkhervatting nog andere voorwaarden waren verbonden. Als de werknemer meende dat er onduidelijkheid bestond over het tijdstip waarop hij zijn werkzaamheden diende te hervatten, had het op zijn weg gelegen om daarnaar te informeren. Door dat na te laten en eerst na daartoe uitdrukkelijk te zijn opgeroepen pas op 28 januari 2010 het werk te hervatten is hij zonder deugdelijke reden en derhalve ongeoorloofd afwezig geweest. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-05-2011
104846 - Beroep tegen ontslag om bedrijfseconomische redenen; BVE
Werknemer betwist de noodzaak tot ontslag niet maar is het niet eens met de door de werkgever gehanteerde ontslagsystematiek. In geval van een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen dient de afvloeiing van de betrokken werknemers te geschieden aan de hand van objectieve, te verifiëren maatstaven. Hiermee wordt willekeur voorkomen. Het door de werkgever gehanteerde Sociaal Plan Educatie alsmede de afvloeiingsregeling zijn overeengekomen met de vakcentrales en geaccordeerd door de MR, alsook in overeenstemming met het bepaalde in artikel G-4 CAO-BVE. Aangezien de werknemer op grond van zijn plaats op de afvloeiingslijst voor ontslag in aanmerking kwam, heeft de werkgever hem op grond van het bepaalde in artikel H-57 onder c CAO-BVE mogen ontslaan. Dat de werknemer, zoals hij aanvoert, beter functioneert dan collega's die niet worden ontslagen, zo dit al het geval zou zijn, staat aan het ontslag niet in de weg. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-05-2011
104833 - Beroep tegen een ontslag om bedrijfseconomische redenen; BVE
Werkneemster, docent, betwist de bedrijfseconomische noodzaak voor het ontslag niet, maar voert aan dat zij, vanwege een onjuiste uitleg door de werkgever van het begrip 'diensttijd', op een verkeerde plaats op de afvloeiingslijst staat en daardoor niet voor ontslag in aanmerking komt. Uitgaande van een grammaticale uitleg van hetgeen omtrent het begrip diensttijd in het IGO-verslag is opgenomen, dient alle diensttijd die een werknemer bij de werkgever en zijn rechtsvoorgangers heeft opgebouwd, mee te tellen bij de berekening van het aantal dienstjaren op de afvloeiingslijst. In de tekst is geen steun voor de opvatting van de werkgever dat deze dienstverbanden ononderbroken moeten zijn. Dat werkneemster zelf ontslag heeft genomen bij een van deze rechtsvoorgangers is voor de vaststelling van het arbeidsverleden niet relevant. Vaststaat dat werkneemster vanaf oktober 1987 in tijd aansluitend werkzaam is geweest bij instellingen die uiteindelijk ieder voor zich rechtsvoorganger van de werkgever zijn geworden. Deze gehele periode dient te worden meegerekend. Nu de werkgever dit heeft nagelaten, heeft hij bij het nemen van de bestreden beslissing op onjuiste wijze toepassing gegeven aan het diensttijdbegrip van het Sociaal Plan. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-05-2011
104864 - Beroep tegen reorganisatieontslag; vereenvoudigde behandeling; BVE
Op grond van artikel 8 lid 5 van het reglement van de Commissie dient het beroepschrift te worden ingediend bij de Voorzitter van de Commissie binnen zes weken, gerekend vanaf de dag na die waarop het besluit van de werkgever waartegen het beroep wordt ingesteld, aan appellant is verzonden. Vast staat dat appellante de schriftelijke beslissing van 30 november 2010 op woensdag 1 december 2010 heeft ontvangen. De beroepstermijn is op woensdag 1 december gaan lopen. De termijn, binnen welke het beroep diende te worden ingesteld, eindigde op dinsdag 11 januari 2011. Het beroepschrift d.d. 12 januari 2011 is dan ook buiten de beroepstermijn verzonden. Niet gebleken is van omstandigheden op grond waarvan de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar is. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-05-2011
104873 - Beroep tegen disciplinair ontslag; VO
De werknemer is disciplinair ontslagen vanwege het niet naleven van de geldende regels rondom verzuim. De werkgever heeft in zijn voornemen tot het opleggen van de maatregel niet vermeld welke disciplinaire maatregel hij voornemens was op te leggen. Daarmee heeft de werkgever de werknemer de mogelijkheid ontnomen bij diens afweging wel of geen verweer te voeren, alsmede bij het verweer zelf, het karakter van de hem eventueel op te leggen maatregel te betrekken. Daardoor is de werknemer in de hem door de CAO geboden verweermogelijkheden geschaad. Beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-05-2011
104891 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel; HBO
Werkneemster is geschorst als ordemaatregel. Artikel P-2 lid 3 CAO HBO bepaalt dat de werkgever een besluit tot schorsing kan bestendigen nadat verweer heeft plaatsgevonden of nadat de werknemer te kennen heeft gegeven van verweer af te zien. De verweertermijn van drie weken is bij CAO bepaald en geldt ook in het kader van een schorsing als ordemaatregel. Niet valt in te zien dat, zoals de werkgever stelt, werkneemster heeft aangegeven af te zien van de mogelijkheid tot het voeren van verweer. Voor de werkgever had duidelijk moeten zijn dat werkneemster van plan was inhoudelijk verweer te voeren, waartoe zij, gezien de termijn, ook nog de mogelijkheid had. De beslissing de schorsing te bestendigen is voortijdig en in strijd met de CAO genomen. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-04-2011
104688 - Beroep tegen vermindering betrekkingsomvang; HBO.
De overschrijding van de beroepstermijn is verschoonbaar: door de wisselende benoemingen voor de werknemer een onoverzichtelijke situatie was ontstaan en waarbij de werkgever hem pas op een laat tijdstip heeft gewezen op de mogelijkheid van beroep, heeft de werknemer de voorziening in beroep gevraagd zo spoedig mogelijk als van hem verlangd kon worden. Voor de berekening van de betrekkingsomvang van 0,5 fte als bedoeld in artikel D-5 lid 1 onder a CAO-HBO dient niet enkel het vaste gedeelte van het dienstverband, maar ook het tijdelijke deel te worden meegerekend. Aldus is na het eerste tijdelijke dienstverband van de werknemer voor 0,5669 fte bij opeenvolging van tijdelijke arbeidsovereenkomsten en tijdelijke uitbreiding van de betrekking na 3 jaar een vast dienstverband ontstaan. De vermindering van de betrekkingsomvang houdt derhalve deeltijdontslag in, voor welk ontslag geen geldige grond is. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-04-2011
104886 - Beroep tegen het niet verlengen (verlengd) tijdelijk dienstverband; vereenvoudigde behandeling; BVE
De werkgever heeft meegedeeld dat wegens een wijziging in het onderwijsconcept van de instelling de functie zal komen te vervallen. De werknemer stelt dat de beslissing van de werkgever op grond van artikel 4.1.5 van de WEB voor beroep vatbaar is. Artikel 4.1.5 lid 1 onder f Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) opent de mogelijkheid beroep in te stellen tegen de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband. Voor het eindigen van een dergelijke arbeidsovereenkomst is naar huidig recht evenwel geen besluit van het bevoegd gezag (opzeggingshandeling) meer vereist want de overeenkomst eindigt van rechtswege na het verstrijken van de overeengekomen tijd (artikel 4.1.5 lid 1 onder f WEB kan bijvoorbeeld wel betrekking hebben op het tussentijds beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, maar dit geval is niet aan de orde). De brief van de werkgever dient te worden beschouwd als een mededeling (bevestiging) dat de arbeidsovereenkomst na ommekomst van de overeengekomen periode niet meer verlengd zal gaan worden. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-04-2011
104638 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; VO
Werkneemster is sinds 2008 arbeidsongeschikt. Het UWV heeft haar een WIA-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%. In het kader van de herbeoordeling van de WIA heeft het UWV geoordeeld dat werkneemster onveranderd ongeschikt is voor de maatgevende arbeid en besloten dat zij ongewijzigd volledig arbeidsongeschikt is. Gezien de gebleken geringe mogelijke inzetbaarheid van werkneemster alsmede gezien haar volledige arbeidsongeschiktheid en het feit dat de werkgever geen maatregelen zijn opgelegd in verband met mogelijke tekortkomingen in zijn re-integratieverplichtingen, heeft de werkgever in redelijkheid tot opzegging van het dienstverband wegens blijvende arbeidsongeschiktheid kunnen beslissen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-04-2011
104860 - Beroep tegen ontslag op staande voet; HBO
De werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij een collega zou hebben bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht. Het is weliswaar aannemelijk dat de werknemer zich onheus heeft uitgelaten tegenover zijn collega, maar gezien de diversiteit van de afgelegde verklaringen, het ontbreken van ondersteunende verklaringen van andere collega's en de betwisting door de werknemer dat hij zich in de door de werkgever aangegeven zin heeft uitgelaten, kan niet worden vastgesteld dat sprake is geweest van zodanig ernstige bedreigingen dat dit een dringende reden zou kunnen opleveren voor een ontslag op staande voet. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-04-2011
104746 - Beroep tegen opzeggen arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen; PO
In het voornemen tot opzegging van het dienstverband en in de ontslagbrief stelt de werkgever dat hij het dienstverband wenst op te zeggen op grond van "hierna genoemde gewichtige omstandigheden". Vervolgens heeft de werkgever aangegeven dat hij heeft moeten besluiten om de school waar werknemer als docent werkzaam is moet sluiten. De Commissie oordeelt dat het aldus gaat om een ontslag verband houdend met de opheffing van de school. Deze ontslaggrond is opgenomen in artikel 3.8 CAO PO sub b. De werkgever heeft deze ontslaggrond echter niet gehanteerd. Het ontslag gebaseerd op andere met name genoemde gewichtige redenen zoals opgenomen in de CAO betreft uit de aard van de bepaling een restcategorie die pas aan de orde is als één van de overige in artikel 3.8 genoemde ontslagredenen niet een de orde is. Derhalve mist de ontslagbeslissing voldoende feitelijke grondslag. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-04-2011
104811 - Beroep tegen einde tijdelijke arbeidsovereenkomst; BVE
Werknemer werkt op basis van elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd vanwege onbevoegdheid. De omvang van de betrekking is door de werkgever teruggebracht. Dit is volgens de werknemer aan te merken als een ontslagbeslissing aangezien hij door het behalen van een pedagogisch-didactisch certificaat een vast dienstverband heeft. Op grond van de WEB dienen zowel pedagogisch-didactische kennis en inzicht als vakbekwaamheid aanwezig te zijn. Omdat bij het begin van het dienstverband is afgesproken dat de werknemer een opleiding zou volgen, die tot bevoegdheid zou leiden, heeft de werkgever in redelijkheid kunnen beslissen geen geschiktheidsverklaring af te geven. Daarmee voldoet de werknemer niet aan de gestelde bekwaamheidseisen voor de docent en kan de arbeidsovereenkomst met hem vanwege onbevoegdheid op grond van art. H-11 CAO BVE alleen voor bepaalde tijd worden aangegaan. De arbeidsovereenkomst is voorts niet stilzwijgend voortgezet. Er is geen sprake van een ontslagbeslissing. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
04-04-2011
104806 - Beroep tegen plaatsing in vervangingspool; PO
Op grond van art. 60 WPO kan beroep worden ingesteld als een personeelslid naar een andere school wordt overgeplaatst. Onder het begrip "de overplaatsing naar een andere school" wordt ook verstaan de plaatsing in de vervangingspool. Derhalve is de Commissie bevoegd. Alhoewel er na het besluit om werkneemster te plaatsen in de vervangingspool, waartegen zij tijdig beroep heeft aangetekend, in overleg met werkneemster is besloten om haar op een andere school te plaatsen heeft werkneemster voldoende belang bij het doorzetten van haar beroep tegen de overplaatsingsbeslissing. Het beroep is daarom ontvankelijk. De overplaatsingsbeslissing kan niet in stand blijven, omdat de werkgever in strijd met artikel 10.6 lid 5 CAO PO niet heeft aangegeven op welke wijze hij de belangen van de werkgever en die van de werknemer tegen elkaar heeft afgewogen. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-03-2011
104843 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; VO
Werkneemster stelt dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 20 ZAVO. De Commissie oordeelt dat dit wel het geval is. Werkneemster is meer dan 2 jaar onafgebroken arbeidsongeschikt. Het gegeven dat zij in het kader van de re-integratieverplichtingen werkzaamheden heeft verricht, doet daaraan niet af. Uit de toekenningsbeschikking en het deskundigenoordeel mocht de werkgever afleiden dat herstel binnen 6 maanden na de voorgenomen ontslagdatum niet is te verwachten. Blijkens het arbeidsdeskundig rapport heeft de werkgever voldaan aan zijn herplaatsingsverplichtingen. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-03-2011
104839 - Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim/onbekwaamheid/ongeschiktheid; BVE
Aan het ontslag is primair ten grondslag gelegd plichtsverzuim, subsidiair onbekwaamheid of ongeschiktheid anders dan op grond van ziekte of gebrek. De Commissie oordeelt dat de feiten waarop het plichtsverzuim is gestoeld zijn komen vast te staan en in beginsel plichtsverzuim kunnen opleveren. De overtredingen zijn echter niet van zodanige aard dat zij de zware maatregel van een disciplinair ontslag kunnen dragen. Omdat uit het gehele dossier het beeld naar voren komt van een niet goed functionerende werknemer die ondanks allerlei pogingen daartoe zijn gedrag niet heeft kunnen verbeteren, heeft de werkgever het dienstverband met werknemer wel op grond van ongeschiktheid of onbekwaamheid mogen opzeggen. Beroep tegen disciplinair ontslag gegrond, beroep tegen ontslag wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-03-2011
104772 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; BVE
Omdat werkneemster als hoofdinstructeur beschouwd kan worden als iemand die les geeft aan een onderwijsgevende instelling is ingevolge artikel 2 onder b BBA geen ontslagvergunning vereist. De Commissie is niet bevoegd om een schadevergoeding toe te kennen. Wat betreft het ontslag staat vast dat de arbeidsongeschiktheid van de werkneemster langer dan twee jaar heeft geduurd en herstel binnen zes maanden na het ontslag niet valt te verwachten. Werkneemster is door het UWV volledig arbeidsongeschikt verklaard. De arbeidsdeskundige acht werkneemster marginaal belastbaar en heeft geoordeeld dat zij op medische gronden ongeschikt is voor het uitoefenen van haar eigen functie en dat er voor haar geen herplaatsingsmogelijkheden zijn in eigen, eigen aangepast of ander werk bij de eigen werkgever. De werkgever zijn geen maatregelen opgelegd in verband met mogelijke tekortkomingen in zijn re-integratieverplichtingen. Uitgaande van de gebleken zeer geringe mogelijke inzetbaarheid van werkneemster en gezien haar volledige arbeidsongeschiktheid en de bevindingen van het UWV heeft de werkgever in redelijkheid tot ontslag kunnen beslissen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-02-2011
104775 - Beroep tegen beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; HBO
De werkgever heeft meegedeeld dat het tweede tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet. Werkneemster stelt echter dat de werkgever met haar aansluitend een nieuw derde dienstverband is overeengekomen. Volgens werkneemster is dat derde dienstverband tussentijds opgezegd.
Slechts als werkelijk sprake is van een voortgezette betrekking zou een voor beroep vatbare beslissing voorhanden kunnen zijn. Van een nieuw aangegaan tijdelijk dienstverband of van enige concrete toezegging daaromtrent door of van de werkgever is niet gebleken.
Aldus is het beroep niet gericht tegen een van de beslissingen waartegen beroep bij de Commissie open staat. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-02-2011
104676 - Beroep tegen waarschuwing; BVE
Werknemer heeft beroep ingesteld tegen de beslissing om hem een waarschuwing te geven vanwege het zonder kennisgeving aan zijn leidinggevende niet aanwezig zijn in de door hem te geven lessen.
In eerdere uitspraken heeft de Commissie uitgesproken dat onder omstandigheden aan een waarschuwing een disciplinair karakter niet kan worden ontzegd, zodat tegen een dergelijke beslissing dan beroep open staat. Als zulke omstandigheden kunnen bijvoorbeeld gelden het gebruik van de term "officiële waarschuwing" in combinatie met "plichtsverzuim". Van dergelijke omstandigheden is in de aanloop naar het opleggen van de waarschuwing, noch in de bewoordingen waarin de waarschuwing is gegeven, gebleken. Derhalve is het geven van de waarschuwing niet aan te merken als het opleggen van een disciplinaire maatregel waartegen beroep bij de Commissie kan worden ingesteld.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-02-2011
104799 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige omstandigheden; VO
Werkgever heeft het dienstverband met werknemer opgezegd vanwege een incident waarbij werknemer betrokken is geweest.
Vast staat dat werknemer het lokaal is binnengegaan toen de les van zijn collega nog niet was afgelopen, dat hij de muziekinstallatie heeft uitgezet en dat hij jegens zijn collega een discutabele opmerking heeft gemaakt. Vervolgens heeft werknemer het werkstuk van een leerling in de papier-/prullenbak gegooid en er is uiteindelijk een fysieke confrontatie ontstaan tussen hem en de leerling. De handelwijze van appellant is dermate onbetamelijk en onprofessioneel dat de werkgever redelijkerwijs tot het besluit heeft kunnen komen dat sprake is van zodanige gewichtige omstandigheden dat voortzetting van het dienstverband niet van de werkgever geëist kan worden. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-02-2011
104782 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
De werkneemster heeft niet weersproken dat opheffing van de betrekking noodzakelijk is.
Uit de stukken en het ter zitting verhandelde is de Commissie gebleken dat de werkgever gezocht heeft naar een passende functie voor de werkneemster, maar dat zij geen diploma's bezit noch kwalificaties heeft voor overige functies bij de werkgever. De werkneemster heeft daarbij niet kunnen aangeven welke functies zij naar haar oordeel bij de werkgever zou kunnen vervullen.
Aldus staat de noodzaak voor ontslag in voldoende mate vast waarbij niet is gebleken dat de werkgever onvoldoende invulling heeft gegeven aan zijn inspanningsverplichting tot interne plaatsing van de werkneemster. Het beroep is ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-01-2011
104729 - Beroep tegen ontslag wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid; BVE
De werkgever heeft over de herplaatsing van de werkneemster aangegeven uit te zijn gegaan van een arbeidsdeskundig advies dat door de bedrijfsgeneeskundige dienst aan de werkgever is verschaft. De werkgever heeft echter verzuimd nadere rapportage bij UWV of bij de werkneemster op te vragen. Deze rapportage is van belang omdat volgens artikel 20 lid 7 en lid 8 Besluit Ziekte en Arbeidsongeschiktheid Middelbaar Beroepsonderwijs de werkgever zorgvuldig onderzoek naar de herplaatsingsmogelijkheden van de werknemer dient te doen waarbij hij het oordeel van het UWV dient te betrekken.
Uit het door de werkneemster verstrekte arbeidsdeskundig onderzoek van het UWV blijkt dat de werkneemster geschikt is voor administratieve arbeid en dat zij hierin bij de werkgever haar verdiencapaciteit geheel benut.
Door de rapportage van het UWV niet op te vragen heeft de werkgever geen zorgvuldig onderzoek naar de herplaatsingsmogelijkheden gedaan. Het beroep is gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-01-2011
104767 - Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim; PO
Werkneemster is wegens plichtsverzuim ontslagen omdat zij weigerde in gesprek te gaan over de aard van haar problemen, over mediation, over werkhervatting en over de aangeboden passende functie, en omdat zij na haar herstel melding heeft geweigerd om haar werkzaamheden te hervatten en het aanbod van een passende functie heeft afgeslagen. Naar het oordeel van de Commissie heeft de werkgever dit handelen van werkneemster in redelijkheid als plichtsverzuim kunnen aanmerken nu voldoende vaststaat dat werkneemster hardnekkig heeft geweigerd medewerking te verlenen aan iedere door de werkgever voorgestelde oplossing van de gerezen problemen. Gelet op de ernst van het plichtsverzuim, niet meewerken aan re-integratie en de werkweigering, en de tevergeefs aan werkneemster gegeven signalen acht de Commissie het ontslag proportioneel. De Commissie heeft het beroep ongegrond verklaard.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-01-2011
104797 - Beroep tegen ontslag wegens blijvende arbeidsongeschiktheid; BVE
Werkneemster is sinds 2007 arbeidsongeschikt, met wisselende arbeidsongeschiktheidspercentages. Zij stelt dat zij nog in staat is om aangepast werk te doen en dat dit werk ook aanwezig is. Het UWV heeft werkneemster een WGA-uitkering toegekend op basis van een Arbeidsongeschiktheids- percentage van 80-100. Uit de toekenningsbeschikking mocht de werkgever ten tijde van de opzegging afleiden dat herstel binnen zes maanden redelijkerwijs niet was te verwachten. Van reële herplaatsingsmogelijkheden binnen de organisatie van de werkgever is niet gebleken. Er is voldaan aan de voorwaarden van artikel H-57 sub d CAO BVE en artikel 20 ZAR BVE. Het ontslag wordt gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden van arbeidsongeschiktheid. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-01-2011
104718 - Beroep tegen berisping; BVE
De werknemer is niet verschenen op een geplande studie-bijeenkomst. De werkgever heeft via een brief en e-mails met het personeel gecommuniceerd over de invulling van de studiedagen.
De werknemer wist of had moeten weten van de studiebijeenkomst. Door niet op de bijeenkomst te verschijnen heeft hij nagelaten te voldoen aan zijn verplichtingen ten opzichte van de werkgever, hetgeen plichtsverzuim oplevert.
