05-12-2008
103871 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
Sinds 1999 heeft de werkneemster een WAO-uitkering ontvangen. Werkneemster is gedeeltelijk werkzaamheden gaan verrichten. De inkomsten uit deze arbeid zijn niet van invloed op het arbeidsongeschiktheidspercentage (80-100%). UWV heeft een functieongeschiktheidsadvies afgegeven. Werkneemster stelt dat haar medische situatie inmiddels zodanig verbetert dat zij steeds meer werk kan verzetten. Er bestaat bij de werkgever twijfel over de inzetbaarheid. Aangezien de werkneemster (in deze functie en in dienst bij deze werkgever) voor 1 januari 2004 reeds deels arbeidsongeschikt is geworden, is het BZA van toepassing. Uit het functieongeschiktheidsadvies blijkt, dat herstel binnen een periode van een half jaar na de beoogde ontslagdatum niet was te verwachten. Uit de WAO-herbeoordeling blijkt voldoende dat er bij de werkgever geen andere passende functies voorhanden waren. Commissie verstaat dat ontslag tegen de eerste van de maand ingaat. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-11-2008
103867 - Beroep tegen ontslag wegen arbeidsongeschiktheid BVE
Werkneemster is sinds de WIA-keuring meer uren gaan werken. Zij is herbenoemd voor 0,18 FTE maar werkt al 0,24 FTE tot 0,3 FTE. Daarbij is haar verwachting dat het aantal uren nog verder zal worden uitgebreid. Bedrijfsarts adviseerde op 27 mei 2008 waarin hij aangeeft dat de werkneemster meer ingezet kan worden waarbij hij verwacht dat de werkneemster na de zomervakantie het aantal uren verder kan uitbreiden. Voorts is door het UWV reeds op 1 april 2008 aangekondigd dat werkneemster in januari 2009 een medisch heronderzoek zal moeten ondergaan, omdat alsdan verbetering van de belastbaarheid wordt verwacht. Op grond van deze ontwikkelingen heeft de werkgever redelijkerwijze niet kunnen volharden in zijn visie dat de werkneemster na haar ontslag nog maar voor slechts 0,18 FTE inzetbaar zou zijn. Weliswaar behoeft de werkgever niet te wachten op het intreden van een eindsituatie, maar in dit geval was en is het niet onaannemelijk dat de werkneemster in de nabije toekomst een grotere taakbelasting aan zal kunnen. Op grond van goed werkgeverschap had de werkgever het ontslagbesluit dienen aan te houden, in ieder geval tot het moment waarop de uitslag van de reeds aangekondigde herkeuring bekend zou zijn. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-10-2008
103931 - Beroep tegen ontslag wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid BVE
De werkneemster was oorspronkelijk werkzaam als docent. Na een arbeidsconflict is zij herplaatst als administratief medewerkster. Vervolgens is zij arbeidsongeschikt geraakt. De werkneemster voert aan dat van daadwerkelijke reïntegratie geen sprake is geweest; door een vertrouwenscrisis met haar leidinggevende heeft geen ondersteuning en begeleiding plaats gehad en na de ziekmelding is geen enkel contact meer opgenomen door de werkgever. Gebleken is dat na de ziekmelding nog verschillende gesprekken tussen de werkneemster, de werkgever en de bedrijfsarts hebben plaats gehad over reïntegratie. Voorts is een zogeheten "quickscan" gemaakt in opdracht van de bedrijfsarts en de werkneemster is geplaatst als administratief medewerker op de administratie van de werkgever. Onder deze omstandigheden heeft de werkgever in redelijkheid het functieongeschiktheidsadvies van het UWV ten grondslag kunnen leggen aan de beslissing om het dienstverband met de werkneemster op te zeggen wegens arbeidsongeschiktheid. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-08-2008
103904 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie BVE
Uitspraak door de voorzitter in vereenvoudigde behandeling.
De beroepstermijn van 6 weken is met meer dan 4 maanden overschreden. De werknemer had niet eerder beroep ingesteld omdat zij rekende op verlenging van haar detachering. Niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-08-2008
103708 - Beroep tegen een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen BVE
Werknemer is wiskundedocent en voert onder meer aan dat de werkgever ten onrechte geen controleerbare gegevens heeft verstrekt waaruit blijkt dat de gekozen omvang van de inkrimping bij de afdeling VAVO noodzakelijk is en dat het Sociaal Plan oneigenlijk is gebruikt voor het realiseren van een personeelsreductie. Het door de werkgever gehanteerde Sociaal Plan Educatie alsmede de afvloeiingsregeling zijn overeengekomen met de Centrales en de MR waardoor de Commissie zich terughoudend opstelt in de toetsing van de in dat kader gemaakte afspraken. Niet gebleken is dat de werkgever ten aanzien van de werknemer een onjuiste uitvoering aan de afvloeiingsregeling heeft gegeven. Ook de overige door werknemer aangevoerde gronden, kunnen niet tot gegrondheid van het beroep leiden. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-07-2008
103698 - Beroep tegen een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen BVE
Werknemer is basisdocent en voert aan dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen bij het vinden van ander werk en dat aan een collega, die boven haar op de afvloeiingslijst staat, ten onrechte tijdelijke vervangingswerkzaamheden zijn toegekend. Het door de werkgever gehanteerde Sociaal Plan Educatie alsmede de afvloeiingsregeling zijn overeengekomen met de Centrales en geaccordeerd door de MR. Aangezien werknemer op grond van haar plaats op de afvloeiingslijst voor ontslag in aanmerking kwam, heeft de werkgever haar op grond van het bepaalde in artikel H-57 onder c CAO-BVE mogen ontslaan. Dat niet werknemer maar haar collega die boven haar op de afvloeiingslijst stond, inmiddels op tijdelijke basis vervangingswerkzaamheden verricht, staat, gelet op de aard van de vervangende werkzaamheden, te weten die van een adjunct-directeur, niet aan het ontslag in de weg omdat deze collega in tegenstelling tot werknemer over ervaring beschikt op het gebied van coördineren. De werkgever heeft werknemer voor een periode van 6 maanden individuele begeleiding aangeboden bij het zoeken naar ander werk. Dat de door de werkgever aangeboden vacatures, waaronder die van leraar Nederlands en leraar Maatschappijleer door werknemer niet als passend worden beschouwd omdat zij in het NT-2 onderwijs werkzaam wenst te blijven, kan de werkgever niet worden tegengeworpen. De werkgever heeft hiermee voldaan aan de in artikel 4.2.3 Sociaal Statuut genoemde inspanningsverplichting om tenminste tweemaal een passende functie aan te bieden. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-06-2008
103746 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie BVE
De beroepstermijn van 6 weken eindigde op 12-03-2008. De werknemer heeft op 25-03-2008 beroep ingesteld. Derhalve is de beroepstermijn ruimschoots overschreden.Dat de werknemer niet eerder de noodzaak van het instellen van beroep inzag, komt voor zijn rekening en risico. Niet gebleken is van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar doen zijn. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-06-2008
103729 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie BVE
Werkneemster is basisdocent. De werkgever heeft de ontslagen werknemers, waaronder werknemer, ná de aanzegging tot ontslag van 30-01-2008 maar vóór de daadwerkelijke ontslagdatum van 01-05-2008 vacatures aangeboden die betrekking hebben op reguliere werkzaamheden die volgens de werkgever in ieder geval beschikbaar zijn tot 01-01-2009. De vacatures hebben een omvang van in totaal 17 FTE. Gezien de duur, inhoud en omvang van deze werkzaamheden zijn derhalve op de ontslagdatum passende werkzaamheden voor de werknemer beschikbaar. Dat voor deze werkzaamheden geen zogenoemde structurele financiering geldt, is hierbij niet van belang. Immers, zodra de betreffende werkzaamheden om deze reden zouden wegvallen zou de werkgever alsnog tot ontslag kunnen overgaan. Onder deze omstandigheden heeft de werkgever, mede gelet op hetgeen het Sociaal Plan dienaangaande voorschrijft, niet in redelijkheid kunnen beslissen om de ontslagbeslissing te handhaven. Het had vanuit goed werkgeverschap op de weg van de werkgever gelegen over te gaan tot intrekking van het gegeven ontslag. Dat de werkneemster inmiddels elders een tijdelijk dienstverband heeft aanvaard maakt dat niet anders; het is aan haar om te beslissen over de consequenties van een voortzetting van haar dienstverband bij de werkgever voor haar betrekking elders. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-06-2008
103725 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie BVE
Werkneemster is basisdocent. De werkgever heeft de ontslagen werknemers, waaronder werkneemster, ná de aanzegging tot ontslag van 30-01-2008 maar vóór de daadwerkelijke ontslagdatum van 01-05-2008 vacatures aangeboden die betrekking hebben op reguliere werkzaamheden die volgens de werkgever in ieder geval beschikbaar zijn tot 01-01-2009. De vacatures hebben een omvang van in totaal 17 FTE. Gezien de duur, inhoud en omvang van deze werkzaamheden zijn derhalve op de ontslagdatum passende werkzaamheden voor de werkneemster beschikbaar. Dat voor deze werkzaamheden geen zogenoemde structurele financiering geldt, is hierbij niet van belang. Immers, zodra de werkzaamheden om deze reden zouden wegvallen zou de werkgever alsnog tot ontslag kunnen overgaan. Onder deze omstandigheden heeft de werkgever, mede gelet op hetgeen het Sociaal Plan dienaangaande voorschrijft, niet in redelijkheid kunnen beslissen om de ontslagbeslissing te handhaven. Het had vanuit goed werkgeverschap op de weg van de werkgever gelegen om over te gaan tot intrekking van het gegeven ontslag. Dat de werkneemster, zoals ter zitting is gebleken, niet bevoegd was om de door de werkgever aangeboden werkzaamheden te verrichten maakt dit niet anders. Het niet-bevoegd zijn wordt door de werkgever blijkbaar van onderscheidend belang geacht bij het in dienst nemen van nieuwe werknemers. Voor werknemers die reeds in dienst waren vormde het ontbreken van een bevoegdheid blijkbaar voorheen geen beletsel voor het voortzetten van het dienstverband. Het had, eveneens vanuit het beginsel van goed werkgeverschap, op de weg van de werkgever gelegen om over te gaan tot het intrekken van het ontslag zodat de bevoegdheidskwestie voor de werkneemster geen rol zou spelen en zij, net als voorheen, met reguliere werkzaamheden belast zou kunnen worden. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-06-2008
103720 / 103727 - Beroepen (2) tegen ontslag wegens reorganisatie; BVE
Het dienstverband is opgezegd tijdens ziekte van de werknemer. De Commissie overweegt dat de werkgever ingevolge artikel 7:670 lid 1 BW niet kan opzeggen gedurende de tijd dat de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, tenzij de ongeschiktheid tenminste twee jaren heeft geduurd. De werknemer, van wie het dienstverband tijdens ziekte is opgezegd, kan op grond van het bepaalde in artikel 7:677 lid 5 BW een beroep doen op het opzegverbod als vernietigingsgrond voor het ontslag. De werknemer dient dit te doen binnen twee maanden na de opzegging, door middel van een kennisgeving aan de werkgever. De werknemer heeft tijdig een beroep gedaan op de vernietigingsgrond. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-06-2008
103695 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie BVE
Werkneemster is basisdocent. Werkneemster voert aan dat de werkgever geen rekening heeft gehouden met haar functioneren en dat de gehanteerde afvloeiingssystematiek leeftijdsdiscriminatie inhoudt.In het geval van een ontslag om bedrijfseconomische redenen, dient de afvloeiing van de betrokken werknemers te geschieden aan de hand van objectieve te verifiëren maatstaven. Hiermee wordt willekeur voorkomen. Derhalve dient het ontslag niet gebaseerd te worden op subjectieve criteria zoals de mate waarin werknemers al dan niet zouden voldoen aan de aan de functie gestelde eisen. De werkgever heeft dan ook terecht geen rekening gehouden met de wijze waarop de werkneemster haar functie in het verleden heeft vervuld. De gehanteerde afvloeiingssystematiek maakt inderdaad onderscheid op grond van leeftijd. Echter, in lijn met de uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling d.d. 30-05-2007, (2007-86) acht de met gebruikmaking van het afspiegelingsbeginsel algemeen aanvaard is en ook voor de werknemers die onder de werking van het BBA vallen, van toepassing is door artikel 4:2 van het Ontslagbesluit. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-06-2008
103694/103704/103711/103712/103715/103718/103719/103721/103722/103724/103726 - Beroepen (11) tegen ontslag wegens reorganisatie BVE
Werknemer is basisdocent. De werkgever heeft de ontslagen werknemers, waaronder werknemer, ná de aanzegging tot ontslag van 30-01-2008 maar vóór de daadwerkelijke ontslagdatum van 01-05-2008 vacatures aangeboden die betrekking hebben op reguliere werkzaamheden die volgens de werkgever in ieder geval beschikbaar zijn tot 01-01-2009. De vacatures hebben een omvang van in totaal 17 FTE. Gezien de duur, inhoud en omvang van deze werkzaamheden zijn derhalve op de ontslagdatum passende werkzaamheden voor de werknemer beschikbaar. Dat voor deze werkzaamheden geen zogenoemde structurele financiering geldt, is hierbij niet van belang. Immers, zodra de betreffende werkzaamheden om deze reden zouden wegvallen zou de werkgever alsnog tot ontslag kunnen overgaan. Onder deze omstandigheden heeft de werkgever, mede gelet op hetgeen het Sociaal Plan dienaangaande voorschrijft, niet in redelijkheid kunnen beslissen om de ontslagbeslissing te handhaven. Het had vanuit goed werkgeverschap op de weg van de werkgever gelegen over te gaan tot intrekking van het gegeven ontslag. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-06-2008
103693 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie BVE
Werkneemster is basisdocent. Het ontslag is gegeven in het kader van een reorganisatie. De werkneemster heeft ter zitting aangegeven dat de werkgever haar werkzaamheden heeft aangeboden die zij aansluitend op het haar gegeven ontslag zou kunnen verrichten. Zij heeft dit aanbod echter niet aanvaard. De reden hiervoor is tweeledig. Enerzijds heeft zij gebruik gemaakt van de in het Sociaal Plan geboden mogelijkheid om een out-placement procedure te volgen en zij wil deze procedure graag afmaken. Anderzijds is de gehele gang van zaken rondom de reorganisatie en het daaruit voortvloeiende ontslag voor haar zo teleurstellend geweest dat dit er toe geleid heeft dat zij van oordeel is dat zij niet meer kan terugkeren bij de werkgever. Door de stellingname van de werkneemster dat terugkeer bij de werkgever voor haar niet meer aan de orde is, is aldus het vereiste belang aan (handhaving van) haar beroep komen te ontvallen. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-04-2008
103474/103510/103570 - Beroep tegen (verlengde) ordeschorsing BVE
De werknemer was werkzaam als (hoofd)conciërge. Op camerabeelden is te zien dat de werknemer in een weekend plaatmateriaal en een balk meeneemt. Werkgever schorst de werknemer voor de duur van een onderzoek naar de eigendom van de meegenomen zaken, welke schorsing later verlengd is voor nader onderzoek. De werknemer wordt ontslagen wegens plichtsverzuim, subsidiair wegens verlies van vertrouwen. De ontslagbrief vermeldt dat de werknemer het vertrouwen heeft verspeeld door tegenstrijdige verklaringen af te leggen. De platen waren volgens de werknemer van hem: het betrof twee platen die hij contant heeft afgerekend en tijdelijk op school heeft opgeslagen. Volgens de werknemer was zijn direct leidinggevende op de hoogte. Aangezien er bij de werkgever twijfel gerezen was over de uitoefening van de vertrouwensaspecten van de functie en deze twijfel niet aanstonds als ongegrond kon worden aangemerkt, heeft de werkgever in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat het belang van de instelling dringend vereiste dat de werknemer geschorst werd. De werkgever heeft de werknemer vervolgens medegedeeld voornemens te zijn hem vanwege plichtsverzuim te ontslaan. Op grond hiervan is de beslissing om de werknemer als ordemaatregel te schorsen in overeenstemming met de CAO. In de ontslagprocedure is niet komen vast te staan dat de twee meegenomen platen eigendom van de werkgever waren. Evenmin is vastgesteld dat de werknemer tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Feiten zijn deels niet komen vast te staan en voor zover zij zijn komen vast te staan leiden zij niet tot de conclusie dat er sprake is van plichtsverzuim of gewichtige reden. Beroepen tegen opgelegde schorsingen ongegrond. Beroep tegen ontslag gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-03-2008
103610 - Beroep tegen berisping BVE
Werkneemster is docent lichamelijke opvoeding. Zij is berispt omdat zij geen gehoor gegeven heeft aan de opdracht tot het verrichten van invalwerkzaamheden voor een zieke collega. Vaststaat dat de werkneemster heeft geweigerd te voldoen aan het verzoek om tijdens haar tussenuren een vervangingsles te verzorgen. De Commissie overweegt dat het aan de directeur is om te waarborgen dat de te verzorgen lessen, in geval van ziekte van een docent, zoveel mogelijk doorgang kunnen vinden en de directeur de afweging dient te maken over het al dan niet inzetten van werkneemster. Werkneemster was alsdan de enige aanwezige docent die was vrijgeroosterd van het geven van lessen. Verzoek van de directeur tot verzorgen van de invalles was redelijk. De Commissie oordeelt dat werkneemster niet in redelijkheid kon weigeren om aan deze redelijke werkopdracht te voldoen, zodat de hardnekkige weigering neerkomt op plichtsverzuim als bedoeld in art. H-44 CAO-BVE. De Commissie acht de maatregel proportioneel. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-03-2008
103638 - Beroep berisping; BVE
Werknemer is berispt vanwege een aantal gedane uitlatingen. Werknemer heeft niet weersproken dat hij die uitlatingen heeft gedaan. De werkgever stelt dat het niet gaat over het functioneren van de werknemer als docent of over de inhoud van gevoerde discussies, maar uitsluitend over de gehanteerde omgangsvormen. De Commissie overweegt dat de werkgever de uitlatingen op goede gronden als denigrerend en respectloos aanmerkt. De werknemer had zijn intenties op een met de gedragscode overeenstemmende wijze kunnen verwoorden. De werknemer heeft reeds eerder op kosten van de werkgever een begeleidingstraject doorlopen, gericht op beter kiezen van zijn toon. De uitlatingen vormen plichtsverzuim. De berisping is proportioneel aangezien werknemer eerdere aanmaningen om zijn toon te matigen, in de wind heeft geslagen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-03-2008
103636 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid MBO
De werknemer werkt als Instructeur camerabehandeling. Het ontslag is gebaseerd op de grond dat gebleken is dat de werkgever geen mogelijkheid ziet de werkneemster perspectief te bieden in haar eigen of en andere functie bij de werkgever. De Commissie constateert dat het ontslag in feite is gebaseerd op onbekwaamheid of ongeschiktheid. Als het al zo is dat werkneemster had moeten begrijpen dat dit de ontslaggrond was, dan voldoet de bestreden beslissing procedureel en inhoudelijk niet aan de vereisten die voor een ontslag op die grond gelden. De werkgever heeft de werkneemster geen voornemenbeslissing doen toekomen (H-45 CAO-BVE). Een gesprek met de herplaatsingscommissie kan niet worden aangemerkt als het voeren van verweer. Een gedeelte van de gesprekken met haar leidinggevenden vond plaats in het kader van de reïntegratie ter zake van arbeidsongeschiktheid. Derhalve is het maar de vraag of, zo er al sprake zou zijn van disfunctioneren, dit niet samenhing met de arbeidsongeschiktheid. De bestreden ontslagbeslissing voldoet niet aan de daaraan te stellen formele vereisten en wordt inhoudelijk niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-02-2008
103514 - Beroep tegen ontslag wegens van rechtswege eindigen dienstverband MBO
De werknemer was sinds 01-01-2006 langer dan 3 jaar in tijdelijke dienst omdat hij niet bevoegd was. De CAO biedt deze mogelijkheid voor de onbevoegde docent. De werkgever heeft de werknemer per brief van 06-06-2007 meegedeeld dat zijn tijdelijk dienstverband per 01-08-2007 niet zou worden voortgezet. Per 05-07-2007 is de werknemer echter bevoegd geworden zodat per deze datum geen geldige reden meer bestond voor een tijdelijke benoeming. Het dienstverband was derhalve met ingang van 05-07-2007 een vast dienstverband. De mededeling omtrent het niet voortzetten van het dienstverband van de werknemer dient beschouwd te worden als een ontslag uit een vast dienstverband. Voor dit ontslag heeft de werkgever geen geldige reden opgevoerd.Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-01-2008
103585 - Beroep tegen ontslag op staande voet; BVE
De werknemer was verantwoordelijk voor het aannemen van docenten. Hij heeft van de door hem aangenomen docenten betalingen ontvangen, waarvan de hoogte was gerelateerd aan het aantal door deze docenten gewerkte uren. Aldus had de werknemer een privé-belang bij het aan het werk hebben en houden van deze werknemers. Daardoor heeft hij te zeer het onderscheid tussen zijn eigen belang en dat van de werkgever veronachtzaamd. Onderzoek gelast op 4 juli, afgerond op 18 juli, op 19 juli op staande voet ontslagen. Aldus is het ontslag onverwijld verleend, namelijk onmiddellijk nadat de werkgever van de dringende reden op de hoogte was.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-01-2008
103657 - Voorlopige voorziening: disciplinaire overplaatsing BVE
In het praktijklokaal van de werknemer heeft zich een incident voorgedaan waarbij een deelnemer door de werknemer per ongeluk met een schaar werd geraakt. Volgens de werkgever heeft de werknemer tijdens de afhandeling van het incident onaanvaardbaar gedrag vertoond. De werkgever heeft twee disciplinaire maatregelen opgelegd, namelijk berisping en overplaatsing. Tegen beide maatregelen heeft de werknemer beroep bij de Commissie ingesteld en hij heeft de Voorzitter van de Commissie verzocht om de overplaatsing te schorsen bij wijze van voorlopige voorziening.
Hoewel duidelijk is dat een gesprek met de moeder en de zus van de deelnemer niet het beoogde effect heeft gehad, kan dit volgens de voorzitter niet zonder nadere onderbouwing uitsluitend aan de werknemer worden toegerekend. Uit niets blijkt dat contact van de werknemer met andere deelnemers tot onrust in de groep heeft geleid dan wel dat de gewonde deelnemer hierdoor in diskrediet is gebracht. De feiten die aan het plichtsverzuim ten grondslag zijn gelegd, zijn onvoldoende aannemelijk geworden. Voldoende waarschijnlijk dat de Commissie het beroep in de bodemprocedure gegrond verklaart. De Voorzitter schorst de beslissing tot overplaatsing. Verzoek voorlopige voorziening toegewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-01-2008
103656 / 103687 - Beroepen tegen berispingen en disciplinaire overplaatsing; BVE
103656 Werknemer is beheerder leercentrum en heeft in een praktijklokaal per ongeluk een deelnemer met een schaar aan het hoofd geraakt. Dezelfde middag hebben de moeder en de zus van de deelnemer op school een gesprek gevoerd. De werkgever heeft de werknemer de disciplinaire maatregelen van schriftelijke berisping en overplaatsing opgelegd omdat hij geen begrip had getoond voor het standpunt van de deelnemer en zijn ouders en omdat hij heeft zijn gedrag tijdens het incident achteraf heeft willen rechtvaardigen en de deelnemer daarbij in diskrediet heeft gebracht. De Voorzitter van de Commissie heeft, bij wijze van voorlopige voorziening, de beslissing tot overplaatsing geschorst. De Commissie overweegt dat het gesprek op school weliswaar niet het beoogde effect gehad, maar niet gebleken is dat dit aan de opstelling van de werknemer kan worden toegeschreven. De Commissie kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de werkgever zich bij het als plichtsverzuim aanmerken van het gedrag van de werknemer meer heeft laten leiden door de reactie van de familie dan door het daadwerkelijke gedrag van de werknemer. Evenmin heeft de werkgever aannemelijk gemaakt dat de getroffen deelnemer naar objectieve maatstaven na het incident door de werknemer in diskrediet is gebracht. De feiten, waarop de bestreden beslissing berust, zijn deels niet vast komen te staan en voorts kunnen de gedragingen niet als plichtsverzuim worden aangemerkt.
103687 De werkgever heeft de werknemer een berisping opgelegd omdat hij niet was verschenen op een gesprek over hervatting van het werk in een andere functie. Het staat een werknemer niet vrij om naar eigen inzicht al of niet in te gaan op een uitnodiging van de werkgever om de werksituatie te bespreken. Van plichtsverzuim is geen sprake als de weigering plaatsvindt onder omstandigheden, waarin van de werknemer redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij gevolg geeft aan de uitnodiging voor het gesprek. Het was voor de werknemer onduidelijk of zijn leidinggevende bij een gesprek over werkhervatting uitvoering zou geven aan het disciplinaire traject, waarin reeds rechtsmiddelen waren aangewend, of aan een functioneringstraject. Onder deze omstandigheden kon de uitnodiging van de werkgever om zonder raadsman een gesprek te komen voeren, niet als een redelijke werkopdracht worden aangemerkt. Beroepen gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-10-2007
103438 - Beroep tegen berisping; MBO
Werknemer is berispt omdat hij als voorzitter van de medezeggenschapsraad onterecht woon-werkverkeer als dienstreizen zou hebben gedeclareerd. Uit een accountantsonderzoek in 2005 naar de reiskosten binnen de instelling en een aanvullend onderzoek door een extern advocaat zou dit gebleken zijn over de jaren 2001 tot en met 2004.
De werknemer stelt immer te hebben gedeclareerd conform de afspraken die hij in 1997 met het toenmalige College van Bestuur had gemaakt.
