Archief Jurisprudentie per beroep HBO, BVE, VO en PO
In onderstaande beroepen kunt u van HBO, BVE, VO naar PO de uitspraken vinden vanaf het jaar 2007 en ouder. De uitspraken zijn per beroep gesorteerd en niet zoals hierboven op volgorde van uitspraak datum.
27-11-2007
103568 - Beroep tegen niet omzetten tijdelijk naar vast dienstverband HBO
Werknemer had een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met uitzicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel D-3 CAO-HBO, een zogenoemd TUV-contract. Een deel van het dienstverband is na afloop van de overeengekomen termijn tijdelijk voortgezet. De Voorzitter doet uitspraak in vereenvoudigde behandeling. Ingevolge art. D-3 lid 5 CAO-HBO kan een werkgever op grond van de beoordeling van het functioneren weigeren het tijdelijk dienstverband om te zetten in een vast dienstverband. Tegen de beoordeling als zodanig staat geen beroep bij de Commissie open, ook niet tegen de weigering het dienstverband om te zetten in een vast dienstverband. Als de werkgever het dienstverband vervolgens niet continueert, eindigt het dienstverband ingevolge art. Q-1 lid 2 onder c CAO-HBO van rechtswege door het verstrijken van de termijn waarvoor de overeenkomst is aangegaan. Tegen dit van rechtswege eindigen staat geen beroep bij de Commissie open. Tegen de beslissing om een deel van het dienstverband tijdelijk voort te zetten, staat ook geen beroep bij de Commissie open. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Commissie kennelijk onbevoegd voor wat betreft het verzoek om kostenveroordeling en rectificatie van de beoordeling.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-11-2007
103502 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid HBO
De werknemer is meer dan 2 jaar onafgebroken ziek, het UWV heeft verklaard dat herstel binnen een periode van 6 maanden na afloop van die 2 jaar redelijkerwijs niet is te verwachten, de werknemer is voor meer dan 35% arbeidsongeschikt verklaard en het UWV heeft een positieve beschikking gegeven op de WIA-aanvraag. Het ontslag voldoet aan de vereisten in artikel Q-2 lid 1 CAO-HBO en in artikel 20 lid 2 ZAHBO. Ook heeft de werkgever diverse pogingen gedaan om de werknemer, zowel binnen als buiten de hogeschool, te reïntegreren. De Commissie concludeert dat er voor de werknemer geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn.Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-11-2007
103632 / 103633 Verzoeken voorlopige voorzieningen tot schorsing van ontheffing uit managementtaken.
Werkgever heeft werknemers definitief ontheven van managementtaken. In tegenstelling tot wat de werkgever aanvoert is wel degelijk sprake van een schorsing. Volgens de CAO kan een ontheffing van de werkzaamheden van de werknemer, anders dan met diens instemming, niet anders dan tijdelijk plaats vinden. Ontheft de werkgever de werknemer toch definitief dan is desalniettemin sprake van een schorsing. De werkgever heeft verzuimd de procedurevoorschriften van artikel P-2 CAO-HBO te volgen. Daarom kan met voldoende mate van waarschijnlijkheid worden gezegd dat de Commissie van beroep het beroep in de bodemprocedure gegrond zal verklaren. De Voorzitter schorst de bestreden beslissing bij wijze van voorlopige voorziening.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-11-2007
103480 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; HBO
Naar aanleiding van het niet langer aanbieden van cursussen die door de werknemer verzorgd werden, heeft de werkgever de betrekking van de werknemer opgeheven en hem op die grond ontslagen. Vast staat dat de werknemer is benoemd als docent zonder dat die benoeming is gekoppeld aan de cursussen die door de werkgever zijn opgeheven. De opheffing van die cursussen leidt daarom niet automatisch tot een opheffing van een docentenbetrekking. De werkgever heeft de herplaatsingsinspanningen onvoldoende geconcretiseerd. Het feit dat het hier gaat om een grote hogeschool en de brede inzetbaarheid van de werknemer brengen mee dat hoge eisen mogen worden gesteld aan de motivering van de stelling dat de werknemer niet herplaatsbaar zou zijn. Aan deze motiveringsplicht heeft de werkgever niet voldaan. Evenmin voldoende aannemelijk dat het functioneren van de werknemer aan zijn herplaatsing in de weg heeft gestaan.Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-11-2007
103512 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; HBO
De werknemer bestrijdt de noodzaak tot opheffing van de betrekking niet. Hij voert echter aan dat de werkgever onvoldoende invulling heeft gegeven aan de zorgverplichting van artikel Q-2 CAO-HBO hem een andere passende functie aan te bieden. Gezien de omvang van de betrekking van de werknemer (0,05 FTE) en de door de werkgever gehanteerde inzetbaarheidseisen is het relatief moeilijk voor de werkgever om een passende functie aan de werknemer aan te bieden. Voorts is gebleken dat de werknemer, ondanks het feit dat hij al geruime tijd op de hoogte was van het feit dat zijn functie wellicht niet gehandhaafd zou kunnen worden, geen enkele maal heeft gesolliciteerd op vacatures binnen de hogeschool. De werkgever heeft voldoende invulling gegeven aan de herplaatsingsverplichting als genoemd in artikel Q-2 lid 1 CAO-HBO zodat hij in redelijkheid heeft kunnen overgaan tot opzegging van het dienstverband. De werkgever heeft een onjuiste opzegtermijn gehanteerd; conform vaste jurisprudentie converteert de Commissie naar de juiste opzegtermijn. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-10-2007
103491 - Beroep tegen deelontslag HBO
Werknemer is werkzaam in het kunstonderwijs en heeft jaarlijks tijdelijke uitbreidingen. De werkgever heeft de betrekking van de werknemer m.i.v. 01-12-2006 verminderd in verband met het eindigen van zijn lidmaatschap van de MR en de deelraad. De Commissie oordeelt dat het gedeelte van de betrekkingsomvang dat per 01-08-2006 reeds 4 respectievelijk 3 jaar duurde, op grond van de bepalingen met betrekking tot de voortgezette dienstbetrekking in de opvolgende CAO's-HBO, per genoemde datum vast is. Het overige gedeelte van de betrekkingsomvang betreft ene tijdelijke uitbreiding. De werknemer mag geacht worden op de hoogte te zijn geweest van het feit dat het tijdelijke gedeelte van zijn dienstverband per 01-08-2006 is voortgezet in verband met zijn verlangd lidmaatschap van de MR en de deelraad. Dat tijdelijke gedeelte is per 01-12-2006 van rechtswege afgelopen vanwege het eindigen van dat lidmaatschap. Tegen het van rechtswege eindigen, staat geen beroep open.
Beroep deels ontvankelijk en gegrond en voor het overige niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-08-2007
103567 - Verzoek voorlopige voorziening HBO
Werkneemster is benoemd op grond van artikel D-3 CAO-HBO, een tijdelijk dienstverband met uitzicht op een vast dienstverband. De werkgever zet het dienstverband niet voort. Op grond van de CAO wordt een dergelijk tijdelijk dienstverband omgezet in een vast dienstverband tenzij uit een beoordeling op grond van artikel N van de CAO blijkt dat de werknemer op grond van zijn functioneren niet voor zo'n omzetting in aanmerking komt. De voorzitter constateert dat de werkgever gedurende het dienstverband wel gesprekken met de werkneemster heeft gevoerd, maar heeft nagelaten de formele beoordelingsprocedure te volgen. Dus is niet voldaan aan de voorwaarde waaronder het dienstverband op grond van de CAO-HBO per 31-08-2007 kan eindigen en is het voldoende waarschijnlijk dat de Commissie van beroep het door de werkneemster ingestelde beroep gegrond zal verklaren. De gevraagde voorziening, namelijk dat de werkgever ook na 31-08-2007 het overeengekomen salaris aan de werkneemster dient door te betalen tot het moment waarop de Commissie van beroep uitspraak heeft gedaan op het beroep of, indien dat eerder is, tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze zal eindigen, wordt toegewezen, onder de voorwaarde dat de werkneemster aanbiedt de arbeid op de gebruikelijke wijze bij de werkgever te verrichten. Voorziening toegewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-07-2007
103481 - Beroep tegen ontslag op staande voet; HBO
Werknemer is docent en is op staande voet ontslagen wegens een dringende reden die blijkt uit twee uitspraken van de klachtencommissie van de hogeschool, namelijk dat de werknemer feitelijk een situatie heeft gecreëerd die meebrengt dat hij de bedongen arbeid niet meer kan verrichten; uit de uitspraken blijkt dat de werknemer met een dwingende benadering toenadering heeft gezocht tot studentes, daarbij seksueel getinte voorstellen heeft gedaan alsmede uitvoering heeft gegeven aan lichamelijke en seksuele handelingen. De werknemer was reeds eerder schriftelijk berispt vanwege vergaande persoonlijke contacten met studenten en voorts was hem expliciet verboden om één op één contact met studenten te hebben van welke aard dan ook. Naar het oordeel van de Commissie heeft de werknemer in vergaande mate de grenzen van professionaliteit van een docent overschreden. De werknemer lijkt zich niet bewust van de ongelijkwaardige relatie tussen een docent en een student en bovendien is hij ook nog eens decennia ouder is dan de bewuste studentes. De Commissie concludeert dat sprake is van een dringende reden als bedoeld in artikel 7:687 lid 1 BW en oordeelt het gegeven ontslag, gezien de aard en ernst van de klachten, gerechtvaardigd. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-03-2007
103322 - Beroep tegen berisping; HBO
De werknemer - medewerker gebouwenbeheer en logistiek/conciërge - heeft aan het eind van een werkdag pauze opgenomen terwijl er nog voor verzending van een aantal belangrijke poststukken gezorgd moest worden. Hij is berispt vanwege het ontbreken van een flexibele opstelling, het ontbreken van klantgericht denken, het ongeoorloofd opnemen van pauze aan het eind van de dienst en het niet meedenken met de klant naar een alternatieve oplossing. De Commissie oordeelt dat de werkgever vanwege het ontbreken van richtlijnen ter zake niet in zijn algemeenheid kan stellen dat het opnemen van pauze aan het eind van de dienst ongeoorloofd is. Werknemer had een andere medewerker geïnstrueerd waaruit blijkt dat hij de intentie had te voldoen aan de opdracht de stukken tijdig te verzenden. De Commissie concludeert tot plichtsverzuim omdat de werknemer zich flexibeler had kunnen opstellen, wetende dat het College van Bestuur groot belang hechtte aan een tijdige verzending van belangrijke stukken. De Commissie acht de opgelegde maatregel evenwel niet proportioneel omdat niet gesteld kan worden dat de poststukken alleen door toedoen van de werknemer niet tijdig zijn verzonden. De management-assistent van het College van Bestuur was ook op de hoogte van het feit dat de TPG-medewerker niet meer op de poststukken wilde wachten en heeft vervolgens ook geen nadere actie ondernomen. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-03-2007
103350 - Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim; HBO
Werknemer is bij de nieuwe functieordening informeel ingedeeld als Docent 2 schaal 10 en informeel als Hogeschooldocent schaal 12. Werknemer acht de opgedragen werkzaamheden, behorend bij de functie van Docent 2, niet passend: hij stelt vakdocent te zijn en geen tutor/studieloopbaanbegeleider en heeft inhoudelijk moeite met het nieuwe curriculum. Hij weigert de werkzaamheden uit te voeren waarop ontslag wegens plichtsverzuim volgt. De Commissie overweegt dat de Landelijke bezwarencommissie functieordenen hbo het bezwaar tegen de functie-indeling ongegrond heeft verklaard. Bovendien is voldoende aannemelijk geworden dat de opgedragen werkzaamheden op gebied van studentenbegeleiding ook passen binnen het profiel Hogeschooldocent. De werknemer heeft geweigerd passend werk uit te voeren, waarmee hij plichtsverzuim heeft gepleegd. Ten aanzien van de proportionaliteit van het ontslag, overweegt de Commissie dat de werkgever ter zitting heeft uitgelegd dat voor het opleggen van een disciplinair ontslag is gekozen omdat een andere vorm van ontslag kostentechnisch niet aantrekkelijk voor hem was. Gelet hierop en in aanmerking nemend de leeftijd van werknemer, zijn langdurig dienstverband bij de werkgever en zijn onweersproken goede functioneren tot aan de invoering van de nieuwe functieordening, is de Commissie van oordeel dat de werkgever, vanwege de grote gevolgen van een disciplinair ontslag voor de werknemer, primair andere - minder zware - maatregelen had moeten nemen dan wel een andere vorm van beëindiging van de arbeidsovereenkomst had moeten betrachten, alvorens tot de zwaarste disciplinaire maatregel over te gaan. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-03-2007
103229 - Beroep tegen mededeling dat deelontslag alsnog wordt doorgevoerd HBO
De werkneemster is in verband met arbeidsongeschiktheid m.i.v. 01-11-2003 ontslagen uit een gedeelte van haar betrekkingsomvang. Daartegen is destijds geen beroep ingesteld noch een ander rechtsmiddel aangewend. De gevolgen van het ontslag zijn echter niet verwerkt in de salarisadministratie en de salarisbetalingen zijn ongewijzigd gecontinueerd. Bij brief van 27-04-2006 deelt de werkgever mede dat het per 01-11-2003 verleende ontslag alsnog wordt doorgevoerd. De Commissie overweegt dat tegen het ontslag geen rechtsmiddel is aangewend en dat werkneemster per 01-11-2003 werkzaamheden uitvoert voor een omvang die overeenkomt met de betrekkingsomvang waaruit zij niet is ontslagen. De brief van 27-04-2006 strekt er niet toe de arbeidsovereenkomst gedeeltelijk te beëindigen. Uit de wijziging in de salarisbetalingen als zodanig kan het tegendeel niet worden afgeleid. De brief van 27-04-2006 is geen ontslagbeslissing. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-03-2007
103352 - Ontslag wegens opheffing betrekking t.g.v. reorganisatie; HBO
Werknemer is Medewerker internationalisering. Zij is ontslagen in verband met opheffing van haar functie als gevolg van reorganisatie van de ondersteunende diensten. Op de reorganisatie is een Sociaal Plan van toepassing en de hogeschool beschikt over een Sociaal Statuut. Het Sociaal Statuut bevat een herplaatsingsprocedure voor boventalligen; zij dienen in eerste instantie te solliciteren binnen de eigen afdeling en vervolgens naar andere afdelingen binnen de instelling. Degenen die op deze wijze geen functie kunnen verwerven worden geplaatst in een herplaatsingspool en worden gefaciliteerd bij het vinden van een baan binnen of buiten de organisatie. Degenen die aan het eind van de herplaatsingsperiode nog deel uitmaken van de herplaatsingspoel, worden ontslagen. Werkneemster heeft gesolliciteerd en heeft contact onderhouden met een outplacementbureau maar dit heeft niet tot herplaatsing geleid. De stelling dat interne sollicitaties onvoldoende gemotiveerd zijn afgewezen is onvoldoende onderbouwd. Niet alleen de sollicitatiecommissie, maar ook de herplaatsingscommissie heeft zich een oordeel over de sollicitaties gevormd. Niet gebleken is dat er een geschikte functie vacant is en dat niet conform het Sociaal Plan en het Sociaal Statuut is gehandeld zodat de werkgever in redelijkheid de arbeidsovereenkomst op heeft kunnen zeggen wegens opheffing van de betrekking. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-01-2007
103292 - Beroep tegen disciplinaire schorsing; HBO
Werknemer is docent. Een aantal vrouwelijke studenten heeft geklaagd over seksueel intimiderend gedrag van werknemer tijdens excursies en in de lessen. Vanwege andere onregelmatigheden tijdens de excursie is de werknemer disciplinair geschorst. Daartegen heeft hij geen beroep ingesteld. De klachtencommissie brengt vervolgens advies uit en de werkgever legt in afwijking van het advies van de klachtencommissie een schorsing in plaats van een berisping op. Tegen die laatste schorsing is het beroep gericht. Beide schorsingen zijn opgelegd ter zake van gedragingen, die dateren van vóór de eerste schorsing. Onder die omstandigheden kan de eerste schorsing niet als strafverzwarend gelden. Dat werknemer het foutieve van zijn handelen niet inziet, vormt op zich onvoldoende reden voor het verzwaren van de disciplinaire maatregel. Schorsing disproportioneel. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-01-2007
103110 Beroep tegen ontslag HBO
Werknemer is docent in het kunstonderwijs; hem is na een aantal tijdelijke arbeidsovereenkomsten een 0-urencontract aangeboden. Werknemer stelt dat er sprake is van een ontslagbeslissing. De beroepstermijn is eerst gaan lopen vanaf het moment dat de werkgever in een voor de werknemer duidelijke beslissing en in niet-verhullende termen heeft medegedeeld dat zijn betrekkingsomvang zou worden verminderd. Tegen de brief waarin dit gebeurde, heeft de werknemer tijdig schriftelijk geprotesteerd bij de werkgever. De werkgever heeft het protest niet voor behandeling doorgestuurd aan de Commissie. Beroep tijdig ingesteld. Partijen verschillen van mening over de maximale duur, die de som van elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd op grond van de CAO-HBO mag bedragen: volgens de werkgever is de werknemer uitvoerend beroepsbeoefenaar; de werknemer stelt dat niet te zijn. Onweersproken is dat de werknemer, naast zijn onderwijsgevende taken bij de werkgever, reeds geruime tijd voor 0,5 FTE werkzaam is als docent aan een muziekschool. Hoewel is gebleken dat de werknemer daarnaast nog enige uitvoerende activiteiten onderneemt, laat de omvang van zijn lesgevende werkzaamheden een volwaardige uitvoerende beroepsbeoefening niet toe. In dat geval bedraagt de maximale som van de elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd vier jaar en is het aanbieden van het 0-urencontract te beschouwen als een ontslagbeslissing, waarvoor geen grond aanwezig is. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden
05-01-2007
103369 - Verzoek voorlopige voorziening HBO
De werkgever heeft de werkneemster meegedeeld dat haar tijdelijk dienstverband van rechtswege eindigt. De werkneemster stelt dat zij in vaste dienst is en vraagt schorsing van de opzegging. Zij stelt dat artikel D-5 lid 1 a niet van toepassing is omdat zij niet met lesgevende taken is belast en zij niet gezien kan worden als uitvoerend beroepsbeoefenaar. De werkgever vraagt de werkneemster de toegang tot de schoolgebouwen te ontzeggen en haar te verbieden zich negatief uit te laten over de instelling naar derden. De werkneemster is benoemd als hogeschooldocent, maar functioneert als studieleidster en geeft slechts incidenteel les. Zij behoort volgens de Voorzitter dan ook niet tot het onderwijzend personeel met lesgevende taken. Het tijdelijk dienstverband kan derhalve niet gegrond zijn op artikel D-5 lid 1 onder a CAO-HBO en omdat er ook geen andere grond voorhanden is op basis waarvan de werkneemster conform de CAO op tijdelijke basis werkzaam kon zijn, dient er van uitgegaan te worden dat de werkneemster in vaste dienst is. Er lijkt geen geldige ontslaggrond aanwezig en de Voorzitter wijst de gevraagde voorziening dan ook toe. Werkgever kan werkneemster zelf de toegang tot de schoolgebouwen verbieden op grond van artikel P-1 CAO-HBO zelf, terwijl niet gebleken is dat sprake is van de beweerde negatieve beeldvorming over het voortbestaan van de opleiding en zo dit al het geval zou zijn, wat de rol van de werkneemster daarin is. De door de werkgever gevraagde voorzieningen worden afgewezen. Verzoek schorsing opzegging toegewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-12-2006
103351 - Beroep tegen indeling profiel Docent niveau 1 HBO
Vereenvoudigde behandeling door de Voorzitter.
De werknemer voert aan dat de bestreden beslissing aan te merken is als het direct of indirect onthouden van bevordering als bedoeld in artikel 4.7 eerste lid onder d van de WHW, waartegen beroep bij de Commissie open staat. De bestreden beslissing is genomen in het kader van de in de CAO-HBO voorgeschreven invoering van de nieuwe functieordening. Naar het oordeel van de Voorzitter betreft deze beslissing een functie-indelingsbeslissing die niet als een onthouding van bevordering kan worden aangemerkt. De beslissing is immers gerelateerd aan de aan de werknemer opgedragen werkzaamheden. Daar komt bij dat tegen de bestreden beslissing op grond van de CAO-HBO bezwaar open staat bij de Landelijke bezwarencommissie functieordenen HBO. De werknemer heeft bij die Commissie ook bezwaar ingediend. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-11-2006
103248 - Beroep tegen schorsing; HBO
Werknemer is docent schaal 11 en is niet geplaatst in de nieuwe organisatie van het instituut waar hij werkzaam is, omdat hij niet zou passen binnen de nieuwe organisatiestructuur. Voor hem wordt ander werk binnen of buiten de hogeschool gezocht. Hangende de procedure voor de Commissie is hij tijdelijk voor 50% geplaatst in een administratieve functie schaal 8. De Commissie oordeelt dat de werknemer op non-actief is gesteld en er sprake is van een schorsingsbeslissing. De inschatting van de werkgever komt neer op een negatieve verwachting ten aanzien van het toekomstig functioneren van de werknemer. Volgens de Commissie dient een werkgever redelijkerwijze wel hele sterke aanwijzigen te hebben om een werknemer alleen op grond van een dergelijke verwachting uit zijn functie te kunnen ontheffen. Nu een extern bureau een positief plaatsingsadvies aan de werkgever had gegeven, is de negatieve past performance van de directeur de enige aanwijzing die de werkgever voor die negatieve verwachting heeft. De past performance van de directeur roept de nodige vragen op omdat gebleken is dat de directeur ten tijde van de invulling van het formulier zelf niet op de hoogte was van de strekking ervan en het formulier op diverse punten afwijkt van het formulier dat door het extern bureau is ingevuld. Het gegeven dat de werknemer 2 jaar geleden enkele maanden arbeidsongeschikt geweest is waarbij het nieuwe leren een rol gespeeld heeft, is niet van aard om het schorsingsbesluit te dragen. De arbeidsongeschiktheid is immers geëindigd en de schorsingsbeslissing is genomen op basis van de door een extern bureau gehouden screening en de past persformance van de directeur. De Commissie oordeelt dat de schorsing feitelijke grondslag mist, onvoldoende is gemotiveerd en de toets der redelijkheid niet kan doorstaan. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-11-2006
103247 - Beroep tegen schorsing; HBO
Werknemer is ruim 20 jaar docent aan de avondopleiding en is niet geplaatst in de nieuwe organisatie van het instituut waar hij werkzaam is omdat hij niet zou passen binnen de nieuwe organisatiestructuur. Voor hem wordt ander werk binnen of buiten de hogeschool gezocht. De Commissie oordeelt dat de werknemer op non-actief is gesteld en er sprake is van een schorsingsbeslissing. De inschatting van de werkgever komt neer op een negatieve verwachting ten aanzien van het toekomstig functioneren van de werknemer. Volgens de Commissie dient een werkgever redelijkerwijze wel hele sterke aanwijzingen te hebben om een werknemer alleen op grond van een dergelijke verwachting uit zijn functie te kunnen ontheffen. De aanwijzingen die de werkgever daarvoor had, zijn het gegeven dat de werknemer niet akkoord zou zijn gegaan met het uitbrengen van een negatief plaatsingsadvies door een extern bureau, alsmede de past performance van de directeur. Volgens de Commissie kan niet gezegd worden dat de werknemer niet heeft meegewerkt aan de plaatsingsprocedure en evenmin dat het extern bureau een negatief plaatsingsadvies zou hebben uitgebracht. De past performance van de directeur roept de nodige vragen op omdat gebleken is dat de directeur ten tijde van de invulling van het formulier zelf niet op de hoogte was van de strekking ervan en het formulier op diverse punten afwijkt van het formulier dat door het extern bureau is ingevuld. De aanvullende verklaring van de directeur wordt niet gedragen door functionerings- en beoordelingsgesprekken.
De Commissie oordeelt dat de schorsing feitelijke grondslag mist, onvoldoende is gemotiveerd en de toets der redelijkheid niet kan doorstaan. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-11-2006
103237 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige reden HBO
De werknemer wordt verdacht van diefstal en hij heeft volgens de werkgever gelogen over zijn aanwezigheid op de instelling op de dag van de diefstal; er is ook sprake van een verstoorde verhouding tussen de werknemer en zijn collega's. De Commissie is van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden niet hoeft te worden uitgezocht óf de werknemer geld heeft weggenomen, net zomin als de Commissie het noodzakelijk acht te achterhalen wie van partijen schuldig is aan het ontstaan van de verstoorde verhouding. Immers evident is dat een ernstig verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen is ontstaan. De werkgever heeft die verstoorde verhouding redelijkerwijze kunnen aanmerken als een gewichtige reden op grond waarvan hij het dienstverband met de werknemer heeft kunnen opzeggen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden
25-10-2006
103211 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid HBO
De werkgever kan bij de uitvoering van het ZAHBO, bij gebreke aan een door het UWV verstrekt functieongeschiktheidsadvies, zijn oordeel baseren op het reïntegratieverslag in het kader van de WIA. De werkgever heeft verzuimd de werknemer aan te zeggen dat hij de procedure ter beoordeling van de medische geschiktheid van de werknemer in gang ging zetten. De werknemer, die claimt zich derhalve onvoldoende te hebben kunnen inzetten voor werkhervatting, is echter door het UWV voldoende geïnformeerd over de aanstaande ontwikkelingen zodat hij niet zodanig in zijn belang is getroffen dat op grond daarvan het beroep gegrond geoordeeld zo moeten worden. Er is geen reden te twijfelen aan het door het UWV verstrekte oordeel over een mogelijk herstel van de werknemer. Aan de vereisten voor ontslag is voldaan en de werkgever heeft de werknemer voor zijn restcapaciteit herplaatst. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-07-2006
103149 - Beroep tegen vermeende berisping en schorsing; HBO
Tussen de werknemer en zijn leidinggevenden is verschil van mening ontstaan over de wijze waarop binnen de faculteit tentamens en examens worden afgenomen. De werknemer heeft zich daarover gewend tot de Onderwijsinspectie en de aan de instelling verbonden Ombudsman. De faculteitsdirecteur heeft de werknemer schriftelijk medegedeeld dat er op korte termijn een vervolggesprek zou plaatsvinden over het functioneren van de werknemer en diens houding ten opzichte van studenten en collega's. Vervolgens heeft de faculteitsdirecteur de werknemer schriftelijk opgedragen welke werkzaamheden hij wel en welke hij niet diende te verrichten. De werknemer heeft beroep ingesteld tegen de inhoud van de twee brieven van de werkgever, die volgens hem neerkomen op een berisping en een schorsing. De Commissie oordeelt dat de uitnodiging tot het voeren van een gesprek over het functioneren niet is aan te merken als een disciplinaire maatregel. De tweede brief betreft instructies over de door de werknemer te verrichten werkzaamheden en betreft geen schorsing. Het opschorten van de deelname aan het stafoverleg betekent niet dat van een volwaardig staflidmaatschap geen sprake meer was. De betreffende werkinstructie kon redelijkerwijs worden gegeven in het belang van de goede voortgang van het onderwijs. Niet gebleken is dat deze werkinstructie op enigerlei wijze de strekking van een disciplinaire maatregel heeft gehad. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-07-2006
103159 - Beroep tegen berisping; HBO
Werknemer is docent. Zijn werkgever heeft hem een berisping opgelegd omdat hij niet aanwezig was op een bijeenkomst van docenten en hij voorts op 2 achtereenvolgende dagen niet aanwezig was terwijl hij stond ingeroosterd voor onderwijs aan deeltijdstudenten. Op de avond van de eerste dag waarop hij afwezig was voor het geven van colleges, heeft zijn leidinggevende hem opdracht gegeven de volgende dag college te geven. Daarop heeft de werknemer medegedeeld dan geen colleges te kunnen geven vanwege een afspraak elders in het land. Bedoelde afspraak had geen verband met zijn functie aan de hogeschool. De Commissie overweegt dat de aanwezigheid bij bijeenkomsten van docenten onderwerp van gesprek is geweest tussen de werknemer en zijn leidinggevende. In het licht daarvan heeft de werkgever de afwezigheid van de werknemer zonder voorafgaande kennisgeving kunnen aanmerken als plichtsverzuim. Voorts heeft de werkgever het niet verzorgen van colleges voor deeltijdstudenten ook kunnen aanmerken als plichtsverzuim. Werknemer had onderzoek naar juistheid rooster moeten doen. Leidinggevende was bevoegd om de werknemer opdracht te geven les te geven aangezien het om een overeengekomen werkdag ging. Werknemer heeft er echter welbewust voor gekozen privé-afspraak voor te laten gaan. Herhaald plichtsverzuim. Berisping is proportioneel. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-04-2006
103095 - Beroep tegen officiële waarschuwing; HBO
Waarschuwing vanwege niet respectvolle wijze benaderen van het management, in casu de teamleider. De waarschuwing is niet als voor beroep vatbare beslissing vermeld in artikel 4.7 lid 1 WHW en artikel S-2 lid 1 CAO-HBO zodat daartegen in beginsel geen beroep open staat. Als een beslissing naar zijn inhoud en/of vorm een disciplinair karakter heeft, dient deze, ongeacht hoe de beslissing wordt genoemd, te worden aangemerkt als een disciplinaire maatregel waartegen beroep open staat. In de bestreden brief heeft de werkgever als laatste regel vermeld: "Wij vertrouwen erop dat u zich in het vervolg als een goed werknemer zult gedragen, zodat wij niet genoodzaakt zullen zijn nadere disciplinaire maatregelen te nemen". Ter zitting heeft de werkgever desgevraagd aangegeven dat dit aldus dient te worden verstaan dat, bij herhaling van dergelijk gedrag, de werkgever alsdan nadere maatregelen kan nemen, waaronder een disciplinaire maatregel. Nu de brief niet is opgenomen in het personeelsdossier van de werknemer, hetgeen deze ter zitting heeft beaamd, acht de Commissie het aannemelijk dat de werkgever niet heeft beoogd een disciplinaire maatregel met arbeidsrechtelijke gevolgen te treffen. Tussen het woord "nadere" en het woord "disciplinaire" in de brief dient een komma te worden gelezen. Dientengevolge is de Commissie van oordeel dat de waarschuwing een disciplinair karakter ontbeert zodat er geen sprake is van een voor beroep vatbare beslissing. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-03-2006
103108 - Beroep tegen ontslag op staande voet; HBO.
Werknemer had bij sollicitatie aangegeven de opleiding moderne bedrijfsadministratie (MBA) gevolgd te hebben en het daarbij behorende diploma behaald te hebben. Kort na het in dienst treden ontstaat bij de werkgever twijfel ontstaan over het niveau van functioneren. Een en andermaal heeft de werkgever er bij de werknemer op aangedrongen het diploma te overleggen. Uiteindelijk heeft de werknemer verklaard dat zij wel een MBA-opleiding heeft gevolgd, maar dat zij niet over het diploma beschikt. De werknemer heeft niet alleen een onjuiste weergave van de door haar behaalde diploma's gegeven, maar daarover ook gedurende het dienstverband onware verklaringen afgelegd. De werkgever heeft dit kunnen aanmerken als een dringende reden voor ontslag. De werknemer heeft door het verstrekken van onjuiste inlichtingen over het bezit van het diploma en het volharden in deze onwaarheid het noodzakelijke vertrouwen van de werkgever naar het oordeel van de Commissie zodanig geschonden dat van de werkgever niet gevergd kon worden dat deze de arbeidsverhouding zou laten voortduren. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-02-2006
102936 Beroep tegen ontslag HBO
Werkneemster is sinds 1998 werkzaam als docente zang. Partijen hebben jaarlijks een tijdelijke arbeidsovereenkomst getekend. Werkneemster stelt in vaste dienst te zijn. Ten tijde van het aangaan van het dienstverband was de CAO-HBO 1997-1998 van toepassing. De akte van benoeming vermeldde dat de tijdelijke arbeidsovereenkomst was aangegaan op grond van artikel D-4 CAO-HBO. Op grond van genoemd artikel was indiensttreding voor bepaalde tijd alleen mogelijk voor werkzaamheden van specifieke aard. De Commissie oordeelt dat de werkzaamheden van werkneemster reguliere werkzaamheden van het Conservatorium zijn. Het gaat namelijk om wekelijkse individuele zanglessen aan dezelfde groep studenten, gedurende een studiejaar. Die werkzaamheden worden thans gecontinueerd. Het gegeven dat het gaat om een kleine studierichting met minder dan 20 studenten, doet aan het reguliere karakter niet af. Specialistische vakkennis en beperkte inzetbaarheid uiten zich in de beperkte betrekkingsomvang maar maken de werkzaamheden nog niet specifiek als bedoeld in artikel D-4 CAO-HBO 1997-1998. Niet is gebleken dat werkneemster bewust in strijd met de CAO een tijdelijke arbeidsovereenkomst heeft willen aangaan. De CAO-HBO had een standaardkarakter en was met ingang van 24-11-1997 algemeen verbindend verklaard. Werkneemster is in vaste dienst en er is geen sprake van verjaring. Er is geen geldige grond om werkneemster te ontslaan uit haar vaste dienstverband. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-02-2006
102959 - Beroep tegen vermindering betrekkingsomvang HBO
De werknemer is sedert 1989 in dienst van de werkgever. Zijn vaste dienstbetrekking is steeds tijdelijk uitgebreid. De wekgever heeft de werknemer met ingang van 01-08-2004 voor 0,0595 FTE minder ingezet. Volgens de werkgever gaat het om het van rechtswege eindigen, volgens de werknemer om een deeltijdontslag uit een vast dienstverband. De Commissie oordeelt dat onder de werking van de CAO-HBO 1997-1998 op grond van artikel D-4 enkel een tijdelijk dienstverband kon worden overeengekomen voor specifieke werkzaamheden. Omdat de werknemer steeds reguliere werkzaamheden verrichtte, was hij onder de werking van de CAO-HBO 1997-1998 voor zijn gehele betrekkingsomvang in vaste dienst van de werkgever. Die betrekkingsomvang is later verminderd tot 11.243 en de werknemer is niet tegen die verminderingen opgekomen. De vermeerderingen van de betrekkingsomvang vanaf 01-09-2002 hebben op juiste gronden in tijdelijke uitbreiding plaatsgevonden. Op die uitbreidingen zijn de artikelen D-5 lid 1 onder d en e van de verlengde CAO-HBO 2002-2003 van toepassing. Aldus kunnen de uitbreidingen eerst in 2006 vast worden. Het gedeelte van de dienstbetrekking waarvoor de werknemer niet meer wordt ingezet is derhalve onderdeel van de tijdelijke uitbreiding en is van rechtswege geëindigd door het verstrijken van de termijn waarvoor deze was aangegaan. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-01-2006
102933 Beroep tegen vermindering betrekkingsomvang HBO
De werkgever heeft de werkneemster vanaf 01-08-1993 jaarlijks een akte verstrekt, inhoudende een tijdelijke uitbreiding van haar vaste betrekkingsomvang. Per 01-08-2004 heeft de werkgever de betrekkingsomvang met 0,0621 FTE verminderd. Werkneemster stelt voor haar gehele betrekkingsomvang in vaste dienst te zijn en voert aan dat de bestreden beslissing neerkomt op een deeltijdontslag. De Commissie oordeelt dat werkneemster op basis van de CAO-HBO 1997-1998 per 01-08-1997 voor haar gehele betrekkingsomvang van 18 leseenheden in vaste dienst is. Werkneemster is steeds werkzaam geweest als docente X aan een school voor voortgezet onderwijs van de werkgever. Het betreft dus reguliere werkzaamheden terwijl op grond van de CAO-HBO 1997-1998 indiensttreding voor bepaalde tijd mogelijk was voor werkzaamheden van specifieke aard. Voorts oordeelt de Commissie dat de beroepstermijn eerst is gaan lopen vanaf het moment dat de werkgever in een individuele beslissing en in duidelijke, niet-verhullende termen aan de werknemer heeft medegedeeld dat haar betrekkingsomvang met ingang van 01-08-2004 met een bepaald percentage wordt verminderd. Geen overschrijding beroepstermijn. Voor het deeltijdontslag is geen grond aanwezig. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-12-2005
102946 Beroep tegen vrijroostering van werkzaamheden HBO
Werknemer wordt reeds vanaf 01-08-2004 niet meer ingezet binnen een van de opleidingen van de hogeschool. De werkgever stelt dat de werknemer in de gelegenheid gesteld wordt een loopbaantraject te volgen bij het Transferpunt van de werkgever. De werknemer voert aan dat er sprake is van schorsing. Gelet op de lange duur van de vrijroostering van werkzaamheden en gelet op de expliciete verklaring van de werkgever dat de werknemer niet meer tot zijn werkzaamheden zal worden toegelaten, is de Commissie van oordeel dat de werkgever de werknemer reeds gedurende een lange periode niet in de gelegenheid stelt de bedongen arbeid te verrichten. Nu de vervanger van de werknemer inmiddels in vaste dienst is gekomen van de werkgever, is de werknemer het perspectief op terugkeer in de functie ook feitelijk ontnomen. Derhalve merkt de Commissie de mededeling van de werkgever dat de werknemer niet meer zal worden ingezet binnen een van de opleidingen van de hogeschool aan als een schorsing en oordeelt zij het beroep ontvankelijk. De schorsing voldoet niet aan de formele vereisten die de CAO-HBO daaraan stelt. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-12-2005
102984 - Beroep tegen mededeling dienstverband niet te verlengen HBO
De werknemer stelt dat hij in vaste dienst is en dat de mededeling derhalve een ontslagbeslissing is. De werknemer heeft van 01-01-200 tot 01-11-2002 op uitzendbasis bij de werkgever gewerkt en is vervolgens in dienst van de werkgever getreden. Omdat voor het berekenen van de maximale termijn voor een tijdelijk dienstverband op grond van artikel D-5 van de verlengde CAO-HBO 2002-2003 en de CAO-HBO 2005 geen uitzend- of etacheringsovereenkomsten mogen worden meegeteld, is de maximale termijn van drie jaar niet overschreden. Er zou pas uiterlijk 01-12-2005 sprake zijn van een vast dienstverband, dat wil zeggen ná de datum waarop het dienstverband is geëindigd. Dat de werkgever een arbeidsovereenkomst op grond van artikel D-3 CAO-HBO (tijdelijke arbeidsovereenkomst met uitzicht op vast) had moeten geven, is niet gebleken, net zomin als is gebleken van zodanige toezeggingen van de werkgever dat de werknemer in redelijkheid hieruit zou hebben kunnen afleiden dat hij in een dienstverband voor onbepaalde tijd zou worden benoemd. Omdat de grond voor de tijdelijkheid van de arbeidsovereenkomsten van de werknemer juist is, is er geen sprake van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-10-2005
102793 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie; HBO
De werknemer voert aan dat de afhandeling van het bezwaar bij de interne bezwarencommissie niet juist is geweest. Voorts is de afvloeiingssystematiek naar het oordeel van de werknemer niet juist toegepast: binnen zijn vakgebied - X - zijn vier docenten werkzaam die allen dezelfde bevoegdheid hebben en uitwisselbare functies vervullen, waarbij de werknemer degene is met de langste diensttijd. De afhandeling door de bezwarencommissie is formeel niet juist geweest, maar dit wordt door de Commissie onder de gegeven omstandigheden verschoonbaar geacht. Over de afvloeiingsvolgorde is in het Sociaal Plan opgenomen dat als afvloeiingssystematiek geldt de lengte van het dienstverband bij de hogeschool en haar rechtsvoorgangers. De werknemer is in 1987 benoemd is als docent X lichte muziek en klassieke muziek. De werknemer heeft tot en met 1998 les gegeven in het vakgebied Lichte muziek. Hiermee staat vast dat hij geacht moet worden in staat te zijn Xles te geven in het vakgebied Lichte muziek. Dit betekent dat het door de werkgever aangebrachte onderscheid tussen lichte muziek en klassieke muziek niet van belang is omdat de werknemer een benoeming voor beide vakgebieden heeft. Gezien de omvang van de te bezuinigen formatie voor X komt volgens de in het Sociaal Plan opgenomen afvloeiingssystematiek de werknemer dan ook niet in aanmerking voor ontslag. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
04-10-2005
102869 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige redenen HBO
Werknemer is docent hoofdvak Viool en er zijn reeds jaren geen lessen voor hem. De werkgever stelt dat de arbeidsovereenkomst een lege huls is geworden. De Commissie heeft vastgesteld dat de werknemer sedert 1997 geen eigen studenten meer heeft gehad en dat ook geen andere, concrete invulling is gegeven aan zijn werkzaamheden. Op grond van goed werkgeverschap had van de werkgever een bepaalde inspanning verwacht mogen worden om hetzij te bevorderen dat studenten voor werknemer als hoofdvakdocent zouden kiezen hetzij door andere passende werkzaamheden voor de werknemer te zoeken. Door dit niet dan wel in onvoldoende mate te doen, werd de werknemer feitelijk van werkzaamheden uitgesloten. Aangezien deze situatie reeds vanaf 1997 voortduurt, de werknemer zelf ook geen actie heeft ondernomen en beide partijen stellen dat er inmiddels sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie, oordeelt de Commissie dat onder deze omstandigheden sprake is van een gewichtige reden als bedoeld in art. Q-2 lid 1 sub 3 CAO-HBO op grond waarvan de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft kunnen opzeggen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden
30-09-2005
102875 - Beroep tegen een schorsing en voornemen ontbindingsverzoek HBO
Beroep tegen beslissing een ontbindingsverzoek in te dienen, is niet-ontvankelijk omdat het geen voor beroep vatbare beslissing betreft. De schorsing betreft een ordemaatregel in afwachting van de beëindiging van het dienstverband. De werknemer stelt dat hem niet onmiddellijk is meegedeeld waarom hij is geschorst en dat er geen reden voor schorsing was. Gelet op het voornemen van de werkgever de dienstbetrekking te beëindigen, is het niet onredelijk dat de werkgever de werknemer tot aan het moment van ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet meer op de instelling wilde toelaten. Dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet heeft plaatsgevonden, doet hieraan niet af nu de werkgever op het moment van schorsing niet wist of kon weten dat de kantonrechter aldus zou beslissen. Daarenboven is de gang van zaken, waarbij de oorspronkelijke gronden van de schorsingsbeslissing zijn aangevuld met ontwikkelingen die zich later op de dag hebben voorgedaan, toegestaan. Beroep tegen ontbindingsverzoek niet-ontvankelijk; beroep tegen schorsing ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-08-2005
102880 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; HBO
Werkneemster is benoemd als assistent-conciërge in het kader van de regeling ID-banen. Zij verzorgde de koffie en deed daarnaast ondersteunende/assisterende taken op de afdeling huisvesting en beheer. Zij is ontslagen omdat haar functie overbodig is geworden als gevolg van de verhuizing van een huurder en de totstandkoming van een overeenkomst met een cateraar. Zij voert aan dat een deel van haar werkzaamheden is verdwenen maar dat een belangrijk deel van haar werk is blijven bestaan. Ook is de subsidie voor haar baan nog steeds beschikbaar. Bij het wegvallen van het verzorgen van de koffie heeft de werkgever volgens de Commissie in redelijkheid kunnen oordelen dat de overblijvende taken van zodanig geringe omvang en zwaarte zijn dat niet van hem gevraagd kan worden de functie van de werkneemster in stand te houden. De werkgever heeft niet onredelijk gehandeld door de werkneemster niet de functie van conciërge aan te bieden, temeer daar het gaat om een veel hoger gesalarieerde functie, in welke functie van de werkneemster dienovereenkomstig veel meer verwacht zou worden. Het feit dat de subsidie voor de betrekking van de werkneemster, ondanks eerdere besluitvorming van de gemeente, gecontinueerd is, schept geen verplichting voor de werkgever om haar betrekking te handhaven. De werkgever heeft voor beantwoording van de vraag of de functie van de werkneemster in stand kon blijven de beschikbare werkzaamheden tot uitgangspunt genomen hetgeen hij in redelijkheid heeft kunnen doen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-08-2005
102728 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid HBO
De werknemer is practicumdocent. Hij voert aan dat voor zijn restcapaciteit nog herplaatsings -mogelijkheden bij de werkgever zijn. Hij meent ontslagen te zijn op grond van zijn functioneren. Uit het verhandelde ter zitting blijkt dat de beschikbare inzet van de werknemer deels (telefonisch uit te voeren) opvultaken betreft (vertrouwenspersoon, stagebegeleiding) die worden uitgevoerd wanneer hij daar toe in staat is (en bijvoorbeeld niet als de organisatie daarom vraagt), terwijl de lesgevende taken met veel ziekteverzuim en te laat komen gepaard gaan. De inzet van de werknemer is te instabiel om een gewone - zelfs aangepaste - taakuitoefening te waarborgen. De werknemer heeft nagelaten om zijn stelling te onderbouwen en eigen expertise in te brengen om de conclusies van de werkgever en UWV te weerleggen. Gebleken is dat de werknemer door de aard van zijn ziekte met voor de werkgever onvoldoende mate van zekerheid ingeroosterd kan worden. Voorts zijn geen feiten of omstandigheden gebleken waaruit valt op te maken dat de werkgever is overgegaan tot ontslag wegens onvoldoende functioneren van de werknemer, welke niet zijn grond vindt in ziekte of arbeidsongeschiktheid. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-05-2005
102804 - Beroep tegen berisping; HBO
De werknemer wordt verweten plichtsverzuim gepleegd te hebben door in strijd met een voor hem geldende gedragslijn gehandeld zijn ongenoegen te hebben geventileerd bij collega's over de gang van zaken en door tegen een collega geschreeuwd en gescholden te hebben. De werknemer ontkent aldus gehandeld te hebben maar de Commissie hecht meer waarde aan de andersluidende verklaringen van de leidinggevenden van betrokkene. Er is sprake van plichtsverzuim. De opgelegde maatregel is proportioneel, mede in acht genomen dat de werknemer al eerder ongewenst gedrag heeft vertoond en daarop is aangesproken. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-05-2005
102786 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; HBO
De werkneemster voert o.a. aan dat er geen sprake is van een reorganisatie in de zin van de CAO-HBO. Voorts is de MR onder voorwaarden akkoord gegaan en is aan de voorwaarden niet voldaan. Ook stelt zij dat er nog werkzaamheden voor haar zijn. De werkgever verzorgt muziekonderwijs en heeft besloten een aantal hoofdvakinstrumenten, waaronder dat van werkneemster, af te bouwen. Naar het oordeel van de Commissie dient dit vanuit de aard van de - lesgevende - werkzaamheden van de hogeschool gezien te worden als het beëindigen van de werkzaamheden van een belangrijk onderdeel van de hogeschool zoals bedoeld in art. R-2 lid 1 HBO, zodat sprake is van een reorganisatie in de zin van art. R-2 CAO-HBO. De MR heeft kenbaar gemaakt niet van oordeel te zijn dat zijn goedkeuring aan het voornemen van de werkgever alsnog is komen te ontvallen. De voor de werkneemster beschikbare werkzaamheden konden voor de werkgever onvoldoende zijn om het dienstverband met de werkneemster te continueren. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
04-04-2005
102736 - Beroep tegen een disciplinaire maatregel; HBO
De werknemer is door de werkgever berispt omdat de op hem rustende verplichtingen uit hoofde van het Verzuimprotocol tijdens zijn ziekte niet is nagekomen: twee maal is de Arbo-medewerker aan de deur geweest en beide malen heeft hij de werknemer niet thuis aangetroffen. Het Verzuimprotocol dat de werkgever hanteert houdt de verplichting in om de eerste drie dagen na een ziekmelding thuis te blijven. De werknemer heeft gesteld dat hij bij de eerste controle lag te slapen zodat hij de bel niet heeft gehoord. Omdat de werknemer al eerder was gewaarschuwd omtrent zijn bereikbaarheid tijdens ziekte had hij maatregelen dienen te nemen om te voorkomen dat hij door te slapen eventueel de bel niet zou horen. Door dit na te laten, heeft hij het risico genomen dat de Arbo-medewerker geen gehoor zou krijgen bij bezoek.Voor wat betreft het bezoek staan de visie van de werknemer en die van de Arbo-medewerker recht tegenover elkaar. Er is geen enkele reden voorhanden is waarom getwijfeld zou moeten worden aan de beroepsmatige betrouwbare uitvoering van de werkzaamheden van de Arbo-medewerker. Ook heeft de werknemer geen argumenten kunnen aandragen die een verklaring zouden kunnen geven voor het feit dat de Arbo-medewerker niemand thuis heeft getroffen. Hiermee heeft de werknemer nagelaten te doen wat een goed werknemer in gelijke omstandigheden behoort te doen, zodat hij plichtsverzuim heeft gepleegd. Omdat gebleken is dat de werknemer met enige regelmaat ziek is en omdat hij al eerder (controle)verplichtingen niet is nagekomen acht de Commissie de genomen maatregel, die de minst zware is, in juiste proportie staan tot het gepleegde plichtsverzuim. Het beroep is ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-03-2005
102725 - Beroep tegen beweerde opzegging tijdelijk dienstverband; HBO
De werkgever heeft de werknemer meegedeeld dat zijn benoeming uiterlijk per 01-08-2004 eindigt. De werknemer heeft deze brief pas op 15-06-2004 ontvangen. Hij stelt dat de werkgever tevergeefs gepoogd heeft een opzegtermijn te hanteren. Door de te late opzegging is het dienstverband gecontinueerd en is een vast dienstverband ontstaan. Op grond van de CAO-HBO eindigt de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder opzegging door het verstrijken van de termijn of door beëindiging van de werkzaamheden waarvoor de overeenkomst is aangegaan. Dit houdt in dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen, welke een duur had van 01-08-2003 tot 01-08-2004, niet opgezegd diende te worden maar op 01-08-2004 van rechtswege eindigde. De in de arbeidsovereenkomst opgenomen zinsnede - "Partijen hanteren voor zover noodzakelijk een opzegtermijn op basis van artikel Q-2, lid 3 van de cao-hbo 2002-2003." - maakt dit niet anders. Immers, gesteld noch gebleken is dat de in het artikel genoemde noodzaak aanwezig was. Geen opzegging en dus geen voor beroep vatbare beslissing. Beroep is niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-03-2005
102723 - Beroep tegen ingetrokken berisping; HBO
Berisping is ingetrokken nadat de werknemer ontslag had genomen. Werknemer handhaaft beroep omdat hij door de berisping rechtstreeks in zijn belang is getroffen.De Commissie overweegt dat denkbaar is dat een werknemer zodanig in zijn belang is getroffen dat, ondanks intrekking van de bewuste beslissing, een belang bij behandeling van het beroep resteert. De werknemer heeft desgevraagd aangegeven dat zijn belang eruit bestaat dat hij ten gevolge van de beslissing van de werkgever gezondheidsklachten in de vorm van verhoging van de bloeddruk heeft gekregen, dat hij zijn studenten niet meer recht in de ogen kan kijken en dat hij zijn integriteit geschaad acht. Eventuele aantasting van eer en goede naam betreft naar het oordeel van de Commissie de rechtspositie van de werknemer. Gebleken is dat binnen de instelling beperkt bekend was dat de werknemer een disciplinaire maatregel was opgelegd, zodat slechts een zeer gering aantal studenten en/of collega's hiervan weet hadden. Onder dergelijke omstandigheden kan in redelijkheid geen sprake zijn van aantasting van de eer en goede naam van de werknemer door de inmiddels ingetrokken disciplinaire maatregel. Onvoldoende belang bij voortzetting beroep. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-02-2005
102567 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid HBO
De beroepstermijn van 6 weken is ruim overschreden, volgens werknemer omdat zij eerst in een onderhoud met UWV USZO in april 2004 zou hebben begrepen dat de arbeidsongeschiktheid niet alleen zag op haar vorige functie doch ook op de laatstelijk door haar vervulde functie. De Commissie acht de termijnoverschrijding niet verschoonbaar omdat de bestreden beslissing de mogelijkheid en termijn van beroep vermeldde en omdat daarin expliciet werd gesproken over het niet kunnen hervatten van de huidige functie of een andere functie. Voorts had de werknemer op 21-04-2004 juridisch advies ingewonnen waarna het beroep op 06-05-2004 is ingediend. Ook had de werknemer reeds in januari 2004 getracht duidelijkheid te verkrijgen over het ontslag bij de afdeling P&O van de werkgever. Onder deze omstandigheden oordeelt de Commissie dat de werknemer het beroep niet zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs verlangd kon worden, heeft ingesteld. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-02-2005
102733 - Beroep tegen ontslag HBO
Beroepstermijn is met 18 dagen overschreden. De Voorzitter oordeelt in vereenvoudigde behandeling dat appellant het beroep niet zo spoedig mogelijk heeft ingesteld als redelijkerwijze verlangd kon worden. De bestreden beslissing vermeldt niet de mogelijkheid van beroep. Appellant is echter lid van een personeelsvakorganisatie met wie hij binnen de beroepstermijn contact heeft opgenomen. De medewerkers van de personeelsvakorganisatie dienen verondersteld te worden voldoende rechtskundig onderlegd te zijn en derhalve op de hoogte te zijn van de beroepsmogelijkheid en de beroepstermijn. Niet verschoonbare termijnoverschrijding. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-01-2005
102674 Beroep tegen deeltijdontslag HBO
Werkneemster is docente en voert voor haar hele betrekkingsomvang dezelfde reguliere werkzaamheden uit. Haar functioneren is positief beoordeeld waarna zij met ingang van de datum waarop zij voldeed aan de benoembaarheidsvereisten, is benoemd voor 0,4 FTE vast en voor 0,2 FTE tijdelijk met uitzicht op vast. Aangezien het functioneren reeds positief was beoordeeld, was er geen grond meer om werkneemster wederom tijdelijk te benoemen met uitzicht op vast. Het gegeven dat de directeur niet de juiste werkwijze aan werkneemster heeft voorgesteld, moge juist zijn, doch is voor risico van de werkgever. Werkneemster heeft tegenover directeur een juist standpunt ingenomen, namelijk dat zij voor haar hele betrekkingsomvang vast diende te zijn. De CAO-HBO staat eraan in de weg dat de werknemer, wiens functioneren positief is beoordeeld, geheel of gedeeltelijk wordt benoemd op grond van art. D-3 lid 1 CAO-HBO. Bestreden beslissing komt neer op deeltijdontslag, waartegen beroep open staat. Ontslag uit gedeelte vast dienstverband is op basis van CAO-HBO niet mogelijk. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-01-2005
102647 - Beroep tegen berisping; HBO
Werkgever stelt dat werknemer zich heeft schuldig gemaakt aan plichtsverzuim door het verzenden van een e-mailbericht aan haar collega-docenten over de situatie van de studenten op haar account in relatie tot het rapport van de Commissie S (mbt de HBO-fraude) en over het verzoek dat zij daarover aan de voorzitter van het college van bestuur heeft gedaan. De Commissie overweegt dat de werknemer niet heeft gehandeld in strijd met de mededelingen die door de werkgever waren gedaan met betrekking tot de communicatie over voormeld rapport. Ook voorts meent de Commissie dat het e-mailbericht niet in redelijkheid als ontoelaatbaar beschouwd kan worden. De werknemer trachtte met de bewuste e-mail weer rust te brengen bij haar collega's. De Commissie oordeelt dat er geen sprake is van plichtsverzuim zodat er geen grond is voor het opleggen van een disciplinaire maatregel. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-12-2004
102673 - Beroep tegen vrijroostering reguliere werkzaamheden HBO
De werkgever bij wie de werknemer (docent) gedetacheerd was, beëindigt de detacheringsovereenkomst eerder dan was afgesproken. Omdat de werknemer voorkeur heeft voor een nieuwe detachering en vanwege diens onderwijsvisie, beslist de werkgever dat de werknemer niet zal worden ingezet binnen de opleidingen van de werkgever en dat hij wordt vrijgeroosterd om via een loopbaantraject een oplossing te vinden. De werknemer merkt de beslissing aan als een schorsing. De Commissie oordeelt dat de schorsing geen disciplinair karakter heeft en dat niet elke weigering van de werkgever om de werknemer niet toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, kan worden aangemerkt als een schorsing. De werknemer dient in het loopbaanadviestraject activiteiten uit te voeren. De Commissie neemt voorts de voorgeschiedenis in aanmerking en kan zich voorstellen dat de werkgever geen vertrouwen heeft in probleemloze terugkeer van de werknemer. Werknemer is gehouden ten volle mee te werken aan onderzoek of hij elders inzetbaar is. Werkgever heeft belang bij ongestoorde voortgang van de werkzaamheden. Werknemer ontvangt bezoldiging en is voorts niet in zijn rechtspositie getroffen. Geen schorsing. De beoordeling kan anders komen te liggen op de datum dat de terugkeer van de werknemer was voorzien. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-12-2004
102637 - Beroep tegen berisping; HBO
De werknemer is voorzitter van een deelraad als bedoeld in art. 10.25 WHW. De deelraad heeft een nieuwsbrief gepubliceerd, die door de voorzitter is getekend. Vanwege de mededelingen die in de nieuwsbrief m.b.t. de jaarlijkse RI&E zijn gedaan, heeft de werkgever de werknemer een berisping opgelegd. Er bestaat volgens de Commissie een causaal verband tussen de schriftelijke berisping en de positie van de werknemer als voorzitter van de SMR. De berisping moet beoordeeld worden in het licht van de zorgverplichting van de werkgever op grond van art.10.19 lid 8 WHW. Deelraad heeft een bevoegdheid op gebied van arbeidsomstandigheden en de publicatie houdt verband met recht op vrije meningsuiting. Deelraad mag personeel informeren. De inhoud en opstelling van de nieuwsbrief kunnen in redelijkheid niet als ontoelaatbaar beschouwd worden. Geen plichtsverzuim. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-11-2004
102672 - Beroep tegen een ontslag op staande voet; HBO
Nadat werkneemster een week ziek was geweest en de bedrijfsarts had geadviseerd de werkzaamheden op 21-06-2004 te hervatten, heeft werkneemster zich op 21-06-2004 weer ziek gemeld. Vervolgens is werkneemster op staande voet ontslagen omdat zij zou hebben geweigerd te voldoen aan de opdracht van de werkgever om haar werkzaamheden te hervatten dan wel om een schriftelijke verklaring van een arts over te leggen waaruit blijkt dat zij arbeidsongeschikt is. De werkgever heeft de mededeling van werkneemster dat zij weer ziek was opgevat als een nieuwe ziekmelding doch heeft geen nieuwe medische controle doen uitvoeren zodat niet geconcludeerd kan worden dat werkneemster niet ziek was. Derhalve kan de schriftelijke waarschuwing/oproep van de werkgever niet worden aangemerkt als een redelijke opdracht zodat de weigering om aan die opdracht te voldoen, geen dringende reden voor de werkgever oplevert. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-10-2004
102488 Beroep tegen ontslag wegens bedrijfseconomische redenen HBO
De werknemer stelt dat hij niet in aanmerking dient te komen voor ontslag, omdat hij een lang dienstverband bij de werkgever heeft waarin hij goed heeft gefunctioneerd alsmede omdat hij breed inzetbaar is binnen de instelling. Hij is van oordeel dat de werkgever zich dient in te spannen om voor hem een passende oplossing binnen de instelling te vinden. Gebleken is dat de werkgever de werknemer heeft aangeboden gebruik te maken van de instrumenten uit het reorganisatieplan. Ook heeft hij regelmatig met de werknemer overleg gevoerd over de gevolgen van de reorganisatie. Voorts is de werknemer ingezet voor projectwerkzaamheden, waardoor zijn ontslag uiteindelijk een jaar opgeschort is en heeft de werkgever hem nog voor 0,3 FTE in dienst weten te houden voor een periode van drie jaar. Niet gebleken is dat plaatsing voor de overige formatieruimte bij de werkgever aan de orde zou kunnen zijn. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-10-2004
102605 - Beroep tegen einde tijdelijk dienstverband HBO
Beroepstermijn is met 2 maanden overschreden. De Commissie acht de termijnoverschrijding niet verschoonbaar omdat werkneemster kort voor de ontvangst van de brief waartegen het beroep is gericht, lid is geworden van een vakbond doch zich pas na het verstrijken van de beroepstermijn tot de vakbond heeft gewend. Ten overvloede overweegt de Commissie dat ook ingeval de beroepstermijn niet zou zijn overschreden, de Commissie tot niet-ontvankelijkheid zou concluderen omdat het ervoor dient te worden gehouden dat het tijdelijk contract afliep vanwege het verstrijken van de termijn waarvoor het was aangegaan. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-06-2004
102487 - Beroep tegen beweerd deelontslag HBO
De werknemer stelt dat hij volgens de CAO-HBO recht heeft op een uitbreiding van zijn vaste dienstverband met 230 uur. De Commissie overweegt dat de brieven van de werkgever expliciet vermelden dat het een tijdelijke uitbreiding van het vaste dienstverband betreft en dat de laatste tijdelijke uitbreiding van rechtswege is geëindigd. De periode van 4 jaar als bedoeld in art. D-5 lid 4 CAO-HBO is niet overschreden. Voorts acht de Commissie het niet aannemelijk dat de werknemer de werkzaamheden in tijdelijke uitbreiding in opdracht van de werkgever na het verstrijken van de termijn nog heeft verricht. De bestreden brief van de werkgever kan slechts worden aangemerkt als een mededeling dat geen nieuwe tijdelijke uitbreiding wordt verleend. Tegen een dergelijke mededeling staat geen beroep open. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-04-2004
102483 - Beroep tegen beslissing om advies klachtencommissie over te nemen
De interne Klachtencommissie Ongewenste Omgangsvormen van de hogeschool heeft de werkgever geadviseerd om de werknemer geen maatregel op te leggen maar om hem wel te laten reflecteren op zijn eigen gedrag en handelen en hem daarin te begeleiden. Tevens heeft de klachtencommissie geadviseerd om de werknemer voorlopig geen trainingen seksualiteit en intimiteit te laten uitvoeren. De werkgever neemt het advies over en vermeldt in zijn beslissing dat de werkgever in beroep kan bij de Commissie van beroep. De Commissie oordeelt dat partijen niet eenzijdig de bevoegdheid van de Commissie kunnen vaststellen. Nu de bestreden brief van de werkgever niet kan worden aangemerkt als een voor beroep vatbare beslissing als bedoeld in artikel 4.7 lid 1 WHW en artikel S-2 CAO-HBO, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-03-2004
102460 - Beroep tegen beslissing een lager gewaardeerde functie in een tijdelijk dienstverband aan te bieden HBO.
