Reglement Commissie van beroep bve
Het reglement van de commissie is op grond van art. 4.1.6 lid 6 WEB vastgesteld door CAO-partijen. Het reglement is als bijlage C bij de CAO-BVE 2007-2009 gevoegd.
BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 1
- De begripsbepalingen zoals opgenomen in hoofdstuk A van de CAO zijn eveneens van toepassing op deze bijlage.
- In deze bijlage wordt verstaan onder commissie: de commissie van beroep bedoeld in hoofdstuk 4 titel 1 paragraaf 2 van de WEB.
HET AANSLUITEN BIJ EEN (BESTAANDE) COMMISSIE
Artikel 2
Op grond van artikel N-4 dient de werkgever zich aan te sluiten bij één van de navolgende commissies van beroep:
- Commissie van beroep voor confessioneel BVE, uitgaande van de Stichting rechtspraak en geschillenregeling voor confessioneel BVE te Den Haag;
- Commissie van beroep, uitgaande van de Stichting Onderwijsgeschillen te Utrecht.
REGELING VERKIEZING COMMISSIE
Artikel 3
- Met inachtneming van de in het tweede tot en met het zesde lid van dit artikel neergelegde voorschriften geschiedt de verkiezing van de commissie aan de hand van een door de bij haar aangesloten werkgevers vast te stellen verkiezingsregeling.
- De commissie bestaat uit vijf leden en vijf plaatsvervangende leden, waarvan twee leden en twee plaatsvervangende leden worden gekozen door de bij haar aangesloten werkgevers, en twee leden en twee plaatsvervangende leden door de werknemers van de genoemde werkgevers. De twee leden gekozen door de werkgevers en de twee leden gekozen door de werknemers van de genoemde werkgevers kiezen gezamenlijk het vijfde lid, tevens voorzitter, en zijn plaatsvervanger. Bij staking van stemmen beslist het lot, desgewenst na herstemming, tenzij partijen een arbitraire oplossing aanvaarden.
- Om de drie jaar treedt één van de door de werkgevers en één van de door de werknemers gekozen leden en plaatsvervangende leden af volgens een door de commissie op stellen rooster.
- De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden gekozen voor de tijd van drie jaar.
- De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter en de overige leden en plaatsvervangende leden zijn bij aftreden onmiddellijk herkiesbaar.
- In een opengevallen plaats wordt binnen zes weken voorzien;
VEREISTEN VOOR LIDMAATSCHAP VAN DE COMMISSIE
Artikel 4
- Voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, lid en plaatsvervangend lid van een commissie kan niet zijn hij die:
a. zitting heeft in of in dienst is van:
- het bestuur van een instelling waarover de commissie haar werkkring uitstrekt;
- het bestuur van een vereniging van werkgevers;
- het bestuur van een vereniging van instellingsbesturen of van de landelijke organisaties, als bedoeld in artikel 12.3.14. van de WEB; of deel uitmaakt van het personeel van een instelling waarover de commissie haar werkkring uitstrekt.
b. in dienst is van of zitting heeft in het bestuur van een personeelsorganisatie dan wel een vakorganisatie van overheids- en onderwijspersoneel als bedoeld in artikel 3.1.2. respectievelijk 3.2.1. van de WEB, waarvan het lidmaatschap openstaat voor personeel van instellingen waarover de commissie haar werkkring uitstrekt;
c. in dienst is van of zitting heeft in het bestuur van een vereniging van onderwijspersoneel, waarvan het lidmaatschap openstaat voor personeel van instellingen waarover de commissie haar werkkring uitstrekt;
d. deel uitmaakt van de rijksinspectie. - Voorzitter en plaatsvervanged voorzitter kan slechts zijn hij die de hoedanigheid van meester in de rechten heeft verkregen op grond van een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in het Nederlands recht aan een Nederlanse universiteit of hogeschool.
KENNISGEVING SAMENSTELLING COMMISSIE
Artikel 5
- Zodra hij verkozen is, geeft de voorzitter aan de bij de commissie aangesloten werkgevers onverwijld kennis van de samenstelling van de commissie, onder vermelding van zijn adres en eventueel andere gegevens die hij van belang acht.
- Wijziging van deze gegevens deelt de voorzitter onverwijld eveneens mee.
HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN DE COMMISSIE
Artikel 6
- De commissie legt de regeling van haar werkzaamheden binnen zes maanden na haar verkiezing vast in een huishoudelijk reglement en voorzitter daarin in haar secretariaat.