De Commissie oordeelt dat de werknemer niet aannemelijk heeft kunnen maken dat deze afspraak destijds tussen partijen is gemaakt. De werknemer heeft gedurende een lange periode de voor hem geldende voorschriften en verplichtingen op het gebied van het declareren van reiskosten overtreden. Mede omdat daardoor een aanzienlijk bedrag onterecht is gedeclareerd, concludeert de Commissie tot plichtsverzuim. De in verband daarmee oplegde berisping acht de Commissie proportioneel, temeer daar de werknemer reeds eerder een disciplinaire maatregel opgelegd heeft gekregen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-10-2007
103508 - Beroep tegen berisping; BVE
De werkgever heeft de werknemer schriftelijk berispt wegens door hem vertoond gedrag tijdens een beoordelingsgesprek en omdat hij niet heeft voldaan aan de verplichting om in het kader van dat gesprek bepaald materiaal in te dienen.
De door de werkgever aan de bestreden beslissing ten grondslag gelegde feiten staan voldoende vast. Voor het gedrag van de werknemer bestaat geen rechtvaardigingsgrond en door zijn hardnekkige opstelling heeft hij het beoordelingsproces gefrustreerd. De Commissie beschouwt een schriftelijke berisping in verband hiermee passend. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-09-2007
103465 - Beroep tegen een ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
De werknemer voert aan dat het functieongeschiktheidsadvies van UWV niet actueel is omdat daarin zijn huidige gezondheidstoestand niet is meegewogen. De Commissie passeert dit omdat de werknemer nog steeds een WAO-uitkering ontvangt, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65% en ook overigens door hem niet nader is onderbouwd dat zijn gezondheidstoestand zou zijn verbeterd. Met betrekking tot het herplaatsingsonderzoek overweegt de Commissie dat de werkgever door inschakeling van het Loopbaancentrum en de arbeidsdeskundige thans voldoende uitvoering heeft gegeven aan het vereiste een zorgvuldig herplaatsingsonderzoek te verrichten. Voor de vervulling van de bij de werkgever beschikbare functies Stafmedewerker beleidsondersteuning en Beleidsmedewerker onderwijs bestaan weliswaar geen medische bezwaren maar nu werknemer de benodigde kennis en ervaring voor de desbetreffende functies ontbeert en ook niet eenvoudig kan verwerven, zijn die functies niet als passend te beschouwen. Ook overigens is de Commissie niet gebleken dat er bij de werkgever een passende functie voorhanden was en de werknemer heeft niet aangegeven voor welke andere functies dan voornoemde hij in aanmerking zou kunnen komen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-09-2007
103511 - Vereenvoudigde behandeling beroep tegen berisping; BVE
De beroepstermijn is met veertien dagen overschreden. De werkgever heeft aangegeven dat de werknemer binnen zes weken in beroep kon gaan bij de Commissie en binnen zes maanden bij de klachtencommissie van de werkgever. De werknemer voert aan dat hij eerst heeft geprobeerd om intern met de werkgever het geschil op te lossen. Hij wilde hiervoor de termijn van zes maanden benutten. Na enige tijd kwam hij tot de overtuiging dat dit niet zinvol was en heeft hij besloten alsnog beroep in te stellen. De werkgever heeft voldoende duidelijk aangegeven welke keuzes de werknemer had bij het aanvechten zijn beslissing. Indien hij de mogelijkheid van beroep bij de Commissie open had willen houden naast zijn gang naar de interne commissie had hij zekerheidshalve binnen de termijn van zes weken beroep bij de Commissie dienen in te stellen. Beroep niet ingesteld zo spoedig mogelijk als redelijkerwijze verlangd kon worden.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-08-2007
103489 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking BVE
De werkgever heeft het dienstverband beëindigd m.i.v. 01-08-2007. Hiertegen heeft de werkneemster beroep ingesteld. De werkgever had reeds eerder om dezelfde reden ontslag aangezegd tegen 01-02-2007. Het toentertijd ingestelde beroep is op 16-03-2007 door de Commissie gegrond verklaard omdat de werkgever het dienstverband ná de ontslagdatum had voortgezet voor de duur van 6 maanden, waaruit de Commissie afleidde dat er per 01-02-2007 geen ontslagnoodzaak was. Nu deelt de werkgever de werknemer mee dat dit tijdelijk dienstverband van rechtswege eindigt, en hij ontslaat de werkneemster voor zover vereist.
Op grond van artikel 18 lid 6 van Bijlage C van de CAO-BVE dient de werkgever zich te onderwerpen aan de uitspraak van de Commissie. Dit kan niet anders inhouden dan dat door de uitspraak van de Commissie d.d. 16-03-2007 het per 01-02-2007 tussen partijen voortgezette dienstverband een dienstverband voor onbepaalde tijd is. Aldus is sprake van een voor beroep vatbaar ontslag uit een vast dienstverband. De formatiereductie en de noodzaak van het ontslag staan voldoende vast.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-07-2007
103493 - Beroep tegen vrijroostering van lesgevende werkzaamheden BVE
Werknemer wordt niet meer ingezet voor lesgevende taken en interpreteert dit als een schorsing. De werkgever stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een op non-actief stelling dan wel van een schorsing. De werknemer wordt voor het deel dat hij niet meer lesgeeft belast met andere taken.
De Commissie oordeelt dat niet elke weigering van de werkgever om de werknemer niet toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, kan worden aangemerkt als een schorsing.
De werknemer is niet vrijgesteld van werkzaamheden noch is hem de toegang tot de school ontzegd. Een deel van zijn taak is hem ontnomen maar daarvoor krijgt hij weer andere werkzaamheden opgedragen zodat er geen sprake is van een schorsing in de zin van de CAO. Eén en ander kan echter anders komen te liggen per 01-08-2007. Immers, per deze datum is de terugkeer van de werknemer in zijn lesgevende taken door de werkgever voorzien. Een beroep tegen verlenging van de vrijstelling van lesgevende taken per 01-08-2007 kan dan mogelijk wel worden aangemerkt als een schorsing waarbij het de vraag is of deze dan na afweging van belangen van partijen, in rechte stand zal kunnen houden.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-07-2007
103484 - Beroep tegen ontslag op staande voet; BVE
De werkgever kreeg op 18-01-2007 kennis van klachten van leerlingen over de werknemer. Het door de werkgever uitgevoerde onderzoek betrof volgens de werkgever het horen van enkele collega's van de werknemer en het horen van de leerlingen die de klacht hadden ingediend. Dit onderzoek was op 13-02-2007 afgerond aangezien op dat moment de werkgever de werknemer meegedeeld heeft dat hij voornemens was hem te ontslaan. Het onderzoek is niet met voldoende voortvarendheid uitgevoerd. Omstandigheden waarom dit onderzoek niet binnen enkele dagen kon zijn voltooid, zijn niet gebleken. Dat vervolgens de aan werknemer geboden gelegenheid verweer te voeren eerst zes weken later plaats vindt, kan evenmin als toereikend voortvarend handelen worden aangemerkt. De werknemer kan weliswaar de werkgever niet tegenwerpen dat hem enig uitstel is geboden, maar al met al is de verstreken termijn te lang om nog een ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Bijzondere omstandigheden waarom deze verweerprocedure niet aanstonds, dat wil zeggen binnen hooguit één week, afgerond kon zijn, zijn niet gebleken.
Het ontslag is in strijd met artikel 7:677 lid 1 BW niet onverwijld gegeven.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-06-2007
103361 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
De werknemer is docent en is sedert 01-09-2004 arbeidsongeschikt. Er hebben gesprekken plaatsgevonden tussen de werknemer en de werkgever en met een extern bureau. Ontbindingsverzoekverzoek is afgewezen. WIA-beslissing: meer dan 35% doch minder dan 80% arbeidsongeschikt. Partijen verschillen niet van mening over het feit dat de werkgever de aanzegging als genoemd in artikel 20 lid 5 ZAR-BVE niet heeft doen uitgaan. Werknemer was echter onmiskenbaar op de hoogte van het voornemen van de werkgever de arbeidsovereenkomst te beëindigen. In het kader van WIA-beoordeling opgestelde reïntegratieverslag kan als een FOA worden beschouwd. Mede gelet op mislukte reïntegratie in juni 2006 heeft de werkgever in redelijkheid tot de overtuiging kunnen komen dat er binnen de organisatie geen passend werk te vinden was.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-06-2007
103463 - Uitspraak in vereenvoudigde behandeling BVE
De werkgever heeft het dienstverband met onmiddellijke ingang opgezegd wegens een dringende reden. Daartegen heeft appellant beroep ingesteld. Hangende het beroep heeft de Voorzitter van de Commissie reeds uitspraak in voorlopige voorziening gedaan, inhoudende dat de werkgever ook na de ontslagdatum salaris is verschuldigd. Vervolgens heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden. Daarop heeft de werkgever de ontslagbeslissing ingetrokken. De werknemer heeft zijn beroep gehandhaafd.
De Voorzitter doet uitspraak in vereenvoudigde behandeling: er is geen voor beroep vatbare beslissing meer en de kantonrechter zal zich in een eventueel volgende procedure zelfstandig een oordeel vormen zonder daarbij gebonden te zijn aan een uitspraak van de Commissie. De werknemer heeft geen belang bij een oordeel van de Commissie.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-05-2007
103462 - Beroep tegen ontslag op staande voet; BVE
Werknemer is conciërge en heeft zonder toestemming van de leidinggevende goederen uit de werkplaats weggenomen. De werkgever heeft dit aangemerkt als diefstal c.q. verduistering en deze feiten alsmede het latere gedrag van de werknemer met betrekking tot het terugbrengen van de goederen aangemerkt als een dringende reden.
De Commissie acht het niet onbegrijpelijk dat, zeker gezien de vertrouwensfunctie die de werknemer vervult, de werkgever een maatregel heeft willen nemen, temeer daar de werknemer zich eerder had schuldig gemaakt aan diefstal c.q. verduistering. De Commissie is echter van oordeel dat het door de werknemer gepleegde plichtsverzuim, gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de duur van het dienstverband, de leeftijd van de werknemer en de ingrijpende gevolgen van het ontslag voor de werknemer, onvoldoende ernstig is om een ingrijpende maatregel als een ontslag op staande voet te kunnen dragen. De Commissie acht het ontslag disproportioneel.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-04-2007
103353 - Beroep tegen berisping; BVE
Werkgever heeft aan het plichtsverzuim ten grondslag gelegd dat de werknemer op kosten van de werkgever ontwikkeld studiemateriaal uit eigen beweging en zonder opdracht van een daartoe bevoegd iemand ter beschikking heeft gesteld aan andere ROC's. Werknemer zat in een projectgroep met mandaat om takenboeken te ontwikkelen en samen te stellen ten behoeve van de 5 ROC's met een soortgelijke opleiding. De Commissie oordeelt dat de werkgever de werknemer hiervoor geen kaders dan wel andere restricties heeft aangereikt, zoals bescherming van het eigen les/studiemateriaal. Voorts staat in de financieringsaanvraag voor de projectgroep omschreven dat 1 van de doelstellingen is "de landelijke samenwerking van 5 ...scholen te benadrukken door uitwisseling en kennisdeling". Werknemer kon door het inbrengen van een door een stagiaire van de werkgever vervaardigde reader in de projectgroep gerechtvaardigd menen te handelen in het belang van het ROC en van de deelnemers. Geen sprake van schending van auteursrecht nu de reader min of meer een samenvatting is van een reeds uitgegeven boek. Geen verwijtbaar dan wel onrechtmatig gedrag van de werknemer. Geen plichtsverzuim.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-04-2007
103312 - Herzieningsverzoek BVE
Werkgever verzoekt om herziening van een uitspraak van de Commissie waarbij het beroep van de werknemer gegrond is verklaard.
De Commissie is in de uitspraak uitgegaan van de veronderstelling dat de betrekking bij de werkgever in overuren als bedoeld in de CAO werd vervuld en heeft op grond daarvan aangenomen dat het dienstverband bij de werkgever van tijdelijke aard was en dat dit dienstverband in strijd met artikel 7:667 lid 3 BW is opgezegd. Deze veronderstelling is echter onjuist gebleken. Indien het juiste feit bekend was geweest bij de Commissie zou dit tot een andere uitspraak hebben geleid. Immers, de betrekking bij de werkgever zou dan in de uitspraak niet beschouwd zijn als een tijdelijk dienstverband zodat het beroep ook niet op grond van artikel 7:667 lid 3 BW gegrond verklaard zou zijn. Aldus komt de uitspraak van de Commissie op deze grond voor herziening in aanmerking.
Omdat partijen tot een schikking zijn gekomen wordt de inhoudelijke behandeling van het beroep niet voortgezet.
Herzieningsverzoek gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-04-2007
103464 - Verzoek voorlopige voorziening BVE
Werknemer is op staande voet ontslagen vanwege slaan deelnemer en het geven van een les aan de hand van een bordtekening van genitaliën en vrouwelijke rondingen.
Werknemer verzoekt de Voorzitter om schorsing van het ontslag en om wedertewerkstelling.
Naar het voorlopig oordeel van de Voorzitter is niet vast komen te staan dat de docent de deelnemer heeft geslagen en het ontslag is bovendien niet onverwijld na dit beweerde voorval verleend. Wat betreft de les in kwestie, heeft de werknemer een didactische draai gegeven aan een situatie waarin hij aan het begin van de les door de deelnemers was geplaatst. Niet gebleken is dat een dergelijke situatie eerder onderwerp van gesprek is geweest zodat niet kan worden gezegd dat de docent weigert zich te voegen naar het pedagogische en didactische beleid van de instelling. Ook dit voorval geen dringende reden voor ontslag.
Loondoorbetaling toegewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-04-2007
103459 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking BVE
Uitgaande van de verzendtheorie is de beroepstermijn overschreden met 13 dagen. De Voorzitter doet uitspraak in vereenvoudigde behandeling.
In de bestreden beslissing is de mogelijkheid van beroep bij de Commissie vermeld met daarbij de mededeling dat het beroep binnen 6 weken dient te worden ingesteld. Nu het beroepschrift niet aangetekend is verzonden en er voorts geen feiten en omstandigheden zijn aangevoerd of gebleken waaruit moet worden afgeleid dat TNT-post de verzending niet op de dag van de ter post bezorging heeft gestempeld, dient het ervoor gehouden te worden dat het beroepschrift te laat ter post is bezorgd. Eventuele gevolgen van niet aangetekend verzenden, komen voor risico van de appellant.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-03-2007
103330 / 103334 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking
Werkneemster is docent. Het ontslag is gegeven in het kader van een reorganisatie. De werkgever heeft het dienstverband na de ingangsdatum van het ontslag gecontinueerd, volgens de werkgever op tijdelijke basis. Werkneemster blijft belast met docentwerkzaamheden. Hieruit leidt de Commissie af dat er op de ingangsdatum van het ontslag voor de werkneemster voldoende werkzaamheden voorhanden waren en er geen ontslagnoodzaak was zodat het ontslag niet gedragen wordt door de daaraan ten grondslag gelegde reden.
Voorts merkt de Commissie op dat de werkgever ten onrechte meent dat de werkneemster in de gecontinueerde werkzaamheden in tijdelijke dienst zou zijn. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd opvolgt, geldt immers als aangegaan voor onbepaalde tijd en behoeft voor haar eindigen een opzegging. Gelet op de duur van het dienstverband van de werkneemster, was benoeming in tijdelijke dienst in feite niet mogelijk (artikel 7:668a BW). Gelet op het dwingend karakter van deze bepaling is afwijking ervan bij individueel contract niet mogelijk. Verder vormen de artikelen H-11 en H-12 CAO-BVE in dit geval een belemmering voor het in dit stadium aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-03-2007
103381 - Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim en ontslag op staande voet; BVE
Werknemer is docent en is geschorst en vervolgens ontslagen wegens plichtsverzuim. Het plichtsverzuim bestaat eruit dat de werknemer tijdens een schoolfeest intiem is omgegaan met een leerlinge en te veel gedronken heeft. Vervolgens heeft de werkgever de werknemer tijdens de opzegtermijn op staande voet ontslagen omdat hij meerdere malen contact zou hebben opgenomen met de desbetreffende leerlinge.
De Commissie oordeelt het ontslag op staande voet gegrond omdat niet voldaan is aan het vereiste dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De werknemer was immers al ontslag aangezegd en hij was geschorst tot aan de ingangsdatum van het ontslag, zodat het eventueel contact opnemen met de leerlinge niet al te zwaar kon worden aangerekend.
Het beroep tegen het ontslag wegens plichtsverzuim wordt gegrond verklaard omdat de werkgever wetens en willens heeft afgezien van toepassing van de in artikel H-45 van de CAO-BVE voorgeschreven voornemenprocedure. Gelet op de aard van het beweerde plichtsverzuim en de aanmerkelijke belangen van de werknemer die gemoeid zijn met een ontslag wegens plichtverzuim, is het bewust achterwege laten van de voornemenprocedure zeer laakbaar. De werknemer is geschaad in zijn door de CAO beschermd belang om zich in het kader van een ontslag wegens plichtverzuim adequaat te kunnen verweren tegenover zijn werkgever. De Commissie laat niet ongezegd dat voldoende aannemelijk is geworden dat de werknemer de professioneel in acht te nemen grenzen heeft overschreden maar zij acht een disciplinair ontslag eendisproportionele maatregel.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-02-2007
103420 - Verzoek voorlopige voorziening BVE
Het UWV heeft de werknemer na een periode van arbeidsongeschiktheid aan het einde van de wachttijd in het kader van de WIA geschikt geacht voor het verrichten van haar eigen werk. De werknemer is bereid werkzaamheden als docente creatief vak X te hervatten maar acht andere aangeboden docentwerkzaamheden, namelijk lessen Taalondersteuning en CMV en leerlingbegeleiding, niet passend. Werkgever meent dat er weigering is om passend werk te verrichten en schort eerst de betaling van het salaris op en zegt vervolgens de arbeidsovereenkomst op wegens plichtsverzuim, bestaande uit werkweigering.
De Voorzitter overweegt dat niet gebleken is dat het UWV de belasting van de werknemer in andere docenttaken niet passend acht. De Voorzitter ziet in de weigering om het aangeboden passend werk te verrichten reden voor de werkgever om het salaris in te houden. Wel had de werkgever met regelmatige tussenpozen na moeten gaan of de werknemer nog steeds aan de weigering vasthield dan wel had de werkgever het overleg op enigerlei wijze dienen te hervatten. Billijke risicoverdeling leidt tot toewijzing van de voorlopige voorziening tot doorbetaling van de helft van het overeengekomen salaris tot op 01-2-2007, aangezien de werknemer ter zitting van 31-01-2007 heeft aangegeven bereid te zijn de aangeboden werkzaamheden te verrichten, zodat er vanaf dan geen werkweigering meer is en het volledige salaris verschuldigd is.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-01-2007
103310 - Beroep tegen disciplinaire overplaatsing; BVE
BVE-docent verricht werkzaamheden op een locatie van het ROC waar ook een HBO-opleiding is gevestigd. Drie HBO-studenten hebben klachten ingediend over seksueel intimiderend gedrag. De Interne Geschillencommissie heeft de klachten gegrond verklaard. Werkgever legt schriftelijke berisping en disciplinaire overplaatsing op. Werknemer berust in de berisping, maar komt in beroep tegen de overplaatsing. Overplaatsing is bedoeld om te bewerkstelligen dat de klaagsters niet meer met de werknemer worden geconfronteerd. Werknemer door de berisping reeds disciplinair gestraft; het disciplinair karakter van de overplaatsing is daarom disproportioneel.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-01-2007
103326 - Beroep tegen berisping; BVE
Berisping opgelegd omdat de werknemer in strijd met een afspraak zijn functioneren niet in een teamvergadering aan de orde heeft gesteld en omdat hij structureel te laat gegevens aan zijn coördinator verstrekte. Werknemer ontkent het bestaan van de afspraak. Naast niet-geaccordeerde aantekeningen zijn er geen gegevens voorhanden die het bestaan van de afspraak aannemelijk maken. Aangevoerde rechtvaardigingsgrond voor het laat aanleveren van enkele gegevens niet of onvoldoende weerlegd. Er kan niet geconcludeerd worden dat sprake is van plichtsverzuim.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-12-2006
103382 - Verzoek voorlopige voorziening; BVE
Werknemer is ontslagen wegens plichtsverzuim. Vervolgens is hij op staande voet ontslagen wegens een dringende reden, bestaande uit het meerdere malen contact opnemen met een leerlinge terwijl de werkgever dit verboden had.
Werknemer verzoekt de Voorzitter om doorbetaling salaris en de werkgever op te dragen hem in de gelegenheid te stellen zijn eigen arbeid bij de werkgever te verrichten.
Nu de werknemer reeds 2 maanden geschorst was en tegen de schorsing als zodanig geen beroep bij de Commissie heeft ingesteld en de werknemer niet eerder een rechtsmiddel heeft aangewend om weer tot het werk te worden toegelaten, acht de Voorzitter thans terzake onvoldoende spoedeisend belang aanwezig. Daar komt bij dat de kerstvakantie spoedig na de behandeling van het verzoek ter zitting ingaat en de Commissie het beroep in de bodemprocedure op korte termijn zal behandelen. Het verzoek om doorbetaling salaris acht de Voorzitter spoedeisend omdat de werknemer vanwege de dringende reden die aan het ontslag op staande voet ten grondslag is gelegd vrijwel zeker geen uitkering zal krijgen en hij een gezin met kinderen heeft.
Daargelaten of kan worden gezegd dat het telefonisch contact opnemen met de leerlinge kan worden aangemerkt als een dringende reden voor ontslag op staande voet, is de Voorzitter van oordeel dat de werkgever niet, althans onvoldoende, aannemelijk heeft gemaakt dat de werknemer met leerlinge C. telefonisch contact heeft opgenomen. De Voorzitter acht het voldoende waarschijnlijk dat de Commissie van beroep het beroep tegen het ontslag op staande voet in de bodemprocedure gegrond zal verklaren.
Gevraagde voorziening tot doorbetaling salaris wordt toegewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-12-2006
103286 Herplaatsing na reorganisatie BVE
Commissie van beroep niet bevoegd omdat de bestreden beslissing niet voor beroep vatbaar is. Partijen zijn overeengekomen dat een ad hoc commissie wordt samengesteld die bindend advies zal uitbrengen. Voor de reorganisatie vervulde de werknemer de functie van collegedirecteur. Deze functie is bij de reorganisatie komen te vervallen. Vraag is of de werkgever de werknemer in redelijkheid heeft kunnen herplaatsen in de functie van (kern)docent. De functie voldoet aan de in de toepasselijke procedure met betrekking tot de herpositionering van managementfunctionarissen opgenomen voorwaarden. Ook overigens acht de Commissie de functie passend. De werknemer heeft zich uitvoerig kunnen oriënteren op het vervolg van zijn loopbaan. Gelet op de inspanningen van de werkgever en de ruime periode die de werknemer is gegund, is het standpunt van de werkgever niet onredelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-12-2006
103255 - Beroep tegen berisping; BVE
De werknemer is zonder overleg met één van zijn leidinggevenden vertrokken van de instelling terwijl hij les diende te geven. De werknemer heeft zich beroepen op een noodsituatie.
De werkgever geeft als reden voor de berisping het vertrek zonder overleg alsmede het functioneren van de werknemer dat al eerder in negatieve zin aan de orde is geweest. Pas in het verweerschrift licht de werkgever dit tweede punt toe. De Commissie acht dit te laat, de werknemer heeft zich daartegen niet kunnen verweren, zodat dit punt buiten behandeling wordt gelaten.
De Commissie is van oordeel dat de werknemer redelijkerwijs overleg had dienen te voeren respectievelijk had kunnen voeren met één va zijn leidinggevenden alvorens te vertrekken. Aldus heeft de werknemer plichtsverzuim gepleegd. Echter, niet gebleken is dat collega's of leerlingen gedupeerd zijn, zoals de werkgever heeft gesteld. Voorts is de werknemer reeds 23 jaar in dienst en niet is gebleken dat hij eerder plichtsverzuim heeft gepleegd. De genomen maatregel is derhalve niet proportioneel met het gepleegde plichtsverzuim.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-12-2006
103166 - Beroep tegen berisping; BVE
Werkneemster is conciërge en is berispt omdat zij heeft moeten verzuimen van haar werk ten gevolge van het onder invloed veroorzaken van een aanrijding, omdat het herhaald gedrag betrof en omdat zij regelmatig naar alcohol rook en nerveus en ongeconcentreerd werkte. Het voornemen tot berisping was enkel gebaseerd op de eerste twee elementen. Ter zitting werd het verwijt aldus geformuleerd dat werkneemster niet achter het stuur had moeten plaatsnemen in de wetenschap dat zij te veel had gedronken. Grondslag voor het opleggen van de berisping is zodanig gewijzigd dat van reële verweermogelijkheid geen sprake is geweest. Onder invloed van alcohol met een auto deelnemen aan het verkeer is naar het oordeel van de Commissie een geheel ander verwijt dan herhaald verzuim van het werk, samenhangend met alcoholgebruik. Reeds daarom dient het beroep gegrond te worden verklaard. De Commissie acht het beroep ook overigens gegrond en wel omdat de verweten gedraging, regelmatig verzuim dat samenhangt met alcoholgebruik, eerder de vraag doet rijzen naar de geschiktheid van A voor het vervullen van haar functie dan dat dit verzuim in casu leidt tot de conclusie dat er sprake is van plichtsverzuim.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-11-2006
103224 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
De werkneemster stelt dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen om haar binnen dan wel buiten de instelling in een voor haar geschikte functie te plaatsen. Voorts zou de werkgever het reïntegratietraject van de werkneemster onvoldoende zorgvuldig hebben begeleid.