Werknemer is van mening dat de werkgever hem bepaalde toezeggingen heeft gedaan. Omdat deze niet worden nagekomen is volgens hem sprake van het direct of indirect onthouden van bevordering door de werkgever. Volgens vaste jurisprudentie van de Commissie dient onder het direct onthouden van bevordering te worden begrepen de weigering van de werkgever om de werknemer die de hoogste aanloopschaal heeft bereikt, te laten overgaan naar de bij de functie behorende maximumschaal. Onder indirecte onthouding van bevordering verstaat de Commissie de beslissingen van de werkgever waardoor de werknemer niet in staat is te voldoen aan bepaalde bij de werkgever geldende vereisten voor deze overgang, zoals bijvoorbeeld nascholing. Nu gesteld noch gebleken is dat de werknemer werd bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende hoogste aanloopschaal, en voorts gesteld noch gebleken is dat de werkgever hem niet in staat heeft gesteld of niet in staat stelt om te voldoen aan eventuele vereisten voor overgang naar de voor hem geldende maximumschaal, is van het direct of indirect onthouden van promotie geen sprake, zodat er geen voor beroep vatbare beslissing voorhanden is. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-03-2004
102456 - Beroep tegen berisping wegens uitmaken van een collega; HBO
Werknemer heeft na een vergadering tegen een collega "Jij rat" gezegd. Gelet op de inhoud van de door de werknemer erkende - en daarmee vaststaande - uitlating is de Commissie van oordeel dat er sprake is van plichtsverzuim als bedoeld in artikel P-4 CAO-HBO. Een docent behoort geen normoverschrijdende opmerkingen te maken en aldus op een dergelijke onprofessionele wijze met een collega te communiceren. Dat de opmerking zou zijn verricht in een bepaalde context doet hieraan niet af. De Commissie acht de opgelegde maatregel echter dispropotioneel vanwege da lange staat van dienst van de werknemer bij de werkgever en omdat het geen structureel gedrag van de werknemer betreft en ook geen weloverwogen opmerking was en de werknemer tegenover de werkgever te kennen heeft gegeven dat hij die opmerking niet had behoren te maken en hij tegen de desbetreffende collega excuses heeft gemaakt. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-01-2004
102420 - Beroep tegen ontslag als disciplinaire maatregel; HBO
Het ontslag is gebaseerd op plichtsverzuim, bestaande uit "de ongerechtvaardigdheid van verlofregelingen in samenhang met de halsstarrige weigering van de werknemer om opheldering te verschaffen over zijn verlofdeclaraties, dit terwijl deze reeds onjuist zijn gebleken". De Commissie overweegt dat de verlofregelingen en daarop gebaseerde declaraties zijn geaccordeerd door het toenmalig stichtingsbestuur en daarmee ook zijn gelegitimeerd. Met uitzondering van de einddeclaratie zijn alle declaraties aan de werknemer voldaan. Vooralsnog staat niet vast dat de ingediende declaraties onjuist zijn. De Commissie concludeert dat thans niet kan worden gezegd dat de werknemer zich heeft schuldig gemaakt aan plichtsverzuim. De ontslagbeslissing wordt derhalve niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-12-2003
102342 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid HBO
De werkgever heeft opgezegd na mondeling door UWV USZO op de hoogte te zijn gesteld van de inhoud van het functie-ongeschiktheidsadvies, maar voordat het functie-ongeschiktheidsadvies was verzonden. Volgens werknemer is ook verzuimd te onderzoeken of er bij de werkgever reële herplaatsingsmogelijkheden zijn. Voorts is de opzegtermijn volgens de werknemer niet juist gehanteerd. De Commissie is van oordeel dat het functie-ongeschiktheidsadvies schriftelijk moet plaatsvinden. De omstandigheden van dit geval - lange duur van de procedure door vertraging aan de kant van UWV USZO, meer dan 2 jaar ziekte van de werknemer, actieve houding van de werkgever alsmede schriftelijke bevestiging van het advies binnen twee weken - leiden ertoe dat de werkgever in dit geval wel heeft mogen afgaan op de mondelinge mededeling van het advies van UWV USZO. De werkgever heeft zich beperkt ingespannen om herplaatsing te onderzoeken, maar de werknemer heeft zelf geen actie ondernomen en kon evenmin aangeven wat voor mogelijkheden hij bij de werkgever zag. Bovendien is hij ongeschikt voor onderwijsgevende functies, terwijl de werkgever voornamelijk deze functies te vergeven heeft. De opzegtermijn is niet juist gehanteerd hetgeen tot conversie leidt. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-10-2003
102248 Beroep tegen reorganisatieontslag HBO
Appellant is docent Russisch. Door opheffing van het vak Russisch is zijn functie per 01-07-2003 komen te vervallen. In geschil is of de werkgever voldoende heeft onderzocht of het mogelijk is een passende functie aan te bieden. Uit het inleidend beroepschrift van appellant kan worden opgemaakt dat hij zich bereid heeft verklaard om lessen Duits te verzorgen, voor welk vak hij bevoegd is. Voorts worden er bij een nieuwe studierichting van de hogeschool op tijdelijke basis voor 0,4 FTE lessen Duits verzorgd. Deze situatie is in het studiejaar 2003-2004 niet gewijzigd. Nu beschikbare uren Duits tijdelijk worden ingevuld en niet is gebleken dat door de werkgever voldoende is onderzocht of de werknemer aanspraak kan maken op deze uren, kan niet worden gezegd dat er sprake is van een zorgvuldig onderzoek naar de herplaatsingsmogelijkheden van de werknemer als bedoeld in artikel Q-2 lid 1 onder a CAO-HBO, zodat het ontslag om die reden niet in stand kan blijven. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-10-2003
102250 Beroep reorganisatoeontslag HBO.
Appellante is docente Portugees. Door opheffing van het vak Portugees is haar functie komen te vervallen. In geschil is of de werkgever voldoende heeft onderzocht of het mogelijk is een passende functie aan te bieden. Ten aanzien van de diverse interne vacatures waarop appellante heeft gesolliciteerd oordeelt de Commissie dat de werkgever een zekere mate van vrijheid heeft om te beoordelen of een boventallige werknemer meer of minder geschikt is om te worden geplaatst in een functie met andere werkzaamheden buiten zijn of haar vakgebied. Tevens impliceert het niveau van een HBO-instelling dat aan een taaldocent niet zonder meer andere werkzaamheden kunnen worden opgedragen. Voorts is het de Commissie niet gebleken dat er vacatures zijn (geweest) waarvoor appellante daadwerkelijk had kunnen worden ingezet. De werkgever heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichtingen als genoemd in artikel Q-2 lid 1 sub a CAO-HBO. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-10-2003
102249 Beroep tegen reorganisatieontslag HBO
Appellante is docente Italiaans en haar functie is komen te vervallen door opheffing van het vak Italiaans. In geschil is of de werkgever voldoende heeft onderzocht of het mogelijk is een passende functie aan te bieden. Ten aanzien van de diverse interne vacatures waarop appellante heeft gesolliciteerd en waarop andere mensen zijn benoemd, overweegt de Commissie dat de werkgever een zekere mate van vrijheid heeft om te beoordelen of een boventallige werknemer meer of minder geschikt is om te worden geplaatst in een functie met andere werkzaamheden buiten zijn of haar vakgebied. Tevens impliceert het niveau van een HBO-instelling dat aan een taaldocent niet zonder meer andere werkzaamheden kunnen worden opgedragen. Voor wat betreft de vacature Engels begin studiejaar 2001-2002 overweegt de Commissie dat nu appellante haar werkzaamheden als docente Italiaans in 2001 nog vervulde en zij haar interesse voor het geven van het vak Engels destijds nog niet kenbaar had gemaakt, het de werkgever niet te verwijten valt dat hij deze functie niet heeft aangeboden. Werkgever heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichtingen als genoemd in artikel Q-2 lid 1 sub a CAO-HBO. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-10-2003
102354 - Beroep tegen schorsing als disciplinaire maatregel
De werknemer heeft volgens de werkgever plichtsverzuim gepleegd door een collega te bedreigen met verbale en lichamelijke uitingen van agressie en intimidatie. De werknemer erkent de feiten maar voert aan dat de collega zich sneller dan normaal bedreigd voelt en dat er sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen: er doen zich vaker incidenten op de instelling voor maar die leiden niet tot het opleggen van straf. De Commissie concludeert dat de werknemer plichtsverzuim heeft gepleegd en dat de schorsing proportioneel is omdat aan de weknemer reeds eerder een disciplinaire maatregel wegens agressief gedrag is opgelegd. De werknemer heeft geen vergelijkbare gevallen opgevoerd zodat er geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-10-2003
102347 - Beroep tegen het direct of indirect onthouden van bevordering.
De werknemer is in 1996 benoemd in schaal 11 en heeft begin 1997 een nieuwe akte van benoeming gekregen waarin schaal 12 als maximumschaal staat vermeld. Op grond daarvan maakt hij aanspraak op schaal 12 als maximumschaal. Volgens vaste jurisprudentie van de Commissie dient onder het direct of indirect onthouden van promotie te worden begrepen het besluit met betrekking tot de overgang van de werknemer vanuit de hoogste aanloopschaal naar de bij de functie behorende maximumschaal. De werknemer werd niet reeds bezoldigd volgens het maximum van schaal 11. Derhalve is geen sprake van het onthouden van promotie en is het beroep niet-ontvankelijk. Ten overvloede overweegt de Commissie dat de vermelding van schaal 12 in de akte van benoeming een verschrijving is en de werknemer er in redelijkheid niet op heeft kunnen vertrouwen benoemd te zijn in een schaal 12 functie.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-10-2003
102303 - Beroep tegen een schriftelijke berisping; HBO
De werkneemster heeft enige examens nagekeken en is deze vervolgens kwijt geraakt. De examens zijn door een collega teruggevonden. De werkgever meent dat de werkneemster haar collega's onvoldoende heeft ondersteund bij het vinden van oplossingen en geen begrip heeft getoond voor de ernst van de situatie en gevolgen van haar optreden. De Commissie constateert dat er geen heldere werkafspraken lagen en dat de werkneemster duidelijk heeft aangegeven haar excuses aan de studenten te willen maken en haar verantwoordelijkheid voor het kwijtraken van de examens te willen nemen.
Hiermee is er volgens de Commissie onvoldoende feitelijke grondslag voor de conclusie dat de werkneemster plichtsverzuim zou hebben gepleegd. Beroep is gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-09-2003
102265 Herzieningsverzoek HBO
Verzoeker verzoekt om herziening van een uitspraak van de Commissie waarbij zijn beroep tegen een schorsing gegrond is verklaard en zijn beroep tegen een andere schorsing ongegrond is verklaard. Verzoeker haalt vele feiten aan die, zo zij al juist zouden zijn, bij verzoeker en de Commissie bekend waren vóór de uitspraak dan wel dateren van ná de uitspraak. Derhalve geen sprake van nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in art. 28 van het reglement van de Commissie. Herzieningsverzoek ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-08-2003
102280 - Reorganisatieontslag HBO
Beroep is 58 dagen te laat ingesteld.
De werkgever heeft in de ontslagbrief wel de beroepmogelijkheid doch niet de beroepstermijn van zes weken aangegeven. Desgevraagd heeft de werknemer verklaard dat hij pas na het lezen van een artikel in het weekblad "Elsevier" in maart 2003 tot de overtuiging kwam dat hij in elk geval beroep diende in te stellen. Hierop heeft hij zijn CAO geraadpleegd en vervolgens twee dagen later beroep ingesteld. De Commissie is van oordeel dat de inhoud van de ontslagbrief voor betrokkene aanleiding had moeten zijn om te onderzoeken wat de hierin genoemde beroepsmogelijkheid inhield. Door dit niet te doen heeft hij zijn onderzoeksplicht verzaakt. Voorts blijkt uit zijn reactie dat hij oorspronkelijk geen reden zag zich tegen het ontslag te verzetten. Pas toen hij na ommekomst van de beroepstermijn in het weekblad "Elsevier" gelezen had dat in elk geval beroep moest worden ingesteld heeft hij beroep ingesteld. De Commissie oordeelt dat de werknemer de voorziening in beroep niet zo spoedig als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden heeft gevraagd zodat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-05-2003
102207 - Beroep tegen een schriftelijke berisping
De werkneemster is zonder toestemming te vragen aan de direct leidinggevende buiten de vakantieperiode van de instelling vertrokken naar Indonesië, dit in verband met een familiefeest. Zij heeft wel haar afwezigheid per e-mail doorgegeven aan de roostermaker en daarbij aangegeven hoe haar afwezigheid kon worden opgevangen. De roostermaker heeft zijn e-mail niet gelezen. De Commissie is van oordeel dat het ontstaan van de onrust en problemen niet alleen aan de werkneemster is te wijten maar ook het gevolg is van het gegeven dat de roostermaken het aan hem gerichte e-mailbericht niet gelezen heeft. Gelet hierop en gezien de lange en onweersproken goede staat van dienst van de werkneemster, alsmede gezien het feit dat de werkneemster te kennen heeft gegeven dat zij een en ander betreurt en haar spijt heeft betuigd, is de Commissie van oordeel dat het nemen van een disciplinaire maatregel niet in verhouding staat tot het door de werkneemster gepleegde verzuim. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-05-2003
102238 Beroep tegen ontslag wegens bedrijfseconomische redenen.
De werkneemster stelt dat de werkgever geen moeite heeft gedaan om haar te herplaatsen. De werkgever meent voldaan te hebben aan zijn inspanningsverplichting en voert aan dat er geen mogelijkheid was om de werkneemster te herplaatsen. De Commissie overweegt dat werkneemster als modedocent een hoog specialisatieniveau heeft waardoor zij niet breed inzetbaar is binnen de hogeschool. Eventueel zou plaatsing in een andere faculteit van de werkgever aan de orde kunnen zijn, maar gesteld noch gebleken is dat in deze faculteit een passende vacature was. Interne herplaatsing was dan ook niet haalbaar. Ten aanzien van de uitvoering van het gestelde in het reorganisatieplan geldt dat de werkgever een inspanningsverplichting heeft. De werkgever heeft de werkneemster aangeboden gebruik te maken van de instrumenten uit het reorganisatieplan maar zij heeft om haar moverende redenen een andere keuze gemaakt. Het oprekken van het dienstverband van werkneemster tot een datum gelegen na haar 50ste verjaardag leidt tot substantiële extra wachtgeld- verplichtingen, hetgeen om financiële redenen niet haalbaar is. De werkgever kan hier naar het oordeel van de Commissie in redelijkheid dan ook niet toe verplicht worden. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-03-2003
102180 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid.
Werknemer voert aan dat de werkgever onvoldoende heeft gekeken of plaatsing op een andere werkplek mogelijk was. De werkgever stelt dat een herplaatsingsonderzoek niet is uitgevoerd omdat de hoogte van het arbeidsongeschiktheidspercentage (80-100%) herplaatsing uitsluit. De Commissie overweegt dat gelet op de aard van de klachten, de mate van arbeidsongeschiktheid voor de huidige functie (80 - 100%) en eerdere pogingen tot reïntegratie die mislukten, van de werkgever niet gevergd kan worden over te gaan tot verder onderzoek naar herplaatsingsmogelijkheden. Dit geldt temeer nu appellante niet heeft aangegeven in welke functie zij inzetbaar zou zijn. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden
18-03-2003
102233 - Verzet tegen uitspraak in vereenvoudigde behandeling Voorzitter van de Commissie van Beroep; HBO
Het verzet is niet binnen de geldende termijn van veertien dagen gedaan. De werknemer beroept zich op onwetendheid en stelt dat bij de verzending van de uitspraak ten onrechte niet is vermeld dat verzet mogelijk was. De Commissie overweegt dat het reglement van de Commissie geen verplichting tot vermelding van de mogelijkheid van verzet inhoudt en de werknemer zich niet kan beroepen op onwetendheid omdat hij in de procedure werd bijgestaan door een rechtsgeleerde raadsvrouwe zodat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Verzet niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-03-2003
102231 - Beroep tegen verlengde schorsing.
Werknemer stelt dat de CAO-HBO derde schorsing niet toestaat. De Commissie oordeelt dat van geval tot geval bezien dient te worden of zich bijzondere omstandigheden voordoen waardoor niet van de werkgever gevergd kan worden de werknemer tot het werk toe te latenk. Over de hierbij van belang zijnde belangenafweging oordeelt de Commissie dat de werkgever inmiddels onderzoek had gepleegd en dat een zitting bij de kantonrechter aangaande de behandeling van het verzoek van de werkgever de arbeidsovereenkomst te ontbinden aanstaande was. In deze omstandigheden zou een terugkeer van de werknemer snel tot escalatie kunnen leiden. Voor beide partijen was het beter af te wachten wat de kantonrechter zou beslissen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-03-2003
102209 - Verzoek voorlopige voorziening inhoudende opheffing van een schorsing.
Werknemer stelt dat de CAO-HBO een derde schorsing niet toestaat en er geen grond voor schorsing is. De Voorzitter oordeelt dat de vraag of een derde schorsing is toegelaten, zich niet voor beantwoording in een voorzieningenprocedure leent. Dit ligt slechts anders wanneer op voorhand evident is wat de uitkomst in beroep zal zijn. De Voorzitter constateert dat de gemachtigde zeer beperkt beschikbaar was hetgeen strijdig is met de blijkbaar gevoelde noodzaak tot het treffen van een voorziening. Daarbij oordeelt de Voorzitter dat op korte termijn een zitting bij de kantonrechter zou plaatshebben over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. De hiermee gepaard gaande onrust maakt dat het niet in het belang van partijen is de schorsing op te heffen. Het verzoek wordt afgewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-02-2003
102188 - Beroep tegen ontslag om bedrijfseconomische redenen.
Overschrijding beroepstermijn. De werknemer beweert binnen de beroepstermijn een eerder beroepschrift te hebben toegezonden, dat de Commissie niet heeft bereikt. Nu het beweerde eerdere beroepschrift niet aangetekend is verzonden, is er geen bewijs dat het daadwerkelijk binnen de geldende termijn is verzonden. Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-02-2003
102184 - Beroep tegen ontslag om bedrijfseconomische redenen.
De overeengekomen afvloeiingsregeling voorziet in indeling docenten in 3 leeftijdcohorten die in elkaar geschoven worden tot één afvloeiingslijst. Vervolgens komt de oudste het eerst voor ontslag in aanmerking. De Commissie oordeelt het beroep gegrond omdat het ontslag onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is (niettegenstaande het verzoek van de werknemer heeft de werkgever de afvloeiingslijst niet overgelegd) en omdat het ontslag in strijd is met het verbod op onderscheid naar leeftijd. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-02-2003
102183 - Beroep tegen ontslag om bedrijfseconomische redenen.
De overeengekomen afvloeiingsregeling voorziet in indeling docenten in 3 leeftijdcohorten die in elkaar geschoven worden tot één afvloeiingslijst. Vervolgen s komt de oudste het eerst voor ontslag in aanmerking. De Commissie oordeelt het beroep gegrond omdat het ontslag onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is (niettegenstaande het verzoek van de werknemer heeft de werkgever de afvloeiingslijst niet overgelegd) en omdat het ontslag in strijd is met het verbod op onderscheid naar leeftijd. Beroep gegrond
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-02-2003
102179 - Beroep tegen schriftelijke berisping; HBO
De Commissie oordeelt dat de werkgever het beginsel van hoor en wederhoor niet juist heeft toegepast door de werknemer slechts een dag van te voren uit te nodigen voor een gesprek waarin verweer kon worden gevoerd en door de werknemer niet in het bezit te stellen van de klachtbrieven waarop de berisping is gestoeld. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-01-2003
102165 - Beroep tegen verklaring einde dienstverband i.v.m. FPU
De werkgever stelt dat tussen partijen een regeling is tot stand gekomen op grond waarvan de dienstbetrekking eindigt wegens deelname FPU. Die regeling zou in de correspondentie van de advocaten van partijen zijn vastgelegd. De werkneemster bestrijdt de totstandkoming van de beweerde regeling. De Commissie oordeelt dat de verklaring einde dienstverband er op neerkomt dat de dienstbetrekking is geëindigd met wederzijds goedvinden en niet door een eenzijdig ontslagbesluit. Het geschil over de vraag of al dan niet een regeling tot stand is gekomen, is niet ter beoordeling van de Commissie. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-01-2003
102109 - Beroep tegen vrijroostering
Werkgever heeft werknemer vanwege onvoldoende didactisch functioneren verwezen naar een loopbaanadviestraject en hem vrijgeroosterd. Werknemer stelt dat sprake is van een op non-actief stelling en dus van een schorsing waarvoor geen deugdelijke grond aanwezig is. De Commissie overweegt dat het loopbaanadviestraject veel zelfwerkzaamheid vergt van de werknemer en dat gebleken is dat de werknemer weliswaar weinig actief is in dat traject maar dat niet kan worden gezegd dat er sprake is van schorsing. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-01-2003
102039 Beroep tegen deeltijdontslag HBO
Beroep tegen de mededeling van de werkgever dat de tijdelijke uitbreiding niet wordt verlengd.
Werkneemster heeft vanaf 1993 een aantal tijdelijke uitbreidingen van haar vaste dienstverband gehad, volgens de werkgever wegens werkzaamheden van specifieke aard, vervanging. Werkneemster stelt op grond van de CAO-HBO 1997-1998 voor haar volledige betrekkingsomvang in vaste dienst te zijn omdat zij steeds reguliere werkzaamheden heeft verricht.
De Commissie oordeelt dat aannemelijk is dat werkneemster in het studiejaar 1998-1999 geen specifieke werkzaamheden heeft verricht zodat zij op grond van de CAO-HBO 1997-1998 met ingang van 01-08-1998 voor haar volledig dienstverband in vaste dienst is.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-12-2002
102101/102149 - Beroep tegen (verlenging) schorsing als ordemaatregel HBO
Schorsing docent wegens klachten studenten en collega's over gedrag. Werknemer meent dat er geen reden is voor schorsingen en beroept zich op strijd met beginselen van behoorlijk bestuur.
Over de eerste schorsing overweegt de Commissie dat de werknemer eerder een laatste waarschuwing heeft gehad in verband met zijn gedrag tegen collega's en studenten. Op het moment dat er zich weer klachten voordeden, heeft de werkgever kunnen besluiten tot schorsing om de rust op de instelling te kunnen laten terugkeren en om een en ander te kunnen onderzoeken. De formaliteiten bij deze schorsing zijn in acht genomen.
Bij de tweede schorsing heeft de werkgever verzuimd de werknemer te horen. Ook waren er op dat moment al drie maanden verstreken en de Commissie is niet gebleken dat de klachten inmiddels waren uitgezocht. Voorts is niet gesteld noch gebleken dat de onrust op de instelling nog in dezelfde mate zou heersen. Verlenging kan niet in stand blijven vanwege niet in acht nemen formaliteiten en onvoldoende motiveren.
Beroep tegen de eerste schorsing ongegrond; beroep tegen verlenging gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-12-2002
102102 - Beroep tegen ontslagbesluit.
Hangende het beroep heeft de werkgever het ontslagbesluit ingetrokken. De werkneemster handhaaft het beroep. Bij uitspraak in vereenvoudigde behandeling verklaart de Voorzitter van de Commissie het beroep kennelijk niet-ontvankelijk omdat de werkneemster door de intrekking van het ontslagbesluit geen belang meer heeft bij handhaving van het beroep. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-11-2002
102203 / 102204 - Beroep en verzoek voorlopige voorziening i.v.m. mededeling die niet voor beroep vatbaar is.
Uitspraak voorzitter in vereenvoudigde behandeling.
Mededeling dat adviseur van de werkgever heeft geadviseerd schorsing te verlengen, is geen voor beroep vatbaar besluit. Mededeling is geen besluit van werkgever en is ook geen weigering om een besluit te nemen. Werknemer heeft werkgever ook niet verzocht een voor beroep vatbaar besluit te nemen. Beroep en verzoek tot verkrijging voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-11-2002
102124 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel.
De werkgever voert aan dat de Commissie niet bevoegd is omdat de schorsing is opgelegd door de BV waarbij de werknemer reeds 7 jaar op detacheringsbasis werkzaam is. De Commissie oordeelt zich bevoegd omdat de schorsing is toe te rekenen aan de werkgever nu de werknemer in dienst is van de werkgever, er geen schriftelijke detacheringsovereenkomst is opgesteld en zodoende eventuele rechtspositionele maatregelen worden toegerekend aan de werkgever. Een andere redenering zou erop neerkomen dat de werknemer van een bij de Commissie aangesloten HBO-instelling, die op grond van de WHW verplicht bij een Commissie van Beroep is aangesloten, de rechtsgang naar de Commissie wordt onthouden. Dit acht de Commissie niet redelijk en in strijd met goed werkgeverschap. Daarbij speelt mede een rol dat de BV in werkelijkheid volledig is gelieerd aan de werkgever. Vervolgens constateert de Commissie dat de werkgever met betrekking tot de totstandkoming van de schorsing niet in overeenstemming heeft gehandeld met de in de CAO-HBO gestelde vormvereisten. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-09-2002
102125 - Verzoek voorlopige voorziening inhoudende opheffing schorsing.
De werknemer is 20 jaar in dienst bij de hogeschool en was de afgelopen 7 jaar gedetacheerd bij een BV, (klein)dochter van de hogeschool. De BV heeft de werknemer bij wijze van ordemaatregel uit zijn functie gezet. De hogeschool voert aan dat de Commissie niet bevoegd is omdat het een besluit betreft van een zelfstandige rechtspersoon die geen HBO-instelling is en niet is aangesloten bij de Commissie. De Voorzitter oordeelt dat de schorsing aan de hogeschool is toe te rekenen. Een andere redenering zou erop neerkomen dat aan een werknemer van een HBO-instelling die verplicht is aangesloten bij de Commissie van Beroep, een rechtsgang wordt onthouden. Dit acht de Voorzitter niet redelijk nu de kleindochter volledig is gelieerd aan de hogeschool en de hogeschool de werknemer geen werkzaamheden laat verrichten. De Voorzitter is voorts van oordeel dat met voldoende mate van waarschijnlijkheid kan worden aangenomen dat de Commissie van Beroep het beroep in de bodemprocedure op formele gronden gegrond zal verklaren. Voorziening toegewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-05-2002
102128 - Beroep tegen stopzetten van salaris
Werkgever heeft salaris betaling stopgezet omdat de werknemer zich niet zou houden aan het bepaalde in zijn arbeidscontract. De werknemer voert aan dat sprake is van een disciplinaire maatregel welke onterecht zou zijn genomen. Daarbij verzoekt de werknemer de Commissie uitspraak te doen over de verantwoordelijkheid van de werkgever voor alle kosten welke ontstaan zijn door het onrechtmatig stopzetten van de salarisbetaling, de eventueel door de werkgever verschuldigde wettelijke rente en een volledige rehabilitatie van de werknemer. De Commissie oordeelt dat voor de bevoegdheid van de Commissie van belang is hetgeen appellant stelt. Nu deze aangeeft dat hij in beroep komt tegen een disciplinaire maatregel is de Commissie bevoegd van het geschil kennis te nemen. Dit ligt anders voor de overige genoemde zaken nu deze niet onder de werking van genoemd artikel noch artikel T-3 van de CAO-HBO vallen. Voor deze zaken verklaart de Commissie zich niet bevoegd om daarvan kennis te nemen. Voor wat betreft de disciplinaire maatregel oordeelt de Commissie dat de aard en strekking van het bestreden besluit voor appellant niet geheel duidelijk waren. Voor te stellen is dat hij dit beschouwde als een disciplinaire maatregel. Nu echter de werkgever enerzijds heeft geconstateerd dat appellant zich niet heeft beschikbaar gesteld voor zijn taak en anderzijds over is gegaan tot stopzetting van het salaris vanwege het feit dat appellant de bedongen arbeid niet verrichtte oordeelt de Commissie dat niet sprake was van een disciplinaire maatregel, maar van toepassing van artikel 7627 BW : geen arbeid geen loon. Dit geldt eens te meer nu de werkgever tot het terugdraaien van deze maatregel is overgegaan toen appellant kenbaar had gemaakt dat hij zich had ziek gemeld. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-05-2002
102031 - Beroep tegen geven van een waarschuwing HBO
Tegen appellant is door een student een klacht ingediend. De klachtencommissie acht de klacht gegrond en geeft de werkgever aan dat volstaan kan worden met het geven van een waarschuwing. Dit gebeurt door de Raad van Bestuur waarbij deze aangeeft dat bij herhaling ontslag zal volgen. Appellant is van mening dat ten aanzien van hem een disciplinaire maatregel is genomen en dat dit ten onrechte gebeurt. De Raad van Bestuur stelt dat er niet sprake is van een voor beroep vatbare beslissing, hoewel in de eigen klachtenregeling is opgenomen dat een werknemer tegen een waarschuwing in beroep kan gaan.
De Commissie oordeelt dat art. R-1 lid 2 CAO-HBO aangeeft welke disciplinaire maatregelen de werkgever ten aanzien van de werknemer kan treffen. Een waarschuwing is daarbij niet genoemd zodat daartegen in beginsel geen beroep open staat. Indien echter een besluit naar zijn inhoud en/of vorm een disciplinair karakter heeft, ongeacht hoe dit besluit wordt genoemd, dient dit besluit te worden aangemerkt als een disciplinaire maatregel waartegen op grond van de WHW beroep open staat.
In casu heeft de waarschuwing een disciplinair karakter nu de werkgever aangeeft dat bij herhaling van geconstateerd gedrag ontslag zal volgen. Nadat de werkgever zijn besluit heeft aangepast constateert de Commissie dat sprake is van een waarschuwing zonder disciplinair karakter waartegen geen beroep open staat.
Beroep niet-ontvankelijk
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-04-2002
102129 - Beroep tegen een schriftelijke berisping wegens plichtsverzuim; HBO
De werknemer heeft op het laatste moment een afspraak met een student omtrent de verdediging van een scriptie afgezegd. Daarbij heeft de werknemer bij de volgende afspraak zonder partijen hierover te berichten een collega zijn plaats laten innemen. De werkgever meent dat in het licht van voorgaande incidenten een berisping op zijn plaats is. Volgens de werknemer was afgesproken dat de student zijn scriptie aan zou passen om deze vervolgens aan hem te zenden. Hierbij moest een uiterste termijn in acht genomen worden omdat ter voorbereiding van de verdediging een aantal acties van de werknemer noodzakelijk was. De Commissie oordeelt dat de werknemer de scriptie ruim te laat ontving. Hij wist daarmee reeds vijf dagen van tevoren dat de verdediging van de scriptie niet door kon gaan. Desondanks heeft hij gewacht tot het laatste moment met afzeggen. Hiermee heeft hij verwijtbaar slordig gehandeld. Dit geldt te meer nu de verdediging ten overstaan van een aantal medewerkers van het bedrijf waar de student aan verbonden was zou geschieden zodat de werknemer had dienen te beseffen dat hierdoor meerdere mensen zouden kunnen worden getroffen. Voorts is de Commissie van oordeel dat de werknemer onjuist heeft gehandeld door zich bij de afstudeerscriptie op 28-09-2002 te laten vertegenwoordigen door een collega-docent zonder alle betrokkenen hiervan op de hoogte te stellen of te doen stellen. Beroep ongegrond
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-02-2002
102127 - Beroep tegen twee schorsingen als ordemaatregel .
Appellante wordt schuld aan een incident verweten. Voorheen zouden zich meer incidenten hebben voorgedaan en door appellantes toedoen is op de instelling een onhoudbare situatie ontstaan. De werkgever besluit tot schorsing en verlenging van deze schorsing, beide voor een termijn van drie maanden. De Commissie constateert dat de werkgever zich bij de eerste schorsing niet heeft gehouden aan de in de CAO opgenomen formaliteiten genoemd in artikel Q-1 lid 5 en Q-2 lid 3. Het verweer dat er op dat moment vakantie was wordt gepasseerd nu er sprake is van een ingrijpende inbreuk op de rechtspositie en de formaliteiten bij een ingrijpende maatregel als schorsing van groot beland geacht worden. Inhoudelijk geldt voor beide schorsingen dat de werkgever verzuimd heeft voldoende te onderbouwen om wat voor incidenten het gaat, wat voor onhoudbare situatie is opgetreden, en welke belangenafweging heeft plaats gehad. Derhalve komt de Commissie tot de conclusie dat de werkgever niet in redelijkheid tot de schorsingen heeft kunnen beslissen. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-10-2007
103438 - Beroep tegen berisping; MBO
Werknemer is berispt omdat hij als voorzitter van de medezeggenschapsraad onterecht woon-werkverkeer als dienstreizen zou hebben gedeclareerd. Uit een accountantsonderzoek in 2005 naar de reiskosten binnen de instelling en een aanvullend onderzoek door een extern advocaat zou dit gebleken zijn over de jaren 2001 tot en met 2004.
De werknemer stelt immer te hebben gedeclareerd conform de afspraken die hij in 1997 met het toenmalige College van Bestuur had gemaakt.
De Commissie oordeelt dat de werknemer niet aannemelijk heeft kunnen maken dat deze afspraak destijds tussen partijen is gemaakt. De werknemer heeft gedurende een lange periode de voor hem geldende voorschriften en verplichtingen op het gebied van het declareren van reiskosten overtreden. Mede omdat daardoor een aanzienlijk bedrag onterecht is gedeclareerd, concludeert de Commissie tot plichtsverzuim. De in verband daarmee oplegde berisping acht de Commissie proportioneel, temeer daar de werknemer reeds eerder een disciplinaire maatregel opgelegd heeft gekregen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-10-2007
103508 - Beroep tegen berisping; BVE
De werkgever heeft de werknemer schriftelijk berispt wegens door hem vertoond gedrag tijdens een beoordelingsgesprek en omdat hij niet heeft voldaan aan de verplichting om in het kader van dat gesprek bepaald materiaal in te dienen.
De door de werkgever aan de bestreden beslissing ten grondslag gelegde feiten staan voldoende vast. Voor het gedrag van de werknemer bestaat geen rechtvaardigingsgrond en door zijn hardnekkige opstelling heeft hij het beoordelingsproces gefrustreerd. De Commissie beschouwt een schriftelijke berisping in verband hiermee passend. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-09-2007
103465 - Beroep tegen een ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
De werknemer voert aan dat het functieongeschiktheidsadvies van UWV niet actueel is omdat daarin zijn huidige gezondheidstoestand niet is meegewogen. De Commissie passeert dit omdat de werknemer nog steeds een WAO-uitkering ontvangt, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65% en ook overigens door hem niet nader is onderbouwd dat zijn gezondheidstoestand zou zijn verbeterd. Met betrekking tot het herplaatsingsonderzoek overweegt de Commissie dat de werkgever door inschakeling van het Loopbaancentrum en de arbeidsdeskundige thans voldoende uitvoering heeft gegeven aan het vereiste een zorgvuldig herplaatsingsonderzoek te verrichten. Voor de vervulling van de bij de werkgever beschikbare functies Stafmedewerker beleidsondersteuning en Beleidsmedewerker onderwijs bestaan weliswaar geen medische bezwaren maar nu werknemer de benodigde kennis en ervaring voor de desbetreffende functies ontbeert en ook niet eenvoudig kan verwerven, zijn die functies niet als passend te beschouwen. Ook overigens is de Commissie niet gebleken dat er bij de werkgever een passende functie voorhanden was en de werknemer heeft niet aangegeven voor welke andere functies dan voornoemde hij in aanmerking zou kunnen komen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-09-2007
103511 - Vereenvoudigde behandeling beroep tegen berisping; BVE
De beroepstermijn is met veertien dagen overschreden. De werkgever heeft aangegeven dat de werknemer binnen zes weken in beroep kon gaan bij de Commissie en binnen zes maanden bij de klachtencommissie van de werkgever. De werknemer voert aan dat hij eerst heeft geprobeerd om intern met de werkgever het geschil op te lossen. Hij wilde hiervoor de termijn van zes maanden benutten. Na enige tijd kwam hij tot de overtuiging dat dit niet zinvol was en heeft hij besloten alsnog beroep in te stellen. De werkgever heeft voldoende duidelijk aangegeven welke keuzes de werknemer had bij het aanvechten zijn beslissing. Indien hij de mogelijkheid van beroep bij de Commissie open had willen houden naast zijn gang naar de interne commissie had hij zekerheidshalve binnen de termijn van zes weken beroep bij de Commissie dienen in te stellen. Beroep niet ingesteld zo spoedig mogelijk als redelijkerwijze verlangd kon worden.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-08-2007
103489 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking BVE
De werkgever heeft het dienstverband beëindigd m.i.v. 01-08-2007. Hiertegen heeft de werkneemster beroep ingesteld. De werkgever had reeds eerder om dezelfde reden ontslag aangezegd tegen 01-02-2007. Het toentertijd ingestelde beroep is op 16-03-2007 door de Commissie gegrond verklaard omdat de werkgever het dienstverband ná de ontslagdatum had voortgezet voor de duur van 6 maanden, waaruit de Commissie afleidde dat er per 01-02-2007 geen ontslagnoodzaak was. Nu deelt de werkgever de werknemer mee dat dit tijdelijk dienstverband van rechtswege eindigt, en hij ontslaat de werkneemster voor zover vereist.