- De voorzitter brengt dit reglement, alsmede wijzigingen daarvan ter kennis van de bij de commissie aangesloten werkgevers.
BEKENDMAKING AAN PERSONEEL
Artikel 7
- De werkgever draagt er zorg voor, dat een kennisgeving van de samenstelling van de commissie waarbij hij is aangesloten en van het adres van de voorzitter, alsmede een exemplaar van het huishoudelijk reglement van de commissie steeds op een voor de werknemer toegankelijke plaats ter inzage in de instelling beschikbaar zijn.
- Deze kennisgeving en dit huishoudelijk reglement worden steeds onverwijld aangepast aan de wijzigingen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, en artikel 6, tweede lid van deze bijlage.
- Stukken die moeten worden ingediend bij de voorzitter of de commissie, kunnen worden toegezonden aan het bekend gemaakte kantooradres van de secretaris.
BEROEPSCHRIFT EN HERSTELD BEROEPSCHRIFT
Artikel 8
- De werknemer kan in beroep komen tegen een door de werkgever genomen besluit inhoudende:
a. een disciplinaire maatregel;
b. schorsing;
c. ontslag anders dan op eigen verzoek, voordat hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt of het tijdvak waarvoor hij is benoemd, is verstreken;
d. het direct of indirect onthouden van bevordering;
e. de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband;
f. het verminderen van de omvang van de betrekking;
g. overplaatsing in het kader van de bestuursaanstelling;
yh. en overigens die zaken die bij of krachtens wet voor beroep vatbaar zijn verklaard. - Indien in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, de werknemer voor het verstrijken van de beroepstermijn is overleden, kunnen in beroep komen zijn nagelaten betrekkingen die recht hebben op een uitkering bij overlijden.
- De appellant dient bij de voorzitter van de commissie een door hem of door zijn raadsman ondertekend beroepschrift in, waarbij wordt gevoegd:
a. een afschrift van het besluit van de werkgever waartegen het beroep wordt ingesteld;
b. een afschrift van de arbeidsovereenkomst;
c. afschriften van de voornaamste op de zaak betrekking hebben stukken. - Het beroepschrift bevat:
a. een opgave van de naam, de voornamen en het adres van de appellant en zo nodig de gekozen woonplaats ten aanzien van de procedure;
b. een zo volledig mogelijke aanduiding van de naam en het adres van de tegenpartij;
c. een mededeling van de vordering en de gronden waarop deze berust. - Het beroepschrift moet worden ingediend bij de voorzitter van de commissie binnen zes weken, gerekend vanaf de dag na die waarop het besluit van de werkgever waartegen het beroep wordt ingesteld, aan appellant is verzonden.
- Indien het beroepschrift niet voldoet aan de eisen gesteld in het tweede en derde lid van dit artikel, wijst de voorzitter de appellant op het gepleegde verzuim en nodigt hem uit binnen twee weken een hersteld beroepschrift in te zenden.
VOORLOPIGE BEHANDELING VAN HET BEROEPSCHRIFT
Artikel 9
- De commissie oordeelt zelf of zij bevoegd is het beroepschrift in behandeling te nemen.
- Indien het beroepschrift na de daarvoor gestelde termijn is ingediend, laat de commissie niet-ontvankelijkverklaring op die grond achterwege, indien de appellant aantoont dat hij de voorziening in beroep heeft gevraagd zo spoedig mogelijk als dit redelijkerwijs verlangd kon worden.
- Tenzij de behandeling in het eerste en tweede lid er toe leidt het beroepschrift niet in behandeling te nemen, zendt de voorzitter onmiddellijk na ontvangst van het beroepschrift of hersteld beroepschrift een exemplaar daarvan , vergezeld van de in artikel 8 derde lid, genoemde afschriften, aan de betrokken werkgever.
VEREENVOUDIGDE BEHANDELING
Artikel 10
- De voorzitter van de commissie kan onmiddellijk uitspraak doen indien hij/zij van oordeel is dat de commissie kennelijk onbevoegd is of het beroep kennelijk niet ontvankelijk dan wel kennelijk ongegrond is.
- De voorzitter grondt de uitspraak uitsluitend op de stukken die op het geding betrekking hebben. Op die uitspraak is artikel 15, leden 1 en 2, van dit reglement van overeenkomstige toepassing.