De aard van het plichtsverzuim is niet van zodanige ernst dat dit het opleggen van een disciplinaire maatregel rechtvaardigt. Bijzondere omstandigheden, zoals een eerdere waarschuwing voor een gelijksoortig plichtsverzuim, die tot een ander oordeel aanleiding zouden kunnen geven, zijn niet gebleken.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-12-2010
104618 - Beroep tegen ontslag op staande voet; HBO
Werknemer is op staande voet ontslagen vanwege een strafrechtelijke veroordeling voor het downloaden en in bezit hebben van kinderporno. De werkgever heeft in zijn schriftelijke bevestiging van het mondeling gegeven ontslag de werknemer onverplicht de verweermogelijkheid geboden, van welke mogelijkheid de werknemer gebruik heeft gemaakt. Na het verweer heeft de werkgever de ontslagbeslissing bekrachtigd. Daarna heeft de werknemer beroep ingesteld. De beroepstermijn van 6 weken is met 30 dagen overschreden. Het feit dat de werknemer van de geboden verweermogelijkheid gebruik heeft gemaakt, laat onverlet dat het besluit waartegen verweer gevoerd is, een definitief besluit is, waartegen beroep bij de Commissie open staat. Uit de aard van een ontslag op staande voet volgt immers dat het ontslag onmiddellijk ingaat. Vaststaat dat de werknemer reeds in het gesprek waarin hem mondeling ontslag op staande voet is aangezegd, rechtskundig werd bijgestaan door een gemachtigde van wie redelijkerwijze verwacht mag worden dat deze bekend was met de mogelijkheid om, al dan niet pro forma, beroep in te stellen bij de Commissie. Er is derhalve in beginsel sprake van niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Er zijn geen bijzondere omstandigheden aanwezig die de termijnoverschrijding in casu verschoonbaar maken. De werknemer heeft niet zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs verlangd kan worden beroep ingesteld.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-12-2010
104627 - Vereenvoudigde behandeling inzake beroep tegen beslissing wegens opheffing betrekking;
Nadat de werknemer beroep heeft ingediend, heeft de werkgever de bestreden beslissing ingetrokken en de werknemer herplaatst. De werknemer heeft aangegeven dat hij het beroep wenst voort te zetten om een protestgeluid te laten horen alsmede omdat hij voortzetting van zijn werk bij het volwassenenonderwijs nastreeft. Dit kan echter geen reden vormen om het beroep ontvankelijk te achten. Immers de verplaatsing naar het volwassenenonderwijs maakt onderdeel uit van de vrije beleidsruimte van de werkgever en is ook mogelijk zonder koppeling aan een ontslagbeslissing. Het laten horen van een protest kan op zichzelf geen reden vormen voor het instellen van beroep, zonder dat er een voor beroep vatbare beslissing voorhanden is. De werknemer heeft evident geen belang bij handhaving van zijn beroep. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-12-2010
104721 - Beroep tegen schriftelijke berisping wegens plichtsverzuim; BVE
De werknemer wordt verweten dat hij, door intiem met een leerlinge te dansen en op een bepaald moment met deze leerlinge te knuffelen en zoenen, de gedragsregels van de school heeft overtreden. Anonieme verklaringen van leerlingen worden buiten beschouwing gelaten. Enerzijds ontbreekt de noodzaak hiervoor en anderzijds wordt de werknemer te zeer in zijn belang geschaad. Uit de verklaringen die resteren kan redelijkerwijze niet de conclusie worden getrokken dat de werknemer de verweten gedragingen heeft gedaan. Het beroep is gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-11-2010
104555 - beroep tegen schorsing bij wijze van ordemaatregel voor een duur van drie maanden, PO.
Vast staat dat het beroep is ingediend buiten de hiervoor vastgestelde termijn. Niet is gebleken dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-11-2010
104682 - Beslissing op verzoek tot wraking; BVE.
Appellant heeft de Commissie en de secretaris van de Commissie gewraakt omdat de Commissie niet heeft bewilligd in een verzoek tot uitstel van de zitting. Voorts heeft hij de Commissie gewraakt omdat zij ondanks het wrakingsverzoek toch de zitting doorgang heeft laten vinden en omdat de Commissie in dezelfde samenstelling reeds eerder over gelijkwaardige zaken van de werkgever heeft geoordeeld. De secretaris kan op grond van het reglement niet worden gewraakt. Uit het niet aanhouden door de Commissie van de behandeling van het beroep kan geen vooringenomenheid worden afgeleid. Daarbij nam de Commissie pas kennis van het wrakingsverzoek nadat de zitting in eerste aanleg plaats had. Derhalve kan ook hieruit geen vooringenomenheid worden geconcludeerd. De gelijkwaardige zaken waaraan appellant refereert, betreffen niet de werkgever. Daarbij zit de Commissie in wisselende samenstelling en als zij al zou oordelen over zaken van dezelfde werkgever zou dit louter toevallig zijn en geen vooringenomenheid impliceren. Het verzoek is afgewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-11-2010
104576 - Beroep tegen disciplinair ontslag wegens plichtsverzuim; BVE
De werknemer heeft grensoverschrijdend gedrag vertoond ten opzichte van een leerlinge terwijl hij recentelijk bericht was dat de werkgever voornemens was hem te berispen wegens een ander plichtsverzuim. De werknemer heeft aangevoerd dat de uitlatingen met de beste bedoelingen en in een bepaalde context zijn gedaan. De werknemer had als ervaren docent moeten begrijpen dat de opmerkingen door de leerlinge als kwetsend zouden kunnen worden ervaren en hij had zijn intenties op andere wijze dienen te verwoorden. De gedane opmerkingen zijn ongepast en leveren plichtsverzuim op. Dit plichtsverzuim is echter niet dermate ernstig dat de werkgever op grond daarvan heeft kunnen overgaan tot de disciplinaire maatregel van ontslag.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-11-2010
104586 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging; BVE
Werknemer is bij wijze van ordemaatregel geschorst wegens een volgens de werkgever onhoudbare toestand op de locatie. Schorsing is daarna met vier weken verlengd. Bij de mondelinge behandeling van het beroep heeft de werkgever een lange reeks van voorbeelden van ongewenst gedrag opgesomd. Deze voorbeelden zijn tardief aan de beslissing ten grondslag gelegd en worden daarom niet bij de beoordeling van het beroep betrokken. Gelet op het gegeven dat de werknemer door het locatiemanagement in zodanige mate als onrust veroorzakende factor werd aangemerkt dat het management zich genoodzaakt zag het vertrouwen in hem op te zeggen, is het begrijpelijk dat de werkgever heeft geoordeeld dat de rust op de school gediend zou zijn bij diens tijdelijke afwezigheid. Beroep tegen schorsing ongegrond. Artikel 39 CAO BVE bepaalt dat de werknemer, voordat hij wordt geschorst, in de gelegenheid wordt gesteld zijn opvattingen omtrent de schorsing kenbaar te maken. Dit voorschrift betreft ook de verlenging van de schorsing. Niet is gebleken dat de werkgever vooraf heeft medegedeeld voornemens te zijn de schorsing te verlengen, noch op welke gronden hij tot dat voornemen was gekomen. Beroep tegen de beslissing om de schorsing te verlengen is gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-11-2010
104558 - Bezwaar tegen opzegging tegen de overeengekomen einddatum van een verlengd tijdelijk dienstverband wegens onvoldoende functioneren. VO
De werknemer is tijdens een functioneringsgesprek gewezen op diverse verbeter- en aandachtspunten. Gebleken is dat de werknemer beschikte over een langdurige, vergelijkbare werkervaring zodat van hem verwacht mocht worden dat hij zich zelfstandig kon verbeteren. Aan de werknemer is daartoe ruimschoots gelegenheid geboden, namelijk vanaf de mededeling van de werkgever hierover op 6 december 2009 en niet slechts vanaf 1 maart 2010, de ingangsdatum van het tweede tijdelijk dienstverband. Voldoende is vast komen te staan dat er na 6 december 2009 geen verbetering in het functioneren van de werknemer is opgetreden. Met de mededeling van 8 maart 2010, dat als gevolg van het uitblijven van voldoende verbetering het tijdelijk dienstverband na 1 augustus 2010 niet meer zou worden verlengd, is de werknemer niet onnodig beperkt in zijn kansen om zich te verbeteren, maar is hem in feite extra tijd geboden om zich te oriënteren op de arbeidsmarkt. Daarbij heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer te introduceren bij een voor hem relevante werkgever.
De werkgever heeft in redelijkheid kunnen besluiten het verlengd tijdelijk dienstverband met de werknemer per 1 augustus te beëindigen. Beroep ongegrond. De complete tekst van de uitspraak kunt u hier downloaden.
26-10-2010
104518 - Beroep tegen tussentijdse opzegging arbeidsovereenkomst wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; VO
Werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met werknemer tussentijds opgezegd omdat hij zich onbetamelijk en onprofessioneel heeft gedragen. De werknemer ontkent dit. Voor zover bepaalde verwijten wel juist zijn, moeten deze in hun context worden geplaatst. Daarbij is hem de mogelijkheid ontnomen zich te verbeteren.
De door werknemer erkende verwijten aan zijn adres getuigen op zichzelf staand reeds van onbetamelijk en onprofessioneel gedrag. Voldoende is vast komen te staan dat er met werknemer diverse keren is gesproken over zijn functioneren en zijn gedrag en dat hij in de gelegenheid is gesteld zijn functioneren te verbeteren.
De werkgever heeft derhalve redelijkerwijze tot de beslissing kunnen komen dat er sprake is van onbekwaamheid en ongeschiktheid om de functie van docent uit te oefenen. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-09-2010
104544 - Beroep tegen beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; VO
Het dienstverband met werkneemster is niet gecontinueerd omdat werkneemster volgens de werkgever niet in staat is te voldoen aan de eisen die worden gesteld bij de uitoefening van het beroep van docent. Gebleken is dat er problemen zijn met de wijze van communiceren - in de breedste zin van het woord - van de werkneemster. Er is sprake van een negatieve werksfeer in de les en de didactische vaardigheden laten te wensen over. De werkgever heeft zich voldoende inspanningen getroost om het functioneren van werkneemster naar een hoger niveau te brengen. Van discriminatie door de werkgever, zoals gesteld door de werkneemster, is niet gebleken. De werkgever heeft, op goede gronden tot de conclusie kunnen komen, dat werkneemster niet in staat is haar lessen op een voor de school aanvaardbaar niveau te verzorgen en heeft derhalve in redelijkheid tot het besluit kunnen komen om het tijdelijk dienstverband niet te verlengen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-08-2010
104635 - Vereenvoudigde behandeling inzake te laat ingesteld beroep tegen opzegging arbeidsovereenkomst; VO
De werknemer heeft niet tijdig beroep ingesteld tegen de beslissing van de werkgever. De werknemer heeft aangevoerd dat de opzeggingsbrief nog geen definitieve opzegging was omdat gesproken werd over de voorgenomen beëindiging waarbij de werkgever nog een nadere toelichting zou geven. Uit de inhoud van de brief en uit de dankzegging voor de verrichte werkzaamheden volgt onomstotelijk dat sprake is van een definitieve opzegging van de arbeidsovereenkomst. Daarenboven vermeldt de beslissing de mogelijkheid beroep in te stellen bij de Commissie. Een latere brief van de werkgever verstrekt slechts informatie over het vinden van een nieuwe baan en kan redelijkerwijze niet als toelichting op de opzegging worden gezien. Voorts is niet gebleken van enige toezegging van de werkgever om nog een nadere toelichting te verstrekken. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding. De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-08-2010
104543 - Beroep tegen ontslag wegens blijvende arbeidsongeschiktheid; VO
Werkneemster is sinds 2008 arbeidsongeschikt. Het UWV heeft haar een WGA-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%. Uit de toekenningsbeschikking mocht de werkgever ten tijde van de opzegging afleiden dat herstel binnen zes maanden redelijkerwijs niet was te verwachten. Het rapport van de arbeidsdeskundige stelt dat de eigen werkzaamheden van werkneemster niet passend zijn en ook niet passend te maken zijn. Er zijn bij de werkgever geen reële herplaatsingsmogelijkheden voor werkneemster. De Commissie is van oordeel dat aan de voorwaarden genoemd in artikel 20 Zavo is voldaan en dat het ontslag gedragen wordt door de daaraan ten grondslag gelegde reden van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebrek. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-08-2010
104506 - Beroep tegen tussentijdse beëindiging van tijdelijke uitbreiding van het dienstverband.
De tijdelijke uitbreiding van de betrekking is overeengekomen in verband met arbeidsmarktomstandigheden in de vorm van een loonmaatregel. De werknemer verrichtte geen werkzaamheden voor deze 0,19 fte. De werkgever heeft opgezegd omdat de werktijden van de werknemer een tijdelijke uitbreiding niet zouden rechtvaardigen en omdat de werknemer niet geautoriseerd zou zijn op instellingsniveau.
De keuze voor een tijdelijke uitbreiding van de betrekking heeft tot gevolg dat van een tussentijdse opzegging slechts sprake kan zijn als daarvoor een geldige reden is.
De door de werkgever opgevoerde gronden zien niet op één van de limitatief opgesomde gronden voor opzegging van artikel 9.a.5. CAO-VO. Omdat een geldige grond voor opzegging van het dienstverband ontbreekt, verklaart de Commissie het beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-07-2010
104473 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; BVE
De werknemer voert aan dat de werkgever ernstig is tekortgeschoten in zijn verplichtingen aangaande de re-integratie en dat de gevolgen van het ontslag te ernstig zijn, gezien de mogelijkheden voor de werknemer om weer aan het werk te komen. De arbeidsongeschiktheid van de werknemer heeft langer dan twee jaar geduurd en herstel binnen zes maanden na het ontslag valt niet te verwachten. De werknemer is door het UWV volledig arbeidsongeschikt verklaard. In de rapportage van de arbeidsdeskundige is aangegeven dat de theoretische verdiencapaciteit van de werknemer nul is en dat er geen herplaatsings-mogelijkheden bij de werkgever zijn. De werkgever zijn geen maatregelen opgelegd in verband met mogelijke tekortkomingen in zijn re-integratieverplichtingen. Uitgaande van de gebleken zeer geringe mogelijke inzetbaarheid van de werknemer alsmede gezien diens volledige arbeidsongeschiktheid en de bevindingen van het UWV heeft de werkgever in redelijkheid tot ontslag kunnen beslissen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-07-2010
104467 - Beroep tegen een ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; HBO
Werkneemster is sedert 2002 arbeidsongeschikt en ontvangt een WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55%. De functie van werkneemster is sedert 2003 opgeheven. Vanaf 2004 verricht werkneemster vanuit haar eigen bedrijf werkzaamheden voor de voormalige commerciële contract-activiteitenpoot van de hogeschool. Tussen partijen was met name in geschil of er al dan niet reële herplaatsingsmogelijkheden voor werkneemster bij de werkgever zijn. Gezien de concrete omstandigheden is de Commissie van oordeel dat er geen reële herplaatsingsmogelijkheden voor werkneemster zijn en dat is voldaan aan de vereisten van artikel 20 lid 2 ZAHBO. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-07-2010
104493 - Beroep tegen berisping; BVE
Werkgever heeft de werknemer berispt omdat deze erotisch getinte foto's van zichzelf op een afgeschermde internetsite heeft laten plaatsen. Volgens de Commissie volgt uit het recht op de persoonlijke levenssfeer dat een werkgever een werknemer in beginsel niet ter verantwoording kan roepen over privézaken, tenzij de privéactiviteiten een dermate negatieve invloed hebben op het werk van de medewerker dat deze niet meer naar behoren kan functioneren. Dat sprake is van het laatste is niet komen vast te staan. Verder heeft de werknemer adequate actie ondernomen door de foto's direct van het internet te laten halen toen deze daarmee werd geconfronteerd door de werkgever. Daarmee heeft de werknemer gehandeld als een goed werknemer en datgene gedaan wat binnen de mogelijkheden lag om de gevolgen van haar handelwijze te beperken. Ook overigens is de Commissie niet gebleken van redenen en of omstandigheden op grond waarvan de werknemer niet langer naar behoren zou kunnen functioneren. Niet is gebleken van een zodanige situatie dat er gesproken kan worden van plichtsverzuim zodat er geen grond is voor het opleggen van een disciplinaire maatregel. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloanden.
08-07-2010
104487 - Beroep tegen ontslag op staande voet; BVE
De werknemer heeft een aantal laptops van de instelling mee naar huis genomen en wordt om die reden op staande voet ontslagen. De echtgenote van de werknemer heeft twee maal bij de werkgever aangegeven dat de werknemer laptops thuis had staan. Pas de tweede keer onderneemt de werkgever actie. Derhalve is het ontslag niet onverwijld gegeven. Daarenboven was de werknemer al geruime tijd met tussenpozen ziek. De dag nadat de werkgever de werknemer ter verantwoording heeft geroepen, zou de werknemer in een psychiatrische instelling worden opgenomen. Niet uitgesloten kan worden dat het meenemen van de laptops alsmede de verantwoordelijkheid hiervoor, de werknemer door zijn ziekte niet of niet geheel, kan worden toegerekend. De werkgever had hierin een zorgvuldiger onderzoek moeten doen. Geen dringende reden. Beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-07-2010
104442 - Beroep tegen disciplinaire overplaatsing; BVE
Werkgever heeft werknemer overgeplaatst nadat deze had geweigerd gehoor te geven aan een hem opgelegde dienstopdracht. De Commissie oordeelt dat de werkgever in redelijkheid heeft kunnen overgaan tot het geven van een dienstopdracht. Van een geldige reden voor werknemer om de dienstopdracht te weigeren is niet gebleken. Hiermee staan de aan de disciplinaire overplaatsing ten grondslag gelegde feiten vast. De werkgever heeft het gedrag van werknemer terecht als plichtsverzuim aangemerkt op grond waarvan hem in beginsel de disciplinaire maatregelen genoemd in artikel H-43 CAO-BVE opgelegd kunnen worden. De werknemer heeft aangevoerd dat hij in een eerder stadium reeds had aangegeven te willen meewerken aan een vrijwillige overplaatsing. De werkgever heeft echter voldoende aannemelijk gemaakt dat gezien de kritische opstelling van werknemer jegens zijn leidinggevenden en de betrokkenheid van werknemer in de ontstane samenwerkingsproblematiek met de opleidingscoördinator, het te verwachten was dat een vrijwillige overplaatsing niet het verwachte effect van een aanpassing van gedrag en houding zou opleveren. Onder deze omstandigheden acht de Commissie het opleggen van een disciplinaire overplaatsing proportioneel. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-07-2010
104430 - Beroep tegen een schorsing als ordemaatregel; BVE
Werkgever heeft werknemer bij wijze van ordemaatregel geschorst voor de duur van 4 weken, dit om zich te beraden over een mogelijk op te leggen disciplinaire maatregel. Werknemer was door zijn opleidingcoördinator uitgenodigd voor een voortgangsgesprek in het kader van het ingezette beoordelingstraject. Werknemer heeft deze uitnodiging niet geaccepteerd tenzij zou worden voldaan aan een aantal door hem gestelde voorwaarden. Nadat de opleidingscoördinator daarop had bericht niet aan deze voorwaarden te kunnen voldoen, heeft werknemer nogmaals geweigerd op het gesprek te verschijnen. Hierop heeft de unitdirecteur werknemer medegedeeld dat de uitnodiging voor het gesprek werd omgezet in een dienstopdracht. Werknemer heeft geen gehoor gegeven aan deze dienstopdracht. Gezien deze omstandigheden acht de Commissie het redelijk dat de werkgever tijd nodig had om zich te beraden op een nieuwe passende disciplinaire maatregel (werknemer had al eerder een schriftelijke berisping opgelegd gekregen). Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-07-2010
104410 - Beroep tegen schriftelijke berisping; BVE
Werknemer heeft een schriftelijke berisping opgelegd gekregen vanwege plichtsverzuim, door de werkgever gegrond op een aantal gedragingen van werknemer, onder meer bestaande uit het stelselmatig op onprofessionele wijze communiceren met deelnemers, collega's en directie, contraproductief gedrag, tegenwerken van de leidinggevende, eigenmachtig handelen en het niet kunnen of willen accepteren van klachten van deelnemers. De Commissie is gebleken dat werknemer weinig zelfreflectie vertoont en op onheuse wijze met zijn leidinggevende communiceert. Hoewel er binnen de unit waar werknemer werkzaam is, meerdere docenten zijn die moeite hebben met het functioneren van de opleidingscoördinator, overschrijdt werknemer de grenzen van fatsoen bij het communiceren met zijn leidinggevenden. Werknemer vertoont voorts geen bereidheid om zijn gedrag en houding aan te passen om te komen tot werkbare verhoudingen. Hiermee vertoont werknemer gedrag dat de werkgever aan de berisping ten grondslag heeft gelegd. Deze handelswijze levert plichtsverzuim op en gelet op alle omstandigheden acht de Commissie een schriftelijke berisping op zijn plaats. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-07-2010
104481 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel; BVE
Werkneemster is benoemd in een eerste tijdelijk dienstverband, en is vrijgesteld van werkzaamheden, hetgeen feitelijk neerkomt op een schorsing als ordemaatregel. De werkgever heeft als reden aangevoerd dat werkneemster onvoldoende functioneert. De voornemen-procedure is gevolgd. Nog afgezien van de vraag of werkneemster al dan niet voldoende functioneerde, staat voldoende vast dat werkneemster niet bereid gebleken is om met de werkgever in gesprek te gaan over haar functioneren. Hiermee ondermijnt werkneemster de mogelijkheid van de werkgever om haar te allen tijde aan te spreken op eventuele klachten over haar functioneren en haar, waar nodig, bij te sturen en aldus te trachten tot een verbetering van het functioneren te komen. De hiertoe noodzakelijke gesprekken staan los van een officiële inwerkperiode. De werkgever heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat werkneemster de gebruikelijke begeleiding is geboden bij indiensttreding. Door de onbuigzame houding en de kritische opstelling van werkneemster in de onderlinge communicatie acht de Commissie het redelijk dat de werkgever geen vertrouwen meer had in een onbelemmerd functioneren van werkneemster en dat hij haar op deze grond heeft geschorst bij wijze van ordemaatregel, dit in afwachting van het van rechtswege eindigen van het tijdelijk dienstverband. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-07-2010
104306 - Beroep tegen niet voortzetten arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; BVE
Werknemer is sinds februari 2007 via een personeels-bv werkzaam bij het ROC. Het dienstverband werd tweemaal verlengd, laatstelijk tot 1 augustus 2009. De salarisspecificatie over de maand juli 2009 bevatte de mededeling "ontslag per 1 augustus 2009." Hiertegen is beroep ingesteld. Wat betreft de ontvankelijkheid overweegt de Commissie dat artikel 4.1.5 lid 1 onder f WEB de mogelijkheid opent beroep in te stellen tegen een beslissing inhoudende de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband. Zoals de Commissie al vaker heeft overwogen, is voor het eindigen van een dergelijke arbeidsovereenkomst geen opzeggingshandeling vereist en eindigt deze van rechtswege na het verstrijken van de overeengekomen tijd. Derhalve kan deze bepaling uitsluitend betrekking hebben op het tussentijds beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Het einde van de overeengekomen periode viel op 31 juli 2009. De mededeling op de salarisstrook kan niet anders worden beschouwd dan als een mededeling van de werkgever dat de arbeidsovereenkomst niet meer verlengd zou worden. Derhalve is er geen beslissing waartegen beroep open staat. Gelet op de niet ontvankelijkheid van het beroep zal de Commissie een uitgebreid onderzoek naar haar eigen bevoegdheid achterwege laten. De uitkomst van een dergelijk onderzoek kan immers niet tot gegrondheid van het beroep leiden. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-06-2010
104274 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; PO
Werkneemster is als onderwijsassistente werkzaam op basis van de zgn. regeling Voor- en Vroegschoolse Educatie. De subsidie daarvoor is door de gemeente beëindigd. Het ontslag is gebaseerd op het ontbreken van structurele formatie. De werknemer heeft de voornemen-procedure niet gevolgd maar nu werkneemster zich schriftelijk tegen het op handen zijnde ontslag heeft verweerd, leidt deze omissie van de werkgever niet tot het gegrond verklaren van het beroep. Werkneemster was ten tijde van de opzegging arbeidsongeschikt maar heeft verzuimd het opzegverbod wegens ziekte tijdig in te roepen. Vast staat dat werkneemster is benoemd op aanvullende formatie waarvoor de subsidie wegvalt. Werkgever heeft voldoende inzichtelijk gemaakt dat vanuit de reguliere middelen geen ruimte aanwezig is de functie langer te bekostigen. Door het ontbreken van een onderwijsbevoegdheid zijn de herplaatsingsmogelijkheden beperkt. Er is een onjuiste opzegtermijn gehanteerd; conversie van de opzegdatum. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-06-2010
104403 - Beroep tegen voornemen ontslag en tegen schorsing; BVE
De werkgever heeft medegedeeld dat hij de arbeidsovereenkomst van de werknemer per 1 januari 2010 zal beëindigen en dat de werknemer wordt vrijgesteld van werkzaamheden. Van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst is geen sprake, de werkgever heeft slechts een voornemen tot beëindiging kenbaar gemaakt. In zoverre is het beroep niet ontvankelijk.De werknemer is ontheven van zijn werkzaamheden. Deze ontheffing kan niet anders gezien worden dan als een schorsing. Bij deze schorsing is verzuimd de werknemer te horen en de schorsing heeft de maximale termijn genoemd in de CAO overschreden. Beroep tegen het voornemen tot beëindiging is niet-ontvankelijk.Beroep tegen de schorsing is gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-06-2010
104483 - Beroep tegen disciplinaire schorsing; BVE
Binnen de opleiding waar werknemer werkzaam was, gold de verplichting om naakt te douchen. Na een weigering van twee deelnemers nog langer naakt te douchen heeft een collega-docent lichamelijke opvoeding - op initiatief van de werknemer - de groep deelnemers, waar deze twee deelnemers deel van uitmaakten, meegenomen naar het naaktstrand om daar ongekleed te gaan zwemmen. Naakt douchen was volgens de school- en huisregels van de opleiding destijds een verplichting. De desbetreffende twee deelnemers hadden zich daarmee bij de intake akkoord verklaard en zij hadden al enkele weken naakt gedoucht. Het is dan niet onbegrijpelijk dat de werknemer wenste dat deze deelnemers zich aan de regels zouden conformeren. Het daarop volgende handelen van werknemer is in strijd met de op het ROC geldende Gedragscode en daarom te kwalificeren als plichtsverzuim. De opgelegde maatregel (disciplinaire schorsing) is echter niet proportioneel omdat de collega een eigen verantwoordelijkheid had, werknemer niet zelf uitvoerder is geweest en het dan niet redelijk is om hem dezelfde maatregel op te leggen als zijn collega. Beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-04-2010
104279 - Beroep tegen disciplinair ontslag wegens plichtsverzuim en/of andere redenen van gewichtige aard. BVE.