Het CWI heeft het door de werkgever ingediende verzoek om het dienstverband te mogen opzeggen getoetst en meent dat er geen mogelijkheden zijn om de werkneemster te herplaatsen en dat in voldoende mate duidelijk is geworden dat een voortzetting van het dienstverband niet van de werkgever kan worden gevergd. Er zijn geen redenen om te twijfelen aan de voldoende onderbouwde en gemotiveerde conclusie van het CWI en niet gebleken is van nieuwe feiten of omstandigheden die het oordeel van het CWI hebben achterhaald. Ofschoon geen toestemming van het CWI nodig is om tot het ontslag over te gaan, kan de Commissie, die achteraf de juistheid van het ontslag toetst, zich vinden in het oordeel van het CWI.
Voorts heeft de arbeidsdeskundige van het UWV, blijkens het deskundigenoordeel van 10-08-2006, geoordeeld dat de werkgever voldoende heeft gedaan om de werkneemster te reïntegreren.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-11-2006
103190 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
De werknemer is van oordeel dat de werkgever niet heeft voldaan aan zijn reïntegratieverplichtingen en hij meent dat er nog passende functies voor hem bij de werkgever zijn.
De werknemer is voor meer dan 80% arbeidsongeschikt. De werkgever mocht afgaan op het oordeel van het UWV over de blijvende arbeidsongeschiktheid van de werknemer. De werkgever heeft bovendien gepoogd de werknemer te reïntegreren maar dit heeft door de fysieke beperkingen van de werknemer geen resultaat gehad. De werkgever heeft voldaan aan zijn reïntegratieverplichtingen en van passende functies bij de werkgever is niet gebleken.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-10-2006
103230 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
De werknemer was op basis van het Besluit ID-banen benoemd als assistent medewerker procestechniek. De functie is komen te vervallen door het vervallen van de subsidie en verplaatsing van de afdeling waar de werknemer werkte. De werknemer is door de werkgever met andere vervangende werkzaamheden belast en is door een extern bureau bemiddeld naar een baan buiten de instelling, echter zonder resultaat. De Commissie constateert dat de functie is komen te vervallen en dat niet gebleken is van voor de werknemer geschikte vacatures bij de werkgever. De werkgever heeft zich voldoende ingespannen om de werknemer intern of extern te plaatsen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-08-2006
103186 - Beroep tegen berisping; BVE
Werknemer is conciërge en is berispt wegens het te laat terugkomen van vakantie zonder dit vooraf te hebben besproken of een de reden te hebben vermeld. Partijen verschillen van mening over het feit of de werkgever toestemming heeft verleend om later terug te keren van vakantie. Van te laat terugkeren van vakantie is sprake indien de werknemer op een later dan het door de werkgever vastgestelde tijdstip aan het einde van zijn vakantie is teruggekeerd (artikel 7:638 lid 2 BW). Of daarvan in de onderhavige situatie sprake is geweest , kan de Commissie niet vaststellen aangezien de verklaringen van de werknemer en de hoofdconciërge over de instemming van deze laatste met het veranderen van de einddatum volledig tegengesteld zijn. Wel staat vast dat beiden voorafgaand aan de vakantie over het verzoek om de einddatum te wijzigen hebben gesproken en dat een wijziging van de datum van de retourvlucht een reden voor dat verzoek was.
Aldus zijn de feiten die de werkgever aan de beslissing tot het opleggen van de berisping ten grondslag heeft gelegd, onvoldoende komen vast te staan. Bovendien is, anders dan in de voornemenbrief is vermeld, wel een latere terugkeer van vakantie besproken. De Commissie wil evenwel niet ongezegd laten dat de werknemer de toch al onder druk staande verhouding met de werkgever extra heeft belast door pas enkele uren voor het begin van de vakantie nog een verzoek tot wijziging in te dienen. Anderzijds heeft de werkgever onduidelijkheid laten bestaan over de bevoegdheden met betrekking tot het vaststellen van de vakanties en de procedure, volgens welke deze vaststelling tot stand komt. Het verdient aanbeveling daarover meer duidelijkheid te scheppen.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-07-2006
103164 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; BVE
Werkneemster erkent dat zij haar werk als telefoniste/receptioniste niet meer kan uitoefenen. Partijen zijn het derhalve eens over de onbekwaamheid/ongeschiktheid voor de functie. Vast staat dat de ongeschiktheid niet veroorzaakt wordt door ziekte: de Arbo-arts heeft haar niet arbeidsongeschikt bevonden, welk oordeel door het UWV in een second opinion is onderschreven. Derhalve bestond voor de werkgever niet de verplichting op grond van artikel 20 BZA om te proberen de werkneemster in een andere functie te plaatsen. De werkgever heeft aannemelijk gemaakt dat er geen meer passende functie binnen de organisatie was dan telefoniste/receptioniste. Werkneemster heeft evenmin functies genoemd die meer passend zouden zijn. De werkgever heeft zich voldoende ingespannen om het voor de werkneemster mogelijk te maken haar werkzaamheden te (blijven) verrichten. Nu gebleken is dat zij desondanks niet in staat is haar functie regelmatig te vervullen, is de werkgever in redelijkheid tot de conclusie kunnen komen dat de werkneemster niet geschikt is voor haar functie, anders dan door ziels- of lichaamsgebrek.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-07-2006
102921 - Beroep tegen overplaatsing; BVE
De bestreden beslissing vermeldt niet de beroepsclausule en werknemer heeft binnen 6 weken bezwaar ingediend bij de werkgever. Beroep ontvankelijk.
Er is sprake van verstoorde verhoudingen tussen de werknemer en zijn adjunct-directeur. Naar het oordeel van de Commissie is een beslissing tot overplaatsing in een vermeende conflictueuze situatie een zware maatregel die, mede gelet op het diffamerend karakter dat een dergelijke maatregel onder omstandigheden kan krijgen, gegrond dient te zijn op een zorgvuldig onderzoek, uitgevoerd door iemand die niet direct betrokken is bij het vermeende conflict. Een dergelijk onderzoek ontbreekt echter. Doordat de bestreden beslissing is genomen door de adjunct-directeur en de Commissie voorts niet is gebleken dat er door een derde een gedegen onderzoek is verricht dan wel is geconstateerd dat er sprake is van een zodanig onhoudbare en onwerkbare situatie dat overplaatsing van de werknemer noodzakelijk was, acht de Commissie de opgelegde maatregel genomen in strijd met de daarvoor geldende zorgvuldigheidsvereisten. De Commissie acht het beroep reeds om deze reden gegrond.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-06-2006
103147 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
Werknemer is meer dan twee jaar onafgebroken arbeidsongeschikt. De werkgever beschikt niet over een medisch rapport van het UWV als bedoeld in de artikel 20 leden 6 en 7 BZA waaruit dient te blijken dat herstel binnen zes maanden na afloop van die twee jaar niet valt te verwachten. Dit advies is overigens eerst na indiening van het beroepschrift aangevraagd. Een rapportage van de arbeidsdeskundige alsmede de FLM kan hiermee niet op één lijn worden gesteld en is niet van dien aard om het oordeel met betrekking tot de medische geschiktheid op te baseren. Dit leidt de Commissie tot de conclusie dat de werkgever zonder het ingevolge artikel H-57 sub d juncto artikel 20 leden 6 en 7 BZA vereiste medisch advies van het UWV tot ontslag van de werknemer is overgegaan. Het beroep is derhalve reeds om deze reden gegrond. Voorts is de Commissie niet gebleken dat bij de werkgever geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn als bedoeld in artikel 20 lid 2 onder c BZA. De werkgever heeft naar het oordeel van de Commissie niet door middel van een zorgvuldig herplaatsingsonderzoek onderbouwd dat de werknemer niet reïntegreerbaar is. Indien het vereiste medisch advies voorhanden was geweest, zou het beroep om deze reden gegrond zijn.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-06-2006
103162 Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
Werknemer is sinds 14-04-2003 onafgebroken arbeidsongeschikt, zodat aan het vereiste van minimaal twee jaar arbeidsongeschiktheid is voldaan. Het UWV heeft een FOA afgegeven. Gelet op de arbeidsongeschiktheid van betrokkene acht het UWV een herplaatsingsonderzoek niet opportuun. Het is onvoldoende aannemelijk dat de werknemer nog een zodanig substantieel deel van zijn functie zou kunnen vervullen, dat redelijkerwijs van de werkgever verwacht kan worden de arbeidsovereenkomst op die grond voort te zetten. Uit een Arbeidsdeskundig onderzoek blijkt dat er bij de werkgever geen passend werk voorhanden was. Een rapportage van de Arbo-dienst vermeldt dat de klachten nog verder zullen toenemen. Eén en ander brengt met zich dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden dat hij zich nog inspande passend werk bij een andere werkgever te vinden. Nu hetgeen partijen ter zitting naar voren hebben gebracht niet tot een andere conclusie leidt, is de Commissie van oordeel dat de werkgever in voldoende mate heeft voldaan aan de vereisten met betrekking tot reïntegratie van betrokkene in het arbeidsproces.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-06-2006
103157 - Beroep tegen disciplinaire schorsing; BVE
Het staat voor de Commissie onvoldoende vast dat de werkgever de werknemer voorafgaand aan het nemen van de beslissing om hem te schorsen van de gronden van die beslissing op de hoogte heeft gebracht. Dat de werknemer mondeling op de hoogte is gebracht van de redenen om hem te schorsen, is niet aannemelijk nu de werkgever ook ter zitting in gebreke is gebleven deze redenen concreet te noemen. Zonder nadere motivering, die de werkgever niet heeft gegeven, kan hetgeen ter zitting naar voren is gebracht overigens ook niet als plichtsverzuim worden aangemerkt. Omdat door de werkgever niet nader is geconcretiseerd waarom de werknemer was geschorst, is het ingestelde beroep tegen de beslissing om de schorsing te verlengen gegrond. De vraag of het verlengen van een disciplinaire schorsing in overeenstemming is met de CAO-BVE, kan derhalve buiten behandeling blijven.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-11-2007
103505 - Vereenvoudige behandeling beroep tegen schorsing; MBO
Werknemer is geschorst met onmiddellijke ingang op grond van art. H-40 aanhef en sub c CAO-BVE.
Hangende de beroepsprocedure bij de Commissie, is de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter ontbonden wegens gewichtige redenen. De werknemer handhaaft het beroep tegen de schorsing omdat hij zich onheus bejegend voelt door zijn werkgever en omdat hij de door hem gemaakte advocaatkosten vergoed wenst te krijgen. De Voorzitter van de Commissie oordeelt in vereenvoudigde behandeling dat de Commissie kennelijk niet bevoegd is ten aanzien van het verzoek tot kostenveroordeling en voorts dat de werknemer geen rechtens te respecteren belang heeft bij handhaving van zijn beroep nu het dienstverband is ontbonden en de schorsing op zich niet aan de ontbinding ten grondslag is gelegd.
Commissie kennelijk niet bevoegd c.q. beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-05-2006
103169 - Uitspraak in vereenvoudigde behandeling BVE
Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking. De beroepstermijn is met meer dan 5 maanden overschreden. De werknemer heeft niet eerder beroep ingesteld omdat hij de hem toegestuurde papieren uit boosheid ongelezen vernietigd heeft.
In de bestreden beslissing is de mogelijkheid van beroep bij de Commissie vermeld. Dat de werknemer van deze verwijzing geen kennis heeft genomen omdat hij de beslissing van de werkgever ongelezen heeft vernietigd, komt voor rekening en risico van de werknemer. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
03-05-2006
103125 - Beroep tegen berisping; BVE
Werkneemster is berispt omdat zij haar onvrede over haar werksituatie per e-mail aan derden heeft kenbaar gemaakt terwijl zij verschillende keren is gewaarschuwd om dit achterwege te laten.
Naar het oordeel van de Commissie is de e-mail onmiskenbaar in cynische bewoordingen getoonzet en is deze niet in overeenstemming met de omgangsvormen die in acht genomen moeten worden.
Vaststaat dat de werkneemster een aantal keren, zowel mondeling als schriftelijk, door haar leidinggevende te kennen is gegeven dat zij het sturen van e-mailberichten, waarin onvrede over haar werksituatie doorklonk, aan derden dient te staken. Daargelaten of de onvrede van de werkneemster terecht was, mocht haar leidinggevende van haar verwachten dat zij haar onvrede over de opgedragen werkzaamheden aan hem zou overbrengen en deze niet branchebreed zou uitmeten. De werkgever heeft het hardnekkig doorgaan ondanks de waarschuwingen als plichtsverzuim kunnen aanmerken. De berisping staat in juiste verhouding tot het plichtsverzuim.
Beroep ongegrond
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-04-2006
103070 Beroep tegen ontslag wegens opheffing van de betrekking BVE
Werkneemster was benoemd als kinderopvangleidster; de werkgever heeft de kinderopgang beëindigd. Er is een reorganisatieplan met de Centrales overeen gekomen. Werkneemster plaatst vraagtekens bij de inspanningen die de werkgever verricht zou hebben om haar binnen dan wel buiten de instelling te plaatsen. Ook meent zij dat het anciënniteitbeginsel niet juist is toegepast. De werkgever heeft verschillende gesprekken met de werkneemster gevoerd en haar vacature-informatie verschaft. Niet gebleken is dat de werkgever onzorgvuldig gehandeld zou hebben. De werkgever heeft voldoende invulling aan zijn inspanningsverplichting tot interne dan wel externe plaatsing van de werkneemster gegeven. Binnen de afdeling van de werkneemster dienden alle medewerkers af te vloeien zodat van toepassing van het anciënniteitbeginsel in die zin geen sprake was. Voor zover de werkneemster betoogt dat herplaatsing binnen het ROC diende plaats te vinden op grond van het anciënniteitbeginsel overweegt de Commissie dat hierover niets is opgenomen in het reorganisatieplan. Het reorganisatieplan diende ertoe om eventuele ontslagen te voorkomen dan wel passende maatregelen te verbinden aan een eventueel ontslag. De mogelijk interne herplaatsing van - collega's van - de werkneemster wordt echter niet geregeerd door enige op diensttijd gebaseerde regel. De Commissie converteert de ontslagdatum omdat de werkgever een onjuiste opzegtermijn heeft gehanteerd.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-04-2006
103059 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
In verband met financiële noodzaak dient formatievermindering plaats te vinden waarbij eerst de tijdelijke benoemingen beëindigd worden en overuren worden teruggebracht. De werknemer heeft overuren bij de werkgever en wordt daaruit ontslagen per 01-03-2006.De Commissie is, in afwijking van wat partijen daaromtrent kennelijk oordelen, van oordeel dat werkzaamheden in overuren conform het bepaalde in artikel H-23 CAO-BVE slechts voor de duur van één jaar worden overeengekomen en dat de werkgever en de werknemer deze termijn kunnen verlengen met telkens ten hoogste één jaar. De bestreden beslissing van de werkgever dient derhalve te worden aangemerkt als een tussentijdse opzegging van een tijdelijk dienstverband. Artikel 7:667 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een dienstverband voor bepaalde tijd slechts tussentijds kan worden opgezegd als deze mogelijkheid voor beide partijen (werkgever en werknemer) schriftelijk is overeengekomen. In de CAO noch de arbeidsovereenkomst is een als zodanig kenbare bepaling opgenomen. De werkgever heeft in strijd met artikel 7:667 lid 3 BW tussentijds opgezegd.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-04-2006
103148 - Ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; BVE
Werkneemster is sedert 01-08-2005 als docent Engels werkzaam. De werkgever stelt dat het meteen vanaf de eerste schooldag mis is gegaan in de klas: klachten van ouders over de onrust in de klas en klachten van leerlingen over matige beheersing van de Nederlandse taal. Naar de normen van de school was er sprake van ernstige verstoring van de orde in de klas en lag voorts het onderwijstempo te laag. Er zijn lesbezoeken georganiseerd en er is met werkneemster gesproken. Ingrijpen kon volgens de werkgever niet worden uitgesteld. De Commissie acht het aannemelijk dat de klassensituatie bij de werkneemster afweek van hetgeen de werkgever daarvan verwachtte. Het is echter niet gebleken dat de situatie niet corrigeerbaar was omdat de standpunten van partijen niet nader onderbouwd zijn. Daarom is het niet mogelijk vast te stellen dat enerzijds de inspanningen van de werkgever om de situatie te verbeteren voldoende zijn geweest en anderzijds de situatie in de klas zodanig ernstig was, dat de werkgever daarop de conclusie heeft kunnen baseren dat de werknemer onbekwaam of ongeschikt zou zijn. Klachten van ouders zijn door de werkgever niet geconcretiseerd en de werkneemster heeft gedurende de opzegtermijn zonder extra maatregelen haar werkzaamheden verricht. Onbekwaamheid/ongeschiktheid is onvoldoende komen vast te staan.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-03-2006
103034 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
Werkneemster voer aan dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen om haar te laten reïntegreren.
De arbeidsdeskundige van het UWV is volgens de werkgever wel geraadpleegd. Een schriftelijke verslaglegging door het UWV heeft echter niet plaats gevonden.
De werkgever dient zich in zijn uit artikel 20 leden 2 en 7 ZAR-BVE voortvloeiende onderzoeksplicht terdege te informeren, waarbij hij niet kan volstaan met het telefonisch inwinnen van inlichtingen bij het UWV. Het betreft een belangrijke - immers ontslaglegitimerende - verplichting waarvan het resultaat redelijkerwijs objectief toetsbaar dient te zijn. Het had op de weg van de werkgever gelegen om niet te berusten in de werkwijze van het UWV en er voor te zorgen dat vóórdat overgegaan werd tot ontslag, alsnog de juiste gegevens door het UWV zouden worden verstrekt. Omdat de werkgever hierin in gebreke is gebleven, valt in onvoldoende mate vast te stellen of er bij het bevoegd gezag voor de werkneemster geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn zodat op deze grond de bestreden beslissing niet in stand kan blijven.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-03-2006
103118 - Beroep tegen ontslag op staande voet assistent-conciërge; BVE
Werknemer heeft een laptop van de school mee naar huis genomen, naar eigen zeggen tijdelijk omdat haar eigen computer kapot was en met toestemming van de hoofdconciërge en een collega. Op de vraag van haar leidinggevende of zij een laptop van school thuis had, heeft werknemer in eerste instantie ontkend. Werkgever geeft ontslag op staande voet vanwege diefstal c.q. verduistering en het doen van ongeloofwaardige uitlatingen.
De Commissie constateert dat de werknemer zonder toestemming of medeweten van haar leidinggevende de laptop heeft meegenomen. Behalve de bewering van de werknemer blijkt nergens uit dat zij voornemens was de laptop weer terug te brengen. Werknemer wist dat de hoofdconciërge niet bevoegd was over de laptops te beschikken. Werknemer heeft ook in de drie dagen tussen het meenemen en de constatering van vermissing van de laptops haar leidinggevende niet geïnformeerd. Werkgever heeft daarom mogen aannemen dat werknemer zich de laptop heeft willen toe-eigenen, hetgeen de werkgever heeft kunnen aanmerken als een dringende reden voor ontslag. Eis van werkgever dat de functie meebrengt dat werknemer volledig te vertrouwen moet zijn, is gerechtvaardigd.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-03-2006
103114 - Beroep tegen ontslag op staande voet schoonmaakster; BVE
Werknemer heeft een laptop van de school mee naar huis genomen, naar eigen zeggen tijdelijk om haar vaardigheden te vergroten en met toestemming van de hoofdconciërge en een collega. Werknemer heeft na confrontatie met de vermissing laptop onmiddellijk toegegeven dat zij deze had meegenomen. Werkgever gaat over tot ontslag op staande voet vanwege diefstal c.q. verduistering en het doen van ongeloofwaardige uitlatingen, met name over de rol van de conciërge.
Commissie constateert dat werknemer zonder toestemming of medeweten van haar leidinggevende de laptop heeft meegenomen. Behalve de bewering van de werknemer blijkt nergens uit dat deze voornemens was de laptop weer terug te brengen. Werknemer wist dat de hoofdconciërge niet bevoegd was over de laptops te beschikken. Werknemer heeft ook in de drie dagen tussen meenemen en de geconstateerde vermissing van de laptops haar leidinggevende niet geïnformeerd. Werkgever heeft daarom mogen aannemen dat werknemer zich de laptop heeft willen toe-eigenen, hetgeen de werkgever heeft kunnen aanmerken als een dringende reden voor ontslag. Eis van werkgever dat functie meebrengt dat werknemer volledig te vertrouwen moet zijn gerechtvaardigd.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-02-2006
102968 / 103089 - Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim; BVE
Ontslag verleend vanwege stelselmatig vertonen ongewenst gedrag. Het staat voldoende vast dat de werknemer bij de uitvoering van zijn werkzaamheden seksueel getinte opmerkingen richting deelnemers maakt, onvoldoende fysieke afstand tot de deelnemers houdt waardoor zij zich ongemakkelijk voelen en een sfeer van onveiligheid rondom zich oproept. Of de werknemer met de beste bedoelingen op deze wijze invulling aan zijn werk gaf, is niet van belang. Het gaat om de beleving die het gedrag van de werknemer opriep bij de deelnemers en medewerkers, welke beleving in redelijkheid begrijpelijk is. Uit het feit dat de werknemer hardnekkig heeft volhard in zijn gedrag, blijkt dat de werknemer niet de vereiste reflectie op het effect van zijn eigen handelen aan de dag heeft gelegd. Het niet aanpassen van zijn gedrag ondanks daartoe uitdrukkelijk door de werkgever te zijn verzocht, heeft de werkgever dan ook terecht als ernstig plichtsverzuim kunnen aanmerken. Het ontbreken van regelmatige functioneringsgesprekken staat in dit geval niet aan het disciplinair ontslag in de weg. De werknemer is meerdere keren op de ongewenstheid van zijn gedrag gewezen en heeft dit desondanks niet aangepast.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-02-2006
103073 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie; BVE
Werknemer is ontslagen in verband met reorganisatie en voert aan dat bij de bepaling van zijn afvloeiingspositie een onjuist diensttijdbegrip is gehanteerd waarbij de periode waarin hij op basis van de WIW-regeling was gedetacheerd bij een onderwijsinstelling, ten onrechte niet is meegerekend. In het Sociaal Plan is het begrip diensttijd gedefinieerd als 'de in dienstverband vervulde tijd bij een krachtens een onderwijswet bekostigde instelling'. De Commissie oordeelt dat de werkgever terecht toepassing heeft gegeven aan het diensttijdbegrip van het Sociaal Plan dat dateert van ná het Sociaal Statuut van de instelling en dat speciaal betrekking heeft op deze reorganisatie. Onder dit diensttijdbegrip dient niet de periode te worden gerekend waarin de werknemer op WIW-basis was gedetacheerd bij onderwijsinstellingen. WIW-dienstverbanden waren bedoeld als werkervaringsplaatsen en er mocht geen sprake zijn van verdringing van reguliere werknemers. Aldus lag het niet in de rede om die periode in het kader van de toepassing van het diensttijdbegrip van het Sociaal Plan mee te rekenen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-02-2006
102998 Beroep tegen ontslag wegens ongeschiktheid BVE
Werkneemster is secretaresse. Haar tijdelijk dienstverband is een half jaar na aanvang omgezet in een vast dienstverband op grond van een positieve beoordeling van het functioneren. Vier maanden later is werkneemster ontslagen wegens ongeschiktheid. De Commissie oordeelt het functioneren inderdaad als onvoldoende. De werkgever heeft het functioneren niet goed ingeschat voordat werkneemster in vaste dienst werd benoemd. Het risico dat werknemers, van wie het eerste tijdelijk dienstverband is omgezet in een vast dienstverband, achteraf - betrekkelijk kort na de vaste benoeming - toch niet goed blijken te functioneren, is naar het oordeel van de Commissie echter voor rekening van de werkgever. Het ligt op de weg van de werkgever om de beoordelingen zodanig in te richten dat deze een reëel beeld van het functioneren geven. Als achteraf blijkt dat een beoordeling met 'goed' niet op juiste gronden berust, dan dient de werkgever vanuit zijn verplichting van goed werkgeverschap de werknemer een nieuwe reële kans te geven. Op de werkgever rustte de verplichting om zich meer en over een langere periode dan thans het geval is geweest, in te spannen om het functioneren te verbeteren. Er zijn immers na de vaste benoeming in een korte periode slechts 2 reële voortgangsgesprekken gevoerd. De Commissie merkt daarbij op dat ter zitting is gebleken dat ook een zekere mate van onverenigbaarheid van karakters van werkneemster en haar leidinggevende een rol heeft gespeeld bij het functioneren, zodat het in de rede lag om werkneemster elders in de organisatie een nieuwe kans te geven. Werkgever heeft zich onvoldoende ingespannen om werkneemster elders in de organisatie een nieuwe kans te bieden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-01-2006
103104 - Beroep tegen ontslag op staande voet; BVE
Werkneemster is op staande voet ontslagen wegens fraude c.q. diefstal. Werkneemster is baliemedewerkster en in die functie onder meer belast met het zorgdragen voor de uitgifte van pasjes waarmee binnen de instelling betalingen kunnen worden verricht. De dringende reden voor het ontslag bestaat er volgens de werkgever uit dat de werkneemster haar eigen pasje heeft opgewaardeerd zonder daarvoor te betalen. Op 25-10-2005 was aan de baliemedewerksters uitdrukkelijk medegedeeld dat het opwaarderen van de eigen pasjes niet meer achter de balie mocht plaatsvinden. Niettemin is het pasje van de werkneemster ook na die datum in een periode van 13 werkdagen nog drie maal aan de balie opgewaardeerd.De Commissie acht het niet aannemelijk dat collega's het pasje van de werkneemster hebben opgewaardeerd. Werkneemster had die ophogingen ook kunnen opmerken. Bovendien is het beheer van haar pasje de verantwoordelijkheid van de werkneemster. De Commissie oordeelt dat de werkneemster in strijd met de voorschriften haar pasje aan de balie heeft opgewaardeerd en dat zij de tegenwaarde van die opwaarderingen niet in de kas heeft gestort. De functie baliemedewerkster is een vertrouwensfunctie, nu de baliemedewerkster verantwoordelijkheid draagt voor geld van studenten en de instelling. Dit stelt hoge eisen aan de integriteit van deze medewerkers. Nu er zich in korte tijd drie onregelmatigheden hebben voorgedaan is er sprake van stelselmatig overtreden van de voorschriften. Dit levert naar het oordeel van de Commissie dermate ernstig plichtsverzuim op dat de werkgever dat terecht heeft kunnen aanmerken als een dringende reden voor ontslag. Dat het om een relatief gering bedrag (€ 18,45) ging, doet daaraan niet af. Het ontslag is onverwijld gegeven. Hoewel het op de weg van de werkgever lag om werkneemster eerder individueel aan te spreken, is de Commissie van oordeel dat het uitblijven daarvan niet aan het ontslag in de weg staat omdat werkneemster ook zonder waarschuwing behoorde doordrongen te zijn van het feit dat zij geen onregelmatigheden met aan haar beheer toevertrouwd geld mocht plegen. (zie ook 103105).