Op grond van artikel 18 lid 6 van Bijlage C van de CAO-BVE dient de werkgever zich te onderwerpen aan de uitspraak van de Commissie. Dit kan niet anders inhouden dan dat door de uitspraak van de Commissie d.d. 16-03-2007 het per 01-02-2007 tussen partijen voortgezette dienstverband een dienstverband voor onbepaalde tijd is. Aldus is sprake van een voor beroep vatbaar ontslag uit een vast dienstverband. De formatiereductie en de noodzaak van het ontslag staan voldoende vast.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-07-2007
103493 - Beroep tegen vrijroostering van lesgevende werkzaamheden BVE
Werknemer wordt niet meer ingezet voor lesgevende taken en interpreteert dit als een schorsing. De werkgever stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een op non-actief stelling dan wel van een schorsing. De werknemer wordt voor het deel dat hij niet meer lesgeeft belast met andere taken.
De Commissie oordeelt dat niet elke weigering van de werkgever om de werknemer niet toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, kan worden aangemerkt als een schorsing.
De werknemer is niet vrijgesteld van werkzaamheden noch is hem de toegang tot de school ontzegd. Een deel van zijn taak is hem ontnomen maar daarvoor krijgt hij weer andere werkzaamheden opgedragen zodat er geen sprake is van een schorsing in de zin van de CAO. Eén en ander kan echter anders komen te liggen per 01-08-2007. Immers, per deze datum is de terugkeer van de werknemer in zijn lesgevende taken door de werkgever voorzien. Een beroep tegen verlenging van de vrijstelling van lesgevende taken per 01-08-2007 kan dan mogelijk wel worden aangemerkt als een schorsing waarbij het de vraag is of deze dan na afweging van belangen van partijen, in rechte stand zal kunnen houden.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-07-2007
103484 - Beroep tegen ontslag op staande voet; BVE
De werkgever kreeg op 18-01-2007 kennis van klachten van leerlingen over de werknemer. Het door de werkgever uitgevoerde onderzoek betrof volgens de werkgever het horen van enkele collega's van de werknemer en het horen van de leerlingen die de klacht hadden ingediend. Dit onderzoek was op 13-02-2007 afgerond aangezien op dat moment de werkgever de werknemer meegedeeld heeft dat hij voornemens was hem te ontslaan. Het onderzoek is niet met voldoende voortvarendheid uitgevoerd. Omstandigheden waarom dit onderzoek niet binnen enkele dagen kon zijn voltooid, zijn niet gebleken. Dat vervolgens de aan werknemer geboden gelegenheid verweer te voeren eerst zes weken later plaats vindt, kan evenmin als toereikend voortvarend handelen worden aangemerkt. De werknemer kan weliswaar de werkgever niet tegenwerpen dat hem enig uitstel is geboden, maar al met al is de verstreken termijn te lang om nog een ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Bijzondere omstandigheden waarom deze verweerprocedure niet aanstonds, dat wil zeggen binnen hooguit één week, afgerond kon zijn, zijn niet gebleken.
Het ontslag is in strijd met artikel 7:677 lid 1 BW niet onverwijld gegeven.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-06-2007
103361 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
De werknemer is docent en is sedert 01-09-2004 arbeidsongeschikt. Er hebben gesprekken plaatsgevonden tussen de werknemer en de werkgever en met een extern bureau. Ontbindingsverzoekverzoek is afgewezen. WIA-beslissing: meer dan 35% doch minder dan 80% arbeidsongeschikt. Partijen verschillen niet van mening over het feit dat de werkgever de aanzegging als genoemd in artikel 20 lid 5 ZAR-BVE niet heeft doen uitgaan. Werknemer was echter onmiskenbaar op de hoogte van het voornemen van de werkgever de arbeidsovereenkomst te beëindigen. In het kader van WIA-beoordeling opgestelde reïntegratieverslag kan als een FOA worden beschouwd. Mede gelet op mislukte reïntegratie in juni 2006 heeft de werkgever in redelijkheid tot de overtuiging kunnen komen dat er binnen de organisatie geen passend werk te vinden was.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-06-2007
103463 - Uitspraak in vereenvoudigde behandeling BVE
De werkgever heeft het dienstverband met onmiddellijke ingang opgezegd wegens een dringende reden. Daartegen heeft appellant beroep ingesteld. Hangende het beroep heeft de Voorzitter van de Commissie reeds uitspraak in voorlopige voorziening gedaan, inhoudende dat de werkgever ook na de ontslagdatum salaris is verschuldigd. Vervolgens heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden. Daarop heeft de werkgever de ontslagbeslissing ingetrokken. De werknemer heeft zijn beroep gehandhaafd.
De Voorzitter doet uitspraak in vereenvoudigde behandeling: er is geen voor beroep vatbare beslissing meer en de kantonrechter zal zich in een eventueel volgende procedure zelfstandig een oordeel vormen zonder daarbij gebonden te zijn aan een uitspraak van de Commissie. De werknemer heeft geen belang bij een oordeel van de Commissie.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-05-2007
103462 - Beroep tegen ontslag op staande voet; BVE
Werknemer is conciërge en heeft zonder toestemming van de leidinggevende goederen uit de werkplaats weggenomen. De werkgever heeft dit aangemerkt als diefstal c.q. verduistering en deze feiten alsmede het latere gedrag van de werknemer met betrekking tot het terugbrengen van de goederen aangemerkt als een dringende reden.
De Commissie acht het niet onbegrijpelijk dat, zeker gezien de vertrouwensfunctie die de werknemer vervult, de werkgever een maatregel heeft willen nemen, temeer daar de werknemer zich eerder had schuldig gemaakt aan diefstal c.q. verduistering. De Commissie is echter van oordeel dat het door de werknemer gepleegde plichtsverzuim, gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de duur van het dienstverband, de leeftijd van de werknemer en de ingrijpende gevolgen van het ontslag voor de werknemer, onvoldoende ernstig is om een ingrijpende maatregel als een ontslag op staande voet te kunnen dragen. De Commissie acht het ontslag disproportioneel.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-04-2007
103353 - Beroep tegen berisping; BVE
Werkgever heeft aan het plichtsverzuim ten grondslag gelegd dat de werknemer op kosten van de werkgever ontwikkeld studiemateriaal uit eigen beweging en zonder opdracht van een daartoe bevoegd iemand ter beschikking heeft gesteld aan andere ROC's. Werknemer zat in een projectgroep met mandaat om takenboeken te ontwikkelen en samen te stellen ten behoeve van de 5 ROC's met een soortgelijke opleiding. De Commissie oordeelt dat de werkgever de werknemer hiervoor geen kaders dan wel andere restricties heeft aangereikt, zoals bescherming van het eigen les/studiemateriaal. Voorts staat in de financieringsaanvraag voor de projectgroep omschreven dat 1 van de doelstellingen is "de landelijke samenwerking van 5 ...scholen te benadrukken door uitwisseling en kennisdeling". Werknemer kon door het inbrengen van een door een stagiaire van de werkgever vervaardigde reader in de projectgroep gerechtvaardigd menen te handelen in het belang van het ROC en van de deelnemers. Geen sprake van schending van auteursrecht nu de reader min of meer een samenvatting is van een reeds uitgegeven boek. Geen verwijtbaar dan wel onrechtmatig gedrag van de werknemer. Geen plichtsverzuim.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-04-2007
103312 - Herzieningsverzoek BVE
Werkgever verzoekt om herziening van een uitspraak van de Commissie waarbij het beroep van de werknemer gegrond is verklaard.
De Commissie is in de uitspraak uitgegaan van de veronderstelling dat de betrekking bij de werkgever in overuren als bedoeld in de CAO werd vervuld en heeft op grond daarvan aangenomen dat het dienstverband bij de werkgever van tijdelijke aard was en dat dit dienstverband in strijd met artikel 7:667 lid 3 BW is opgezegd. Deze veronderstelling is echter onjuist gebleken. Indien het juiste feit bekend was geweest bij de Commissie zou dit tot een andere uitspraak hebben geleid. Immers, de betrekking bij de werkgever zou dan in de uitspraak niet beschouwd zijn als een tijdelijk dienstverband zodat het beroep ook niet op grond van artikel 7:667 lid 3 BW gegrond verklaard zou zijn. Aldus komt de uitspraak van de Commissie op deze grond voor herziening in aanmerking.
Omdat partijen tot een schikking zijn gekomen wordt de inhoudelijke behandeling van het beroep niet voortgezet.
Herzieningsverzoek gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-04-2007
103464 - Verzoek voorlopige voorziening BVE
Werknemer is op staande voet ontslagen vanwege slaan deelnemer en het geven van een les aan de hand van een bordtekening van genitaliën en vrouwelijke rondingen.
Werknemer verzoekt de Voorzitter om schorsing van het ontslag en om wedertewerkstelling.
Naar het voorlopig oordeel van de Voorzitter is niet vast komen te staan dat de docent de deelnemer heeft geslagen en het ontslag is bovendien niet onverwijld na dit beweerde voorval verleend. Wat betreft de les in kwestie, heeft de werknemer een didactische draai gegeven aan een situatie waarin hij aan het begin van de les door de deelnemers was geplaatst. Niet gebleken is dat een dergelijke situatie eerder onderwerp van gesprek is geweest zodat niet kan worden gezegd dat de docent weigert zich te voegen naar het pedagogische en didactische beleid van de instelling. Ook dit voorval geen dringende reden voor ontslag.
Loondoorbetaling toegewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-04-2007
103459 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking BVE
Uitgaande van de verzendtheorie is de beroepstermijn overschreden met 13 dagen. De Voorzitter doet uitspraak in vereenvoudigde behandeling.
In de bestreden beslissing is de mogelijkheid van beroep bij de Commissie vermeld met daarbij de mededeling dat het beroep binnen 6 weken dient te worden ingesteld. Nu het beroepschrift niet aangetekend is verzonden en er voorts geen feiten en omstandigheden zijn aangevoerd of gebleken waaruit moet worden afgeleid dat TNT-post de verzending niet op de dag van de ter post bezorging heeft gestempeld, dient het ervoor gehouden te worden dat het beroepschrift te laat ter post is bezorgd. Eventuele gevolgen van niet aangetekend verzenden, komen voor risico van de appellant.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-03-2007
103330 / 103334 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking
Werkneemster is docent. Het ontslag is gegeven in het kader van een reorganisatie. De werkgever heeft het dienstverband na de ingangsdatum van het ontslag gecontinueerd, volgens de werkgever op tijdelijke basis. Werkneemster blijft belast met docentwerkzaamheden. Hieruit leidt de Commissie af dat er op de ingangsdatum van het ontslag voor de werkneemster voldoende werkzaamheden voorhanden waren en er geen ontslagnoodzaak was zodat het ontslag niet gedragen wordt door de daaraan ten grondslag gelegde reden.
Voorts merkt de Commissie op dat de werkgever ten onrechte meent dat de werkneemster in de gecontinueerde werkzaamheden in tijdelijke dienst zou zijn. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd opvolgt, geldt immers als aangegaan voor onbepaalde tijd en behoeft voor haar eindigen een opzegging. Gelet op de duur van het dienstverband van de werkneemster, was benoeming in tijdelijke dienst in feite niet mogelijk (artikel 7:668a BW). Gelet op het dwingend karakter van deze bepaling is afwijking ervan bij individueel contract niet mogelijk. Verder vormen de artikelen H-11 en H-12 CAO-BVE in dit geval een belemmering voor het in dit stadium aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-03-2007
103381 - Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim en ontslag op staande voet; BVE
Werknemer is docent en is geschorst en vervolgens ontslagen wegens plichtsverzuim. Het plichtsverzuim bestaat eruit dat de werknemer tijdens een schoolfeest intiem is omgegaan met een leerlinge en te veel gedronken heeft. Vervolgens heeft de werkgever de werknemer tijdens de opzegtermijn op staande voet ontslagen omdat hij meerdere malen contact zou hebben opgenomen met de desbetreffende leerlinge.
De Commissie oordeelt het ontslag op staande voet gegrond omdat niet voldaan is aan het vereiste dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De werknemer was immers al ontslag aangezegd en hij was geschorst tot aan de ingangsdatum van het ontslag, zodat het eventueel contact opnemen met de leerlinge niet al te zwaar kon worden aangerekend.
Het beroep tegen het ontslag wegens plichtsverzuim wordt gegrond verklaard omdat de werkgever wetens en willens heeft afgezien van toepassing van de in artikel H-45 van de CAO-BVE voorgeschreven voornemenprocedure. Gelet op de aard van het beweerde plichtsverzuim en de aanmerkelijke belangen van de werknemer die gemoeid zijn met een ontslag wegens plichtverzuim, is het bewust achterwege laten van de voornemenprocedure zeer laakbaar. De werknemer is geschaad in zijn door de CAO beschermd belang om zich in het kader van een ontslag wegens plichtverzuim adequaat te kunnen verweren tegenover zijn werkgever. De Commissie laat niet ongezegd dat voldoende aannemelijk is geworden dat de werknemer de professioneel in acht te nemen grenzen heeft overschreden maar zij acht een disciplinair ontslag eendisproportionele maatregel.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-02-2007
103420 - Verzoek voorlopige voorziening BVE
Het UWV heeft de werknemer na een periode van arbeidsongeschiktheid aan het einde van de wachttijd in het kader van de WIA geschikt geacht voor het verrichten van haar eigen werk. De werknemer is bereid werkzaamheden als docente creatief vak X te hervatten maar acht andere aangeboden docentwerkzaamheden, namelijk lessen Taalondersteuning en CMV en leerlingbegeleiding, niet passend. Werkgever meent dat er weigering is om passend werk te verrichten en schort eerst de betaling van het salaris op en zegt vervolgens de arbeidsovereenkomst op wegens plichtsverzuim, bestaande uit werkweigering.
De Voorzitter overweegt dat niet gebleken is dat het UWV de belasting van de werknemer in andere docenttaken niet passend acht. De Voorzitter ziet in de weigering om het aangeboden passend werk te verrichten reden voor de werkgever om het salaris in te houden. Wel had de werkgever met regelmatige tussenpozen na moeten gaan of de werknemer nog steeds aan de weigering vasthield dan wel had de werkgever het overleg op enigerlei wijze dienen te hervatten. Billijke risicoverdeling leidt tot toewijzing van de voorlopige voorziening tot doorbetaling van de helft van het overeengekomen salaris tot op 01-2-2007, aangezien de werknemer ter zitting van 31-01-2007 heeft aangegeven bereid te zijn de aangeboden werkzaamheden te verrichten, zodat er vanaf dan geen werkweigering meer is en het volledige salaris verschuldigd is.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-01-2007
103310 - Beroep tegen disciplinaire overplaatsing; BVE
BVE-docent verricht werkzaamheden op een locatie van het ROC waar ook een HBO-opleiding is gevestigd. Drie HBO-studenten hebben klachten ingediend over seksueel intimiderend gedrag. De Interne Geschillencommissie heeft de klachten gegrond verklaard. Werkgever legt schriftelijke berisping en disciplinaire overplaatsing op. Werknemer berust in de berisping, maar komt in beroep tegen de overplaatsing. Overplaatsing is bedoeld om te bewerkstelligen dat de klaagsters niet meer met de werknemer worden geconfronteerd. Werknemer door de berisping reeds disciplinair gestraft; het disciplinair karakter van de overplaatsing is daarom disproportioneel.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-01-2007
103326 - Beroep tegen berisping; BVE
Berisping opgelegd omdat de werknemer in strijd met een afspraak zijn functioneren niet in een teamvergadering aan de orde heeft gesteld en omdat hij structureel te laat gegevens aan zijn coördinator verstrekte. Werknemer ontkent het bestaan van de afspraak. Naast niet-geaccordeerde aantekeningen zijn er geen gegevens voorhanden die het bestaan van de afspraak aannemelijk maken. Aangevoerde rechtvaardigingsgrond voor het laat aanleveren van enkele gegevens niet of onvoldoende weerlegd. Er kan niet geconcludeerd worden dat sprake is van plichtsverzuim.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-12-2006
103382 - Verzoek voorlopige voorziening; BVE
Werknemer is ontslagen wegens plichtsverzuim. Vervolgens is hij op staande voet ontslagen wegens een dringende reden, bestaande uit het meerdere malen contact opnemen met een leerlinge terwijl de werkgever dit verboden had.
Werknemer verzoekt de Voorzitter om doorbetaling salaris en de werkgever op te dragen hem in de gelegenheid te stellen zijn eigen arbeid bij de werkgever te verrichten.
Nu de werknemer reeds 2 maanden geschorst was en tegen de schorsing als zodanig geen beroep bij de Commissie heeft ingesteld en de werknemer niet eerder een rechtsmiddel heeft aangewend om weer tot het werk te worden toegelaten, acht de Voorzitter thans terzake onvoldoende spoedeisend belang aanwezig. Daar komt bij dat de kerstvakantie spoedig na de behandeling van het verzoek ter zitting ingaat en de Commissie het beroep in de bodemprocedure op korte termijn zal behandelen. Het verzoek om doorbetaling salaris acht de Voorzitter spoedeisend omdat de werknemer vanwege de dringende reden die aan het ontslag op staande voet ten grondslag is gelegd vrijwel zeker geen uitkering zal krijgen en hij een gezin met kinderen heeft.
Daargelaten of kan worden gezegd dat het telefonisch contact opnemen met de leerlinge kan worden aangemerkt als een dringende reden voor ontslag op staande voet, is de Voorzitter van oordeel dat de werkgever niet, althans onvoldoende, aannemelijk heeft gemaakt dat de werknemer met leerlinge C. telefonisch contact heeft opgenomen. De Voorzitter acht het voldoende waarschijnlijk dat de Commissie van beroep het beroep tegen het ontslag op staande voet in de bodemprocedure gegrond zal verklaren.
Gevraagde voorziening tot doorbetaling salaris wordt toegewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-12-2006
103286 Herplaatsing na reorganisatie BVE
Commissie van beroep niet bevoegd omdat de bestreden beslissing niet voor beroep vatbaar is. Partijen zijn overeengekomen dat een ad hoc commissie wordt samengesteld die bindend advies zal uitbrengen. Voor de reorganisatie vervulde de werknemer de functie van collegedirecteur. Deze functie is bij de reorganisatie komen te vervallen. Vraag is of de werkgever de werknemer in redelijkheid heeft kunnen herplaatsen in de functie van (kern)docent. De functie voldoet aan de in de toepasselijke procedure met betrekking tot de herpositionering van managementfunctionarissen opgenomen voorwaarden. Ook overigens acht de Commissie de functie passend. De werknemer heeft zich uitvoerig kunnen oriënteren op het vervolg van zijn loopbaan. Gelet op de inspanningen van de werkgever en de ruime periode die de werknemer is gegund, is het standpunt van de werkgever niet onredelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-12-2006
103255 - Beroep tegen berisping; BVE
De werknemer is zonder overleg met één van zijn leidinggevenden vertrokken van de instelling terwijl hij les diende te geven. De werknemer heeft zich beroepen op een noodsituatie.
De werkgever geeft als reden voor de berisping het vertrek zonder overleg alsmede het functioneren van de werknemer dat al eerder in negatieve zin aan de orde is geweest. Pas in het verweerschrift licht de werkgever dit tweede punt toe. De Commissie acht dit te laat, de werknemer heeft zich daartegen niet kunnen verweren, zodat dit punt buiten behandeling wordt gelaten.
De Commissie is van oordeel dat de werknemer redelijkerwijs overleg had dienen te voeren respectievelijk had kunnen voeren met één va zijn leidinggevenden alvorens te vertrekken. Aldus heeft de werknemer plichtsverzuim gepleegd. Echter, niet gebleken is dat collega's of leerlingen gedupeerd zijn, zoals de werkgever heeft gesteld. Voorts is de werknemer reeds 23 jaar in dienst en niet is gebleken dat hij eerder plichtsverzuim heeft gepleegd. De genomen maatregel is derhalve niet proportioneel met het gepleegde plichtsverzuim.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-12-2006
103166 - Beroep tegen berisping; BVE
Werkneemster is conciërge en is berispt omdat zij heeft moeten verzuimen van haar werk ten gevolge van het onder invloed veroorzaken van een aanrijding, omdat het herhaald gedrag betrof en omdat zij regelmatig naar alcohol rook en nerveus en ongeconcentreerd werkte. Het voornemen tot berisping was enkel gebaseerd op de eerste twee elementen. Ter zitting werd het verwijt aldus geformuleerd dat werkneemster niet achter het stuur had moeten plaatsnemen in de wetenschap dat zij te veel had gedronken. Grondslag voor het opleggen van de berisping is zodanig gewijzigd dat van reële verweermogelijkheid geen sprake is geweest. Onder invloed van alcohol met een auto deelnemen aan het verkeer is naar het oordeel van de Commissie een geheel ander verwijt dan herhaald verzuim van het werk, samenhangend met alcoholgebruik. Reeds daarom dient het beroep gegrond te worden verklaard. De Commissie acht het beroep ook overigens gegrond en wel omdat de verweten gedraging, regelmatig verzuim dat samenhangt met alcoholgebruik, eerder de vraag doet rijzen naar de geschiktheid van A voor het vervullen van haar functie dan dat dit verzuim in casu leidt tot de conclusie dat er sprake is van plichtsverzuim.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-11-2006
103224 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
De werkneemster stelt dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen om haar binnen dan wel buiten de instelling in een voor haar geschikte functie te plaatsen. Voorts zou de werkgever het reïntegratietraject van de werkneemster onvoldoende zorgvuldig hebben begeleid.
Het CWI heeft het door de werkgever ingediende verzoek om het dienstverband te mogen opzeggen getoetst en meent dat er geen mogelijkheden zijn om de werkneemster te herplaatsen en dat in voldoende mate duidelijk is geworden dat een voortzetting van het dienstverband niet van de werkgever kan worden gevergd. Er zijn geen redenen om te twijfelen aan de voldoende onderbouwde en gemotiveerde conclusie van het CWI en niet gebleken is van nieuwe feiten of omstandigheden die het oordeel van het CWI hebben achterhaald. Ofschoon geen toestemming van het CWI nodig is om tot het ontslag over te gaan, kan de Commissie, die achteraf de juistheid van het ontslag toetst, zich vinden in het oordeel van het CWI.
Voorts heeft de arbeidsdeskundige van het UWV, blijkens het deskundigenoordeel van 10-08-2006, geoordeeld dat de werkgever voldoende heeft gedaan om de werkneemster te reïntegreren.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-11-2006
103190 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
De werknemer is van oordeel dat de werkgever niet heeft voldaan aan zijn reïntegratieverplichtingen en hij meent dat er nog passende functies voor hem bij de werkgever zijn.
De werknemer is voor meer dan 80% arbeidsongeschikt. De werkgever mocht afgaan op het oordeel van het UWV over de blijvende arbeidsongeschiktheid van de werknemer. De werkgever heeft bovendien gepoogd de werknemer te reïntegreren maar dit heeft door de fysieke beperkingen van de werknemer geen resultaat gehad. De werkgever heeft voldaan aan zijn reïntegratieverplichtingen en van passende functies bij de werkgever is niet gebleken.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-10-2006
103230 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
De werknemer was op basis van het Besluit ID-banen benoemd als assistent medewerker procestechniek. De functie is komen te vervallen door het vervallen van de subsidie en verplaatsing van de afdeling waar de werknemer werkte. De werknemer is door de werkgever met andere vervangende werkzaamheden belast en is door een extern bureau bemiddeld naar een baan buiten de instelling, echter zonder resultaat. De Commissie constateert dat de functie is komen te vervallen en dat niet gebleken is van voor de werknemer geschikte vacatures bij de werkgever. De werkgever heeft zich voldoende ingespannen om de werknemer intern of extern te plaatsen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-08-2006
103186 - Beroep tegen berisping; BVE
Werknemer is conciërge en is berispt wegens het te laat terugkomen van vakantie zonder dit vooraf te hebben besproken of een de reden te hebben vermeld. Partijen verschillen van mening over het feit of de werkgever toestemming heeft verleend om later terug te keren van vakantie. Van te laat terugkeren van vakantie is sprake indien de werknemer op een later dan het door de werkgever vastgestelde tijdstip aan het einde van zijn vakantie is teruggekeerd (artikel 7:638 lid 2 BW). Of daarvan in de onderhavige situatie sprake is geweest , kan de Commissie niet vaststellen aangezien de verklaringen van de werknemer en de hoofdconciërge over de instemming van deze laatste met het veranderen van de einddatum volledig tegengesteld zijn. Wel staat vast dat beiden voorafgaand aan de vakantie over het verzoek om de einddatum te wijzigen hebben gesproken en dat een wijziging van de datum van de retourvlucht een reden voor dat verzoek was.
Aldus zijn de feiten die de werkgever aan de beslissing tot het opleggen van de berisping ten grondslag heeft gelegd, onvoldoende komen vast te staan. Bovendien is, anders dan in de voornemenbrief is vermeld, wel een latere terugkeer van vakantie besproken. De Commissie wil evenwel niet ongezegd laten dat de werknemer de toch al onder druk staande verhouding met de werkgever extra heeft belast door pas enkele uren voor het begin van de vakantie nog een verzoek tot wijziging in te dienen. Anderzijds heeft de werkgever onduidelijkheid laten bestaan over de bevoegdheden met betrekking tot het vaststellen van de vakanties en de procedure, volgens welke deze vaststelling tot stand komt. Het verdient aanbeveling daarover meer duidelijkheid te scheppen.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-07-2006
103164 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; BVE
Werkneemster erkent dat zij haar werk als telefoniste/receptioniste niet meer kan uitoefenen. Partijen zijn het derhalve eens over de onbekwaamheid/ongeschiktheid voor de functie. Vast staat dat de ongeschiktheid niet veroorzaakt wordt door ziekte: de Arbo-arts heeft haar niet arbeidsongeschikt bevonden, welk oordeel door het UWV in een second opinion is onderschreven. Derhalve bestond voor de werkgever niet de verplichting op grond van artikel 20 BZA om te proberen de werkneemster in een andere functie te plaatsen. De werkgever heeft aannemelijk gemaakt dat er geen meer passende functie binnen de organisatie was dan telefoniste/receptioniste. Werkneemster heeft evenmin functies genoemd die meer passend zouden zijn. De werkgever heeft zich voldoende ingespannen om het voor de werkneemster mogelijk te maken haar werkzaamheden te (blijven) verrichten. Nu gebleken is dat zij desondanks niet in staat is haar functie regelmatig te vervullen, is de werkgever in redelijkheid tot de conclusie kunnen komen dat de werkneemster niet geschikt is voor haar functie, anders dan door ziels- of lichaamsgebrek.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-07-2006
102921 - Beroep tegen overplaatsing; BVE
De bestreden beslissing vermeldt niet de beroepsclausule en werknemer heeft binnen 6 weken bezwaar ingediend bij de werkgever. Beroep ontvankelijk.
Er is sprake van verstoorde verhoudingen tussen de werknemer en zijn adjunct-directeur. Naar het oordeel van de Commissie is een beslissing tot overplaatsing in een vermeende conflictueuze situatie een zware maatregel die, mede gelet op het diffamerend karakter dat een dergelijke maatregel onder omstandigheden kan krijgen, gegrond dient te zijn op een zorgvuldig onderzoek, uitgevoerd door iemand die niet direct betrokken is bij het vermeende conflict. Een dergelijk onderzoek ontbreekt echter. Doordat de bestreden beslissing is genomen door de adjunct-directeur en de Commissie voorts niet is gebleken dat er door een derde een gedegen onderzoek is verricht dan wel is geconstateerd dat er sprake is van een zodanig onhoudbare en onwerkbare situatie dat overplaatsing van de werknemer noodzakelijk was, acht de Commissie de opgelegde maatregel genomen in strijd met de daarvoor geldende zorgvuldigheidsvereisten. De Commissie acht het beroep reeds om deze reden gegrond.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-06-2006
103147 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
Werknemer is meer dan twee jaar onafgebroken arbeidsongeschikt. De werkgever beschikt niet over een medisch rapport van het UWV als bedoeld in de artikel 20 leden 6 en 7 BZA waaruit dient te blijken dat herstel binnen zes maanden na afloop van die twee jaar niet valt te verwachten. Dit advies is overigens eerst na indiening van het beroepschrift aangevraagd. Een rapportage van de arbeidsdeskundige alsmede de FLM kan hiermee niet op één lijn worden gesteld en is niet van dien aard om het oordeel met betrekking tot de medische geschiktheid op te baseren. Dit leidt de Commissie tot de conclusie dat de werkgever zonder het ingevolge artikel H-57 sub d juncto artikel 20 leden 6 en 7 BZA vereiste medisch advies van het UWV tot ontslag van de werknemer is overgegaan. Het beroep is derhalve reeds om deze reden gegrond. Voorts is de Commissie niet gebleken dat bij de werkgever geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn als bedoeld in artikel 20 lid 2 onder c BZA. De werkgever heeft naar het oordeel van de Commissie niet door middel van een zorgvuldig herplaatsingsonderzoek onderbouwd dat de werknemer niet reïntegreerbaar is. Indien het vereiste medisch advies voorhanden was geweest, zou het beroep om deze reden gegrond zijn.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-06-2006
103162 Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
Werknemer is sinds 14-04-2003 onafgebroken arbeidsongeschikt, zodat aan het vereiste van minimaal twee jaar arbeidsongeschiktheid is voldaan. Het UWV heeft een FOA afgegeven. Gelet op de arbeidsongeschiktheid van betrokkene acht het UWV een herplaatsingsonderzoek niet opportuun. Het is onvoldoende aannemelijk dat de werknemer nog een zodanig substantieel deel van zijn functie zou kunnen vervullen, dat redelijkerwijs van de werkgever verwacht kan worden de arbeidsovereenkomst op die grond voort te zetten. Uit een Arbeidsdeskundig onderzoek blijkt dat er bij de werkgever geen passend werk voorhanden was. Een rapportage van de Arbo-dienst vermeldt dat de klachten nog verder zullen toenemen. Eén en ander brengt met zich dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden dat hij zich nog inspande passend werk bij een andere werkgever te vinden. Nu hetgeen partijen ter zitting naar voren hebben gebracht niet tot een andere conclusie leidt, is de Commissie van oordeel dat de werkgever in voldoende mate heeft voldaan aan de vereisten met betrekking tot reïntegratie van betrokkene in het arbeidsproces.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-06-2006
103157 - Beroep tegen disciplinaire schorsing; BVE
Het staat voor de Commissie onvoldoende vast dat de werkgever de werknemer voorafgaand aan het nemen van de beslissing om hem te schorsen van de gronden van die beslissing op de hoogte heeft gebracht. Dat de werknemer mondeling op de hoogte is gebracht van de redenen om hem te schorsen, is niet aannemelijk nu de werkgever ook ter zitting in gebreke is gebleven deze redenen concreet te noemen. Zonder nadere motivering, die de werkgever niet heeft gegeven, kan hetgeen ter zitting naar voren is gebracht overigens ook niet als plichtsverzuim worden aangemerkt. Omdat door de werkgever niet nader is geconcretiseerd waarom de werknemer was geschorst, is het ingestelde beroep tegen de beslissing om de schorsing te verlengen gegrond. De vraag of het verlengen van een disciplinaire schorsing in overeenstemming is met de CAO-BVE, kan derhalve buiten behandeling blijven.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-11-2007
103505 - Vereenvoudige behandeling beroep tegen schorsing; MBO
Werknemer is geschorst met onmiddellijke ingang op grond van art. H-40 aanhef en sub c CAO-BVE.
Hangende de beroepsprocedure bij de Commissie, is de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter ontbonden wegens gewichtige redenen. De werknemer handhaaft het beroep tegen de schorsing omdat hij zich onheus bejegend voelt door zijn werkgever en omdat hij de door hem gemaakte advocaatkosten vergoed wenst te krijgen. De Voorzitter van de Commissie oordeelt in vereenvoudigde behandeling dat de Commissie kennelijk niet bevoegd is ten aanzien van het verzoek tot kostenveroordeling en voorts dat de werknemer geen rechtens te respecteren belang heeft bij handhaving van zijn beroep nu het dienstverband is ontbonden en de schorsing op zich niet aan de ontbinding ten grondslag is gelegd.
Commissie kennelijk niet bevoegd c.q. beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-05-2006
103169 - Uitspraak in vereenvoudigde behandeling BVE
Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking. De beroepstermijn is met meer dan 5 maanden overschreden. De werknemer heeft niet eerder beroep ingesteld omdat hij de hem toegestuurde papieren uit boosheid ongelezen vernietigd heeft.
In de bestreden beslissing is de mogelijkheid van beroep bij de Commissie vermeld. Dat de werknemer van deze verwijzing geen kennis heeft genomen omdat hij de beslissing van de werkgever ongelezen heeft vernietigd, komt voor rekening en risico van de werknemer. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
03-05-2006
103125 - Beroep tegen berisping; BVE
Werkneemster is berispt omdat zij haar onvrede over haar werksituatie per e-mail aan derden heeft kenbaar gemaakt terwijl zij verschillende keren is gewaarschuwd om dit achterwege te laten.
Naar het oordeel van de Commissie is de e-mail onmiskenbaar in cynische bewoordingen getoonzet en is deze niet in overeenstemming met de omgangsvormen die in acht genomen moeten worden.
Vaststaat dat de werkneemster een aantal keren, zowel mondeling als schriftelijk, door haar leidinggevende te kennen is gegeven dat zij het sturen van e-mailberichten, waarin onvrede over haar werksituatie doorklonk, aan derden dient te staken. Daargelaten of de onvrede van de werkneemster terecht was, mocht haar leidinggevende van haar verwachten dat zij haar onvrede over de opgedragen werkzaamheden aan hem zou overbrengen en deze niet branchebreed zou uitmeten. De werkgever heeft het hardnekkig doorgaan ondanks de waarschuwingen als plichtsverzuim kunnen aanmerken. De berisping staat in juiste verhouding tot het plichtsverzuim.
Beroep ongegrond
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-04-2006
103070 Beroep tegen ontslag wegens opheffing van de betrekking BVE
Werkneemster was benoemd als kinderopvangleidster; de werkgever heeft de kinderopgang beëindigd. Er is een reorganisatieplan met de Centrales overeen gekomen. Werkneemster plaatst vraagtekens bij de inspanningen die de werkgever verricht zou hebben om haar binnen dan wel buiten de instelling te plaatsen. Ook meent zij dat het anciënniteitbeginsel niet juist is toegepast. De werkgever heeft verschillende gesprekken met de werkneemster gevoerd en haar vacature-informatie verschaft. Niet gebleken is dat de werkgever onzorgvuldig gehandeld zou hebben. De werkgever heeft voldoende invulling aan zijn inspanningsverplichting tot interne dan wel externe plaatsing van de werkneemster gegeven. Binnen de afdeling van de werkneemster dienden alle medewerkers af te vloeien zodat van toepassing van het anciënniteitbeginsel in die zin geen sprake was. Voor zover de werkneemster betoogt dat herplaatsing binnen het ROC diende plaats te vinden op grond van het anciënniteitbeginsel overweegt de Commissie dat hierover niets is opgenomen in het reorganisatieplan. Het reorganisatieplan diende ertoe om eventuele ontslagen te voorkomen dan wel passende maatregelen te verbinden aan een eventueel ontslag. De mogelijk interne herplaatsing van - collega's van - de werkneemster wordt echter niet geregeerd door enige op diensttijd gebaseerde regel. De Commissie converteert de ontslagdatum omdat de werkgever een onjuiste opzegtermijn heeft gehanteerd.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-04-2006
103059 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
In verband met financiële noodzaak dient formatievermindering plaats te vinden waarbij eerst de tijdelijke benoemingen beëindigd worden en overuren worden teruggebracht. De werknemer heeft overuren bij de werkgever en wordt daaruit ontslagen per 01-03-2006.De Commissie is, in afwijking van wat partijen daaromtrent kennelijk oordelen, van oordeel dat werkzaamheden in overuren conform het bepaalde in artikel H-23 CAO-BVE slechts voor de duur van één jaar worden overeengekomen en dat de werkgever en de werknemer deze termijn kunnen verlengen met telkens ten hoogste één jaar. De bestreden beslissing van de werkgever dient derhalve te worden aangemerkt als een tussentijdse opzegging van een tijdelijk dienstverband. Artikel 7:667 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een dienstverband voor bepaalde tijd slechts tussentijds kan worden opgezegd als deze mogelijkheid voor beide partijen (werkgever en werknemer) schriftelijk is overeengekomen. In de CAO noch de arbeidsovereenkomst is een als zodanig kenbare bepaling opgenomen. De werkgever heeft in strijd met artikel 7:667 lid 3 BW tussentijds opgezegd.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-04-2006
103148 - Ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; BVE
Werkneemster is sedert 01-08-2005 als docent Engels werkzaam. De werkgever stelt dat het meteen vanaf de eerste schooldag mis is gegaan in de klas: klachten van ouders over de onrust in de klas en klachten van leerlingen over matige beheersing van de Nederlandse taal. Naar de normen van de school was er sprake van ernstige verstoring van de orde in de klas en lag voorts het onderwijstempo te laag. Er zijn lesbezoeken georganiseerd en er is met werkneemster gesproken. Ingrijpen kon volgens de werkgever niet worden uitgesteld. De Commissie acht het aannemelijk dat de klassensituatie bij de werkneemster afweek van hetgeen de werkgever daarvan verwachtte. Het is echter niet gebleken dat de situatie niet corrigeerbaar was omdat de standpunten van partijen niet nader onderbouwd zijn. Daarom is het niet mogelijk vast te stellen dat enerzijds de inspanningen van de werkgever om de situatie te verbeteren voldoende zijn geweest en anderzijds de situatie in de klas zodanig ernstig was, dat de werkgever daarop de conclusie heeft kunnen baseren dat de werknemer onbekwaam of ongeschikt zou zijn. Klachten van ouders zijn door de werkgever niet geconcretiseerd en de werkneemster heeft gedurende de opzegtermijn zonder extra maatregelen haar werkzaamheden verricht. Onbekwaamheid/ongeschiktheid is onvoldoende komen vast te staan.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-03-2006
103034 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
Werkneemster voer aan dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen om haar te laten reïntegreren.
De arbeidsdeskundige van het UWV is volgens de werkgever wel geraadpleegd. Een schriftelijke verslaglegging door het UWV heeft echter niet plaats gevonden.
De werkgever dient zich in zijn uit artikel 20 leden 2 en 7 ZAR-BVE voortvloeiende onderzoeksplicht terdege te informeren, waarbij hij niet kan volstaan met het telefonisch inwinnen van inlichtingen bij het UWV. Het betreft een belangrijke - immers ontslaglegitimerende - verplichting waarvan het resultaat redelijkerwijs objectief toetsbaar dient te zijn. Het had op de weg van de werkgever gelegen om niet te berusten in de werkwijze van het UWV en er voor te zorgen dat vóórdat overgegaan werd tot ontslag, alsnog de juiste gegevens door het UWV zouden worden verstrekt. Omdat de werkgever hierin in gebreke is gebleven, valt in onvoldoende mate vast te stellen of er bij het bevoegd gezag voor de werkneemster geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn zodat op deze grond de bestreden beslissing niet in stand kan blijven.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-03-2006
103118 - Beroep tegen ontslag op staande voet assistent-conciërge; BVE
Werknemer heeft een laptop van de school mee naar huis genomen, naar eigen zeggen tijdelijk omdat haar eigen computer kapot was en met toestemming van de hoofdconciërge en een collega. Op de vraag van haar leidinggevende of zij een laptop van school thuis had, heeft werknemer in eerste instantie ontkend. Werkgever geeft ontslag op staande voet vanwege diefstal c.q. verduistering en het doen van ongeloofwaardige uitlatingen.
De Commissie constateert dat de werknemer zonder toestemming of medeweten van haar leidinggevende de laptop heeft meegenomen. Behalve de bewering van de werknemer blijkt nergens uit dat zij voornemens was de laptop weer terug te brengen. Werknemer wist dat de hoofdconciërge niet bevoegd was over de laptops te beschikken. Werknemer heeft ook in de drie dagen tussen het meenemen en de constatering van vermissing van de laptops haar leidinggevende niet geïnformeerd. Werkgever heeft daarom mogen aannemen dat werknemer zich de laptop heeft willen toe-eigenen, hetgeen de werkgever heeft kunnen aanmerken als een dringende reden voor ontslag. Eis van werkgever dat de functie meebrengt dat werknemer volledig te vertrouwen moet zijn, is gerechtvaardigd.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-03-2006
103114 - Beroep tegen ontslag op staande voet schoonmaakster; BVE
Werknemer heeft een laptop van de school mee naar huis genomen, naar eigen zeggen tijdelijk om haar vaardigheden te vergroten en met toestemming van de hoofdconciërge en een collega. Werknemer heeft na confrontatie met de vermissing laptop onmiddellijk toegegeven dat zij deze had meegenomen. Werkgever gaat over tot ontslag op staande voet vanwege diefstal c.q. verduistering en het doen van ongeloofwaardige uitlatingen, met name over de rol van de conciërge.
Commissie constateert dat werknemer zonder toestemming of medeweten van haar leidinggevende de laptop heeft meegenomen. Behalve de bewering van de werknemer blijkt nergens uit dat deze voornemens was de laptop weer terug te brengen. Werknemer wist dat de hoofdconciërge niet bevoegd was over de laptops te beschikken. Werknemer heeft ook in de drie dagen tussen meenemen en de geconstateerde vermissing van de laptops haar leidinggevende niet geïnformeerd. Werkgever heeft daarom mogen aannemen dat werknemer zich de laptop heeft willen toe-eigenen, hetgeen de werkgever heeft kunnen aanmerken als een dringende reden voor ontslag. Eis van werkgever dat functie meebrengt dat werknemer volledig te vertrouwen moet zijn gerechtvaardigd.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-02-2006
102968 / 103089 - Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim; BVE
Ontslag verleend vanwege stelselmatig vertonen ongewenst gedrag. Het staat voldoende vast dat de werknemer bij de uitvoering van zijn werkzaamheden seksueel getinte opmerkingen richting deelnemers maakt, onvoldoende fysieke afstand tot de deelnemers houdt waardoor zij zich ongemakkelijk voelen en een sfeer van onveiligheid rondom zich oproept. Of de werknemer met de beste bedoelingen op deze wijze invulling aan zijn werk gaf, is niet van belang. Het gaat om de beleving die het gedrag van de werknemer opriep bij de deelnemers en medewerkers, welke beleving in redelijkheid begrijpelijk is. Uit het feit dat de werknemer hardnekkig heeft volhard in zijn gedrag, blijkt dat de werknemer niet de vereiste reflectie op het effect van zijn eigen handelen aan de dag heeft gelegd. Het niet aanpassen van zijn gedrag ondanks daartoe uitdrukkelijk door de werkgever te zijn verzocht, heeft de werkgever dan ook terecht als ernstig plichtsverzuim kunnen aanmerken. Het ontbreken van regelmatige functioneringsgesprekken staat in dit geval niet aan het disciplinair ontslag in de weg. De werknemer is meerdere keren op de ongewenstheid van zijn gedrag gewezen en heeft dit desondanks niet aangepast.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-02-2006
103073 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie; BVE
Werknemer is ontslagen in verband met reorganisatie en voert aan dat bij de bepaling van zijn afvloeiingspositie een onjuist diensttijdbegrip is gehanteerd waarbij de periode waarin hij op basis van de WIW-regeling was gedetacheerd bij een onderwijsinstelling, ten onrechte niet is meegerekend. In het Sociaal Plan is het begrip diensttijd gedefinieerd als 'de in dienstverband vervulde tijd bij een krachtens een onderwijswet bekostigde instelling'. De Commissie oordeelt dat de werkgever terecht toepassing heeft gegeven aan het diensttijdbegrip van het Sociaal Plan dat dateert van ná het Sociaal Statuut van de instelling en dat speciaal betrekking heeft op deze reorganisatie. Onder dit diensttijdbegrip dient niet de periode te worden gerekend waarin de werknemer op WIW-basis was gedetacheerd bij onderwijsinstellingen. WIW-dienstverbanden waren bedoeld als werkervaringsplaatsen en er mocht geen sprake zijn van verdringing van reguliere werknemers. Aldus lag het niet in de rede om die periode in het kader van de toepassing van het diensttijdbegrip van het Sociaal Plan mee te rekenen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-02-2006
102998 Beroep tegen ontslag wegens ongeschiktheid BVE
Werkneemster is secretaresse. Haar tijdelijk dienstverband is een half jaar na aanvang omgezet in een vast dienstverband op grond van een positieve beoordeling van het functioneren. Vier maanden later is werkneemster ontslagen wegens ongeschiktheid. De Commissie oordeelt het functioneren inderdaad als onvoldoende. De werkgever heeft het functioneren niet goed ingeschat voordat werkneemster in vaste dienst werd benoemd. Het risico dat werknemers, van wie het eerste tijdelijk dienstverband is omgezet in een vast dienstverband, achteraf - betrekkelijk kort na de vaste benoeming - toch niet goed blijken te functioneren, is naar het oordeel van de Commissie echter voor rekening van de werkgever. Het ligt op de weg van de werkgever om de beoordelingen zodanig in te richten dat deze een reëel beeld van het functioneren geven. Als achteraf blijkt dat een beoordeling met 'goed' niet op juiste gronden berust, dan dient de werkgever vanuit zijn verplichting van goed werkgeverschap de werknemer een nieuwe reële kans te geven. Op de werkgever rustte de verplichting om zich meer en over een langere periode dan thans het geval is geweest, in te spannen om het functioneren te verbeteren. Er zijn immers na de vaste benoeming in een korte periode slechts 2 reële voortgangsgesprekken gevoerd. De Commissie merkt daarbij op dat ter zitting is gebleken dat ook een zekere mate van onverenigbaarheid van karakters van werkneemster en haar leidinggevende een rol heeft gespeeld bij het functioneren, zodat het in de rede lag om werkneemster elders in de organisatie een nieuwe kans te geven. Werkgever heeft zich onvoldoende ingespannen om werkneemster elders in de organisatie een nieuwe kans te bieden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-01-2006
103104 - Beroep tegen ontslag op staande voet; BVE
Werkneemster is op staande voet ontslagen wegens fraude c.q. diefstal. Werkneemster is baliemedewerkster en in die functie onder meer belast met het zorgdragen voor de uitgifte van pasjes waarmee binnen de instelling betalingen kunnen worden verricht. De dringende reden voor het ontslag bestaat er volgens de werkgever uit dat de werkneemster haar eigen pasje heeft opgewaardeerd zonder daarvoor te betalen. Op 25-10-2005 was aan de baliemedewerksters uitdrukkelijk medegedeeld dat het opwaarderen van de eigen pasjes niet meer achter de balie mocht plaatsvinden. Niettemin is het pasje van de werkneemster ook na die datum in een periode van 13 werkdagen nog drie maal aan de balie opgewaardeerd.De Commissie acht het niet aannemelijk dat collega's het pasje van de werkneemster hebben opgewaardeerd. Werkneemster had die ophogingen ook kunnen opmerken. Bovendien is het beheer van haar pasje de verantwoordelijkheid van de werkneemster. De Commissie oordeelt dat de werkneemster in strijd met de voorschriften haar pasje aan de balie heeft opgewaardeerd en dat zij de tegenwaarde van die opwaarderingen niet in de kas heeft gestort. De functie baliemedewerkster is een vertrouwensfunctie, nu de baliemedewerkster verantwoordelijkheid draagt voor geld van studenten en de instelling. Dit stelt hoge eisen aan de integriteit van deze medewerkers. Nu er zich in korte tijd drie onregelmatigheden hebben voorgedaan is er sprake van stelselmatig overtreden van de voorschriften. Dit levert naar het oordeel van de Commissie dermate ernstig plichtsverzuim op dat de werkgever dat terecht heeft kunnen aanmerken als een dringende reden voor ontslag. Dat het om een relatief gering bedrag (€ 18,45) ging, doet daaraan niet af. Het ontslag is onverwijld gegeven. Hoewel het op de weg van de werkgever lag om werkneemster eerder individueel aan te spreken, is de Commissie van oordeel dat het uitblijven daarvan niet aan het ontslag in de weg staat omdat werkneemster ook zonder waarschuwing behoorde doordrongen te zijn van het feit dat zij geen onregelmatigheden met aan haar beheer toevertrouwd geld mocht plegen. (zie ook 103105).