Sinds 2006 is de werkneemster arbeidsongeschikt, naar later blijkt vanwege de ziekte van Lyme. De werkneemster heeft niet meegewerkt aan haar reïntegratieverplichtingen terwijl de aangeboden arbeid, naar het oordeel van het UWV, passend is en er, naar het oordeel van de arbeidsdeskundige, op basis van de beschikbare medische informatie geen deugdelijke grond voor de werkneemster is voor het niet aanvaarden van dit werk. De werkneemster heeft hierbij nagelaten een second opinion bij het UWV aan te vragen en/of haar behandelende artsen contact met de bedrijfsarts te laten opnemen. Aldus heeft zij gehandeld in strijd met de ingevolge de arbeidsovereenkomst, het BW en het ZAR-BVE op haar rustende verplichtingen, waarmee zij zich niet als een goed werknemer heeft gedragen en plichtsverzuim heeft gepleegd als bedoeld in artikel H-44 CAO-BVE. Omdat de werkgever geen andere middelen meer ten dienste stonden die ertoe zouden kunnen leiden dat de werkneemster alsnog de als passend beschouwde werkzaamheden zou gaan verrichten, heeft hij het dienstverband met de werkneemster redelijkerwijze kunnen beëindigen op grond van plichtsverzuim. De Commissie oordeelt dat de werkgever een onjuiste opzegtermijn heeft gehanteerd en verstaat de ontslagbeslissing aldus dat is opgezegd tegen de juiste opzegdatum. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-04-2010
104324 - Beroep tegen niet voortzetten dienstverband voor bepaalde tijd; HBO
De werknemer had vanaf 1 februari 2005 een ambtelijke aanstelling en verrichtte op detacheringbasis bij de werkgever projectwerkzaamheden. Met ingang van 1 maart 2008 is hij in dienst getreden bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Deze arbeidsovereenkomst is daarna verlengd. De werkgever heeft meegedeeld de arbeidsovereenkomst, vanwege een onvoldoende beoordeling, niet verder te verlengen. De werknemer stelt dat hij inmiddels in vaste dienst is en dat de werkgever hem aldus uit een vast dienstverband heeft ontslagen. Onder "arbeidsovereenkomst" in de zin van artikel 7:667 BW en artikel 7:668a BW wordt geen ambtelijke aanstelling begrepen. Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met de werkgever niet is aan te merken als een voortzetting van de ambtelijke aanstelling. Derhalve had de werknemer een tijdelijke arbeidsovereenkomst die per 1 augustus 2009 eindigde door het enkele verstrijken van de termijn waarvoor deze was aangegaan. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-04-2010
104404 - Beroep tegen ontslag wegens andere redenen van gewichtige aard; BVE
De reden van gewichtige aard is het niet meewerken aan re-integratie als gevolg waarvan het vertrouwen in een verdere samenwerking is komen te vervallen. Nu werkneemster meer dan een jaar heeft gewacht voordat ze toestemming gaf aan de bedrijfsarts om medische informatie op te vragen die nodig was om haar belastbaarheid te kunnen vaststellen en zij voorts geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om zich te laten onderzoeken door een onafhankelijke verzekeringsgeneeskundige terwijl zij daartoe vier maal is uitgenodigd, is voldoende komen vast te staan dat werkneemster onvoldoende heeft meegewerkt aan haar re-integratie. Daar komt nog bij dat werkneemster tijdens haar ziekteperiode zonder medeweten van haar werkgever elders is gaan werken. Ondanks dat werkneemster weinig vertrouwen meer had in haar werkgever (de werkgever had haar loonbetaling opgeschort), rustte op haar de plicht om dit aan haar werkgever door te geven. Al met al heeft de werkgever de werknemer redelijkerwijze kunnen ontslaan wegens andere om redenen van gewichtige aard. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-04-2010
104166 - Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim; BVE
Het plichtsverzuim staat in relatie tot een zwaar misdrijf waarvoor de werknemer is veroordeeld. Nu door een onherroepelijk vonnis van de Franse rechter vaststaat dat de werknemer de wet heeft overtreden door drugsbezit, is het plichtsverzuim voldoende komen vast te staan. Gezien de voorbeeldfunctie die de werknemer als docent vervulde ten aanzien van kwetsbare aan zijn zorg toevertrouwde leerlingen, is dit plichtsverzuim, dat heeft geleid tot gevangenisstraf, voldoende ernstig om een ingrijpende maatregel als een ontslag wegens plichtsverzuim te kunnen dragen. Het ontslag is proportioneel. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-03-2010
104396 - Beroep tegen Schorsing; HBO
Na enkele eerdere schorsingsbeslissingen heeft de werkgever de werknemer opnieuw geschorst in afwachting van de beslissing van de kantonrechter op het verzoek om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. Hoewel de werkgever een eerdere verlenging van de schorsing heeft ingetrokken, neemt dat niet weg dat de werknemer gedurende die periode feitelijk wel geschorst is geweest. Voorts is de grond voor schorsing steeds in hetzelfde feitencomplex gelegen geweest. Aangezien een schorsing op grond van artikel P-1 lid 4 CAO-HBO maximaal zes maanden mag duren en deze periode ruimschoots is overschreden, is het beroep reeds om deze reden gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-03-2010
104373 - Beroep tegen ontslag op staande voet; HBO
De werknemer is enige malen op het werk afwezig geweest en als hij daarop wordt aangesproken stelt hij een geldige reden hiervoor te hebben. Daarbij claimt de werknemer ook verlof voor de komende week. Als hij die week niet aanwezig is ontslaat de werkgever hem op staande voet. Dat de werkgever er streng op toezag dat de werknemer voor zijn afwezigheid een geldige reden had, is begrijpelijk. Echter, de werkgever had in de gegeven omstandigheden niet kunnen volstaan met het slechts één maal manen van de werknemer om de vereiste gegevens over te leggen. De werkgever had de werknemer na zijn vakantie een laatste maal in de gelegenheid moeten stellen om de vereiste gegevens over te leggen om zo helderheid over de grond van afwezigheid te kunnen krijgen. Aldus is niet vast komen te staan dat de afwezigheid van de werknemer ongeoorloofd was. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-03-2010
104364 - Beroep tegen ontslag op staande voet; VO
De ontslagbrief vermeldt dat de werknemer misbruik heeft gemaakt van zijn positie als docent door het aangaan van een (seksuele) relatie met een leerlinge. De dringende reden is voor de Commissie voldoende komen vast te staan. De rector had de werknemer aangesproken op zijn omgang in de privé-sfeer met de leerlinge; dit had de werknemer ertoe moeten brengen zich te realiseren dat het leraarschap grenzen stelt aan de omgang met leerlingen buiten de klassensituatie. Leerlingen en hun ouders mogen van school verwachten dat de leerlingen er een veilige leeromgeving aantreffen. Deze veiligheid vereist van de op school werkzame personen dat zij oog hebben voor de professionele grenzen en daar ook naar handelen. Door de relatie met de leerlinge, in plaats van te beëindigen, juist te intensiveren en toe te laten dat deze uitmondde in een liefdesrelatie, heeft de werknemer de grenzen van professionaliteit dermate ernstig overschreden dat van de werkgever in redelijkheid niet kon worden gevergd dat hij na het bekend raken met deze relatie de arbeidsovereenkomst zou laten voortduren. Door het ontslag op dezelfde dag te geven als deze waarop de werknemer zijn ontslagname introk, is voldaan aan het vereiste dat het ontslag onverwijld dient te worden verleend. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-03-2010
104316 - Beroep tegen rddf-plaatsing; PO
Op grond van art. 2.8 lid 1 CAO-PO dient de beslissing van de werkgever om een werknemer in het rddf te plaatsen gemotiveerd en schriftelijk, zo spoedig mogelijk maar uiterlijk vóór de zomervakantie, aan de werknemer te worden medegedeeld. De bestreden beslissing is verzonden op de dag dat de zomervakantie in de desbetreffende regio aanving. Voordien is de rddf-plaatsing niet met de werknemer besproken. Aan de rddf-plaatsing ligt ook geen door de MR goedgekeurd formatieplan ten grondslag; strijd met artikel 2.7 CAO PO. Van zwaarwegende omstandigheden is de Commissie voorts niet gebleken.Ten overvloede overweegt de Commissie dat de door de werkgever gestelde slechte financiële situatie van de school niet nader is onderbouwd en dat de gehanteerde afvloeiingslijst onvoldoende duidelijk is. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
03-02-2010
104231 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie; BVE
Werknemer is ontslagen omdat zijn arbeidsplaats als gevolg van een reorganisatie is komen te vervallen. De werknemer bekleedde de enige functie in de functiecategorie webmaster. Deze functiecategorie is, met instemming van de MR, geheel opgeheven. Dat werknemer formeel nog was benoemd als docent doet aan het ontslag niet af omdat hij sinds 2001 werkzaam is als webmaster. Sindsdien heeft de werknemer niet meer voor de klas gestaan maar is hij als webmaster/webredacteur vooral met ICT- werkzaamheden bezig geweest. Dat ander passend werk beschikbaar zou zijn, is niet gebleken. Dientengevolge heeft de werkgever de werknemer redelijkerwijze kunnen ontslaan wegens het vervallen van zijn arbeidsplaats. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-02-2010
104295/104325/104333 - Schorsing en verlenging schorsing; HBO
Werknemer was werkzaam als directeur. Na een onvoldoende beoordeling heeft hij gesproken met de voorzitter van de Raad van Toezicht. Deze constateerde dat er een sprake was van een vertrouwensbreuk tussen de werknemer en het College van Bestuur. Werkgever heeft werknemer geschorst vanwege ontbreken van noodzakelijk vertrouwen. Schorsing na drie maanden verlengd in afwachting van ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter. Verzoek voorlopige voorziening tegen verlengde schorsing afgewezen (104334). Beslissing verlenging schorsing ingetrokken, beroep daartegen niet-ontvankelijk.
Gelet op het feit dat een directeur rechtstreeks ressorteert onder het CvB heeft de werkgever in redelijkheid kunnen beslissen de werknemer uit zijn taken te ontheffen vanwege de problemen in de samenwerking in afwachting van een oplossing van deze problemen. Gelet op het gehele feitencomplex rondom de opgelegde schorsingen en onder verwijzing naar de uitspraak van de voorzitter gaat de Commissie ervan uit dat de werkgever op passende wijze invulling zal geven aan artikel P-3 CAO HBO (rehabilitatie). Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-01-2010
104233 - Beroep tegen mededeling einde tijdelijke dienstverband; BVE.
Artikel N-1 CAO-BVE somt limitatief de beslissingen op waartegen een werknemer in beroep kan gaan bij de Commissie. Het van rechtswege eindigen van een verlengd tijdelijk dienstverband is hierin niet opgenomen zodat op die grond hiertegen geen beroep open staat bij de Commissie.
De in artikel 4.1.5 onder f WEB en artikel 8 van bijlage C bij de CAO-BVE vermelde mogelijkheid om beroep in te dienen tegen een beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband kan door de gebruikte bewoordingen niet anders worden verstaan dan dat dit ziet op een tussentijdse beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband dan wel op een beslissing door de werkgever gericht op een beëindiging van het dienstverband. In casu is geen sprake van een beslissing van de werkgever gericht op beëindiging aangezien de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd door het verstrijken van de termijn waarvoor de overeenkomst werd aangegaan. De mededeling van de werkgever is louter bedoeld als het verschaffen van duidelijkheid aan de werknemer.
Het beroep is niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-01-2010
104345 - Beroep tegen niet verlengen het tijdelijk dienstverband; BVE.
Een tijdelijk dienstverband eindigt op grond van artikel 6:667 BW van rechtswege wanneer de tijd is verstreken waarvoor het is aangegaan. De brief van de werkgever is derhalve niet meer dan een mededeling waartegen geen beroep open staat. Aldus is de mededeling waartegen het beroep gericht is, geen opzegging. Omdat er geen opzegging is, kan er ook geen sprake kan zijn van een opzegverbod.Artikel N-1 CAO-BVE somt limitatief de beslissingen op waartegen een werknemer in beroep kan gaan bij de Commissie. Het van rechtswege eindigen van een tijdelijk dienstverband noch het niet voortzetten van een tijdelijk dienstverband is hierin opgenomen, zodat op die grond hiertegen geen beroep open staat bij de Commissie. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-01-2010
104285 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; PO
Nadat kritiek op het functioneren van de werkneemster is ontstaan, zijn er klassenbezoeken geweest, coaching door een collega en een arbeidspsychologisch onderzoek. Uit de verslagen van de klassenbezoeken valt niet op te maken waarom de werkneemster niet goed zou functioneren en hoe een en ander verbeterd zou kunnen worden. Daarenboven zijn er geen verslagen van functionerings- of beoordelingsgesprekken waarin wordt aangegeven dat de werkgever kritiek heeft op het functioneren van de werkneemster. Van daadwerkelijke inhoudelijke begeleiding van de werkneemster is niet gebleken terwijl met de uit het arbeidspsychologisch onderzoek voortkomende onderzoeksbevindingen niets is gedaan om tot ondersteuning bij verbetering van het functioneren te komen. Uit het geheel valt niet op te maken dat de werkneemster zodanig disfunctioneert dat voortzetting van het dienstverband niet in redelijkheid van de werkgever gevraagd kan worden. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-01-2010
104280 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; BVE
De werknemer is ontslagen omdat hij de eigenschappen, mentaliteit en instelling zou ontberen die voor een goede uitoefening van zijn functie vereist zijn. Via diverse kanalen worden klachten over hem ontvangen, hij zou zich afzetten tegen collega's en niet meedoen aan een door de werkgever verlangd persoonlijk verandertraject. De werkgever heeft het disfunctioneren van de werknemer niet goed onderbouwd. Voorts is niet gebleken dat de werkgever zorgvuldig onderzoek met hoor en wederhoor heeft toegepast. Gezien het bijzonder lange dienstverband had de werkgever zich maximaal in dienen te spannen om de werknemer in een gewenst verandertraject te begeleiden. Daarvan is onvoldoende gebleken. Nadat de werkgever de werknemer mondeling in kennis had gesteld van het voornemen tot ontslag, heeft de werkgever via docenten wederom klachten van studenten over hem ontvangen. Op 22 juni 2009 werd opnieuw een klacht van een extern bedrijf ontvangen over het functioneren van de werknemer jegens studenten. Tegen deze achtergrond is het niet onredelijk dat de werkgever tot schorsing is overgegaan. Beroep tegen ontslag gegrond.
Beroep tegen schorsing ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-01-2010
104213 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie; BVE
Werknemer is ontslagen omdat zijn arbeidsplaats als gevolg van een reorganisatie is komen te vervallen. Werknemer heeft een functie in de functiecategorie "geen fuwa-functie", die gedeeltelijk is opgeheven. Werknemer is benoemd als docent maar werkte al lang niet meer als docent en was werkzaam in funties die niet waren beschreven. Daarmee is voor de Commissie voldoende aannemelijk geworden dat de werkzaamheden leiden tot het in het kader van het Sociaal Plan indelen van zijn functie in de functiecategorie geen fuwa-functie. Bij het boventallig verklaren is het anciënniteitsbeginsel in acht genomen. Werknemer heeft aangegeven dat hij wel als salesmanager of docent zou willen werken. Nu de functie van salesmanager is komen te vervallen en werknemer nooit eerder kenbaar heeft gemaakt als docent te willen werken en ook geen gehoor heeft gegeven aan de oproepen van het mobiliteitsbureau, kan het de werkgever niet worden tegengeworpen dat deze functies niet zijn aangeboden. Dat er sprake zou zijn van een andere voor hem passende functie, is de Commissie niet gebleken. Er is niet gebleken van onevenredige benadeling. Het Sociaal Plan is niet op onjuiste wijze uitgevoerd. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-01-2010
104208 - Beroep tegen vervallen arbeidsplaats; BVE
Werkneemster is ontslagen omdat haar arbeidsplaats als gevolg van een reorganisatie is komen te vervallen. Het staat vast dat zij een van de functies in de functiecategorie baliemedewerker bekleedde en dat deze functiecategorie, met instemming van de MR, gedeeltelijk is opgeheven. Dat werk- neemster een andere functie zou vervullen is de Commissie gezien de feitelijk uitgeoefende werkzaamheden niet gebleken. Werkgever kon er dus van uitgaan dat werkneemster baliemedewerkster was. Omdat werkneemster van de baliemedewerksters het minst lang in dienst was, is zij terecht boventallig verklaard.Er is nog getracht om werkneemster te herplaatsen. Er leek een mogelijkheid te zijn maar de functie die werkneemster was aangeboden qua omvang meer dan 10% afweek, is beslist dat de aangeboden functie niet passend was. Volgens de normen van de herplaatsingsgroep was dat geen onredelijk besluit. Dat er sprake zou zijn van een andere passende functie waarin werkneemster herplaatst had kunnen worden, is gesteld noch gebleken.Voor zover de Commissie op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen kan beoordelen is van een onevenredige benadeling geen sprake, waardoor er geen aanleiding bestaat om de hardheidsclausule toe te passen. Alles overziende is de Commissie tot de conclusie gekomen dat het Sociaal Plan in redelijkheid aan het ontslag ten grondslag kon liggen en dat de werkgever ten aanzien van werkneemster aan dit Sociaal Plan niet op onjuiste wijze uitvoering heeft gegeven. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-01-2010
104293 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; PO
De werknemer is groepsleerkracht. Doordat hij gedurende een lange periode ieder schooljaar gedurende 69% van het schooljaar niet in staat is geweest zijn functie te vervullen, is naar de mening van de werkgever sprake van discontinuïteit waardoor de werknemer ongeschikt is voor zijn functie. De werkgever heeft onvoldoende gemotiveerd dan wel aannemelijk gemaakt dat de werknemer ongeschikt is voor zijn werkzaamheden als groepsleerkracht anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. De onderbouwing van de ongeschiktheid is immers uitsluitend gegrond op het hoge verzuimpercentage. Er zijn geen functionerings- en beoordelingsgesprekken met de werknemer gevoerd en voorts blijkt niet dat de werknemer zijn werkzaamheden niet naar behoren verrichtte. Ook de subsidiaire ontslaggrond, andere met name genoemde gewichtige redenen, is door de werkgever onvoldoende gemotiveerd. Het ontslag wordt niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde redenen. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-12-2009
104327 / 104371 - Uitspraak in vereenvoudigde behandeling; HBO
Beroep naar aanleiding van de ontvangst door werkneemster van een voorlopig rooster alsmede beroep naar aanleiding van de ontvangst van een brief van de werkgever inhoudende een verbod een leerlinge te begeleiden. De beroepen zijn feitelijk gericht tegen de beëindiging van de tijdelijke uitbreiding van de betrekking van werkneemster per 1 augustus 2008. Werkneemster heeft tegen deze beëindiging destijds geen beroep ingesteld. Nu zij zich reeds sedert mei 2009 van rechtskundige bijstand heeft voorzien en vervolgens nog heeft gewacht tot 22 september 2009 met het instellen van beroep kan niet worden gesteld dat zij zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs verlangd kan worden beroep heeft ingesteld. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.