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-12-2005
102995 Beroep tegen mededeling einde dienstverband BVE
De werknemer stelt in vaste dienst te zijn omdat hij reguliere werkzaamheden verrichtte zodat volgens hem sprake is van een ontslagbeslissing. Het standpunt van de werkgever dat reguliere werkzaamheden ook van kennelijk tijdelijke aard kunnen zijn doordat de benoeming zelf is begrensd in tijd, acht de Commissie niet juist. Het door de werkgever in zijn verweerschrift aangehaalde arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden, waarin wordt overwogen dat reguliere onderwijstaken van kennelijk tijdelijke aard kunnen zijn doordat de benoeming zelf is begrensd in tijd, is inmiddels door een arrest van de Hoge Raad d.d. 11-11-2005 (AU3719, C04/248HR) vernietigd omdat het Gerechtshof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. De in het geding zijnde bepalingen in artikel H-12 CAO-BVE, over de aard van de arbeidsovereenkomst, zijn ingevolge het bepaalde in artikel 7 lid 2 juncto artikel 12 Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing op de arbeidsovereenkomst van de werknemer. Gelet op hun aard, hebben deze voorschriften van de CAO een standaardkarakter. Afwijking is strijdig met de CAO en aldus vernietigbaar. De bestreden ontslagbeslissing wordt niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden van einde tijdelijk dienstverband.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-12-2005
103105 - Verzoek voorlopige voorziening; BVE
Werkneemster is op staande voet ontslagen wegens fraude c.q. diefstal en verzoekt de voorzitter om het ontslag te schorsen. Werkneemster is baliemedewerkster en de dringende reden voor ontslag bestaat er volgens de werkgever uit dat werkneemster haar pasje waarmee zij binnen de instelling betalingen kan doen bij automaten en in de kantine, heeft opgewaardeerd zonder daarvoor te betalen. De Voorzitter acht voldoende spoedeisend belang aanwezig. Voorts oordeelt de voorzitter dat niet met voldoende mate van waarschijnlijkheid kan worden gezegd dat de Commissie het beroep in de bodemprocedure gegrond zal verklaren. De voorzitter acht het niet uitgesloten dat de Commissie het beroep gegrond zal verklaren omdat de werkgever in de ontslagbrief geen juiste voorstelling van zaken heeft gegeven en reeds langer signalen had ontvangen dat werkneemster haar pasje oplaadde zonder daarvoor te betalen,terwijl de werkgever werkneemster daar niet op aangesproken heeft of gewaarschuwd heeft. Anderzijds acht de Voorzitter het wel mogelijk dat de Commissie in de bodemprocedure tot het oordeel zal komen dat voldoende aannemelijk is dat werkneemster haar pasje een aantal malen heeft opgewaardeerd zonder dat daar betalingen tegenover stonden. Werkneemster heeft ter zitting immers verklaard dat zij geen verklaring heeft voor het feit dat de uitdraai van het systeem aangeeft dat zij haar pasje op 3 data ná 25-10-2005 heeft opgewaardeerd. Voor wat betreft de betalingen, heeft de werkgever aangegeven afschriften van het kasboek te kunnen overleggen. Hoewel het gaat om kleine bedragen, acht de Voorzitter het mogelijk dat de Commissie zal oordelen dat het niet juist omgaan met geld van de werkgever in de functie van werkneemster dermate ernstig is, dat de werkgever dit in de bestreden beslissing heeft kunnen aanmerken als een dringende reden op grond waarvan niet van de werkgever gevergd kan worden het dienstverband te laten voortduren.
Voorlopige voorziening geweigerd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-11-2005
102905 - Beroep tegen niet-verlengen overuren BVE
Werknemer had reeds gedurende jaren een uitbreiding van zijn normbetrekking. Een akte van benoeming uit 1999 vermeldt dat werknemer met ingang van 01-08-1999 in vaste dienst bij de werkgever is voor 1,1515 fte. De werkgever heeft aangevoerd dat dit niet conform de bepalingen van de CAO-BVE is gebeurd en dat de overuren juist dienden te worden afgebouwd. Nu dit niet in overleg met de werknemer kon, is hem schriftelijk medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst per 01-08-2005 terug zal worden gebracht naar 1,0000 fte. De Commissie is, in afwijking van wat partijen daaromtrent kennelijk oordelen, van oordeel dat werkzaamheden in overuren conform het bepaalde in artikel H-10 juncto artikel H-22 CAO-BVE slechts bij wijze van tijdelijke uitbreiding van de betrekkingsomvang kunnen worden overeengekomen. Deze termijn kan telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd (artikel H-23 CAO-BVE). De bestreden beslissing wordt derhalve door de Commissie aangemerkt als de mededeling dat de tijdelijke uitbreiding van de overuren per 01-08-2005 niet zal worden verlengd. Aldus is er sprake van het van rechtswege eindigen van een tijdelijke uitbreiding waartegen geen beroep bij de Commissie openstaat.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-11-2005
102904 - Beroep tegen niet-verlengen overuren BVE
Werknemer had reeds gedurende jaren een uitbreiding van zijn normbetrekking. Een akte van benoeming uit 1999 vermeldt dat werknemer met ingang van 01-08-1999 in vaste dienst bij de werkgever is voor 1,1515 fte. De werkgever heeft aangevoerd dat dit niet conform de bepalingen van de CAO-BVE is gebeurd en dat de overuren juist dienden te worden afgebouwd. Nu dit niet in overleg met de werknemer kon, is hem schriftelijk medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst per 01-08-2005 terug zal worden gebracht naar 1,0000 fte. De Commissie is, in afwijking van wat partijen daaromtrent kennelijk oordelen, van oordeel dat werkzaamheden in overuren conform het bepaalde in artikel H-10 juncto artikel H-22 CAO-BVE slechts bij wijze van tijdelijke uitbreiding van de betrekkingsomvang kunnen worden overeengekomen. Deze termijn kan telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd (artikel H-23 CAO-BVE). De bestreden beslissing wordt derhalve door de Commissie aangemerkt als de mededeling dat de tijdelijke uitbreiding van de overuren per 01-08-2005 niet zal worden verlengd. Aldus is er sprake van het van rechtswege eindigen van een tijdelijke uitbreiding waartegen geen beroep bij de Commissie openstaat.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-11-2005
102901 Beroep tegen ontslag BVE
Werkgever heeft mondeling medegedeeld dat het tijdelijk dienstverband niet zal worden voortgezet. Voorts heeft de werkgever de werknemer schriftelijk ontslagen voor het geval er sprake zou zijn van een vast dienstverband. Vast staat dat de werknemer reguliere werkzaamheden verricht en dat hij na het eerste tijdelijk dienstverband twee maal verlengingen heeft gehad voor de duur van 1 jaar op grond van art. H-12 sub c CAO-BVE. Niet gesteld noch gebleken is dat sprake is van werkzaamheden die naar hun aard of omstandigheden van kennelijk tijdelijke aard zijn. De Commissie acht het standpunt van de werkgever, dat reguliere werkzaamheden ook kennelijk tijdelijk kunnen zijn doordat de benoeming is begrensd in tijd, niet juist. Nu de grond voor tijdelijkheid van de tweede (en van de derde) arbeidsovereenkomst niet juist is, dient het er voor gehouden te worden dat de werknemer met ingang van 01-09-2003 in vaste dienst van de werkgever is. Dientengevolge komt de bestreden mondelinge beslissing om het dienstverband niet voort te zetten neer op een ontslagbeslissing waartegen beroep mogelijk is zodat het beroep ontvankelijk en gegrond is. De schriftelijke ontslagbeslissing is gebaseerd op artikel H-57 sub c CAO-BVE, met als reden dat de werkzaamheden per 01-09-2005 overbodig zullen worden. Dit is niet aannemelijk geworden en de werkgever onderbouwt zijn standpunt niet nader.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-11-2005
102789 - Beroep tegen beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; BVE
De Commissie acht de termijnoverschrijding verschoonbaar nu werknemer niet op de beroepsmogelijkheid is gewezen. Het eerste tijdelijk dienstverband is verlengd met 1 jaar op grond van artikel H-13 CAO-BVE. Verlenging op grond van voormeld artikel is slechts mogelijk indien bij indiensttreding is overeengekomen dat de dienstbetrekking bij goede beoordeling voor onbepaalde tijd zal worden voortgezet. In de onderhavige zaak is de Commissie daarvan niet gebleken. Nu de grond voor tijdelijkheid van de tweede arbeidsovereenkomst niet juist is en er evenmin een andere grond is voor de tijdelijkheid van het dienstverband, is het eerste tijdelijk dienstverband op 01-08-2003 overgegaan in een vast dienstverband, zodat de bestreden beslissing neerkomt op een ontslag uit een vast dienstverband, waartegen beroep open staat. Nu er geen grond is aangevoerd voor een ontslag uit een vast dienstverband, is het beroep gegrond.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-11-2005
102983 - Beroep tegen ontslag op staande voet; BVE
Werknemer is conciërge en is op staande voet ontslagen wegens het wederrechtelijk wegnemen van geld toebehorend aan de werkgever. Uit camerabeelden blijkt dat de werknemer een bedrag van € 100 heeft weggenomen uit de kluis van de school. Werknemer erkent dat hij daartoe niet bevoegd was en dat hij daarvoor geen toestemming had gekregen. Werknemer stelt het bedrag in zijn eigen kast te hebben gelegd met het voornemen om daar de volgende dag een aantal schoolgerelateerde uitgaven mee te doen. Aangezien het geld niet is aangetroffen in de desbetreffende kast van de werknemer en de verklaring van de werknemer voorts op diverse punten strijdig is met een aantal door derden afgelegde verklaringen, acht de Commissie het standpunt van de werknemer, dat hij zich het geld niet wederrechtelijk heeft toegeëigend, niet aannemelijk. De Commissie oordeelt dat er sprake is van een dringende reden op grond waarvan redelijkerwijze niet van de werkgever gevergd kan worden het dienstverband langer te laten voortduren.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-09-2005
102887 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
Werknemer was docent met een volledige betrekkingsomvang. Na 2 jaar ziekteverlof, is hij ontslagen wegens arbeidsongeschiktheid en aansluitend herbenoemd in de functie van docent met een betrekkingsomvang van 0,6 FTE. De werkgever heeft reeds kort na het uitbrengen door UWV van het FOA de haalbaarheid van de bevindingen van het herplaatsingsonderzoek - waarin is aangegeven dat de werknemer opbouwend zijn functie zou kunnen hervatten voor 0,6 FTE - bij UWV ter discussie gesteld. Vervolgens is de werknemer in de herplaatste betrekking na korte tijd weer ziek geworden. De werkgever heeft hem na korte tijd ontslagen wegens arbeidsongeschiktheid. Het ontslag is in strijd met het door de werknemer ingeroepen opzegverbod tijdens ziekte (art. 7:670 lid 1 sub a BW). De werkgever heeft, door niet de resultaten van de reïntegratie van de werknemer af te wachten, maar over te gaan tot ontslag en herbenoeming, het risico genomen dat hij in een situatie als deze, waarin de werknemer wederom lange tijd arbeidsongeschikt zou zijn, zou belanden. Het gegeven dat de werknemer kort na zijn nieuwe benoeming weer arbeidsongeschikt is geworden, doet niet af aan de bescherming die het opzegverbod tijdens ziekte biedt.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-09-2005
103001 - Uitspraak in vereenvoudigde behandeling; BVE
Beroep tegen de mededeling van de werkgever dat hij zijn eerder genomen besluit tot aanwijzing van de werknemer als boventallige bevestigt en tegen het niet-nakomen van de toezegging dat op korte termijn overleg over maatwerk zou plaatsvinden.
Deze beslissingen vallen niet onder de in art. 4.1.5. WEB limitatief opgesomde beslissingen waartegen beroep bij de Commissie open staat. De Commissie is niet bevoegd van het beroep kennis te nemen.
Ten overvloede overweegt de Voorzitter dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. De werknemer wordt bijgestaan door een rechtskundig adviseur die redelijkerwijze verondersteld wordt op de hoogte te zijn van de beroepsmogelijkheid en de beroepstermijn.
Commissie kennelijk niet bevoegd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-08-2005
102876 Beroep tegen ontslag wegens onvoldoende functioneren en tegen twee schorsingen als ordemaatregel BVE
De werknemer heeft twee opvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten bij de werkgever gehad. Hij was niet bevoegd en heeft van de werkgever de toezegging gekregen dat het behalen van de bevoegdheid zal leiden tot omzetting van het tijdelijk dienstverband in een vast dienstverband. De werkgever heeft de werknemer meegedeeld dat zijn tweede arbeidsovereenkomst van rechtswege zal aflopen. De werknemer heeft hiertegen bezwaar gemaakt waarop de werkgever het dienstverband voor zover vereist heeft opgezegd. Hierna heeft de werknemer, naar eigen zeggen, zijn bevoegdheid gehaald. De Commissie oordeelt dat beide arbeidsovereenkomsten, in tegenstelling tot wat in de akte van benoeming staat vermeld, gegrond zijn op art. H-11 b CAO-BVE: niet voldoen aan de eisen voor benoeming in de functie. Derhalve is de tweede arbeidsovereenkomst tijdelijk van aard en van rechtswege geëindigd. Dat de werknemer bevoegd is geworden, is niet gebleken. Overigens is het zo dat als de werknemer al bevoegd zou zijn geworden, dit nog niet inhoudt dat het tijdelijk dienstverband van de werknemer automatisch is geconverteerd in een vast dienstverband. Hiervoor is een uitvoeringshandeling van de werkgever noodzakelijk. Bij de schorsingen heeft de werkgever verzuimd de in de CAO-BVE voorgeschreven formaliteiten in acht te nemen. Hierdoor kunnen de schorsingsbeslissingen niet in stand blijven.
Beroep tegen de opzegging voor zover vereist niet-ontvankelijk.
Beroep tegen twee schorsingen gegrond
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-08-2005
102749 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing deel instelling of betrekking; BVE
Werkneemster is medewerkster kinderopvang. In verband met de inwerkingtreding van de Wet Kinderopvang per 01-01-2005, heeft de werkgever besloten de kinderopvang te beëindigen. Werkneemster voert als enige beroepsgrond aan dat de werkgever haar niet kan ontslaan omdat hij geen ontslagvergunning van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) bezit.
Ter uitvoering van de bepalingen van het BBA heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 17-06-1987 een Algemene Maatregel van Bestuur uitgevaardigd, gepubliceerd in de Staatscourant 1987, nummer 135, waarin in artikel 2 is bepaald: "Het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 (Staatsblad F 214) is niet van toepassing op de arbeidsverhouding van niet-onderwijzend personeel, dat belanghebbende is in de zin van artikel I-A1, onder e, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (Staatsblad 1985, 110), met dien verstande dat artikel 6 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 slechts toepassing mist voor zover genoemde belanghebbenden overeenkomstig Hoofdstuk III-A van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel in beroep kunnen komen tegen beëindiging van het dienstverband".
Per 18-06-2003 is het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel vervangen door het Rechtspositiebesluit WPO/WEC. Artikel 295 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC bepaalt: "Het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel wordt ingetrokken, met dien verstande dat het met de regelingen die op dat besluit berustten, van toepassing blijft voor het tijdvak waarvoor het gelding had, voor zover daarin geen wijziging zal worden aangebracht via het Rechtspositiebesluit WPO/WEC". Dit houdt in dat de hiervoor genoemde Algemene Maatregel van Bestuur nog steeds van toepassing is op instellingen in de BVE-sector, zoals die van de werkgever. Het BBA is derhalve niet van toepassing.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-08-2005
102923 - Verzoek schorsing overplaatsing in voorl. voorz. BVE
Werknemer is als docent overgeplaatst in verband met verstoorde verhouding met het team. De Voorzitter is niet tot de conclusie gekomen dat er binnen de betreffende locatie sprake is van een zodanig scheef gegroeide situatie dat overplaatsing van de werknemer dringend noodzakelijk is. Het oordeel dat sprake is van een zodanig dringende situatie die overplaatsing noodzakelijk maakt, dient - in conflictueuze situaties als hier aan de orde - gelet op het diffamerende karakter dat overplaatsing onder omstandigheden kan krijgen, te worden gegrond op een gedegen en zorgvuldig onderzoek, uit te voeren door iemand die niet direct betrokken is in het veronderstelde conflict. Zodanig onderzoek ontbreekt. De gewraakte beslissing voldoet derhalve niet aan de zorgvuldigheidseisen die daaraan gesteld kunnen worden. Niet is gebleken van een zodanig geëscaleerde situatie dat overplaatsing in afwachting van de resultaten van het onderzoek en de beoordeling daarvan door bijvoorbeeld het bestuur niet afgewacht kon worden. Gevraagde voorziening toegewezen.
De Voorzitter heeft aansluitend op de behandeling ter zitting mondeling uitspraak gedaan.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-07-2005
102925 - Verzoek voorlopige voorziening BVE
De werkgever heeft het tijdelijk dienstverband van de werknemer niet verlengd en voor zover sprake mocht zijn van een dienstverband voor onbepaalde tijd, heeft hij het dienstverband op grond van art. H-57 onder c CAO-BVE opgezegd, vanwege het feit dat de werkzaamheden van de werknemer overbodig worden. De werknemer verzoekt schorsing van beide beslissingen.
De Voorzitter oordeelt dat de werknemer ten onrechte is benoemd op de grond 'activiteiten van kennelijk tijdelijke aard'. Omdat er ook geen andere grond voor een tijdelijke benoeming is, moet worden aangenomen dat sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd. De niet-verlenging van het dienstverband dient derhalve beschouwd te worden als opzegging uit een dienstverband voor onbepaalde tijd en deze zal waarschijnlijk geen stand kunnen houden in de bodemprocedure zodat de gevraagde voorziening op dit punt wordt toegewezen.
Over de schorsing van de opzegging van het dienstverband voor onbepaalde tijd op grond van art. H-57 onder c CAO-BVE overweegt de Voorzitter dat de procedure van voorlopige voorziening zich niet leent voor de beantwoording van de vraag of het dienstverband op die grond kon worden opgezegd. Dit zou slechts anders zijn indien op voorhand duidelijk zou zijn dat er geen sprake is van formatiedaling, hetgeen echter niet het geval is. Bovendien is niet duidelijk wat de situatie rond de deelnemersaantallen is, in hoeverre overleg met de vakcentrales aan de orde moet zijn en evenmin of er reeds bepaalde afspraken over reorganisatie zijn tussen de werkgever en de centrales. Niet met voldoende mate van waarschijnlijkheid kan worden aangenomen dat de Commissie het beroep van de werknemer in de bodemprocedure gegrond zal verklaren.
Schorsing niet-verlenging tijdelijke dienstverband (in feite opzegging) toegewezen. Schorsing opzegging vast dienstverband art. H-57 onder c CAO-BVE niet toegewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-07-2005
102742 - Beroepen (9) tegen reorganisatieontslagen Educatie; BVE
102742/102750/102754/102756/102762/102763/102764/102767/102768
De Commissie heeft 9 beroepen behandeld van werknemers in de Educatie die vanwege de opheffing van het organisatieonderdeel waarin zij werkzaam waren, zijn ontslagen. Het organisatiedeel verrichtte uitsluitend in opdracht van de gemeente beroepsgerichte Educatie. Anders dan voorheen, heeft de gemeente de ondersteunende beroepsgerichte Educatie per 01-08-2004 ingekocht door middel van een openbare aanbesteding en deze gegund aan een andere aanbieder. Daarop zijn de werknemers tijdelijk geplaatst bij andere onderdelen en de verwachting was dat zij tezamen met een groot aantal andere Educatie-medewerkers zouden worden ontslagen. In verband met uitstel van de overheveling van de Educatiegelden van OCW naar Justitie, is de ontslaggolf van de Educatie echter een jaar uitgesteld en zijn uitsluitend de werknemers van het opgeheven onderdeel en die per 31-12-2004 niet structureel zijn herplaatst in de Educatie, per 01-08-2005 ontslagen op basis van een sociaal plan dat met de Centrales is overeengekomen.
De Commissie oordeelt dat de herplaatsing van de werknemers per 01-08-2004 tijdelijk en dus niet structureel was zodat het sociaal plan op hen van toepassing is. Het sociaal plan is voor de Commissie een gegeven dat slechts zeer marginaal getoetst kan worden. Immers, het sociaal plan is het resultaat van het overleg tussen werkgever en Centrales en wordt met instemming van de Centrales vastgesteld, zodat terughoudendheid van de Commissie geboden is. Nu de Centrales bewust hebben ingestemd met de aparte compartimentering van het opgeheven organisatieonderdeel en ook de MR daarvan op de hoogte was en de Centrales vervolgens ingestemd hebben met een apart sociaal plan waarin uitsluitend de boventalligheid en afvloeiing van het personeel van het opgeheven organisatieonderdeel aan de orde was, is de Commissie van oordeel dat het sociaal plan in redelijkheid aan de basis van de ontslagen heeft mogen liggen. De Commissie neemt daarbij in aanmerking dat het organisatieonderdeel op de ingangsdatum van het ontslag reeds een jaar zal zijn opgeheven, zodat het sociaal plan ook op dat punt niet als onredelijk kan worden aangemerkt.
De in acht genomen opzegtermijn van ruim 7 maanden is conform hetgeen daarover in het sociaal plan is afgesproken en kan naar het oordeel van de Commissie ook overigens niet als onredelijk lang worden aangemerkt.
Ten aanzien van de vraag of appellanten al dan niet van rechtswege in dienst zijn getreden van de aanbieder aan wie de gemeente het werk heeft gegund, overweegt de Commissie dat die aanbieder in de onderhavige procedure niet betrokken is en het beroep enkel is gericht tegen ontslagbeslissingen van de werkgever. Overigens hebben de werkgever noch appellanten enige poging ondernomen om de stelling dat er sprake is van een van rechtswege overgang van het dienstverband, in rechte af te dwingen. Derhalve laat de Commissie de stellingen en weren van partijen op dit punt verder onbesproken.
Voor wat betreft de verplichting van de werkgever om appellanten indien mogelijk te herplaatsen, overweegt de Commissie dat zij aan de hand van het verhandelde niet kan vaststellen of er per 01-08-2005 voor appellanten werkzaamheden beschikbaar zullen zijn. De werkgever heeft daarover ter zitting wel verklaard dat er steeds projecten afgaan en bijkomen en dat, zo er tussen 01-08-2005 en 01-08-2006 nog werkzaamheden voor appellanten beschikbaar zijn, hij op grond van het sociaal plan verplicht is hen daarin te herplaatsen. De Commissie beveelt partijen aan daarover met elkaar in overleg te blijven. Het opzegverbod tijdens ziekte geldt niet aangezien de opzegging geschiedt wegens beëindiging van het onderdeel waarin de werknemer uitsluitend werkzaam was (art. 7:670b BW). Voor de werknemer die MR-lid is geldt dat de opzegging geen verband houdt met het lidmaatschap van de MR (art. 5 lid 8 WMO).
Beroepen ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
03-06-2005
102729 Beroep tegen ontslag wegens tijdelijk beschikbare formatie BVE
De werkgever stelt dat het een tijdelijk dienstverband betreft. Werknemer stelt dat er sprake is van een vast dienstverband. De Commissie constateert dat met de werknemer 6 opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd zijn aangegaan zodat het maximum aantal contracten als genoemd in art. H-17 CAO-BVE niet is overschreden zodat niet op die grond de laatste arbeidsovereenkomst kan gelden als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Voorts oordeelt de Commissie dat er geen grond is voor een tijdelijke arbeidsovereenkomst. 'Activiteiten van kennelijk tijdelijke aard' als genoemd in art. H-12 onder c CAO-BVE betreffen werkzaamheden met een incidenteel karakter. De NT2-werkzaamheden in verband met inburgeringstrajecten oud- en nieuwkomers, in het kader van een aanvullend contract dat met de gemeente is gesloten, worden al vanaf het begin van het dienstverband bij de werkgever in vier achtereenvolgende jaren verricht. Derhalve zijn het geen activiteiten van kennelijk tijdelijke aard. Het betreft ook niet contractactiviteiten aangezien volgens de toelichting op art. H-12 onder c CAO-BVE niet onder contractactiviteiten worden verstaan de activiteiten die een instelling verricht op grond van een met een gemeente gesloten overeenkomst als bedoeld in art. 2.3.4. WEB. Nu er ook geen andere grond voorhanden is voor een tijdelijke arbeidsovereenkomst, is de werknemer in vaste dienst van de werkgever.