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-12-2005
102995 Beroep tegen mededeling einde dienstverband BVE
De werknemer stelt in vaste dienst te zijn omdat hij reguliere werkzaamheden verrichtte zodat volgens hem sprake is van een ontslagbeslissing. Het standpunt van de werkgever dat reguliere werkzaamheden ook van kennelijk tijdelijke aard kunnen zijn doordat de benoeming zelf is begrensd in tijd, acht de Commissie niet juist. Het door de werkgever in zijn verweerschrift aangehaalde arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden, waarin wordt overwogen dat reguliere onderwijstaken van kennelijk tijdelijke aard kunnen zijn doordat de benoeming zelf is begrensd in tijd, is inmiddels door een arrest van de Hoge Raad d.d. 11-11-2005 (AU3719, C04/248HR) vernietigd omdat het Gerechtshof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. De in het geding zijnde bepalingen in artikel H-12 CAO-BVE, over de aard van de arbeidsovereenkomst, zijn ingevolge het bepaalde in artikel 7 lid 2 juncto artikel 12 Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing op de arbeidsovereenkomst van de werknemer. Gelet op hun aard, hebben deze voorschriften van de CAO een standaardkarakter. Afwijking is strijdig met de CAO en aldus vernietigbaar. De bestreden ontslagbeslissing wordt niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden van einde tijdelijk dienstverband.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-12-2005
103105 - Verzoek voorlopige voorziening; BVE
Werkneemster is op staande voet ontslagen wegens fraude c.q. diefstal en verzoekt de voorzitter om het ontslag te schorsen. Werkneemster is baliemedewerkster en de dringende reden voor ontslag bestaat er volgens de werkgever uit dat werkneemster haar pasje waarmee zij binnen de instelling betalingen kan doen bij automaten en in de kantine, heeft opgewaardeerd zonder daarvoor te betalen. De Voorzitter acht voldoende spoedeisend belang aanwezig. Voorts oordeelt de voorzitter dat niet met voldoende mate van waarschijnlijkheid kan worden gezegd dat de Commissie het beroep in de bodemprocedure gegrond zal verklaren. De voorzitter acht het niet uitgesloten dat de Commissie het beroep gegrond zal verklaren omdat de werkgever in de ontslagbrief geen juiste voorstelling van zaken heeft gegeven en reeds langer signalen had ontvangen dat werkneemster haar pasje oplaadde zonder daarvoor te betalen,terwijl de werkgever werkneemster daar niet op aangesproken heeft of gewaarschuwd heeft. Anderzijds acht de Voorzitter het wel mogelijk dat de Commissie in de bodemprocedure tot het oordeel zal komen dat voldoende aannemelijk is dat werkneemster haar pasje een aantal malen heeft opgewaardeerd zonder dat daar betalingen tegenover stonden. Werkneemster heeft ter zitting immers verklaard dat zij geen verklaring heeft voor het feit dat de uitdraai van het systeem aangeeft dat zij haar pasje op 3 data ná 25-10-2005 heeft opgewaardeerd. Voor wat betreft de betalingen, heeft de werkgever aangegeven afschriften van het kasboek te kunnen overleggen. Hoewel het gaat om kleine bedragen, acht de Voorzitter het mogelijk dat de Commissie zal oordelen dat het niet juist omgaan met geld van de werkgever in de functie van werkneemster dermate ernstig is, dat de werkgever dit in de bestreden beslissing heeft kunnen aanmerken als een dringende reden op grond waarvan niet van de werkgever gevergd kan worden het dienstverband te laten voortduren.
Voorlopige voorziening geweigerd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-11-2005
102905 - Beroep tegen niet-verlengen overuren BVE
Werknemer had reeds gedurende jaren een uitbreiding van zijn normbetrekking. Een akte van benoeming uit 1999 vermeldt dat werknemer met ingang van 01-08-1999 in vaste dienst bij de werkgever is voor 1,1515 fte. De werkgever heeft aangevoerd dat dit niet conform de bepalingen van de CAO-BVE is gebeurd en dat de overuren juist dienden te worden afgebouwd. Nu dit niet in overleg met de werknemer kon, is hem schriftelijk medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst per 01-08-2005 terug zal worden gebracht naar 1,0000 fte. De Commissie is, in afwijking van wat partijen daaromtrent kennelijk oordelen, van oordeel dat werkzaamheden in overuren conform het bepaalde in artikel H-10 juncto artikel H-22 CAO-BVE slechts bij wijze van tijdelijke uitbreiding van de betrekkingsomvang kunnen worden overeengekomen. Deze termijn kan telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd (artikel H-23 CAO-BVE). De bestreden beslissing wordt derhalve door de Commissie aangemerkt als de mededeling dat de tijdelijke uitbreiding van de overuren per 01-08-2005 niet zal worden verlengd. Aldus is er sprake van het van rechtswege eindigen van een tijdelijke uitbreiding waartegen geen beroep bij de Commissie openstaat.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-11-2005
102904 - Beroep tegen niet-verlengen overuren BVE
Werknemer had reeds gedurende jaren een uitbreiding van zijn normbetrekking. Een akte van benoeming uit 1999 vermeldt dat werknemer met ingang van 01-08-1999 in vaste dienst bij de werkgever is voor 1,1515 fte. De werkgever heeft aangevoerd dat dit niet conform de bepalingen van de CAO-BVE is gebeurd en dat de overuren juist dienden te worden afgebouwd. Nu dit niet in overleg met de werknemer kon, is hem schriftelijk medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst per 01-08-2005 terug zal worden gebracht naar 1,0000 fte. De Commissie is, in afwijking van wat partijen daaromtrent kennelijk oordelen, van oordeel dat werkzaamheden in overuren conform het bepaalde in artikel H-10 juncto artikel H-22 CAO-BVE slechts bij wijze van tijdelijke uitbreiding van de betrekkingsomvang kunnen worden overeengekomen. Deze termijn kan telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd (artikel H-23 CAO-BVE). De bestreden beslissing wordt derhalve door de Commissie aangemerkt als de mededeling dat de tijdelijke uitbreiding van de overuren per 01-08-2005 niet zal worden verlengd. Aldus is er sprake van het van rechtswege eindigen van een tijdelijke uitbreiding waartegen geen beroep bij de Commissie openstaat.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-11-2005
102901 Beroep tegen ontslag BVE
Werkgever heeft mondeling medegedeeld dat het tijdelijk dienstverband niet zal worden voortgezet. Voorts heeft de werkgever de werknemer schriftelijk ontslagen voor het geval er sprake zou zijn van een vast dienstverband. Vast staat dat de werknemer reguliere werkzaamheden verricht en dat hij na het eerste tijdelijk dienstverband twee maal verlengingen heeft gehad voor de duur van 1 jaar op grond van art. H-12 sub c CAO-BVE. Niet gesteld noch gebleken is dat sprake is van werkzaamheden die naar hun aard of omstandigheden van kennelijk tijdelijke aard zijn. De Commissie acht het standpunt van de werkgever, dat reguliere werkzaamheden ook kennelijk tijdelijk kunnen zijn doordat de benoeming is begrensd in tijd, niet juist. Nu de grond voor tijdelijkheid van de tweede (en van de derde) arbeidsovereenkomst niet juist is, dient het er voor gehouden te worden dat de werknemer met ingang van 01-09-2003 in vaste dienst van de werkgever is. Dientengevolge komt de bestreden mondelinge beslissing om het dienstverband niet voort te zetten neer op een ontslagbeslissing waartegen beroep mogelijk is zodat het beroep ontvankelijk en gegrond is. De schriftelijke ontslagbeslissing is gebaseerd op artikel H-57 sub c CAO-BVE, met als reden dat de werkzaamheden per 01-09-2005 overbodig zullen worden. Dit is niet aannemelijk geworden en de werkgever onderbouwt zijn standpunt niet nader.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-11-2005
102789 - Beroep tegen beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; BVE
De Commissie acht de termijnoverschrijding verschoonbaar nu werknemer niet op de beroepsmogelijkheid is gewezen. Het eerste tijdelijk dienstverband is verlengd met 1 jaar op grond van artikel H-13 CAO-BVE. Verlenging op grond van voormeld artikel is slechts mogelijk indien bij indiensttreding is overeengekomen dat de dienstbetrekking bij goede beoordeling voor onbepaalde tijd zal worden voortgezet. In de onderhavige zaak is de Commissie daarvan niet gebleken. Nu de grond voor tijdelijkheid van de tweede arbeidsovereenkomst niet juist is en er evenmin een andere grond is voor de tijdelijkheid van het dienstverband, is het eerste tijdelijk dienstverband op 01-08-2003 overgegaan in een vast dienstverband, zodat de bestreden beslissing neerkomt op een ontslag uit een vast dienstverband, waartegen beroep open staat. Nu er geen grond is aangevoerd voor een ontslag uit een vast dienstverband, is het beroep gegrond.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-11-2005
102983 - Beroep tegen ontslag op staande voet; BVE
Werknemer is conciërge en is op staande voet ontslagen wegens het wederrechtelijk wegnemen van geld toebehorend aan de werkgever. Uit camerabeelden blijkt dat de werknemer een bedrag van € 100 heeft weggenomen uit de kluis van de school. Werknemer erkent dat hij daartoe niet bevoegd was en dat hij daarvoor geen toestemming had gekregen. Werknemer stelt het bedrag in zijn eigen kast te hebben gelegd met het voornemen om daar de volgende dag een aantal schoolgerelateerde uitgaven mee te doen. Aangezien het geld niet is aangetroffen in de desbetreffende kast van de werknemer en de verklaring van de werknemer voorts op diverse punten strijdig is met een aantal door derden afgelegde verklaringen, acht de Commissie het standpunt van de werknemer, dat hij zich het geld niet wederrechtelijk heeft toegeëigend, niet aannemelijk. De Commissie oordeelt dat er sprake is van een dringende reden op grond waarvan redelijkerwijze niet van de werkgever gevergd kan worden het dienstverband langer te laten voortduren.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-09-2005
102887 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
Werknemer was docent met een volledige betrekkingsomvang. Na 2 jaar ziekteverlof, is hij ontslagen wegens arbeidsongeschiktheid en aansluitend herbenoemd in de functie van docent met een betrekkingsomvang van 0,6 FTE. De werkgever heeft reeds kort na het uitbrengen door UWV van het FOA de haalbaarheid van de bevindingen van het herplaatsingsonderzoek - waarin is aangegeven dat de werknemer opbouwend zijn functie zou kunnen hervatten voor 0,6 FTE - bij UWV ter discussie gesteld. Vervolgens is de werknemer in de herplaatste betrekking na korte tijd weer ziek geworden. De werkgever heeft hem na korte tijd ontslagen wegens arbeidsongeschiktheid. Het ontslag is in strijd met het door de werknemer ingeroepen opzegverbod tijdens ziekte (art. 7:670 lid 1 sub a BW). De werkgever heeft, door niet de resultaten van de reïntegratie van de werknemer af te wachten, maar over te gaan tot ontslag en herbenoeming, het risico genomen dat hij in een situatie als deze, waarin de werknemer wederom lange tijd arbeidsongeschikt zou zijn, zou belanden. Het gegeven dat de werknemer kort na zijn nieuwe benoeming weer arbeidsongeschikt is geworden, doet niet af aan de bescherming die het opzegverbod tijdens ziekte biedt.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-09-2005
103001 - Uitspraak in vereenvoudigde behandeling; BVE
Beroep tegen de mededeling van de werkgever dat hij zijn eerder genomen besluit tot aanwijzing van de werknemer als boventallige bevestigt en tegen het niet-nakomen van de toezegging dat op korte termijn overleg over maatwerk zou plaatsvinden.
Deze beslissingen vallen niet onder de in art. 4.1.5. WEB limitatief opgesomde beslissingen waartegen beroep bij de Commissie open staat. De Commissie is niet bevoegd van het beroep kennis te nemen.
Ten overvloede overweegt de Voorzitter dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. De werknemer wordt bijgestaan door een rechtskundig adviseur die redelijkerwijze verondersteld wordt op de hoogte te zijn van de beroepsmogelijkheid en de beroepstermijn.
Commissie kennelijk niet bevoegd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-08-2005
102876 Beroep tegen ontslag wegens onvoldoende functioneren en tegen twee schorsingen als ordemaatregel BVE
De werknemer heeft twee opvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten bij de werkgever gehad. Hij was niet bevoegd en heeft van de werkgever de toezegging gekregen dat het behalen van de bevoegdheid zal leiden tot omzetting van het tijdelijk dienstverband in een vast dienstverband. De werkgever heeft de werknemer meegedeeld dat zijn tweede arbeidsovereenkomst van rechtswege zal aflopen. De werknemer heeft hiertegen bezwaar gemaakt waarop de werkgever het dienstverband voor zover vereist heeft opgezegd. Hierna heeft de werknemer, naar eigen zeggen, zijn bevoegdheid gehaald. De Commissie oordeelt dat beide arbeidsovereenkomsten, in tegenstelling tot wat in de akte van benoeming staat vermeld, gegrond zijn op art. H-11 b CAO-BVE: niet voldoen aan de eisen voor benoeming in de functie. Derhalve is de tweede arbeidsovereenkomst tijdelijk van aard en van rechtswege geëindigd. Dat de werknemer bevoegd is geworden, is niet gebleken. Overigens is het zo dat als de werknemer al bevoegd zou zijn geworden, dit nog niet inhoudt dat het tijdelijk dienstverband van de werknemer automatisch is geconverteerd in een vast dienstverband. Hiervoor is een uitvoeringshandeling van de werkgever noodzakelijk. Bij de schorsingen heeft de werkgever verzuimd de in de CAO-BVE voorgeschreven formaliteiten in acht te nemen. Hierdoor kunnen de schorsingsbeslissingen niet in stand blijven.
Beroep tegen de opzegging voor zover vereist niet-ontvankelijk.
Beroep tegen twee schorsingen gegrond
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-08-2005
102749 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing deel instelling of betrekking; BVE
Werkneemster is medewerkster kinderopvang. In verband met de inwerkingtreding van de Wet Kinderopvang per 01-01-2005, heeft de werkgever besloten de kinderopvang te beëindigen. Werkneemster voert als enige beroepsgrond aan dat de werkgever haar niet kan ontslaan omdat hij geen ontslagvergunning van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) bezit.
Ter uitvoering van de bepalingen van het BBA heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 17-06-1987 een Algemene Maatregel van Bestuur uitgevaardigd, gepubliceerd in de Staatscourant 1987, nummer 135, waarin in artikel 2 is bepaald: "Het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 (Staatsblad F 214) is niet van toepassing op de arbeidsverhouding van niet-onderwijzend personeel, dat belanghebbende is in de zin van artikel I-A1, onder e, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (Staatsblad 1985, 110), met dien verstande dat artikel 6 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 slechts toepassing mist voor zover genoemde belanghebbenden overeenkomstig Hoofdstuk III-A van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel in beroep kunnen komen tegen beëindiging van het dienstverband".
Per 18-06-2003 is het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel vervangen door het Rechtspositiebesluit WPO/WEC. Artikel 295 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC bepaalt: "Het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel wordt ingetrokken, met dien verstande dat het met de regelingen die op dat besluit berustten, van toepassing blijft voor het tijdvak waarvoor het gelding had, voor zover daarin geen wijziging zal worden aangebracht via het Rechtspositiebesluit WPO/WEC". Dit houdt in dat de hiervoor genoemde Algemene Maatregel van Bestuur nog steeds van toepassing is op instellingen in de BVE-sector, zoals die van de werkgever. Het BBA is derhalve niet van toepassing.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-08-2005
102923 - Verzoek schorsing overplaatsing in voorl. voorz. BVE
Werknemer is als docent overgeplaatst in verband met verstoorde verhouding met het team. De Voorzitter is niet tot de conclusie gekomen dat er binnen de betreffende locatie sprake is van een zodanig scheef gegroeide situatie dat overplaatsing van de werknemer dringend noodzakelijk is. Het oordeel dat sprake is van een zodanig dringende situatie die overplaatsing noodzakelijk maakt, dient - in conflictueuze situaties als hier aan de orde - gelet op het diffamerende karakter dat overplaatsing onder omstandigheden kan krijgen, te worden gegrond op een gedegen en zorgvuldig onderzoek, uit te voeren door iemand die niet direct betrokken is in het veronderstelde conflict. Zodanig onderzoek ontbreekt. De gewraakte beslissing voldoet derhalve niet aan de zorgvuldigheidseisen die daaraan gesteld kunnen worden. Niet is gebleken van een zodanig geëscaleerde situatie dat overplaatsing in afwachting van de resultaten van het onderzoek en de beoordeling daarvan door bijvoorbeeld het bestuur niet afgewacht kon worden. Gevraagde voorziening toegewezen.
De Voorzitter heeft aansluitend op de behandeling ter zitting mondeling uitspraak gedaan.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-07-2005
102925 - Verzoek voorlopige voorziening BVE
De werkgever heeft het tijdelijk dienstverband van de werknemer niet verlengd en voor zover sprake mocht zijn van een dienstverband voor onbepaalde tijd, heeft hij het dienstverband op grond van art. H-57 onder c CAO-BVE opgezegd, vanwege het feit dat de werkzaamheden van de werknemer overbodig worden. De werknemer verzoekt schorsing van beide beslissingen.
De Voorzitter oordeelt dat de werknemer ten onrechte is benoemd op de grond 'activiteiten van kennelijk tijdelijke aard'. Omdat er ook geen andere grond voor een tijdelijke benoeming is, moet worden aangenomen dat sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd. De niet-verlenging van het dienstverband dient derhalve beschouwd te worden als opzegging uit een dienstverband voor onbepaalde tijd en deze zal waarschijnlijk geen stand kunnen houden in de bodemprocedure zodat de gevraagde voorziening op dit punt wordt toegewezen.
Over de schorsing van de opzegging van het dienstverband voor onbepaalde tijd op grond van art. H-57 onder c CAO-BVE overweegt de Voorzitter dat de procedure van voorlopige voorziening zich niet leent voor de beantwoording van de vraag of het dienstverband op die grond kon worden opgezegd. Dit zou slechts anders zijn indien op voorhand duidelijk zou zijn dat er geen sprake is van formatiedaling, hetgeen echter niet het geval is. Bovendien is niet duidelijk wat de situatie rond de deelnemersaantallen is, in hoeverre overleg met de vakcentrales aan de orde moet zijn en evenmin of er reeds bepaalde afspraken over reorganisatie zijn tussen de werkgever en de centrales. Niet met voldoende mate van waarschijnlijkheid kan worden aangenomen dat de Commissie het beroep van de werknemer in de bodemprocedure gegrond zal verklaren.
Schorsing niet-verlenging tijdelijke dienstverband (in feite opzegging) toegewezen. Schorsing opzegging vast dienstverband art. H-57 onder c CAO-BVE niet toegewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-07-2005
102742 - Beroepen (9) tegen reorganisatieontslagen Educatie; BVE
102742/102750/102754/102756/102762/102763/102764/102767/102768
De Commissie heeft 9 beroepen behandeld van werknemers in de Educatie die vanwege de opheffing van het organisatieonderdeel waarin zij werkzaam waren, zijn ontslagen. Het organisatiedeel verrichtte uitsluitend in opdracht van de gemeente beroepsgerichte Educatie. Anders dan voorheen, heeft de gemeente de ondersteunende beroepsgerichte Educatie per 01-08-2004 ingekocht door middel van een openbare aanbesteding en deze gegund aan een andere aanbieder. Daarop zijn de werknemers tijdelijk geplaatst bij andere onderdelen en de verwachting was dat zij tezamen met een groot aantal andere Educatie-medewerkers zouden worden ontslagen. In verband met uitstel van de overheveling van de Educatiegelden van OCW naar Justitie, is de ontslaggolf van de Educatie echter een jaar uitgesteld en zijn uitsluitend de werknemers van het opgeheven onderdeel en die per 31-12-2004 niet structureel zijn herplaatst in de Educatie, per 01-08-2005 ontslagen op basis van een sociaal plan dat met de Centrales is overeengekomen.
De Commissie oordeelt dat de herplaatsing van de werknemers per 01-08-2004 tijdelijk en dus niet structureel was zodat het sociaal plan op hen van toepassing is. Het sociaal plan is voor de Commissie een gegeven dat slechts zeer marginaal getoetst kan worden. Immers, het sociaal plan is het resultaat van het overleg tussen werkgever en Centrales en wordt met instemming van de Centrales vastgesteld, zodat terughoudendheid van de Commissie geboden is. Nu de Centrales bewust hebben ingestemd met de aparte compartimentering van het opgeheven organisatieonderdeel en ook de MR daarvan op de hoogte was en de Centrales vervolgens ingestemd hebben met een apart sociaal plan waarin uitsluitend de boventalligheid en afvloeiing van het personeel van het opgeheven organisatieonderdeel aan de orde was, is de Commissie van oordeel dat het sociaal plan in redelijkheid aan de basis van de ontslagen heeft mogen liggen. De Commissie neemt daarbij in aanmerking dat het organisatieonderdeel op de ingangsdatum van het ontslag reeds een jaar zal zijn opgeheven, zodat het sociaal plan ook op dat punt niet als onredelijk kan worden aangemerkt.
De in acht genomen opzegtermijn van ruim 7 maanden is conform hetgeen daarover in het sociaal plan is afgesproken en kan naar het oordeel van de Commissie ook overigens niet als onredelijk lang worden aangemerkt.
Ten aanzien van de vraag of appellanten al dan niet van rechtswege in dienst zijn getreden van de aanbieder aan wie de gemeente het werk heeft gegund, overweegt de Commissie dat die aanbieder in de onderhavige procedure niet betrokken is en het beroep enkel is gericht tegen ontslagbeslissingen van de werkgever. Overigens hebben de werkgever noch appellanten enige poging ondernomen om de stelling dat er sprake is van een van rechtswege overgang van het dienstverband, in rechte af te dwingen. Derhalve laat de Commissie de stellingen en weren van partijen op dit punt verder onbesproken.
Voor wat betreft de verplichting van de werkgever om appellanten indien mogelijk te herplaatsen, overweegt de Commissie dat zij aan de hand van het verhandelde niet kan vaststellen of er per 01-08-2005 voor appellanten werkzaamheden beschikbaar zullen zijn. De werkgever heeft daarover ter zitting wel verklaard dat er steeds projecten afgaan en bijkomen en dat, zo er tussen 01-08-2005 en 01-08-2006 nog werkzaamheden voor appellanten beschikbaar zijn, hij op grond van het sociaal plan verplicht is hen daarin te herplaatsen. De Commissie beveelt partijen aan daarover met elkaar in overleg te blijven. Het opzegverbod tijdens ziekte geldt niet aangezien de opzegging geschiedt wegens beëindiging van het onderdeel waarin de werknemer uitsluitend werkzaam was (art. 7:670b BW). Voor de werknemer die MR-lid is geldt dat de opzegging geen verband houdt met het lidmaatschap van de MR (art. 5 lid 8 WMO).
Beroepen ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
03-06-2005
102729 Beroep tegen ontslag wegens tijdelijk beschikbare formatie BVE
De werkgever stelt dat het een tijdelijk dienstverband betreft. Werknemer stelt dat er sprake is van een vast dienstverband. De Commissie constateert dat met de werknemer 6 opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd zijn aangegaan zodat het maximum aantal contracten als genoemd in art. H-17 CAO-BVE niet is overschreden zodat niet op die grond de laatste arbeidsovereenkomst kan gelden als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Voorts oordeelt de Commissie dat er geen grond is voor een tijdelijke arbeidsovereenkomst. 'Activiteiten van kennelijk tijdelijke aard' als genoemd in art. H-12 onder c CAO-BVE betreffen werkzaamheden met een incidenteel karakter. De NT2-werkzaamheden in verband met inburgeringstrajecten oud- en nieuwkomers, in het kader van een aanvullend contract dat met de gemeente is gesloten, worden al vanaf het begin van het dienstverband bij de werkgever in vier achtereenvolgende jaren verricht. Derhalve zijn het geen activiteiten van kennelijk tijdelijke aard. Het betreft ook niet contractactiviteiten aangezien volgens de toelichting op art. H-12 onder c CAO-BVE niet onder contractactiviteiten worden verstaan de activiteiten die een instelling verricht op grond van een met een gemeente gesloten overeenkomst als bedoeld in art. 2.3.4. WEB. Nu er ook geen andere grond voorhanden is voor een tijdelijke arbeidsovereenkomst, is de werknemer in vaste dienst van de werkgever.
Een ontslag uit een vast dienstverband dient te worden gedragen door een van de ontslagredenen, genoemd in de CAO-BVE. Daaronder valt niet de reden dat de formatie waarop betrokkene is benoemd slechts tijdelijk beschikbaar is zoals opgenomen in de akte van 18-11-2004.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-06-2005
102727 - Beroep tegen beweerd indirect onthouden van promotie BVE
De werkgever heeft de werknemer medegedeeld dat het advies van de interne geschillencommissie, waarin het bezwaar van de werknemer tegen het niet toelaten tot het zogenoemde versnelde promotietraject docent B/C niet-ontvankelijk wordt verklaard, onverkort over te nemen. Werknemer stelt dat er sprake is van het indirect onthouden van promotie. Volgens vast jurisprudentie van de Commissie dient onder het direct of indirect onthouden van bevordering/promotie te worden verstaan de directe of indirecte weigering van de werkgever om de werknemer, die het maximum van de hoogste aanloopschaal heeft bereikt, over te laten gaan naar de bij de functie behorende maximumschaal, als bedoeld in artikel I-5 CAO-BVE. Vast staat dat werknemer reeds wordt bezoldigd volgens het maximum van de voor haar functie geldende maximumschaal. Dientengevolge is er geen sprake van het direct of indirect onthouden van bevordering/promotie. Ook is er geen sprake van een regeling die recht geeft op een hogere functie. Veeleer is sprake van een sollicitatie naar een andere functie.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-06-2005
102726 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; BVE
Werknemer stelt dat de ontslagbeslissing onbevoegd is genomen, dat de opzegtermijn niet juist is en dat de werkgever heeft nagelaten om hem te herbenoemen in een gelijkwaardig dienstverband in een betrekkingsomvang die overeenkomt met zijn restvaliditeit. De Commissie oordeelt dat de bestreden beslissing namens het College van bestuur is ondertekend en vervolgens nog is bekrachtigd. Werknemer is reeds langer dan 24 maanden onafgebroken arbeidsongeschikt is en er is een FOA. Tevens oordeelt de Commissie dat de werkgever zich voldoende heeft ingespannen om de werknemer te herplaatsen en dat voldoende aannemelijk is geworden dat herplaatsing van de werknemer in een andere passende functie niet mogelijk is. Werknemer zelf stelt zich volledig arbeidsongeschikt te voelen en de arbeidsdeskundige heeft de door de werkgever opgestelde rapportage herplaatsingsonderzoek akkoord heeft bevonden. Opzegtermijn is niet juist en wordt geconverteerd.
Beroep ongegrond met conversie opzegtermijn.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-05-2005
102751 - Beroep tegen berisping; BVE
Werknemer is docent en zou een leerling in de houdgreep twee etages naar beneden hebben getrokken terwijl geen sprake was van een zodanig bedreigende situatie dat dit handelen gerechtvaardigd was. Vast staat dat de docent de leerling buiten het klaslokaal in de houdgreep heeft vastgepakt en hem vervolgens bij de bewaking heeft afgeleverd. Op grond van de door de overige leerlingen afgelegde verklaringen acht de Commissie het aannemelijk dat de werknemer de bewuste leerling reeds in het klaslokaal heeft aangeraakt. Nu niet van een bedreigende situatie voor de werknemer is gebleken, is er geen grond om aan te nemen dat het fysieke optreden noodzakelijk was. Daarenboven waren er voor de werknemer voldoende alternatieven. De Commissie acht het optreden ongepast en onprofessioneel en beoordeelt deze handelwijze als plichtverzuim in verband waarmee de berisping proportioneel is.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-05-2005
102734 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Werknemer voert aan dat de bestreden beslissing niet door de daartoe bevoegde persoon is ondertekend. Voorts heeft de interne geschillencommissie van de werkgever zijn werk niet goed gedaan. Ook was de werkgever op grond van het Sociaal Plan verplicht hem - op zijn minst - een geschikte functie aan te bieden. Dit is echter niet gebeurd. Niet betwist is door de werknemer dat het voltallig College van bestuur de beslissing heeft genomen hem te ontslaan. Niet is kunnen worden vastgesteld dat in casu sprake is van een onbevoegde beslissing, dan wel een beslissing die niet zou zijn bekrachtigd door het daartoe bevoegde orgaan.
Aan de interne geschillencommissie zelf is het om haar werkwijze vast te stellen en te bepalen hoe ver haar toetsing dient te gaan. Op de afvloeiingslijst staan onder de werknemer geen andere werknemers met taken die hij kan overnemen. Voorts is niet gebleken dat de werknemer bekwaam is voor het door hem opgevoerde vak werktuigbouwkunde. Van een op grond van het Sociaal Plan bestaande verplichting de werknemer - op zijn minst - een geschikte functie aan te bieden is niet gebleken. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-05-2005
102670 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
De Commissie constateert dat voldaan is aan het vereiste van artikel 20 lid 6 BZA dat de werknemer reeds meer dan 2 jaar onafgebroken arbeidsongeschikt is en dat herstel voor de eigen functie van docent binnen 6 maanden na de voorgenomen ontslagdatum niet te verwachten is. Tevens oordeelt de Commissie dat de werkgever zich voldoende heeft ingespannen om de herplaatsingsmogelijkheden van werknemer te onderzoeken en dat er voor hem geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn. Een proefplaatsing van de werknemer bij een andere werkmaatschappij van het ROC kon wegens formatieve redenen niet worden omgezet in een definitieve herplaatsing van de werknemer. Ook een daarop volgende nieuwe opdracht bij het mobiliteitscentrum en inschakeling van een reïntegratiebureau hebben niet tot een passende functie geleid.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-05-2005
102826 - Beroep tegen aanwijzing als te verplaatsen werknemer BVE
In verband met te verwachten vermindering van budgetten voor volwassenenonderwijs en onderwijs aan anderstaligen, heeft de werkgever een verplaatsingsplan opgesteld met als doel de werkgelegenheid van het personeel in vaste dienst te garanderen. Werkneemster is op basis van dat plan aangewezen als te verplaatsen werknemer. Tegen die aanwijzing is het beroep gericht.
De voorzitter oordeelt het beroep in vereenvoudigde behandeling niet-ontvankelijk omdat de aanwijzing geen concrete overplaatsingsbeslissing is. Slechts tegen deze laatste beslissing staat beroep open, waarbij dan ook de vraag betrokken kan worden of de werknemer op grond van het verplaatsingsplan op juiste gronden als te verplaatsen werknemer is aangewezen.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-04-2005
102710 Beroep tegen ontslag BVE
Overschrijding beroepstermijn wordt verschoonbaar geacht omdat sprake is van een complexe situatie en van bijzondere omstandigheden.Werkgever heeft medegedeeld dat het tijdelijk dienstverband met ingang van 03-07-2004 is beëindigd en dat geen nieuwe uitbreiding van de betrekking wordt aangeboden.
Werknemer heeft werkzaamheden verricht in een tweetal dienstverbanden voor onbepaalde tijd, gevolgd door enkele tijdelijke uitbreidingen van een ander dienstverband voor onbepaalde tijd. De hierbij betrokken werkgevers dienen volgens de Commissie gezien te worden als opvolgende werkgevers in de zin van art. 7:668a lid 2 BW. Dat de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd werden voorafgegaan door arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd staat niet in de weg aan de conclusie dat sprake is van opvolgend werkgeverschap, omdat art. 7:668a lid 2 BW ten aanzien van de aard van het dienstverband op dit punt geen onderscheid maakt. Werknemer heeft een aantal opeenvolgende arbeidsovereenkomsten zoals hiervoor omschreven bij elkaar opvolgende werkgevers gehad dat in totaal de termijn van 36 maanden heeft overschreden. Derhalve komt de bestreden beslissing neer op een deelontslag uit een vast dienstverband zodat het beroep ontvankelijk verklaard dient te worden. Het ontslag valt niet onder een van de ontslagredenen, genoemd in de CAO.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-03-2005
102783 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
Beroepstermijn is met 2 maanden en 20 dagen overschreden, volgens appellante omdat de werkgever in de ontslagbrief heeft aangegeven dat zij na haar ontslagdatum recht zou hebben op een ziekte-uitkering, hetgeen op het moment dat de ontslagdatum was gepasseerd, niet bleek te kloppen.
De Voorzitter oordeelt in vereenvoudigde behandeling dat de mededeling in de ontslagbrief, namelijk dat appellante een ziekte-uitkering na ontslag kan aanvragen, geen reden is om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Het ligt op de weg van de werknemer om er zich binnen de beroepstermijn van te vergewissen of er redenen zijn om beroep in te stelen. Appellante had in afwachting van zekerheid omtrent haar uitkering, binnen de beroepstermijn beroep in kunnen stellen. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-03-2005
102775 - Verzoek voorlopige voorziening; BVE
De werknemer is ontslagen op grond van ziekte of arbeidsongeschiktheid en verzoekt om doorbetaling van zijn salaris bij wijze van voorlopige voorziening. De Voorzitter acht een spoedeisend belang aanwezig omdat het volgens het CWI onduidelijk is of sprake is van een ontslag en geen uitkering verstrekt wordt terwijl de werknemer geen andere bronnen van inkomsten heeft. ten aanzien van vraag of de ontslagbeslissing bevoegd is genomen, overweegt de Voorzitter dat van de voorhanden zijnde beslissingen van de werkgever in ieder geval de verklaring einde dienstverband gezien kan worden als een beëindiginghandeling van de werkgever waartegen beroep open staat. Over de beweerde herbenoemingsverplichting overweegt de Voorzitter dat over deze kwestie nader onderzoek dient plaats te hebben en de behandeling van een voorlopige voorziening zich niet leent voor een dergelijk onderzoek.
Er kan niet met voldoende mate worden aangenomen dat de Commissie het beroep in de bodemprocedure gegrond zal verklaren.
Gevraagde voorziening geweigerd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-02-2005
102704 - Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim en wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid; BVE
Werknemer is op ingangsdatum ontslag bijna 3 jaar met ziekteverlof. Het ziekteverlof was van wisselende omvang.
Beweerd plichtsverzuim bestaat deels uit het in strijd met de ziekteverzuimvoorschriften handelen en onvoldoende actief meewerken aan de reïntegratie. Vaststaat dat de werknemer hierin onjuist heeft gehandeld. De werkgever kan in een dergelijke situatie, naast een disciplinaire maatregel, op grond van artikel 15 BZA de bezoldiging staken voor de duur van de overtreding van de gestelde voorschriften. Het is niet redelijk te kiezen voor de zwaarst denkbare disciplinaire maatregel. Dit zou slechts anders kunnen liggen indien sprake zou zijn van bijkomende omstandigheden. Daarvan is niet gebleken.
Het aan het ontslag ten grondslag gelegde wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid, iis door de werknemer niet dan wel in onvoldoende mate weersproken. De werkgever heeft een aanvraag functieongeschiktheid bij USZO ingediend, maar deze is afgewezen. Feiten of omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat de werknemer - gelet op zijn depressiviteit en medicijngebruik - weer geschikt zou zijn om te functioneren als docent, zijn niet gebleken. Onder deze omstandigheden heeft de werkgever in redelijkheid kunnen concluderen dat de werknemer onbekwaam of ongeschikt is voor de uitoefening van zijn functie en heeft hij hem op die grond kunnen ontslaan.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-02-2005
102685 - Beroep tegen berisping; BVE
Docent is berispt omdat hij zijn leerlingen tijdens de lessen de beschikking zou hebben gegeven over een vijftigtal examenvragen met bijbehorende antwoorden, waarbij hij instructies zou hebben gegeven over welke vragen tijdens het (her)examen zouden worden gebruikt. De werknemer betwist en stelt de vragen en antwoorden slechts gegeven te hebben vanuit pedagogisch-didactisch oogpunt omdat het een zeer moeilijk vak betreft en het lesboek te theoretisch is. De Commissie oordeelt dat onvoldoende is komen vast te staan dat de werknemer de leerlingen vooraf heeft medegedeeld welke vragen op het examen gesteld zouden worden. Wel lijkt aannemelijk dat de leerlingen uit de behandelde lesstof hebben kunnen afleiden welke vragen hoogstwaarschijnlijk op het examen gesteld zouden worden. Een zodanige handelwijze is op zichzelf genomen niet ongeoorloofd. Zo er al aspecten van afkeuring zijn aan te wijzen en zo deze handelwijze al is aan te merken als plichtsverzuim, is de Commissie van oordeel dat deze handelwijze, alle omstandigheden in aanmerking nemend, onvoldoende plichtsverzuim oplevert om de opgelegde berisping te rechtvaardigen.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-02-2005
102668 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Opheffing betrekking wegens reorganisatie in verband met financiële noodzaak. De zogenoemde overgangsformatie dateert van een eerdere fusie en heeft alleen tot doel de negatieve formatieve gevolgen van de fusie op te vangen voor voormalige directieleden.
De werkgever heeft niet volgens de geldende sollicitatiecode gehandeld bij een interne sollicitatie van de werknemer. Voorts is gebleken dat op de vacature waarop de werknemer had gesolliciteerd, een niet-boventallige medewerker is benoemd. Op diens positie is evenmin een andere boventallige medewerker benoemd. Gezien de onweersproken goede staat van dienst van de werknemer, zijn langdurig dienstverband en de verstrekkende financiële gevolgen van een ontslag, had het op de weg van de werkgever gelegen om op een meer zorgvuldige wijze tot invulling van de vacature te komen. De sollicitatiecommissie had op juiste wijze moeten zijn samengesteld en de werkgever had meer inzichtelijk moeten maken waarom de werknemer niet in aanmerking kon komen voor vervulling van deze vacature nu hij geschikt geacht kan worden voor deze functie. De werkgever heeft niet aannemelijk gemaakt dat voor de werknemer binnen de instelling geen andere passende functie beschikbaar was.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-02-2005
102696 - Beroep tegen niet-omzetten tijdelijke uitbreiding in vast BVE
De werknemer stelt dat sprake is van deeltijdontslag omdat hij in de tijdelijke uitbreiding reguliere werkzaamheden verrichtte. Om te bepalen of een tijdelijke uitbreiding van het dienstverband is toegestaan, is volgens de Commissie ingevolge art. 19 CAO-BVE niet van belang wat de feitelijke aard van deze werkzaamheden is doch slechts de duur en/of het aantal opvolgende uitbreidingen. De CAO-BVE staat derhalve toe dat reguliere werkzaamheden worden verricht in een tijdelijke uitbreiding. Nu er in casu geen sprake is van overschrijding van de maximumtermijn van 3 jaar noch van meer dan 6 opeenvolgende uitbreidingen, is de laatste tijdelijke uitbreiding van rechtswege geëindigd. De bestreden mededeling is geen voor beroep vatbare beslissing.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-01-2005
102635 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Opheffing betrekking wegens reorganisatie in verband met financiële noodzaak.De zogenoemde overgangsformatie dateert van ene eerdere fusie en heeft alleen tot doel de negatieve formatieve gevolgen van de fusie op te vangen voor voormalige directieleden. Een deel van de door de werknemer in zijn functie verrichte werkzaamheden is ondergebracht bij andere functies. Hieruit kan echter niet worden afgeleid dat de functie in stand is gebleven; het samenstel van de feitelijk opgedragen werkzaamheden van de werknemer in zijn geheel is vervallen. Niet is gebleken dat de werkgever het Sociaal Plan niet in redelijkheid op de werknemer had dienen toe te passen. De hardheidsclausule is in het leven geroepen is voor die gevallen waarbij een werknemer onevenredig wordt benadeeld door de toepassing van het Sociaal Plan. Het feit dat de werknemer bij enkele reorganisaties betrokken is geweest alsmede het feit dat hij financiële verplichtingen aangegaan is vanwege een door een reorganisatie noodzakelijk geworden verhuizing, vallen hier naar het oordeel van de Commissie niet onder.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-01-2005
103657 - Beroep tegen ontslag BVE
Werkneemster is docente NT2 in de Educatie. Zij ontving van bij aanvang van haar dienstverband 5 opvolgende tijdelijke akten van benoeming. De laatste 4 akten zijn in verband met activiteiten van kennelijk tijdelijke aard. De werkgever heeft haar medegedeeld dat haar tijdelijke aanstelling/tijdelijke uitbreiding eindigt en niet kan worden verlengd.De Commissie oordeelt dat voor de vraag of de werkzaamheden die op grond van de arbeidsovereenkomst worden uitgevoerd kennelijk tijdelijk zijn, niet de bepaalde duur van de arbeidsovereenkomst bepalend kan zijn. Een redelijke uitleg van het begrip 'activiteiten van kennelijk tijdelijke aard' houdt naar het oordeel van de Commissie in dat de aard van de werkzaamheden zelf naar inhoud en tijd bepalend is voor de beantwoording van de vraag of de werkzaamheden kennelijk tijdelijk zijn, in verband waarmee een tijdelijke arbeidsovereenkomst kan worden gesloten. De NT2-werkzaamheden van de werkneemster behoren tot de normale activiteiten van de instelling en maken geen onderdeel uit van een in tijd beperkt kader en zijn uit dien aard niet in een bepaalde tijd begrensd. De werkgever heeft erkend dat het reguliere werkzaamheden betreffen die door de werkgever zijn gecontinueerd en waarvoor zelfs een vacature naar buiten is gebracht.
Afspraken tussen partijen die strijdig zijn met het bepaalde in de CAO zijn niet rechtsgeldig en in plaats daarvan gelden de bepalingen in de CAO. Er is geen grond voor een tijdelijke arbeidsovereenkomst zodat de werkneemster in vaste dienst is en de bestreden beslissing neerkomt op een ontslagbeslissing waartegen beroep open staat. Geen geldige ontslagreden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-01-2005
102748 - Verzoek voorlopige voorziening; BVE
Werknemer is geschorst omdat hij een brief over het functioneren van zijn directeur aan de werkgever heeft gezonden en daarvan via de e-mail afschrift heeft gezonden aan 75 medewerkers. Hij verzoekt om opheffing van de schorsing hangende de procedure voor de Commissie.
De voorzitter oordeelt dat een schorsing als ordemaatregel, als bedoeld in art. H-39 CAO-BVE niet aan de orde is. Als het een schorsing als disciplinaire maatregel is, is de procedure van art. 45 CAO-BVE ten onrechte niet gevolgd en zal de Commissie van beroep het beroep in de bodemprocedure zonder meer gegrond verklaren. Inmiddels heeft de werkgever een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter ingediend. Werkgever heeft er belang bij dat werknemer niet op het werk verschijnt zolang de kantonrechter geen uitspraak heeft gedaan. Voorzitter acht het waarschijnlijk dat de Commissie de schorsingsbeslissing zo nodig zal converteren in een schorsing als ordemaatregel in verband met het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Aan de formele vereisten voor deze schorsing is niet voldaan maar dit gegeven is onvoldoende om de schorsing hangende de ontbindingsprocedure op te heffen. Werknemer heeft door middel van een brief en de procedure in voorlopige voorzienig een vorm van verweer gevoerd en het ontbindingsverzoek is gebaseerd op een dringende reden en er kan niet met voldoende mate van waarschijnlijkheid worden gezegd dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst niet zal ontbinden. Werkgever heeft aanmerkelijk belang bij niet-verschijnen van werknemer op het werk. De ziekte van de werknemer maakt dit niet anders.
Verzochte voorziening geweigerd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-01-2005
102561 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
De werknemer voert aan dat het samenstel van werkzaamheden dat hij verrichtte in nagenoeg dezelfde samenstelling door een andere collega wordt verricht. Voorts is volgens hem door de werkgever onvoldoende invulling gegeven aan de in het Sociaal Plan genoemde inspanningsverplichting tot herplaatsing en is de werkgever onzorgvuldig omgegaan met de overige verplichtingen die het Sociaal Plan stelt. Ten onrechte is niet ingegaan op een voorstel van zijn kant om met toepassing van de hardheidsclausule een van het Sociaal Plan afwijkende regeling te treffen.
Van in stand blijven van de functie alsmede niet uitvoeren van het Sociaal Plan is de Commissie niet gebleken.Toepassing van de hardheidsclausule zou ertoe leiden dat de werknemer drie maanden langer in dienst blijft alsmede dat aan hem een vertrekstimuleringspremie wordt verstrekt. Werkgever had onder de omstandigheden van dit geval en bij afweging van de in het geding zijnde belangen niet kunnen voorbijgaan aan toepassing van de hardheidsclausule van het Sociaal Plan.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-01-2005
102665 - Beroep tegen schorsing als disciplinaire maatregel; BVE
Werknemer is gedetacheerd naar een scholengemeenschap. Bij deze school wordt tegen de werknemer een klacht ingediend wegens fysiek bejegenen van leerlingen. Dit leidt tot schorsing voor een periode van een week. De werknemer heeft alleen erkend dat hij een leerling bij zijn oorlelletje heeft gepakt. De werkgever heeft zijn stellingen over het gedrag van de werknemer niet met bewijs gestaafd. Hoewel blijkbaar een schriftelijke klacht bij de rector van scholengemeenschap is ingediend, heeft de werkgever deze niet opgevraagd of aan de werknemer doen toekomen. Derhalve staat slechts één feit vast. Dat sprake zou zijn van herhaald negatief gedrag, zoals de werkgever heeft gesteld is de Commissie niet gebleken. Een brief hierover is door de werkgever uit het personeelsdossier verwijderd en vernietigd en kan dan ook niet ter ondersteuning dienen van de stellingen van de werkgever.
Derhalve is sprake van plichtsverzuim, dat echter van een zodanig lichte aard is, dat de werkgever niet in redelijkheid heeft kunnen beslissen om de werknemer een disciplinaire maatregel op te leggen. De werkgever had kunnen volstaan met het geven van een waarschuwing.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-12-2004
102689 - Beroep tegen weigering tijdelijke uitbreiding om te zetten in vast BVE
Werknemer stelt volledig in vaste dienst te zijn omdat hij in de uitbreiding reguliere werkzaamheden verrichtte. Hij voert aan dat er sprake is van deeltijdontslag. Art.l H-19 CAO-BVE bepaalt dat op de tijdelijke uitbreiding de artikelen H-14 tot en met H-18 CAO-BVE van overeenkomstige toepassing zijn. Art. H-12 CAO-BVE, dat ziet op de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, is dus niet van toepassing. Dit houdt naar het oordeel van de Commissie in dat om te bepalen of een tijdelijke uitbreiding is toegestaan niet van belang is wat de feitelijke aard van deze werkzaamheden is doch slechts de duur van de uitbreiding en/of het aantal opeenvolgende uitbreidingen dat is toegestaan. Dientengevolge staat de CAO-BVE toe om reguliere werkzaamheden te verrichten in een tijdelijke uitbreiding. Nu er in casu geen sprake is van overschrijding van de 3-jaar termijn, zelfs niet van opeenvolgende tijdelijke uitbreidingen, is de tijdelijke uitbreiding per 01-07-2004 van rechtswege geëindigd. De bestreden brief van de werkgever behelst dan ook niet meer dan een - terechte - afwijzing van het verzoek van de werknemer tot omzetting van de uren in tijdelijke uitbreiding in een vast dienstverband, hetgeen een niet voor beroep vatbare beslissing is.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-12-2004
102629 - Beroep tegen disciplinaire schorsing zonder behoud van salaris; BVE
Werknemer heeft erkend seksueel getinte opmerking te hebben gemaakt, zij het niet gericht tegen een individuele cursiste doch tegen de gehele groep en zonder dat hij op de hoogte was van de seksuele betekenis van het door hem gebezigde woord. Een instructeur behoort niet op een dergelijke wijze met zijn cursisten te communiceren. Dit geldt temeer nu de desbetreffende cursisten minderjarig waren. Commissie concludeert tot plichtsverzuim. Schorsing met inhouding van salaris komt niet voor in de limitatieve opsomming van art. H-43 CAO-BVE van mogelijke disciplinaire maatregelen, zodat de genomen maatregel in strijd is met de CAO-BVE. Ook de Hoge Raad heeft bepaald dat een schorsing in de risicosfeer van de werkgever ligt zodat de werkgever ook tijdens een schorsing verplicht is tot doorbetaling van loon, zelfs indien de werkgever gegronde redenen had om een werknemer te schorsen.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-12-2004
102549 Beroep tegen een beweerde ontslagbeslissing; BVE.
Aan werkneemster zijn twee tijdelijke akten van benoeming uitgereikt, een eerste met als grond 'voorziening in een tijdelijke vacature' en een opvolgende met als grond 'voortzetting tijdelijk dienstverband'. Gebleken is dat de door de werkneemster verrichte werkzaamheden, reguliere werkzaamheden betroffen. Derhalve kon geen sprake zijn van benoeming op grond van voorziening in een tijdelijke vacature. De werkgever heeft dit ook feitelijk erkend door aan te geven dat de benoeming in feite geschiedde op grond van eerste indiensttreding. Op grond van artikel H-13 CAO-BVE is verlenging voor bepaalde tijd van een tijdelijke arbeidsovereenkomst op grond van eerste indiensttreding, slechts mogelijk indien bij indiensttreding is overeengekomen dat de dienstbetrekking bij goede beoordeling voor onbepaalde tijd zal worden voortgezet. Aan deze voorwaarde is niet voldaan. Derhalve is het tijdelijk dienstverband wegens eerste indiensttreding overgegaan in een vast dienstverband.