Beroepen kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-12-2009
104278 - Beroep tegen beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; VO
Werknemer is docent; zijn verlengd tijdelijk dienstverband is beëindigd wegens het niet behalen van de onderwijsbevoegdheid, alsmede wegens onvoldoende functioneren. De Commissie oordeelt dat het een tijdelijk dienstverband betreft omdat het dienstverband van een docent zonder onderwijsbevoegdheid niet vast kan zijn. In artikel 8.a.2 lid 7 CAO VO is aangegeven welke dienstverbanden na een periode van drie jaar worden omgezet van tijdelijk naar vast. In dat artikel wordt niet verwezen naar artikel 8.a.2 lid 1dat het tijdelijk dienstverband wegens het ontbreken van onderwijsbevoegdheid betreft. Aan de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband behoeft geen opzeggingsgrond ex art. 9.a.5 CAO VO ten grondslag te liggen en de voornemen-procedure van art. 9.a.8 CAO VO is niet van toepassing. Er dient nagegaan te worden of de beëindiging in redelijkheid kon gebeuren. In casu oordeelt de Commissie dat dit het geval is omdat het de bedoeling was dat werknemer binnen twee jaar na 2005 zijn onderwijsbevoegdheid zou halen. Dat de werkgever na drie jaar een ultimatum heeft gesteld, is niet onredelijk. De werkgever heeft reeds vanwege het niet behalen van de onderwijsbevoegdheid binnen de overeengekomen periode, in redelijkheid het verlengd tijdelijk dienstverband kunnen beëindigen. De opzegtermijn die de werkgever diende te hanteren op grond van artikel 9.a.4 lid 1 aanhef en onder c CAO VO bedraagt drie maanden in plaats van de gehanteerde een maand. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-12-2009
104305 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; VO
Werknemer is docent en is ontslagen wegens onvoldoende functioneren. Hoewel de werkgever geen op maat gesneden begeleidingstraject heeft ontwikkeld, heeft hij de werknemer vanaf 2007 meerdere malen aangegeven op welke punten zijn functioneren diende te verbeteren. De verbeterpunten waren zodanig concreet geformuleerd dat van de werknemer verwacht kon worden hiermee aan de slag te gaan. De werkgever heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat dit niet is gebeurd. Gezien de pogingen die de werkgever heeft gedaan om het functioneren van de werknemer op een hoger niveau te brengen - zoals het bijwonen van de lessen, het daarna bespreken van de lessen met de werknemer en het formuleren van verbeterpunten - en de conclusie dat die inspanningen geen aanvaardbaar resultaat hebben opgeleverd, is de ongeschiktheid van de werknemer voor de functie van docent naar het oordeel van de Commissie voldoende vast komen te staan en heeft de werkgever hem redelijkerwijze op die grond kunnen ontslaan. De te hanteren opzegtermijn bedroeg op grond van artikel 9.a.4 lid 1 aanhef en onder c CAO VO drie maanden in plaats van de gehanteerde twee maanden bedroeg. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-12-2009
104284 / 104297 / 104289 / 104303 - Beroepen (4) tegen rddf-plaatsing; PO
Op grond van art. 2.8 lid 1 CAO-PO dient de beslissing van de werkgever om een werknemer in het rddf te plaatsen gemotiveerd en schriftelijk, zo spoedig mogelijk maar uiterlijk vóór de zomervakantie, aan de werknemer te worden medegedeeld. De bestreden beslissing is verzonden op de dag dat de zomervakantie in de desbetreffende regio aanving. Voordien is de rddf-plaatsing niet met de werknemer besproken. Aan de rddf-plaatsing ligt ook geen door de MR goedgekeurd formatieplan ten grondslag; strijd met artikel 2.7 CAO PO. Het financieel zwaar weer waarmee de werkgever heeft te kampen was bij het opstellen van het concept-bestuursformatieplan in april reeds bekend en kan derhalve niet als zwaarwegende reden worden opgevoerd. De Commissie is niet overtuigd van de juistheid van de in de financiële analyse opgenomen gegevens m.b.t. leerlingenaantallen en de slechte financiële situatie. De door de werkgever gehanteerde afvloeiingslijst is onvoldoende duidelijk: de daarin vermelde datum indiensttreding komt in veel gevallen niet overeen met de diensttijd van de werknemer en een schoolassistent die volgens het verweerschrift in het rddf is geplaatst, komt op deze lijst niet voor. Dit heeft tot gevolg dat de Commissie zich inhoudelijk geen afgewogen oordeel kan vormen over de noodzaak tot en de rechtmatigheid van de onderhavige rddf-plaatsingen. Beroepen gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-11-2009
104206 - Beroep tegen mededeling beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; HBO
Werknemer voert aan dat er sprake is geweest van een doorlopend dienstverband waardoor er na 36 maanden een dienstverband voor onbepaalde tijd is ontstaan. De werkgever heeft daartegen aangevoerd dat er geen sprake is van opeenvolgende dienstverbanden omdat werknemer in de periode 1 maart 2006 tot 11 september 2006 niet werkzaam is geweest op basis van een arbeidsovereenkomst waardoor sprake is van een tussenperiode van meer dan 3 maanden waardoor de keten is onderbroken. Werknemer heeft gedurende deze periode wel werkzaamheden verricht maar dat was volgens de werkgever op basis van een overeenkomst van opdracht. De Commissie kwalificeert de werkzaamheden van de werknemer in de genoemde periode als een arbeidsovereenkomst omdat aan alle criteria voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst is voldaan: arbeid, gezagsverhouding en loon gedurende een zekere tijd. Dit betekent dat de periode tussen de dienstverbanden in minder dan 3 maanden bedraagt waardoor de dienstverbanden op grond van art. D-5 lid 3 CAO-HBO en art. 7:668a BW opvolgend zijn. Aldus is het tijdelijk dienstverband van werknemer op 17 november 2006 overgegaan in een vast dienstverband zodat de bestreden beslissing neerkomt op een ontslagbeslissing. Aangezien een ontslag uit een vast dienstverband niet gebaseerd kan worden op een beëindiging van rechtswege van een tijdelijk dienstverband is er geen juiste opzeggrond. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-11-2009
104192 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige redenen; VO
Het verlengd tijdelijk dienstverband is beëindigd vanwege het niet nakomen van gemaakte studieafspraken. De Commissie overweegt dat aan de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband geen opzeggingsgrond ex art. 9.a.5 CAO VO ten grondslag behoeft te liggen en dat ook de voornemen-procedure van art. 9.a.8 CAO VO niet van toepassing is. Dat de werkgever wel heeft opgezegd op grond van één van de in dit artikel genoemde opzeggingsgronden, beschouwt de Commissie als te zijn gedaan uit oogpunt van de te betrachten zorgvuldigheid. De Commissie overweegt voorts dat reeds in 2007 aan werkneemster kenbaar is gemaakt dat de werkgever uit oogpunt van onderwijskwaliteit heeft besloten uitsluitend te werken met onderwijspersoneel dat beschikt over de wettelijke onderwijsbevoegdheden. De werkgever heeft werkneemster nadien met enige regelmaat op de verplichting gewezen haar onderwijsbevoegdheid te behalen en haar daarbij op de consequentie gewezen dat, als zij niet voor 1 augustus 2009 haar diploma zou behalen, dit tot gevolg zal hebben dat het tijdelijke dienstverband niet zal worden verlengd. De werkneemster heeft haar bevoegdheid niet tijdig behaald zodat de werkgever in redelijkheid heeft kunnen beslissen het verlengd tijdelijk dienstverband met haar te beëindigen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-11-2009
104183 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; VO
Het tweede dienstverband voor bepaalde tijd is beëindigd vanwege een niet positief afgerond beoordelingstraject. De Commissie overweegt dat aan de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband geen opzeggingsgrond ex art. 9.a.5 CAO VO ten grondslag behoeft te liggen en dat ook de voornemen-procedure van art. 9.a.8 CAO VO niet van toepassing is. Dat de werkgever wel heeft opgezegd op grond van één van de in dit artikel genoemde opzeggingsgronden, beschouwt de Commissie als te zijn gedaan uit oogpunt van de te betrachten zorgvuldigheid.Voorts is de Commissie van oordeel dat de onbekwaamheid of ongeschikt van de werknemer voldoende is komen vast te staan en dat de werkgever zich voldoende inspanningen heeft getroost om het functioneren van werknemer naar een hoger niveau te brengen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
03-11-2009
104341 - Verzoek voorlopige voorziening beëindiging tijdelijke uitbreiding uren; HBO
Appellante heeft beroep bij de Commissie ingediend nadat zij van haar werkgever een voorlopig rooster had ontvangen waaruit bleek dat bepaalde lesuren die de voorgaande jaren steeds aan haar waren toebedeeld nu aan een collega waren toebedeeld. Appellante heeft de Voorzitter van de Commissie verzocht een zodanige voorlopige voorziening te treffen "dat haar belangen niet worden geschaad". De Voorzitter overweegt dat het beroep van appellante feitelijk is ingesteld tegen de beëindiging van een tijdelijke uitbreiding per 1 augustus 2009. Appellante heeft hiertegen naar het oordeel van de Voorzitter niet tijdig beroep ingesteld bij de Commissie en voorts is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Dientengevolge acht de Voorzitter het waarschijnlijk dat de Commissie het beroep in de bodemprocedure niet-ontvankelijk zal verklaren en wijst hij het verzoek om een voorlopige voorziening af. De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-11-2009
104108 - Beroep tegen beoordeling alsmede beëindigen verlengd tijdelijk dienstverband; BVE
De Commissie verklaart het beroep tegen de beoordeling niet-ontvankelijk omdat tegen een beoordeling geen beroep bij de Commissie open staat.
Ogv art. H-12 CAO-BVE heeft de werkgever geen bijzondere grond nodig heeft voor het aangaan van een tijdelijke arbeidsovereenkomst. Art. H-50 onder f CAO-BVE bepaalt dat de dienstbetrekking eindigt door het verstrijken van de termijn waarvoor zij werd aangegaan. Ingevolge het bepaalde in artikel H-18 CAO-BVE eindigt een voor bepaalde tijd voortgezette arbeidsovereenkomst, waarbij de in artikel H-12 CAO-BVE genoemde termijn van drie jaar niet is overschreden, op het overeengekomen tijdstip zonder dat voorafgaande opzegging nodig is. Aangezien er in casu geen sprake is van een tussentijdse beëindiging noch van overschrijding van de termijn van drie jaar, is de arbeidsovereenkomst met appellante na het verstrijken van de termijn waarvoor zij is aangegaan van rechtswege geëindigd.
Tegen het van rechtswege eindigen van een verlengd tijdelijke arbeidsovereenkomst staat ingevolge art. N-1 CAO-BVE geen beroep open bij de Commissie. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-10-2009
104334 - Verzoek voorlopige voorziening; HBO
De werknemer, opleidingsdirecteur, heeft verzocht om een voorlopige voorziening inhoudende opschorting van een tweetal schorsingsbeslissingen en het toekennen van bepaalde beloningselementen. Werkgever heeft de schorsing opgelegd omdat er geen sprake meer was van de vertrouwensbasis die in de omgang tussen bestuurders en directeur noodzakelijk is.
Naar het voorlopig oordeel van de Voorzitter zal de Commissie het beroep tegen de verlenging van de schorsing gegrond achten. Niettemin gaat de Voorzitter niet over tot schorsing van de schorsing omdat de werknemer zijn werkzaamheden reeds geruime tijd niet meer verricht en voorts een beslissing van de kantonrechter op een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op korte termijn is te verwachten en niet valt uit te sluiten dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst zal ontbinden. Een vordering om een negatieve beoordeling ongedaan te maken leent zich naar zijn aard niet voor een behandeling in voorlopige voorziening.
Voorlopige voorziening geweigerd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-10-2009
104214 - Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim; BVE
De werkgever heeft de werkneemster ontslagen omdat zij verzuimd zou hebben haar nieuwe adres aan de werkgever te geven en omdat zij niet tijdig de werkgever heeft ingelicht over een mededeling van het OM over niet-vervolging. Wat er zij van het niet-doorgeven van het adres, gesteld noch gebleken is dat de werkgever tevergeefs contact heeft proberen te leggen met de inmiddels geschorste werkneemster. Niet gebleken is dat de werkgever in enig belang is geraakt door een mogelijk niet tijdig doorgegeven verhuisbericht. Van enige verplichting van de werkneemster om mededeling aan de werkgever te doen over mededelingen van het OM aan haar is geen sprake. Daarenboven is het zo dat de mededeling van het OM niet bepalend is voor de verhouding tussen partijen. De werkgever dient een eigen inschatting van de situatie te maken en hierop zijn handelen te baseren. Hij kan niet volstaan met het louter volgen van het OM. Bovendien is het zo dat de mededeling van het OM niet meer is dan dat op dat moment geen vervolging werd ingesteld. Over schuld van de werkneemster is hiermee niets gezegd. Het al dan niet accepteren van de werkneemster van de mededeling van het OM is voorts zonder betekenis omdat de werkneemster daadwerkelijk geen rechtsmiddelen kan aanwenden tegen deze mededeling. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-10-2009
104203 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; BVE
De werknemer voert aan dat de beslissing onvoldoende feitelijke grondslag kent. Uit het ter zitting verhandelde is gebleken dat de werknemer per 1 augustus 2009 een nieuwe betrekking bij een andere werkgever heeft aanvaard. De werkgever heeft ter zitting aangegeven dat hij zal overgaan tot intrekking van het gegeven ontslag onder voorwaarde dat de werknemer ontslag neemt per 1 augustus 2009. de werknemer is hiermee akkoord onder voorbehoud van een door hem te claimen schadevergoeding. De Commissie, die niet bevoegd is te oordelen over toekenning van een schadevergoeding, verstaat aldus dat de werknemer geen continuering van de arbeidsovereenkomst met de werkgever nastreeft en dat hij derhalve in zoverre geen belang meer heeft bij zijn beroep.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-10-2009
104185 / 104187 - Beroepen tegen opzegging beweerd tijdelijk dienstverband; VO
De werknemer voert aan dat de grond voor opzegging niet juist is en aan hem zouden toezeggingen over voortzetting van het dienstverband zijn gedaan.
Met de werknemer zijn twee opeenvolgende arbeidsovereenkomsten gesloten. De eerste arbeidsovereenkomst had als grond: voorziening in een tijdelijke vacature, zoals vermeld in artikel 8.a.2 lid 5 onder b van de CAO-VO. Uit de omstandigheden van het geval valt af te leiden dat ook het tweede dienstverband als grond heeft de voorziening in een tijdelijke vacature.
Artikel 8.a.2 CAO VO gelezen in zijn geheel geeft geen steun voor het standpunt van de werkgever dat de beperking tot één jaar van het tijdelijke dienstverband als voorziening in een vacature, vanwege de in artikel 8.a.2. lid 7 genoemde maximale duur van drie jaar, in dit geval niet zou gelden.
Aldus heeft de werkgever in strijd met artikel 8.a.2. lid 5 onder b. CAO-VO gehandeld door de werknemer een tweede jaar te benoemen in een tijdelijk dienstverband als voorziening in een tijdelijke vacature. Omdat een rechtsgeldige grond voor een tijdelijk dienstverband ontbreekt, dient het dienstverband van de werknemer te worden aangemerkt als aangegaan voor onbepaalde tijd. De mededeling omtrent het niet voortzetten van het dienstverband is aldus een ontslag uit een vast dienstverband. Voor dit ontslag heeft de werkgever met zijn verwijzing naar de opzegging van een tijdelijk dienstverband en een mogelijke overformatie in de toekomst geen geldige reden opgevoerd. Beroepen gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-07-2009
103668 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; HBO
Na tussenuitspraak is door het UWV een deskundigenoordeel uitgebracht. De Commissie doet nu definitief uitspraak.
Het deskundigenoordeel van het UWV houdt in dat de arbeidsongeschiktheid van de werkneemster onafgebroken twee jaar heeft geduurd en dat herstel binnen een periode van zes maanden na afloop van die twee jaar redelijkerwijs niet is te verwachten. Voorts is niet gebleken van reële herplaatsingmogelijkheden voor de werkneemster bij de werkgever.
Het UWV heeft wel in zijn deskundigenoordeel aangegeven dat de reïntegratie-inspanningen van de werkgever onvoldoende zijn geweest. Hierbij wordt met name gedoeld op de reïntegratie tweede spoor. De Commissie acht dit echter verschoonbaar gezien de omstandigheden van het geval. De werkneemster was al geruime tijd ziek, de reintegratie bij de werkgever was niet lang geleden mislukt terwijl de ziekte al meer dan twee jaar had geduurd. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-10-2009
104286 - Beroep tegen ontslag op staande voet; BVE
Werknemer is hoofd informatisering en automatisering. In een notitie heeft het hoofd Facilitair Bedrijf aangegeven dat de inkoopprocedures ten behoeve van ICT-materiaal ondoorzichtig waren en niet in overeenstemming met daaraan ingevolge de aanbestedingswetgeving te stellen eisen. Ontslag op staande voet vanwege handelen in strijd met elementaire beginselen van een behoorlijk inkoopproces en het wekken van de schijn van belangenverstrengeling bij het verrichten van aankopen ten behoeve van de werkgever. De Commissie oordeelt dat de werkgever in redelijkheid de conclusie heeft kunnen trekken dat de schijn van belangenverstrengeling werd gewekt. De rol van de werknemer bij het ontstaan van het ongewenste imago kan evenwel niet leiden tot ontslag op staande voet. De werkgever heeft niet in redelijkheid de verantwoordelijkheid voor de onjuistheden in het inkoopproces uitsluitend of in overwegende mate bij de werknemer kunnen leggen. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-08-2009
104163 - Beroep tegen opzegging dienstverband voor bepaalde tijd; VO
De werknemer heeft een tijdelijk dienstverband omdat hij nog niet in het bezit is van zijn onderwijsbevoegdheid. De werkgever wordt geconfronteerd met terugloop van inkomsten en verlengt het dienstverband niet.De handelwijze van de werkgever is ingegeven door afspraken met de Centrales die vastgelegd zijn in een Sociaal Plan. Hij heeft volgens deze afspraken gehandeld. Voorts is niet gebleken van afspraken of toezeggingen over een dienstverband voor onbepaalde tijd. Het beroep is ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-07-2009
103986 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; BVE
De werkneemster stelt dat de werkgever zijn reintegratieverplichtingen niet is nagekomen.
De werkgever heeft de reïntegratie van de werkneemster in eerste instantie niet voortvarend ter hand genomen. Gaandeweg heeft de werkgever dit echter hersteld door haar outplacement aan te bieden, door haar reïntegratie-werkzaamheden in twee functies op de instelling aan te bieden en door haar te begeleiden naar werkzaamheden bij een andere onderwijsinstelling. Daarenboven heeft de werkgever de werkneemster ook ondersteuning aangeboden voor het geval zij een terugkeer naar (een functie op) de Antillen zou overwegen. Voorts is gesteld noch gebleken dat het UWV de reïntegratie-inspanningen van de werkgever als onvoldoende heeft beoordeeld.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-07-2009
104106 - Beroep tegen ontslag op staande voet; BVE
De werknemer is op staande voet ontslagen vanwege de wijze waarop hij is omgegaan met Beroepspraktijkvorming (BPV)-bezoeken en het plegen van valsheid in geschrifte. Voorts zou de werknemer verantwoordelijk zijn voor een slepend en tijdrovend traject van ziekmeldingen die niet gebaseerd zouden zijn op ziekte of gebrek.
De Commissie oordeelt dat het ontslag niet onverwijld is gegeven, dat er onvoldoende feitelijke grondslag is en dat de werkgever in zijn overwegingen er geen blijk van heeft gegeven de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, met name het zeer lange dienstverband, meegewogen te hebben. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-07-2009
103993 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid anders dan op grond van ziekte BVE
De werknemer is na ziekte hersteld verklaard, maar de bedrijfsarts heeft aangegeven dat werkhervatting als docent opnieuw tot ziekte zou leiden.
Van feitelijke hervatting in de functie van docent na het herstel van 13 maart 2008, is nimmer sprake geweest. Concrete feiten of omstandigheden waaruit zou blijken dat de werknemer onbekwaam of ongeschikt voor zijn functie zou zijn (anders dan de veronderstelling dat hij ziek zal worden bij terugkeer in zijn functie), zijn gesteld noch gebleken. Het enkele feit dat de bedrijfsarts aangeeft dat terugkeer zal leiden tot een nieuwe ziekmelding betekent dat de onderbouwing van de onbekwaamheid of ongeschiktheid uitsluitend is gegrond op diens - mogelijk optredende - arbeidsongeschiktheid. Aldus heeft de werkgever onvoldoende gemotiveerd dan wel aannemelijk gemaakt dat de werknemer ongeschikt is voor het verrichten van zijn werkzaamheden als docent anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. De reden van het ontslag is niet voldoende aannemelijk geworden zodat de ontslagbeslissing voldoende feitelijke grondslag mist. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-07-2009
103950 - Beroep tegen ontslag op grond van gewichtige omstandigheden; PO
De werkgever heeft werkneemster in het schooljaar 2007/2008 in het rddf geplaatst en deze plaatsing is nadien verlengd tot 1 januari 2009, wegens beëindiging van de subsidie voor de ID-banen door de gemeente. Werkneemster voert primair aan dat zij geen ID-er meer is omdat zij sinds januari 2002 in een vast dienstverband als klassenassistent werkzaam is. De Commissie constateert dat in de hieraan ten grondslag liggende akte van benoeming niet is opgenomen dat werkneemster werkzaam zou zijn op basis van de ID-regeling. De akte is ondertekend door de algemeen directeur van het bevoegd gezag van de werkgever zodat onaannemelijk is dat sprake is geweest van een administratieve fout. Omdat werkneemster nadien geen akte van benoeming meer heeft ontvangen en zij ook de benodigde diploma's voor klassenassistent heeft behaald, oordeelt de Commissie dat zij werkzaam was op basis van de reguliere formatie. De Commissie oordeelt dat de werkgever de arbeidsovereenkomst met werkneemster in redelijkheid niet heeft kunnen opzeggen vanwege het beëindigen van de financiering van haar functie. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-07-2009
104117 - Beroep tegen ontslag op staande voet; VO
Ontslag is gebaseerd op terugkerend plichtsverzuim. Werkneemster heeft erkend dat zij zich meerdere malen te laat heeft ziek gemeld dan wel te laat op school is verschenen. Ten aanzien van het argument van de werkgever dat er sprake is van de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen, overweegt de Commissie dat ter zitting gebleken is dat de laatste twee schriftelijke berispingen zijn opgelegd in een periode waarin werkneemster (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt was en een zware kuur volgde met als één van de bijwerkingen zware vermoeidheidsklachten. Hierdoor kan niet staande worden gehouden dat er sprake is van dermate ernstig opeenvolgend plichtsverzuim op grond waarvan van de werkgever niet langer gevergd kan worden het dienstverband te laten voortduren. Voorts is de Commissie onvoldoende gebleken dat de werkgever voldoende rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden en belangen van werkneemster. Gelet hierop en mede in acht nemend de ingrijpende gevolgen van een ontslag op staande voet, is er onvoldoende basis voor dit ontslag. Beroep gegrond.