Een ontslag uit een vast dienstverband dient te worden gedragen door een van de ontslagredenen, genoemd in de CAO-BVE. Daaronder valt niet de reden dat de formatie waarop betrokkene is benoemd slechts tijdelijk beschikbaar is zoals opgenomen in de akte van 18-11-2004.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-06-2005
102727 - Beroep tegen beweerd indirect onthouden van promotie BVE
De werkgever heeft de werknemer medegedeeld dat het advies van de interne geschillencommissie, waarin het bezwaar van de werknemer tegen het niet toelaten tot het zogenoemde versnelde promotietraject docent B/C niet-ontvankelijk wordt verklaard, onverkort over te nemen. Werknemer stelt dat er sprake is van het indirect onthouden van promotie. Volgens vast jurisprudentie van de Commissie dient onder het direct of indirect onthouden van bevordering/promotie te worden verstaan de directe of indirecte weigering van de werkgever om de werknemer, die het maximum van de hoogste aanloopschaal heeft bereikt, over te laten gaan naar de bij de functie behorende maximumschaal, als bedoeld in artikel I-5 CAO-BVE. Vast staat dat werknemer reeds wordt bezoldigd volgens het maximum van de voor haar functie geldende maximumschaal. Dientengevolge is er geen sprake van het direct of indirect onthouden van bevordering/promotie. Ook is er geen sprake van een regeling die recht geeft op een hogere functie. Veeleer is sprake van een sollicitatie naar een andere functie.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-06-2005
102726 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; BVE
Werknemer stelt dat de ontslagbeslissing onbevoegd is genomen, dat de opzegtermijn niet juist is en dat de werkgever heeft nagelaten om hem te herbenoemen in een gelijkwaardig dienstverband in een betrekkingsomvang die overeenkomt met zijn restvaliditeit. De Commissie oordeelt dat de bestreden beslissing namens het College van bestuur is ondertekend en vervolgens nog is bekrachtigd. Werknemer is reeds langer dan 24 maanden onafgebroken arbeidsongeschikt is en er is een FOA. Tevens oordeelt de Commissie dat de werkgever zich voldoende heeft ingespannen om de werknemer te herplaatsen en dat voldoende aannemelijk is geworden dat herplaatsing van de werknemer in een andere passende functie niet mogelijk is. Werknemer zelf stelt zich volledig arbeidsongeschikt te voelen en de arbeidsdeskundige heeft de door de werkgever opgestelde rapportage herplaatsingsonderzoek akkoord heeft bevonden. Opzegtermijn is niet juist en wordt geconverteerd.
Beroep ongegrond met conversie opzegtermijn.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-05-2005
102751 - Beroep tegen berisping; BVE
Werknemer is docent en zou een leerling in de houdgreep twee etages naar beneden hebben getrokken terwijl geen sprake was van een zodanig bedreigende situatie dat dit handelen gerechtvaardigd was. Vast staat dat de docent de leerling buiten het klaslokaal in de houdgreep heeft vastgepakt en hem vervolgens bij de bewaking heeft afgeleverd. Op grond van de door de overige leerlingen afgelegde verklaringen acht de Commissie het aannemelijk dat de werknemer de bewuste leerling reeds in het klaslokaal heeft aangeraakt. Nu niet van een bedreigende situatie voor de werknemer is gebleken, is er geen grond om aan te nemen dat het fysieke optreden noodzakelijk was. Daarenboven waren er voor de werknemer voldoende alternatieven. De Commissie acht het optreden ongepast en onprofessioneel en beoordeelt deze handelwijze als plichtverzuim in verband waarmee de berisping proportioneel is.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-05-2005
102734 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Werknemer voert aan dat de bestreden beslissing niet door de daartoe bevoegde persoon is ondertekend. Voorts heeft de interne geschillencommissie van de werkgever zijn werk niet goed gedaan. Ook was de werkgever op grond van het Sociaal Plan verplicht hem - op zijn minst - een geschikte functie aan te bieden. Dit is echter niet gebeurd. Niet betwist is door de werknemer dat het voltallig College van bestuur de beslissing heeft genomen hem te ontslaan. Niet is kunnen worden vastgesteld dat in casu sprake is van een onbevoegde beslissing, dan wel een beslissing die niet zou zijn bekrachtigd door het daartoe bevoegde orgaan.
Aan de interne geschillencommissie zelf is het om haar werkwijze vast te stellen en te bepalen hoe ver haar toetsing dient te gaan. Op de afvloeiingslijst staan onder de werknemer geen andere werknemers met taken die hij kan overnemen. Voorts is niet gebleken dat de werknemer bekwaam is voor het door hem opgevoerde vak werktuigbouwkunde. Van een op grond van het Sociaal Plan bestaande verplichting de werknemer - op zijn minst - een geschikte functie aan te bieden is niet gebleken. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-05-2005
102670 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
De Commissie constateert dat voldaan is aan het vereiste van artikel 20 lid 6 BZA dat de werknemer reeds meer dan 2 jaar onafgebroken arbeidsongeschikt is en dat herstel voor de eigen functie van docent binnen 6 maanden na de voorgenomen ontslagdatum niet te verwachten is. Tevens oordeelt de Commissie dat de werkgever zich voldoende heeft ingespannen om de herplaatsingsmogelijkheden van werknemer te onderzoeken en dat er voor hem geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn. Een proefplaatsing van de werknemer bij een andere werkmaatschappij van het ROC kon wegens formatieve redenen niet worden omgezet in een definitieve herplaatsing van de werknemer. Ook een daarop volgende nieuwe opdracht bij het mobiliteitscentrum en inschakeling van een reïntegratiebureau hebben niet tot een passende functie geleid.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-05-2005
102826 - Beroep tegen aanwijzing als te verplaatsen werknemer BVE
In verband met te verwachten vermindering van budgetten voor volwassenenonderwijs en onderwijs aan anderstaligen, heeft de werkgever een verplaatsingsplan opgesteld met als doel de werkgelegenheid van het personeel in vaste dienst te garanderen. Werkneemster is op basis van dat plan aangewezen als te verplaatsen werknemer. Tegen die aanwijzing is het beroep gericht.
De voorzitter oordeelt het beroep in vereenvoudigde behandeling niet-ontvankelijk omdat de aanwijzing geen concrete overplaatsingsbeslissing is. Slechts tegen deze laatste beslissing staat beroep open, waarbij dan ook de vraag betrokken kan worden of de werknemer op grond van het verplaatsingsplan op juiste gronden als te verplaatsen werknemer is aangewezen.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-04-2005
102710 Beroep tegen ontslag BVE
Overschrijding beroepstermijn wordt verschoonbaar geacht omdat sprake is van een complexe situatie en van bijzondere omstandigheden.Werkgever heeft medegedeeld dat het tijdelijk dienstverband met ingang van 03-07-2004 is beëindigd en dat geen nieuwe uitbreiding van de betrekking wordt aangeboden.
Werknemer heeft werkzaamheden verricht in een tweetal dienstverbanden voor onbepaalde tijd, gevolgd door enkele tijdelijke uitbreidingen van een ander dienstverband voor onbepaalde tijd. De hierbij betrokken werkgevers dienen volgens de Commissie gezien te worden als opvolgende werkgevers in de zin van art. 7:668a lid 2 BW. Dat de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd werden voorafgegaan door arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd staat niet in de weg aan de conclusie dat sprake is van opvolgend werkgeverschap, omdat art. 7:668a lid 2 BW ten aanzien van de aard van het dienstverband op dit punt geen onderscheid maakt. Werknemer heeft een aantal opeenvolgende arbeidsovereenkomsten zoals hiervoor omschreven bij elkaar opvolgende werkgevers gehad dat in totaal de termijn van 36 maanden heeft overschreden. Derhalve komt de bestreden beslissing neer op een deelontslag uit een vast dienstverband zodat het beroep ontvankelijk verklaard dient te worden. Het ontslag valt niet onder een van de ontslagredenen, genoemd in de CAO.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-03-2005
102783 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
Beroepstermijn is met 2 maanden en 20 dagen overschreden, volgens appellante omdat de werkgever in de ontslagbrief heeft aangegeven dat zij na haar ontslagdatum recht zou hebben op een ziekte-uitkering, hetgeen op het moment dat de ontslagdatum was gepasseerd, niet bleek te kloppen.
De Voorzitter oordeelt in vereenvoudigde behandeling dat de mededeling in de ontslagbrief, namelijk dat appellante een ziekte-uitkering na ontslag kan aanvragen, geen reden is om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Het ligt op de weg van de werknemer om er zich binnen de beroepstermijn van te vergewissen of er redenen zijn om beroep in te stelen. Appellante had in afwachting van zekerheid omtrent haar uitkering, binnen de beroepstermijn beroep in kunnen stellen. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-03-2005
102775 - Verzoek voorlopige voorziening; BVE
De werknemer is ontslagen op grond van ziekte of arbeidsongeschiktheid en verzoekt om doorbetaling van zijn salaris bij wijze van voorlopige voorziening. De Voorzitter acht een spoedeisend belang aanwezig omdat het volgens het CWI onduidelijk is of sprake is van een ontslag en geen uitkering verstrekt wordt terwijl de werknemer geen andere bronnen van inkomsten heeft. ten aanzien van vraag of de ontslagbeslissing bevoegd is genomen, overweegt de Voorzitter dat van de voorhanden zijnde beslissingen van de werkgever in ieder geval de verklaring einde dienstverband gezien kan worden als een beëindiginghandeling van de werkgever waartegen beroep open staat. Over de beweerde herbenoemingsverplichting overweegt de Voorzitter dat over deze kwestie nader onderzoek dient plaats te hebben en de behandeling van een voorlopige voorziening zich niet leent voor een dergelijk onderzoek.
Er kan niet met voldoende mate worden aangenomen dat de Commissie het beroep in de bodemprocedure gegrond zal verklaren.
Gevraagde voorziening geweigerd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-02-2005
102704 - Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim en wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid; BVE
Werknemer is op ingangsdatum ontslag bijna 3 jaar met ziekteverlof. Het ziekteverlof was van wisselende omvang.
Beweerd plichtsverzuim bestaat deels uit het in strijd met de ziekteverzuimvoorschriften handelen en onvoldoende actief meewerken aan de reïntegratie. Vaststaat dat de werknemer hierin onjuist heeft gehandeld. De werkgever kan in een dergelijke situatie, naast een disciplinaire maatregel, op grond van artikel 15 BZA de bezoldiging staken voor de duur van de overtreding van de gestelde voorschriften. Het is niet redelijk te kiezen voor de zwaarst denkbare disciplinaire maatregel. Dit zou slechts anders kunnen liggen indien sprake zou zijn van bijkomende omstandigheden. Daarvan is niet gebleken.
Het aan het ontslag ten grondslag gelegde wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid, iis door de werknemer niet dan wel in onvoldoende mate weersproken. De werkgever heeft een aanvraag functieongeschiktheid bij USZO ingediend, maar deze is afgewezen. Feiten of omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat de werknemer - gelet op zijn depressiviteit en medicijngebruik - weer geschikt zou zijn om te functioneren als docent, zijn niet gebleken. Onder deze omstandigheden heeft de werkgever in redelijkheid kunnen concluderen dat de werknemer onbekwaam of ongeschikt is voor de uitoefening van zijn functie en heeft hij hem op die grond kunnen ontslaan.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-02-2005
102685 - Beroep tegen berisping; BVE
Docent is berispt omdat hij zijn leerlingen tijdens de lessen de beschikking zou hebben gegeven over een vijftigtal examenvragen met bijbehorende antwoorden, waarbij hij instructies zou hebben gegeven over welke vragen tijdens het (her)examen zouden worden gebruikt. De werknemer betwist en stelt de vragen en antwoorden slechts gegeven te hebben vanuit pedagogisch-didactisch oogpunt omdat het een zeer moeilijk vak betreft en het lesboek te theoretisch is. De Commissie oordeelt dat onvoldoende is komen vast te staan dat de werknemer de leerlingen vooraf heeft medegedeeld welke vragen op het examen gesteld zouden worden. Wel lijkt aannemelijk dat de leerlingen uit de behandelde lesstof hebben kunnen afleiden welke vragen hoogstwaarschijnlijk op het examen gesteld zouden worden. Een zodanige handelwijze is op zichzelf genomen niet ongeoorloofd. Zo er al aspecten van afkeuring zijn aan te wijzen en zo deze handelwijze al is aan te merken als plichtsverzuim, is de Commissie van oordeel dat deze handelwijze, alle omstandigheden in aanmerking nemend, onvoldoende plichtsverzuim oplevert om de opgelegde berisping te rechtvaardigen.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-02-2005
102696 - Beroep tegen niet-omzetten tijdelijke uitbreiding in vast BVE
De werknemer stelt dat sprake is van deeltijdontslag omdat hij in de tijdelijke uitbreiding reguliere werkzaamheden verrichtte. Om te bepalen of een tijdelijke uitbreiding van het dienstverband is toegestaan, is volgens de Commissie ingevolge art. 19 CAO-BVE niet van belang wat de feitelijke aard van deze werkzaamheden is doch slechts de duur en/of het aantal opvolgende uitbreidingen. De CAO-BVE staat derhalve toe dat reguliere werkzaamheden worden verricht in een tijdelijke uitbreiding. Nu er in casu geen sprake is van overschrijding van de maximumtermijn van 3 jaar noch van meer dan 6 opeenvolgende uitbreidingen, is de laatste tijdelijke uitbreiding van rechtswege geëindigd. De bestreden mededeling is geen voor beroep vatbare beslissing.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-02-2005
102668 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Opheffing betrekking wegens reorganisatie in verband met financiële noodzaak. De zogenoemde overgangsformatie dateert van een eerdere fusie en heeft alleen tot doel de negatieve formatieve gevolgen van de fusie op te vangen voor voormalige directieleden.
De werkgever heeft niet volgens de geldende sollicitatiecode gehandeld bij een interne sollicitatie van de werknemer. Voorts is gebleken dat op de vacature waarop de werknemer had gesolliciteerd, een niet-boventallige medewerker is benoemd. Op diens positie is evenmin een andere boventallige medewerker benoemd. Gezien de onweersproken goede staat van dienst van de werknemer, zijn langdurig dienstverband en de verstrekkende financiële gevolgen van een ontslag, had het op de weg van de werkgever gelegen om op een meer zorgvuldige wijze tot invulling van de vacature te komen. De sollicitatiecommissie had op juiste wijze moeten zijn samengesteld en de werkgever had meer inzichtelijk moeten maken waarom de werknemer niet in aanmerking kon komen voor vervulling van deze vacature nu hij geschikt geacht kan worden voor deze functie. De werkgever heeft niet aannemelijk gemaakt dat voor de werknemer binnen de instelling geen andere passende functie beschikbaar was.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-01-2005
102635 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Opheffing betrekking wegens reorganisatie in verband met financiële noodzaak.De zogenoemde overgangsformatie dateert van ene eerdere fusie en heeft alleen tot doel de negatieve formatieve gevolgen van de fusie op te vangen voor voormalige directieleden. Een deel van de door de werknemer in zijn functie verrichte werkzaamheden is ondergebracht bij andere functies. Hieruit kan echter niet worden afgeleid dat de functie in stand is gebleven; het samenstel van de feitelijk opgedragen werkzaamheden van de werknemer in zijn geheel is vervallen. Niet is gebleken dat de werkgever het Sociaal Plan niet in redelijkheid op de werknemer had dienen toe te passen. De hardheidsclausule is in het leven geroepen is voor die gevallen waarbij een werknemer onevenredig wordt benadeeld door de toepassing van het Sociaal Plan. Het feit dat de werknemer bij enkele reorganisaties betrokken is geweest alsmede het feit dat hij financiële verplichtingen aangegaan is vanwege een door een reorganisatie noodzakelijk geworden verhuizing, vallen hier naar het oordeel van de Commissie niet onder.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-01-2005
103657 - Beroep tegen ontslag BVE
Werkneemster is docente NT2 in de Educatie. Zij ontving van bij aanvang van haar dienstverband 5 opvolgende tijdelijke akten van benoeming. De laatste 4 akten zijn in verband met activiteiten van kennelijk tijdelijke aard. De werkgever heeft haar medegedeeld dat haar tijdelijke aanstelling/tijdelijke uitbreiding eindigt en niet kan worden verlengd.De Commissie oordeelt dat voor de vraag of de werkzaamheden die op grond van de arbeidsovereenkomst worden uitgevoerd kennelijk tijdelijk zijn, niet de bepaalde duur van de arbeidsovereenkomst bepalend kan zijn. Een redelijke uitleg van het begrip 'activiteiten van kennelijk tijdelijke aard' houdt naar het oordeel van de Commissie in dat de aard van de werkzaamheden zelf naar inhoud en tijd bepalend is voor de beantwoording van de vraag of de werkzaamheden kennelijk tijdelijk zijn, in verband waarmee een tijdelijke arbeidsovereenkomst kan worden gesloten. De NT2-werkzaamheden van de werkneemster behoren tot de normale activiteiten van de instelling en maken geen onderdeel uit van een in tijd beperkt kader en zijn uit dien aard niet in een bepaalde tijd begrensd. De werkgever heeft erkend dat het reguliere werkzaamheden betreffen die door de werkgever zijn gecontinueerd en waarvoor zelfs een vacature naar buiten is gebracht.
Afspraken tussen partijen die strijdig zijn met het bepaalde in de CAO zijn niet rechtsgeldig en in plaats daarvan gelden de bepalingen in de CAO. Er is geen grond voor een tijdelijke arbeidsovereenkomst zodat de werkneemster in vaste dienst is en de bestreden beslissing neerkomt op een ontslagbeslissing waartegen beroep open staat. Geen geldige ontslagreden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-01-2005
102748 - Verzoek voorlopige voorziening; BVE
Werknemer is geschorst omdat hij een brief over het functioneren van zijn directeur aan de werkgever heeft gezonden en daarvan via de e-mail afschrift heeft gezonden aan 75 medewerkers. Hij verzoekt om opheffing van de schorsing hangende de procedure voor de Commissie.
De voorzitter oordeelt dat een schorsing als ordemaatregel, als bedoeld in art. H-39 CAO-BVE niet aan de orde is. Als het een schorsing als disciplinaire maatregel is, is de procedure van art. 45 CAO-BVE ten onrechte niet gevolgd en zal de Commissie van beroep het beroep in de bodemprocedure zonder meer gegrond verklaren. Inmiddels heeft de werkgever een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter ingediend. Werkgever heeft er belang bij dat werknemer niet op het werk verschijnt zolang de kantonrechter geen uitspraak heeft gedaan. Voorzitter acht het waarschijnlijk dat de Commissie de schorsingsbeslissing zo nodig zal converteren in een schorsing als ordemaatregel in verband met het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Aan de formele vereisten voor deze schorsing is niet voldaan maar dit gegeven is onvoldoende om de schorsing hangende de ontbindingsprocedure op te heffen. Werknemer heeft door middel van een brief en de procedure in voorlopige voorzienig een vorm van verweer gevoerd en het ontbindingsverzoek is gebaseerd op een dringende reden en er kan niet met voldoende mate van waarschijnlijkheid worden gezegd dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst niet zal ontbinden. Werkgever heeft aanmerkelijk belang bij niet-verschijnen van werknemer op het werk. De ziekte van de werknemer maakt dit niet anders.
Verzochte voorziening geweigerd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-01-2005
102561 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
De werknemer voert aan dat het samenstel van werkzaamheden dat hij verrichtte in nagenoeg dezelfde samenstelling door een andere collega wordt verricht. Voorts is volgens hem door de werkgever onvoldoende invulling gegeven aan de in het Sociaal Plan genoemde inspanningsverplichting tot herplaatsing en is de werkgever onzorgvuldig omgegaan met de overige verplichtingen die het Sociaal Plan stelt. Ten onrechte is niet ingegaan op een voorstel van zijn kant om met toepassing van de hardheidsclausule een van het Sociaal Plan afwijkende regeling te treffen.
Van in stand blijven van de functie alsmede niet uitvoeren van het Sociaal Plan is de Commissie niet gebleken.Toepassing van de hardheidsclausule zou ertoe leiden dat de werknemer drie maanden langer in dienst blijft alsmede dat aan hem een vertrekstimuleringspremie wordt verstrekt. Werkgever had onder de omstandigheden van dit geval en bij afweging van de in het geding zijnde belangen niet kunnen voorbijgaan aan toepassing van de hardheidsclausule van het Sociaal Plan.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-01-2005
102665 - Beroep tegen schorsing als disciplinaire maatregel; BVE
Werknemer is gedetacheerd naar een scholengemeenschap. Bij deze school wordt tegen de werknemer een klacht ingediend wegens fysiek bejegenen van leerlingen. Dit leidt tot schorsing voor een periode van een week. De werknemer heeft alleen erkend dat hij een leerling bij zijn oorlelletje heeft gepakt. De werkgever heeft zijn stellingen over het gedrag van de werknemer niet met bewijs gestaafd. Hoewel blijkbaar een schriftelijke klacht bij de rector van scholengemeenschap is ingediend, heeft de werkgever deze niet opgevraagd of aan de werknemer doen toekomen. Derhalve staat slechts één feit vast. Dat sprake zou zijn van herhaald negatief gedrag, zoals de werkgever heeft gesteld is de Commissie niet gebleken. Een brief hierover is door de werkgever uit het personeelsdossier verwijderd en vernietigd en kan dan ook niet ter ondersteuning dienen van de stellingen van de werkgever.
Derhalve is sprake van plichtsverzuim, dat echter van een zodanig lichte aard is, dat de werkgever niet in redelijkheid heeft kunnen beslissen om de werknemer een disciplinaire maatregel op te leggen. De werkgever had kunnen volstaan met het geven van een waarschuwing.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-12-2004
102689 - Beroep tegen weigering tijdelijke uitbreiding om te zetten in vast BVE
Werknemer stelt volledig in vaste dienst te zijn omdat hij in de uitbreiding reguliere werkzaamheden verrichtte. Hij voert aan dat er sprake is van deeltijdontslag. Art.l H-19 CAO-BVE bepaalt dat op de tijdelijke uitbreiding de artikelen H-14 tot en met H-18 CAO-BVE van overeenkomstige toepassing zijn. Art. H-12 CAO-BVE, dat ziet op de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, is dus niet van toepassing. Dit houdt naar het oordeel van de Commissie in dat om te bepalen of een tijdelijke uitbreiding is toegestaan niet van belang is wat de feitelijke aard van deze werkzaamheden is doch slechts de duur van de uitbreiding en/of het aantal opeenvolgende uitbreidingen dat is toegestaan. Dientengevolge staat de CAO-BVE toe om reguliere werkzaamheden te verrichten in een tijdelijke uitbreiding. Nu er in casu geen sprake is van overschrijding van de 3-jaar termijn, zelfs niet van opeenvolgende tijdelijke uitbreidingen, is de tijdelijke uitbreiding per 01-07-2004 van rechtswege geëindigd. De bestreden brief van de werkgever behelst dan ook niet meer dan een - terechte - afwijzing van het verzoek van de werknemer tot omzetting van de uren in tijdelijke uitbreiding in een vast dienstverband, hetgeen een niet voor beroep vatbare beslissing is.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-12-2004
102629 - Beroep tegen disciplinaire schorsing zonder behoud van salaris; BVE
Werknemer heeft erkend seksueel getinte opmerking te hebben gemaakt, zij het niet gericht tegen een individuele cursiste doch tegen de gehele groep en zonder dat hij op de hoogte was van de seksuele betekenis van het door hem gebezigde woord. Een instructeur behoort niet op een dergelijke wijze met zijn cursisten te communiceren. Dit geldt temeer nu de desbetreffende cursisten minderjarig waren. Commissie concludeert tot plichtsverzuim. Schorsing met inhouding van salaris komt niet voor in de limitatieve opsomming van art. H-43 CAO-BVE van mogelijke disciplinaire maatregelen, zodat de genomen maatregel in strijd is met de CAO-BVE. Ook de Hoge Raad heeft bepaald dat een schorsing in de risicosfeer van de werkgever ligt zodat de werkgever ook tijdens een schorsing verplicht is tot doorbetaling van loon, zelfs indien de werkgever gegronde redenen had om een werknemer te schorsen.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-12-2004
102549 Beroep tegen een beweerde ontslagbeslissing; BVE.
Aan werkneemster zijn twee tijdelijke akten van benoeming uitgereikt, een eerste met als grond 'voorziening in een tijdelijke vacature' en een opvolgende met als grond 'voortzetting tijdelijk dienstverband'. Gebleken is dat de door de werkneemster verrichte werkzaamheden, reguliere werkzaamheden betroffen. Derhalve kon geen sprake zijn van benoeming op grond van voorziening in een tijdelijke vacature. De werkgever heeft dit ook feitelijk erkend door aan te geven dat de benoeming in feite geschiedde op grond van eerste indiensttreding. Op grond van artikel H-13 CAO-BVE is verlenging voor bepaalde tijd van een tijdelijke arbeidsovereenkomst op grond van eerste indiensttreding, slechts mogelijk indien bij indiensttreding is overeengekomen dat de dienstbetrekking bij goede beoordeling voor onbepaalde tijd zal worden voortgezet. Aan deze voorwaarde is niet voldaan. Derhalve is het tijdelijk dienstverband wegens eerste indiensttreding overgegaan in een vast dienstverband.