Aangezien de bestreden beslissing neerkomt op een ontslag uit een vast dienstverband, waarvoor geen grond aanwezig was, wordt het beroep ontvankelijk en gegrond verklaard.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-12-2004
102707 - Beroep tegen een ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Opheffing betrekking wegens slechts bedrijfseconomische omstandigheden. Over de bedrijfseconomische omstandigheden heeft de werkgever overleg gevoerd met de vakcentrales hetgeen heeft geresulteerd in een Sociaal Statuut en een Mobiliteitsplan. In het Mobiliteitsplan is onder meer bepaald dat medewerkers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, niet zullen worden ontslagen op grond van hun bovenformatieve status. Als gevolg van een eerdere uitspraak van de Commissie is de werknemer met ingang van 01-08-2003 in vaste dienst van de werkgever. Het ontslag van de werknemer is derhalve in strijd met de met de vakcentrales gemaakte afspraken hetgeen de Commissie onredelijk en onzorgvuldig acht. De Commissie meent dat het op de weg van de werkgever ligt om, wanneer duidelijkheid bestaat over het aantal medewerkers in vaste dienst, het overleg met de vakcentrales te heropenen en tot nieuwe afspraken te komen. Zolang deze afspraken er niet zijn, kan niet worden overgegaan tot ontslag van een werknemer wegens bedrijfseconomische redenen.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-12-2004
102590 Beroep tegen ontslag BVE
Werkgever stelt dat er sprake is van het rechtswege aflopen tijdelijk dienstverband wegens eerste indiensttreding. Gezien de bewoordingen van artikel H-12 aanhef en onder a CAO-BVE, het gegeven dat de werknemer reeds op 01-08-2002 bij de werkgever in tijdelijke dienst was getreden op grond van eerste indiensttreding en de constatering dat de inhoud van de functie sedertdien niet is gewijzigd, oordeelt de Commissie dat de werkgever op 01-08-2003 het dienstverband met de werknemer niet kon verlengen op grond van artikel H-12 onder a CAO-BVE. Voor de stelling van de werkgever, dat onder eerste indiensttreding ook verstaan dient te worden de eerste drie jaren dat de wet een tijdelijk dienstverband toelaat, is geen grond in de wet noch in de CAO-BVE te vinden. Wat er ook zij van de vraag of tussen partijen overeenstemming is bereikt over het tijdelijk karakter van de tweede arbeidsovereenkomst, de CAO-BVE staat aan een dergelijke expliciete afspraak tussen partijen in de weg. De werknemer is in vaste dienst en de bestreden beslissing is een ontslagbeslissing is die niet gedragen wordt door daaraan ten grondslag gelegde reden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-11-2004
102636 - Beroep tegen een berisping; BVE
De Commissie oordeelt dat het maken van een tweetal - door de werknemer erkende - seksueel getinte opmerkingen naar eindexamenleerlingen HAVO/VWO, neerkomen op plichtsverzuim als bedoeld in artikel H-42 CAO-BVE. Een docent behoort niet op een dergelijke wijze met zijn leerlingen te communiceren. Dat de opmerkingen en de handeling zijn verricht in een bepaalde context, doet hieraan niet af. Gezien de omstandigheden (geen structurele handelwijze, de toezegging van de werknemer 'zijn best te zullen doen', het lange dienstverband alsmede het - onweersproken - goede functioneren van de werknemer, acht de Commissie een berisping disproportioneel. Werkgever had kunnen volstaan met een waarschuwing.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-11-2004
102589 Beroep tegen ontslagbeslissing BVE
Werkgever heeft de werknemer medegedeeld dat tijdelijk dienstverband eindigt en stelt dat er sprake is van het rechtswege aflopen tijdelijk dienstverband wegens eerste indiensttreding, waartegen geen beroep open staat. Werknemer stelt recht te hebben op een vast dienstverband nu de grond voor de tijdelijkheid niet juist is. Gezien de bewoordingen van artikel H-12 aanhef en onder a CAO-BVE, het gegeven dat de werknemer reeds op 01-09-2002 bij de werkgever in tijdelijke dienst was getreden op grond van eerste indiensttreding en de constatering dat de inhoud van de functie sedertdien niet is gewijzigd, oordeelt de Commissie dat de werkgever op 01-08-2003 het dienstverband met de werknemer niet kon verlengen op grond van artikel H-12 onder a CAO-BVE. Voor de stelling van de werkgever, dat onder eerste indiensttreding ook verstaan dient te worden de eerste drie jaren dat de wet een tijdelijk dienstverband toelaat, is geen grond in de wet noch in de CAO-BVE te vinden. De Commissie oordeelt voorts dat, wat er ook zij van de vraag of tussen partijen overeenstemming is bereikt over het bepaalde tijd karakter van de tweede arbeidsovereenkomst, de CAO-BVE in de weg staat aan een dergelijke expliciete afspraak tussen partijen. Werknemer is in vaste dienst en beslissing is ontslagbeslissing die niet gedragen wordt door daaraan ten grondslag gelegde reden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-11-2004
102588 Beroep tegen ontslagbeslissing BVE
De werkgever stelt dat de werknemer in tijdelijke dienst was.
De werknemer heeft drie opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten gehad wegens onbevoegdheid. Nadat de werknemer kort na aanvang van de derde overeenkomst haar bevoegdheid heeft gehaald, heeft de werkgever een nieuwe akte van benoeming opgesteld op grond van artikel H-12 onder a CAO-BVE, zijnde eerste indiensttreding. De werknemer meent recht te hebben op een dienstverband voor onbepaalde tijd. Gezien de bewoordingen van artikel H-12 aanhef en onder a CAO-BVE, het gegeven dat de werknemer reeds op 01-08-2001 bij de werkgever in tijdelijke dienst was getreden wegens onbevoegdheid en de constatering dat de inhoud van de functie sedertdien niet is gewijzigd, oordeelt de Commissie dat de werkgever op 01-09-2003 het dienstverband met de werknemer niet kon aangaan op grond van artikel H-12 onder a CAO-BVE. Voor de stelling van de werkgever, dat onder eerste indiensttreding ook verstaan dient te worden de eerste drie jaren dat de wet een tijdelijk dienstverband toelaat, is geen grond in de wet noch in de CAO-BVE te vinden. De Commissie oordeelt voorts dat, wat er ook zij van de vraag of tussen partijen overeenstemming is bereikt over het bepaalde tijd karakter van de arbeidsovereenkomst, de CAO-BVE in de weg staat aan een dergelijke expliciete afspraak tussen partijen. Bestreden beslissing is een ontslagbeslissing uit een vast dienstverband, die niet gedragen wordt door de daaraan ten grondslag gelegde reden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-10-2004
102525 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Werknemer is beleidsmedewerker/softwareontwikkelaar en die functie is als gevolg van een reorganisatie komen te vervallen waardoor de werknemer boventallig is verklaard. De Commissie oordeelt dat dit op juiste gronden is geschied. Werknemer stelt dat voor hem formatie beschikbaar zou zijn in een tweetal projecten van de werkgever. De Commissie constateert dat een van de projecten een zogenoemd persoonsgebonden project van een oud-werknemer is waarvoor de werknemer niet in aanmerking kan komen. Het tweede project omvat weliswaar ICT-componenten doch die werkzaamheden zijn van geringe omvang, circa 10% van het totale aantal uren, en worden ook nog eens verdeeld over meerdere jaren. Onder deze omstandigheden kan niet van de werkgever worden verlangd de werknemer voor deze uren in dienst te houden. Voorts niet aannemelijk geworden dat er elders nog formatie voor de werknemer beschikbaar is.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-10-2004
102513 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
De werknemer stelt in de onjuiste afvloeiingscategorie te zijn ingedeeld. Voorts zou voor hem formatie beschikbaar zijn. De gehanteerde systematiek is door de werkgever overeengekomen met de vakcentrales en wordt derhalve marginaal getoetst. De Commissie oordeelt dat deze systematiek redelijkerwijs toegepast kon worden en dat de wijze waarop deze in de praktijk is toegepast evenzeer juist is.
Voor de werknemer is slechts 0,2 FTE formatieruimte van belang, gezien de sector waarin hij is ingedeeld. Gezien de niet ter discussie staande bezuinigingsnoodzaak kan niet in redelijkheid van de werkgever gevraagd worden om de werknemer in dienst te houden op 0,2 FTE formatieruimte terwijl in dat geval het grootste deel van zijn betrekking - 0,8 FTE - boven de formatie is en door de werkgever uit eigen middelen bekostigd dient te worden.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-10-2004
102606 Beroep tegen beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband VO
Het dienstverband is opgezegd vanwege beëindiging van de tijdelijke dienstverbanden in verband met terugloop leerlingenaantal en bekostiging. Er is een reorganisatieplan voor de afdeling VO en een reorganisatieplan voor de afdeling BVE. Werkneemster is een onbevoegde lerares bij de afdeling VO. Blijkens het reorganisatieplan afdeling VO en het Sociaal Statuut beschikt de afdeling VO over overformatie en dient deze, alvorens over te gaan tot gedwongen ontslag van medewerkers in vaste dienst, bestreden te worden door onder meer beëindiging van de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd zodat het dienstverband van werkneemster op grond van het Sociaal Statuut in aanmerking komt voor beëindiging. De reden van de opzegging blijkt voldoende uit het reorganisatieplan en de verslagen van DGO/IGO-overleg en valt onder art. 4a.5 CAO-VO. Mogelijk heeft de werkgever zich onvoldoende ingespannen om werkneemster de bevoegdheid te laten behalen maar anderzijds is ook niet gebleken dat werkneemster zich op dat punt actief heeft opgesteld. Voorts is werkneemster er schriftelijk op gewezen dat zij contact op kon nemen met Personeelszaken over eventuele gebruikmaking van vervroegde FPU en dat werkneemster van dat aanbod geen gebruik heeft gemaakt. Werkgever heeft op juiste gronden kunnen overgaan tot opzegging.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-10-2004
102578 - Beroep tegen ontslag wegens beweerde tijdelijke aard dienstverband en boventalligheid; VO
Werknemer stelt in vaste dienst te zijn omdat het tijdelijk dienstverband bij wijze van proef niet twee maal kan worden verlengd. Volgens de werkgever kan dit dienstverband op grond van de CAO-VO 2003-2005 wel twee maal worden verlengd. De Commissie overweegt dat art. 3a.2 leden 2 t/m 4 specifiek betrekking heeft op het tijdelijk dienstverband bij wijze van proef en dat uit de bewoordingen van die bepalingen, gelezen in hun onderling verband, valt af te leiden dat het tijdelijk dienstverband bij wijze van proef slechts één maal en wel met ten hoogste 12 maanden kan worden verlengd. Art. 3a.2 lid 7 CAO-VO, waarin de totale duur van de tijdelijke dienstverbanden als bedoeld in de leden 2 tot 6 is beperkt tot 3 jaar, is met deze uitleg niet in strijd omdat die 3 jaar betrekking heeft op een mogelijke opvolging van verschillende tijdelijke dienstverbanden, zoals een vervanging waarin geen beoordeling heeft plaatsgevonden, gevolgd door een tijdelijk dienstverband bij wijze van proef. Werknemer is in vaste dienst en de opzegging wordt niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden van beëindiging tijdelijk dienstverband door terugloop leerlingenaantal en bekostiging. Verder is een beweerde ongeschiktheidsgrond niet in de opzeggingsbrief genoemd en kan deze daaruit ook niet indirect worden afgeleid.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-09-2004
102515 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing van de betrekking; BVE
De werknemer is van oordeel dat de werkgever niet aannemelijk heeft gemaakt dat de functiecategorie trainer/dierenarts opgeheven dient te worden. Hij stelt dat ook na de reorganisatie de werkzaamheden die hij heeft verricht op de instelling zullen worden uitgevoerd. Bovendien meent hij dat hij niet herplaatst mag worden als trainer terwijl hij als dierenarts/trainer niet boventallig is geworden.De Commissie oordeelt dat de werkgever in redelijkheid tot zijn keuze heeft kunnen komen de functiecategorie trainer/dierenarts op te heffen omdat de dierenartsverrichtingen goedkoper kunnen worden ingehuurd. Dat de werkgever vervolgens de dierenarts/trainer op de personeelslijst heeft opgenomen als trainer binnen de marktsector waar de laatste twee jaar de meeste werkzaamheden waren verricht, komt de Commissie als redelijk voor. Vervolgens dient de werknemer op grond van de met de vakcentrales overeengekomen afvloeiingssystematiek vanwege zijn anciënniteit af te vloeien. De veronderstelling van de werknemer over de voortzetting van zijn werkzaamheden door eigen werknemers van de instelling, biedt geen basis om in deze procedure te concluderen dat zijn werkzaamheden nog voor hem beschikbaar zouden zijn.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-09-2004
102511 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing van de betrekking; BVE
De werknemer was voor de reorganisatie trainer/dierenarts en maakt bezwaar tegen het opheffen van de functiecategorie trainer/dierenarts. De Commissie oordeelt dat de werkgever in redelijkheid tot zijn keuze heeft kunnen komen de functiecategorie trainer/dierenarts op te heffen omdat de dierenartsverrichtingen goedkoper kunnen worden ingehuurd. Dat de werkgever vervolgens de dierenarts/trainer op de personeelslijst heeft opgenomen als trainer binnen de marktsector waar de laatste twee jaar de meeste werkzaamheden waren verricht, komt de Commissie als redelijk voor. De Commissie oordeelt op basis van het tijdschrijfsysteem dat werkneemster niet in gelijke mate in meerdere programma's van verschillende marktsectoren heeft gewerkt zoals door haar werd aangevoerd. De Commissie merkt daarbij op dat, indien appellante tevens in het andere programma zou zijn ingedeeld, zij op grond van haar positie op de afvloeiingslijst, toch zou dienen af te vloeien. Voorts is gesteld noch gebleken dat de gehanteerde afvloeiingssystematiek tot onredelijke uitkomsten leidt noch dat de werkgever deze systematiek ten opzichte van werkneemster onjuist heeft toegepast.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-09-2004
102501 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking tijdens ziekte; BVE
De werknemer stelt primair dat de werkgever zijn dienstverband niet tijdens ziekte kan opzeggen nu zijn arbeidsongeschiktheid nog geen twee jaar heeft geduurd. De werkgever stelt dat het opzegverbod niet geldt omdat er sprake is van opheffing van een onderdeel van de onderneming (art. 7: 7:670b lid 2 BW). Het beroep op het opzegverbod tijdens ziekte (art. 7:670 lid 2 BW) als vernietigingsgrond dient volgens artikel 7:677 lid 5 BW binnen 2 maanden na de opzegging te geschieden door middel van een kennisgeving aan de werkgever. De werknemer heeft iin zijn aanvullend beroepschrift, dat binnen 2 maanden na de opzegging is ingediend, een beroep gedaan op de vernietigingsgrond. Dit aanvullend beroepschrift is onmiddellijk doorgezonden aan de werkgever zodat deze binnen twee maanden na de opzegging kennis heeft genomen van het standpunt van de werknemer. Onder deze omstandigheid is sprake van een tijdige kennisgeving aan de werkgever in de zin van artikel 7:677 lid 5 BW. Blijkens de wetsgeschiedenis wordt met onderdeel van de onderneming in de zin van artikel 7:670b lid 2 BW bedoeld een organisatorische eenheid van ondernemingsactiviteiten, waarmee de werknemer uitsluitend of in hoofdzaak is verbonden. De werknemer was werkzaam bij de afdeling Rundveehouderij die als een organisatorische eenheid en daarmee als een onderdeel van de onderneming als bedoeld in artikel 7:670b lid 2 BW is te beschouwen. Nu geen sprake is van opheffing van de afdeling Rundveehouderij is de opzegging geldt het opzegverbod tijdens ziekte.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-09-2004
102505 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing van de betrekking; BVE
Werknemer is in verband met een reorganisatie boventallig verklaard in de functie van Programmacoördinator. Er loopt echter nog een bezwaar bij de externe bezwarencommissie functiewaardering omdat appellant het niet eens is met de plaatsing in de functie van programmacoördinator. Hij heeft altijd als trainer/instructeur gewerkt en heeft tot aan de ontslagdatum nog trainingen gegeven. Werknemer stelt dat hij als trainer niet boventallig zou zijn verklaard. De Commissie is van oordeel dat het procedureel onjuist is om appellant als Programmacoördinator op te nemen op het formatieoverzicht terwijl de functiewaarderingsprocedure nog gaande is en niet uitgesloten is dat, indien appellant als trainer zou zijn vermeld, hij dan niet voor ontslag in aanmerking zou zijn gekomen.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-09-2004
102528 - Ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Betrekking wordt opgeheven i.v.m. reorganisatie. Werknemer meent dat de ontslagbeslissing onvoldoende is gemotiveerd en dat de werkgever niet deugdelijk heeft onderzocht of er elders binnen de organisatie een passende functie beschikbaar was. Voorts had de werkgever het definitieve advies van de interne toetsingscommissie moeten afwachten alvorens tot ontslag over te gaan en is een voorwaardelijk ontslag zoals de werkgever dit heeft gegeven niet mogelijk. De Commissie oordeelt dat de werkgever volgens het vastgestelde Sociaal Plan heeft gehandeld en zijn beslissing voldoende heeft gemotiveerd. De bezwaarprocedure bij de interne toetsingscommissie van de werkgever heeft geen opschortende werking. Daarbij heeft de werkgever expliciet in de ontslagbeslissing aangegeven dat een eventueel voor de werknemer gunstig advies van de interne toetsingscommissie tot intrekking van het ontslag zou leiden. De in de ontslagbeslissing opgenomen voorbehouden zijn volgens de Commissie niet onjuist.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-09-2004
102521 Beroep tegen ontslag wegens opheffing van de betrekking BVE
Betrekking wordt opgeheven i.v.m. reorganisatie. Werknemer meent dat Sociaal Plan niet correct is uitgevoerd. Hij is geruime tijd voor een project in het buitenland geweest en is in die periode niet geïnformeerd over de voortgang van de reorganisatie. Voorts meent hij specifieke kennis te hebben waardoor hij onmisbaar is voor de instelling. Hij doelt met name op een nog op te starten project. Daarenboven meent hij onevenredig zwaar getroffen te worden door het ontslag omdat hij reeds vele malen het slachtoffer is geworden van reorganisaties bij andere bedrijven. De werkgever heeft de werknemer door e-mail berichten en de reguliere post op de hoogte heeft gesteld van de relevante ontwikkelingen op de instelling. Indien bepaalde informatie ontbrak of niet duidelijk was had het op de weg van de werknemer gelegen om de werkgever hierover te benaderen. Dit is echter niet gebeurd. De werkgever heeft hierin niet onjuist gehandeld. Het project is nog in ontwikkeling is en zal pas op termijn tot vacatureruimte leiden zodat dit op dit moment geen reden vormt om de werknemer in dienst te houden. De werkgever heeft in redelijkheid kunnen beslissen de hardheidsclausule niet toe te passen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-09-2004
102519 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
De functie van agrarisch medewerker is als gevolg van een reorganisatie komen te vervallen waardoor appellant boventallig is verklaard. De Commissie oordeelt dat dit op juiste gronden is geschied. De functie van agrarisch medewerker P is naar het oordeel van de Commissie niet uitwisselbaar met de functie van agrarisch medewerker Q, ook al is er 1 functiebeschrijving voor beide functies. De nog beschikbare formatie van 0,2 FTE behoeft niet aan appellant te worden toegedeeld omdat van de werkgever niet kan worden verwacht deze uit te breiden naar 1 FTE teneinde het ontslag van appellant te voorkomen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-09-2004
102518 Beroep tegen ontslag wegens opheffing van de betrekking BVE
Werknemer is Agrarisch medewerker P en die functie is als gevolg van een reorganisatie komen te vervallen waardoor de werknemer boventallig is verklaard. De Commissie oordeelt dat dit op juiste gronden is geschied. De functie van agrarisch medewerker P is naar het oordeel van de Commissie niet uitwisselbaar met de functie van agrarisch medewerker Q, ook al is er 1 functiebeschrijving voor beide functies. De 0,2 fte nog beschikbare formatie behoeft niet aan de werknemer te worden toegedeeld omdat van de werkgever niet kan worden verwacht dit uit te breiden naar 1 fte teneinde het ontslag van de werknemer te voorkomen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-09-2004
102506 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Betrekking wordt opgeheven i.v.m. reorganisatie. De werknemer meent dat de werkgever hem op onjuiste gronden heeft afgewezen voor de functie van locatiemanager. Voorts heeft de werkgever de werknemer geen passende functie aangeboden hoewel zeker twee functies passend waren. Tot slot meent de werknemer dat het herplaatsingstraject niet zorgvuldig is uitgevoerd. De Commissie oordeelt dat de afwijzing voor de functie van locatiemanager niet onbegrijpelijk is. De werkgever heeft echter verzuimd om met de werknemer voldoende overleg te voeren over een andere oplossing, gelegen in de vervulling van een lager bezoldigde functie. Dit terwijl de werkgever met een andere werknemer in een vergelijkbaar geval een regeling had getroffen. De Commissie oordeelt dat er voldoende reden voor de werkgever aanwezig was de werknemer, gebruik makend van de hardheidsclausule te herplaatsen in de functie van beheerder.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-09-2004
102503 Beroep tegen ontslag wegens opheffing van de betrekking BVE
Appellant is hoofd logeergebouw. Die functie is als gevolg van een reorganisatie komen te vervallen waardoor appellant boventallig is verklaard. Appellant heeft na zijn boventallig verklaring niet gesolliciteerd naar de functie van beheerder - hij is jarenlang als beheerder werkzaam geweest - vanwege de achteruitgang in salaris. De werkgever wist dat appellant om die reden niet wilde solliciteren en heeft aangegeven niet met appellant over het salaris te hebben onderhandeld omdat appellant had aangegeven niet te willen solliciteren. Vervolgens heeft de werkgever twee collega's van appellant herplaatst in de functie van beheerder c.q. aan hen financiële toezeggingen gedaan terwijl dat volgens het Sociaal Plan niet mogelijk was. De Commissie meent dat de werkgever ook appellant had dienen te herplaatsen in de functie van beheerder, mede gelet op zijn leeftijd en de beperkte financiële aanvulling door de werkgever op het salaris van appellant.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-09-2004
102649 / 102691 - Beroep eerste tijdelijk dienstverband;vereenvoudigde behandeling BVE
Beroep niet-ontvankelijk omdat het een eerste tijdelijk dienstverband betreft dat van rechtswege eindigt door het verstrijken van de termijn waarvoor het is aangegaan. Commissie is niet bevoegd om te onderzoeken of aan de werknemer is toegezegd dat hem na afloop van het eerste contract een vast dienstverband wordt verleend. Werknemer kan zich hieromtrent desgewenst tot de rechtbank, sector kanton, wenden. Geen voor beroep vatbare beslissing. Dientengevolge oordeelt de Voorzitter van de Commissie het beroep en het daarmee samenhangende verzoek tot het verkrijgen van een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-08-2004
102532 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
Werkneemster heeft de termijn van 6 weken voor het indienen van beroep met 153 overschreden. Volgens artikel 9 lid 2 van het reglement van de Commissie van Beroep laat de Commissie niet-ontvankelijkverklaring op grond van termijnoverschrijding achterwege indien betrokkene aantoont de voorziening in beroep te hebben gevraagd zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs verlangd kon worden. De werkneemster heeft beroep ingesteld nadat zij in een zogeheten intakegesprek bij het CWI is gewezen op deze mogelijkheid. De Commissie overweegt dat de werkgever weliswaar heeft verzuimd de werkneemster op de hoogte te stellen van de mogelijkheid om beroep aan te tekenen, maar dat werkneemster blijkbaar zelf niet de noodzaak voelde zich tegen het ontslag te verzetten. Evenmin heeft zij zelf actie ondernomen richting de werkgever om passende arbeid te verkrijgen. Onder deze omstandigheden oordeelt de Commissie dat de werkneemster de voorziening in beroep niet zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs verlangd kon worden heeft gevraagd.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-08-2004
102516 - Beroep tegen ontslag wegens indiensttreding bij een andere werkgever BVE
De werknemer is door een fusie in dienst getreden bij de werkgever. Hij was van het begin af aan boventallig. Na zeven jaar detachering heeft de werkgever gepoogd in onderling overleg de werknemer te plaatsen bij de werkgever waar hij was gedetacheerd. De werknemer is het met ontslag niet eens omdat de plaatsing niet zeker is en hij uitkeringsrechten veilig gesteld wil zien. De Commissie overweegt dat de werknemer per ingangsdatum van het ontslag een arbeidsovereenkomst met de nieuwe werkgever heeft gesloten zodat hij geen belang heeft bij handhaving van zijn beroep en het beroep reeds op die grond niet-ontvankelijk is. Over de uitkeringsrechten overweegt de Commissie dat de werkgever geen invloed kan uitoefenen op de al dan niet instandhouding van de uitkeringsrechten zoals deze op dit moment door de wetgever zijn vastgesteld. De onderhavige procedure voorziet dan ook niet in het bieden van de bescherming zoals de werknemer deze voorstaat.
Het beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-06-2004
102540 Verzet tegen kennelijk niet-ontvankelijkverklaring BVE
Werkneemster is per 01-02-2002 ontslagen wegens arbeidsongeschiktheid. Vervolgens heeft zij de werkgever enkele malen benaderd over een mogelijke herplaatsing in een passende functie. Op haar laatste verzoek om herplaatsing heeft de werkgever bij brief van 12-01-2004 afwijzend gereageerd. Hiertegen heeft de werkneemster beroep bij de Commissie ingesteld. Dit beroep is door de Voorzitter van de Commissie kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet is gericht tegen een voor beroep vatbare beslissing. Tegen die uitspraak heeft werkneemster bij de Commissie verzet gedaan. Werkneemster voert aan dat de werkgever in de ontslagbeslissing had dienen aan te geven dat zij niet herbenoemd zou worden zodat zij daartegen in beroep had kunnen gaan. Nu dat niet is gebeurd, beroept werkneemster zich op verschoonbare termijnoverschrijding. De Commissie overweegt dat de ontslagbeslissing expliciet de beroepsclausule vermeldde en dat werkneemster destijds werd bijgestaan door haar gemachtigde. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. De weigering om een gewezen werknemer een functie aan te bieden en de weigering in te gaan op een loonvordering, kunnen niet worden aangemerkt als voor beroep vatbare beslissingen.
Verzet ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-06-2004
102572 - Verzoek voorlopige voorziening wedertewerkstelling BVE
Appellant heeft beroep ingesteld tegen zijn schorsing als ordemaatregel en verzoekt de Voorzitter om wedertewerkstelling in afwachting van de uitspraak van de Commissie.
Appellant heeft bij het bevoegd gezag (stichtingsbestuur) een notitie ingediend over de hoogte en de opbouw van het salaris van de voorzitter van het college van bestuur. De schorsing is gebaseerd op het gegeven dat appellant de notitie niet eerst bij de voorzitter van het college van bestuur heeft neergelegd en op het feit dat appellant, tegen de afspraken in, intern en extern mededelingen over deze kwestie gedaan heeft.
De Voorzitter is van oordeel dat het op de weg van het bestuur en de voorzitter van het college van bestuur had gelegen ervoor te zorgen dat appellant zich niet voor dit (morele) probleem gesteld zou zien. De Voorzitter acht het wel degelijk geoorloofd dat appellant de notitie bij het bestuur heeft ingediend. Voorts is de Voorzitter van oordeel dat de weinige mededelingen die appellant al heeft gedaan, zeer beperkt zijn geweest en door de werkgever zijn opgeklopt om de schorsing daarop te baseren. Het bestuur en het college van bestuur hebben niet professioneel gehandeld door appellant te schorsen in plaats van het door hem aan de orde gestelde kwestie op te lossen. De Voorzitter acht het aannemelijk dat de Commissie het beroep tegen de schorsing gegrond zal verklaren. De gevraagde voorziening wordt niettemin geweigerd omdat de werkgever op korte termijn een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter zal indienen en de Voorzitter de kans zeer gering acht dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst niet zal ontbinden. Er is namelijk gebleken dat er sprake is van een arbeidsconflict dat aan noodzakelijke verdere samenwerking tussen appellant en de voorzitter van het college van bestuur in de weg staat. Gelet op de gevolgde gang van zaken en de daarmee op gang gebrachte geruchtenstroom binnen de instelling, zal wedertewerkstelling zodanige problemen binnen de instelling opleveren dat de Voorzitter het belang van de hele instelling om daarvan verstoken te blijven totdat de kantonrechter heeft beslist, laat voorgaan op het belang van appellant om nog tot het moment van de te verwachten ontbinding tot het werk te worden toegelaten.
Voorlopige voorzienig geweigerd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-06-2004
102498 - Beroep tegen berisping; BVE
Beweerd plichtsverzuim bestaat volgens de werkgever uit het zonder geldige reden afwezig zijn tijdens de eerste 2 weken van het cursusjaar 2002-2003 en gedurende enkele andere werkdagen. De werknemer is beperkt inzetbaar omdat hij nog werkzaamheden elders verricht en bovendien zorgtaken heeft. Hij kon niet aanwezig zijn bij een roostervergadering voor het nieuwe cursusjaar. Hierdoor had hij geen kennis van het rooster en is hij enige werkdagen aan het begin van het cursusjaar afwezig geweest. De Commissie is van oordeel dat in de verhouding werkgever-werknemer in het algemeen de werkgever de meest gerede partij is om de door de werknemer te vervullen taken toe te wijzen en openbaar te maken. Dit kan onder omstandigheden anders liggen. In dit geval echter had de werkgever de werknemer moeten inlichten.
Voorts is ten aanzien van de afwezigheid op de donderdagen in de maanden april en mei 2003 gebleken dat de taken van de werknemer verplaatst waren en daarbij anders ingevuld werden. Onder dergelijke omstandigheden ontbrak voor hem de noodzaak en verplichting om op de desbetreffende donderdagen op de instelling aanwezig te zijn. Daar komt bij dat de werkgever niet in redelijkheid van de werknemer mag verlangen aanwezig te zijn, zonder dat hem een welomschreven taak wordt opgedragen. Geen sprake van plichtsverzuim.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-05-2004
102547 - Verzoek schorsing ontslag in voorlopige voorziening BVE
Werkneemster stelt dat vóór de ingangsdatum van het reorganisatieontslag vacatureruimte beschikbaar komt door de tijdelijke afwezigheid van een collega wiens taken zij kan overnemen.
De Voorzitter overweegt dat de werkgever voldoende duidelijk heeft gemaakt dat de werkzaamheden die opgevangen dienen te worden van een zodanige geringe omvang zijn dat zij kunnen worden opgevangen door collega's die op dat moment nog verbonden zijn aan de instelling. De Voorzitter is voorts niet gebleken dat nu, of binnen afzienbare termijn, nieuwe personen worden benoemd die genoemde werkzaamheden zouden gaan overnemen. Aldus komen geen passende werkzaamheden beschikbaar, zodat op deze grond schorsing van het ontslag niet kan plaatsvinden. Over de toegepaste afvloeiingsregeling stelt de Voorzitter voorop dat deze regeling is afgesproken tussen de betrokken vakorganisaties en de werkgever en voorshands moet worden aangenomen dat het een evenwichtige regeling betreft. Aanwijzingen die duidelijk in een andere richting wijzen, en die aanstonds tot een ingrijpen binnen het kader van een voorlopige voorziening kunnen leiden, heeft de Voorzitter niet aangetroffen. De behandeling van de vraag of werkneemster in de juiste afvloeiingsvolgorde is ingedeeld, acht de Voorzitter voorshands te ingewikkeld om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen.
De gevraagde voorziening wordt afgewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-05-2004
102522 Beroep tegen opzegtermijn BVE
Werknemer heeft geen bezwaar tegen de ontslagbeslissing als zodanig maar meent dat de werkgever een onjuiste opzegtermijn heeft toegepast. De Commissie overweegt dat ingevolge het bepaalde in art. H-55 CAO-BVE gekeken dient te worden naar de leeftijd en de duur van het dienstverband op 1 januari 1999. Het gaat om een fixatie van de onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling voor de werknemer geldende opzegtermijn, waarbij niet van belang is of die langere termijn is gebaseerd op de CAO, de wet of de overeenkomst. De voor de werknemer geldende opzegtermijn op basis van de oude regeling bedroeg op 01-01-1999 15 weken (49 jaar en 11 jaar in dienst). Art. H-54 CAO-BVE geeft de werknemer recht op een opzegtermijn van 3 maanden. Dientengevolge geldt voor de werknemer de langere opzegtermijn van 15 weken waarbij conform art. H-53 CAO-BVE dient te worden opgezegd tegen de eerste van de maand. Ingangsdatum van ontslag is geconverteerd.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-05-2004
102520 Beroep tegen opzegtermijn BVE
Werknemer heeft geen bezwaar tegen de ontslagbeslissing als zodanig maar meent dat de werkgever een onjuiste opzegtermijn heeft toegepast. De Commissie overweegt dat ingevolge het bepaalde in art. H-55 CAO-BVE gekeken dient te worden naar de leeftijd en de duur van het dienstverband op 1 januari 1999. Het gaat om een fixatie van de onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling voor de werknemer geldende opzegtermijn, waarbij niet van belang is of die langere termijn is gebaseerd op de CAO, de wet of de overeenkomst. De voor de werknemer geldende opzegtermijn op basis van de oude regeling bedroeg op 01-01-1999 14 weken (46 jaar en 18 jaar in dienst). Art. H-54 CAO-BVE geeft de werknemer recht op een opzegtermijn van 3 maanden. Dientengevolge geldt voor de werknemer de langere opzegtermijn van 14 weken waarbij conform art. H-53 CAO-BVE dient te worden opgezegd tegen de eerste van de maand. Ingangsdatum ontslag is geconverteerd.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-04-2004
102499 - Uitspraak in vereenvoudigde behandeling BVE
Werknemer is ontslagen wegens opheffing van de betrekking. Hij bestrijdt enkel de gehanteerde opzegtermijn. Hij meent dat het overgangsrecht van art. H-55 CAO-BVE op hem van toepassing is en gaat bij de berekening van de opzegtermijn uit van leeftijd en duur van het dienstverband op de dag van de opzegging. De Commissie overweegt dat ingevolge het bepaalde in art. H-55 CAO-BVE gekeken dient te worden naar de leeftijd en de duur van het dienstverband op 1 januari 1999. Het gaat om een fixatie van de onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling voor de werknemer geldende opzegtermijn, waarbij niet van belang is of die langere termijn is gebaseerd op de CAO, de wet of de overeenkomst. De voor de werknemer geldende opzegtermijn op basis van de oude regeling bedroeg op 01-01-1999 12 weken (49 jaar en 8 jaar in dienst). Art. H-54 CAO-BVE geeft de werknemer recht op een opzegtermijn van 3 maanden. Dientengevolge geldt voor de werknemer een opzegtermijn van 3 maanden. De werkgever heeft zelfs een langere opzegtermijn gehanteerd.
Beroep kennelijk ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-03-2004
102500 - Beroep tegen fictief ontslagbesluit dan wel expliciete weigering om aan de herbenoemingverplichting te voldoen
De werknemer is ontslagen op grond van blijvende arbeidsongeschiktheid per 01-02-2002. De werknemer heeft vervolgens enkele malen de werkgever benaderd met het verzoek om hem te herplaatsen. De werkgever wenst hiertoe niet over te gaan. In artikel 4.1.5. WEB juncto artikel N-1 CAO-BVE is limitatief opgenomen tegen welke beslissingen een werknemer beroep kan instellen bij de Commissie. De weigering om een gewezen werknemer een functie aan te bieden en de weigering om in te gaan op een loonvordering vallen hier niet onder. Wel is op grond van genoemde artikelen beroep mogelijk tegen een beslissing inhoudende ontslag. De werkgever betwist echter dat sprake is van een arbeidsovereenkomst die zou zijn ingegaan op 01-02-2002 waarmee hij voorts ontkent dat een ontslagbeslissing is genomen. De Voorzitter oordeelt dat derhalve geen beslissing is genomen, gericht op de beëindiging van een arbeidsovereenkomst.Hiermee is geen sprake van een voor beroep vatbare beslissing.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-03-2004
102452 Beroep tegen opzegtermijn ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
De werkgever heeft de werkneemster op 24-09-2003 ontslag aangezegd met ingang van 19-02-2004. De werknemer berust in het ontslag maar maakt aanspraak op een langere opzegtermijn. Zij stelt dat de werkgever op grond van artikel H-53 CAO-BVE tegen de eerste van de maand moet opzeggen. Voorts is volgens de werkneemster het overgangsrecht uit artikel H-55 CAO-BVE op haar van toepassing.
De Commissie oordeelt dat het dienstverband volgens art. H-53 CAO-BVE de eerste dag van een maand dient te eindigen. De formulering van art. H-55 CAO-BVE is ondubbelzinnig. Aan te nemen valt dat het gaat om een fixatie van de onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling voor de werknemer geldende opzegtermijn, waarbij niet van belang is of die langere termijn is gebaseerd op de CAO, de wet of de overeenkomst. Het niet in acht nemen van de juiste opzegtermijn dient volgens vaste jurisprudentie van de Commissie te leiden tot conversie van de ontslagdatum. Omdat in casu herstel van de opzegtermijn met terugwerkende kracht naar een eerder tijdstip dan 19-02-2004 tot een onredelijk resultaat zou leiden, zal de conversie inhouden dat de ontslagdatum wordt vastgesteld op 01-03-2004, zijnde de eerste dag ná 19-02-2004 waartegen kon worden opgezegd.
Beroep ongegrond met conversie ontslagdatum.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-03-2004
102430 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid
Werknemer is eind 2000 getroffen door een hersenbloeding en ontvangt een WAO-uitkering naar een klasse van 80-100%. UWV heeft een negatief functiegeschiktheidsadvies gegeven. Volgens de werknemer houdt de werkgever een gesprek over reïntegratiemogelijkheden af.
Herplaatsing van werknemer in een passende functie is volgens de Commissie, gelet op zijn ernstige medische beperkingen en gelet op de ervaringen tijdens zijn werkzaamheden op arbeidstherapeutische basis, niet mogelijk. Werkgever heeft zich voldoende ingespannen om de herplaatsingsmogelijkheden van de werknemer te onderzoeken.
De Commissie concludeert dat de werkgever heeft voldaan aan de verplichtingen ingevolge art. 7: 658a BW, art. 20 BZA en art. H-57d CAO-BVE.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-03-2004
102450 - Berisping wegens afwezigheid bij cursus en wegens ongeldig BAPO-gebruik; BVE
Docent heeft zijn leidinggevende vooraf medegedeeld niet aanwezig te zullen zijn bij de cursus vanwege detacheringswerkzaamkeheden. Leidinggevende was sinds kort in functie en was niet op de hoogte van de detachering. De werkgever stelt dat er plichtsverzuim is omdat de werknemer zijn leidinggevende onjuist heeft geïnformeerd over zijn detacherings- werkzaamheden. De Commissie oordeelt dat niet gebleken is dat de werknemer zijn leidinggevende onjuist heeft geïnformeerd. De werknemer is wel erg makkelijk omgegaan met het uitdrukkelijke verzoek van zijn leidinggevende om deel te nemen aan de cursus maar anderzijds kan niet gezegd worden dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan plichtsverzuim, nu zijn leidinggevende zonder nader te informeren geen bezwaar heeft gemaakt tegen de mededeling dat hij niet aanwezig zou zijn. Docent maakt reeds 2 jaar gebruik van de BAPO-regeling zonder dat hij daarvoor betaalt door inhouding op zijn salaris. De Commissie oordeelt dat gelet op de gebrekkige en vertraagde communicatie van de werkgever ten aanzien van de BAPO-aanvraag van de werknemer, in combinatie met het gegeven dat de direct leidinggevende van de werknemer het BAPO-gebruik niet heeft doorgegeven, niet kan worden geconcludeerd dat de werknemer zich heeft schuldig gemaakt aan plichtsverzuim.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-02-2004
102334 - Beroep tegen einde verlengd tijdelijk dienstverband BVE
Werknemer is sedert 1990 in tijdelijke dienst wegens onbevoegdheid. Artikel H-11 onder b CAO-BVE bepaalt dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt aangegaan indien de werknemer niet voldoet aan de wettelijke benoembaarheidsvereisten als genoemd in de artikelen 4.2.1 en 4.2.2 WEB. Vaststaat dat de werknemer niet beschikt over een bewijs van voldoende didactische bekwaamheid. De Commissie oordeelt dat een werknemer die niet voldoet aan de wettelijke benoembaarheidsvereisten, in afwijking van art. 7:668a BW, niet in vaste dienst kan worden benoemd. Artikel H-17, op grond waarvan ten hoogste zes opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen worden aangegaan, is niet van toepassing op tijdelijke arbeidsovereenkomsten ex artikel H-11 CAO-BVE. De brief van de werkgever waartegen het beroep is gericht, is slechts een mededeling dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt en niet zal worden verlengd. Daartegen staat geen beroep open.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-02-2004
102322 Beroep tegen einde verlengd tijdelijk dienstverband, in feite ontslag BVE
Appellante stelt in vaste dienst van de werkgever te zijn omdat er geen sprake is van contractactiviteiten of activiteiten van kennelijk tijdelijke aard en er dus op grond van de CAO-BVE geen tijdelijk dienstverband mogelijk was. De Commissie concludeert dat dit juist is. Appellante verrichtte reguliere werkzaamheden die niet vallen onder het begrip contractactiviteiten als bedoeld in art. H-12 c CAO-BVE, dit conform het bepaalde in de toelichting op art. H-12 CAO-BVE en in art. 2.3.4 WEB. Aldus is appellante in vaste dienst en komt de bestreden beslissing neer op een ontslag, waarvoor geen grond aanwezig was.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-02-2004
102388 - Beroep tegen overplaatsing; BVE
Werknemer was docent aan instituut van werkgever dat praktijkopleiding verzorgt. In verband met klachten over functioneren is werknemer overgeplaatst. De interne bezwarencommissie oordeel de overplaatsing niet redelijk. De Commissie overweegt dat de werkgever noch de Commissie gebonden zijn aan het advies van de interne bezwarencommissie. De werkgever had echter zorgvuldig gehandeld als hij had aangegeven waarom van het advies is afgeweken. Gezien de inhoud van het plan van aanpak dat door de werkgever in samenspraak met het desbetreffende instituut is opgesteld en gelet op de samenwerkingsproblematiek van de werknemer met zijn direct leidinggevende, heeft de werkgever in redelijkheid kunnen beslissen tot overplaatsing van de betrokken werknemer. De Commissie neemt daarbij in aanmerking dat de overplaatsing geen rechtspositionele consequenties heeft nu deze geschiedt met behoud van de bestaande arbeidsvoorwaarden.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-02-2004
102423 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
Werkneemster is docente. UWV heeft een negatief functie-ongeschiktheidsadvies afgegeven. De werkgever heeft dit advies niet gevolgd. De Commissie oordeelt dat is voldaan aan de vereisten van artikel 20 BZA en artikel H-57 sub d CAO-BVE. De werkgver kan afwijken van een negatief functie-arbeidsongeschiktheidsadvies van het UVW USZO omdat dit ingevolge artikel 20 lid 6 BZA de status van een medisch advies heeft. Nu aan appellante alsnog met terugwerkende kracht door het UVW USZO een WAO-uitkering is toegekend naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 55-65% acht de Commissie het aannemelijk dat herstel binnen 6 maanden niet te verwachten is. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-01-2004
102431 - Beroep tegen een schorsing als ordemaatregel
Werkgever schorst vanwege het voornemen tot onvrijwillige beëindiging wegens plichtsverzuim.
Werknemer werkt op twee locaties en heeft zich ziek gemeld. Vervolgens werkt hij wel op een van de locaties. De werkgever en de werknemer verschillen van inzicht over het rooster van de werknemer en de werkgever meent dat de werknemer zijn ziekmelding als drukmiddel gebruikt. De Commissie overweegt dat het op grond van art. 3 BZA mogelijk is dat een werknemer voor een deel van zijn betrekking met ziekteverlof is. Indien werkgever en werknemer van inzicht verschillen over de omvang van het ziekteverlof, kan hierover slechts uitsluitsel worden verkregen door een uitspraak van de bedrijfsarts. De werkgever heeft nagelaten het punt van de gedeeltelijke ziekmelding bij de bedrijfsarts aan de orde te stellen. Derhalve moet worden aangenomen dat de werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt was zodat er geen sprake is van plichtsverzuim. Na de gedeeltelijke ziekmelding heeft de werknemer zich ziek gemeld voor het geheel van zijn betrekking. Derhalve lag het op dat moment niet in de lijn der verwachting dat de werknemer binnen afzienbare termijn zijn werkzaamheden weer zou gaan verrichten. Hiermee ontbrak op dat moment de noodzaak tot schorsing. De werkgever had de volledige ziekmelding als adempauze kunnen gebruiken om het verschil van mening over de - omvang van de - ziekmelding middels een oordeel van de bedrijfsarts te beslechten.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-01-2004
102341 Beroep tegen ontslag wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid
De werknemer meent dat het herplaatsingsonderzoek gebreken vertoont en dat niet is aangetoond dat er geen reële herplaatsingmogelijkheden zijn. De commissie overweegt dat een zorgvuldig onderzoek volgens de toelichting op artikel 20 BZA inhoudt dat de werknemer bij het onderzoek wordt betrokken en in de diverse stadia ervan zijn of haar mening kan geven. Voorts dient volgens de toelichting het begrip reële herplaatsingsmogelijkheden ruim geïnterpreteerd te worden en mag van de werkgever verwacht worden dat hij, voor zover redelijkerwijs te vergen, zo nodig tot herschikking van de hem bestaande functies overgaat, dan wel aanpassingen van functies en/of werkplek tot stand brengt of laat brengen. De werkgever heeft ter zitting erkend dat het herplaatsingsonderzoek gebreken heeft vertoond. Het onderzoek is na de feitelijke ontslagdatum alsnog in volle omvang gestart en was ten tijde van de zitting nog gaande. De Commissie oordeelt dat de werkgever onvoldoende heeft onderzocht of er voor de werknemer reële herplaatsingsmogelijkheden zijn zodat hij in strijd met artikel 20 BZA heeft gehandeld.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-01-2004
102414 - Beroep tegen schorsing bij wijze van ordemaatregel en ontslag wegens plichtsverzuim; BVE
De werkgever stelt dat de werknemer bij een voorval een leerling heeft geslagen. Omdat sprake is van eerdere incidenten besluit de werkgever over te gaan tot schorsing en ontslag. De werknemer ontkent op enig moment geweld tegen een leerling te hebben gebruikt. De werkgever is bij zijn besluitvorming afgegaan op schriftelijk afgelegde verklaringen van de werknemer zelf, drie medeleerlingen en een collega-docent. De verklaringen zijn niet geheel gelijkluidend en bieden geen eenduidige schets van hetgeen zich zou hebben voorgedaan.De Commissie is van oordeel dat, nu aan de gedraging van de werknemer de zwaarst denkbare disciplinaire maatregel van ontslag verbonden wordt, geen twijfel behoort te bestaan over de toedracht van het voorval. Nu dit wel het geval is, oordeelt de Commissie dat onvoldoende is aangetoond dat de werknemer de leerling heeft geslagen, zodat de aan de bestreden beslissingen ten grondslag gelegde feiten onvoldoende vaststaan. Derhalve kan niet worden geconcludeerd tot plichtsverzuim.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-12-2003
102329 - Beroep tegen einde verlengd tijdelijk dienstverband BVE
Werknemer is sedert 1990 in tijdelijke dienst wegens onbevoegdheid. Artikel H-11 onder b CAO-BVE bepaalt dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt aangegaan indien de werknemer niet voldoet aan de wettelijke benoembaarheidsvereisten als genoemd in de artikelen 4.2.1 en 4.2.2 WEB. Vaststaat dat de werknemer niet beschikt over een bewijs van voldoende didactische bekwaamheid. De Commissie oordeelt dat een werknemer die niet voldoet aan de wettelijke benoembaarheidsvereisten niet in vaste dienst kan worden benoemd. Artikel H-17, op grond waarvan ten hoogste zes opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen worden aangegaan, is niet van toepassing op tijdelijke arbeidsovereenkomsten ex artikel H-11 CAO-BVE. De brief van de werkgever waartegen het beroep is gericht, is slechts een mededeling dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd en niet zal worden verlengd. Daartegen staat geen beroep open.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-12-2003
102325 - Beroep tegen beëindiging verlengd tijdelijke uitbreiding BVE
De Commissie concludeert dat geen sprake is van overschrijding van de maximumduur van drie jaar noch van meer dan zes opeenvolgende contracten zodat de tijdelijke uitbreiding geen deel is gaan uitmaken van het vaste dienstverband van de werknemer. Aldus is de laatste tijdelijke uitbreiding van rechtswege geëindigd door het verstrijken van de termijn waarvoor de uitbreiding was aangegaan.Tegen de mededeling van de werkgever dat de tijdelijke uitbreiding van rechtswege eindigt, staat geen beroep open.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-12-2003
102365 - Beroep tegen einde verlengd tijdelijk dienstverband zij-instromer BVE
Werkneemster is zij-instromer en stelt dat de duur van het dienstverband dient te worden gekoppeld aan de nog lopende tripartiete overeenkomst zij-instromer waarin onder meer is bepaald dat haar een redelijk aantal lesuren dienen te worden opgedragen. De Commissie oordeelt dat geen sprake is van een resultaatsverplichting doch van een inspanningsverplichting zodat de werkgever niet gehouden kan worden aan een verplichting om de werknemer in dienst te houden. Verlengd tijdelijk dienstverband is van rechtswege geëindigd. Beroep niet-ontvankelijk bij gebreke van een voor beroep vatbare beslissing.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-10-2003
102328 - Beroep tegen een beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband.