De complete tekst unt u hier downloaden.
29-06-2009
104050 / 104159 - Beroepen tegen schorsing als ordemaatregel; HBO
Werknemer is geschorst bij wijze van ordemaatregel; die schoring is verlengd. Het beroep is gericht tegen beide beslissingen. Werknemer is sinds 1992 in dienst geweest. Na een reorganisatie volgde een aantal onvoldoende beoordelingen en werd tevergeefs mediation beproefd. Werkgever concludeerde dat hervatting niet mogelijk zou zijn en heeft werknemer na een periode van arbeidsongeschiktheid een schorsing als ordemaatregel opgelegd en deze schorsing verlengd in afwachting van ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter.
De Commissie dient ingevolge art. P-1 lid 4 CAO HBO te beoordelen of het belang van de werkgever vereiste dat de werknemer geschorst werd en bleef. Van belang is dat de werknemer reeds gedurende langere tijd voorafgaand aan de schorsing feitelijk geen werkzaamheden meer verrichtte. De werkgever heeft na twee mislukte mediations en een lange periode van afwezigheid van de werknemer in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat het belang van de instelling niet gediend zou zijn met hervatting van de werkzaamheden. Beroepen ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-06-2009
104109 - Beroep tegen tussentijdse opzegging wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; VO
Reeds korte tijd na het begin van het schooljaar heeft de werkgever gesprekken met de werkneemster gestart over de gang van zaken in haar klassen. Het beeld dat uit de verslagen van de gesprekken naar voren komt is dat de leerlingen zich niet gehoord voelden en zich niet serieus genomen voelden door de werkneemster. De oorzaak hiervan lag in haar leshouding die primair gericht was op overdracht van informatie en daarmee een passieve rol van de leerlingen, daar waar de school stond voor een meer activerende didactiek waarbij de leerlingen gebruik maken van activerende werkvormen en er afwisseling in de lessen is. De sfeer in de klassen van de werkneemster was onrustig. Gebleken is dat de werkneemster en de werkgever diepgaand van mening verschillen over visie en wijze waarop omgegaan dient te worden met het gezag in relatie tot de specifieke doelgroep. Zonder dat hiervoor uitsluitend de werkneemster verantwoordelijk kan worden gesteld dient geconcludeerd te worden dat gezien de onoverbrugbare verschillen van inzicht tussen partijen voorzetting van het dienstverband redelijkerwijze niet van de werkgever verlangd kon worden. Beroep ongegrond onder convertering van de niet juist gehanteerde opzegtermijn.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-07-2009
104218 - Vereenvoudigde behandeling; kennelijk niet-ontvankelijk; BVE
Werknemer heeft gedurende 19 jaar een tijdelijke benoeming gehad van tenminste 0.1 fte, bovenop zijn vaste volledige dienstverband. Werkgever heeft bij brief van 29 mei 2008 meegedeeld dat de tijdelijke uitbreiding van het dienstverband per 1 augustus 2008 van rechtswege kwam te vervallen. Daartegen is beroep ingesteld bij beroepschrift van 15 juni 2009. De gevolgen van de bewuste keuze om niet binnen de beroepstermijn of zo spoedig mogelijk als kon worden verwacht beroep in te stellen - werknemer wilde de goede verstandhouding niet schaden - komen voor rekening en risico van de appellant. De Voorzitter merkt ten overvloede op dat de Commissie in eerdere uitspraken reeds heeft geoordeeld dat overuren op grond van artikel H-23 CAO-BVE alleen tijdelijk kunnen zijn en dus ook niet na drie jaar vast worden. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-06-2009
104027 - Beroep tegen berisping; BVE
Berisping wegens plichtsverzuim, eruit bestaande dat werknemer een les niet heeft gegeven en naar huis is gegaan.
De werkgever heeft niet juist gehandeld door in eerste instantie aan te geven dat hij een waarschuwing wilde geven terwijl hij uiteindelijk een schriftelijke berisping heeft gegeven. Dat hij niet heeft aangegeven dat de werknemer zich in het mondeling verweer kon laten bijstaan door een raadsman is laakbaar; hiertoe bestaat echter geen verplichting.
De werknemer stelt dat hij zich ziek gemeld heeft en de les niet kon geven. Ter zitting is gebleken dat de werkgever geen second opinion van de bedrijfsgeneeskundige dienst heeft gevraagd omtrent de ziekmelding. Aldus dient het ervoor gehouden te worden dat de werknemer de hem opgedragen werkzaamheden niet heeft kunnen verrichten wegens arbeidsongeschiktheid. Onder deze omstandigheden kan geen sprake zijn van plichtsverzuim. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-05-2009
103960 - Beroep tegen verlenging schorsing als ordemaatregel; VO
Naar aanleiding van een incident in de klas is een docent geschorst voor vier weken. Deze schorsing is verlengd. De werknemer heeft tegen de eerste schorsing geen beroep ingesteld. De werkgever heeft verzuimd de werknemer in de gelegenheid te stellen zich tegen deze schorsing te verweren. Aldus is gehandeld in strijd met de voorschriften van artikel 8.b.8 van de CAO-VO, welke naar het oordeel van de Commissie ook in het geval van een verlenging van de schorsing in acht dienen te worden genomen. Bij het nemen van een beslissing als deze dienen alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen te worden. Het is denkbaar dat na afloop van de eerste schorsing omstandigheden - voor de werknemer - gewijzigd kunnen zijn. Omdat de werkgever vóór het nemen van zijn beslissing nagelaten heeft de werknemer hierover te horen is de laatste geschaad in zijn door de CAO beschermd belang. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-03-2009
103977 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; BVE
De werknemer heeft een coachingstraject doorlopen met als belangrijkste doel zijn klassenmanagement te verbeteren. Werkgever verleent ontslag wegens onvoldoende verbetering. Vanwege veelvuldig overleg gedurende het dienstverband en overleg over beëindiging was volgens de werkgever het voeren van de verweerprocedure niet meer nodig. De verweerprocedure houdt in dat de werknemer voorafgaand aan de te nemen beslissing in de gelegenheid wordt gesteld de besluitvorming te beïnvloeden door zijn visie kenbaar te maken en eventuele nieuwe feiten of omstandigheden aan te dragen waarmee de werkgever bij het nemen van zijn beslissing rekening kan houden. Nu de werknemer daartoe door de werkgever niet in de gelegenheid is gesteld, is hij in zijn door de CAO beschermde belang getroffen. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-03-2009
104014 - Beroep tegen schriftelijke berisping; BVE
De werknemer heeft een dienstopdracht gekregen om bij een vergadering van de vaststellingscommissie aanwezig te zijn. Hij is niet bij deze vergadering verschenen en heeft een schriftelijke berisping gekregen. De werknemer heeft een eigen afweging gemaakt aangaande de voorrang van door hem te verrichten taken ten opzichte van andere taken. Van een geldige reden om de redelijke dienstopdracht te kunnen weigeren is niet gebleken, zodat sprake is van plichtsverzuim. Het weigeren de onderhavige dienstopdracht op te volgen is een ernstige overtreding en onder de aan de orde zijnde omstandigheden is een schriftelijke berisping een proportionele maatregel. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-03-2009
103996 - Beroep tegen schorsing onder inhouding van salaris; HBO
De werknemer is per brief van 8 september door de werkgever op de hoogte gesteld van het voornemen hem te schorsen en zijn salaris in te houden, waarbij hij in de gelegenheid is gesteld op 11 september mondeling verweer te voeren. De werknemer heeft zich door de zeer kort gestelde termijn niet voldoende kunnen voorbereiden op het verweer. Hij is hierdoor geschaad, in zijn door de CAO beschermd belang, om voorafgaande aan het opleggen van de disciplinaire maatregel door de werkgever op voldoende wijze te worden gehoord. Schorsing met inhouding van salaris komt niet in de CAO-HBO voor, zodat de door de werkgever genomen disciplinaire maatregel in strijd is met de CAO-HBO. Ook de Hoge Raad (HR 21 maart 2003, JAR 2003/91, Van der Gulik/Vissers & Partners) heeft bepaald dat een schorsing in de risicosfeer van de werkgever ligt, zodat de werkgever ook tijdens een schorsing verplicht is tot doorbetaling van loon, zelfs indien de werkgever gegronde redenen had om een werknemer te schorsen. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-03-2009
103937 - Beroep tegen berisping; BVE
De werknemer was in zijn functie van docent voornamelijk belast met stagebegeleiding. Na een periode van arbeidsongeschiktheid heeft de werkgever hem meegedeeld dat hij zijn taken van voorheen niet meer hoefde te verrichten. In een gesprek heeft de werkgever onder meer de afwezigheid van de werknemer aan de orde gesteld. Na het gesprek heeft de werknemer de school verlaten en ook de dag erna is hij niet op school verschenen. Daarop heeft de werkgever de disciplinaire maatregel van een schriftelijke berisping opgelegd. De werknemer stelt dat hij gerechtigd was om niet te verschijnen omdat de werkgever hem geen zinvolle werkzaamheden opdroeg. Dit is onvoldoende aannemelijk omdat aan de werknemer opdracht was gegeven om lessen anatomie en pathologie voor te bereiden en te gaan geven. De werkgever heeft de afwezigheid redelijkerwijs als ongeoorloofd kunnen aanmerken. De berisping is proportioneel. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-03-2009
103952 - Beroep berisping; VO
De werkgever heeft werkneemster een berisping opgelegd vanwege afwezigheid bij de eindrapportvergaderingen terwijl het verzoek om dan verlof te mogen opnemen, was afgewezen. De Commissie oordeelt dat de feiten vaststaan. Ten aanzien van de vraag of de afwezigheid ongeoorloofd was, overweegt de Commissie dat werkneemster heeft erkend dat zij reeds bij aanvang van het schooljaar wist op welke datum de eindrapportvergaderingen zouden plaatsvinden. Ook besefte zij dat haar aanwezigheid op deze vergaderingen gewenst was. Werkneemster had kunnen weten dat er sprake was een opdracht van de werkgever om aanwezig te zijn en dat het niet opvolgen daarvan zou worden aangemerkt als plichtsverzuim. Het behoort tot de werkzaamheden van een docent om bij de eindrapportvergaderingen aanwezig te zijn en de data voor deze vergaderingen waren reeds bij aanvang van het schooljaar bekend. Aan werkneemster was enkele weken daarvoor al een schriftelijke berisping opgelegd vanwege eenzelfde plichtsverzuim. Door vervolgens niet op de desbetreffende vergaderingen te verschijnen, terwijl zij een groot deel van die week was vrij geroosterd van haar reguliere werkzaamheden, heeft werkneemster zich schuldig gemaakt aan plichtsverzuim. Berisping wegens herhaalde ongeoorloofde afwezigheid is proportioneel. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-02-2009
103976 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige omstandigheden; VO
Werknemer was afwezig en heeft de werkgever eerst achteraf bericht dat deze afwezigheid werd veroorzaakt door gerechtelijke vrijheidsbeneming. Werknemer stelde een vervangende hechtenis uit te zitten vanwege het niet voldoen aan openstaande boetes. De Commissie constateert dat sprake is van ongeoorloofde afwezigheid en dat de werknemer heeft nagelaten de werkgever inzicht te geven in de reden en de duur van deze vrijheidsbeneming. Omdat de werknemer door de door hem gemaakte keuze in de privé-sfeer meer dan 10 maanden niet kan voldoen aan de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, is de Commissie van oordeel dat de werkgever dit onverantwoordelijk gedrag van werknemer in redelijkheid heeft kunnen aanmerken als een gewichtige omstandigheid als bedoeld in artikel 4a.5 sub i CAO VO op grond waarvan het dienstverband kon worden beëindigd. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-02-2009
103932 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; VO
Werknemer is docent. UWV heeft hem een WGA-uitkering toegekend naar mate van volledige arbeidsongeschiktheid. Uit de toekenningsbeschikking mocht de werkgever op dat moment afleiden dat herstel binnen zes maanden redelijkerwijs niet te verwachten was. Ten tijde van het nemen van de ontslagbeslissing kon de werkgever er in redelijkheid van uitgaan dat aan de voorwaarden van artikel 20 Zavo was voldaan. Dit werd anders na de ontvangst van een brief van UWV waarin de arbeidskundige opmerkt dat de voor de werknemer toegestane arbeidsduur 20 uur per week, respectievelijk ongeveer 4,0 uur per dag bedraagt. Dit had voor de werkgever aanleiding moeten zijn een ondubbelzinnig oordeel van het UWV te vragen over de termijn, waarop eventueel herstel kon worden verwacht en de gevolgen die dat voor de mogelijkheid van reïntegratie zou kunnen hebben. Niet kan worden gezegd dat op de door de werkgever beoogde ontslagdatum aan de voorwaarden van artikel 20 Zavo was voldaan. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-02-2009
104001 - Beroep tegen ontslag op staande voet; HBO
Het onder invloed van alcohol verrichten van de lesgevende taken is in beginsel een dringende reden in de zin Artikel 7: 678 lid 1 BW. De werknemer heeft erkend dat hij gedronken heeft terwijl hij nog lessen diende te verzorgen en studenten hebben daarover geklaagd. De werkgever had de werknemer hiervoor nog kort geleden indringend gewaarschuwd. Na die waarschuwing had de werknemer de medische behandeling van zijn verslaving zodanig dienen in te richten dat er geen terugval kon ontstaan, althans had hij er in ieder geval zorg voor dienen te dragen dat hij niet meer onder invloed van alcohol les zou geven. Door niet eerder in te stemmen met medicamenteuze behandeling heeft de werknemer kennelijk het risico aanvaard dat hij in de periode tussen de waarschuwing en de aanvang van de behandeling met medicijnen zou terugvallen en weer onder invloed van alcohol les zou geven. De werknemer kan er zich dan ook niet over beklagen dat dit risico zich heeft verwezenlijkt. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-02-2009
103895 - Beroep tegen mededeling niet-verlengen van een tijdelijk dienstverband; HBO
Werkneemster is in haar eerste tijdelijk dienstverband niet door de werkgever beoordeeld in de zin van Hoofdstuk N CAO-HBO. Zij stelt dat daarom ingevolge art. D-3 lid 5 CAO-HBO haar dienstverband per 21-08-2008 in omgezet van tijdelijk naar vast. Wanneer de werkgever het dienstverband na een eerste jaar tijdelijkheid niet continueert, is overeenkomstig artikel Q-1 lid 2 onder c CAO-HBO sprake van het van rechtswege eindigen van de arbeidsovereenkomst door het verstrijken van de termijn waarvoor de overeenkomst is aangegaan. Tegen zowel het van rechtswege eindigen van de arbeidsovereenkomst als tegen het niet voortzetten van een tijdelijke arbeidsovereenkomst staat ingevolge artikel 4.7 WHW en artikel S-2 CAO-HBO geen beroep bij de Commissie open. De Commissie behoeft derhalve niet in te gaan op de vraag of de beoordeling van de werkneemster op alle punten voldoet aan de vereisten en in hoeverre de werkneemster zich op eventuele gebreken kan beroepen. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-01-2009
104002 - Beroep tegen ontslag op staande voet, loondoorbetaling, voorlopige voorziening; HBO
Werknemer is sinds 1982 als HBO-docent werkzaam. Werkgever is reeds een aantal jaren op de hoogte van de alcoholverslaving van de werknemer. In december 2008 waren er nieuwe klachten over alcoholgebruik. Werknemer werd op staande voet ontslagen en heeft daar beroep tegen ingesteld en tevens bij de Voorzitter een verzoek voorlopige voorziening tot doorbetaling van salaris ingediend. Vast staat dat de werknemer eind november onder invloed van alcohol les heeft gegeven. Gelet op een eerder gegeven waarschuwing is in beginsel een dringende reden voor ontslag aanwezig. In de omstandigheden van het geval ziet de Voorzitter echter reden om te oordelen dat het alcoholgebruik van eind november niet leidt tot het aannemen van een dringende reden. Ondanks bekendheid met de alcoholverslaving heeft de werkgever daar niet eerder daadkrachtig tegen opgetreden. Voorts had de werknemer zich ten tijde van het ontslag onder behandeling gesteld en wist de werkgever dat het probleem niet van de ene op de andere dag kon worden opgelost. Voorzitter acht het voldoende waarschijnlijk dat de Commissie het beroep van de werknemer gegrond zal verklaren. Afweging financiële belangen leidt tot toewijzing gevraagde voorlopige voorziening.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-01-2009
103906 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; BVE
De werknemer is docent. Vanaf het cursusjaar 2000/2001 heeft de werkgever te kennen gegeven dat zijn functioneren onvoldoende was. In 2007 zijn er drie beoordelingsgesprekken met de werknemer gevoerd. Het functioneren is naar oordeel van werkgever ondanks begeleiding nog steeds onvoldoende. Naar het oordeel van de Commissie heeft de werkgever in redelijkheid tot de conclusie kunnen komen dat de werknemer anders dan ten gevolge van arbeidsongeschiktheid niet geschikt is voor het verrichten van zijn werkzaamheden als docent. Voorts, blijkt uit het deskundigenoordeel van het UWV, dat de werknemer ten tijde van de opzegging niet arbeidsongeschikt was. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-01-2009
103921 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking met herbenoeming; VO
Werknemer is ontslagen uit de functie kernteamleider en herbenoemd in de functie van LC docent. De Commissie stelt vast dat de 'nieuwe' functie van kernteamleider ten opzichte van de functie van kernteamleider zoals deze voorheen bij de werkgever gold, is verzwaard met een aantal extra taken, waaronder het hiërarchisch aansturen van medewerkers. Het is voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een nieuwe functie met inhoudelijk andere werkzaamheden die ook andere competenties van de betrokken werknemer vraagt. Hiermee staat vast dat de functie van kernteamleider waarin werknemer was benoemd, is komen te vervallen. De Commissie kan voorts niet treden in de beslissing die de benoemingsadviescommissie ten aanzien van het niet benoemen van werknemer in deze functie heeft genomen. Immers, de beslissing om over te gaan tot een reorganisatie van een onderwijskundig deel van de organisatiestructuur en het als gevolg van deze reorganisatie niet benoemen van een werknemer in een nieuwe functie valt in beginsel binnen de vrije beleidsruimte van de werkgever. Niet is gebleken dat de werkgever op onredelijke wijze gebruik heeft gemaakt van deze vrijheid door werknemer niet te benoemen in de functie van kernteamleider en hem vervolgens te herbenoemen in de functie van LC-docent. De werkgever heeft in redelijkheid kunnen beslissen de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen wegens opheffing van zijn betrekking. Dat werknemer vervolgens is benoemd in de functie van LC-docent acht de Commissie niet onredelijk aangezien werknemer voorafgaande aan zijn werkzaamheden als kernteamleider en ook tijdens deze werkzaamheden immer lesgevende taken heeft gehad. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-01-2009
103938 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige redenen; VO
Werknemer is sinds 1982 werkzaam bij de werkgever, achtereenvolgens als docent, adjunct-directeur, directeur en laatstelijk weer als adjunct-directeur (met lesgevende taken). Vast staat dat de werkgever regelmatig gesprekken met de werknemer heeft gevoerd over problemen in de samenwerking met opeenvolgende directeuren. Eveneens staat vast dat de in het schooljaar 2007/2008 aangetreden directeur al na korte tijd dergelijke problemen heeft ervaren. De werkgever heeft in redelijkheid kunnen concluderen dat het aanblijven van de werknemer een negatieve invloed zou hebben op de samenwerking en daardoor op de ontwikkeling van het onderwijsproces. Partijen hebben bijna een jaar tevergeefs geprobeerd om tot een oplossing te komen. Deze omstandigheden heeft de werkgever in redelijkheid kunnen aanmerken als met name genoemde gewichtige omstandigheden. Beroep ongegrond met conversie opzegtermijn.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-12-2008
103929 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige reden HBO
De werknemer voert primair aan dat niet duidelijk is welke opzeggrond aan de ontslagbeslissing ten grondslag is gelegd. De Commissie oordeelt dat voor de werknemer voldoende concreet is gemaakt wat voor de werkgever de reden vormt om tot beëindiging van het dienstverband over te gaan en dat de werknemer deze reden redelijkerwijze diende te begrijpen als een gewichtige reden voor ontslag. Gebleken is dat de werknemer sedert maart 2006 geen feitelijke invulling heeft gegeven aan haar functie van adjunct directeur die zij in een volledig dienstverband vervulde. Voorts staat vast dat zij destijds zelf om haar moverende redenen heeft aangegeven deze werkzaamheden te willen beëindigen. Weliswaar heeft de werknemer sedertdien enige tijd lessen gegeven en is zij thans voor gemiddeld één dagdeel per week werkzaam, doch deze werkzaamheden zijn niet van een zodanige omvang dan wel anderszins zodanig structureel te noemen, dat daarmee een concrete invulling aan haar functie wordt gegeven. De werkgever heeft voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat er binnen de hogeschool geen reëel uitzicht voor de werknemer is op een functie in dezelfde schaal (14). Onder deze omstandigheden is sprake van een gewichtige reden als bedoeld in artikel Q-2 lid 1 sub 3 CAO-HBO op grond waarvan de werkgever de arbeidsovereenkomst met de werknemer heeft kunnen opzeggen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden
05-12-2008
103871 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
Sinds 1999 heeft de werkneemster een WAO-uitkering ontvangen. Werkneemster is gedeeltelijk werkzaamheden gaan verrichten. De inkomsten uit deze arbeid zijn niet van invloed op het arbeidsongeschiktheidspercentage (80-100%). UWV heeft een functieongeschiktheidsadvies afgegeven. Werkneemster stelt dat haar medische situatie inmiddels zodanig verbetert dat zij steeds meer werk kan verzetten. Er bestaat bij de werkgever twijfel over de inzetbaarheid. Aangezien de werkneemster (in deze functie en in dienst bij deze werkgever) voor 1 januari 2004 reeds deels arbeidsongeschikt is geworden, is het BZA van toepassing. Uit het functieongeschiktheidsadvies blijkt, dat herstel binnen een periode van een half jaar na de beoogde ontslagdatum niet was te verwachten. Uit de WAO-herbeoordeling blijkt voldoende dat er bij de werkgever geen andere passende functies voorhanden waren. Commissie verstaat dat ontslag tegen de eerste van de maand ingaat. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-11-2008
103867 - Beroep tegen ontslag wegen arbeidsongeschiktheid BVE
Werkneemster is sinds de WIA-keuring meer uren gaan werken. Zij is herbenoemd voor 0,18 FTE maar werkt al 0,24 FTE tot 0,3 FTE. Daarbij is haar verwachting dat het aantal uren nog verder zal worden uitgebreid. Bedrijfsarts adviseerde op 27 mei 2008 waarin hij aangeeft dat de werkneemster meer ingezet kan worden waarbij hij verwacht dat de werkneemster na de zomervakantie het aantal uren verder kan uitbreiden. Voorts is door het UWV reeds op 1 april 2008 aangekondigd dat werkneemster in januari 2009 een medisch heronderzoek zal moeten ondergaan, omdat alsdan verbetering van de belastbaarheid wordt verwacht. Op grond van deze ontwikkelingen heeft de werkgever redelijkerwijze niet kunnen volharden in zijn visie dat de werkneemster na haar ontslag nog maar voor slechts 0,18 FTE inzetbaar zou zijn. Weliswaar behoeft de werkgever niet te wachten op het intreden van een eindsituatie, maar in dit geval was en is het niet onaannemelijk dat de werkneemster in de nabije toekomst een grotere taakbelasting aan zal kunnen. Op grond van goed werkgeverschap had de werkgever het ontslagbesluit dienen aan te houden, in ieder geval tot het moment waarop de uitslag van de reeds aangekondigde herkeuring bekend zou zijn. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-10-2008
103931 - Beroep tegen ontslag wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid BVE
De werkneemster was oorspronkelijk werkzaam als docent. Na een arbeidsconflict is zij herplaatst als administratief medewerkster. Vervolgens is zij arbeidsongeschikt geraakt. De werkneemster voert aan dat van daadwerkelijke reïntegratie geen sprake is geweest; door een vertrouwenscrisis met haar leidinggevende heeft geen ondersteuning en begeleiding plaats gehad en na de ziekmelding is geen enkel contact meer opgenomen door de werkgever. Gebleken is dat na de ziekmelding nog verschillende gesprekken tussen de werkneemster, de werkgever en de bedrijfsarts hebben plaats gehad over reïntegratie. Voorts is een zogeheten "quickscan" gemaakt in opdracht van de bedrijfsarts en de werkneemster is geplaatst als administratief medewerker op de administratie van de werkgever. Onder deze omstandigheden heeft de werkgever in redelijkheid het functieongeschiktheidsadvies van het UWV ten grondslag kunnen leggen aan de beslissing om het dienstverband met de werkneemster op te zeggen wegens arbeidsongeschiktheid. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-08-2008
103904 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie BVE
Uitspraak door de voorzitter in vereenvoudigde behandeling.