Aangezien de bestreden beslissing neerkomt op een ontslag uit een vast dienstverband, waarvoor geen grond aanwezig was, wordt het beroep ontvankelijk en gegrond verklaard.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-12-2004
102707 - Beroep tegen een ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Opheffing betrekking wegens slechts bedrijfseconomische omstandigheden. Over de bedrijfseconomische omstandigheden heeft de werkgever overleg gevoerd met de vakcentrales hetgeen heeft geresulteerd in een Sociaal Statuut en een Mobiliteitsplan. In het Mobiliteitsplan is onder meer bepaald dat medewerkers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, niet zullen worden ontslagen op grond van hun bovenformatieve status. Als gevolg van een eerdere uitspraak van de Commissie is de werknemer met ingang van 01-08-2003 in vaste dienst van de werkgever. Het ontslag van de werknemer is derhalve in strijd met de met de vakcentrales gemaakte afspraken hetgeen de Commissie onredelijk en onzorgvuldig acht. De Commissie meent dat het op de weg van de werkgever ligt om, wanneer duidelijkheid bestaat over het aantal medewerkers in vaste dienst, het overleg met de vakcentrales te heropenen en tot nieuwe afspraken te komen. Zolang deze afspraken er niet zijn, kan niet worden overgegaan tot ontslag van een werknemer wegens bedrijfseconomische redenen.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-12-2004
102590 Beroep tegen ontslag BVE
Werkgever stelt dat er sprake is van het rechtswege aflopen tijdelijk dienstverband wegens eerste indiensttreding. Gezien de bewoordingen van artikel H-12 aanhef en onder a CAO-BVE, het gegeven dat de werknemer reeds op 01-08-2002 bij de werkgever in tijdelijke dienst was getreden op grond van eerste indiensttreding en de constatering dat de inhoud van de functie sedertdien niet is gewijzigd, oordeelt de Commissie dat de werkgever op 01-08-2003 het dienstverband met de werknemer niet kon verlengen op grond van artikel H-12 onder a CAO-BVE. Voor de stelling van de werkgever, dat onder eerste indiensttreding ook verstaan dient te worden de eerste drie jaren dat de wet een tijdelijk dienstverband toelaat, is geen grond in de wet noch in de CAO-BVE te vinden. Wat er ook zij van de vraag of tussen partijen overeenstemming is bereikt over het tijdelijk karakter van de tweede arbeidsovereenkomst, de CAO-BVE staat aan een dergelijke expliciete afspraak tussen partijen in de weg. De werknemer is in vaste dienst en de bestreden beslissing is een ontslagbeslissing is die niet gedragen wordt door daaraan ten grondslag gelegde reden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-11-2004
102636 - Beroep tegen een berisping; BVE
De Commissie oordeelt dat het maken van een tweetal - door de werknemer erkende - seksueel getinte opmerkingen naar eindexamenleerlingen HAVO/VWO, neerkomen op plichtsverzuim als bedoeld in artikel H-42 CAO-BVE. Een docent behoort niet op een dergelijke wijze met zijn leerlingen te communiceren. Dat de opmerkingen en de handeling zijn verricht in een bepaalde context, doet hieraan niet af. Gezien de omstandigheden (geen structurele handelwijze, de toezegging van de werknemer 'zijn best te zullen doen', het lange dienstverband alsmede het - onweersproken - goede functioneren van de werknemer, acht de Commissie een berisping disproportioneel. Werkgever had kunnen volstaan met een waarschuwing.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-11-2004
102589 Beroep tegen ontslagbeslissing BVE
Werkgever heeft de werknemer medegedeeld dat tijdelijk dienstverband eindigt en stelt dat er sprake is van het rechtswege aflopen tijdelijk dienstverband wegens eerste indiensttreding, waartegen geen beroep open staat. Werknemer stelt recht te hebben op een vast dienstverband nu de grond voor de tijdelijkheid niet juist is. Gezien de bewoordingen van artikel H-12 aanhef en onder a CAO-BVE, het gegeven dat de werknemer reeds op 01-09-2002 bij de werkgever in tijdelijke dienst was getreden op grond van eerste indiensttreding en de constatering dat de inhoud van de functie sedertdien niet is gewijzigd, oordeelt de Commissie dat de werkgever op 01-08-2003 het dienstverband met de werknemer niet kon verlengen op grond van artikel H-12 onder a CAO-BVE. Voor de stelling van de werkgever, dat onder eerste indiensttreding ook verstaan dient te worden de eerste drie jaren dat de wet een tijdelijk dienstverband toelaat, is geen grond in de wet noch in de CAO-BVE te vinden. De Commissie oordeelt voorts dat, wat er ook zij van de vraag of tussen partijen overeenstemming is bereikt over het bepaalde tijd karakter van de tweede arbeidsovereenkomst, de CAO-BVE in de weg staat aan een dergelijke expliciete afspraak tussen partijen. Werknemer is in vaste dienst en beslissing is ontslagbeslissing die niet gedragen wordt door daaraan ten grondslag gelegde reden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-11-2004
102588 Beroep tegen ontslagbeslissing BVE
De werkgever stelt dat de werknemer in tijdelijke dienst was.
De werknemer heeft drie opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten gehad wegens onbevoegdheid. Nadat de werknemer kort na aanvang van de derde overeenkomst haar bevoegdheid heeft gehaald, heeft de werkgever een nieuwe akte van benoeming opgesteld op grond van artikel H-12 onder a CAO-BVE, zijnde eerste indiensttreding. De werknemer meent recht te hebben op een dienstverband voor onbepaalde tijd. Gezien de bewoordingen van artikel H-12 aanhef en onder a CAO-BVE, het gegeven dat de werknemer reeds op 01-08-2001 bij de werkgever in tijdelijke dienst was getreden wegens onbevoegdheid en de constatering dat de inhoud van de functie sedertdien niet is gewijzigd, oordeelt de Commissie dat de werkgever op 01-09-2003 het dienstverband met de werknemer niet kon aangaan op grond van artikel H-12 onder a CAO-BVE. Voor de stelling van de werkgever, dat onder eerste indiensttreding ook verstaan dient te worden de eerste drie jaren dat de wet een tijdelijk dienstverband toelaat, is geen grond in de wet noch in de CAO-BVE te vinden. De Commissie oordeelt voorts dat, wat er ook zij van de vraag of tussen partijen overeenstemming is bereikt over het bepaalde tijd karakter van de arbeidsovereenkomst, de CAO-BVE in de weg staat aan een dergelijke expliciete afspraak tussen partijen. Bestreden beslissing is een ontslagbeslissing uit een vast dienstverband, die niet gedragen wordt door de daaraan ten grondslag gelegde reden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-10-2004
102525 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Werknemer is beleidsmedewerker/softwareontwikkelaar en die functie is als gevolg van een reorganisatie komen te vervallen waardoor de werknemer boventallig is verklaard. De Commissie oordeelt dat dit op juiste gronden is geschied. Werknemer stelt dat voor hem formatie beschikbaar zou zijn in een tweetal projecten van de werkgever. De Commissie constateert dat een van de projecten een zogenoemd persoonsgebonden project van een oud-werknemer is waarvoor de werknemer niet in aanmerking kan komen. Het tweede project omvat weliswaar ICT-componenten doch die werkzaamheden zijn van geringe omvang, circa 10% van het totale aantal uren, en worden ook nog eens verdeeld over meerdere jaren. Onder deze omstandigheden kan niet van de werkgever worden verlangd de werknemer voor deze uren in dienst te houden. Voorts niet aannemelijk geworden dat er elders nog formatie voor de werknemer beschikbaar is.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-10-2004
102513 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
De werknemer stelt in de onjuiste afvloeiingscategorie te zijn ingedeeld. Voorts zou voor hem formatie beschikbaar zijn. De gehanteerde systematiek is door de werkgever overeengekomen met de vakcentrales en wordt derhalve marginaal getoetst. De Commissie oordeelt dat deze systematiek redelijkerwijs toegepast kon worden en dat de wijze waarop deze in de praktijk is toegepast evenzeer juist is.
Voor de werknemer is slechts 0,2 FTE formatieruimte van belang, gezien de sector waarin hij is ingedeeld. Gezien de niet ter discussie staande bezuinigingsnoodzaak kan niet in redelijkheid van de werkgever gevraagd worden om de werknemer in dienst te houden op 0,2 FTE formatieruimte terwijl in dat geval het grootste deel van zijn betrekking - 0,8 FTE - boven de formatie is en door de werkgever uit eigen middelen bekostigd dient te worden.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-10-2004
102606 Beroep tegen beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband VO
Het dienstverband is opgezegd vanwege beëindiging van de tijdelijke dienstverbanden in verband met terugloop leerlingenaantal en bekostiging. Er is een reorganisatieplan voor de afdeling VO en een reorganisatieplan voor de afdeling BVE. Werkneemster is een onbevoegde lerares bij de afdeling VO. Blijkens het reorganisatieplan afdeling VO en het Sociaal Statuut beschikt de afdeling VO over overformatie en dient deze, alvorens over te gaan tot gedwongen ontslag van medewerkers in vaste dienst, bestreden te worden door onder meer beëindiging van de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd zodat het dienstverband van werkneemster op grond van het Sociaal Statuut in aanmerking komt voor beëindiging. De reden van de opzegging blijkt voldoende uit het reorganisatieplan en de verslagen van DGO/IGO-overleg en valt onder art. 4a.5 CAO-VO. Mogelijk heeft de werkgever zich onvoldoende ingespannen om werkneemster de bevoegdheid te laten behalen maar anderzijds is ook niet gebleken dat werkneemster zich op dat punt actief heeft opgesteld. Voorts is werkneemster er schriftelijk op gewezen dat zij contact op kon nemen met Personeelszaken over eventuele gebruikmaking van vervroegde FPU en dat werkneemster van dat aanbod geen gebruik heeft gemaakt. Werkgever heeft op juiste gronden kunnen overgaan tot opzegging.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-10-2004
102578 - Beroep tegen ontslag wegens beweerde tijdelijke aard dienstverband en boventalligheid; VO
Werknemer stelt in vaste dienst te zijn omdat het tijdelijk dienstverband bij wijze van proef niet twee maal kan worden verlengd. Volgens de werkgever kan dit dienstverband op grond van de CAO-VO 2003-2005 wel twee maal worden verlengd. De Commissie overweegt dat art. 3a.2 leden 2 t/m 4 specifiek betrekking heeft op het tijdelijk dienstverband bij wijze van proef en dat uit de bewoordingen van die bepalingen, gelezen in hun onderling verband, valt af te leiden dat het tijdelijk dienstverband bij wijze van proef slechts één maal en wel met ten hoogste 12 maanden kan worden verlengd. Art. 3a.2 lid 7 CAO-VO, waarin de totale duur van de tijdelijke dienstverbanden als bedoeld in de leden 2 tot 6 is beperkt tot 3 jaar, is met deze uitleg niet in strijd omdat die 3 jaar betrekking heeft op een mogelijke opvolging van verschillende tijdelijke dienstverbanden, zoals een vervanging waarin geen beoordeling heeft plaatsgevonden, gevolgd door een tijdelijk dienstverband bij wijze van proef. Werknemer is in vaste dienst en de opzegging wordt niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden van beëindiging tijdelijk dienstverband door terugloop leerlingenaantal en bekostiging. Verder is een beweerde ongeschiktheidsgrond niet in de opzeggingsbrief genoemd en kan deze daaruit ook niet indirect worden afgeleid.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-09-2004
102515 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing van de betrekking; BVE
De werknemer is van oordeel dat de werkgever niet aannemelijk heeft gemaakt dat de functiecategorie trainer/dierenarts opgeheven dient te worden. Hij stelt dat ook na de reorganisatie de werkzaamheden die hij heeft verricht op de instelling zullen worden uitgevoerd. Bovendien meent hij dat hij niet herplaatst mag worden als trainer terwijl hij als dierenarts/trainer niet boventallig is geworden.De Commissie oordeelt dat de werkgever in redelijkheid tot zijn keuze heeft kunnen komen de functiecategorie trainer/dierenarts op te heffen omdat de dierenartsverrichtingen goedkoper kunnen worden ingehuurd. Dat de werkgever vervolgens de dierenarts/trainer op de personeelslijst heeft opgenomen als trainer binnen de marktsector waar de laatste twee jaar de meeste werkzaamheden waren verricht, komt de Commissie als redelijk voor. Vervolgens dient de werknemer op grond van de met de vakcentrales overeengekomen afvloeiingssystematiek vanwege zijn anciënniteit af te vloeien. De veronderstelling van de werknemer over de voortzetting van zijn werkzaamheden door eigen werknemers van de instelling, biedt geen basis om in deze procedure te concluderen dat zijn werkzaamheden nog voor hem beschikbaar zouden zijn.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-09-2004
102511 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing van de betrekking; BVE
De werknemer was voor de reorganisatie trainer/dierenarts en maakt bezwaar tegen het opheffen van de functiecategorie trainer/dierenarts. De Commissie oordeelt dat de werkgever in redelijkheid tot zijn keuze heeft kunnen komen de functiecategorie trainer/dierenarts op te heffen omdat de dierenartsverrichtingen goedkoper kunnen worden ingehuurd. Dat de werkgever vervolgens de dierenarts/trainer op de personeelslijst heeft opgenomen als trainer binnen de marktsector waar de laatste twee jaar de meeste werkzaamheden waren verricht, komt de Commissie als redelijk voor. De Commissie oordeelt op basis van het tijdschrijfsysteem dat werkneemster niet in gelijke mate in meerdere programma's van verschillende marktsectoren heeft gewerkt zoals door haar werd aangevoerd. De Commissie merkt daarbij op dat, indien appellante tevens in het andere programma zou zijn ingedeeld, zij op grond van haar positie op de afvloeiingslijst, toch zou dienen af te vloeien. Voorts is gesteld noch gebleken dat de gehanteerde afvloeiingssystematiek tot onredelijke uitkomsten leidt noch dat de werkgever deze systematiek ten opzichte van werkneemster onjuist heeft toegepast.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-09-2004
102501 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking tijdens ziekte; BVE
De werknemer stelt primair dat de werkgever zijn dienstverband niet tijdens ziekte kan opzeggen nu zijn arbeidsongeschiktheid nog geen twee jaar heeft geduurd. De werkgever stelt dat het opzegverbod niet geldt omdat er sprake is van opheffing van een onderdeel van de onderneming (art. 7: 7:670b lid 2 BW). Het beroep op het opzegverbod tijdens ziekte (art. 7:670 lid 2 BW) als vernietigingsgrond dient volgens artikel 7:677 lid 5 BW binnen 2 maanden na de opzegging te geschieden door middel van een kennisgeving aan de werkgever. De werknemer heeft iin zijn aanvullend beroepschrift, dat binnen 2 maanden na de opzegging is ingediend, een beroep gedaan op de vernietigingsgrond. Dit aanvullend beroepschrift is onmiddellijk doorgezonden aan de werkgever zodat deze binnen twee maanden na de opzegging kennis heeft genomen van het standpunt van de werknemer. Onder deze omstandigheid is sprake van een tijdige kennisgeving aan de werkgever in de zin van artikel 7:677 lid 5 BW. Blijkens de wetsgeschiedenis wordt met onderdeel van de onderneming in de zin van artikel 7:670b lid 2 BW bedoeld een organisatorische eenheid van ondernemingsactiviteiten, waarmee de werknemer uitsluitend of in hoofdzaak is verbonden. De werknemer was werkzaam bij de afdeling Rundveehouderij die als een organisatorische eenheid en daarmee als een onderdeel van de onderneming als bedoeld in artikel 7:670b lid 2 BW is te beschouwen. Nu geen sprake is van opheffing van de afdeling Rundveehouderij is de opzegging geldt het opzegverbod tijdens ziekte.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-09-2004
102505 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing van de betrekking; BVE
Werknemer is in verband met een reorganisatie boventallig verklaard in de functie van Programmacoördinator. Er loopt echter nog een bezwaar bij de externe bezwarencommissie functiewaardering omdat appellant het niet eens is met de plaatsing in de functie van programmacoördinator. Hij heeft altijd als trainer/instructeur gewerkt en heeft tot aan de ontslagdatum nog trainingen gegeven. Werknemer stelt dat hij als trainer niet boventallig zou zijn verklaard. De Commissie is van oordeel dat het procedureel onjuist is om appellant als Programmacoördinator op te nemen op het formatieoverzicht terwijl de functiewaarderingsprocedure nog gaande is en niet uitgesloten is dat, indien appellant als trainer zou zijn vermeld, hij dan niet voor ontslag in aanmerking zou zijn gekomen.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-09-2004
102528 - Ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Betrekking wordt opgeheven i.v.m. reorganisatie. Werknemer meent dat de ontslagbeslissing onvoldoende is gemotiveerd en dat de werkgever niet deugdelijk heeft onderzocht of er elders binnen de organisatie een passende functie beschikbaar was. Voorts had de werkgever het definitieve advies van de interne toetsingscommissie moeten afwachten alvorens tot ontslag over te gaan en is een voorwaardelijk ontslag zoals de werkgever dit heeft gegeven niet mogelijk. De Commissie oordeelt dat de werkgever volgens het vastgestelde Sociaal Plan heeft gehandeld en zijn beslissing voldoende heeft gemotiveerd. De bezwaarprocedure bij de interne toetsingscommissie van de werkgever heeft geen opschortende werking. Daarbij heeft de werkgever expliciet in de ontslagbeslissing aangegeven dat een eventueel voor de werknemer gunstig advies van de interne toetsingscommissie tot intrekking van het ontslag zou leiden. De in de ontslagbeslissing opgenomen voorbehouden zijn volgens de Commissie niet onjuist.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-09-2004
102521 Beroep tegen ontslag wegens opheffing van de betrekking BVE
Betrekking wordt opgeheven i.v.m. reorganisatie. Werknemer meent dat Sociaal Plan niet correct is uitgevoerd. Hij is geruime tijd voor een project in het buitenland geweest en is in die periode niet geïnformeerd over de voortgang van de reorganisatie. Voorts meent hij specifieke kennis te hebben waardoor hij onmisbaar is voor de instelling. Hij doelt met name op een nog op te starten project. Daarenboven meent hij onevenredig zwaar getroffen te worden door het ontslag omdat hij reeds vele malen het slachtoffer is geworden van reorganisaties bij andere bedrijven. De werkgever heeft de werknemer door e-mail berichten en de reguliere post op de hoogte heeft gesteld van de relevante ontwikkelingen op de instelling. Indien bepaalde informatie ontbrak of niet duidelijk was had het op de weg van de werknemer gelegen om de werkgever hierover te benaderen. Dit is echter niet gebeurd. De werkgever heeft hierin niet onjuist gehandeld. Het project is nog in ontwikkeling is en zal pas op termijn tot vacatureruimte leiden zodat dit op dit moment geen reden vormt om de werknemer in dienst te houden. De werkgever heeft in redelijkheid kunnen beslissen de hardheidsclausule niet toe te passen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-09-2004
102519 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
De functie van agrarisch medewerker is als gevolg van een reorganisatie komen te vervallen waardoor appellant boventallig is verklaard. De Commissie oordeelt dat dit op juiste gronden is geschied. De functie van agrarisch medewerker P is naar het oordeel van de Commissie niet uitwisselbaar met de functie van agrarisch medewerker Q, ook al is er 1 functiebeschrijving voor beide functies. De nog beschikbare formatie van 0,2 FTE behoeft niet aan appellant te worden toegedeeld omdat van de werkgever niet kan worden verwacht deze uit te breiden naar 1 FTE teneinde het ontslag van appellant te voorkomen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-09-2004
102518 Beroep tegen ontslag wegens opheffing van de betrekking BVE
Werknemer is Agrarisch medewerker P en die functie is als gevolg van een reorganisatie komen te vervallen waardoor de werknemer boventallig is verklaard. De Commissie oordeelt dat dit op juiste gronden is geschied. De functie van agrarisch medewerker P is naar het oordeel van de Commissie niet uitwisselbaar met de functie van agrarisch medewerker Q, ook al is er 1 functiebeschrijving voor beide functies. De 0,2 fte nog beschikbare formatie behoeft niet aan de werknemer te worden toegedeeld omdat van de werkgever niet kan worden verwacht dit uit te breiden naar 1 fte teneinde het ontslag van de werknemer te voorkomen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-09-2004
102506 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; BVE
Betrekking wordt opgeheven i.v.m. reorganisatie. De werknemer meent dat de werkgever hem op onjuiste gronden heeft afgewezen voor de functie van locatiemanager. Voorts heeft de werkgever de werknemer geen passende functie aangeboden hoewel zeker twee functies passend waren. Tot slot meent de werknemer dat het herplaatsingstraject niet zorgvuldig is uitgevoerd. De Commissie oordeelt dat de afwijzing voor de functie van locatiemanager niet onbegrijpelijk is. De werkgever heeft echter verzuimd om met de werknemer voldoende overleg te voeren over een andere oplossing, gelegen in de vervulling van een lager bezoldigde functie. Dit terwijl de werkgever met een andere werknemer in een vergelijkbaar geval een regeling had getroffen. De Commissie oordeelt dat er voldoende reden voor de werkgever aanwezig was de werknemer, gebruik makend van de hardheidsclausule te herplaatsen in de functie van beheerder.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-09-2004
102503 Beroep tegen ontslag wegens opheffing van de betrekking BVE
Appellant is hoofd logeergebouw. Die functie is als gevolg van een reorganisatie komen te vervallen waardoor appellant boventallig is verklaard. Appellant heeft na zijn boventallig verklaring niet gesolliciteerd naar de functie van beheerder - hij is jarenlang als beheerder werkzaam geweest - vanwege de achteruitgang in salaris. De werkgever wist dat appellant om die reden niet wilde solliciteren en heeft aangegeven niet met appellant over het salaris te hebben onderhandeld omdat appellant had aangegeven niet te willen solliciteren. Vervolgens heeft de werkgever twee collega's van appellant herplaatst in de functie van beheerder c.q. aan hen financiële toezeggingen gedaan terwijl dat volgens het Sociaal Plan niet mogelijk was. De Commissie meent dat de werkgever ook appellant had dienen te herplaatsen in de functie van beheerder, mede gelet op zijn leeftijd en de beperkte financiële aanvulling door de werkgever op het salaris van appellant.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-09-2004
102649 / 102691 - Beroep eerste tijdelijk dienstverband;vereenvoudigde behandeling BVE
Beroep niet-ontvankelijk omdat het een eerste tijdelijk dienstverband betreft dat van rechtswege eindigt door het verstrijken van de termijn waarvoor het is aangegaan. Commissie is niet bevoegd om te onderzoeken of aan de werknemer is toegezegd dat hem na afloop van het eerste contract een vast dienstverband wordt verleend. Werknemer kan zich hieromtrent desgewenst tot de rechtbank, sector kanton, wenden. Geen voor beroep vatbare beslissing. Dientengevolge oordeelt de Voorzitter van de Commissie het beroep en het daarmee samenhangende verzoek tot het verkrijgen van een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-08-2004
102532 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
Werkneemster heeft de termijn van 6 weken voor het indienen van beroep met 153 overschreden. Volgens artikel 9 lid 2 van het reglement van de Commissie van Beroep laat de Commissie niet-ontvankelijkverklaring op grond van termijnoverschrijding achterwege indien betrokkene aantoont de voorziening in beroep te hebben gevraagd zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs verlangd kon worden. De werkneemster heeft beroep ingesteld nadat zij in een zogeheten intakegesprek bij het CWI is gewezen op deze mogelijkheid. De Commissie overweegt dat de werkgever weliswaar heeft verzuimd de werkneemster op de hoogte te stellen van de mogelijkheid om beroep aan te tekenen, maar dat werkneemster blijkbaar zelf niet de noodzaak voelde zich tegen het ontslag te verzetten. Evenmin heeft zij zelf actie ondernomen richting de werkgever om passende arbeid te verkrijgen. Onder deze omstandigheden oordeelt de Commissie dat de werkneemster de voorziening in beroep niet zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs verlangd kon worden heeft gevraagd.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-08-2004
102516 - Beroep tegen ontslag wegens indiensttreding bij een andere werkgever BVE
De werknemer is door een fusie in dienst getreden bij de werkgever. Hij was van het begin af aan boventallig. Na zeven jaar detachering heeft de werkgever gepoogd in onderling overleg de werknemer te plaatsen bij de werkgever waar hij was gedetacheerd. De werknemer is het met ontslag niet eens omdat de plaatsing niet zeker is en hij uitkeringsrechten veilig gesteld wil zien. De Commissie overweegt dat de werknemer per ingangsdatum van het ontslag een arbeidsovereenkomst met de nieuwe werkgever heeft gesloten zodat hij geen belang heeft bij handhaving van zijn beroep en het beroep reeds op die grond niet-ontvankelijk is. Over de uitkeringsrechten overweegt de Commissie dat de werkgever geen invloed kan uitoefenen op de al dan niet instandhouding van de uitkeringsrechten zoals deze op dit moment door de wetgever zijn vastgesteld. De onderhavige procedure voorziet dan ook niet in het bieden van de bescherming zoals de werknemer deze voorstaat.
Het beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-06-2004
102540 Verzet tegen kennelijk niet-ontvankelijkverklaring BVE
Werkneemster is per 01-02-2002 ontslagen wegens arbeidsongeschiktheid. Vervolgens heeft zij de werkgever enkele malen benaderd over een mogelijke herplaatsing in een passende functie. Op haar laatste verzoek om herplaatsing heeft de werkgever bij brief van 12-01-2004 afwijzend gereageerd. Hiertegen heeft de werkneemster beroep bij de Commissie ingesteld. Dit beroep is door de Voorzitter van de Commissie kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet is gericht tegen een voor beroep vatbare beslissing. Tegen die uitspraak heeft werkneemster bij de Commissie verzet gedaan. Werkneemster voert aan dat de werkgever in de ontslagbeslissing had dienen aan te geven dat zij niet herbenoemd zou worden zodat zij daartegen in beroep had kunnen gaan. Nu dat niet is gebeurd, beroept werkneemster zich op verschoonbare termijnoverschrijding. De Commissie overweegt dat de ontslagbeslissing expliciet de beroepsclausule vermeldde en dat werkneemster destijds werd bijgestaan door haar gemachtigde. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. De weigering om een gewezen werknemer een functie aan te bieden en de weigering in te gaan op een loonvordering, kunnen niet worden aangemerkt als voor beroep vatbare beslissingen.