Appellante was bij het ROC werkzaam als docente, eerst via uitzendbureau, vervolgens op basis van arbeidsovereenkomst met de werkgever. Appellante stelt dat zij na 3 jaar recht heeft op een dienstverband voor onbepaalde tijd. De werkgever stelt dat de periode waarin appellante werkzaam was via het uitzendbureau niet meetelt voor de berekening van de maximumperiode van drie jaar als bedoeld in artikel H-14 CAO-BVE en dat het tijdelijk dienstverband zodoende van rechtswege is geëindigd. De Commissie acht zich bevoegd van het beroep kennis te nemen nu appellante stelt dat er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Gelet op het bepaalde in art. 7:668a lid 2 BW telt de arbeidsovereenkomsten met het uitzendbureau mee voor de berekening van de maximumtermijn van 3 maanden. De perioden waarin appellante niet feitelijk werkzaam is geweest, worden ingevolge art. H-15 lid 2 CAO-BVE en in afwijking van het bepaalde in artikel 7:668a lid 1 BW, niet meegerekend. Aldus is de maximumtermijn van drie jaar niet overschreden zodat het dienstverband van rechtswege is geëindigd en er geen sprake is van een voor beroep vatbaar besluit.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-10-2003
102382 - Beroep tegen beweerd onthouden van promotie
Uitspraak in vereenvoudigde behandeling.
Beroep is gericht tegen de mededeling van de werkgever dat de werkzaamheden van appellant geen plaatsing in een schaal 11-functie rechtvaardigen. Volgens appellant is deze mededeling een onthoudening van promotie/bevordering. De bestreden mededeling kan naar het oordeel van de Voorzitter niet worden aangemerkt als een besluit tot het direct of indirect onthouden van promotie/bevordering. Dit laatste betreft de beslissing van van de wekgever om de werknemer die het maximum van de hoogste aanloopschaal heeft bereikt, te laten overgaan naar de bij de functie behorende maximumschaal. Beroep niet gericht tegen een voor beroep vatbaar besluit.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-09-2003
102339 Beroep tegen ontslag onbekwaamheid/ongeschiktheid dan wel andere redenen van gewichtige aard (H-54 b en e CAO-BVE)
Verweer van werknemer tegen voornemen tot ontslag is tardief zodat niet meenemen van dit verweer in de definitieve ontslagbeslissing niet kan leiden tot gegrondheid van het beroep.
Definitieve ontslagbeslissing is verzonden binnen de termijn waarin nog kon worden medegedeeld dat verweer zou worden gevoerd. Een juiste, regelmatige opzegging kon de werkneemster ten vroegste op 02-05-2003 hebben bereikt, zodat met inachtneming van de geldende opzegtermijn eerst tegen 01-09-2003 in plaats van tegen 01-08-2003 kon worden opgezegd. De Commissie converteert de opzegging naar een rechtsgeldige opzegging zodat aan de beslissing de werking toekomt van een geldige rechtshandeling, indien gedaan. Ten aanzien van de ontslaggrond(den) overweegt de Commissie dat, nu een reïntegratie van appellante is uitgebleven en zij reeds ruim 5 jaar niet meer werkzaam is voor de werkgever, het van de werkgever niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst langer te laten voortduren, hetgeen een ontslag om redenen van gewichtige aard oplevert. Hierdoor kan de ontslaggrond onbekwaamheid/ongeschiktheid achterwege blijven.
Beroep ongegrond met dien verstande dat het ontslag een maand later ingaat.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-09-2003
102357 - Beroep tegen weigering om af te wijken van overeengekomen tijdstip gebruikmaking FPU
Uitspraak Voorzitter in vereenvoudigde behandeling. De voor beroep vatbare beslissingen zijn limitatief opgesomd in art. 4.1.5 WEB en art. N-1 CAO-BVE. Daaronder valt niet een enkele beslissing van de werkgever met betrekking tot een met de werknemer overeengekomen tijdstip om met FPU te gaan, zonder dat sprake is van een ontslagbesluit.
Commissie kennelijk onbevoegd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-09-2003
102304 - Beroep tegen ontslag op grond van artikel 7:670b lid 3 BW
Werkneemster is tijdens ziekteverlof zonder toestemming van de bedrijfsarts naar het buitenland vertrokken. De werkgever heeft verschillende pogingen gedaan om met haar in contact te komen. Nadat de werkneemster is teruggekeerd in Nederland en geen contact heeft opgenomen, heeft de werkgever haar ontslagen. Werkneemster stelt dat de voornemenprocedure van artikel H-43 niet in acht is genomen; werkgever meent dat dit niet noodzakelijk was nu het geen van de in de CAO-BVE genoemde ontslaggronden betreft. De Commissie overweegt dat art. H-54 een limitatieve opsomming bevat van de gronden voor opzegging door de werkgever. Het ontslag is naar het oordeel van de Commissie gegrond op artikel H-54 onder e. CAO-BVE, "andere redenen van gewichtige aard". Derhalve had de werkgever de werkneemster in de gelegenheid moeten stellen verweer te voeren, hetgeen niet is gebeurd.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-01-2003
102314 Ontslag wegens onvoldoende functioneren/plichtsverzuim en Ontslag gebaseerd op twee gronden: onvoldoende functioneren en plichtsverzuim.
Nadat coachingstraject had plaatsgevonden is er geen overleg tussen werkgever en de werkneemster geweest. Gesprek waarvoor werkneemster was uitgenodigd had als doel het meedelen dat voorzetting van het dienstverband niet aan de orde kon zijn. De Commissie acht het onzorgvuldig dat dergelijke besluitvorming reeds voor het gesprek met betrokkene heeft plaats gevonden. Hierdoor is zij niet in de gelegenheid geweest haar visie op de laatste stand van zaken te geven noch om invloed uit te oefenen op de besluitvorming van de werkgever. Werkgever heeft ook verzuimd de verweerprocedure ex art. H-43 CAO-BVE te volgen. Daarenboven valt niet in te zien waarom verweerder de blijkbaar langer bestaande klachten over plichtsverzuim heeft geaccepteerd zonder enige maatregel te treffen om daaraan een einde te maken.
Werkgever heeft nagelaten werkneemster voldoende op de hoogte te brengen van de blijkbaar bij de werkgever heersende opvatting over de aard en ernst van de klachten over haar functioneren. Werkgever heeft in de ontslagbeslissing onvoldoende gemotiveerd waaruit het onvoldoende functioneren alsmede het plichtsverzuim van de werkneemster zou bestaan.
Beslissing onzorgvuldig tot stand gekomen en onvoldoende gemotiveerd.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-08-2003
102307 - Tussentijds ontslag uit een tijdelijk dienstverband
De werknemer is tussentijds ontslagen uit een dienstverband voor bepaalde tijd. Artikel 7:667 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een dienstverband voor bepaalde tijd slechts tussentijds kan worden opgezegd als deze mogelijkheid voor beide partijen (werkgever en werknemer) schriftelijk is overeengekomen. De Commissie overweegt dat in de CAO dan wel de arbeidsovereenkomst een als zodanig kenbare bepaling hierover dient te zijn opgenomen. De werkgever heeft desgevraagd aangegeven dat in de CAO-BVE enige artikelen zijn opgenomen die de juridische basis vormen voor het ontslag, namelijk de artikelen H-48 onder a, H-49 lid 1, H-50, H-51 onder a en H-54 onder b.
De Commissie overweegt dat deze artikelen alle handelen over het einde van de dienstbetrekking door opzegging in het algemeen. De mogelijkheid om een dienstverband voor bepaalde tijd tussentijds op te zeggen is niet in de CAO opgenomen. Evenmin bevat de arbeidsovereenkomst van de werknemer hierover een bepaling.
Aldus heeft de werkgever in strijd met artikel 7:667 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek tussentijds opgezegd zodat het beroep zodat het beroep om die reden reeds gegrond verklaard dient te worden.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-08-2003
102294 - Tussentijds ontslag tijdelijk dienstverband
Tussentijds ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulde betrekking. Art. 7:667 lid 3 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een dienstverband voor bepaalde tijd slechts tussentijds kan worden opgezegd als deze mogelijkheid voor beide partijen schriftelijk is overeengekomen. Desgevraagd heeft de werkgever ter zitting bevestigd dat van een dergelijke overeenkomst bij het aangaan van het dienstverband geen sprake is. De werkgever heeft daarbij gesteld dat partijen wel overeengekomen zijn om in onderling overleg alsnog tot beëindiging van het dienstverband over te gaan. De werknemer heeft dit echter weersproken. Nu de werkgever geen schriftelijk bewijs van een beëindigingsovereenkomst heeft overgelegd volgt de Commissie de werknemer in haar visie dat er geen sprake is van een dergelijke overeenkomst. Opzegging in strijd met art. 7:667 lid 3 BW. Het beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-08-2003
102372 - Verzoek voorlopige voorziening
De werkneemster is uit een deel van de betrekking ontslagen. In geschil is of dit deel vast of tijdelijk is. Werkneemster vreest dat indien herstel van het dienstverband volgt er onvoldoende werkzaamheden voor haar zullen zijn en vraagt voortzetting van haar werkzaamheden. De voorzitter weigert de gevraagde voorziening omdat er geen spoedeisend belang is: indien het beroep van de werkneemster in de bodemprocedure gegrond verklaard wordt, dan zal de werkgever bij herstel van de betrekkingsomvang betrokkene met passende werkzaamheden dienen te belasten zodat zich daarmee voor haar geen onherstelbaar nadeel zal voordoen. Indien de werkgever, zoals aangekondigd, besluit tot het niet-herstellen van het dienstverband kan de werkneemster hierop nader actie ondernemen. Het voert naar het oordeel van de Voorzitter te ver spoedeisend belang aanwezig te achten louter vanwege het feit dat deze laatste situatie zich mogelijk zou kunnen voordoen. Gesteld noch gebleken is dat de werkneemster in afwachting van de uitkomst van de bodemprocedure grote financiële schade lijdt of kan lijden.
De Voorzitter weigert de gevraagde voorziening.
De complete tekst kunt u hier dowloaden.
08-07-2003
102326 - Beroep tegen mededeling dat verlengd tijdelijk dienstverband eindigt
Uitspraak in vereenvoudigde behandeling.
Het tijdelijk dienstverband eindigt van rechtswege door het verstrijken van de tijd waarvoor het is aangegaan. De CAO-BVE schrijft geen opzegging voor. De brief waartegen het beroep is gericht, is derhalve een mededeling dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt. Tegen een dergelijke mededeling, die geen beëindigingshandeling is, staat geen beroep open.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-07-2003
102324 - Beroep tegen mededeling dat verlengd tijdelijk dienstverband eindigt
Uitspraak in vereenvoudigde behandeling.
Tijdelijk dienstverband dat drie maal is verlengd. Ingevolge art. 7:668a lid 5 BW jo H-16a CAO-BVE kunnen ten hoogste 6 opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd worden aangegaan zonder dat sprake is van een vast dienstverband. De tijdelijke arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege door het verstrijken van de tijd waarvoor zij is aangegaan. De CAO-BVE schrijft geen opzegging voor. De brief waartegen het beroep is gericht is derhalve een mededeling dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt. Tegen een dergelijke mededeling, die geen beëindigingshandeling is, staat geen beroep open. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-07-2003
102293 - Beroep tegen mededeling dat verlengd tijdelijk dienstverband eindigt
Uitspraak in vereenvoudigde behandeling.
De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege door het verstrijken van de termijn waarvoor zij is aangegaan. De CAO-BVE schrijft geen opzegging voor. De brief waartegen het beroep is gericht, kan derhalve slechts worden aangemerkt als een mededeling dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt. Tegen een dergelijke mededeling, die geen beëindigingshandeling is, staat geen beroep open.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
03-07-2003
102272 - Beroep tegen disciplinaire schorsing
Appellant is docent en is geschorst vanwege twee incidenten met leerlingen waarbij volgens de werkgever bewust fysiek geweld is gebruikt en een denigrerende opmerking is gemaakt. De Commissie is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat appellant bewust fysiek geweld heeft gebruikt. Wel acht de Commissie plichtsverzuim aanwezig omdat appellant het risico heeft genomen dat hij een leerling in het gezicht raakt en omdat hij tegenover een andere leerling een beledigende opmerking heeft gemaakt. De schorsing in verband daarmee wordt buitenproportioneel geacht: er kan niet worden gezegd dat er sprake was van bewust fysiek geweld; één incident dateert van twee maanden vóór de schorsing en was reeds de volgende dag naar tevredenheid opgelost.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-06-2003
102274 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid met herplaatsing eigen functie voor 0,7 FTE.
Werkneemster is docent en voert aan dat zij, gelet op BAPO-verlof en seniorenregeling, in staat is voor 1 FTE werkzaam te zijn. De wijze waarop het functie-ongeschiktheidsonderzoek heeft plaatsgevonden, namelijk zonder dat daarover met werkneemster door USZO of bedrijfsarts contact is opgenomen, alsmede de wijze waarop de werkgever zich een oordeel heeft gevormd over de herplaatsingsmogelijkheden van de werkneemster, namelijk zonder advies van de arbeidskundige, zijn bepaald door het gegeven dat de werkgever er vanuit ging dat werkneemster akkoord ging met ontslag en herplaatsing voor 0,7 FTE. Dit akkoord wordt echter betwist en er is geen verslag van een beweerd overleg daarover met werkneemster. De werkgever beschikt niet over stukken waaruit zorgvuldig herplaatsingsonderzoek blijkt. Strijd met art. 20 BZA.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-06-2003
102235 - Beroep tegen tussentijdse beëindiging tijdelijk dienstverband op eigen verzoek
Appellant heeft zijn werkgever verzocht hem ontslag te verlenen, waarna de werkgever hem per brief van 30-01-2002 heeft ontslagen om gewichtige redenen, art H-54 onder e CAO-BVE. Bijna 3 maanden later bericht de advocaat van appellant de werkgever dat appellant het niet eens is met de inhoud van de brief van 30-01-2002. Weer 4 maanden later vinden besprekingen plaats waarna de werkgever bij brief van 29-11-2002 de gang van zaken heeft weergegeven. Tegen laatstgenoemde brief richt zich het beroep. De Commissie oordeelt het beroep niet-ontvankelijk: de brief van 29-11-2002 is geen ontslagbeslissing en het beroep is niet gericht tegen de ontslagbrief van 30-01-2002. Zelfs indien het beroep was gericht tegen de ontslagbeslissing van 30-01-2002, dan was het ook niet-ontvankelijk, enerzijds omdat er dan sprake zou zijn van niet-verschoonbare termijnoverschrijding, anderzijds omdat tegen een ontslag op eigen verzoek geen beroep open staat.
Beroep niet-ontvankelijjk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-04-2003
102225 - Beroep tegen overplaatsing in BVE-instelling
Beroep gericht tegen beslissing waarbij overplaatsingsbesluit na bezwaar wordt gehandhaafd. Overschrijding beroepstermijn.
In bestreden beslissing is de beroepsmogelijkheid niet vermeld. Op verzoek van de raadsman van appellant deelt de werkgever nog binnen de beroepstermijn van 6 weken, naam en adres van de Commissie mede. De werkgever vermeldt daarbij dat afgesproken wordt dat de beroepstermijn van 6 weken loopt vanaf deze mededeling. De Commissie overweegt ambtshalve dat zij op grond van art. N-1 aanhef en onder f CAO-BVE bevoegd is om kennis te nemen van een beroep tegen een beslissing tot overplaatsing naar een andere locatie van de instelling. Nu de werkgever in het oorspronkelijk overplaatsingsbesluit de mogelijkheid van beroep niet heeft genoemd doch wel de mogelijkheid van bezwaar heeft genoemd, van welke mogelijkheid de werknemer vervolgens gebruik gemaakt heeft, is de Commissie van oordeel dat tegen het besluit waarbij het bezwaar ongegrond verklaard wordt, redelijkerwijze beroep dient open te staan. De Commissie onderzoekt ambtshalve of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De beroepstermijn is niet ter vaststelling aan partijen. Nu de gemachtigde van appellant rechtskundig raadsman is en hij nog binnen de geldende beroepstermijn in kennis is gesteld van de beroepsmogelijkheid, -instantie en -termijn, kan niet worden gezegd dat hij er in redelijkheid op heeft kunnen vertrouwen dat beroep kon worden ingesteld binnen 6 weken na deze mededeling.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-03-2003
102190 Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid
Werknemer is assistent beheerder open leercentrum. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst beëindigd zonder inachtneming van een opzegtermijn en zelfs met terugwerkende kracht. Strijd met de CAO. Beroep reeds om die reden gegrond. Ten overvloede overweegt de Commissie dat niet is gebleken dat de gestelde feiten het ontslag kunnen dragen: werkgever heeft onvoldoende onderbouwd dat werknemer onbekwaam/ongeschikt zou zijn voor de vervulde functie.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-02-2003
102147 Beroep tegen van rechtswege eindigen tijdelijk dienstverband.
Het van rechtswege eindigen valt niet onder de voor beroep vatbaar besluiten genoemd in artikel 4.1.5. lid 1WEB. Werknemer heeft voorts niet gesteld dat de betrekking in vaste dienst had dienen te zijn. Toezeggingen van de werkgever tot voortzetting van het dienstverband kunnen niet door de Commissie getoetst worden.
De Commissie niet bevoegd kennis te nemen van het beroep.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-02-2003
102014 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid
De werknemer is docent en stelt dat het ontslag is gegeven wegens arbeidsongeschiktheid en herstel binnen zes maanden te verwachten is. Partijen zijn het eens over onbekwaamheid/ongeschiktheid van werknemer voor functie van docent. Commissie constateert dat werknemer is hersteld verklaard door de bedrijfsarts, welk oordeel is gestaafd door een second opinion. Derhalve geen medische gronden aanwezig zodat de gehanteerde ontslaggrond juist. Voorts heeft de werkgever de werknemer voldoende ondersteund in het vinden van ander passend werk.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-01-2003
102104 Reorganisatieontslag TOA
Volgens het reorganisatieplan dient de functiecategorie TOA met 1 FT te worden ingekrompen. Volgens de overeengekomen afvloeiingscriteria komt degene met de minste diensttijd het eerst voor gedwongen ontslag in aanmerking. Twee collega-TOA's hebben een geringere diensttijd en zijn niet ontslagen omdat zij per datum van inkrimping zijn benoemd tot instructeur. De functiecategorie instructeur komt niet voor in het reorganisatieplan en de werkgever laat de instructeursfunctie rusten op de TOA-formatie. De Commissie is van oordeel dat de benoemingen tot instructeur ten tijde van de vaststelling van het reorganisatieplan voorzienbaar waren en daarin hadden moeten zijn verwerkt. Nu dit niet het geval is, wordt uitgegaan van de TOA-formatie zoals opgenomen in het reorganisatieplan en is werkneemster binnen die formatie niet degene met de minste diensttijd in het onderwijs zodat zij niet voor ontslag in aanmerking komt.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-01-2003
102230 - Verzoek voorlopige voorziening opheffing schorsing
Werkgever heeft werkneemster - coördinator van een afdeling - geschorst op grond van art. H-38 CAO-BVE omdat hem signalen hebben bereikt over de wijze waarop zij de financiële gang van zaken op haar afdeling heeft vormgegeven. De werkneemster ontkent de noodzaak tot schorsing en wenst inzage in een door de werkgever gemaakte rapportage. De werkneemster is hiervoor al geschorst op grond van artikel H-37 van de CAO-BVE. De voorzitter oordeelt dat de CAO-BVE toestaat dat een schorsing gebaseerd op artikel H-37 wordt gevolgd door een schorsing op grond van artikel H-38. Voorts is voldoende aannemelijk geworden dat er op de afdeling van de werkneemster sprake was van onprofessionele behandeling van geldstromen en daarmee gepaard gaande vraagtekens die door medewerkers van de afdeling zijn gezet bij het functioneren van de werkneemster. Werkneemster heeft nog geen verantwoording afgelegd over haar handelwijze. Dit is voldoende ernstig om schorsingsbesluit te dragen. Inzage in interne rapportage is in de huidige stand van zaken nog niet aan de orde.
Gevraagde voorziening wordt geweigerd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-01-2003
102024 - Beroep tegen berisping; BVE
Berisping is opgelegd omdat de docent opmerkingen zou hebben gemaakt jegens een leerlinge die ondoordacht zijn, de grenzen van het betamelijke overschrijden en daardoor onacceptabel zijn voor een docent. De werknemer erkent de gewraakte opmerkingen te hebben geuit doch wijst op de context waarin hij deze heeft gemaakt.
De Commissie overweegt dat er sprake is van plichtsverzuim doch acht de opgelegde maatregel niet proportioneel nu het een drietal opmerkingen betreft die zich in een lange tijdspanne hebben voorgedaan en er geen sprake lijkt te zijn van een structurele handelwijze van de werknemer.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-12-2002
102027 - Beroep tegen niet-verlengen verlengd tijdelijk dienstverband
Werkgever verwijst naar artikel 7:668a BW en stelt dat het dienstverband van rechtswege is geëindigd. De Commissie constateert dat de eerste akte van benoeming is gebaseerd op het bepaalde in artikel H-12 onder a CAO-BVE, namelijk een eerste tijdelijk dienstverband. Vervolgens is het dienstverband door de werkgever verlengd op grond van artikel H-13 CAO-BVE, Omdat het dienstverband vervolgens weer doorliep, werknemer eerst na maanden een schriftelijke bevestiging ontving omtrent de verlenging van het tijdelijk dienstverband en de werkgever ter zitting heeft beaamd dat er geen sprake was van vervangingswerkzaamheden of van werkzaamheden van kennelijk tijdelijke aard, concludeert de Commissie dat werknemer kennelijk goed functioneerde en het dienstverband zodoende na een periode van twee jaar is omgezet in een vast dienstverband zodat er sprake is van een ontslagbesluit dat op verkeerde gronden berust.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-11-2002
102117 - Beroep tegen overplaatsing
De CAO geeft aan dat beroep kan worden ingesteld tegen een overplaatsing in het kader van de bestuursaanstelling. Het begrip bestuursaanstelling is bij de invoering van de WEB niet gehandhaafd. Nu de CAO, nadat de WEB in 1996 is ingevoerd, nog steeds hetzelfde begrip hanteert, dient het ervoor gehouden te worden dat de bedoeling van de CAO is dat de werknemer nog steeds bescherming tegen een willekeurige overplaatsing wordt geboden. De werkgever hanteert een Sociaal Statuut waarin wordt aangeven dat een gedwongen overplaatsing aan de orde kan zijn in het geval van een reorganisatie. Van een reorganisatie is echter geen sprake. Toch wordt als reden voor de overplaatsing boventalligheid aangevoerd. De Commissie oordeelt dat de werkgever in strijd met het Sociaal Statuut heeft gehandeld.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-11-2002
102115 - Beroep tegen de schriftelijke mededeling van de werkgever dat het dienstverband niet zal worden verlengd
De werknemer heeft een aantal opvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten gehad. Werknemer meent dat niet altijd een geldige reden voor de tijdelijkheid van het dienstverband aanwezig was alsmede dat in strijd met artikel H-16a van de CAO-BVE het aantal van zes opvolgende tijdelijke contracten is overschreden zodat sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd zodat ontslag heeft plaats gehad zonder geldige reden. De werkgever geeft aan dat de werknemer een aantal tijdelijke aanstellingen heeft gehad wegens vervanging. Het aantal van zes opvolgende contracten is niet overschreden. Er is op geen moment een dienstverband voor onbepaalde tijd ontstaan. De Commissie acht aannemelijk dat de werknemer ter vervanging is benoemd. Voorts heeft de werknemer zes opvolgende contracten gehad met daarnaast tweemaal een tijdelijke uitbreiding van deze contracten. De Commissie oordeelt dat deze uitbreidingen niet kunnen worden aangemerkt als opvolgende contracten in de zin van artikel H-16a CAO-BVE alsmede artikel 7:668a BW. Derhalve is er slechts sprake van een mededeling dat het dienstverband niet zal worden verlengd. Hiertegen staat geen beroep open.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-06-2002
102003 - Beroep tegen ontslag uit de gehele betrekking onder herbenoeming voor een restant van 1 FTE
De werkgever heeft aangegeven de overuren van de werknemer, welke hij reeds geruime tijd vervult, te gaan afbouwen. Het overleg hierover heeft niet tot overeenstemming geleid. De werkgever is vervolgens overgegaan tot afbouw van de uren. Dit is volgens de werkgever geen ontslag. De werknemer meent dat alleen in overleg, dus na toestemming van de werknemer, tot afbouw van de overuren kan worden overgegaan. De eenzijdige aanpassing van de omvang van de betrekking wordt door de werknemer als ontslag gezien. De Commissie stelt vast dat artikel H-10 van de CAO-BVE bepaalt dat de betrekkingsomvang van een docent slechts voor bepaalde tijd mag worden uitgebreid tot een werktijdfactor groter dan 1,0. Aldus moet er vanuit worden gegaan dat de uitbreiding van de betrekking van de werknemer impliciet is overeengekomen voor de duur van een jaar, samenvallend met het cursusjaar, van 1 augustus tot 1 augustus. Worden de overuren niet verlengd dan is sprake van het van rechtswege eindigen van dat deel van de betrekking door verstrijken van de overeengekomen termijn. Nu echter de beëindiging van de overuren plaats heeft gevonden per 01-12-2001 is er sprake van tussentijdse opzegging. Dit is echter op grond van artikel 7:667 lid 3 BW slechts mogelijk als voor ieder der partijen dit recht schriftelijk is overeengekomen. De CAO-BVE kent een dergelijk bepaling echter niet.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-04-2002
102088 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid
Hoewel de bedrijfsarts van mening was dat appellante kon worden gereïntegreerd, heeft de werkgever niet meegewerkt aan reïntegratie-activiteiten omdat hij het functieongeschiktheidsadvies van USZO afwachtte. Een onderzoek naar herplaatsingmogelijkheden heeft niet plaatsgevonden omdat in het functieongeschiktheidsadvies stond aangegeven dat dit niet verplicht was. Nu de bedrijfsarts van mening was dat kon gereïntegreerd worden, acht de Commissie het in strijd met goed werkgeverschap dat de werkgever hervatting onmogelijk heeft gemaakt. De werkgever is gedurende het gehele dienstverband gehouden om de reïntegratie van de zieke werknemer te bevorderen. Blind varen op het advies van USZO acht de Commissie onaanvaardbaar omdat de werkgever goed bekend was met de bevindingen van de eigen bedrijfsarts.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-02-2002
102087 Beroep tegen ontslag vanwege arbeidsongeschiktheid
USZO heeft aangegeven dat de werknemer na ontslag uit de eigen functie bij de werkgever nog bepaalde werkzaamheden zou kunnen doen. De werkgever is van mening dat om verschillende redenen, gelegen in geschiktheid voor het werk en beperkingen in de fysieke belastbaarheid, herplaatsing van de werknemer niet aan de orde is. De werknemer weerspreekt dit. De werkgevr draagt onvoldoende materiaal aan op grond waarvan geconcludeerd zou kunnen worden dat de werknemer inderdaad niet geschikt is voor de door USZO aangegeven werkzaamheden. De Commissie is van oordeel dat, mede gezien de ingrijpende gevolgen die een ontslag in verband met arbeidsongeschiktheid voor betrokkene heeft, de bepaling betreffende het herplaatsingsonderzoek nauw in acht genomen dient te worden. Er is geen sprake van een zorgvuldig onderzoek van de werkgever naar eventuele herplaatsingsmogelijkheden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-11-2007
103301 - Beroep tegen schorsing en ontslag wegens plichtsverzuim; VO
Werknemer is geschorst in verband met het voornemen tot opzegging van het dienstverband; voorts is hij ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim bestaat volgens de werkgever uit het hebben van seksueel getinte (msn-)contacten met aan zijn zorgen toevertrouwde minderjarige leerlingen. De Commissie verklaart het beroep tegen de schorsing ongegrond omdat er sprake is van opzegging van het dienstverband. De Commissie oordeelt dat de feiten die aan het ontslag ten grondslag zijn gelegd voldoende zijn komen vast te staan; de msn-contacten zijn evident seksueel getint en betreffen grensoverschrijdende onderwerpen. De werknemer heeft door deze contacten met leerlingen in vergaande mate de grenzen van professionaliteit van een docent overschreden. De werknemer lijkt zich niet bewust van de ongelijkwaardige relatie tussen docent en leerling. De handelwijze van de werknemer levert ernstig plichtsverzuim op. Gezien de aard en de ernst van het plichtsverzuim acht de Commissie het disciplinair ontslag proportioneel.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-10-2007
103476 - Beroep tegen een schorsing als ordemaatregel; VO
Schorsing als ordemaatregel kan volgens de CAO-VO worden opgelegd "indien dit gelet op het belang van de instelling dringend noodzakelijk is". De werkgever heeft de schorsing opgelegd om nader onderzoek te plegen naar beweerde feiten tijdens een werkweek in 2006. De werkgever heeft echter niet duidelijk kunnen maken op grond waarvan de schorsing in het belang van de instelling dringend noodzakelijk was. Dat de schorsing noodzakelijk was uit oogpunt van bescherming van de benodigde rust op de vestiging is niet gebleken. Evenmin is gebleken dat de werknemer door zijn aanwezigheid de waarheidsvinding zou belemmeren. De Commissie meent dat de werkgever ernstig tekort is geschoten in de afweging van alle betrokken belangen. De bestreden beslissing ontbeert feitelijke grondslag en is onvoldoende gemotiveerd. Werkgever dient de werknemer te rehabiliteren.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-10-2007
103531 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige redenen; VO
Vereenvoudigde behandeling van het beroep.
De beroepstermijn van 6 weken is ruim overschreden. De ontslagbrief is aangetekend verzonden. Appellant heeft de oproep om de aangetekende zending op te halen eerst niet gezien. Toen hij de brief wilde ophalen, was het postkantoor gesloten en toen hij later opnieuw de brief wilde ophalen, was deze al retour gezonden aan de werkgever. De appellant heeft de brief vervolgens ruim vóór het verstrijken van de beroepstermijn ontvangen op school. Hij was ervan op de hoogte dat het de aangetekende brief was die inmiddels wegens niet-ophalen retour gezonden was. Appellant had nog vóór het verstrijken van de beroepstermijn beroep in kunnen stellen. Niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-07-2007
103444 - Beroep tegen tussentijds ontslag wegens ongeschiktheid; VO
Werknemer is docent in tijdelijke dienst met uitzicht op een vast dienstverband. De arbeidsovereenkomst is tussentijds opgezegd wegens ongeschiktheid.
De CAO-VO bepaalt dat ingeval van opzegging op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid de voornemenprocedure dient te worden gevolgd. Alvorens de ontslagbeslissing te versturen, heeft de werkgever de werknemer mondeling van de beslissing op de hoogte gesteld. Dit is niet gelijk te stellen met het bieden van de verweermogelijkheid. Daarenboven is de ontslagbeslissing onbevoegd door de directeur genomen. Het Managementstatuut van de werkgever bepaalt dat de directeur tot niet meer bevoegd is dan voorstellen te doen aan het College van Bestuur tot het opleggen van gedwongen ontslag. Hier is onmiskenbaar sprake van gedwongen ontslag.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-07-2007
103439 - Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim; VO
Werkneemster is reeds geruime tijd arbeidsongeschikt. Werkgever heeft de salarisbetaling in september 2006 stopgezet wegens het niet voldoen aan reïntegratieverplichtingen.Toen werkneemster vervolgens nog steeds niet bereikbaar bleek voor de bedrijfsarts en de werkgever, is zij ontslagen wegens plichtsverzuim. De Commissie oordeelt dat werkneemster onvoldoende actie heeft ondernomen om aan haar reïntegratieverplichtingen te voldoen waardoor ook niet kon worden vastgesteld wat haar medische toestand was. Indien werkneemster van oordeel was dat werkhervatting en/of het volgen van therapie geen reële optie was, had zij een zogenoemde second opinion ex artikel 30 lid 1 onder e Wet Suwi bij het UWV kunnen aanvragen en/of haar behandelende artsen contact met de bedrijfsarts kunnen laten opnemen. Dit alles heeft werkneemster nagelaten waardoor zij het reïntegratieproces ernstig heeft belemmerd. Strijd met verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, het BW en het BZA; plichtsverzuim als bedoeld in artikel 4.a.7 lid 2 CAO-VO. De Commissie acht het gegeven ontslag, gelet op alle omstandigheden van het geval, proportioneel. Conversie ontslagdatum.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-05-2007
103372 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel; VO
De werknemer is geschorst als ordemaatregel. Vervolgens is tussen partijen onderhandeld over een vaststellingsovereenkomst, inhoudende dat de werkgever een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter indient, de werkgever in overleg met de werknemer een neutraal geformuleerde interne en externe vertrekmededeling doet, de schorsing geacht wordt per datum indiening ontbindingsverzoek en verweerschrift ingetrokken te zijn en dat de werknemer het beroep intrekt. Werknemer voert aan dat de vaststellingsovereenkomst niet tot stand is gekomen omdat hij het met twee punten niet eens is. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst hangende het beroep ontbonden, de overeengekomen vergoeding is toegekend en door de werkgever betaald en de vertrekmededeling is uitgegaan. De Commissie heeft ter zitting uitgebreid aandacht besteed aan de wijze waarop het overleg over de vaststellingsovereenkomst tussen partijen is gevoerd. De Commissie oordeelt dat een rechtens geldende vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen en de schorsing conform die overeenkomst is ingetrokken en de werknemer is gerehabiliteerd door middel van de overeengekomen vertrekmededeling.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-10-2006
103130 - Beroep tegen berisping; VO
De Commissie oordeelt dat sprake is van plichtsverzuim nu de werknemer, een docent VO, normoverschrijdende en seksueel getinte opmerkingen jegens een stagiaire heeft gemaakt en zich tevens onbetamelijk heeft gedragen tegenover haar in een gesprek met als doel om haar zijn excuses aan te bieden. Omdat ervoor gekozen was om ten aanzien van het eerder verweten gedrag een gesprek te laten plaatsvinden waarbij de teamleidster aanwezig zou zijn en deze niet adequaat heeft ingegrepen op het moment dat het gesprek uit de hand dreigde te lopen, acht de Commissie de opgelegde maatregel van een schriftelijke berisping disproportioneel.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-10-2006
103213 - Beroep tegen inhouding bezoldiging; VO
Werknemer is gymleraar en is vanwege rugklachten enige tijd arbeidsongeschikt. Gestreefd wordt om door middel van stapsgewijze terugkeer te komen tot volledige werkhervatting. In het kader daarvan heeft de werkgever de werknemer op 12-04-2006 een nieuw roostervoor 16 lesuren overhandigd, ingaande 18-04-2006, waarin hij op disdag voor 6 lesuren was ingeroosterd, waaronder het zevende en achtste lesuur. Het verzorgen van dit zevende en achtste lesuur ging volgens de werknemer zijn fysieke mogelijkheden op dat moment te boven en hij weigerde deze lesuren te verzorgen. Werkgever heeft de bezoldiging over 4 lesuren ingehouden wegens werkweigering door de werknemer. Aangezien de werknemer had aangegeven weer belast te kunnen worden met 16 lesuren, zonder daarbij enige beperking aan te geven en zijn werkgever niet had verzocht om concrete aanpassingen, concludeert de Commissie tot plichtsverzuim. Daarbij neemt de Commissie tevens in aanmerking dat de werkgever voldoende aannemelijk heeft gemaakt juist rekening met de belangen van de werknemer meende te hebben gehouden door hem op dinsdag 2 tussenuren vrij te roosteren en dat de werknemer binnen afzienbare tijd weer volledig hersteld verklaard zou worden en 20 lesuren diende te vervullen. De Commissie acht de opgelegde maatregelen passend.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
04-08-2006
103200 - Beroep tegen ontslag om dringende reden; VO
De werknemer is een aantal malen zonder afbericht niet op zijn werk verschenen. De laatste maal deelt de werkgever mee dat hij voornemens is om een berisping op te leggen. De werknemer kan zich verweren maar voordat dit gebeurt, komt hij nog eens zonder afbericht niet op zijn werk. Als de werkgever belt met het huisadres van de werknemer krijgt hij van de vader te horen dat de werknemer niet aan de telefoon kan komen omdat hij dronken is. De werknemer stelt dat hij door een noodsituatie thuis niet naar school kon en dat hij daardoor ook geen contact met de school kon opnemen. Gezien het feit dat hij van de werkgever een ernstige waarschuwing had gekregen dat hij niet meer zonder geldige reden zijn werk mocht verzuimen, had de werknemer actie moeten ondernemen om zijn werkgever tijdig op de hoogte te brengen van zijn afwezigheid door rechtstreeks dan wel via een ander iets van zich te laten horen. Door pas na thuiskomst om half twaalf, aan het eind van de ochtend en na kennisneming van het feit dat de rector van de school had gebeld, zelf contact op te nemen met de school heeft de werknemer verwijtbaar nalatig gehandeld. Het incident dient beschouwd te worden als de spreekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen. Onder deze omstandigheden heeft de werkgever in redelijkheid kunnen beslissen dat de herhaalde afwezigheid van de werknemer zo ernstig was dat deze een dringende reden opleverde die tot ontslag op staande voet diende te leiden.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-07-2006
103167 - Beroep tegen berisping; VO
Docent is berispt nadat een aantal leerlingen zich had beklaagd over zijn seksueel getint gedrag. Onderzoek verricht door vertrouwenspersoon, waarbij de docent summier van de inhoud van de klachten op de hoogte werd gesteld. Werkgever heeft de werknemer niet in de gelegenheid gesteld verweer te voeren tegen het opleggen van de berisping. Summier aanhalen van de inhoud van de klachten door werkgever is ontoereikend als verweermogelijkheid. Beginsel van hoor en wederhoor onvoldoende gerespecteerd. Bovendien is in de berisping alleen melding gemaakt van onprofessioneel gedrag zonder nader aan te geven waaruit dat heeft bestaan. Motiveringsgebrek.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-04-2006
103090 - Ontslag docent op grond van gewichtige reden; VO
Werknemer is turntrainer en is door de Rechtbank veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf wegens het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige. Tegen dit vonnis heeft de werknemer hoger beroep ingesteld. De werkgever beschouwt de kwestie als een gewichtige reden voor ontslag. De Commissie acht het begrijpelijk dat de werkgever het zich in de verhouding tot de leerlingen en hun ouders niet meer kan veroorloven om de werknemer als gymleraar in fysiek contact met de leerlingen te laten alsmede dat de werkgever vindt dat vast moet staan dat de werknemer het hem ten laste gelegde niet heeft gepleegd alvorens hij weer tot zijn werkzaamheden kan worden toegelaten. De omstandigheid dat de werknemer schuldig bevonden is terwijl de uitslag van het hoger beroep nog enige tijd op zich laat wachten, brengt met zich dat van de werkgever ook niet (langer) verwacht kan worden dat hij de werknemer wel in dienst houdt, maar hem - mogelijk langdurig - geen werkzaamheden laat verrichten. De werkgever heeft er een te respecteren belang bij dat de kwestie niet nog een aantal keren voor onrust op één of meer van zijn scholen zorgt. Van een zwaardere straf dan de Rechtbank heeft opgelegd kan niet worden gesproken nu de arbeidsrechtelijke afweging of het dienstverband kan worden voortgezet van een andere orde is dan de strafrechtelijke afweging of het handelen aanleiding is iemand de bevoegdheid te ontzeggen zijn beroep uit te oefenen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-04-2006
103079 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; VO
Werkneemster is beleidsmedewerker. Haar functie wordt na rddf-plaatsing opgeheven vanwege bezuinigingen. Werknemer stelt dat de werkgever inmiddels weer over voldoende financiële middelen beschikt om haar functie te behouden. Uit de financiële stukken en het bestuursverslag 2004 blijkt dat het jaar 2004 is afgesloten met een batig saldo en dat dit het gevolg is van incidentele meevallers en de ingevoerde bezuinigingsmaatregelen. Bovendien blijkt er nog steeds een structurele overschrijding van de personele lasten te zijn zodat er nog immer noodzaak is om de functie van werknemer op te heffen. De werkgever heeft voorts voldoende inspanningen verricht om de werknemer te begeleiden naar ander passend werk.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-02-2006
103065 - Beroep tegen ontslag opheffing van de betrekking; VO
Werknemer was medewerker facilitair- en gebouwenbeheer. Die functie is in het schooljaar 2004-2005 in het rddf geplaatst. Als uitvloeisel hiervan is de werknemer in de functie van leraar geplaatst. Nadat hij in deze functie ziek geworden was, is hij weer in zijn oorspronkelijke functie teruggeplaatst. Vervolgens heeft de werkgever hem uit die functie ontslagen wegens opheffing van de functie. De werknemer stelt dat hij inmiddels de functie van leraar heeft gekregen en niet zomaar kan worden teruggeplaatst in zijn oude functie. Hij stelt dat de werkgever hem in het kader van reïntegratie een passende functie dient aan te bieden. Als terugplaatsing wel mogelijk was, dan had volgens de werknemer op grond van de CAO-VO voor het ontslag een sociaal plan voorhanden moeten zijn.
De Commissie oordeelt dat niet in te zien valt waarom handhaving van de werknemer in de functie die in het rddf is geplaatst niet zou kunnen. Gesteld noch gebleken is dat bij de werkgever andere passende functies beschikbaar waren. De bepalingen van de CAO-VO 2003-2005 en die van de CAO-VO 2005-2006 ter zake van ontslag wegens formatieve gronden sluiten niet op elkaar aan. Mede in acht nemend dat de werkgever overleg heeft gevoerd met de vakcentrales over de formatieve problemen en dat de rddf-plaatsing in overleg met de vakcentrales met vijf maanden verlengd is, oordeelt de Commissie dat de bepalingen uit de CAO-VO 2005-2006 geen verandering kunnen brengen in de rechten en vooruitzichten van zowel de werkgever als de werknemer ten aanzien van in het rddf geplaatste functies zoals deze zijn ontstaan op grond van de CAO-VO 2003-2005.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-01-2006
103006 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie; VO
Werknemer is hoofd TOA. De werkgever heeft zijn functie in het kader van een reorganisatie, per schooljaar 2005/2006 doen vervallen en de werknemer tegelijkertijd teruggeplaatst in de functie van TOA. Volgens de Commissie kan de beslissing van de werkgever, met inachtneming van artikel 5.1 lid 4 CAO-VO niet anders worden gezien dan een ontslag uit de functie van hoofd TOA onder gelijktijdige benoeming in de functie van TOA. De in gang gezette reorganisatie is gegrond op het functioneren van de werknemer. Het lag echter op de weg van de werkgever om via een traject van functionerings- en beoordelingsgesprekken te bewerkstelligen dat het functioneren van de werknemer zou verbeteren en om aan het gevolgde traject zo nodig rechtspositionele consequenties te verbinden. Door dit na te laten heeft de werkgever onzorgvuldig gehandeld. Een reorganisatie is niet het geëigende middel om niet-functionerende werknemers te ontslaan. Het ontslag wordt niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden van reorganisatie.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-01-2006
103002 / 103003 - Beroepen tegen berispingen; VO
De twee werknemers zijn docent en zijn berispt wegens plichtsverzuim, bestaande uit het bezoeken van sexsites op school in het bijzijn dan wel in de nabijheid van leerlingen. Werknemers betwisten dit en stellen slechts humoristische sites te hebben bezocht waarop grapjes in de vorm van foto's, strips en moppen te vinden zijn, die soms een bloot lichaamsdeel laten zien maar over het algemeen niets met seks te maken hebben. De Commissie oordeelt dat uit de door de werkgever overgelegde logfiles afdoende blijkt dat de werknemers seksueel getinte afbeeldingen hebben bekeken gedurende schooltijd. Nu de computers zich in de praktijkruimte bevonden en de sites gedurende schooltijd zijn bezocht, hebben de werknemers bewust het risico genomen dat leerlingen kunnen worden geconfronteerd met de desbetreffende afbeeldingen. Dergelijk gebruik van internet behoort door een werknemer bij een goede uitoefening van zijn functie te worden nagelaten. De Commissie acht het gedrag uiterst ongepast en onprofessioneel, temeer daar de werknemers als docenten voorbeeldfuncties vervullen. De Commissie concludeert tot plichtsverzuim waarvoor een schriftelijke berisping als lichtste vorm van een disciplinaire maatregel op zijn plaats is.
Beroepen ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-12-2005
103085 - Verzoek voorlopige voorziening; VO
Werknemer was medewerker facilitair- en gebouwenbeheer. Die functie is in het schooljaar 2004-2005 in het rddf geplaatst. Als uitvloeisel hiervan is de werknemer in de functie van leraar geplaatst. Nadat hij in deze functie ziek geworden was, is hij weer in zijn oorspronkelijke functie teruggeplaatst. Vervolgens heeft de werkgever hem uit die functie ontslagen wegens opheffing van de functie. De werknemer verzoekt de Voorzitter het ontslag nietig te verklaren dan wel een voorziening te treffen die hij zal menen behoren te treffen. De werknemer stelt dat hij inmiddels de functie van leraar heeft gekregen en niet zomaar kan worden teruggeplaatst in zijn oude functie. Hij stelt dat de werkgever hem in het kader van reïntegratie een passende functie dient aan te bieden. Als terugplaatsing wel mogelijk was, dan had volgens de werknemer op grond van de CAO-VO voor het ontslag een sociaal plan voorhanden moeten zijn. De Voorzitter concludeert dat geen sprake is van spoedeisend belang. De werknemer kan aanspraak maken op een uitkering na ontslag en gesteld noch gebleken is dat deze uitkering zo laag is dat de werknemer in financiële problemen zou komen. Ten overvloede oordeelt de Voorzitter dat niet in te zien valt waarom handhaving van de werknemer in de functie die in het rddf is geplaatst niet zou kunnen. Met betrekking tot een sociaal plan overweegt de voorzitter dat de werkgever heeft aangegeven dat voldoende overleg met de vakorganisaties heeft plaatsgevonden. Aldus ontbreekt spoedeisend belang en kan bovendien niet met voldoende mate van waarschijnlijkheid worden aangenomen dat de Commissie het beroep in de bodemprocedure gegrond zal verklaren.
Voorlopige voorziening geweigerd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-12-2005
102916 - Beroep tegen beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; VO
De werknemer heeft het beroep niet ingesteld binnen de hiervoor geldende termijn van zes weken. Op grond van artikel 52a lid 1 WVO laat de Commissie niet-ontvankelijkverklaring op grond van termijnoverschrijding achterwege indien de termijnoverschrijding het gevolg is van omstandigheden die de betrokkene niet kunnen worden verweten. De door de werknemer opgevoerde omstandigheden betreffen alle persoonlijke omstandigheden die niet van zodanige aard zijn dat deze een verontschuldiging kunnen opleveren voor de termijnoverschrijding. Dat de werkgever op een later tijdstip heeft kenbaar gemaakt dat de reden voor de beëindiging van het verlengd tijdelijk dienstverband een andere was dan de oorspronkelijk opgevoerde reden maakt dit niet anders nu de reden voor de opzegging niet van belang is voor de aanvang van de beroepstermijn.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-06-2005
102884 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid; VO
Werkneemster is leraar en is door de bedrijfsarts arbeidsongeschikt gemeld voor haar functie van leraar. De bedrijfsarts acht haar arbeidsgeschikt voor overige functies. De werkgever heeft werkneemster ontslagen uit haar functie van leraar op grond van onbekwaamheid/ongeschiktheid anders dan door ziels- of lichaamsgebreken. De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat de ongeschiktheid van werkneemster niet wordt veroorzaakt door ziels- of lichaamsgebreken. Arbeidsgeschiktheid voor overige functies staat niet aan de mogelijkheid van ontslag wegens arbeidsongeschiktheid voor de functie van leraar in de weg. Het ontslag wordt niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
04-03-2005
102666 - Beroep tegen mededeling dat tijdelijk dienstverband zal eindigen; VO
De werknemer heeft de beroepstermijn van zes weken overschreden met 9 weken en vijf dagen. De werknemer heeft pas 7 weken na het verstrijken van de beroepstermijn aan de werkgever kenbaar gemaakt dat hij het niet eens was met de hem verstrekte akte van benoeming over het cursusjaar 2003-2004. Hierdoor heeft hij verzuimd om binnen een redelijke termijn actie te ondernemen naar de werkgever om hem duidelijk te maken dat hij het niet eens was met de afloop van het dienstverband. Niet-ontvankelijkverklaring kan niet achterwege gelaten worden indien de werknemer zich niet binnen een redelijke termijn bedenkt. De werknemer heeft derhalve de voorziening in beroep niet zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs verlangd kon worden, gevraagd.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-01-2005
102687 - Beroep tegen beweerde overplaatsing; VO
Werknemer is leraar en heeft beroep ingesteld tegen beslissing van de werkgever om hem voor een gedeelte van zijn betrekkingsomvang tewerk te stellen op een andere locatie. De Commissie is van oordeel dat er geen sprake is van een voor beroep vatbare overplaatsingsbeslissing omdat beide locaties onderdeel zijn van dezelfde instelling. De begrippen 'school' in de WVO en 'instelling' in de CAO hebben betrekking op de organisatorische school of instelling. Het gegeven dat beide onderdelen van de school zijn gevestigd op verschillende locaties, is derhalve niet bepalend. De aangehaalde verschillen tussen beide locaties (onderbouw/bovenbouw en eerste/tweedegraadsdocenten) zijn veel voorkomende normale verschillen binnen een school voor VO. Uit de hantering van een verschillend bezuinigingspercentage voor beide locaties en het verschil in leerlingenpopulatie, kan niet worden afgeleid dat het om twee verschillende scholen gaat. Geen voor beroep vatbare beslissing.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-01-2005
102651 - Beroep tegen disciplinair ontslag en salarisinhouding; VO
Beroep tegen salarisinhouding niet-ontvankelijk wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.