De beroepstermijn van 6 weken is met meer dan 4 maanden overschreden. De werknemer had niet eerder beroep ingesteld omdat zij rekende op verlenging van haar detachering. Niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-07-2008
103698 - Beroep tegen een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen BVE
Werknemer is basisdocent en voert aan dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen bij het vinden van ander werk en dat aan een collega, die boven haar op de afvloeiingslijst staat, ten onrechte tijdelijke vervangingswerkzaamheden zijn toegekend. Het door de werkgever gehanteerde Sociaal Plan Educatie alsmede de afvloeiingsregeling zijn overeengekomen met de Centrales en geaccordeerd door de MR. Aangezien werknemer op grond van haar plaats op de afvloeiingslijst voor ontslag in aanmerking kwam, heeft de werkgever haar op grond van het bepaalde in artikel H-57 onder c CAO-BVE mogen ontslaan. Dat niet werknemer maar haar collega die boven haar op de afvloeiingslijst stond, inmiddels op tijdelijke basis vervangingswerkzaamheden verricht, staat, gelet op de aard van de vervangende werkzaamheden, te weten die van een adjunct-directeur, niet aan het ontslag in de weg omdat deze collega in tegenstelling tot werknemer over ervaring beschikt op het gebied van coördineren. De werkgever heeft werknemer voor een periode van 6 maanden individuele begeleiding aangeboden bij het zoeken naar ander werk. Dat de door de werkgever aangeboden vacatures, waaronder die van leraar Nederlands en leraar Maatschappijleer door werknemer niet als passend worden beschouwd omdat zij in het NT-2 onderwijs werkzaam wenst te blijven, kan de werkgever niet worden tegengeworpen. De werkgever heeft hiermee voldaan aan de in artikel 4.2.3 Sociaal Statuut genoemde inspanningsverplichting om tenminste tweemaal een passende functie aan te bieden. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-12-2008
103878/103923 - Beroep tegen schorsingen als ordemaatregel HBO
De werknemer raakt in een conflict met zijn leidinggevende en hij wordt door de laatste op 13 mei naar huis gestuurd. Vervolgens meldt de werknemer zich ziek. Bij zijn herstelmelding wordt hij door de werkgever geschorst bij wijze van ordemaatregel. Deze schorsing wordt twee maal verlengd. De werkgever stelt dat de werknemer in eerste instantie niet is geschorst. Dit is gezien de door de leidinggevende gebruikte bewoordingen niet juist. Er is wel sprake van een schorsing waarbij de vereiste formaliteiten niet in acht zijn genomen. De verlenging van deze schorsing diende voor de werkgever om aard en inhoud van het conflict te onderzoeken en is niet onjuist of onredelijk. Voor de twee navolgende verlengingen van de schorsing geldt dat ook daarbij de vereiste formaliteiten niet in acht zijn genomen.
Beroep tegen de eerste, derde en vierde schorsing gegrond.
Beroep tegen de tweede schorsing ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-12-2008
103890 / 103893 Beroepen (2) tegen rddf-plaatsing PO
De werkgever heeft verzuimd het formatieplan tijdig vast te stellen. Er is geen sprake van zwaarwegende redenen of omstandigheden die zouden kunnen leiden tot een te late vaststelling van het formatieplan. Werkgeverheeft de PGMR ook niet tijdig verzocht om uitstel voor het ter instemming voorleggen van een voorgenomen formatieplan. Evenmin is gebleken dat de personeelsleden van de school anderszins op de hoogte zijn gesteld van een mogelijk uitstel. Dit is een onzorgvuldige gang van zaken, zij het dat deze niet van zodanig ernstige aard is dat reeds op deze grond tot gegrondheid van het beroep kan worden beslist. Van doorslaggevend belang is dat in het formatieplan weliswaar is opgenomen dat om verschillende redenen tot aanpassing van de formatie dient te beslist - zoals terugloop leerlingenaantal, afbouw gemeentelijke subsidie en verandering schoolgewichtenregeling - maar dat hierbij geenszins is kenbaar gemaakt op welke wijze dit zal geschieden. In het formatieplan is niets opgemerkt over de aanpassing van de formatie van de onderwijsassistenten. Formatieplan biedt onvoldoende feitelijke grondslag voor de RDDF-plaatsing.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-11-2008
103912 - Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring; VO
De Voorzitter heeft in vereenvoudigde behandeling het beroep niet ontvankelijk verklaard vanwege niet verschoonbare termijnoverschrijding. Daartegen is verzet gedaan. Op 27 juni 2006 is de werknemer geïnformeerd over de toekomst van de Instroom/doorstroombanen. Hier heeft de werknemer bij brief van 6 juli 2006 tegen geprotesteerd. Bij beslissing van 28 september 2007 heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst opgezegd. Tegen deze opzegging is een procedure aanhangig gemaakt bij de kantonrechter. Tevens heeft de werknemer bij schrijven van 21 april 2008 beroep tegen het ontslag ingesteld. De brief van 27 juni 2007 is niet meer dan een schrijven van de werkgever, waarin hij de gevolgen van het wegvallen van subsidie schetst. Weliswaar noemt de brief als laatste gevolg dat de arbeidsovereenkomst zal worden beëindigd, maar daarmee is de brief nog geen opzegging. De werknemer had zich reeds 28 november 2007 voorzien van bijstand door een rechtsgeleerd raadsman die verondersteld wordt op de hoogte te zijn van de beroepsgang en de beroepstermijn.
Verzet ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
04-11-2008
103783 - Beroep tegen schorsing HBO
Werknemer is coördinator van 2 opleidingen, en is door de werkgever van al haar taken ontheven in verband met een gestelde verstoorde relatie tussen werknemer en het front-office en het aanleveren van een verkeerd tentamen. De werkgever betwist dat de ontheffing van taken een disciplinair karakter heeft; hij beoogde een tijdelijke maatregel op te leggen in het belang van de organisatie en de studenten. De Commissie oordeelt dat er feitelijk sprake is van een schorsing. De schorsing heeft een disciplinair karakter omdat deze is opgelegd als reactie op het als ongewenst beoordeeld gedrag. Tegen de schorsing staat beroep open. De werkgever heeft verzuimd de voornemen-procedure van de CAO-HBO te volgen; voorts is de in art. P-1 lid 4 CAO-HBO genoemde termijn van schorsing overschreden. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-10-2008
103866 - Beroep tegen waarschuwing HBO
De werkgever heeft een opgelegde waarschuwing bestendigd. De waarschuwing zal worden toegevoegd aan het personeelsdossier. Volgens de werkgever moet de waarschuwing beschouwd worden als een berisping, waartegen beroep openstaat omdat de werknemer de voor het opleggen van een disciplinaire maatregel voorgeschreven voornemenprocedure heeft gevolgd en vanwege het opnemen in het personeelsdossier. De Commissie overweegt dat een waarschuwing zich mogelijk naar vorm en inhoud niet onderscheidt van de disciplinaire maatregel van een berisping en daarom ook als zodanig dient te worden aangemerkt. Het bieden van de gelegenheid tot het voeren van verweer en het nemen van een bestendigingsbeslissing horen bij het opleggen van een schriftelijke berisping. Naar inhoud heeft de werkgever echter onmiskenbaar een waarschuwing willen geven. Dat blijkt vooral uit de mededeling dat bij herhaling een disciplinaire maatregel zal worden opgelegd. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-10-2008
103743 - Beroep tegen een schorsing als ordemaatregel en verlenging HBO
N.a.v. klachten van studenten is besloten onderzoek in te stellen en de werknemer te schorsen als ordemaatregel. Een door de werkgever ingediend verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, is door de kantonrechter afgewezen. De Commissie acht de aard en de ernst van de klachten niet dermate ernstig dat een onmiddellijke schorsing gerechtvaardigd was. Dat de schorsing noodzakelijk was uit oogpunt van bescherming van de benodigde rust op het Instituut is niet gebleken. Evenmin is gebleken dat werknemer door zijn aanwezigheid op de instelling de waarheidsvinding zou belemmeren. Voorts heeft de werkgever niet aannemelijk weten te maken dat werknemer zijn werkzaamheden als docent gedurende het nadere onderzoek niet zou hebben kunnen verrichten. Werkgever heeft onvoldoende aangetoond dat de schorsing in het belang van de werkgever noodzakelijk was. Beroep tegen de schorsing is gegrond. Beroep tegen de verlenging van de schorsing is ook gegrond omdat de werkgever heeft verzuimd de werknemer in de gelegenheid te stellen zich tegen de voorgenomen verlenging te verweren (art. P-2 lid 2 en lid 3 CAO-HBO). Beroepen gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-10-2008
103801 - Beroep tegen niet-voortzetten tijdelijk dienstverband; VO
De werknemer is sinds indiensttreding in 1999 en niet in het bezit van een onderwijsbevoegdheid. De werkgever heeft vanuit het oogpunt van onderwijskwaliteit besloten om uitsluitend te werken met onderwijspersoneel dat beschikt over de wettelijke onderwijsbevoegdheden. Deze verandering in beleid is reeds in juni 2007 aan de werknemer kenbaar gemaakt, waarbij hem te verstaan is gegeven afspraken met de werkgever te maken over het behalen van de bevoegdheid.
De werknemer heeft pas in maart 2008 hierover overleg met de werkgever gevoerd. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over de vergoeding van studiekosten. De werkgever heeft zich hierbij redelijk opgesteld. De impasse die over de vergoeding van studiekosten is ontstaan, heeft tot gevolg gehad dat de werknemer niet verklaard heeft bereid te zijn de studie weer te hervatten, zodat de werkgever geen enkel concreet uitzicht had op het behalen van een onderwijsbevoegdheid door de werknemer.
Onder deze omstandigheden heeft de werkgever in redelijkheid kunnen beslissen het dienstverband niet voort te zetten.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-09-2008
103927 - Beroep tegen berisping; VO
Het beroepschrift is 53 dagen te laat ingediend. De werknemer stelt dat het beroepschrift reeds eerder binnen de beroepstermijn aan de Commissie is gezonden. Die verzending is niet aangetekend gebeurd; als bewijs van verzending noemt de werknemer de kopie van het beroepschrift dat zich in haar dossier bevindt. Niet is gebleken dat het beroepschrift binnen de geldende termijn is ingesteld noch dat het beroep zo spoedig mogelijk als redelijkerwijze verlangd kon worden, is ingesteld. Termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-09-2008
103925 - Verzoek voorlopige voorziening; VO
De werkgever heeft in het kader van een reorganisatie de functie van kernteamleider aangepast. De zittende kernteamleiders konden solliciteren op deze functie; de werknemer is niet benoemd in de aangepaste functie en is teruggeplaatst als LC-docent. De werknemer heeft beroep ingesteld tegen het ontslag uit zijn functie en verzoekt daarbij bij wijze van voorlopige voorziening voortzetting van zijn werkzaamheden en niet vervullen van de laatste nog openstaande vacature kernteamleider.
De Voorzitter acht het onvoldoende waarschijnlijk dat het beroep gegrond wordt verklaard en acht daarmee voortzetting van de werkzaamheden een te verregaande voorziening. Omdat echter niet uitgesloten moet worden dat het beroep gegrond wordt verklaard zal een benoeming van een kernteamleider een dergelijke uitkomst van het beroep frustreren. Om deze reden wordt de voorziening inhoudende dat de laatste vacature van kernteamleider nog niet wordt vervuld tot op het moment waarop door de Commissie in de bodemprocedure zal zijn beslist, wel toegewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-08-2008
103768 / 103769 Beroep tegen opschorting bezoldiging, berisping en ontslag op staande voet; PO
De werknemer meldt zich herhaaldelijk ziek. Naar aanleiding van de laatste ziekmelding gaat de werkgever over tot opschorting van de bezoldiging en een schriftelijke berisping. Voorts is de werknemer op staande voet ontslagen omdat hij niet oprecht meewerkt aan zijn reïntegratie, meerdere malen geweigerd heeft te werken en omdat hij zich meerdere malen schuldig heeft gemaakt aan ongeoorloofd verzuim.
De opschorting van de bezoldiging is gebaseerd op artikel 7:627 juncto 7:629 lid 3 e.v. van het BW. Een dergelijk besluit is niet voor beroep vatbaar; de Commissie is niet bevoegd van het beroep kennis te nemen.
Ten aanzien van de schriftelijke berisping heeft de werkgever verzuimd de werknemer in de gelegenheid te stellen verweer te voeren. Dit is in strijd met artikel 4.17 lid 1 CAO-PO. De werknemer is hierdoor geschaad in zijn door de CAO beschermd belang om voorafgaande aan het opleggen van de disciplinaire maatregel door de werkgever te worden gehoord. Het beroep tegen de schriftelijke berisping is gegrond.
Ten aanzien van het ontslag op staande voet overweegt de Commissie dat gebleken is dat de werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim. Een ontslag als hier aan de orde dient een ultimum remedium te zijn. Daarbij moet de werknemer een laatste kans worden geboden waarbij hij gewaarschuwd moet worden voor de eventuele gevolgen van zijn handelen. De werkgever heeft verzuimd de werknemer zo een laatste waarschuwing te geven. Onder deze omstandigheden, mede in acht nemend de ingrijpende gevolgen van een ontslag op staande voet, is er onvoldoende basis voor een ontslag op staande voet.
Beroep tegen ontslag gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-08-2008
103708 - Beroep tegen een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen BVE
Werknemer is wiskundedocent en voert onder meer aan dat de werkgever ten onrechte geen controleerbare gegevens heeft verstrekt waaruit blijkt dat de gekozen omvang van de inkrimping bij de afdeling VAVO noodzakelijk is en dat het Sociaal Plan oneigenlijk is gebruikt voor het realiseren van een personeelsreductie. Het door de werkgever gehanteerde Sociaal Plan Educatie alsmede de afvloeiingsregeling zijn overeengekomen met de Centrales en de MR waardoor de Commissie zich terughoudend opstelt in de toetsing van de in dat kader gemaakte afspraken. Niet gebleken is dat de werkgever ten aanzien van de werknemer een onjuiste uitvoering aan de afvloeiingsregeling heeft gegeven. Ook de overige door werknemer aangevoerde gronden, kunnen niet tot gegrondheid van het beroep leiden. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-06-2008
103746 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie BVE
De beroepstermijn van 6 weken eindigde op 12-03-2008. De werknemer heeft op 25-03-2008 beroep ingesteld. Derhalve is de beroepstermijn ruimschoots overschreden.Dat de werknemer niet eerder de noodzaak van het instellen van beroep inzag, komt voor zijn rekening en risico. Niet gebleken is van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar doen zijn. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-06-2008
103729 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie BVE
Werkneemster is basisdocent. De werkgever heeft de ontslagen werknemers, waaronder werknemer, ná de aanzegging tot ontslag van 30-01-2008 maar vóór de daadwerkelijke ontslagdatum van 01-05-2008 vacatures aangeboden die betrekking hebben op reguliere werkzaamheden die volgens de werkgever in ieder geval beschikbaar zijn tot 01-01-2009. De vacatures hebben een omvang van in totaal 17 FTE. Gezien de duur, inhoud en omvang van deze werkzaamheden zijn derhalve op de ontslagdatum passende werkzaamheden voor de werknemer beschikbaar. Dat voor deze werkzaamheden geen zogenoemde structurele financiering geldt, is hierbij niet van belang. Immers, zodra de betreffende werkzaamheden om deze reden zouden wegvallen zou de werkgever alsnog tot ontslag kunnen overgaan. Onder deze omstandigheden heeft de werkgever, mede gelet op hetgeen het Sociaal Plan dienaangaande voorschrijft, niet in redelijkheid kunnen beslissen om de ontslagbeslissing te handhaven. Het had vanuit goed werkgeverschap op de weg van de werkgever gelegen over te gaan tot intrekking van het gegeven ontslag. Dat de werkneemster inmiddels elders een tijdelijk dienstverband heeft aanvaard maakt dat niet anders; het is aan haar om te beslissen over de consequenties van een voortzetting van haar dienstverband bij de werkgever voor haar betrekking elders. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-06-2008
103725 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie BVE
Werkneemster is basisdocent. De werkgever heeft de ontslagen werknemers, waaronder werkneemster, ná de aanzegging tot ontslag van 30-01-2008 maar vóór de daadwerkelijke ontslagdatum van 01-05-2008 vacatures aangeboden die betrekking hebben op reguliere werkzaamheden die volgens de werkgever in ieder geval beschikbaar zijn tot 01-01-2009. De vacatures hebben een omvang van in totaal 17 FTE. Gezien de duur, inhoud en omvang van deze werkzaamheden zijn derhalve op de ontslagdatum passende werkzaamheden voor de werkneemster beschikbaar. Dat voor deze werkzaamheden geen zogenoemde structurele financiering geldt, is hierbij niet van belang. Immers, zodra de werkzaamheden om deze reden zouden wegvallen zou de werkgever alsnog tot ontslag kunnen overgaan. Onder deze omstandigheden heeft de werkgever, mede gelet op hetgeen het Sociaal Plan dienaangaande voorschrijft, niet in redelijkheid kunnen beslissen om de ontslagbeslissing te handhaven. Het had vanuit goed werkgeverschap op de weg van de werkgever gelegen om over te gaan tot intrekking van het gegeven ontslag. Dat de werkneemster, zoals ter zitting is gebleken, niet bevoegd was om de door de werkgever aangeboden werkzaamheden te verrichten maakt dit niet anders. Het niet-bevoegd zijn wordt door de werkgever blijkbaar van onderscheidend belang geacht bij het in dienst nemen van nieuwe werknemers. Voor werknemers die reeds in dienst waren vormde het ontbreken van een bevoegdheid blijkbaar voorheen geen beletsel voor het voortzetten van het dienstverband. Het had, eveneens vanuit het beginsel van goed werkgeverschap, op de weg van de werkgever gelegen om over te gaan tot het intrekken van het ontslag zodat de bevoegdheidskwestie voor de werkneemster geen rol zou spelen en zij, net als voorheen, met reguliere werkzaamheden belast zou kunnen worden. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-06-2008
103720 / 103727 - Beroepen (2) tegen ontslag wegens reorganisatie; BVE
Het dienstverband is opgezegd tijdens ziekte van de werknemer. De Commissie overweegt dat de werkgever ingevolge artikel 7:670 lid 1 BW niet kan opzeggen gedurende de tijd dat de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, tenzij de ongeschiktheid tenminste twee jaren heeft geduurd. De werknemer, van wie het dienstverband tijdens ziekte is opgezegd, kan op grond van het bepaalde in artikel 7:677 lid 5 BW een beroep doen op het opzegverbod als vernietigingsgrond voor het ontslag. De werknemer dient dit te doen binnen twee maanden na de opzegging, door middel van een kennisgeving aan de werkgever. De werknemer heeft tijdig een beroep gedaan op de vernietigingsgrond. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-04-2008
103474/103510/103570 - Beroep tegen (verlengde) ordeschorsing BVE
De werknemer was werkzaam als (hoofd)conciërge. Op camerabeelden is te zien dat de werknemer in een weekend plaatmateriaal en een balk meeneemt. Werkgever schorst de werknemer voor de duur van een onderzoek naar de eigendom van de meegenomen zaken, welke schorsing later verlengd is voor nader onderzoek. De werknemer wordt ontslagen wegens plichtsverzuim, subsidiair wegens verlies van vertrouwen. De ontslagbrief vermeldt dat de werknemer het vertrouwen heeft verspeeld door tegenstrijdige verklaringen af te leggen. De platen waren volgens de werknemer van hem: het betrof twee platen die hij contant heeft afgerekend en tijdelijk op school heeft opgeslagen. Volgens de werknemer was zijn direct leidinggevende op de hoogte. Aangezien er bij de werkgever twijfel gerezen was over de uitoefening van de vertrouwensaspecten van de functie en deze twijfel niet aanstonds als ongegrond kon worden aangemerkt, heeft de werkgever in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat het belang van de instelling dringend vereiste dat de werknemer geschorst werd. De werkgever heeft de werknemer vervolgens medegedeeld voornemens te zijn hem vanwege plichtsverzuim te ontslaan. Op grond hiervan is de beslissing om de werknemer als ordemaatregel te schorsen in overeenstemming met de CAO. In de ontslagprocedure is niet komen vast te staan dat de twee meegenomen platen eigendom van de werkgever waren. Evenmin is vastgesteld dat de werknemer tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Feiten zijn deels niet komen vast te staan en voor zover zij zijn komen vast te staan leiden zij niet tot de conclusie dat er sprake is van plichtsverzuim of gewichtige reden. Beroepen tegen opgelegde schorsingen ongegrond. Beroep tegen ontslag gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-03-2008
103610 - Beroep tegen berisping BVE
Werkneemster is docent lichamelijke opvoeding. Zij is berispt omdat zij geen gehoor gegeven heeft aan de opdracht tot het verrichten van invalwerkzaamheden voor een zieke collega. Vaststaat dat de werkneemster heeft geweigerd te voldoen aan het verzoek om tijdens haar tussenuren een vervangingsles te verzorgen. De Commissie overweegt dat het aan de directeur is om te waarborgen dat de te verzorgen lessen, in geval van ziekte van een docent, zoveel mogelijk doorgang kunnen vinden en de directeur de afweging dient te maken over het al dan niet inzetten van werkneemster. Werkneemster was alsdan de enige aanwezige docent die was vrijgeroosterd van het geven van lessen. Verzoek van de directeur tot verzorgen van de invalles was redelijk. De Commissie oordeelt dat werkneemster niet in redelijkheid kon weigeren om aan deze redelijke werkopdracht te voldoen, zodat de hardnekkige weigering neerkomt op plichtsverzuim als bedoeld in art. H-44 CAO-BVE. De Commissie acht de maatregel proportioneel. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-03-2008
103638 - Beroep berisping; BVE
Werknemer is berispt vanwege een aantal gedane uitlatingen. Werknemer heeft niet weersproken dat hij die uitlatingen heeft gedaan. De werkgever stelt dat het niet gaat over het functioneren van de werknemer als docent of over de inhoud van gevoerde discussies, maar uitsluitend over de gehanteerde omgangsvormen. De Commissie overweegt dat de werkgever de uitlatingen op goede gronden als denigrerend en respectloos aanmerkt. De werknemer had zijn intenties op een met de gedragscode overeenstemmende wijze kunnen verwoorden. De werknemer heeft reeds eerder op kosten van de werkgever een begeleidingstraject doorlopen, gericht op beter kiezen van zijn toon. De uitlatingen vormen plichtsverzuim. De berisping is proportioneel aangezien werknemer eerdere aanmaningen om zijn toon te matigen, in de wind heeft geslagen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-07-2008
103750 - Beroep tegen berisping; HBO
De werkgever stelt de werknemer een voornemen tot berisping als bedoeld in art. P-2 lid 1 CAO-HBO te hebben gezonden alvorens de berisping op te leggen. De werknemer stelt dat hij het voornemen nooit heeft ontvangen.