Verzet ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-06-2004
102572 - Verzoek voorlopige voorziening wedertewerkstelling BVE
Appellant heeft beroep ingesteld tegen zijn schorsing als ordemaatregel en verzoekt de Voorzitter om wedertewerkstelling in afwachting van de uitspraak van de Commissie.
Appellant heeft bij het bevoegd gezag (stichtingsbestuur) een notitie ingediend over de hoogte en de opbouw van het salaris van de voorzitter van het college van bestuur. De schorsing is gebaseerd op het gegeven dat appellant de notitie niet eerst bij de voorzitter van het college van bestuur heeft neergelegd en op het feit dat appellant, tegen de afspraken in, intern en extern mededelingen over deze kwestie gedaan heeft.
De Voorzitter is van oordeel dat het op de weg van het bestuur en de voorzitter van het college van bestuur had gelegen ervoor te zorgen dat appellant zich niet voor dit (morele) probleem gesteld zou zien. De Voorzitter acht het wel degelijk geoorloofd dat appellant de notitie bij het bestuur heeft ingediend. Voorts is de Voorzitter van oordeel dat de weinige mededelingen die appellant al heeft gedaan, zeer beperkt zijn geweest en door de werkgever zijn opgeklopt om de schorsing daarop te baseren. Het bestuur en het college van bestuur hebben niet professioneel gehandeld door appellant te schorsen in plaats van het door hem aan de orde gestelde kwestie op te lossen. De Voorzitter acht het aannemelijk dat de Commissie het beroep tegen de schorsing gegrond zal verklaren. De gevraagde voorziening wordt niettemin geweigerd omdat de werkgever op korte termijn een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter zal indienen en de Voorzitter de kans zeer gering acht dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst niet zal ontbinden. Er is namelijk gebleken dat er sprake is van een arbeidsconflict dat aan noodzakelijke verdere samenwerking tussen appellant en de voorzitter van het college van bestuur in de weg staat. Gelet op de gevolgde gang van zaken en de daarmee op gang gebrachte geruchtenstroom binnen de instelling, zal wedertewerkstelling zodanige problemen binnen de instelling opleveren dat de Voorzitter het belang van de hele instelling om daarvan verstoken te blijven totdat de kantonrechter heeft beslist, laat voorgaan op het belang van appellant om nog tot het moment van de te verwachten ontbinding tot het werk te worden toegelaten.
Voorlopige voorzienig geweigerd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-06-2004
102498 - Beroep tegen berisping; BVE
Beweerd plichtsverzuim bestaat volgens de werkgever uit het zonder geldige reden afwezig zijn tijdens de eerste 2 weken van het cursusjaar 2002-2003 en gedurende enkele andere werkdagen. De werknemer is beperkt inzetbaar omdat hij nog werkzaamheden elders verricht en bovendien zorgtaken heeft. Hij kon niet aanwezig zijn bij een roostervergadering voor het nieuwe cursusjaar. Hierdoor had hij geen kennis van het rooster en is hij enige werkdagen aan het begin van het cursusjaar afwezig geweest. De Commissie is van oordeel dat in de verhouding werkgever-werknemer in het algemeen de werkgever de meest gerede partij is om de door de werknemer te vervullen taken toe te wijzen en openbaar te maken. Dit kan onder omstandigheden anders liggen. In dit geval echter had de werkgever de werknemer moeten inlichten.
Voorts is ten aanzien van de afwezigheid op de donderdagen in de maanden april en mei 2003 gebleken dat de taken van de werknemer verplaatst waren en daarbij anders ingevuld werden. Onder dergelijke omstandigheden ontbrak voor hem de noodzaak en verplichting om op de desbetreffende donderdagen op de instelling aanwezig te zijn. Daar komt bij dat de werkgever niet in redelijkheid van de werknemer mag verlangen aanwezig te zijn, zonder dat hem een welomschreven taak wordt opgedragen. Geen sprake van plichtsverzuim.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-05-2004
102547 - Verzoek schorsing ontslag in voorlopige voorziening BVE
Werkneemster stelt dat vóór de ingangsdatum van het reorganisatieontslag vacatureruimte beschikbaar komt door de tijdelijke afwezigheid van een collega wiens taken zij kan overnemen.
De Voorzitter overweegt dat de werkgever voldoende duidelijk heeft gemaakt dat de werkzaamheden die opgevangen dienen te worden van een zodanige geringe omvang zijn dat zij kunnen worden opgevangen door collega's die op dat moment nog verbonden zijn aan de instelling. De Voorzitter is voorts niet gebleken dat nu, of binnen afzienbare termijn, nieuwe personen worden benoemd die genoemde werkzaamheden zouden gaan overnemen. Aldus komen geen passende werkzaamheden beschikbaar, zodat op deze grond schorsing van het ontslag niet kan plaatsvinden. Over de toegepaste afvloeiingsregeling stelt de Voorzitter voorop dat deze regeling is afgesproken tussen de betrokken vakorganisaties en de werkgever en voorshands moet worden aangenomen dat het een evenwichtige regeling betreft. Aanwijzingen die duidelijk in een andere richting wijzen, en die aanstonds tot een ingrijpen binnen het kader van een voorlopige voorziening kunnen leiden, heeft de Voorzitter niet aangetroffen. De behandeling van de vraag of werkneemster in de juiste afvloeiingsvolgorde is ingedeeld, acht de Voorzitter voorshands te ingewikkeld om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen.
De gevraagde voorziening wordt afgewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-05-2004
102522 Beroep tegen opzegtermijn BVE
Werknemer heeft geen bezwaar tegen de ontslagbeslissing als zodanig maar meent dat de werkgever een onjuiste opzegtermijn heeft toegepast. De Commissie overweegt dat ingevolge het bepaalde in art. H-55 CAO-BVE gekeken dient te worden naar de leeftijd en de duur van het dienstverband op 1 januari 1999. Het gaat om een fixatie van de onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling voor de werknemer geldende opzegtermijn, waarbij niet van belang is of die langere termijn is gebaseerd op de CAO, de wet of de overeenkomst. De voor de werknemer geldende opzegtermijn op basis van de oude regeling bedroeg op 01-01-1999 15 weken (49 jaar en 11 jaar in dienst). Art. H-54 CAO-BVE geeft de werknemer recht op een opzegtermijn van 3 maanden. Dientengevolge geldt voor de werknemer de langere opzegtermijn van 15 weken waarbij conform art. H-53 CAO-BVE dient te worden opgezegd tegen de eerste van de maand. Ingangsdatum van ontslag is geconverteerd.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-05-2004
102520 Beroep tegen opzegtermijn BVE
Werknemer heeft geen bezwaar tegen de ontslagbeslissing als zodanig maar meent dat de werkgever een onjuiste opzegtermijn heeft toegepast. De Commissie overweegt dat ingevolge het bepaalde in art. H-55 CAO-BVE gekeken dient te worden naar de leeftijd en de duur van het dienstverband op 1 januari 1999. Het gaat om een fixatie van de onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling voor de werknemer geldende opzegtermijn, waarbij niet van belang is of die langere termijn is gebaseerd op de CAO, de wet of de overeenkomst. De voor de werknemer geldende opzegtermijn op basis van de oude regeling bedroeg op 01-01-1999 14 weken (46 jaar en 18 jaar in dienst). Art. H-54 CAO-BVE geeft de werknemer recht op een opzegtermijn van 3 maanden. Dientengevolge geldt voor de werknemer de langere opzegtermijn van 14 weken waarbij conform art. H-53 CAO-BVE dient te worden opgezegd tegen de eerste van de maand. Ingangsdatum ontslag is geconverteerd.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-04-2004
102499 - Uitspraak in vereenvoudigde behandeling BVE
Werknemer is ontslagen wegens opheffing van de betrekking. Hij bestrijdt enkel de gehanteerde opzegtermijn. Hij meent dat het overgangsrecht van art. H-55 CAO-BVE op hem van toepassing is en gaat bij de berekening van de opzegtermijn uit van leeftijd en duur van het dienstverband op de dag van de opzegging. De Commissie overweegt dat ingevolge het bepaalde in art. H-55 CAO-BVE gekeken dient te worden naar de leeftijd en de duur van het dienstverband op 1 januari 1999. Het gaat om een fixatie van de onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling voor de werknemer geldende opzegtermijn, waarbij niet van belang is of die langere termijn is gebaseerd op de CAO, de wet of de overeenkomst. De voor de werknemer geldende opzegtermijn op basis van de oude regeling bedroeg op 01-01-1999 12 weken (49 jaar en 8 jaar in dienst). Art. H-54 CAO-BVE geeft de werknemer recht op een opzegtermijn van 3 maanden. Dientengevolge geldt voor de werknemer een opzegtermijn van 3 maanden. De werkgever heeft zelfs een langere opzegtermijn gehanteerd.
Beroep kennelijk ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-03-2004
102500 - Beroep tegen fictief ontslagbesluit dan wel expliciete weigering om aan de herbenoemingverplichting te voldoen
De werknemer is ontslagen op grond van blijvende arbeidsongeschiktheid per 01-02-2002. De werknemer heeft vervolgens enkele malen de werkgever benaderd met het verzoek om hem te herplaatsen. De werkgever wenst hiertoe niet over te gaan. In artikel 4.1.5. WEB juncto artikel N-1 CAO-BVE is limitatief opgenomen tegen welke beslissingen een werknemer beroep kan instellen bij de Commissie. De weigering om een gewezen werknemer een functie aan te bieden en de weigering om in te gaan op een loonvordering vallen hier niet onder. Wel is op grond van genoemde artikelen beroep mogelijk tegen een beslissing inhoudende ontslag. De werkgever betwist echter dat sprake is van een arbeidsovereenkomst die zou zijn ingegaan op 01-02-2002 waarmee hij voorts ontkent dat een ontslagbeslissing is genomen. De Voorzitter oordeelt dat derhalve geen beslissing is genomen, gericht op de beëindiging van een arbeidsovereenkomst.Hiermee is geen sprake van een voor beroep vatbare beslissing.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-03-2004
102452 Beroep tegen opzegtermijn ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
De werkgever heeft de werkneemster op 24-09-2003 ontslag aangezegd met ingang van 19-02-2004. De werknemer berust in het ontslag maar maakt aanspraak op een langere opzegtermijn. Zij stelt dat de werkgever op grond van artikel H-53 CAO-BVE tegen de eerste van de maand moet opzeggen. Voorts is volgens de werkneemster het overgangsrecht uit artikel H-55 CAO-BVE op haar van toepassing.
De Commissie oordeelt dat het dienstverband volgens art. H-53 CAO-BVE de eerste dag van een maand dient te eindigen. De formulering van art. H-55 CAO-BVE is ondubbelzinnig. Aan te nemen valt dat het gaat om een fixatie van de onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling voor de werknemer geldende opzegtermijn, waarbij niet van belang is of die langere termijn is gebaseerd op de CAO, de wet of de overeenkomst. Het niet in acht nemen van de juiste opzegtermijn dient volgens vaste jurisprudentie van de Commissie te leiden tot conversie van de ontslagdatum. Omdat in casu herstel van de opzegtermijn met terugwerkende kracht naar een eerder tijdstip dan 19-02-2004 tot een onredelijk resultaat zou leiden, zal de conversie inhouden dat de ontslagdatum wordt vastgesteld op 01-03-2004, zijnde de eerste dag ná 19-02-2004 waartegen kon worden opgezegd.
Beroep ongegrond met conversie ontslagdatum.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-03-2004
102430 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid
Werknemer is eind 2000 getroffen door een hersenbloeding en ontvangt een WAO-uitkering naar een klasse van 80-100%. UWV heeft een negatief functiegeschiktheidsadvies gegeven. Volgens de werknemer houdt de werkgever een gesprek over reïntegratiemogelijkheden af.
Herplaatsing van werknemer in een passende functie is volgens de Commissie, gelet op zijn ernstige medische beperkingen en gelet op de ervaringen tijdens zijn werkzaamheden op arbeidstherapeutische basis, niet mogelijk. Werkgever heeft zich voldoende ingespannen om de herplaatsingsmogelijkheden van de werknemer te onderzoeken.
De Commissie concludeert dat de werkgever heeft voldaan aan de verplichtingen ingevolge art. 7: 658a BW, art. 20 BZA en art. H-57d CAO-BVE.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-03-2004
102450 - Berisping wegens afwezigheid bij cursus en wegens ongeldig BAPO-gebruik; BVE
Docent heeft zijn leidinggevende vooraf medegedeeld niet aanwezig te zullen zijn bij de cursus vanwege detacheringswerkzaamkeheden. Leidinggevende was sinds kort in functie en was niet op de hoogte van de detachering. De werkgever stelt dat er plichtsverzuim is omdat de werknemer zijn leidinggevende onjuist heeft geïnformeerd over zijn detacherings- werkzaamheden. De Commissie oordeelt dat niet gebleken is dat de werknemer zijn leidinggevende onjuist heeft geïnformeerd. De werknemer is wel erg makkelijk omgegaan met het uitdrukkelijke verzoek van zijn leidinggevende om deel te nemen aan de cursus maar anderzijds kan niet gezegd worden dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan plichtsverzuim, nu zijn leidinggevende zonder nader te informeren geen bezwaar heeft gemaakt tegen de mededeling dat hij niet aanwezig zou zijn. Docent maakt reeds 2 jaar gebruik van de BAPO-regeling zonder dat hij daarvoor betaalt door inhouding op zijn salaris. De Commissie oordeelt dat gelet op de gebrekkige en vertraagde communicatie van de werkgever ten aanzien van de BAPO-aanvraag van de werknemer, in combinatie met het gegeven dat de direct leidinggevende van de werknemer het BAPO-gebruik niet heeft doorgegeven, niet kan worden geconcludeerd dat de werknemer zich heeft schuldig gemaakt aan plichtsverzuim.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-02-2004
102334 - Beroep tegen einde verlengd tijdelijk dienstverband BVE
Werknemer is sedert 1990 in tijdelijke dienst wegens onbevoegdheid. Artikel H-11 onder b CAO-BVE bepaalt dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt aangegaan indien de werknemer niet voldoet aan de wettelijke benoembaarheidsvereisten als genoemd in de artikelen 4.2.1 en 4.2.2 WEB. Vaststaat dat de werknemer niet beschikt over een bewijs van voldoende didactische bekwaamheid. De Commissie oordeelt dat een werknemer die niet voldoet aan de wettelijke benoembaarheidsvereisten, in afwijking van art. 7:668a BW, niet in vaste dienst kan worden benoemd. Artikel H-17, op grond waarvan ten hoogste zes opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen worden aangegaan, is niet van toepassing op tijdelijke arbeidsovereenkomsten ex artikel H-11 CAO-BVE. De brief van de werkgever waartegen het beroep is gericht, is slechts een mededeling dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt en niet zal worden verlengd. Daartegen staat geen beroep open.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-02-2004
102322 Beroep tegen einde verlengd tijdelijk dienstverband, in feite ontslag BVE
Appellante stelt in vaste dienst van de werkgever te zijn omdat er geen sprake is van contractactiviteiten of activiteiten van kennelijk tijdelijke aard en er dus op grond van de CAO-BVE geen tijdelijk dienstverband mogelijk was. De Commissie concludeert dat dit juist is. Appellante verrichtte reguliere werkzaamheden die niet vallen onder het begrip contractactiviteiten als bedoeld in art. H-12 c CAO-BVE, dit conform het bepaalde in de toelichting op art. H-12 CAO-BVE en in art. 2.3.4 WEB. Aldus is appellante in vaste dienst en komt de bestreden beslissing neer op een ontslag, waarvoor geen grond aanwezig was.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-02-2004
102423 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid BVE
Werkneemster is docente. UWV heeft een negatief functie-ongeschiktheidsadvies afgegeven. De werkgever heeft dit advies niet gevolgd. De Commissie oordeelt dat is voldaan aan de vereisten van artikel 20 BZA en artikel H-57 sub d CAO-BVE. De werkgver kan afwijken van een negatief functie-arbeidsongeschiktheidsadvies van het UVW USZO omdat dit ingevolge artikel 20 lid 6 BZA de status van een medisch advies heeft. Nu aan appellante alsnog met terugwerkende kracht door het UVW USZO een WAO-uitkering is toegekend naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 55-65% acht de Commissie het aannemelijk dat herstel binnen 6 maanden niet te verwachten is. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-02-2004
102388 - Beroep tegen overplaatsing; BVE
Werknemer was docent aan instituut van werkgever dat praktijkopleiding verzorgt. In verband met klachten over functioneren is werknemer overgeplaatst. De interne bezwarencommissie oordeel de overplaatsing niet redelijk. De Commissie overweegt dat de werkgever noch de Commissie gebonden zijn aan het advies van de interne bezwarencommissie. De werkgever had echter zorgvuldig gehandeld als hij had aangegeven waarom van het advies is afgeweken. Gezien de inhoud van het plan van aanpak dat door de werkgever in samenspraak met het desbetreffende instituut is opgesteld en gelet op de samenwerkingsproblematiek van de werknemer met zijn direct leidinggevende, heeft de werkgever in redelijkheid kunnen beslissen tot overplaatsing van de betrokken werknemer. De Commissie neemt daarbij in aanmerking dat de overplaatsing geen rechtspositionele consequenties heeft nu deze geschiedt met behoud van de bestaande arbeidsvoorwaarden.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-01-2004
102431 - Beroep tegen een schorsing als ordemaatregel
Werkgever schorst vanwege het voornemen tot onvrijwillige beëindiging wegens plichtsverzuim.
Werknemer werkt op twee locaties en heeft zich ziek gemeld. Vervolgens werkt hij wel op een van de locaties. De werkgever en de werknemer verschillen van inzicht over het rooster van de werknemer en de werkgever meent dat de werknemer zijn ziekmelding als drukmiddel gebruikt. De Commissie overweegt dat het op grond van art. 3 BZA mogelijk is dat een werknemer voor een deel van zijn betrekking met ziekteverlof is. Indien werkgever en werknemer van inzicht verschillen over de omvang van het ziekteverlof, kan hierover slechts uitsluitsel worden verkregen door een uitspraak van de bedrijfsarts. De werkgever heeft nagelaten het punt van de gedeeltelijke ziekmelding bij de bedrijfsarts aan de orde te stellen. Derhalve moet worden aangenomen dat de werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt was zodat er geen sprake is van plichtsverzuim. Na de gedeeltelijke ziekmelding heeft de werknemer zich ziek gemeld voor het geheel van zijn betrekking. Derhalve lag het op dat moment niet in de lijn der verwachting dat de werknemer binnen afzienbare termijn zijn werkzaamheden weer zou gaan verrichten. Hiermee ontbrak op dat moment de noodzaak tot schorsing. De werkgever had de volledige ziekmelding als adempauze kunnen gebruiken om het verschil van mening over de - omvang van de - ziekmelding middels een oordeel van de bedrijfsarts te beslechten.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-01-2004
102341 Beroep tegen ontslag wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid
De werknemer meent dat het herplaatsingsonderzoek gebreken vertoont en dat niet is aangetoond dat er geen reële herplaatsingmogelijkheden zijn. De commissie overweegt dat een zorgvuldig onderzoek volgens de toelichting op artikel 20 BZA inhoudt dat de werknemer bij het onderzoek wordt betrokken en in de diverse stadia ervan zijn of haar mening kan geven. Voorts dient volgens de toelichting het begrip reële herplaatsingsmogelijkheden ruim geïnterpreteerd te worden en mag van de werkgever verwacht worden dat hij, voor zover redelijkerwijs te vergen, zo nodig tot herschikking van de hem bestaande functies overgaat, dan wel aanpassingen van functies en/of werkplek tot stand brengt of laat brengen. De werkgever heeft ter zitting erkend dat het herplaatsingsonderzoek gebreken heeft vertoond. Het onderzoek is na de feitelijke ontslagdatum alsnog in volle omvang gestart en was ten tijde van de zitting nog gaande. De Commissie oordeelt dat de werkgever onvoldoende heeft onderzocht of er voor de werknemer reële herplaatsingsmogelijkheden zijn zodat hij in strijd met artikel 20 BZA heeft gehandeld.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-01-2004
102414 - Beroep tegen schorsing bij wijze van ordemaatregel en ontslag wegens plichtsverzuim; BVE
De werkgever stelt dat de werknemer bij een voorval een leerling heeft geslagen. Omdat sprake is van eerdere incidenten besluit de werkgever over te gaan tot schorsing en ontslag. De werknemer ontkent op enig moment geweld tegen een leerling te hebben gebruikt. De werkgever is bij zijn besluitvorming afgegaan op schriftelijk afgelegde verklaringen van de werknemer zelf, drie medeleerlingen en een collega-docent. De verklaringen zijn niet geheel gelijkluidend en bieden geen eenduidige schets van hetgeen zich zou hebben voorgedaan.De Commissie is van oordeel dat, nu aan de gedraging van de werknemer de zwaarst denkbare disciplinaire maatregel van ontslag verbonden wordt, geen twijfel behoort te bestaan over de toedracht van het voorval. Nu dit wel het geval is, oordeelt de Commissie dat onvoldoende is aangetoond dat de werknemer de leerling heeft geslagen, zodat de aan de bestreden beslissingen ten grondslag gelegde feiten onvoldoende vaststaan. Derhalve kan niet worden geconcludeerd tot plichtsverzuim.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-12-2003
102329 - Beroep tegen einde verlengd tijdelijk dienstverband BVE
Werknemer is sedert 1990 in tijdelijke dienst wegens onbevoegdheid. Artikel H-11 onder b CAO-BVE bepaalt dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt aangegaan indien de werknemer niet voldoet aan de wettelijke benoembaarheidsvereisten als genoemd in de artikelen 4.2.1 en 4.2.2 WEB. Vaststaat dat de werknemer niet beschikt over een bewijs van voldoende didactische bekwaamheid. De Commissie oordeelt dat een werknemer die niet voldoet aan de wettelijke benoembaarheidsvereisten niet in vaste dienst kan worden benoemd. Artikel H-17, op grond waarvan ten hoogste zes opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen worden aangegaan, is niet van toepassing op tijdelijke arbeidsovereenkomsten ex artikel H-11 CAO-BVE. De brief van de werkgever waartegen het beroep is gericht, is slechts een mededeling dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd en niet zal worden verlengd. Daartegen staat geen beroep open.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-12-2003
102325 - Beroep tegen beëindiging verlengd tijdelijke uitbreiding BVE
De Commissie concludeert dat geen sprake is van overschrijding van de maximumduur van drie jaar noch van meer dan zes opeenvolgende contracten zodat de tijdelijke uitbreiding geen deel is gaan uitmaken van het vaste dienstverband van de werknemer. Aldus is de laatste tijdelijke uitbreiding van rechtswege geëindigd door het verstrijken van de termijn waarvoor de uitbreiding was aangegaan.Tegen de mededeling van de werkgever dat de tijdelijke uitbreiding van rechtswege eindigt, staat geen beroep open.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-12-2003
102365 - Beroep tegen einde verlengd tijdelijk dienstverband zij-instromer BVE
Werkneemster is zij-instromer en stelt dat de duur van het dienstverband dient te worden gekoppeld aan de nog lopende tripartiete overeenkomst zij-instromer waarin onder meer is bepaald dat haar een redelijk aantal lesuren dienen te worden opgedragen. De Commissie oordeelt dat geen sprake is van een resultaatsverplichting doch van een inspanningsverplichting zodat de werkgever niet gehouden kan worden aan een verplichting om de werknemer in dienst te houden. Verlengd tijdelijk dienstverband is van rechtswege geëindigd. Beroep niet-ontvankelijk bij gebreke van een voor beroep vatbare beslissing.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-10-2003
102328 - Beroep tegen een beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband.
Appellante was bij het ROC werkzaam als docente, eerst via uitzendbureau, vervolgens op basis van arbeidsovereenkomst met de werkgever. Appellante stelt dat zij na 3 jaar recht heeft op een dienstverband voor onbepaalde tijd. De werkgever stelt dat de periode waarin appellante werkzaam was via het uitzendbureau niet meetelt voor de berekening van de maximumperiode van drie jaar als bedoeld in artikel H-14 CAO-BVE en dat het tijdelijk dienstverband zodoende van rechtswege is geëindigd. De Commissie acht zich bevoegd van het beroep kennis te nemen nu appellante stelt dat er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Gelet op het bepaalde in art. 7:668a lid 2 BW telt de arbeidsovereenkomsten met het uitzendbureau mee voor de berekening van de maximumtermijn van 3 maanden. De perioden waarin appellante niet feitelijk werkzaam is geweest, worden ingevolge art. H-15 lid 2 CAO-BVE en in afwijking van het bepaalde in artikel 7:668a lid 1 BW, niet meegerekend. Aldus is de maximumtermijn van drie jaar niet overschreden zodat het dienstverband van rechtswege is geëindigd en er geen sprake is van een voor beroep vatbaar besluit.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-10-2003
102382 - Beroep tegen beweerd onthouden van promotie
Uitspraak in vereenvoudigde behandeling.
Beroep is gericht tegen de mededeling van de werkgever dat de werkzaamheden van appellant geen plaatsing in een schaal 11-functie rechtvaardigen. Volgens appellant is deze mededeling een onthoudening van promotie/bevordering. De bestreden mededeling kan naar het oordeel van de Voorzitter niet worden aangemerkt als een besluit tot het direct of indirect onthouden van promotie/bevordering. Dit laatste betreft de beslissing van van de wekgever om de werknemer die het maximum van de hoogste aanloopschaal heeft bereikt, te laten overgaan naar de bij de functie behorende maximumschaal. Beroep niet gericht tegen een voor beroep vatbaar besluit.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-09-2003
102339 Beroep tegen ontslag onbekwaamheid/ongeschiktheid dan wel andere redenen van gewichtige aard (H-54 b en e CAO-BVE)
Verweer van werknemer tegen voornemen tot ontslag is tardief zodat niet meenemen van dit verweer in de definitieve ontslagbeslissing niet kan leiden tot gegrondheid van het beroep.