De Commissie concludeert dat de werkgever in redelijkheid heeft kunnen menen dat de werknemer niet is ingegaan op voorstellen van de schoolleiding om haar functie te hervatten en dat zij zich daardoor heeft schuldig gemaakt aan plichtsverzuim. De Commissie acht het strafontslag, in verband met de zware gevolgen daarvan, gezien de omstandigheden van het geval - situationele arbeidsongeschiktheid, de tussen partijen ontstane impasse, het lange dienstverband en het goede functioneren van de werknemer - disproportioneel.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-11-2004
102643 - Beroep tegen beweerd onthouden promotie; VO
Uitspraak in vereenvoudigde behandeling.
Werkneemster stelt dat beslissing van haar werkgever om haar niet te benoemen in de functie van coördinator leerlingenzorg neerkomt op het direct of indirect onthouden van bevordering/promotie als bedoeld in art. 52 lid 1 onder c. WVO en artikel 13 lid 1 onder d. CAO-VO.
De Voorzitter oordeelt dat onder onthouding promotie dient te worden verstaan de directe of indirecte weigering van de werkgever om de werknemer, die het maximum van de bij zijn functie behorende hoogste aanloopschaal heeft bereikt, te laten overgaan naar de bij de functie behorende maximumschaal. Derhalve is geen sprake van een voor beroep vatbare beslissing.
Beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-10-2004
102562 - Beroep tegen tussentijds ontslag wegens onjuiste of onvolledige inlichtingen m.b.t. benoeming; VO
Nadat de werknemer voor bepaalde tijd was benoemd kwam vast te staan dat hij niet bevoegd was voor de door hem te geven lessen. Gebleken is dat de door de werknemer verstrekte informatie niet helder doch niet onjuist was. De werkgever heeft verzuimd om tijdig helderheid te verkrijgen omtrent de kwalificaties van de werknemer. Voorts is niet gebleken dat de werknemer opzettelijk bepaalde informatie aan de werkgever onthouden heeft.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-09-2004
102688 - Verzoek voorlopige voorziening beweerde overplaatsing; VO
Werknemer is leraar en heeft beroep ingesteld tegen beslissing van de werkgever om hem voor een gedeelte van zijn betrekkingsomvang tewerk te stellen op een andere locatie. Werknemer verzoekt de Voorzitter om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij niet gehouden is werkzaamheden te verrichten op die andere locatie dan wel daar slechts voor 6 uur werkzaamheden te moeten verrichten. De Voorzitter is van oordeel dat er geen sprake is van een voor beroep vatbare overplaatsingsbeslissing omdat het gaat om en locatie van dezelfde school als deze waaraan de werknemer is benoemd en altijd werkzaam is geweest. Ten overvloede overweegt de Voorzitter dat in de veronderstelling dat de Commissie het beroep ontvankelijk zou achten, hij het niet waarschijnlijk acht dat de Commissie het beroep gegrond zou verklaren zodat hij ook in dat geval de verzocht voorziening zou weigeren. Inzet van werknemers op verschillende locaties behoort tot beleidsvrijheid van werkgever. Beslissing is zorgvuldig en redelijk. Verzoek voorlopige voorziening afgewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-08-2004
102534 - Beroep tegen ontslag wegens ongeschiktheid; VO
Ter zitting komt vast te staan dat appellant, assistent-conciërge, op de datum van de bestreden ontslagbeslissing arbeidsongeschikt was. Aangezien appellant evenwel heeft nagelaten om binnen 2 maanden na de opzegging de nietigheid van het ontslag in te roepen, heeft dit gegeven geen consequentie. De Commissie concludeert dat voldoende aannemelijk is dat appellant in het omgaan met leerlingen niet voldoende functioneerde en dat de werkgever hem meerdere mogelijkheden heeft gegeven om zijn functioneren op dat punt te verbeteren. Commissie converteert de ontslagdatum.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-07-2004
102538 - Beroep tegen (verlengde) schorsing en disciplinair ontslag; VO
Docent is geschorst bij wijze van ordemaatregel. Tevens is hem disciplinair ontslag verleend. Gedurende het voornemen tot ontslag en de opzegtermijn is hij geschorst. Het ontslag is gebaseerd op het onderhouden van een niet-werkgerelateerde intieme relatie met een leerlinge, geboren in 1985. De Commissie acht de eerste schorsing in het belang van de instelling en de verlenging van de schorsing gedurende de opzegtermijn redelijk. Voorts overweegt de Commissie dat voldoende is komen vast te staan dat de docent zeer nauwe banden met de leerlinge heeft opgebouwd die een reguliere relatie tussen leraar en leerling overstijgen, hetgeen plichtsverzuim oplevert. Docent dient zich in de omgang met leerlingen steeds bewust te zijn van professionele kaders. Docent was ook nog mentor. Docent heeft geen reden gezien om terughoudendheid te betrachten, ook niet toen de moeder van de leerlinge daar om had gevraagd en ook niet nadat hij door afdelingsdirecteur op de hoogte was gesteld van roddels daaromtrent. De Commissie acht het plichtsverzuim dermate ernstig dat van de werkgever niet kan worden gevergd het dienstverband voort te zetten. Disciplinair ontslag is onder de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-06-2004
102502 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; VO
Niet wordt betwist dat reïntegratie van de werkneemster in haar eigen functie van Technisch Onderwijsassistent niet tot de mogelijkheden behoort. De werkneemster voert aan dat de werkgever onvoldoende herplaatsingsinspanningen heeft verricht.
De Commissie acht herplaatsing van de werknemer bij de werkgever niet mogelijk gelet op de fysieke beperkingen van de werknemer, haar dyslexie en gelet op het geringe aantal passende functies. Tevens overweegt de Commissie dat de werkgever zich voldoende heeft ingespannen om de herplaatsingsmogelijkheden elders te onderzoeken.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-02-2004
102449 - Beroep tegen inhouding bezoldiging als disciplinaire maatregel; VO
Werkneemster is met ziekteverlof en verzoekt de bedrijfsarts om toestemming om met vakantie te gaan. De bedrijfsarts verleent deze toestemming en stelt de werkgever hiervan nog dezelfde dag op de hoogte. Werkneemster vertrekt de volgende dag met vakantie. Twee dagen later wordt de aangetekende brief van de werkgever aangeboden dat werkneemster zich beschikbaar dient te houden voor een oproep van de bedrijfsarts. De werkgever stelt dat de werkneemster ook met hem overleg had moeten plegen over het met vakantie gaan en houdt over een maand 30% van de bezoldiging in als disciplinaire maatregel.
De bedrijfsarts was een vervanger en niet geheel op de hoogte van de actuele situatie. Daarbij had de werkgever de werkneemster in het verleden meegedeeld dat zij niet zonder toestemming van de werkgever met vakantie mocht gaan. Onder deze omstandigheden heeft de werkneemster niet zorgvuldig gehandeld, hetgeen neerkomt op plichtsverzuim. Omdat de werkgever niet onmiddellijk via telefoon of een bezoek contact met de werkneemster heeft opgenomen en in de procedure die leidde tot de disciplinaire maatregel niet zorgvuldig heeft gehandeld, acht de Commissie de opgelegde maatregel niet proportioneel.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-03-2003
102213 - Beroep inhouding salaris als disciplinaire maatregel; VO
Werknemer is na een conflict over zijn taakinhoud situationeel arbeidsongeschikt. Vervolgens draagt de werkgever hem op om andere werkzaamheden te gaan verrichten, waarbij wordt aangegeven dat de bedrijfsarts de werknemer arbeidsgeschikt acht. De werknemer weigert en acht zich ziek. De Commissie oordeelt dat de werkgever, in strijd met artikel 17 lid 2 van het BZA, heeft nagelaten de werknemer te wijzen op de mogelijkheid om een hernieuwd onderzoek te vragen. Ook nadat bleek dat de werknemer het niet eens was met de visie van de bedrijfsarts is die nalatigheid niet hersteld. Niet vast is komen te staan dat de werknemer daadwerkelijk arbeidsgeschikt was. Derhalve kan ook niet worden gesteld dat er sprake was van plichtsverzuim. De maatregel wordt niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-12-2007
103566 - Beroep tegen rddf-plaatsing; PO
De werkneemster meent dat de werkgever zich niet voldoende inspant om herplaatsing te bewerkstelligen. Zij voert aan dat in het lopende schooljaar een administratieve functie vrij komt en de werkgever heeft laten weten dat de werkneemster hiervoor niet in aanmerking komt. Voorts stelt zij dat de werkgever medewerkers die minder diensttijd hebben dan de werkneemster bij voorrang in aanmerking laat komen voor functies waar de werkneemster misschien ook voor geschikt is. De RDDF-plaatsing is conform de geldende regels van de CAO-PO tot stand is gekomen en voorts is de afvloeiingsregeling correct toegepast. Daarbij is gesteld noch gebleken dat de werkneemster in aanmerking komt voor de vervulling van één van de functies van de personen die onder haar op de afvloeiingslijst staan. De wijze waarop de werkgever invulling geeft aan zijn verplichtingen voortvloeiend uit Bijlage III bij de CAO kan niet reeds op voorhand in een procedure over de plaatsing van een functie in het RDDF worden getoetst. Deze toetsing is pas aan de orde als de werkgever de werknemer nadat deze 1 schooljaar in het RDDF is geplaatst, zou ontslaan. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden
13-02-2006
103050 - Beroep tegen tussentijds ontslag tijdelijk dienstverband; PO
Werkneemster heeft haar tijdelijke arbeidsovereenkomst tussentijds opgezegd m.i.v. 01-09-2005. Bij brief van 08-08-2005 heeft de werkgever meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 01-08-2005 wordt beëindigd. Werkneemster stelt beroep in tegen de ontslagbeslissing en vordert tevens salaris over vijf voor de zomervakantie extra gewerkte dagen. Commissie is niet bevoegd over salarisvordering. Er is een schriftelijke arbeidsovereenkomst met einddatum 25-10-2005. Voorts ondertekende appellante maanden daarna een akte van benoeming met einddatum 01-08-2005. Volgens appellante beweerde de werkgever destijds dat de gewijzigde einddatum enkel een administratief doel had. Nu de werkgever deze gang van zaken niet betwist, acht de Commissie het niet aannemelijk dat bij de ondertekening van de akte van benoeming tussen partijen een nieuwe wilsovereenstemming ten aanzien van de einddatum van de arbeidsovereenkomst is tot stand gekomen. De Commissie gaat er daarom van uit dat de arbeidsovereenkomst is gesloten voor de periode 25-10-2004 tot 25-10-2005. De mededeling van de werkgever dat het dienstverband met ingang van 01-08-2005 wordt beëindigd, is dus een tussentijdse opzegging van een tijdelijk dienstverband waartegen beroep bij de Commissie openstaat.
De werkgever heeft de voorgeschreven opzegtermijn van 1 maand ex art. F2.5 lid 3 CAO-PO niet in acht genomen. Het beroep van de werkgever op artikel 156 lid 4 RPBO kan de Commissie niet volgen aangezien daarin de einddatum van de benoeming van een lid van het onderwijzend personeel in vaste dienst wordt geregeld en de werkneemster in tijdelijke dienst was. De opzegging is niet rechtsgeldig gedaan. Derhalve is het dienstverband per 01-09-2005 geëindigd door de opzegging door de werkneemster. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-01-2006
102999 - Beroep tegen plaatsing in een bovenschoolse vervangingspool; PO
Het beroep is niet binnen de geldende termijn van 6 weken ingesteld. De werknemer heeft zich in de procedure laten bijstaan door een rechtsgeleerde gemachtigde. Deze gemachtigde heeft de werknemer ook bijgestaan in het conflict met de werkgever over de rechtsgrond voor de afwezigheid van de werknemer in de periode 10-01-2005 tot 13-06-2005. Onder deze omstandigheden kan de werknemer zich niet beroepen op ontbrekende kennis over de status van de beslissing tot plaatsing in een bovenschoolse vervangingspool, wat overigens ook de status van deze beslissing moge zijn. De gemachtigde kan zich in de professionele uitoefening van het beroep in een advocatenkantoor, waar blijkens het briefpapier zeven advocaten werken, ter verontschuldiging van de termijnoverschrijding niet beroepen op afwezigheid wegens privé-omstandigheden. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-04-2005
102697 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; PO
Het ontslag gegrond op onbekwaamheid of ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken van de werkneemster voor de door haar vervulde functie. Werkneemster was ten tijde van het ontslag meer dan 2 jaar ziek. De werkgever had, alvorens over te gaan tot ontslag, door middel van een functieongeschiktheidsadvies van UWV USZO dienen uit te sluiten of de beweerde onbekwaamheid/ongeschiktheid van de werkneemster het gevolg was van ziekte of gebrek. De werkgever heeft anderhalf jaar voor de ontslagdatum een dergelijk advies ingewonnen, maar dit advies kan redelijkerwijs geen basis vormen voor verdere acties. Omdat niet valt uit te sluiten dat de beweerde onbekwaamheid of ongeschiktheid het gevolg is van ziekte, wordt de ontslagbeslissing niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden 'anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken'. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-02-2005
102653 - Beroep tegen waarschuwing; PO
De werkgever heeft de werknemer een officiële waarschuwing gegeven die in het personeelsdossier wordt opgenomen. De werknemer is van oordeel dat materieel gezien sprake is van een van een berisping. Door het feit dat de officiële waarschuwing in het personeelsdossier is opgenomen, zijn volgens de werknemer ook indirect promotiekansen onthouden. De werknemer bestrijdt dat zijn gedragingen kunnen worden samengevat als "seksuele intimidatie" en voert aan dat er geen grond is voor de waarschuwing. De Commissie oordeelt dat aan de werkgever de bevoegdheid toekomt om een werknemer te waarschuwen. Een dergelijke waarschuwing mag echter, gezien de limitatieve opsomming van disciplinaire maatregelen in de CAO-PO, niet het karakter van een disciplinaire maatregel hebben. Voor disciplinaire maatregelen gelden de verweerprocedure en de beroepsmogelijkheid. De waarschuwing heeft het karakter van een disciplinaire maatregel zodat het beroep ontvankelijk is. Omdat deze maatregel geen basis vindt in de WPO noch in de CAO-PO en niet voldaan is aan de vereisten voor een disciplinaire maatregel, is het beroep gegrond. Een beslissing inhoudende het direct of indirect onthouden van bevordering/promotie als bedoeld in 60 lid 1 sub c WPO is een beslissing met betrekking tot het niet doen overgaan naar de maximumschaal als bedoeld in art. 152 rechtspositiebesluit WPO/WEC. De bestreden waarschuwing is niet zo een beslissing. Het beroep is in zoverre niet-ontvankelijk.
Beroep deels niet-ontvankelijk, deels gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-12-2004
102634 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; PO
De werknemer is niet wegens ziekte of gebrek zodanig beperkt dat zij daardoor ongeschikt is voor het verrichten van de eigen arbeid (klassenassistent). Er is namelijk geen medisch objectiveerbare oorzaak voor de arbeidsongeschiktheid. Dit heeft tot gevolg dat de werkgever hem niet heeft kunnen ontslaan op grond van blijvende arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel F2.6 lid 1 onder e CAO-PO. Werknemer heeft zijn functie na 20-08-2001 feitelijk niet meer vervuld en de ondernomen reïntegratiepogingen hebben niet geleid tot terugkeer in de eigen functie of een andere passende functie, en er is geen reëel uitzicht op verbetering in de toekomst. Derhalve kan redelijkerwijs niet anders worden geconcludeerd dan dat hij ongeschikt of onbekwaam is voor het uitoefenen van zijn functie van klassenassistent zodat de werkgever op goede gronden het dienstverband heeft kunnen opzeggen wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid van de werknemer voor de door hem uitgeoefende functie, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. Wel conversie ontslagdatum. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
Archief Jurisprudentie beroep Islamitische Scholen
In onderstaande beroepen kunt u van de Islamitische Scholen de uitspraken vinden vanaf het jaar 2007 en ouder. De uitspraken zijn per beroep gesorteerd en niet zoals hierboven op volgorde van uitspraak datum.
12-09-2007
103340 - Beroep tegen berisping; PO
Appellant is berispt omdat hij zonder aankondiging of uitleg een gesprek met de directie heeft verlaten, door individueel handelen de goede gang van zaken in het lokaal van een collega-leerkracht heeft bemoeilijkt en met zijn handelwijze geen rekening heeft gehouden met afspraken na een vierjarige ontwikkelingstraject van de school. Een eigenzinnig vertrek uit een gesprek met de directie is in zijn algemeenheid ongepast, maar het ontbreken van een nadere onderbouwing van de feiten en omstandigheden blijft voor rekening en risico van de school. Weinig waarschijnlijk dat appellant toestemming van de leerkracht had haar klas binnen te komen. De werkgever heeft echter een schriftelijke verklaring van de leerkracht niet overgelegd. Ook dit gebrek blijft voor rekening van verweerder. Handelen in strijd met de kennis en kunde, aangeleerd in een ontwikkelingstraject, biedt onvoldoende zelfstandige grondslag voor de conclusie dat er sprake is van plichtsverzuim. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-06-2007
103432 Beroep tegen schorsing als ordemaatregel PO
Werkneemster is leraar en is geschorst naar aanleiding van klachten van ouders over haar. De werkgever heeft eerst enige gesprekken met werkneemster gevoerd. Vóór een volgend gesprek tussen de ouders, directie en werkneemster, meldt werkneemster zich ziek. Na een volgend gesprek tussen ouders en directie schorst de werkgever de werkneemster voor 4 weken.
Uit niets blijkt dat de werkgever met de werkneemster gesproken heeft over een voornemen tot schorsing. Aldus is de werkneemster door de werkgever niet in de gelegenheid gesteld haar opvattingen over de voorgenomen schorsing kenbaar te maken. De werkneemster is hierdoor geschaad in haar door de CAO-PO beschermd belang om voorafgaande aan de schorsing door de werkgever te worden gehoord. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-05-2007
103327 Beroep tegen rddf-plaatsing PO
De werkneemster heeft niet tijdig beroep ingesteld. De bestreden beslissing is kort voor de vakantie verzonden. De werkneemster heeft hierop de directeur benaderd en hij heeft gesteld dat er en fout is gemaakt. Kort na de zomervakantie is dit in een teamvergadering nog eens herhaald. Nadat rectificatie uitbleef heeft de werkneemster beroep ingesteld. De Commissie acht de termijnoverschrijding verschoonbaar.
De werkgever is afgeweken van de geldende afvloeiingsvolgorde - zijnde integrale afvloeiing op bestuursniveau - vanwege schoolorganisatorische redenen. Het zou volgens hem anders niet mogelijk zijn om het vereiste onderwijs te verzorgen. De afwijking is gegrond op artikel D-4 lid 4 CAO-PO dat bepaalt dat indien zich een formatief probleem met een minimale omvang van 120 fre's voordoet op één school of enkele scholen en integrale afvloeiing op bestuursniveau zou leiden tot kennelijke onbillijkheid, plaatsing in het rddf en afvloeiing - binnen de bestuurslijst - geschiedt uit het personeelsbestand van die school of scholen. Het gebruik in dit artikel van de term "kennelijk" impliceert dat zeer duidelijk moet zijn waaruit de onbillijkheid bestaat. Dit, gevoegd met het feit dat het in deze gaat om een afwijking van de hoofdregel dat afvloeiing op basis van het geldend afvloeiingscriterium geschiedt, betekent dat hoge eisen moeten worden gesteld aan de motivering van de beslissing om van de normale regeling af te wijken. De werkgever heeft echter in de bestreden beslissing noch op enig ander moment uitgelegd hoe groot het formatieve probleem op de school is en waaruit de onbillijkheid als gevolg van de integrale afvloeiing op bestuursniveau zou bestaan. De bestreden beslissing mist derhalve voldoende motivering. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-05-2007
103319 Beroep tegen rddf-plaatsing PO
De werknemer is met toestemming van de werkgever eerder op vakantie gegaan. De werkgever heeft, wetende wanneer de vakantie van de werknemer afliep, tijdens de vakantie de beslissing aangaande de rddf-plaatsing verstuurd. De werkgever had de werknemer hieromtrent moeten inlichten. De werknemer heeft kort na zijn terugkeer en kennisneming van de beslissing beroep ingesteld. Termijnoverschrijding verschoonbaar.
De werkgever is afgeweken van de geldende afvloeiingsvolgorde - zijnde integrale afvloeiing op bestuursniveau - vanwege schoolorganisatorische redenen. Het zou volgens hem anders niet mogelijk zijn om het vereiste onderwijs te verzorgen. De afwijking is gegrond op artikel D-4 lid 4 CAO-PO dat bepaalt dat indien zich een formatief probleem met een minimale omvang van 120 fre's voordoet op één school of enkele scholen en integrale afvloeiing op bestuursniveau zou leiden tot kennelijke onbillijkheid, plaatsing in het rddf en afvloeiing - binnen de bestuurslijst - geschiedt uit het personeelsbestand van die school of scholen. Het gebruik in dit artikel van de term "kennelijk" impliceert dat zeer duidelijk moet zijn waaruit de onbillijkheid bestaat. Dit, gevoegd met het feit dat het in deze gaat om een afwijking van de hoofdregel dat afvloeiing op basis van het geldend afvloeiingscriterium geschiedt, betekent dat hoge eisen moeten worden gesteld aan de motivering van de beslissing om van de normale regeling af te wijken. De werkgever heeft echter in de bestreden beslissing noch op enig ander moment uitgelegd hoe groot het formatieve probleem op de school is en waaruit de onbillijkheid als gevolg van de integrale afvloeiing op bestuursniveau zou bestaan. De bestreden beslissing mist derhalve voldoende motivering. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-05-2007
103283 Beroep tegen rddf-plaatsing PO
De werkgever is afgeweken van de geldende afvloeiingsvolgorde - zijnde integrale afvloeiing op bestuursniveau - vanwege schoolorganisatorische redenen. Het zou volgens hem anders niet mogelijk zijn om het vereiste onderwijs te verzorgen. De afwijking is gegrond op artikel D-4 lid 4 CAO-PO dat bepaalt dat indien zich een formatief probleem met een minimale omvang van 120 fre's voordoet op één school of enkele scholen en integrale afvloeiing op bestuursniveau zou leiden tot kennelijke onbillijkheid, plaatsing in het rddf en afvloeiing - binnen de bestuurslijst - geschiedt uit het personeelsbestand van die school of scholen. Het gebruik in dit artikel van de term "kennelijk" impliceert dat zeer duidelijk moet zijn waaruit de onbillijkheid bestaat. Dit, gevoegd met het feit dat het in deze gaat om een afwijking van de hoofdregel dat afvloeiing op basis van het geldend afvloeiingscriterium geschiedt, betekent dat hoge eisen moeten worden gesteld aan de motivering van de beslissing om van de normale regeling af te wijken. De werkgever heeft echter in de bestreden beslissing noch op enig ander moment uitgelegd hoe groot het formatieve probleem op de school is en waaruit de onbillijkheid als gevolg van de integrale afvloeiing op bestuursniveau zou bestaan. De bestreden beslissing mist derhalve voldoende motivering. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-02-2007
103304 Beroep tegen rddf-plaatsingen; PO
De functies van de werknemers zijn vóór de zomervakantie 2006 in het rddf geplaatst omdat de basisschool waar de werknemers werkzaam zijn op 1 oktober 2006 mogelijk te weinig leerlingen telt waardoor de school vanaf 1 augustus 2007 geen rijkssubsidie meer ontvangt. De Commissie beschikt niet over het volledige bestuursformatieplan dat aan de rddf-plaatsingen ten grondslag ligt waardoor zij geen inzicht heeft in de omvang van de formatie, de leerlingenaantallen en de actuele financiële situatie van de scholen van de werkgever. De keuze van de werkgever om dit niet inzichtelijk te maken schaadt de werknemers in hun mogelijkheid om zich in de beroepsprocedure adequaat te verweren en heeft voorts tot gevolg dat ook de Commissie zich geen afgewogen oordeel kan vormen over de noodzaak tot en de rechtmatigheid van de rddf-plaatsingen. Daarenboven is het de Commissie aannemelijk geworden dat de MR op het moment van de rddf-plaatsingen, nog niet had ingestemd met het bestuursformatieplan. Gesteld noch gebleken is dat van zwaarwegende redenen of omstandigheden sprake was op grond waarvan de desbetreffende werknemers toch in het rddf geplaatst konden worden. Ook wordt in de bestreden beslissingen niets medegedeeld over een afwijking van de hoofdregel dat integrale afvloeiing op bestuursniveau dient plaats te vinden. De werkgever heeft tot aan de zitting ook geen informatie verstrekt waaruit de kennelijke onbillijkheid bij afvloeiing op bestuursniveau zou bestaan. De Commissie concludeert dat de beslissingen onvoldoende zijn gemotiveerd waardoor niet aannemelijk is geworden dat de beslissingen op juiste gronden tot stand zijn gekomen. Beroepen gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-02-2007
103298 Beroepen tegen rddf-plaatsingen; PO
De functies van de werknemers zijn vóór de zomervakantie 2006 in het rddf geplaatst omdat de basisschool waar de werknemers werkzaam zijn op 1 oktober 2006 mogelijk te weinig leerlingen telt waardoor de school vanaf 1 augustus 2007 geen rijkssubsidie meer ontvangt. De Commissie beschikt niet over het volledige bestuursformatieplan dat aan de rddf-plaatsingen ten grondslag ligt waardoor zij geen inzicht heeft in de omvang van de formatie, de leerlingenaantallen en de actuele financiële situatie van de scholen van de werkgever. De keuze van de werkgever om dit niet inzichtelijk te maken schaadt de werknemers in hun mogelijkheid om zich in de beroepsprocedure adequaat te verweren en heeft voorts tot gevolg dat ook de Commissie zich geen afgewogen oordeel kan vormen over de noodzaak tot en de rechtmatigheid van de rddf-plaatsingen. Daarenboven is het de Commissie aannemelijk geworden dat de MR op het moment van de rddf-plaatsingen, nog niet had ingestemd met het bestuursformatieplan. Gesteld noch gebleken is dat van zwaarwegende redenen of omstandigheden sprake was op grond waarvan de desbetreffende werknemers toch in het rddf geplaatst konden worden. Ook wordt in de bestreden beslissingen niets medegedeeld over een afwijking van de hoofdregel dat integrale afvloeiing op bestuursniveau dient plaats te vinden. De werkgever heeft tot aan de zitting ook geen informatie verstrekt waaruit de kennelijke onbillijkheid bij afvloeiing op bestuursniveau zou bestaan. De Commissie concludeert dat de beslissingen onvoldoende zijn gemotiveerd waardoor niet aannemelijk is geworden dat de beslissingen op juiste gronden tot stand zijn gekomen. Beroepen gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-02-2007
103278 Beroepen tegen rddf-plaatsingen; PO
De functies van de werknemers zijn vóór de zomervakantie 2006 in het rddf geplaatst omdat de basisschool waar de werknemers werkzaam zijn op 1 oktober 2006 mogelijk te weinig leerlingen telt waardoor de school vanaf 1 augustus 2007 geen rijkssubsidie meer ontvangt. De Commissie beschikt niet over het volledige bestuursformatieplan dat aan de rddf-plaatsingen ten grondslag ligt waardoor zij geen inzicht heeft in de omvang van de formatie, de leerlingenaantallen en de actuele financiële situatie van de scholen van de werkgever. De keuze van de werkgever om dit niet inzichtelijk te maken schaadt de werknemers in hun mogelijkheid om zich in de beroepsprocedure adequaat te verweren en heeft voorts tot gevolg dat ook de Commissie zich geen afgewogen oordeel kan vormen over de noodzaak tot en de rechtmatigheid van de rddf-plaatsingen. Daarenboven is het de Commissie aannemelijk geworden dat de MR op het moment van de rddf-plaatsingen, nog niet had ingestemd met het bestuursformatieplan. Gesteld noch gebleken is dat van zwaarwegende redenen of omstandigheden sprake was op grond waarvan de desbetreffende werknemers toch in het rddf geplaatst konden worden. Ook wordt in de bestreden beslissingen niets medegedeeld over een afwijking van de hoofdregel dat integrale afvloeiing op bestuursniveau dient plaats te vinden. De werkgever heeft tot aan de zitting ook geen informatie verstrekt waaruit de kennelijke onbillijkheid bij afvloeiing op bestuursniveau zou bestaan. De Commissie concludeert dat de beslissingen onvoldoende zijn gemotiveerd waardoor niet aannemelijk is geworden dat de beslissingen op juiste gronden tot stand zijn gekomen. Beroepen gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-01-2007
103238 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige omstandigheden; PO
Werknemer is ID-baner. De genoemde gewichtige omstandigheden, die redelijkerwijs geacht moeten worden, met het oog op de belangen van de instelling en het onderwijs, de mogelijkheid van handhaving van het dienstverband uit te sluiten, zijn het niet meer blijvend en volledig subsidiëren van de functie van de werknemer door de gemeente.
De noodzaak tot ontslag van de werknemer staat voldoende vast. Dat het wegvallen van subsidie een factor is die voor rekening van de werkgever dient te komen acht de Commissie niet juist. De werkgever heeft zijn beslissing voldoende gemotiveerd. Dat de werkgever geen financiële vergoeding aan de beëindiging van het dienstverband heeft verbonden is in het onderhavige geval niet onredelijk. Ook heeft de werkgever voldoende actie ondernomen om het ontslag van de werknemer te voorkomen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-12-2006
103306 - Beroep tegen einde tijdelijk dienstverband; VO
Werkneemster meent dat zij blijkens een aanvraagformulier werkgeversbijdrage kinderopvang, is ontslagen uit een vast dienstverband.
De werkneemster is benoemd van29-03-2005 tot uiterlijk 01-08-2005 en vervolgens van 01-08-2005 tot uiterlijk 01-08-2006. De werkgever stelt dat dit is gebeurd ter vervanging. De werkneemster stelt dat zij in ieder geval vanaf 01-08-2005 in vaste dienst is benoemd.
De Commissie oordeelt dat er bij aanvang van het dienstverband tussen partijen overeenstemming bestond over de tijdelijke aard van het dienstverband over de periode van 29-03-2005 tot 01-08-2005. Het voert naar het oordeel van de Commissie te ver om louter op grond van de bij werkneemster levende verwachting te concluderen dat zij benoemd is in een vast dienstverband. Om tot deze conclusie te komen dient meer feitelijke grondslag aanwezig te zijn en/of sprake te zijn van duidelijk door de werkgever opgewekte verwachtingen, hetgeen op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting niet kan worden vastgesteld. De Commissie is van oordeel dat werkneemster per 01-08-2005 is benoemd in een voortgezet tijdelijk dienstverband ter vervanging van maximaal een jaar. Dat dienstverband liep op 31-07-2006 van rechtswege af. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-12-2006
103210 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; PO
De werkneemster is benoemd in een ID-baan. Gebleken is dat de subsidiërende gemeente de ID-regeling afbouwt. Daarbij heeft de werkgever voldoende inzichtelijk gemaakt dat vanuit de reguliere middelen geen ruimte aanwezig is om de ID-baan van de werkneemster nog langer te kunnen bekostigen, dan wel om deze baan om te zetten in een reguliere baan. De werkgever kampt met een ernstig exploitatietekort en dient, naar het zich nu laat aanzien, één of meer van de drie onder zijn bestuur staande scholen op te heffen.
Door bijzondere omstandigheden - mede gelegen in fraude door ex-bestuursleden alsmede in intensief onderwijstoezicht door OCW - heeft het overleg met de vakorganisaties over het formatieplan niet tijdig tot vaststelling van dit plan heeft geleid.
Het verzuim van de werkgever is onder de geschetste omstandigheden verschoonbaar.
Van mogelijkheden om de werkneemster bij de werkgever te plaatsen, is niet gebleken. Voorts is duidelijk geworden dat de werkgever de werkneemster in staat heeft gesteld zich te scholen door haar een opleiding aan de IPABO te laten volgen, maar zij heeft uit eigener beweging deze opleiding afgebroken. De werkgever heeft voldaan aan de scholingsverplichtingen voortvloeiend uit artikel B-3 lid 3 CAO-PO. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-12-2006
103208 / 103209 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; PO
De werknemer was benoemd in het kader van de ID-regeling. De werkgever heeft hem enkele achtereenvolgende jaren op de school Godsdienstonderwijs laten verzorgen. Met ingang van het schooljaar 2006-2007 is de werkgever overgegaan tot benoeming van een docent Godsdienstonderwijs. De werkgever heeft aangegeven niet tot benoeming van de werknemer in deze functie te zijn overgegaan omdat hij bij de werkgever beneden de maat heeft gepresteerd en de werkgever een bevoegde persoon in dienst wenste te nemen.
De werkgever heeft niet kunnen onderbouwen dat de werknemer onvoldoende zou hebben gefunctioneerd en hij heeft de werknemer nimmer op de hoogte gesteld van het feit dat zijn functioneren onvoldoende werd geacht. Van gevoerde functioneringsgesprekken of begeleidingsgesprekken is niet gebleken.
De werkgever heeft primair in strijd gehandeld met de op grond van de CAO-PO rustende verplichting de werknemer, wiens functie in het RDDF was geplaatst, een mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden voor hem passende functie bij de werkgever aan te bieden. Daarenboven heeft de werkgever gehandeld in strijd met het doel van de ID-regeling. De werkgever heeft derhalve niet in redelijkheid kunnen beslissen de werknemer te ontslaan.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-12-2006
103233 Beroep tegen ontslag op grond van gewichtige redenen PO
Werkneemster heeft haar echtgenoot met de verzending van het beroepschrift belast. Er is vervolgens niet binnen de hiervoor geldende termijn beroep ingesteld bij de Commissie. Wel is binnen de beroepstermijn de werkgever een (afschrift van het) beroepschrift gezonden. De werkgever heeft de werkneemster binnen de beroepstermijn benaderd en gevraagd naar de bedoeling van de brief. De werkneemster heeft aangegeven dat het een afschrift betrof. Ondanks aansporingen van de werkgever om na te gaan of het beroepschrift bij de Commissie was binnen gekomen heeft de werkneemster voorshands geen nadere actie ondernomen. Pas nadat haar na verloop van de beroepstermijn duidelijk werd dat de Commissie geen beroepschrift had ontvangen heeft de werkneemster beroep bij de Commissie ingesteld.
De Commissie is van oordeel dat onder voornoemde omstandigheden het beroep niet tijdig is ingediend en dat dit is gebeurd ten gevolge van omstandigheden die de werkneemster kunnen worden verweten zodat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar wordt geacht.
Beroep is niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-11-2006
103207 Beroep tegen ontslag wegens gewichtige redenen PO
Werknemer is ID-baner en is ontslagen vanwege de afbouw van de ID-regeling. Werkgever stelt dat er onvoldoende financiering is om de werknemer, klassenassistent, in dienst te houden. De Commissie oordeelt dat de werkgever strijdig heeft gehandeld met de in de CAO-PO gestelde formele vereisten door de zogenoemde voornemen-procedure ex artikel F2.9 CAO-PO niet te volgen. Aangezien de werknemer een beroep heeft gedaan op het niet nakomen van deze vereisten en voor de ontvangst van de bestreden beslissing niet op de hoogte was van het komende ontslag, is de Commissie van oordeel dat de werknemer in haar belangen is geschaad doordat zij zich niet heeft kunnen verweren tegen een voornemen tot ontslag. De Commissie acht het beroep reeds om deze formele reden gegrond. De Commissie wenst daarbij niet onopgemerkt te laten dat de werkgever de noodzaak om het dienstverband op te zeggen onvoldoende heeft aangetoond. Zo ontbreekt een actuele financiële onderbouwing. Ook is het door de werkgever gestelde ontwikkelde beleid ten aanzien van de afvloeiing van ID-baners niet schriftelijk onderbouwd. De aan het ontslag ten grondslag gelegde gewichtige omstandigheden zijn derhalve onvoldoende onderbouwd zodat het ontslag niet gedragen wordt door de daaraan ten grondslag gelegde redenen.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-10-2006
103202 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige reden PO
Werknemer is ID-baner en is ontslagen vanwege de afbouw van de ID-regeling. Werkgever stelt dat er onvoldoende financiering is om de werknemer, klassenassistent, in dienst te houden. De Commissie oordeelt dat de werkgever strijdig heeft gehandeld met de in de CAO-PO gestelde formele vereisten door de zogenoemde voornemen-procedure ex artikel F2.9 CAO-PO niet te volgen. Aangezien de werknemer een beroep heeft gedaan op het niet nakomen van deze vereisten en voor de ontvangst van de bestreden beslissing niet op de hoogte was van het komende ontslag, is de Commissie van oordeel dat de werknemer in haar belangen is geschaad doordat zij zich niet heeft kunnen verweren tegen een voornemen tot ontslag. De Commissie acht het beroep reeds om deze formele reden gegrond. De Commissie wenst daarbij niet onopgemerkt te laten dat de werkgever de noodzaak om het dienstverband op te zeggen onvoldoende heeft aangetoond. Zo ontbreekt een actuele financiële onderbouwing. Ook is het door de werkgever gestelde ontwikkelde beleid ten aanzien van de afvloeiing van ID-baners niet schriftelijk onderbouwd. De aan het ontslag ten grondslag gelegde gewichtige omstandigheden zijn derhalve onvoldoende onderbouwd zodat het ontslag niet gedragen wordt door de daaraan ten grondslag gelegde redenen. Tevens niet aannemelijk dat werkgever voldoende inspanningen heeft verricht om het ontslag te voorkomen. Het laatste individuele gesprek met de werknemer vond ruim een jaar voor de ontslagaanzegging plaats. Voorts heeft de werkgever onzorgvuldig gehandeld door niet te voldoen aan de inspanningsverplichtingen die de werkgever gedurende de rddf-plaatsing heeft.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-10-2006
103206 / 103215 Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid PO
103206 Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid PO
103215 Beroep tegen weigering wedertewerkstelling
Naar het oordeel van de Commissie heeft de werkgever onvoldoende gemotiveerd dan wel aannemelijk gemaakt dat de werknemer ongeschikt is voor het verrichten van zijn werkzaamheden als godsdienstleerkracht anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. De onderbouwing van de ongeschiktheid is uitsluitend gegrond op de arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Onder deze omstandigheden concludeert de Commissie dat niet aannemelijk is dat er sprake is van ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. De bestreden ontslagbeslissing wordt niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden.
Beroep tegen ontslag gegrond.
De Commissie overweegt inzake zaak 103215 dat de brief van de werkgever redelijkerwijs niet anders kan worden gelezen dan als een afwijzende reactie van de werkgever op de mededeling van de werknemer dat laatstgenoemde zich weer beschikbaar stelt voor het verrichten van zijn werkzaamheden. De brief is geenszins bedoeld als het opleggen van een disciplinaire maatregel wegens plichtsverzuim als bedoeld in artikel F 2.8 lid 1 CAO-PO.
Beroep tegen weigering wedertewerkstelling niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-05-2006
103119 Beroep tegen ontslag wegens van rechtswege eindigen PO
Volgens de werkgever betreft het een tijdelijk dienstverband dat van rechtswege is geëindigd. De werkneemster stelt dat zij in vaste dienst is zodat haar dienstverband niet rechtsgeldig is opgezegd.
Werkneemster is eerst benoemd in een eerste tijdelijk dienstverband met uitzicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, vervolgens een jaar in een tijdelijk dienstverband wegens tijdelijke voorziening in een vacature en het jaar daarop wederom in een tijdelijk dienstverband met als grond eerste dienstverband met uitzicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Deze gang van zaken is in strijd met de bepalingen uit de CAO-PO. Een arbeidsovereenkomst met deze grond kan gezien de gebruikte bewoordingen immers slechts overeengekomen worden bij eerste indiensttreding. Hiervan is echter duidelijk geen sprake.
Gezien het standaardkarakter van de CAO-PO en mede in acht nemend dat er ook geen andere reden is op grond waarvan het dienstverband tijdelijk zou kunnen zijn is de werkneemster in vaste dienst per 01-08-2004. Derhalve komt de bestreden beslissing neer op een ontslag, waarvoor geen geldige reden is.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-03-2006
103011 / 103019 - Beroepen (2) tegen rddf-plaatsing PO
Het beroep is niet binnen de daartoe geldende termijn van 6 weken ingediend. De Commissie oordeelt de termijnoverschrijding niet verschoonbaar omdat in de bestreden beslissing expliciet de mogelijkheid van beroep, de beroepstermijn en de instantie is vermeld en werknemer de brief op of omstreeks 30-06-2005 heeft ontvangen terwijl de zomervakantie op 09-07-2005 aanving. Indien niet duidelijk was wat onder het instellen van beroep verstaan diende te worden, had hij op een eerder moment nadere informatie kunnen inwinnen bij de werkgever dan wel bij de Commissie.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-01-2006
103008 / 103014 / 103033 - Beroepen (3) tegen rddf-plaatsing PO
Beroep is niet binnen de daartoe geldende termijn van 6 weken ingediend. Werkneemster heeft aangevoerd niet direct beroep te hebben ingesteld omdat het belang daarvan niet tot haar was doorgedrongen. Eerst na de zomervakantie volgde een gesprek met de directeur waarin het werkneemster duidelijk werd wat bedoeld werd met het instellen van beroep. Vervolgens heeft zij beroep ingesteld. De Commissie oordeelt de termijnoverschrijding niet verschoonbaar omdat in de bestreden beslissing expliciet de mogelijkheid van beroep, de beroepstermijn en de instantie is vermeld en werkneemster de brief op 30-06-2005 heeft ontvangen terwijl de zomervakantie op 09-07-2005 aanving. Indien het werkneemster niet duidelijk was wat onder het instellen van beroep verstaan diende te worden, had zij op een eerder moment nadere informatie kunnen inwinnen bij de werkgever dan wel bij de Commissie.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-12-2005
102989 Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid PO
Werknemer betwist ongeschikt te zijn voor zijn functie en stelt dat de werkgever ook niet aangeeft waarin hij als leerkracht tekortschiet. De werkgever heeft daartegen aangevoerd dat de werknemer zich niet kon vinden in de door de school ingevoerde onderwijsmethode en in strijd met het schoolplan en de teamafspraken klassikaal bleef lesgeven. Als gevolg hiervan is de werknemer overgeplaatst naar een andere school doch ook daar functioneerde hij onvoldoende. Het is de Commissie aannemelijk geworden dat de werknemer onvoldoende is meegegroeid in het vernieuwingstraject van de school en dat hij, ondanks zowel interne als externe begeleiding, op een klassikale wijze bleef lesgeven althans de lesstof niet conform de teamafspraken aanbood aan de leerlingen. Voorts is het de Commissie aannemelijk geworden dat de overplaatsing van de werknemer naar een andere school niet tot verbetering van het functioneren van de werknemer heeft geleid. De Commissie oordeelt dat de werkgever in redelijkheid heeft kunnen beslissen de werknemer te ontslaan op grond van gebleken ongeschiktheid. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-11-2005
102912 Beroep tegen ontslag ID-medewerker PO
Werknemer is hulpconciërge en is ontslagen vanwege de afbouw van de ID-regeling. Werkgever stelt dat er onvoldoende financiering is om de werknemer in dienst te houden. De Commissie oordeelt dat de werkgever voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat er vanuit de reguliere middelen geen ruimte is om het dienstverband van de werknemer nog langer te bekostigen. Bovendien acht de Commissie het standpunt van de werkgever, dat 1 conciërge op de school voldoende en verantwoord is en dat ingeval van ontslag, de huishoudelijke sector daarvoor de meest gerede sector is omdat hiermee de operationele schade aan de organisatie tot een minimum wordt beperkt, redelijk. Over de toezegging van de werkgever, dat de werknemer in dienst zou worden genomen als schoonmaker indien hij een opleiding als zodanig zou hebben afgerond, overweegt de Commissie dat ter zitting gebleken is dat de werknemer de, door de werkgever bekostigde, opleiding heeft gestaakt omdat hij hiervoor nog onvoldoende tijd kon vrijmaken. Van een afgeronde opleiding is dus geen sprake. Daarenboven is de Commissie van oordeel dat de werkgever door actief te bemiddelen voor de werknemer en hem onder te brengen bij een schoonmaakbedrijf voldoende invulling heeft gegeven aan de hiervoor aangehaalde toezegging. Dat de werknemer vervolgens binnen de proeftijd is ontslagen, valt buiten de invloedssfeer van de werkgever, temeer omdat de werknemer zich niet tot de werkgever heeft gewend om te overleggen over mogelijke oplossingen voor de ontstane problemen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-11-2005
102967 Beroep tegen ontslag ID-medewerkster PO
Werkneemster heeft niet binnen de geldende termijn van zes weken beroep ingesteld.
De werkneemster heeft aangevoerd dat zij na ontvangst van de bestreden beslissing in de maand juni 2005 gesprekken heeft gevoerd met de werkgever over herplaatsing aan een andere school. Hierdoor verkeerde zij in de veronderstelling dat de arbeidsovereenkomst niet per 01-08-2005 beëindigd zou worden. Voorts was de werkneemster naar eigen zeggen nog steeds erg in de war zodat zij een en ander ook niet kon overzien. Ter ondersteuning van deze laatste stelling heeft de werkneemster een overzicht in de vorm van een journaal van haar huisarts over de periode 11-08-2004 tot 02-09-2005 overgelegd. Het gegeven dat de werkneemster een verkeerde inschatting heeft gemaakt over de mogelijke gevolgen van de inspanningen van de werkgever om haar elders te plaatsen, is een omstandigheid die voor haar risico komt. Voorts is uit de overgelegde stukken of anderszins niet gebleken dat de werkneemster in een zodanige psychische staat verkeerde dat het voor haar niet mogelijk was om tijdig beroep in te stellen.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-10-2005
102914 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige omstandigheden PO
Werknemer is ID-baner en is ontslagen vanwege de afbouw van de ID-regeling. Werkgever stelt dat er onvoldoende financiering is om de werknemer, conciërge, in dienst te houden. De Commissie oordeelt dat de werkgever voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat er vanuit de reguliere middelen geen ruimte is om het dienstverband van de werknemer nog langer te bekostigen. Bovendien acht de Commissie het standpunt van de werkgever, dat 1 conciërge op de school voldoende en verantwoord is en dat in geval van ontslag, de huishoudelijke sector daarvoor de meest gerede sector is omdat hiermee de operationele schade aan de organisatie tot een minimum wordt beperkt, redelijk. Daarenboven heeft de werkgever de vrijheid om een keuze tussen verschillende ID-ers te maken op basis van competenties. De Commissie oordeelt voorts dat niet kan worden gezegd dat de werkgever onvoldoende actie zou hebben ondernomen om het ontslag van de werknemer te voorkomen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-09-2005
102893 - Beroep tegen ontslag ID-werknemer tijdens ziekte; PO
Werknemer is benoemd als conciërge op basis van de ID-regeling. Werkgever heeft werknemer ontslagen wegens gewichtige redenen, zijnde de beëindiging van de ID-regeling. Werknemer was ten tijde van de opzegging ziek en heeft zich conform art. 7:677 lid 5 BW binnen 2 maanden door middel van een brief aan de werkgever beroepen op de vernietigingsgrond dat hij nog geen 2 jaar ziek is. Werkgever voert aan dat er sprake is van beëindiging van rechtswege zodat het opzegverbod tijdens ziekte niet aan de orde is. De werkgever meent dat de benoeming dient te worden gezien als bepaald in tijd voor de duur van de subsidieverstrekking.
De Commissie oordeelt dat blijkens de akte van benoeming sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Nu de werknemer tijdig een beroep heeft gedaan op de vernietigingsgrond, is het beroep reeds om die reden gegrond. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-07-2005
102868 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid PO
Werkneemster voert aan dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen om haar intern of extern te herplaatsen.