- Tegen de uitspraak, bedoeld in het eerste lid, kan de werknemer binnen veertien dagen na de dag waarop de uitspraak hem/haar is toegezonden, verzet doen bij de commissie. het verzet wordt gedaan bij een met redenen omkleed ondertekend geschrift. Artikel 8, leden 1,2 en 4, is van overeenkomstige toepassing.
- Ten gevolge van het verzet vervalt de uitspraak, bedoeld in het eerste lid, tenzij het verzet door de commissie niet-ontvankelijk of ongegrond wordt verklaard.
- Indien de commissie van oordeel is dat het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond is, gaat zij niet tot niet-ontvankelijkverklaring of ongegrondverklaring over dan na degene die het verzet heeft gedaan, in de gelegenheid te hebben gesteld persoonlijk of bij gemachtigde te worden gehoord.
- Indien de commissie het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart, blijft de uitspraak waartegen verzet was gedaan in stand.
- Indien de commissie het verzet gegrond verklaart, vervalt de uitspraak waartegen verzet was gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
VERWEERSCHRIFT
Artikel 11
- Binnen twee weken na ontvangst van het door de voorzitter van de commissie toegezonden beroepschrift en de daarbij behorende afschriften doet de werkgever de voorzitter een verweerschrift in drievoud toekomen. Bij elk exemplaar voegt de werkgever afschriften van de voornaamste op de zaak betrekking hebben stukken. De voorzitter kan op tijdig verzoek van de werkgever de termijn voor verweer in uitzonderlijke gevallen verlengen tot een door hem te bepalen datum.
- Na ontvangst van het verweerschrift zendt de voorzitter onverwijld een exemplaar daarvan, vergezeld van de daarbij behorende afschriften, aan de appellant.
VOORLOPIGE VOORZIENING
Artikel 12
- Als het beroep is ingesteld kan de voorzitter op verzoek van een of beide partijen een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
- Na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid bepaalt de voorzitter zo spoedig mogelijk de plaats en het tijdstip waarop de behandeling van het verzoek zal plaatsvinden. Aan partijen wordt daarvan tijdig schriftelijk mededeling gedaan.
- De voorzitter bepaalt wanneer de voorlopige voorziening vervalt. De voorlopige voorziening vervalt in ieder geval zodra het beroep is ingetrokken of de commissie uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, tenzij bij de uitspraak een later tijdstip is bepaald. de voorlopige voorziening kan op verzoek van de werkgever of de werknemer worden opgeheven of gewijzigd door de voorzitter.
- Artikel 8, leden 1,2 en 4, is van overeenkomstige toepassing. De voorzitter bepaalt de procesorde.
VASTSTELLING VAN DE ZITTINGSDAG
Artikel 13
- De voorzitter bepaalt de dag en het uur waarop de zaak zal worden behandeld.
- Die dag zal niet later mogen worden gesteld dan zes weken na ontvangst van het beroepschrift of het hersteld beroepschrift, tenzij appellant om uitstel verzoekt wegens niet tijdige ontvangst. Overschrijding van deze termijn wordt alleen in uitzonderlijke gevallen toegestaan en dient te worden gemotiveerd.
- De voorzitter geeft binnen twee weken na ontvangst van het beroepschrift of van het hersteld beroepschrift aan beide partijen per aangetekende brief kennis van de plaats, de dag en het uur, waarop de zaak zal worden behandeld. Overschrijding van deze termijn is slechts in uitzonderlijke gevallen toegestaan en dient te worden gemotiveerd.
SCHRIFTELIJKE BEHANDELING
Artikel 14
Met instemming van de commissie en partijen kan de behandeling van het geschil ook schriftelijk geschieden.
WRAKING OF VERSCHONING
Artikel 15
- Voor de aanvang van de behandeling van de zaak op de zitting kan op verzoek van een partij een lid van de commissie worden gewraakt;
a. indien hij persoonlijk belang bij het geschil heeft;
b. indien hij tot de appellant, dan wel tot een van de leden van het bij de zaak betrokken instellingsbestuur in bloed- of aanverwantschap staat en wel tot in de vierde graad ingesloten;
c. indien hij een advies in de zaak heeft gegeven of met een van de partijen een bespreking erover heeft gevoerd;
d. indien er een hoge graad van vijandschap of vriendschap bestaat tussen hem en een van de partijen;
e. indien hij binnen een tijdvak van vijf jaren, voorafgaande aan de datum van ontvangst van het beroepschrift door de voorzitter, lid is geweest van het bij de zaak betrokken instellingsbestuur of in dienst van de bij de zaak betrokken werkgever is geweest;
f. in andere gevallen waarin daartoe een ernstige reden aanwezig is. - In dezelfde gevallen kan een lid van de commissie zich verschonen.