Uit niets blijkt dat de werkgever daadwerkelijk een voornemen tot het opleggen van een berisping heeft gezonden aan de werknemer, zodat moet worden aangenomen dat dit ook niet is gebeurd.
De werknemer is hierdoor geschaad in zijn door de CAO beschermd belang om voorafgaande aan het opleggen van de disciplinaire maatregel door de werkgever te worden gehoord.
Reeds om deze reden dient het beroep gegrond verklaard te worden. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-07-2008
103763 - Vereenvoudigde behandeling beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; VO
De werknemer heeft ruim vier maanden te laat beroep ingesteld. De werknemer werd reeds vóór zijn ontslag bijgestaan door een rechtsgeleerd raadsman die beroepshalve op de hoogte is of behoort te zijn van de rechtsmiddelen die open staan tegen een ontslagbeslissing. Om deze reden kan evenmin aanvaard worden dat de werknemer tijdig beroep heeft ingediend nadat hij kennis nam van de beroepsmogelijkheid in de conclusie van antwoord in de procedure bij de Rechtbank. Zelfs als toelaatbaar zou zijn dat vanaf dit moment beroep zou kunnen worden ingesteld, dan nog had dit binnen korte tijd - dat wil zeggen uiterlijk binnen twee weken - moeten gebeuren. Het is niet zo dat vanaf het moment van bekend worden van de beroepsmogelijkheid een geheel nieuwe termijn van zes weken begint te lopen. Dat de werknemer reeds door een brief van 06-07-2006 beroep heeft ingediend is niet juist. De brief van de werkgever waartegen de brief van de werknemer zich richtte is slechts een aankondiging van een ontslag op termijn en vormt op zich geen voor beroep vatbare beslissing. De werknemer kon hiertegen derhalve geen beroep indienen. Termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-07-2008
103747 - Beroep tegen tussentijds ontslag wegens ongeschiktheid; VO
Werknemer is docent in tijdelijke dienst en is tussentijds ontslagen wegens ongeschiktheid.
Het is voldoende aannemelijk geworden dat de werknemer niet naar behoren functioneert en dat de werkgever hem meerdere mogelijkheden heeft geboden om zijn functioneren te verbeteren. Gelet op de inspanningen die de werkgever zich heeft getroost om het functioneren van de werknemer op een hoger niveau te brengen - zoals het toewijzen van een extra begeleider, het overdragen van het mentoraat aan een collega en het verminderen van de betrekkingsomvang - en de conclusie dat die inspanningen geen aanvaardbaar resultaat hebben opgeleverd, is de ongeschiktheid van de werknemer voor de functie van docent naar het oordeel van de Commissie voldoende vast komen te staan en heeft de werkgever hem redelijkerwijze op die grond kunnen ontslaan.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-07-2008
103775 - Vereenvoudigde behandeling beroep tegen beweerd ontslag; VO
De werkgever heeft op 27-06-2006 een brief met informatie aan de werknemer gezonden. De werknemer heeft hierop per brief van 06-07-2006 naar de werkgever gereageerd. Per brief van 28-09-2007 heeft de werkgever de werknemer ontslagen. Bij brief van 19-04-2008 heeft de werknemer zich tot de Commissie gewend. Hij stelt dat zijn brief van 06-07-2006 door de werkgever beschouwd had moeten worden als beroepschrift en dat de werkgever dit beroepschrift had moeten doorzenden aan de Commissie. De brief van de werkgever van 27-06-2006 is slechts een aankondiging van een ontslag op termijn en vormt op zich geen voor beroep vatbare beslissing. Derhalve is de brief van 06-07-2006 niet gericht tegen één van de in artikel 52 WVO en 13 CAO-VO genoemde voor beroep vatbare beslissingen. Voor zover de brief van 29-04-2008 aan de Commissie dient te worden aangemerkt als een zelfstandig beroepschrift tegen de ontslagbeslissing van 28-09-2007, is er sprake van niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn van 6 weken. Weliswaar is de beroepsmogelijkheid niet vermeld in de ontslagbeslissing van 28-09-2008 maar de werknemer had zich in ieder geval reeds op 28-11-2007 voorzien van rechtskundige bijstand. Nadat de werkgever de raadsman bij brief van 21-01-2008 had gewezen op de beroepsmogelijkheid, is eerst ruim 3 maanden later beroep ingesteld.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-07-2008
103760 - Beroep tegen ontslag op staande voet; VO
Werknemer is in tijdelijke dienst. Werkgever verwijt werknemer dat hij zonder toestemming een brief aan ouders heeft verzonden met mededelingen over een intern arbeidsconflict. Zowel het verzenden van de brief als de inhoud van de brief worden door de werkgever aangemerkt als een dringende reden. De Commissie overweegt dat de inhoud en de toonzetting van voornoemde brief op zichzelf zodanig is dat er voldoende aanleiding was om tot een beëindiging van het dienstverband met werknemer te willen komen. Een ontslag op staande voet is onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze niet de juiste wijze van beëindiging. Van een noodzaak daartoe blijkt niet afdoende. Werknemer was ziek en niet te verwachten was dat zij voor het einde van het schooljaar nog werkzaamheden opgedragen zou krijgen. De Commissie acht het beroep voorts gegrond nu vaststaat dat de werkgever werknemer, na het ontslag op staande voet, nog op zes achtereenvolgende woensdagen heeft laten doorwerken op een andere vestiging van de instelling. Het verweten gedrag van werknemer kan, naar objectieve maatstaven, derhalve niet worden aangemerkt als zodanig dringend dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst met haar te laten voortduren tot einde tijdelijk dienstverband op 01-08-2008 dan wel tussentijds te beëindigen met inachtneming van de geldende opzegtermijn. Geen sprake van een voor de werkgever subjectief geldende dringende reden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-05-2008
103668 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; HBO
De werknemer voert onder verwijzing naar artikel 20, lid 2 sub e juncto 20 lid 3 sub c van de ZAHBO aan dat niet is voldaan aan één van de voorwaarden om tot ontslag te kunnen overgaan. Er is namelijk geen geldige WIA-beschikking omdat de werknemer beroep heeft ingesteld tegen zijn ontslag bij de Commissie.
De Commissie beoordeelt de bepaling van artikel 20 lid 3 sub c ZAHBO tezamen met artikel 20 lid 4 ZAHBO in zijn praktische uitwerking als volgt. Indien een werkgever geconfronteerd wordt met een WIA-beschikking ten aanzien van een van zijn werknemers, welke beschikking een arbeidsongeschiktheidspercentage vaststelt dat boven 35% ligt, verdient het aanbeveling in overleg te treden met deze werknemer over de vraag of is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 20 lid 2 ZAHBO. Afhankelijk van dit overleg kan de werkgever nadere actie, gericht op voortzetting dan wel beëindiging van het dienstverband, ondernemen. Indien de werknemer vervolgens wordt ontslagen en daartegen beroep instelt, zal de werkgever ingevolge de bepaling van artikel 10 lid 4 ZAHBO het deskundigenoordeel Overheid & Onderwijs van het UWV terzake van de mogelijkheid tot ontslag aan moeten vragen. Derhalve had de werkgever vanwege het ingestelde beroep tegen het ontslag een dergelijk deskundigenoordeel moeten aanvragen.
Tussenuitspraak: aanhouding beroep tot nader bericht over deskundigenoordeel.
De complete tekst kunt u hier downloaden
20-05-2008
103683 - Beroep tegen berisping en overplaatsing; HBO
De werknemer is als huismeester werkzaam. Klachten van een collega zijn door de Klachtencommissie ongewenst gedrag gegrond verklaard met het advies de werknemer schriftelijk te berispen en hem naar een andere locatie over te plaatsen. Werknemer heeft advies overgenomen. Beroep gericht tegen het voornemen, maar uit proceseconomisch oogpunt en omdat de werkgever het voornemen ongewijzigd heeft omgezet in een beslissing, is het beroep ontvankelijk. Werknemer is inmiddels akkoord met overplaatsing als ordemaatregel. De werknemer is niet in de gelegenheid gesteld verweer te voeren tegen het voornemen tot oplegging disciplinaire maatregel. Bij het opleggen van een disciplinaire maatregel is een aanmerkelijk rechtspositioneel belang van de werknemer betrokken. Dat belang wordt door middel van de verweermogelijkheid in de CAO beschermd. Door niet ten volle de voorgeschreven gelegenheid voor het voeren van verweer te bieden, wordt de werknemer in dat belang geschaad. Op grond hiervan reeds is het beroep tegen de berisping gegrond. Ten overvloede geeft de Commissie aan dat handhaving van de overplaatsing ertoe dient te leiden dat de werkgever schriftelijk en ondubbelzinnig aangeeft dat de overplaatsing geen disciplinair karakter heeft. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-05-2008
103691 - Beroep tegen tussentijds ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; VO
Ontslag wegens in onvoldoende mate beschikken over pedagogische en didactische vaardigheden. Als beroepsclausule bevat de brief een verwijzing naar de CAO-VO. De werkgever heeft op 15-01-2008 een akte van ontslag opgesteld. De werknemer stelt dat de werkgever verzuimd heeft de in artikel 4.a.8. CAO-VO voorgeschreven voornemenprocedure te voeren alvorens ontslag te verlenen. Volgens de werkgever is er regelmatig met de werknemer gesproken. Op grond van de in de brief opgenomen beroepsclausule, is de Commissie van oordeel dat de brief een definitieve ontslagbeslissing is en dat de werkgever niet de voorgeschreven voornemenprocedure heeft gevolgd. Het toepassen van wederhoor alvorens een ingrijpende beslissing ten aanzien van een medewerker te nemen is dermate belangrijk, dat het niet bieden van deze in de CAO opgenomen waarborg leidt tot gegrondheid van het beroep.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-05-2008
103669 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid PO
De Commissie overweegt dat het ontslag voldoet aan de vereisten in artikel 20 lid 2 BZA. De werknemer is meer dan 2 jaar onafgebroken ziek. De werknemer is voor meer dan 35% arbeidsongeschikt verklaard en het UWV heeft een positieve beschikking gegeven op de WIA-aanvraag. De werkgever heeft in eerste instantie onvoldoende reïntegatie-inspanningen verricht en heeft daarvoor door het UWV een loonsanctie opgelegd gekregen. Omdat de werkgever na afloop van het loonsanctiejaar de reïntegratieverplichtingen weer serieus heeft genomen en er uit een herplaatsingsonderzoek van een register-arbeidsdeskundige blijkt dat er binnen de eigen organisatie geen herplaatsingsmogelijkheden zijn, oordeelt de Commissie dat de werkgever in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat er voor de werknemer geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-04-2008
103671 - Beroep tegen opzegging verlengd tijdelijk dienstverband; PO
Schriftelijke mededeling van de werkgever om het verlengd tijdelijk dienstverband niet te verlengen in verband met vermindering van inkomsten en formatie.
De werknemer voert aan dat hij niet in tijdelijke maar in vaste dienst is en dat er geen geldige reden voor ontslag is.
Toepassing van de CAO heeft ertoe geleid dat het dienstverband van de werknemer na éen jaar stilzwijgend is verlengd voor een zelfde duur. Van toezeggingen van de werkgever om het dienstverband om te zetten in een vast dienstverband is niet gebleken. Derhalve is de werknemer in tijdelijke dienst. Dit tijdelijk dienstverband is met inachtneming van de opzegtermijn opgezegd tegen de datum waarop de tijd waarvoor het dienstverband was aangegaan, verstreek en de Commissie oordeelt dat de werkgever in redelijkheid tot de bestreden beslissing heeft kunnen komen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-04-2008
103637/103666 - Beroep tegen twee ontslagen wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; VO
Werkgever heeft twee maal ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid verleend, de tweede maal 'voor zover vereist', te weten voor het geval de Commissie het beroep tegen de eerste opzegging gegrond zou verklaren. De beroepen zijn gevoegd behandeld. De Commissie oordeelt het eerste beroep gegrond omdat de werkgever de in de CAO genoemde voornemenprocedure niet in acht heeft genomen. Ten aanzien van de tweede ontslagbeslissing oordeelt de Commissie dat voldoende aannemelijk is geworden dat werknemer als roostermaker niet naar behoren functioneert. Ondanks wekelijkse voortgangsgesprekken, is er geen verbetering in het functioneren opgetreden. Nu de werkgever voorts een competentieonderzoek heeft geïnitieerd om te kijken of er een andere passende functie te vinden dan wel te creëren was, en de werknemer gesteld heeft geen andere functie te willen aanvaarden, heeft de werkgever op goede gronden het dienstverband met de werknemer kunnen beëindigen.
Beroep gegrond.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-03-2008
103643 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid HBO
De Commissie constateert dat de werkgever heeft voldaan aan de vereisten van art. 20 lid 2 ZAHBO. Ten aanzien van de vraag of er al dan niet reële herplaatsingsmogelijkheden zijn, overweegt de Commissie dat er wel sprake is geweest van enige miscommunicatie ten aanzien van het voortzetten van het reïntegratietraject, doch dat niet kan worden gezegd dat er zodanige tekortkomingen in de reïntegratieverplichtingen van de werkgever waren, dat het beroep om die reden gegrond zou moeten worden verklaard. De Commissie neemt daarbij in aanmerking dat de werknemer zelf heeft aangegeven in te zien dat een terugkeer bij de werkgever niet meer tot de mogelijkheden behoort.Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-03-2008
103639 - Ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; VO
De werknemer heeft sinds augustus 2002, wegens onbevoegdheid, een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd als docent. Na een beoordelingsgesprek is het functioneren van de werknemer, ondanks begeleiding, als onvoldoende beoordeeld. De stelling dat de ongeschiktheid gedeeltelijk wordt veroorzaakt door psychische klachten is niet onderbouwd, bijvoorbeeld met behulp van een verklaring van een arts of psycholoog. Derhalve neemt de Commissie als uitgangspunt dat de werknemer niet arbeidsongeschikt was. Uit gespreksverslagen blijkt dat de werknemer ook na ruim een jaar begeleiding niet voldeed aan de eisen. Gelet op de begeleidingsinspanningen van de werkgever en de conclusie dat die geen aanvaardbaar resultaat hebben opgeleverd, is de ongeschiktheid van de werknemer voor de functie voldoende vast komen te staan en heeft de werkgever hem redelijkerwijze op die grond kunnen ontslaan.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-03-2008
103630 - Herzieningsverzoek; VO
De werknemer verzoekt herziening van de uitspraak van de Commissie waarbij zijn beroep tegen de RDDF-plaatsing (zaaknummer 102658) ongegrond is verklaard. De werknemer heeft een aantal feiten opgevoerd dat reeds expliciet aan de orde is geweest in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak waarvan nu herziening wordt gevraagd. Daarnaast heeft de werknemer verschillende feiten opgevoerd die hebben plaats gevonden ná de uitspraak van de Commissie. Deze feiten kunnen derhalve niet tot herziening van de uitspraak leiden. De overige opgevoerde feiten zijn door de werknemer onvoldoende onderbouwd of leiden niet tot herziening.
Herzieningsverzoek ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-03-2008
103487 - Beroep tegen disciplinaire maatregel; HBO
De werknemer heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de werkgever inhoudende een officiële waarschuwing alsmede een verbod te verschijnen op een studiedag van zijn team, de mededeling dat zijn takenpakket zal worden herzien waarbij alle organiserende en coördinerende taken bij hem worden weggehaald en de mededeling dat hem met onmiddellijke ingang functionele deelname aan het deeltijdteam wordt ontzegd. De werkgever heeft aangegeven dat hij geen disciplinaire maatregel heeft genomen.
De Commissie heeft na eerste schriftelijke behandeling van het beroep partijen meegedeeld van oordeel te zijn dat sprake is van een disciplinaire maatregel. Hierop heeft de werkgever de werknemer meegedeeld de bestreden beslissing in te trekken voor zover sprake is van het treffen van een disciplinaire maatregel. De werknemer heeft het beroep gehandhaafd.
Door het gebruik van de bewoordingen "officiële waarschuwing" alsmede door het ontheffen van de werknemer uit een aantal taken in combinatie met de constatering dat hij plichtsverzuim zou hebben gepleegd, dient de brief van de werkgever te worden aangemerkt als een disciplinaire maatregel. Dat de werkgever de bestreden beslissing heeft ingetrokken voor zover sprake is van het treffen van een disciplinaire maatregel, maakt dit niet anders. In de brief zijn immers de genomen maatregelen, namelijk dat de werknemer niet mag verschijnen op een studiedag van zijn team op 10-04-2007, dat zijn takenpakket zal worden herzien en dat hem met onmiddellijke ingang functionele deelname aan het deeltijdteam wordt ontzegd, niet ingetrokken. Deze onderdelen van de brief maken onlosmakelijk onderdeel uit van de disciplinaire maatregel zodat deze feitelijk in stand is gebleven.
De werkgever heeft verzuimd de werknemer, zoals artikel P-2 CAO-HBO voorschrijft, in de gelegenheid te stellen verweer te voeren tegen de (voorgenomen) disciplinaire maatregel. Gezien het belang dat de Commissie hecht aan het in acht nemen van de in de CAO voorgeschreven formaliteiten in het kader van hoor en wederhoor wordt het beroep reeds om deze reden gegrond verklaard. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-03-2008
103636 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid MBO
De werknemer werkt als Instructeur camerabehandeling. Het ontslag is gebaseerd op de grond dat gebleken is dat de werkgever geen mogelijkheid ziet de werkneemster perspectief te bieden in haar eigen of en andere functie bij de werkgever. De Commissie constateert dat het ontslag in feite is gebaseerd op onbekwaamheid of ongeschiktheid. Als het al zo is dat werkneemster had moeten begrijpen dat dit de ontslaggrond was, dan voldoet de bestreden beslissing procedureel en inhoudelijk niet aan de vereisten die voor een ontslag op die grond gelden. De werkgever heeft de werkneemster geen voornemenbeslissing doen toekomen (H-45 CAO-BVE). Een gesprek met de herplaatsingscommissie kan niet worden aangemerkt als het voeren van verweer. Een gedeelte van de gesprekken met haar leidinggevenden vond plaats in het kader van de reïntegratie ter zake van arbeidsongeschiktheid. Derhalve is het maar de vraag of, zo er al sprake zou zijn van disfunctioneren, dit niet samenhing met de arbeidsongeschiktheid. De bestreden ontslagbeslissing voldoet niet aan de daaraan te stellen formele vereisten en wordt inhoudelijk niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
03-03-2008
103682 - Vereenvoudigde behandeling beroep tegen berisping; HBO
Het beroep is 3 dagen na het verstrijken van de beroepstermijn van 6 weken ingesteld. De werkgever heeft in de bestreden beslissing aangegeven waar en binnen welke termijn beroep kon worden ingesteld. Op grond van art. 21 van het Beroepsreglement van de Commissie, laat de Commissie niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding achterwege, indien de appellant aantoont dat hij het beroep heeft ingesteld, zo spoedig mogelijk als redelijkerwijze verlangd kon worden. Desgevraagd heeft de werknemer aangegeven dat hij door persoonlijke omstandigheden niet in staat is geweest om het beroep op een eerder tijdstip in te dienen. Dergelijke niet nader gespecificeerde omstandigheden zijn echter op zich niet voldoende om termijnoverschrijding verschoonbaar te doen zijn.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-02-2008
103644 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid HBO
Het ontslag gaat gepaard met de aanbieding van herplaatsing in de functie van adviseur schaal 10 met een betrekkingsomvang van 0,28 FTE.