In het begin van haar ziekteproces meende werkneemster volledig arbeidsongeschikt te zijn. Voorts veranderde na enige tijd de oorzaak voor haar arbeidsongeschiktheid. Hierdoor zijn pas na drie jaar acties op gang gekomen die gericht waren op terugkeer in het arbeidsproces. Daarbij is - mede ingegeven door het feit dat de werkneemster een terugkeer op de school onwenselijk achtte vanwege een gerezen conflict met de directeur - tussen partijen afgesproken zich niet te richten op terugkeer binnen de eigen organisatie maar op het zogenoemde "tweede spoor" (een functie buiten de eigen organisatie). Voorts blijkt uit het door UWV verstrekte functieongeschiktheidsadvies dat de arbeidsdeskundige herplaatsing van de werkneemster binnen de school niet mogelijk acht. De Commissie ziet geen reden om aan dit oordeel te twijfelen.
Volgens de Commissie heeft de werkgever, die slechts één school in stand houdt, in redelijkheid kunnen concluderen dat bij hem voor de werkneemster geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn. De werkgever heeft zich ook voor het overige voldoende ingespannen om de werkneemster te ondersteunen door haar te laten begeleiden door een outplacementbureau en door haar op de hoogte te stellen van vacatures.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-03-2005
102693 Beroep tegen rddf-plaatsing; PO
Werknemer heeft vast dienstverband als hulpconciërge op basis van ID-regeling en is in het RDDF geplaatst vanwege afbouw ID-regeling. Werknemer heeft niet (aantoonbaar) binnen de beroepstermijn beroep ingesteld bij de Commissie. Omdat hij echter wel tijdig bezwaar heeft ingediend bij de werkgever, acht de Commissie het beroep ontvankelijk. Eventueel gebrek aan instemming MR met formatieplan lag aan weigerachtige houding van de MR om met de directie samen te werken. MR heeft zich niet tot rechter gewend voor wat betreft formatieplan. Afbouw ID-regeling rechtvaardigt op zichzelf genomen de RDDF-plaatsing. Werknemer heeft de afgelopen jaren geen activiteiten ondernomen om zijn kansen op het vinden van regulier werk te vergroten. Eerst in de onderhavige procedure stelt de werknemer bereid te zijn een opleiding te volgen, zodat het uitblijven van actie op dit punt niet aan de werkgever kan worden tegengeworpen. Voorts heeft de werknemer geen gebruik gemaakt van de gelegenheid zijn standpunt ter zitting nader te onderbouwen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-03-2005
102566 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
OALT-leraar Arabisch is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft geen onderwijsbevoegdheid en is niet geslaagd voor het taalassessment om te worden toegelaten tot de PABO-opleiding. De werknemer meent dat de werkgever nauwelijks inspanningen heeft verricht om hem voor het onderwijs te behouden en dat de functie van Godsdienstleraar voor hem een passende functie is omdat hij in het verleden geruime tijd de Godsdienstlessen heeft verzorgd. Voorts hoopt hij in 2006 de opleiding Pedagogiek af te ronden waarna hij als gedragsspecialist zou kunnen worden ingezet bij de werkgever. De Commissie overweegt dat bij de werkgever onvoldoende formatie beschikbaar is om de functie van Godsdienstleraar daadwerkelijk in te vullen. De functie van gedragsspecialist kent de werkgever niet zodat dit ook geen beschikbare passende functie is. Voorts niet gebleken van andere vacatures waarvoor werknemer in aanmerking zou kunnen komen. Ook de inschakeling van bureau X heeft niet tot ander werk geleid.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-02-2005
102598 / 102599 - Beroepen (2) tegen ontslag OALT-leraar; PO
Werknemer is OALT-leraar en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging.
Niet gebleken is dat de persoon die de ontslagbrief heeft ondertekend daadwerkelijk deel uitmaakte van het bestuur van de stichting die de school in stand houdt. Voorts overweegt de Commissie dat volgens art. 10 van voornoemde statuten de stichting in en buiten rechte uitsluitend wordt vertegenwoordigd door twee gezamenlijk handelende leden van het dagelijks bestuur. Een ontslagbeslissing dient derhalve door twee leden van het dagelijks bestuur ondertekend te zijn. De leden van het dagelijks bestuur zijn volgens de statuten de voorzitter, de secretaris en de penningmeester. De brief is ondertekend door één persoon. Zo deze persoon al deel uit zou maken van het bestuur, hetgeen niet aannemelijk is gemaakt, dan geldt dat hij niet deel uitmaakt van het dagelijks bestuur. Op grond van het voorgaande ontbeert de bestreden beslissing rechtsgeldigheid omdat zij niet door de hiertoe bevoegde personen is genomen.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-02-2005
102722 - Beroep tegen berisping; PO
Naar aanleiding van een klacht van een ouder, heeft de werkgever de werknemer berispt wegens plichtsverzuim, eruit bestaande dat de werknemer zich tegenover een aantal moeders van leerlingen van de school, luidruchtig en agressief zou hebben gedragen, niet zou hebben getuigd van enige vorm van respect voor de desbetreffende moeders en er geen sprake was van een open gesprek. De werkgever heeft aangevoerd grote waarde te hechten aan een effectieve, open en respectvolle communicatie met de ouders en dat het personeel in dat verband ook wordt getraind. Werknemer ontkent en stelt dat hij de moeders op normale wijze te woord heeft gestaan.
De Commissie oordeelt dat er sprake is van woord tegen woord en er geen aanvullende feiten of omstandigheden zijn op grond waarvan de ene verklaring geloofwaardiger is dan de andere zodat de feiten waarop het plichtsverzuim is gebaseerd onvoldoende zijn komen vast te staan. Geen grond voor het opleggen van een disciplinaire maatregel.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-02-2005
102671 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Werknemer was OALT-leraar Arabisch en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft geen onderwijsbevoegdheid. In maart 2004 was de werknemer aangevangen met de verkorte PABO-opleiding doch inmiddels heeft hij deze opleiding beëindigd omdat hij de kosten hiervan per 01-01-2005 niet meer van de werkgever vergoed krijgt. De werknemer meent dat de werkgever nauwelijks inspanningen heeft verricht om hem voor het onderwijs te behouden. De werkgever, een zogenoemde éénpitter, heeft zich, ingegeven door onvoldoende expertise, aangesloten bij een tweetal andere schoolbesturen teneinde gezamenlijk de met ontslag bedreigde OALT-leraren te trachten te herplaatsen. In dat kader is de werknemer outplacement en scholing aangeboden. Nu de werknemer ter zitting heeft verklaard het eens te zijn met de inschakeling van een reïntegratiebureau en nu de werkgever geen passende functie beschikbaar heeft, oordeelt de Commissie dat de werkgever de werknemer in redelijkheid heeft kunnen ontslaan.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-01-2005
102678 Beroep tegen rddf-plaatsing PO
Werknemer heeft vast dienstverband als hulpconciërge op basis van ID-regeling. RDDF-plaatsing vanwege afbouw ID-regeling. Eventueel gebrek aan instemming MR met formatieplan lag aan weigerachtige houding van de MR om met de directie samen te werken. MR heeft zich niet tot rechter gewend voor wat betreft formatieplan. Afbouw ID-regeling rechtvaardigt op zichzelf genomen de RDDF-plaatsing. Werknemer heeft de afgelopen jaren geen activiteiten ondernomen om zijn kansen op het vinden van regulier werk te vergroten. Hoewel daartoe verzocht, heeft de werknemer niet gecommuniceerd welke opleiding hij wenst te volgen, zodat het uitblijven van actie op dit punt niet aan de werkgever kan worden tegengeworpen. Het staat de werkgever vrij om bij de keuze welke ID-baner hij zal benoemen in een reguliere functie, die keuze te maken op basis van competenties.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-01-2005
102642 Beroep tegen rddf-plaatsing PO
Werknemer heeft vast dienstverband op basis van ID-regeling. RDDF-plaatsing vanwege afbouw ID-regeling. Niet is gebleken dat werkgever bepaalde subsidiegelden ten onrechte niet zou hebben verkregen. Eventueel gebrek aan instemming MR met formatieplan lag aan weigerachtige houding van de MR om met de directie samen te werken. MR heeft zich niet tot rechter gewend voor wat betreft formatieplan. Afbouw ID-regeling rechtvaardigt op zichzelf genomen de RDDF-plaatsing. Werknemer in beginsel geschikt voor functie van klassenassistent. Werkgever heeft in verband met bekwaamheden op gebied van overblijfcoördinatie en communicatie met de ouders, in redelijkheid een ander persoon in plaats van de werknemer kunnen benoemen als klassenassistent. Werkgever is in RDDF-jaar verplicht zich in te spannen om ontslag te voorkomen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-01-2005
102559 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Werknemer is OALT-leraar Marokkaans en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft geen onderwijsbevoegdheid, geen NT-2 bevoegdheid en voldeed niet aan de wettelijke voorwaarde om taalondersteuning te geven, zodat zijn herplaatsingsmogelijkheden binnen het onderwijs beperkt zijn. Werknemer bestrijdt niet dat de werkgever hem reeds voordat sprake was van de beëindiging van de OALT-bekostiging, heeft gestimuleerd om het NT2-diploma te behalen en dat hij de NT2-cursus niet heeft afgemaakt. Werkgever heeft door Rijk beschikbaar gestelde budget ingezet voor outplacement en voor oriëntatie op een opleiding voor rij-instructeur. Daarnaast heeft de werkgever een bedrag van € 500,00 uitbetaald en een extra maandsalaris toegekend. Werknemer heeft tot aan pensioengerechtigde leeftijd uitkering van 70%. Geen termen aanwezig om ontslag vanwege onvoldoende financiële compensatie onrechtmatig te achten.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-01-2005
102695 - Beroep tegen disciplinair ontslag; PO
Werkgever was interim-manager en was vanuit zijn functie bevoegd te beschikken over de bankrekening van de werkgever. Werkgever is gebleken dat de werknemer gelden van de werkgever verduisterd heeft. De werknemer stelt dat hij niet is veroordeeld voor enig strafbaar feit zodat er geen aanleiding voor ontslag is.
Werkgever was niet verplicht resultaten van het strafrechtelijk onderzoek af te wachten en heeft een eigen verantwoordelijkheid m.b.t. de arbeidsrechtelijke relatie en kan naar eigen inzicht, binnen het civielrechtelijk kader, omgaan met zijn verworven kennis van de feiten aangaande het handelen van de werknemer. Gebleken is dat drie maal van de rekening van de werkgever op de privé-rekening van de werknemer bedragen zijn gestort. Voorts is van de rekening van de werkgever geld gestort op de rekening van een stichting waarvan de werknemer en diens echtgenote de enige bestuurders zijn. De werkgever ontkent dat genoemde bedragen met zijn toestemming zijn overgeschreven en werknemer heeft geen bewijs aangedragen dat van het tegendeel doet blijken. Daarbij acht de Commissie de door de werknemer verstrekte verklaringen over de rechtmatigheid en de bestemming van de genoemde bedragen niet geloofwaardig, dit temeer gezien de hoogte van deze bedragen. Verduistering van gelden staat voldoende vast en vormt plichtsverzuim dat zo ernstig is, dat ontslag in verband daarmee proportioneel is.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-01-2005
102612 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Werknemer is OALT-leraar Turks en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging.
De wijziging van de Wet in verband met de beëindiging van de bekostiging van het OALT is definitief vastgesteld op 24-05-2004. De Commissie acht het niet onredelijk dat de werkgever vooruitlopend op de definitieve besluitvorming heeft gehandeld door de OALT-leerkrachten ontslag aan te zeggen.
Voor wat betreft de inspanningsverplichting van de werkgever om passend werk aan te bieden, overweegt de Commissie dat de herplaatsingmogelijkheden van de werknemer gering zijn door zijn beperkte opleiding en zijn niet optimale beheersing van de Nederlandse taal. De werkgever heeft reeds in een vroeg stadium met de werknemer overleg gestart over zijn toekomst. Hij heeft hem toestemming verleend om een taalassessment te ondergaan en hij heeft de werknemer op diens verzoek extra taallessen laten volgen en hem een traject aangeboden bij een outplacementbureau. Mede in overweging nemend dat de werknemer slechts een dienstverband met een omvang van 0,2914 FTE had bij de werkgever is de Commissie van oordeel dat de werkgever de werknemer voldoende ondersteuning heeft geboden voor zijn opleiding en bovendien voldoende inspanningen heeft verricht om hem te herplaatsen in een andere passende functie. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
03-01-2005
102679 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
De beroepstermijn is met 7 weken overschreden. In de ontslagbrief zijn de beroepsmogelijkheid en de beroepstermijn genoemd. Werkneemster heeft niet geantwoord op de schriftelijke vraag van de Commissie waarom de beroepstermijn is overschreden. Evenmin is werkneemster ingegaan op de termijnoverschrijding nadat de werkgever in zijn verweerschrift had aangegeven dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding.
Derhalve is niet gebleken van omstandigheden die niet aan de werkneemster kunnen worden verweten, als bedoeld in artikel 61 lid 1 WPO.
Beroep is niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-12-2004
102602 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Werknemer was OALT-leraar Arabisch en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft een NT-2 diploma; hij heeft geen onderwijsbevoegdheid. De werkgever heeft een extern bureau ingeschakeld hetgeen niet tot resultaat heeft geleid. De Commissie overweegt dat de herplaatsingsmogelijkheden van de werknemer zijn beperkt door zijn geringe relevante opleiding en zijn niet optimale beheersing van de Nederlandse taal. De werkgever heeft onvoldoende formatie om de werknemer als onderwijsassistent te benoemen. Ook heeft de werkgever de werknemer 5000 euro budget verstrekt doch hiermee heeft deze geen initiatieven genomen. De Commissie concludeert dat de werkgever, zij het in een laat stadium, de nodige stappen tot arbeidsbemiddeling heeft genomen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-12-2004
102600 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Werknemer is OALT-docent en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. De werknemer was echter reeds vanaf 01-01-2003 feitelijk werkzaam als intern (kwaliteits)coördinator. De werknemer is ook voor deze functie aan het bestuur voorgedragen en de directeur van de school had voor deze functie 122 fre's gereserveerd. Ook uit een offerte aan de gemeente blijkt dat de werknemer wordt gepresenteerd als de intern coördinator van de school. Gegeven deze omstandigheden oordeelt de Commissie dat de werkgever bij de werknemer het vertrouwen heeft opgewekt dat hij per ontslagdatum zou worden herplaatst in de functie van intern coördinator. Doordat de werkgever van meet af aan een project is ingegaan gericht op herplaatsing van de werknemer in voormelde functie, in welke functie de werknemer uiteindelijk niet blijkt te kunnen worden benoemd vanwege budgettaire redenen, heeft de werkgever onvoldoende inspanningen verricht om ontslag te voorkomen. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-12-2004
102596 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
De werknemer is OALT-leraar Turks en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. De werknemer was ten tijde van de opzegging arbeidsongeschikt doch heeft de nietigheid van het ontslag wegens strijd met het opzegverbod niet ingeroepen waardoor dit geen invloed heeft op de beoordeling van het beroep. De werknemer heeft geen onderwijsbevoegdheid. De werkgever heeft een bemiddelingsbureau ingeschakeld hetgeen niet tot een afspraak met de werknemer heeft geleid omdat deze niet reageerde op aan hem verzonden brieven. Ook op het voorstel van de werkgever voor een afspraak over de besteding van het voor hem beschikbare budget van 5000 euro heeft de werknemer niet gereageerd. De Commissie overweegt dat de herplaatsingsmogelijkheden van de werknemer zijn beperkt door zijn geringe relevante opleiding, zijn niet optimale beheersing van de Nederlandse taal en het gegeven dat hij slechts een dag per week bij de werkgever werkzaam was. De Commissie concludeert dat de werkgever, zij het in een laat stadium, zich voldoende heeft ingespannen om het ontslag van de werknemer te voorkomen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-12-2004
102644 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Opheffing betrekking wegens einde OALT-bekostiging. De werknemer voert aan dat werkgever zich niet voldoende heeft ingespannen om hem een passende functie aan te bieden. Werkgever heeft in Dordrecht en Rotterdam nieuwe scholen opgericht, hetgeen mogelijkheden zou moeten bieden.
De herplaatsingmogelijkheden van de werknemer zijn gering door zijn beperkte opleiding ((opleiding tot leerkracht in Turkije en geen NT2 kwalificaties) en zijn niet optimale beheersing van de Nederlandse taal. Gebleken is dat de werkgever binnen zijn scholen geen passende vacatures heeft, ook niet binnen de nieuw opgerichte school in Dordrecht. Weliswaar heeft de werkgever in eerste instantie kenbaar gemaakt dat op deze school een aantal vacatures zou ontstaan, maar omdat het aantal aanmeldingen voor de school tegenviel, zijn alleen vacatures voor de functie van groepsleerkracht ontstaan, waarvoor de werknemer niet de vereiste bevoegdheid heeft. De werkgever heeft ook binnen het regionaal overlegorgaan, de Federatie voor Onderwijskoepels en Openbaar Onderwijs Rotterdam, overleg gevoerd maar dit heeft evenmin tot resultaat geleid. Met de werknemer is overleg gevoerd over scholing. De werkgever heeft aangegeven bereid te zijn mee te werken aan het volgen door de werknemer van de cursus leerlingbegeleider/zorgbegeleider. Voorts is de werknemer op kosten van de werkgever geplaatst in een outplacementtraject.
Alles overziende is de Commissie van oordeel dat de werkgever voldoende invulling heeft gegeven aan zijn inspanningsverplichtingen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-12-2004
102641 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Opheffing betrekking wegen einde OALT-bekostiging. De werknemer voert aan dat werkgever zich niet voldoende heeft ingespannen om hem een passende functie aan te bieden. Werkgever heeft in Dordrecht en Rotterdam nieuwe scholen opgericht, hetgeen mogelijkheden zou moeten bieden.
De herplaatsingmogelijkheden van de werknemer zijn gering door zijn beperkte opleiding (NT-2 diploma) en zijn niet optimale beheersing van de Nederlandse taal. Gebleken is dat de werkgever binnen zijn scholen geen passende vacatures heeft, ook niet binnen de nieuw opgerichte school in Dordrecht. Weliswaar heeft de werkgever in eerste instantie kenbaar gemaakt dat op deze school een aantal vacatures zou ontstaan, maar omdat het aantal aanmeldingen voor de school tegenviel, zijn alleen vacatures voor de functie van groepsleerkracht ontstaan, waarvoor de werknemer niet de vereiste bevoegdheid heeft. De werkgever heeft ook binnen het regionaal overlegorgaan, de Federatie voor Onderwijskoepels en Openbaar Onderwijs Rotterdam, overleg gevoerd maar dit heeft evenmin tot resultaat geleid. Met de werknemer is overleg gevoerd over scholing en hij heeft een taalassessment gedaan, waarvoor hij niet geslaagd is. Werknemer heft na de ingang van het ontslag een voorstel aan de werkgever gedaan om zijn te starten opleiding tot rij-instructeur te bekostigen, welk voorstel nog in beraad is bij de werkgever. Voorts is de werknemer op kosten van de werkgever geplaatst in een outplacementtraject.
Alles overziende is de Commissie van oordeel dat de werkgever voldoende invulling heeft gegeven aan de hiervoor genoemde inspanningsverplichtingen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-11-2004
102630 Beroep tegen opzegging verlengd tijdelijk dienstverband VO
Over de aard van de benoeming bestaat tussen partijen verschil van mening. Werknemer kreeg bij indiensttreding een tijdelijke benoeming wegens eerste dienstverband met uitzicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (verlengde CAO-VO 1998), gevolgd door een tijdelijke arbeidsovereenkomst op dezelfde grond. De werkgever voert aan dat er sprake is van het van rechtswege aflopen van het tijdelijk dienstverband, waartegen geen beroep open staat. De Commissie oordeelt dat het gaat om een verlengd tijdelijk dienstverband bij wijze van proef met uitzicht op een dienstverband voor onbepaalde tijd. Op grond van art. 4a.1 lid 1 CAO-VO moet het verlengde tijdelijk dienstverband worden opgezegd. De opzegtermijn van 3 maanden is niet in acht genomen. Bovendien wordt de opzegging niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden, namelijk het van rechtswege aflopen van het verlengd dienstverband. Het dienstverband is niet rechtsgeldig opgezegd met ingang van 01-08-2004 en kan op grond van de CAO niet een tweede maal worden verlengd. Dus is de werknemer per 01-08-2004 in vaste dienst van de werkgever.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-11-2004
102617 - Beroep tegen opzegging verlengd tijdelijk dienstverband; VO
Werkneemster was onbevoegde zij-instromer en kreeg bij indiensttreding een tijdelijke benoeming wegens eerste indiensttreding (verlengde CAO-VO 1998). Gedurende het eerste tijdelijk contract werd zij bevoegd voor het vak B. Het tijdelijk dienstverband is vervolgens verlengd, volgens de werkgever wegens onbevoegdheid voor het vak V. De werkgever voert aan dat er sprake is van het van rechtswege aflopen tijdelijk dienstverband, waartegen geen beroep open staat. De Commissie oordeelt dat de tijdelijkheid van de tweede arbeidsovereenkomst niet kan gebaseerd worden op onbevoegdheid aangezien de werkneemster inmiddels een onderwijsbevoegdheid bezat. Volgens de Commissie is de tweede arbeidsovereenkomst een verlengd tijdelijk dienstverband bij wijze van proef, met uitzicht op een vast dienstverband (art. 3a.2 lid 4 CAO-VO 2003-2005). Dat dienstverband loopt niet van rechtswege af maar dient met redenen omkleed te worden opgezegd. De opzegging wordt niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden, namelijk het van rechtswege aflopen van het verlengd dienstverband. Het dienstverband is niet rechtsgeldig opgezegd met ingang van 01-08-2004 en kan op grond van de CAO niet een tweede maal worden verlengd. Dus is werkneemster per 01-08-2004 in vaste dienst van de werkgever.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-11-2004
102611 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
De werknemer is OALT-leraar Marokkaans en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft OALT-diploma, NT2-bevoegdheid en diploma bedrijfshulpverlening. Hij is geslaagd voor het taalassessment voor de duale Pabo-opleiding en is begin maart 2004 op kosten van de werkgever aan die opleiding begonnen.I n verband met die opleiding heeft de werkgever de werknemer voor 2,5 dag per week vrijgesteld van zijn OALT-werkzaamheden. Een verzoek om een extra vrijgestelde dag in verband met de opleiding is door de werkgever afgewezen. De werkgever is ook niet bereid gevonden de werknemer na 01-08-2004 een stageplaats te bieden. Dit acht de Commissie, gelet op de inspanningsverplichting van de werkgever, niet redelijk. Voorts is gebleken dat de werkgever de werknemer niet heeft gewezen op een vacature klassenassistent en dat hij een collega-OALT-leraar heeft benoemd, die minder dienstjaren heeft en niet geslaagd is voor het taalassessment. De werkgever heeft de werknemer onvoldoende ondersteuning geboden voor zijn opleiding en bovendien onvoldoende inspanningen verricht om hem te herplaatsen. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-11-2004
102595 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
De werknemer is OALT-leraar Turks en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft geen onderwijsbevoegdheid, geen NT-2 bevoegdheid en voldeed niet aan de wettelijke voorwaarde om taalondersteuning te geven, zodat zijn herplaatsingsmogelijkheden binnen het onderwijs beperkt zijn. De stelling van de werknemer, dat hij via een EVC-procedure plaatsbaar is in het allochtone basisonderwijs, passeert de Commissie omdat de werknemer niet heeft aangetoond dat hij het nodige heeft ondernomen om zijn herplaatsingsmogelijkheden via die procedure te vergroten. De werkgever heeft zich door het aanbod tot omscholing en outplacement voldoende ingespannen om het ontslag te voorkomen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-03-2004
102594 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
De werknemer is OALT-leraar Turks en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft geen onderwijsbevoegdheid, geen NT-2 bevoegdheid en voldeed niet aan de wettelijke voorwaarde om taalondersteuning te geven, zodat zijn herplaatsingsmogelijkheden binnen het onderwijs beperkt zijn. De stelling van de werknemer, dat hij via een EVC-procedure plaatsbaar is in het allochtone basisonderwijs, passeert de Commissie omdat de werknemer niet heeft aangetoond dat hij het nodige heeft ondernomen om zijn herplaatsingsmogelijkheden via die procedure te vergroten. De werkgever heeft zich door het aanbod tot omscholing en outplacement voldoende ingespannen om het ontslag te voorkomen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier vinden.
01-11-2004
102638 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Opheffing betrekking wegens einde OALT-bekostiging. De werknemer voert aan dat de werkgever heeft nagelaten zich in het RDDF-jaar voldoende in te spannen om zijn ontslag te voorkomen. Zo is verzuimd passende vacatures bij de werkgever aan hem aan te bieden. Ook is ontslag aangezegd terwijl het formatieplan nog niet definitief was vastgesteld.
Niet gebleken is dat op de door de werkgever opgerichte nieuwe basisschool een voor de werknemer passende vacature is ingevuld. Op andere scholen van de werkgever was evenmin formatieruimte beschikbaar. De werkgever heeft in het regionaal overlegorgaan overleg over de met ontslag bedreigde leerkrachten gevoerd en heeft de werknemer ondersteund bij het volgen van de opleiding onderwijsassistent, een NT2 cursus, taalassessment. Ook heeft hij de werknemer een outplacement traject aangeboden. Aldus heeft de werkgever voldoende invulling gegeven aan zijn inspanningsverplichtingen.
Gezien de ontwikkelingen welke zich de laatste maanden van het cursusjaar 2003-2004 hebben voorgedaan - de start van een nieuwe school in Dordrecht, en het vertrek van twee scholen uit het samenwerkingsverband - is het begrijpelijk dat de werkgever nog niet een definitief formatieplan heeft vastgesteld en vooruitlopend op de definitieve vaststelling van het formatieplan reeds tot ontslag van de werknemer is overgegaan. Gezien de beëindiging van de OALT-bekostiging ligt het in de rede dat de OALT-formatie niet in het formatieplan van het huidige schooljaar is opgenomen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-11-2004
102632 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Opheffing betrekking wegens einde OALT-bekostiging. De werknemer voert aan dat de werkgever, in strijd met de op hem rustende verplichtingen heeft nagelaten zich in het RDDF-jaar voldoende in te spannen om zijn ontslag te voorkomen. Zo is verzuimd passende vacatures bij de werkgever aan hem aan te bieden. Ook is ontslag aangezegd terwijl het formatieplan nog niet definitief was vastgesteld.
Niet gebleken is dat op de door de werkgever opgerichte nieuwe basisschool een voor de werknemer passende vacature is ingevuld. Op andere scholen van de werkgever was evenmin formatieruimte beschikbaar. De gewenste inzet op de eigen school als godsdienstleraar was niet haalbaar omdat de werkgever hiervoor gebruik wenste te maken van een bevoegde leraar. De werkgever heeft in het regionaal overlegorgaan overleg over de met ontslag bedreigde leerkrachten gevoerd en heeft de werknemer ondersteuning aangeboden bij het volgen van de opleiding onderwijsassistent, en het verkrijgen van de positie als zij-instromer. Omdat de werknemer het taalassessment niet heeft gehaald is dit laatste zonder resultaat gebleven.
De werkgever heeft voldoende invulling gegeven aan zijn inspanningsverplichtingen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-11-2004
102618 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Opheffing betrekking wegens einde OALT-bekostiging. De werknemer voert aan dat de werkgever door middel van verzilvering formatie beschikbaar heeft waarop hij in dienst gehouden kan worden. Bovendien heeft de werkgever een nieuwe school gestart waarvoor personeel gevraagd wordt. Voorts stelt hij dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen om uitvoering te geven aan het Sociaal Plan en het rechtspositiebesluit WPO/WEC voor wat betreft het bekostigen van zijn opleiding en het helpen bij behoud van werk.
De verzilvering van eenheden is blijkbaar gebeurd met als doel de benoeming van groepsleerkrachten. Het hebben van de financiële middelen is op zichzelf genomen onvoldoende om te concluderen dat de werknemer in dienst dient gehouden dient te worden. De werkgever heeft een zekere beleidsvrijheid om binnen de organisatie een functiebouwwerk vast te stellen dat voldoet aan de nodige kwaliteit teneinde goed onderwijs te waarborgen. Niet gebleken is dat de werkgever zijn keuzes redelijkerwijs niet had kunnen maken. Op de door de werkgever opgerichte nieuwe basisschool zijn geen vacatures vervuld waarvoor de werknemer in aanmerking had kunnen komen. De werkgever heeft ook binnen het regionaal overlegorgaan overleg gevoerd over mogelijke herplaatsing maar dit heeft evenmin tot resultaat geleid. Werkgever heeft ook voldoende overleg gevoerd met appellant over te volgen scholing.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-11-2004
102609 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Opheffing betrekking wegens einde OALT-bekostiging. De werknemer stelt dat de werkgever niet zorgvuldig onderzocht heeft of er een passende functie voor hem was. Er zijn verschillende vacatures binnen de scholen van het bevoegd gezag geweest, terwijl hij daar niet voor is benaderd.
Gebleken is dat op de door de werkgever opgerichte nieuwe basisschool in Dordrecht geen onderwijsassistent is benoemd. Voorts is gebleken dat op de andere onder het bestuur van de werkgever staande school evenmin formatieruimte beschikbaar is. De werkgever heeft in het regionaal overlegorgaan overleg gevoerd over oplossingen voor het boventallig personeel. Ook heeft de werkgever overleg gevoerd over te volgen scholing. De werknemer heeft deelgenomen aan een specifiek taaltraject gericht op het behalen van een onderwijsbevoegdheid en hij heeft een taalassessment gedaan, waarvoor hij echter niet geslaagd is. Hierdoor heeft hij de verkorte opleiding PABO niet kunnen volgen. De werkgever heeft een verzoek van de werknemer om de lerarenopleiding Frans -2e graads - te mogen volgen akkoord bevonden onder de voorwaarde dat de werknemer de kosten achteraf zou kunnen declareren alsmede de voorwaarde dat hij de vergoeding zou dienen terug te betalen indien hij zijn dienstverband bij de werkgever zelf zou beëindigen. De werknemer heeft hierop besloten de opleiding niet te volgen. Voorts is de werknemer op kosten van de werkgever geplaatst in een outplacement traject.
De door de werkgever gestelde voorwaarden aan de scholing zijn niet redelijk. Juist omdat de scholing samenhangt met te verwachten beëindiging van het dienstverband dient de werkgever zich terughoudend op te stellen met het verbinden van voorwaarden aan te volgen scholing. Hier staat tegenover dat de werknemer, hoewel hij op de hoogte was van de ontslagdreiging, zelf geen nadere actie heeft ondernomen om zich te scholen zodat aan het verzuim van de werkgever geen doorslaggevend belang wordt gehecht.De werkgever heeft voldoende invulling gegeven aan zijn inspanningsverplichtingen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-11-2004
102608 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Opheffing betrekking wegens einde OALT-bekostiging. De werknemer stelt dat de werkgever niet zorgvuldig onderzocht heeft of er een passende functie voor hem is. Er zijn verschillende vacatures binnen de scholen van het bevoegd gezag geweest, terwijl hij daar niet voor is benaderd. Evenmin heeft de werkgever het aanbod om de schoonmaakwerkzaamheden van de school over te nemen in overweging genomen. De werknemer heeft met ondersteuning van de werkgever - middels vergoeding van kosten en verlenen van studieverlof - de opleiding tot onderwijsassistent gevolgd en met goed resultaat afgerond.
Gebleken is dat op de door de werkgever opgerichte nieuwe basisschool in Dordrecht geen onderwijsassistent is benoemd. Voorts is gebleken dat op de andere onder het gezag van de werkgever staande school evenmin formatieruimte beschikbaar is. De werkgever heeft in het regionaal overlegorgaan overleg gevoerd over oplossingen voor het boventallig personeel. Ook heeft de werkgever overleg gevoerd over te volgen scholing. De werknemer heeft een taalassessment gedaan, waarvoor hij geslaagd is. Omdat hij echter geen baangarantie van de werkgever kreeg heeft hij hieraan geen vervolg gegeven en heeft hij de verkorte opleiding PABO niet gedaan. Voorts is de werknemer op kosten van de werkgever geplaatst in een outplacement traject. Dat de werkgever niet is ingegaan op het aanbod van de werknemer om de schoonmaakwerkzaamheden van de school op bedrijfsmatige basis over te nemen omdat bij voorkeur gebruik gemaakt wordt van een gecertificeerd schoonmaakbedrijf is niet onredelijk.
De werkgever heeft voldoende invulling gegeven aan zijn inspanningsverplichtingen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-10-2004
102613 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
De werknemer is OALT-leraar Turks en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft NT-2 bevoegdheid, volgde cursus taalondersteuning en een applicatiecursus; hij heeft geen onderwijsbevoegdheid. Werkgever heeft loopbaanbegeleiding aangeboden hetgeen niet tot resultaat heeft geleid. De Commissie overweegt dat de herplaatsingsmogelijkheden van de werknemer zijn beperkt door zijn geringe relevante opleiding en zijn niet optimale beheersing van de Nederlandse taal. Werkgever streeft ernaar bevoegde leraren te benoemen. In RDDF-jaar zijn 2 nieuwe onderwijsassistenten benoemd en de Commissie acht het redelijk dat de werkgever, gelet op hun (taal)niveau om kwalitatieve redenen voor deze personen gekozen heeft. De werkgever beschikt weliswaar via een steunstichting over financiële middelen voor personeel doch de Commissie oordeelt het hebben van de middelen onvoldoende om te concluderen dat de werknemer moet in dienst gehouden worden. De werkgever heeft een zekere beleidsvrijheid om binnen de organisatie een functiebouwwerk vast te stellen dat voldoet aan de nodige kwaliteit teneinde goed onderwijs te verzorgen. OCW heeft de werkgever gemaand om de middelen in te zetten voor kwalitatief goed en bevoegd onderwijspersoneel. Indien er geen geaccordeerd formatieplan voorhanden is, staan voor de MR geëigende wegen open om dit te bestrijden. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-10-2004
102577 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
De werknemer is OALT-leraar Marokkaans en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft NT-2 diploma; hij heeft geen onderwijsbevoegdheid. Werkgever heeft arbeidsbemiddeling aangeboden hetgeen niet tot resultaat heeft geleid. De Commissie overweegt dat de herplaatsingsmogelijkheden van de werknemer zijn beperkt door zijn geringe relevante opleiding en zijn niet optimale beheersing van de Nederlandse taal. Werkgever streeft ernaar bevoegde leraren te benoemen. In RDDF-jaar zijn 2 nieuwe onderwijsassistenten benoemd en de Commissie acht het redelijk dat de werkgever, gelet op hun (taal)niveau om kwalitatieve redenen voor deze personen gekozen heeft. De werkgever beschikt weliswaar via een steunstichting over financiële middelen voor personeel doch de Commissie oordeelt het hebben van de middelen onvoldoende om te concluderen dat de werknemer moet in dienst gehouden worden. De werkgever heeft een zekere beleidsvrijheid om binnen de organisatie een functiebouwwerk vast te stellen dat voldoet aan de nodige kwaliteit teneinde goed onderwijs te verzorgen. OCW heeft de werkgever gemaand om de middelen in te zetten voor kwalitatief goed en bevoegd onderwijspersoneel. Indien er geen geaccordeerd formatieplan voorhanden is, staan voor de MR geëigende wegen open om dit te bestrijden. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-10-2004
102565 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar tijdens ziekte; PO
Werkgever heeft werknemer ontslagen wegens opheffing van de betrekking in verband met de stopzetting van de OALT-bekostiging. Werknemer was ten tijde van de opzegging ziek en heeft zich conform art. 7:677 lid 5 BW binnen 2 maanden door middel van een brief aan de werkgever beroepen op de vernietigingsgrond dat hij nog geen 2 jaar ziek is. Werkgever voert aan dat het opzegverbod niet geldt in het geval dat de werknemer is ontslagen wegens opheffing van de betrekking.
De Commissie oordeelt dat van een uitzondering op het opzegverbod tijdens ziekte geen sprake is omdat stopzetting van het OALT-onderwijs aan de betrokken school niet kan worden aangemerkt als beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of het onderdeel van de onderneming als bedoeld in art. 7:670b lid 2 BW. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-10-2004
102564 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar tijdens ziekte; PO
Werkgever heeft werknemer ontslagen wegens opheffing van de betrekking in verband met de stopzetting van de OALT-bekostiging. Werknemer was ten tijde van de opzegging ziek en heeft zich conform art. 7:677 lid 5 BW binnen 2 maanden door middel van een brief aan de werkgever beroepen op de vernietigingsgrond dat hij nog geen 2 jaar ziek is. Werkgever voert aan dat het opzegverbod niet geldt in het geval dat de werknemer is ontslagen wegens opheffing van de betrekking.
De Commissie oordeelt dat van een uitzondering op het opzegverbod tijdens ziekte geen sprake is omdat stopzetting van het OALT-onderwijs aan de betrokken school niet kan worden aangemerkt als beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of het onderdeel van de onderneming als bedoeld in art. 7:670b lid 2 BW. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-05-2004
102404 - Beroep tegen rddf-plaatsing OALT-leraar
Functie van OALT-leraar is per 01-08-2003 in het rddf geplaatst vanwege de mededeling van OC&W d.d. 28-05-2003 in verband met de beëindiging van de OALT-bekostiging met ingang van 01-08-2004. De Commissie acht art. B3 lid 2 CAOP-PO naar redelijkheid van toepassing in de situatie waarin reeds een formatieplan is vastgesteld maar aanpassing daarvan noodzakelijk is wegens zwaarwegende redenen of omstandigheden.
De Commissie acht het begrijpelijk dat de werkgever na de ontvangst van de mededeling van OC&W de functie van de werknemer nog vóór de zomervakantie in het rddf heeft geplaatst aangezien de werkgever in het andere geval het risico liep dat hij m.i.v. 01-08-2004 zelf de bekostiging van de functie dient te dragen. De Commissie oordeelt dat de inhoud van de mededeling van de minister en het late tijdstip waarop deze is gedaan, tezamen dienen te worden aangemerkt als zwaarwegende omstandigheden als bedoeld in art. B3 lid 2 CAO-PO. De tijdsdruk vormt naar het oordeel van de Commissie ook de reden dat de werkgever de gevolgen van de te verwachten beëindiging van de OALT-bekostiging niet of niet voldoende heeft kunnen bestuderen en niet of niet voldoende heeft kunnen bezien op welke wijze eventueel optredende (financiële) problemen, anders dan door rddf-plaatsing en ontslag, zouden kunnen worden opgelost. Gegeven deze omstandigheden heeft de werkgever in redelijkheid de bestreden beslissing kunnen nemen.
De Commissie merkt nog op dat op de werkgever de plicht rust om gedurende het huidige schooljaar zorgvuldig te bezien op welke wijze een eventuele beëindiging van de bekostiging binnen de school financieel verwerkt kan worden. Tevens dient de werkgever voldoende aandacht te besteden aan maatregelen en onderzoek om het ontslag te voorkomen, zoals bijvoorbeeld scholing en vervangende arbeid, binnen dan wel buiten de eigen organisatie.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-05-2004
102381 - Beroep tegen rddf-plaatsing OALT-leraar; PO
Functie van OALT-leraar is per 01-08-2003 in het rddf geplaatst vanwege de mededeling van OC&W d.d. 28-05-2003 in verband met de beëindiging van de OALT-bekostiging met ingang van 01-08-2004. De Commissie acht art. B3 lid 2 CAOP-PO naar redelijkheid van toepassing in de situatie waarin reeds een formatieplan is vastgesteld maar aanpassing daarvan noodzakelijk is wegens zwaarwegende redenen of omstandigheden.
De Commissie acht het begrijpelijk dat de werkgever na de ontvangst van de mededeling van OC&W de functie van de werknemer nog vóór de zomervakantie in het rddf heeft geplaatst aangezien de werkgever in het andere geval het risico liep dat hij m.i.v. 01-08-2004 zelf de bekostiging van de functie dient te dragen. De Commissie oordeelt dat de inhoud van de mededeling van de minister en het late tijdstip waarop deze is gedaan, tezamen dienen te worden aangemerkt als zwaarwegende omstandigheden als bedoeld in art. B3 lid 2 CAO-PO. De tijdsdruk vormt naar het oordeel van de Commissie ook de reden dat de werkgever de gevolgen van de te verwachten beëindiging van de OALT-bekostiging niet of niet voldoende heeft kunnen bestuderen en niet of niet voldoende heeft kunnen bezien op welke wijze eventueel optredende (financiële) problemen, anders dan door rddf-plaatsing en ontslag, zouden kunnen worden opgelost. Gegeven deze omstandigheden heeft de werkgever in redelijkheid de bestreden beslissing kunnen nemen.
De Commissie merkt nog op dat op de werkgever de plicht rust om gedurende het huidige schooljaar zorgvuldig te bezien op welke wijze een eventuele beëindiging van de bekostiging binnen de school financieel verwerkt kan worden. Tevens dient de werkgever voldoende aandacht te besteden aan maatregelen en onderzoek om het ontslag te voorkomen, zoals bijvoorbeeld scholing en vervangende arbeid, binnen dan wel buiten de eigen organisatie. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
04-05-2004
102245 - Beroep tegen het eindigen van een eerste tijdelijk dienstverband.
Ingevolge artikel 7:667 lid 1 BW juncto artikel 11.1 lid 2 onder a van de Kader-CAO VO eindigt de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege door het verstrijken van de tijd waarvoor het is aangegaan. Een opzegging schrijft de CAO in dat geval niet voor. Aldus is de tijdelijke arbeidsovereenkomst van de werknemer op 31-07-2003 van rechtswege geëindigd. De brief van 29-04-2003 van de werkgever kan derhalve slechts worden aangemerkt als een mededeling dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt en niet zal worden verlengd. Tegen een dergelijke mededeling, die geen beëindiginghandeling is, staat geen beroep open. Nu er geen voor beroep vatbare beslissing voorhanden is, oordeelt de Commissie het beroep niet-ontvankelijk.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-04-2004
102474 / 102493 Beroep tegen ontslag wegens gewichtige omstandigheid en tegen 2 orde-schorsingen PO
Appellant is aanvankelijk benoemd op basis van 'melkertbaanregeling'. Functiebenoeming is onduidelijk. Ontslag gebaseerd op gewichtige omstandigheid, namelijk een verstoorde arbeidsverhouding die is terug te voeren tot het functioneren van appellant. Er zijn geen functioneringsgesprekken met appellant gevoerd en er zijn geen verslagen van gesprekken voorhanden. Derhalve onvoldoende functioneren niet voldoende komen vast te staan en evenmin dat werkgever zich heeft ingespannen om functioneren te verbeteren. Werkgever heeft geen duidelijkheid gegeven ten aanzien van de functie van appellant.
Twee schorsingen als ordemaatregel zijn in strijd met CAO-PO aangezien de maximumtermijn voor schorsing reeds was verstreken: appellant was reeds eerder zes maanden geschorst vanwege hetzelfde feitencomplex; een schorsing die reeds volledig geëffectueerd is, kan niet meer ongedaan gemaakt worden. De nieuwe schorsingen sluiten aan op die eerdere schorsing.
Beroepen gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-12-2003
102406 - Beroep tegen rddf-plaatsing OALT-leraar; PO
Functie van OALT-leraar is per 01-08-2003 in het rddf geplaatst vanwege de mededeling van OC&W d.d. 28-05-2003 in verband met de beeïndiging van de OALT-bekostiging met ingang van 01-08-2004. In het vastgestelde formatieplan waren geen OALT-leraarfuncties in het rddf geplaatst en het formatieplan was ten tijde van de rddf-plaatsing van de functie van de werknemer niet aangepast aan de nieuwe ontwikkelingen rond OALT-bekostiging.
De Commissie acht art. B3 lid 2 CAO-PO naar redelijkheid van toepassing in de situatie waarin reeds een formatieplan is vastgesteld maar aanpassing daarvan noodzakelijk is wegens zwaarwegende redenen of omstandigheden.
De Commissie acht het begrijpelijk dat de werkgever na de ontvangst van de mededeling van OC&W de functie van de werknemer nog vóór de zomervakantie in het rddf heeft geplaatst aangezien de werkgever in het andere geval het risico liep dat hij m.i.v. 01-08-2004 zelf de bekostiging van de functie dient te dragen.
De Commissie oordeelt dat de inhoud van de mededeling van de minister en het late tijdstip waarop deze is gedaan, tezamen dienen te worden aangemerkt als zwaarwegende omstandigheden als bedoeld in art. B3 lid 2 CAO-PO, waaronder de rddf-plaatsing zonder aanpassing van het formatieplan heeft kunnen plaatsvinden. De tijdsdruk vormt naar het oordeel van de Commissie ook de reden dat de werkgever de gevolgen van de te verwachten beëindiging van de OALT-bekostiging niet of niet voldoende heeft kunnen bestuderen en niet of niet voldoende heeft kunnen bezien op welke wijze eventueel optredende (financiële) problemen, anders dan door rddf-plaatsing en ontslag, zouden kunnen worden opgelost. Gegeven deze omstandigheden heeft de werkgever naar het oordeel van de Commissie in redelijkheid de bestreden beslissing kunnen nemen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-12-2003
102366 - Beroep tegen rddf-plaatsing OALT-leraar; PO
Werknemer is onbevoegde OALT-leraar en zijn functie is per 01-08-2003 in het rddf geplaatst vanwege de mededeling d.d. 28-05-2003 van OC&W in verband met de beeïndiging van de OALT-bekostiging met ingang van 01-08-2004.
De Commissie overweegt dat het Convenant/Sociaal Plan, dat de gevolgen van het aanscherpen van de OALT-kwalificatievereisten voor de onbevoegde OALT-leraren poogt op te vangen, geen bescherming biedt tegen plaatsing in het rddf en/of ontslag op andere gronden dan onbevoegdheid, zoals beëindiging van de bekostiging van OALT. Door de voorgenomen beëindiging van de OALT-bekostiging vindt voor de werknemer mogelijk een samenloop van ontslaggronden plaats, namelijk wegens opheffing van de betrekking als gevolg van de beëindiging van de OALT-bekostiging alsmede wegens onbevoegdheid. Het Sociaal Plan is slechts van toepassing voor zover de onbevoegdheid van de werknemer een rol speelt, hetgeen t.a.v. deze rddf-plaatsing niet het geval is. De aankondiging van OC&W over de beeïndiging van de OALT-bekostiging heeft op een dermate laat tijdstip plaatsgevonden dat de periode tot de zomervakantie te kort was voor een onderzoek naar andere passende arbeid. Dat onderzoek dient wel binnen het rddf-jaar plaats te vinden.
Deze rddf-plaatsing betekent niet dat de werkgever ontslagen is van de verplichtingen welke eventueel ten aanzien van onbevoegde OALT-leraren voortvloeien uit het Convenant. Van onterechte gelijke behandeling van bevoegde en onbevoegde OALT-leraren is geen sprake. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-10-2002
102120 - Beroep tegen ontslag op staande voet wegens vervroegd vakantie nemen; PO
Werkneemster heeft de directeur basisschool verzocht om reeds voor de zomervakantie met vakantie te mogen gaan. Tussen partijen is in geschil of door de directeur toestemming is gegeven. De werkgever stelt dat geen toestemming is gegeven en ontslaat werkneemster na een week op staande voet met terugwerkende kracht van een week.
De Commissie oordeelt dat ontslag met terugwerkende kracht niet is toegestaan en het ontslag niet onverwijld is gegeven aangezien een week is gewacht terwijl het schoolbestuur als werkgever twee keer per week samenkomt en in noodgevallen wordt opgeroepen.
Ten overvloede overweegt de Commissie dat de bedrijfsarts heeft aangegeven dat het voor het herstel van de gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkneemster belangrijk was dat zij met vakantie zou gaan. Daarenboven verrichtte werkneemster op de school op arbeidstherapeutische basis werkzaamheden zodat bij haar voortijdig vertrek de goede gang van zaken op school niet of nauwelijks geschaad kan zijn.
Ontslag is buitenproportioneel; een disciplinaire maatregel, zoals bijvoorbeeld een berisping, had meer voor de hand gelegen.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-10-2002
102110 - Beroep tegen ontslag staande voet wegens vervroegd vakantie nemen; PO
Werkneemster heeft de directeur basisschool verzocht om reeds voor de zomervakantie met vakantie te mogen gaan. De directeur heeft werkneemster doorverwezen naar de werkgever die de toestemming heeft geweigerd. Desondanks is werkneemster op het door haar gewenste tijdstip met vakantie gegaan. Hierop ontslaat de werkgever appellante een week na kennisneming van dit feit op staande voet, met terugwerkende kracht van een week.
De Commissie oordeelt dat een ontslag met terugwerkende kracht niet is toegestaan en dat het ontslag niet onverwijld is gegeven aangezien het schoolbestuur als werkgever twee maal per week samenkomt en in noodgevallen wordt opgeroepen.
Ten overvloede overweegt de Commissie dat appellante laakbaar heeft gehandeld door zonder toestemming van de werkgever met vakantie te gaan.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
Zojuist verschenen: jaarverslag Onderwijsgeschillen 2011 en jaarverslag van de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs 2011
Uitspraak LCG WMS 11 april 2012 : termijnen voor indienen van instemmingsgeschil zijn dwingend
Nieuwe publicatie Onderwijsgeschillen: artikel in School en Wet over disciplinaire maatregel
Arrest Ondernemingskamer inzake vordering tot naleving WMS m.b.t. vergoeding kosten van rechtsbijstand
Advies Landelijke Bezwarencommissie Schoolbestuursbeslissingen (LBS): ontslag uit ID-betrekking