Definitieve ontslagbeslissing is verzonden binnen de termijn waarin nog kon worden medegedeeld dat verweer zou worden gevoerd. Een juiste, regelmatige opzegging kon de werkneemster ten vroegste op 02-05-2003 hebben bereikt, zodat met inachtneming van de geldende opzegtermijn eerst tegen 01-09-2003 in plaats van tegen 01-08-2003 kon worden opgezegd. De Commissie converteert de opzegging naar een rechtsgeldige opzegging zodat aan de beslissing de werking toekomt van een geldige rechtshandeling, indien gedaan. Ten aanzien van de ontslaggrond(den) overweegt de Commissie dat, nu een reïntegratie van appellante is uitgebleven en zij reeds ruim 5 jaar niet meer werkzaam is voor de werkgever, het van de werkgever niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst langer te laten voortduren, hetgeen een ontslag om redenen van gewichtige aard oplevert. Hierdoor kan de ontslaggrond onbekwaamheid/ongeschiktheid achterwege blijven.
Beroep ongegrond met dien verstande dat het ontslag een maand later ingaat.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-09-2003
102357 - Beroep tegen weigering om af te wijken van overeengekomen tijdstip gebruikmaking FPU
Uitspraak Voorzitter in vereenvoudigde behandeling. De voor beroep vatbare beslissingen zijn limitatief opgesomd in art. 4.1.5 WEB en art. N-1 CAO-BVE. Daaronder valt niet een enkele beslissing van de werkgever met betrekking tot een met de werknemer overeengekomen tijdstip om met FPU te gaan, zonder dat sprake is van een ontslagbesluit.
Commissie kennelijk onbevoegd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-09-2003
102304 - Beroep tegen ontslag op grond van artikel 7:670b lid 3 BW
Werkneemster is tijdens ziekteverlof zonder toestemming van de bedrijfsarts naar het buitenland vertrokken. De werkgever heeft verschillende pogingen gedaan om met haar in contact te komen. Nadat de werkneemster is teruggekeerd in Nederland en geen contact heeft opgenomen, heeft de werkgever haar ontslagen. Werkneemster stelt dat de voornemenprocedure van artikel H-43 niet in acht is genomen; werkgever meent dat dit niet noodzakelijk was nu het geen van de in de CAO-BVE genoemde ontslaggronden betreft. De Commissie overweegt dat art. H-54 een limitatieve opsomming bevat van de gronden voor opzegging door de werkgever. Het ontslag is naar het oordeel van de Commissie gegrond op artikel H-54 onder e. CAO-BVE, "andere redenen van gewichtige aard". Derhalve had de werkgever de werkneemster in de gelegenheid moeten stellen verweer te voeren, hetgeen niet is gebeurd.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-01-2003
102314 Ontslag wegens onvoldoende functioneren/plichtsverzuim en Ontslag gebaseerd op twee gronden: onvoldoende functioneren en plichtsverzuim.
Nadat coachingstraject had plaatsgevonden is er geen overleg tussen werkgever en de werkneemster geweest. Gesprek waarvoor werkneemster was uitgenodigd had als doel het meedelen dat voorzetting van het dienstverband niet aan de orde kon zijn. De Commissie acht het onzorgvuldig dat dergelijke besluitvorming reeds voor het gesprek met betrokkene heeft plaats gevonden. Hierdoor is zij niet in de gelegenheid geweest haar visie op de laatste stand van zaken te geven noch om invloed uit te oefenen op de besluitvorming van de werkgever. Werkgever heeft ook verzuimd de verweerprocedure ex art. H-43 CAO-BVE te volgen. Daarenboven valt niet in te zien waarom verweerder de blijkbaar langer bestaande klachten over plichtsverzuim heeft geaccepteerd zonder enige maatregel te treffen om daaraan een einde te maken.
Werkgever heeft nagelaten werkneemster voldoende op de hoogte te brengen van de blijkbaar bij de werkgever heersende opvatting over de aard en ernst van de klachten over haar functioneren. Werkgever heeft in de ontslagbeslissing onvoldoende gemotiveerd waaruit het onvoldoende functioneren alsmede het plichtsverzuim van de werkneemster zou bestaan.
Beslissing onzorgvuldig tot stand gekomen en onvoldoende gemotiveerd.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-08-2003
102307 - Tussentijds ontslag uit een tijdelijk dienstverband
De werknemer is tussentijds ontslagen uit een dienstverband voor bepaalde tijd. Artikel 7:667 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een dienstverband voor bepaalde tijd slechts tussentijds kan worden opgezegd als deze mogelijkheid voor beide partijen (werkgever en werknemer) schriftelijk is overeengekomen. De Commissie overweegt dat in de CAO dan wel de arbeidsovereenkomst een als zodanig kenbare bepaling hierover dient te zijn opgenomen. De werkgever heeft desgevraagd aangegeven dat in de CAO-BVE enige artikelen zijn opgenomen die de juridische basis vormen voor het ontslag, namelijk de artikelen H-48 onder a, H-49 lid 1, H-50, H-51 onder a en H-54 onder b.
De Commissie overweegt dat deze artikelen alle handelen over het einde van de dienstbetrekking door opzegging in het algemeen. De mogelijkheid om een dienstverband voor bepaalde tijd tussentijds op te zeggen is niet in de CAO opgenomen. Evenmin bevat de arbeidsovereenkomst van de werknemer hierover een bepaling.
Aldus heeft de werkgever in strijd met artikel 7:667 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek tussentijds opgezegd zodat het beroep zodat het beroep om die reden reeds gegrond verklaard dient te worden.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-08-2003
102294 - Tussentijds ontslag tijdelijk dienstverband
Tussentijds ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulde betrekking. Art. 7:667 lid 3 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een dienstverband voor bepaalde tijd slechts tussentijds kan worden opgezegd als deze mogelijkheid voor beide partijen schriftelijk is overeengekomen. Desgevraagd heeft de werkgever ter zitting bevestigd dat van een dergelijke overeenkomst bij het aangaan van het dienstverband geen sprake is. De werkgever heeft daarbij gesteld dat partijen wel overeengekomen zijn om in onderling overleg alsnog tot beëindiging van het dienstverband over te gaan. De werknemer heeft dit echter weersproken. Nu de werkgever geen schriftelijk bewijs van een beëindigingsovereenkomst heeft overgelegd volgt de Commissie de werknemer in haar visie dat er geen sprake is van een dergelijke overeenkomst. Opzegging in strijd met art. 7:667 lid 3 BW. Het beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-08-2003
102372 - Verzoek voorlopige voorziening
De werkneemster is uit een deel van de betrekking ontslagen. In geschil is of dit deel vast of tijdelijk is. Werkneemster vreest dat indien herstel van het dienstverband volgt er onvoldoende werkzaamheden voor haar zullen zijn en vraagt voortzetting van haar werkzaamheden. De voorzitter weigert de gevraagde voorziening omdat er geen spoedeisend belang is: indien het beroep van de werkneemster in de bodemprocedure gegrond verklaard wordt, dan zal de werkgever bij herstel van de betrekkingsomvang betrokkene met passende werkzaamheden dienen te belasten zodat zich daarmee voor haar geen onherstelbaar nadeel zal voordoen. Indien de werkgever, zoals aangekondigd, besluit tot het niet-herstellen van het dienstverband kan de werkneemster hierop nader actie ondernemen. Het voert naar het oordeel van de Voorzitter te ver spoedeisend belang aanwezig te achten louter vanwege het feit dat deze laatste situatie zich mogelijk zou kunnen voordoen. Gesteld noch gebleken is dat de werkneemster in afwachting van de uitkomst van de bodemprocedure grote financiële schade lijdt of kan lijden.
De Voorzitter weigert de gevraagde voorziening.
De complete tekst kunt u hier dowloaden.
08-07-2003
102326 - Beroep tegen mededeling dat verlengd tijdelijk dienstverband eindigt
Uitspraak in vereenvoudigde behandeling.
Het tijdelijk dienstverband eindigt van rechtswege door het verstrijken van de tijd waarvoor het is aangegaan. De CAO-BVE schrijft geen opzegging voor. De brief waartegen het beroep is gericht, is derhalve een mededeling dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt. Tegen een dergelijke mededeling, die geen beëindigingshandeling is, staat geen beroep open.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-07-2003
102324 - Beroep tegen mededeling dat verlengd tijdelijk dienstverband eindigt
Uitspraak in vereenvoudigde behandeling.
Tijdelijk dienstverband dat drie maal is verlengd. Ingevolge art. 7:668a lid 5 BW jo H-16a CAO-BVE kunnen ten hoogste 6 opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd worden aangegaan zonder dat sprake is van een vast dienstverband. De tijdelijke arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege door het verstrijken van de tijd waarvoor zij is aangegaan. De CAO-BVE schrijft geen opzegging voor. De brief waartegen het beroep is gericht is derhalve een mededeling dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt. Tegen een dergelijke mededeling, die geen beëindigingshandeling is, staat geen beroep open. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-07-2003
102293 - Beroep tegen mededeling dat verlengd tijdelijk dienstverband eindigt
Uitspraak in vereenvoudigde behandeling.
De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege door het verstrijken van de termijn waarvoor zij is aangegaan. De CAO-BVE schrijft geen opzegging voor. De brief waartegen het beroep is gericht, kan derhalve slechts worden aangemerkt als een mededeling dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt. Tegen een dergelijke mededeling, die geen beëindigingshandeling is, staat geen beroep open.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
03-07-2003
102272 - Beroep tegen disciplinaire schorsing
Appellant is docent en is geschorst vanwege twee incidenten met leerlingen waarbij volgens de werkgever bewust fysiek geweld is gebruikt en een denigrerende opmerking is gemaakt. De Commissie is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat appellant bewust fysiek geweld heeft gebruikt. Wel acht de Commissie plichtsverzuim aanwezig omdat appellant het risico heeft genomen dat hij een leerling in het gezicht raakt en omdat hij tegenover een andere leerling een beledigende opmerking heeft gemaakt. De schorsing in verband daarmee wordt buitenproportioneel geacht: er kan niet worden gezegd dat er sprake was van bewust fysiek geweld; één incident dateert van twee maanden vóór de schorsing en was reeds de volgende dag naar tevredenheid opgelost.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-06-2003
102274 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid met herplaatsing eigen functie voor 0,7 FTE.
Werkneemster is docent en voert aan dat zij, gelet op BAPO-verlof en seniorenregeling, in staat is voor 1 FTE werkzaam te zijn. De wijze waarop het functie-ongeschiktheidsonderzoek heeft plaatsgevonden, namelijk zonder dat daarover met werkneemster door USZO of bedrijfsarts contact is opgenomen, alsmede de wijze waarop de werkgever zich een oordeel heeft gevormd over de herplaatsingsmogelijkheden van de werkneemster, namelijk zonder advies van de arbeidskundige, zijn bepaald door het gegeven dat de werkgever er vanuit ging dat werkneemster akkoord ging met ontslag en herplaatsing voor 0,7 FTE. Dit akkoord wordt echter betwist en er is geen verslag van een beweerd overleg daarover met werkneemster. De werkgever beschikt niet over stukken waaruit zorgvuldig herplaatsingsonderzoek blijkt. Strijd met art. 20 BZA.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-06-2003
102235 - Beroep tegen tussentijdse beëindiging tijdelijk dienstverband op eigen verzoek
Appellant heeft zijn werkgever verzocht hem ontslag te verlenen, waarna de werkgever hem per brief van 30-01-2002 heeft ontslagen om gewichtige redenen, art H-54 onder e CAO-BVE. Bijna 3 maanden later bericht de advocaat van appellant de werkgever dat appellant het niet eens is met de inhoud van de brief van 30-01-2002. Weer 4 maanden later vinden besprekingen plaats waarna de werkgever bij brief van 29-11-2002 de gang van zaken heeft weergegeven. Tegen laatstgenoemde brief richt zich het beroep. De Commissie oordeelt het beroep niet-ontvankelijk: de brief van 29-11-2002 is geen ontslagbeslissing en het beroep is niet gericht tegen de ontslagbrief van 30-01-2002. Zelfs indien het beroep was gericht tegen de ontslagbeslissing van 30-01-2002, dan was het ook niet-ontvankelijk, enerzijds omdat er dan sprake zou zijn van niet-verschoonbare termijnoverschrijding, anderzijds omdat tegen een ontslag op eigen verzoek geen beroep open staat.
Beroep niet-ontvankelijjk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-04-2003
102225 - Beroep tegen overplaatsing in BVE-instelling
Beroep gericht tegen beslissing waarbij overplaatsingsbesluit na bezwaar wordt gehandhaafd. Overschrijding beroepstermijn.
In bestreden beslissing is de beroepsmogelijkheid niet vermeld. Op verzoek van de raadsman van appellant deelt de werkgever nog binnen de beroepstermijn van 6 weken, naam en adres van de Commissie mede. De werkgever vermeldt daarbij dat afgesproken wordt dat de beroepstermijn van 6 weken loopt vanaf deze mededeling. De Commissie overweegt ambtshalve dat zij op grond van art. N-1 aanhef en onder f CAO-BVE bevoegd is om kennis te nemen van een beroep tegen een beslissing tot overplaatsing naar een andere locatie van de instelling. Nu de werkgever in het oorspronkelijk overplaatsingsbesluit de mogelijkheid van beroep niet heeft genoemd doch wel de mogelijkheid van bezwaar heeft genoemd, van welke mogelijkheid de werknemer vervolgens gebruik gemaakt heeft, is de Commissie van oordeel dat tegen het besluit waarbij het bezwaar ongegrond verklaard wordt, redelijkerwijze beroep dient open te staan. De Commissie onderzoekt ambtshalve of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De beroepstermijn is niet ter vaststelling aan partijen. Nu de gemachtigde van appellant rechtskundig raadsman is en hij nog binnen de geldende beroepstermijn in kennis is gesteld van de beroepsmogelijkheid, -instantie en -termijn, kan niet worden gezegd dat hij er in redelijkheid op heeft kunnen vertrouwen dat beroep kon worden ingesteld binnen 6 weken na deze mededeling.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-03-2003
102190 Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid
Werknemer is assistent beheerder open leercentrum. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst beëindigd zonder inachtneming van een opzegtermijn en zelfs met terugwerkende kracht. Strijd met de CAO. Beroep reeds om die reden gegrond. Ten overvloede overweegt de Commissie dat niet is gebleken dat de gestelde feiten het ontslag kunnen dragen: werkgever heeft onvoldoende onderbouwd dat werknemer onbekwaam/ongeschikt zou zijn voor de vervulde functie.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-02-2003
102147 Beroep tegen van rechtswege eindigen tijdelijk dienstverband.
Het van rechtswege eindigen valt niet onder de voor beroep vatbaar besluiten genoemd in artikel 4.1.5. lid 1WEB. Werknemer heeft voorts niet gesteld dat de betrekking in vaste dienst had dienen te zijn. Toezeggingen van de werkgever tot voortzetting van het dienstverband kunnen niet door de Commissie getoetst worden.
De Commissie niet bevoegd kennis te nemen van het beroep.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-02-2003
102014 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid
De werknemer is docent en stelt dat het ontslag is gegeven wegens arbeidsongeschiktheid en herstel binnen zes maanden te verwachten is. Partijen zijn het eens over onbekwaamheid/ongeschiktheid van werknemer voor functie van docent. Commissie constateert dat werknemer is hersteld verklaard door de bedrijfsarts, welk oordeel is gestaafd door een second opinion. Derhalve geen medische gronden aanwezig zodat de gehanteerde ontslaggrond juist. Voorts heeft de werkgever de werknemer voldoende ondersteund in het vinden van ander passend werk.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-01-2003
102104 Reorganisatieontslag TOA
Volgens het reorganisatieplan dient de functiecategorie TOA met 1 FT te worden ingekrompen. Volgens de overeengekomen afvloeiingscriteria komt degene met de minste diensttijd het eerst voor gedwongen ontslag in aanmerking. Twee collega-TOA's hebben een geringere diensttijd en zijn niet ontslagen omdat zij per datum van inkrimping zijn benoemd tot instructeur. De functiecategorie instructeur komt niet voor in het reorganisatieplan en de werkgever laat de instructeursfunctie rusten op de TOA-formatie. De Commissie is van oordeel dat de benoemingen tot instructeur ten tijde van de vaststelling van het reorganisatieplan voorzienbaar waren en daarin hadden moeten zijn verwerkt. Nu dit niet het geval is, wordt uitgegaan van de TOA-formatie zoals opgenomen in het reorganisatieplan en is werkneemster binnen die formatie niet degene met de minste diensttijd in het onderwijs zodat zij niet voor ontslag in aanmerking komt.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-01-2003
102230 - Verzoek voorlopige voorziening opheffing schorsing
Werkgever heeft werkneemster - coördinator van een afdeling - geschorst op grond van art. H-38 CAO-BVE omdat hem signalen hebben bereikt over de wijze waarop zij de financiële gang van zaken op haar afdeling heeft vormgegeven. De werkneemster ontkent de noodzaak tot schorsing en wenst inzage in een door de werkgever gemaakte rapportage. De werkneemster is hiervoor al geschorst op grond van artikel H-37 van de CAO-BVE. De voorzitter oordeelt dat de CAO-BVE toestaat dat een schorsing gebaseerd op artikel H-37 wordt gevolgd door een schorsing op grond van artikel H-38. Voorts is voldoende aannemelijk geworden dat er op de afdeling van de werkneemster sprake was van onprofessionele behandeling van geldstromen en daarmee gepaard gaande vraagtekens die door medewerkers van de afdeling zijn gezet bij het functioneren van de werkneemster. Werkneemster heeft nog geen verantwoording afgelegd over haar handelwijze. Dit is voldoende ernstig om schorsingsbesluit te dragen. Inzage in interne rapportage is in de huidige stand van zaken nog niet aan de orde.
Gevraagde voorziening wordt geweigerd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-01-2003
102024 - Beroep tegen berisping; BVE
Berisping is opgelegd omdat de docent opmerkingen zou hebben gemaakt jegens een leerlinge die ondoordacht zijn, de grenzen van het betamelijke overschrijden en daardoor onacceptabel zijn voor een docent. De werknemer erkent de gewraakte opmerkingen te hebben geuit doch wijst op de context waarin hij deze heeft gemaakt.
De Commissie overweegt dat er sprake is van plichtsverzuim doch acht de opgelegde maatregel niet proportioneel nu het een drietal opmerkingen betreft die zich in een lange tijdspanne hebben voorgedaan en er geen sprake lijkt te zijn van een structurele handelwijze van de werknemer.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-12-2002
102027 - Beroep tegen niet-verlengen verlengd tijdelijk dienstverband
Werkgever verwijst naar artikel 7:668a BW en stelt dat het dienstverband van rechtswege is geëindigd. De Commissie constateert dat de eerste akte van benoeming is gebaseerd op het bepaalde in artikel H-12 onder a CAO-BVE, namelijk een eerste tijdelijk dienstverband. Vervolgens is het dienstverband door de werkgever verlengd op grond van artikel H-13 CAO-BVE, Omdat het dienstverband vervolgens weer doorliep, werknemer eerst na maanden een schriftelijke bevestiging ontving omtrent de verlenging van het tijdelijk dienstverband en de werkgever ter zitting heeft beaamd dat er geen sprake was van vervangingswerkzaamheden of van werkzaamheden van kennelijk tijdelijke aard, concludeert de Commissie dat werknemer kennelijk goed functioneerde en het dienstverband zodoende na een periode van twee jaar is omgezet in een vast dienstverband zodat er sprake is van een ontslagbesluit dat op verkeerde gronden berust.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-11-2002
102117 - Beroep tegen overplaatsing
De CAO geeft aan dat beroep kan worden ingesteld tegen een overplaatsing in het kader van de bestuursaanstelling. Het begrip bestuursaanstelling is bij de invoering van de WEB niet gehandhaafd. Nu de CAO, nadat de WEB in 1996 is ingevoerd, nog steeds hetzelfde begrip hanteert, dient het ervoor gehouden te worden dat de bedoeling van de CAO is dat de werknemer nog steeds bescherming tegen een willekeurige overplaatsing wordt geboden. De werkgever hanteert een Sociaal Statuut waarin wordt aangeven dat een gedwongen overplaatsing aan de orde kan zijn in het geval van een reorganisatie. Van een reorganisatie is echter geen sprake. Toch wordt als reden voor de overplaatsing boventalligheid aangevoerd. De Commissie oordeelt dat de werkgever in strijd met het Sociaal Statuut heeft gehandeld.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-11-2002
102115 - Beroep tegen de schriftelijke mededeling van de werkgever dat het dienstverband niet zal worden verlengd
De werknemer heeft een aantal opvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten gehad. Werknemer meent dat niet altijd een geldige reden voor de tijdelijkheid van het dienstverband aanwezig was alsmede dat in strijd met artikel H-16a van de CAO-BVE het aantal van zes opvolgende tijdelijke contracten is overschreden zodat sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd zodat ontslag heeft plaats gehad zonder geldige reden. De werkgever geeft aan dat de werknemer een aantal tijdelijke aanstellingen heeft gehad wegens vervanging. Het aantal van zes opvolgende contracten is niet overschreden. Er is op geen moment een dienstverband voor onbepaalde tijd ontstaan. De Commissie acht aannemelijk dat de werknemer ter vervanging is benoemd. Voorts heeft de werknemer zes opvolgende contracten gehad met daarnaast tweemaal een tijdelijke uitbreiding van deze contracten. De Commissie oordeelt dat deze uitbreidingen niet kunnen worden aangemerkt als opvolgende contracten in de zin van artikel H-16a CAO-BVE alsmede artikel 7:668a BW. Derhalve is er slechts sprake van een mededeling dat het dienstverband niet zal worden verlengd. Hiertegen staat geen beroep open.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-06-2002
102003 - Beroep tegen ontslag uit de gehele betrekking onder herbenoeming voor een restant van 1 FTE
De werkgever heeft aangegeven de overuren van de werknemer, welke hij reeds geruime tijd vervult, te gaan afbouwen. Het overleg hierover heeft niet tot overeenstemming geleid. De werkgever is vervolgens overgegaan tot afbouw van de uren. Dit is volgens de werkgever geen ontslag. De werknemer meent dat alleen in overleg, dus na toestemming van de werknemer, tot afbouw van de overuren kan worden overgegaan. De eenzijdige aanpassing van de omvang van de betrekking wordt door de werknemer als ontslag gezien. De Commissie stelt vast dat artikel H-10 van de CAO-BVE bepaalt dat de betrekkingsomvang van een docent slechts voor bepaalde tijd mag worden uitgebreid tot een werktijdfactor groter dan 1,0. Aldus moet er vanuit worden gegaan dat de uitbreiding van de betrekking van de werknemer impliciet is overeengekomen voor de duur van een jaar, samenvallend met het cursusjaar, van 1 augustus tot 1 augustus. Worden de overuren niet verlengd dan is sprake van het van rechtswege eindigen van dat deel van de betrekking door verstrijken van de overeengekomen termijn. Nu echter de beëindiging van de overuren plaats heeft gevonden per 01-12-2001 is er sprake van tussentijdse opzegging. Dit is echter op grond van artikel 7:667 lid 3 BW slechts mogelijk als voor ieder der partijen dit recht schriftelijk is overeengekomen. De CAO-BVE kent een dergelijk bepaling echter niet.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-04-2002
102088 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid
Hoewel de bedrijfsarts van mening was dat appellante kon worden gereïntegreerd, heeft de werkgever niet meegewerkt aan reïntegratie-activiteiten omdat hij het functieongeschiktheidsadvies van USZO afwachtte. Een onderzoek naar herplaatsingmogelijkheden heeft niet plaatsgevonden omdat in het functieongeschiktheidsadvies stond aangegeven dat dit niet verplicht was. Nu de bedrijfsarts van mening was dat kon gereïntegreerd worden, acht de Commissie het in strijd met goed werkgeverschap dat de werkgever hervatting onmogelijk heeft gemaakt. De werkgever is gedurende het gehele dienstverband gehouden om de reïntegratie van de zieke werknemer te bevorderen. Blind varen op het advies van USZO acht de Commissie onaanvaardbaar omdat de werkgever goed bekend was met de bevindingen van de eigen bedrijfsarts.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-02-2002
102087 Beroep tegen ontslag vanwege arbeidsongeschiktheid
USZO heeft aangegeven dat de werknemer na ontslag uit de eigen functie bij de werkgever nog bepaalde werkzaamheden zou kunnen doen. De werkgever is van mening dat om verschillende redenen, gelegen in geschiktheid voor het werk en beperkingen in de fysieke belastbaarheid, herplaatsing van de werknemer niet aan de orde is. De werknemer weerspreekt dit. De werkgevr draagt onvoldoende materiaal aan op grond waarvan geconcludeerd zou kunnen worden dat de werknemer inderdaad niet geschikt is voor de door USZO aangegeven werkzaamheden. De Commissie is van oordeel dat, mede gezien de ingrijpende gevolgen die een ontslag in verband met arbeidsongeschiktheid voor betrokkene heeft, de bepaling betreffende het herplaatsingsonderzoek nauw in acht genomen dient te worden. Er is geen sprake van een zorgvuldig onderzoek van de werkgever naar eventuele herplaatsingsmogelijkheden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
Zojuist verschenen: jaarverslag Onderwijsgeschillen 2011 en jaarverslag van de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs 2011
Uitspraak LCG WMS 11 april 2012 : termijnen voor indienen van instemmingsgeschil zijn dwingend
Nieuwe publicatie Onderwijsgeschillen: artikel in School en Wet over disciplinaire maatregel
Arrest Ondernemingskamer inzake vordering tot naleving WMS m.b.t. vergoeding kosten van rechtsbijstand
Advies Landelijke Bezwarencommissie Schoolbestuursbeslissingen (LBS): ontslag uit ID-betrekking