De werkgever meent dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat de werknemer zich niet verzet tegen het ontslag maar alleen tegen de herplaatsing. Echter, ontslag wegens blijvende arbeidsongeschiktheid kan slechts plaats hebben als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Deze voorwaarden zijn zodanig onlosmakelijk met het ontslag verbonden dat het mogelijk is om in beroep te gaan ook al richt het beroep zich niet tegen het ontslag op zich maar tegen de voorwaarden waaronder dit gebeurt.
Partijen hebben een deskundigenoordeel gevraagd over de vraag of de werkgever de werknemer redelijkerwijs heeft kunnen plaatsen in de functie van adviseur met salarisschaal 10 met een omvang van 0,28 FTE. De conclusie van het deskundigenoordeel is dat de door de werknemer geclaimde arbeid, namelijk de functie van adviseur in salarisschaal 12 met een omvang van 0,28 FTE passend is bij zijn krachten en bekwaamheden en dat de werkgever geen deugdelijke grond heeft voor het niet aanbieden van deze passende arbeid aan de werknemer. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-02-2008
103514 - Beroep tegen ontslag wegens van rechtswege eindigen dienstverband MBO
De werknemer was sinds 01-01-2006 langer dan 3 jaar in tijdelijke dienst omdat hij niet bevoegd was. De CAO biedt deze mogelijkheid voor de onbevoegde docent. De werkgever heeft de werknemer per brief van 06-06-2007 meegedeeld dat zijn tijdelijk dienstverband per 01-08-2007 niet zou worden voortgezet. Per 05-07-2007 is de werknemer echter bevoegd geworden zodat per deze datum geen geldige reden meer bestond voor een tijdelijke benoeming. Het dienstverband was derhalve met ingang van 05-07-2007 een vast dienstverband. De mededeling omtrent het niet voortzetten van het dienstverband van de werknemer dient beschouwd te worden als een ontslag uit een vast dienstverband. Voor dit ontslag heeft de werkgever geen geldige reden opgevoerd.Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-02-2008
103571/103572 Beroepen tegen schorsing HBO
De werkgever heeft de 2 werknemers definitief ontheven van hun managementtaken.
De werkgever stelt dat de werknemers definitief, dus niet voor bepaalde duur, van hun managementtaken zijn ontheven. Wanneer een werkgever een werknemer van zijn werkzaamheden wil ontheffen dan wel hem met andere taken wil belasten, dient hij de in de CAO gestelde grenzen in acht te nemen, meer specifiek de artikelen P-1 en E-1 lid 4 van de CAO-HBO. Ingevolge artikel P-1 CAO-HBO kan de werkgever de werknemer schorsen, hetgeen inhoudt het tijdelijk ontheffen van de gehele of gedeeltelijke uitoefening van de functie van de werknemer. Artikel E-1 lid 4 CAO-HBO geeft aan, dat de werkgever voor een korte tijd doch ten hoogste voor een maand de aan de functie van de werknemer verbonden werkzaamheden kan wijzigen. Dit betekent dat een ontheffing van de werkzaamheden van de werknemer volgens de CAO-HBO, anders dan met instemming van de werknemer, niet anders dan tijdelijk plaats kan vinden.
Afwijking van de CAO-HBO, namelijk in casu het definitief ontheffen van de werknemers van de aan hun functie verbonden werkzaamheden, is niet toegestaan. Ontheft de werkgever, zoals hier, de werknemers toch 'definitief' dan is desalniettemin sprake van een schorsing. Elke definitieve schorsing immers omsluit mede de tijdelijke. Door in afwijking van de CAO-HBO de schorsing definitief te noemen in plaats van tijdelijk, kan de werkgever niet bewerkstelligen dat de werknemers hun rechten, die zij kan ontlenen aan een (tijdelijke) schorsing als bedoeld in de CAO, verliezen.
De werkgever heeft verzuimd de procedurevoorschriften van artikel P-2 CAO-HBO te volgen. Beroepen gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-02-2008
103582/103583/103584 - Beroep tegen schriftelijke berisping; HBO
Appellanten zijn drie docenten die zich per e-mail hebben uitgelaten over de (besluitvorming over de) verhuizing van de faculteit. De e-mail was gericht aan de studenten van de faculteit en alle Fdocenten. Appellanten waren voor het uiten van eventuele onvrede verwezen naar hun leidinggevenden. De Commissie oordeelt dat de werkgever is bevoegd tot het geven van deze niet onredelijke instructie. Derhalve pleegden de appellanten plichtsverzuim. Na de instructie heeft de leidinggevende zich echter zelf twee keer tot een vrij ruime kring van geadresseerden gewend over deze kwestie. Het optreden van de leidinggevende brengt met zich dat het opleggen van een disciplinaire maatregel niet proportioneel is. Beroepen gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-02-2008
103614 Beroep tegen rddf-plaatsing; PO
Werkneemster heeft vast dienstverband op basis van ID-regeling en is in het rddf geplaatst vanwege afbouw van de ID-regeling. Werkneemster houdt zich bezig met de leerlingenadministratie en ICT-werkzaamheden. Werkneemster heeft niet binnen de beroepstermijn beroep ingesteld bij de Commissie. Omdat de werkgever werkneemster had medegedeeld dat de beroepstermijn eerst inging na de zomervakantie, acht de Commissie de termijnoverschrijding verschoonbaar en daarmee is het beroep ontvankelijk. De Commissie is van oordeel dat de werkgever niet dan wel onvoldoende heeft aangetoond dat hij werknemer niet op basis van eigen middelen in dienst kan houden. Relevante (financiële) gegevens zoals het bestuursformatieplan ontbreken zodat de Commissie zich geen afgewogen oordeel kan vormen over de noodzaak en de rechtmatigheid van de rddf-plaatsing. De Commissie concludeert dat de bestreden beslissing onvoldoende is gemotiveerd en voldoende feitelijke grondslag ontbeert. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-02-2008
103613 Beroep tegen rddf-plaatsing; PO
Werknemer is conciërge en zijn functie is in het rddf geplaatst vanwege afbouw van de ID-regeling. Werknemer heeft niet binnen de beroepstermijn beroep ingesteld bij de Commissie. Omdat de werkgever had medegedeeld dat de beroepstermijn eerst inging na de zomervakantie, acht de Commissie de termijnoverschrijding verschoonbaar. De Commissie is van oordeel dat de werkgever niet dan wel onvoldoende heeft aangetoond dat hij werknemer niet op basis van eigen middelen in dienst kan houden. Relevante (financiële) gegevens zoals het bestuursformatieplan ontbreken zodat de Commissie zich geen afgewogen oordeel kan vormen over de noodzaak en de rechtmatigheid van de rddf-plaatsing. De bestreden beslissing is onvoldoende gemotiveerd en ontbeert voldoende feitelijke grondslag.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-02-2008
103612 Beroep tegen rddf-plaatsing; PO
Werkneemster is lokaalassistente en haar functie is in het rddf geplaatst vanwege afbouw van de ID-regeling. Werkneemster heeft niet binnen de beroepstermijn beroep ingesteld bij de Commissie. Omdat de werkgever had medegedeeld dat de beroepstermijn eerst inging na de zomervakantie, acht de Commissie de termijnoverschrijding verschoonbaar. De Commissie is van oordeel dat de werkgever niet dan wel onvoldoende heeft aangetoond dat hij werknemer niet op basis van eigen middelen in dienst kan houden. Relevante (financiële) gegevens zoals het bestuursformatieplan ontbreken zodat de Commissie zich geen afgewogen oordeel kan vormen over de noodzaak en de rechtmatigheid van de rddf-plaatsing. Beslissing is onvoldoende gemotiveerd en ontbeert voldoende feitelijke grondslag. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-02-2008
103608 Beroep tegen rddf-plaatsing; PO
Werknemer is hulpconciërge en zijn functie is vanwege afbouw van de ID-regeling in het rddf geplaatst. Werknemer heeft niet binnen de beroepstermijn beroep ingesteld bij de Commissie. Omdat de werkgever had medegedeeld dat de beroepstermijn eerst inging na de zomervakantie, acht de Commissie de termijnoverschrijding verschoonbaar. De Commissie is van oordeel dat de werkgever niet dan wel onvoldoende heeft aangetoond dat hij de werknemer niet op basis van eigen middelen in dienst kan houden. Relevante (financiële) gegevens zoals het bestuursformatieplan en het aan de gemeente gedane verzoek om toepassing van de hardheidsclausule ontbreken zodat de Commissie zich geen afgewogen oordeel kan vormen over de noodzaak en de rechtmatigheid van de rddf-plaatsing. Voorts blijkt uit een door de werknemer overgelegde notitie van de gemeente dat de werkgever voor een werknemer, die door een reïntegratiebureau is geïndiceerd als "blijver", subsidie kan blijven ontvangen zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt. Tevens vermeldt de notitie dat voor zover er gedurende het proces van afbouw van de subsidie sprake is geweest van gedwongen ontslagen, deze niet het gevolg kunnen zijn van gemeentelijk beleid. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-01-2008
103547 Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim HBO
Werknemer is docent en heeft in de nieuwe onderwijsopzet tutor-taken gekregen die meer het karakter van onderwijsbegeleiding hebben dan van lesgeven. Werknemer en acht de tutor-werkzaamheden niet passend. Een eerder ontslag op dezelfde grond is door de Commissie niet proportioneel geoordeeld. In onderhavig beroep oordeelt de Commissie dat er geen aanleiding is om ten aanzien van de feiten (het zonder geldige reden weigeren van passend werk) en de kwalificatie daarvan (plichtsverzuim) tot een ander oordeel te komen dan in de vorige beroepsprocedure. Het is van belang dat de werknemer herhaaldelijk en hardnekkig weigert om de passende werkzaamheden te verrichten en dat alle eerdere waarschuwingen, waaronder het eerder verleende ontslag, hem niet tot een andere opstelling hebben kunnen bewegen. Gelet hierop is de maatregel proportioneel. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-01-2008
103466 Beroep tegen ontslag wegens een gewichtige reden HBO
Werkneemster was gedurende 2 jaar gedetacheerd bij andere werkgever. Werkgever meent dat niet meer in redelijkheid van hem gevraagd kon worden het dienstverband nog langer in stand te houden. De werkneemster is in een conflict betrokken geraakt en heeft ingestemd met een outplacementtraject dat heeft geleid tot een langdurige detachering bij verschillende werkgevers. Nadat ook de laatste detachering niet werd omgezet in een regulier dienstverband elders heeft de werkgever het dienstverband opgezegd. De werkneemster heeft zich in de periode waarin zij gedetacheerd was, niet op de hoogte gesteld van vacatures op de hogeschool noch heeft zij de hogeschool verzocht haar in aanmerking te doen komen voor eventuele vacatures en gesteld noch gebleken is dat er vacatures op de hogeschool beschikbaar zouden zijn waarvoor de werkneemster in aanmerking zou kunnen komen. Voorts is het zo dat pas toen de werkgever kenbaar maakte niet langer de detachering te willen voortzetten, de werkneemster heeft aangegeven terug te willen keren op de instelling. Dit leidt tot het oordeel dat de werkneemster na de start van haar detachering een terugkeer naar de hogeschool niet meer heeft nagestreefd. Gezien het lange tijdsverloop van twee jaar sinds de start van het outplacement en de daaruit voortvloeiende detachering, het ontbreken van een passende oplossing gelegen in structurele plaatsing van de werkneemster elders en het ontbreken van voor de werkneemster passende vacatures op de instelling, kon niet meer van de werkgever in redelijkheid gevraagd kon worden het dienstverband met de werkneemster te continueren. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-01-2008
103634 - Ontslag wegens plichtsverzuim subsidiair wegens gewichtige redenen; VO
De werknemer wordt verweten dat hij met veel dingen bezig is, behalve met zijn werk. Uit verslagen van gesprekken tussen de werkgever en de werknemer komt een eenduidig beeld naar voren welk beeld in deze verslagen niet door de werknemer wordt weersproken. De werknemer heeft geprobeerd zijn functioneren te verbeteren maar dit is niet gelukt. Hiermee is echter geen sprake van plichtverzuim, maar de werknemer heeft aangetoond onvoldoende te functioneren in zijn functie zonder hierin verbetering te kunnen brengen. Gezien het feit dat reeds in 2001 de eerste problemen in het functioneren van de werknemer gesignaleerd zijn en dat sindsdien zijn functioneren aanleiding is blijven geven tot kritiek, waarbij van een blijvende verbetering geen sprake is gebleken, is het begrijpelijk dat de werkgever geen vertrouwen meer heeft in het voortzetten van het dienstverband met de werknemer en heeft hij in redelijkheid kunnen beslissen de werknemer te ontslaan op grond van een reden van gewichtige aard gelegen in het ontbreken van vertrouwen in de werknemer.
Beroep tegen ontslag bij wijze van disciplinaire maatregel gegrond.
Beroep tegen ontslag wegens een gewichtige reden ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-01-2008
103498 - Beroep tegen overplaatsing HBO
Werknemer merkt brief met de aankondiging dat zijn leidinggevende de werkgever gaat voorstellen de werknemer over te plaatsen en de beslissing van de werkgever tot overplaatsing na een onvoldoende beoordeling aan als voor beroep vatbare beslissingen. De brief van de leidinggevende is slechts een voorstel aan de werkgever en derhalve niet een beslissing ten aanzien van de werknemer. Beslissing tot overplaatsing is genomen in het kader van de regeling functioneringsgesprekken en beoordelen en is geen disciplinaire maatregel. Derhalve staat geen beroep bij de Commissie open. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-01-2008
103585 - Beroep tegen ontslag op staande voet; BVE
De werknemer was verantwoordelijk voor het aannemen van docenten. Hij heeft van de door hem aangenomen docenten betalingen ontvangen, waarvan de hoogte was gerelateerd aan het aantal door deze docenten gewerkte uren. Aldus had de werknemer een privé-belang bij het aan het werk hebben en houden van deze werknemers. Daardoor heeft hij te zeer het onderscheid tussen zijn eigen belang en dat van de werkgever veronachtzaamd. Onderzoek gelast op 4 juli, afgerond op 18 juli, op 19 juli op staande voet ontslagen. Aldus is het ontslag onverwijld verleend, namelijk onmiddellijk nadat de werkgever van de dringende reden op de hoogte was.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-01-2008
103559 Beroep tegen disciplinaire schorsing HBO
De werknemer heeft een e-mail verzonden aan zijn leidinggevende en aan zijn collega's met daarin kritiek op de leidinggevende en de beschuldiging dat zij zou discrimineren. Door niet eerst zijn kritiek aan de leidinggevende voor te leggen maar via de e-mail ook aan een groot aantal collega's te sturen heeft de werknemer de positie van de directeur binnen de hogeschool ter discussie gesteld en haar hiermee in een voor haar onwenselijke positie gebracht. De werknemer heeft plichtsverzuim gepleegd. De werknemer heeft niet eerder plichtsverzuim gepleegd en de directeur heeft, nadat zij na terugkeer van haar vakantie kennis had genomen van de e-mail van de werknemer, direct de schorsing met onmiddellijke ingang opgelegd. Hiermee heeft zij te voortvarend gereageerd en onvoldoende afstand van het conflict genomen voordat zij een beslissing nam. De Commissie oordeelt de opgelegde schorsing - die een duur had van bijna drie maanden - niet in proportie tot het gepleegde plichtsverzuim. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-01-2008
103657 - Voorlopige voorziening: disciplinaire overplaatsing BVE
In het praktijklokaal van de werknemer heeft zich een incident voorgedaan waarbij een deelnemer door de werknemer per ongeluk met een schaar werd geraakt. Volgens de werkgever heeft de werknemer tijdens de afhandeling van het incident onaanvaardbaar gedrag vertoond. De werkgever heeft twee disciplinaire maatregelen opgelegd, namelijk berisping en overplaatsing. Tegen beide maatregelen heeft de werknemer beroep bij de Commissie ingesteld en hij heeft de Voorzitter van de Commissie verzocht om de overplaatsing te schorsen bij wijze van voorlopige voorziening.
Hoewel duidelijk is dat een gesprek met de moeder en de zus van de deelnemer niet het beoogde effect heeft gehad, kan dit volgens de voorzitter niet zonder nadere onderbouwing uitsluitend aan de werknemer worden toegerekend. Uit niets blijkt dat contact van de werknemer met andere deelnemers tot onrust in de groep heeft geleid dan wel dat de gewonde deelnemer hierdoor in diskrediet is gebracht. De feiten die aan het plichtsverzuim ten grondslag zijn gelegd, zijn onvoldoende aannemelijk geworden. Voldoende waarschijnlijk dat de Commissie het beroep in de bodemprocedure gegrond verklaart. De Voorzitter schorst de beslissing tot overplaatsing. Verzoek voorlopige voorziening toegewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-01-2008
103656 / 103687 - Beroepen tegen berispingen en disciplinaire overplaatsing; BVE
103656 Werknemer is beheerder leercentrum en heeft in een praktijklokaal per ongeluk een deelnemer met een schaar aan het hoofd geraakt. Dezelfde middag hebben de moeder en de zus van de deelnemer op school een gesprek gevoerd. De werkgever heeft de werknemer de disciplinaire maatregelen van schriftelijke berisping en overplaatsing opgelegd omdat hij geen begrip had getoond voor het standpunt van de deelnemer en zijn ouders en omdat hij heeft zijn gedrag tijdens het incident achteraf heeft willen rechtvaardigen en de deelnemer daarbij in diskrediet heeft gebracht. De Voorzitter van de Commissie heeft, bij wijze van voorlopige voorziening, de beslissing tot overplaatsing geschorst. De Commissie overweegt dat het gesprek op school weliswaar niet het beoogde effect gehad, maar niet gebleken is dat dit aan de opstelling van de werknemer kan worden toegeschreven. De Commissie kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de werkgever zich bij het als plichtsverzuim aanmerken van het gedrag van de werknemer meer heeft laten leiden door de reactie van de familie dan door het daadwerkelijke gedrag van de werknemer. Evenmin heeft de werkgever aannemelijk gemaakt dat de getroffen deelnemer naar objectieve maatstaven na het incident door de werknemer in diskrediet is gebracht. De feiten, waarop de bestreden beslissing berust, zijn deels niet vast komen te staan en voorts kunnen de gedragingen niet als plichtsverzuim worden aangemerkt.
103687 De werkgever heeft de werknemer een berisping opgelegd omdat hij niet was verschenen op een gesprek over hervatting van het werk in een andere functie. Het staat een werknemer niet vrij om naar eigen inzicht al of niet in te gaan op een uitnodiging van de werkgever om de werksituatie te bespreken. Van plichtsverzuim is geen sprake als de weigering plaatsvindt onder omstandigheden, waarin van de werknemer redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij gevolg geeft aan de uitnodiging voor het gesprek. Het was voor de werknemer onduidelijk of zijn leidinggevende bij een gesprek over werkhervatting uitvoering zou geven aan het disciplinaire traject, waarin reeds rechtsmiddelen waren aangewend, of aan een functioneringstraject. Onder deze omstandigheden kon de uitnodiging van de werkgever om zonder raadsman een gesprek te komen voeren, niet als een redelijke werkopdracht worden aangemerkt. Beroepen gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-01-2008
103477 - Beroep inzake beoordeling HBO
De werknemer heeft bij de werkgever bezwaar ingediend tegen zijn beoordeling. Dat bezwaar is door de werkgever niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. Tegen die beslissing heeft de werknemer beroep ingesteld. In de Regeling Functioneringsgesprekken van de werkgever is opgenomen dat de Commissie van Beroep Personeel alleen uitspraken doet in geval van het direct of indirect onthouden van een bevordering. De werknemer is ná de beoordeling benoemd gebleven in dezelfde functie en werd op grond van een salarisgarantie beloond naar een hogere schaal dan de bij zijn functie behorende schaal. Derhalve kunnen de beoordeling en de beslissing op het bezwaar daartegen, niet worden aangemerkt als een beslissing omtrent het direct of indirect onthouden van een bevordering. Beroep is niet gericht tegen een voor beroep vatbare beslissing als genoemd in artikel 4.7 lid 1 WHW. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-01-2008
103553 - Beroep tegen berisping; VO
Werknemer is docent. De berisping is opgelegd vanwege het in strijd met afspraken onderhouden van contact met ouders van leerlingen en het niet nakomen van afspraken met betrekking tot de begeleiding van werknemer. Onweersproken is dat het onderwerp contacten met ouders verschillende keren onderwerp van gesprek is geweest. De werknemer heeft op een zo hardnekkige wijze aan haar eigen standpunten en werkwijzen vastgehouden, dat de werkgever in redelijkheid een disciplinaire maatregel heeft kunnen nemen om haar er op deze wijze toe te bewegen afspraken alsnog na te komen. Ook staat vast dat de werknemer op eigen initiatief wijzigingen heeft aangebracht in het programma dat was opgesteld om haar te begeleiden. Plichtsverzuim waarvoor een schriftelijke berisping proportioneel is.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
Zojuist verschenen: jaarverslag Onderwijsgeschillen 2011 en jaarverslag van de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs 2011
Uitspraak LCG WMS 11 april 2012 : termijnen voor indienen van instemmingsgeschil zijn dwingend
Nieuwe publicatie Onderwijsgeschillen: artikel in School en Wet over disciplinaire maatregel
Arrest Ondernemingskamer inzake vordering tot naleving WMS m.b.t. vergoeding kosten van rechtsbijstand
Advies Landelijke Bezwarencommissie Schoolbestuursbeslissingen (LBS): ontslag uit ID-betrekking