- Over de wraking of de verschoning wordt zo spoedig mogelijk beslist door de overige leden der commissie.
- Bij staking van stemmen wordt de wraking of de verschoning geacht te zijn toegewezen.
HOREN VAN GETUIGEN EN DESKUNDIGEN DOOR DE COMMISSIE
Artikel 16
Indien de commissie zulks ter beslissing van de zaak nodig acht, kan zij al dan niet op grond van een daartoe strekkend verzoek van een partij getuigen en deskundigen ter zitting horen. Indien zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, doet de voorzitter hiervan vooraf mededeling aan partijen.
DE ZITTING
Artikel 17
- De zittingen van de commissie zijn openbaar.
- Indien een partij daarom verzoekt, vindt de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaats.
- In het belang van de openbare orde of zedelijkheid of om gewichtige in het proces-verbaal van de zitting te vermelden redenen, kan de commissie bepalen, dat de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren zal plaatshebben.
- Tijdens de zitting wordt aan partijen de gelegenheid gegeven:
a. haar belangen voor te dragen of te doen voordragen;
b. getuigen en deskundigen te doen horen;
c. kennis te nemen van alle op het geschil betrekking hebbende stukken, waarvan, voor zover mogelijk, tenminste één week voor de zitting aan partijen inzage wordt gegeven.
UITSPRAAK
Artikel 18
- Binnen twee weken na de laatste zitting waarop de zaak is behandeld, doet de commissie uitspraak over het beroepschrift.
- Deze dag zal niet later mogen worden gesteld dan 16 weken na de indiening van het beroepschrift of het hersteld beroepschrift. Overschrijding van deze termijn is slechts in uitzonderlijke gevallen toegestaan en wordt in de uitspraak gemotiveerd.
- De uitspraak, bedoeld in het eerste lid, wordt zoveel mogelijk gedaan in een voltallige vergadering. Het is de leden van de commissie niet toegestaan de gevoelens die tijdens deze vergadering over het geschil zijn geuit te openbaren.
- Een uitspraak is slechts van kracht, indien gedaan door tenminste drie leden die de zaak hebben behandeld, waaronder de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter, met dien verstande dat van de leden of plaatsvervangende leden, gekozen door de werkgevers en door het personeel, een gelijk getal van beide zijden aan de uitspraak zal deelnemen en dat bij ongelijk getal het jongste lid in leeftijd van de zijde die het sterkst is vertegenwoordigd, zich van de stemming zal onthouden. De overige leden onthouden zich niet van stemmen, noch stemmen zij blanco.
- De uitspraak wordt met redenen omkleed en door de voorzitter binnen twee weken, nadat zij is gedaan, bij aangetekend schrijven aan de partijen toegezonden.
- De werkgever onderwerpt zich aan de uitspraak van de commissie.
HERZIENING
Artikel 19
- De commissie kan op verzoek van een partij de uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn;
c. waren zij bij de commissie eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. - Artikel 8, leden 1,2 en 4, is van overeenkomstige toepassing.
KOSTEN VAN DE COMMISSIE
Artikel 20
De kosten van de commissie komen ten laste van de bij haar aangesloten werkgevers.
Instellingsregeling Commissie van beroep BVE
U kunt de instellingsregeling hier downloaden
Ontslag op staande voet met een subsidiaire ontslaggrond? Verweerprocedure subsidiaire ontslaggrond moet wel gevolgd worden
Kantonrechter Assen sluit in vonnis taakbeleid voortgezet onderwijs aan bij uitspraak Bezwarencommissie CAO-VO
Kroniek: klachtrecht, artikel in School en Wet door S.J.F. Schellens, secretaris Onderwijsgeschillen
Grotius College, Kindcentrum de Hoven en Xpect Primair zijn in de (MR) prijzen gevallen.
Eén onvoldoende, totaal onvoldoende? Uitspraak van de Commissie voor geschillen CAO BVE inzake het niet-toekennen van de bindingstoelage ex artikel I-12b lid 2 CAO BVE.
Symposium over klachtrecht 'klagen kan verbeteren' d.d. 16.11.2011
