12-04-2012

105203/105220 - Beroep tegen berisping en schorsing; HBO

Onder verantwoordelijkheid van werknemer heeft zich een voorval voorgedaan tijdens een practicumles waarbij een studente gewond is geraakt. De werkgever heeft werknemer een berisping alsook een disciplinaire schorsing opgelegd. Gelet op de niet adequate handelwijze van werknemer ten tijde van en na het ongeluk in de practicumles alsmede de gebleken volharding waarmee werknemer de aanwijzingen en voorschriften van de werkgever omtrent het gebruik van kooksteentjes in de wind heeft geslagen, is het opleggen van een berisping evenredig aan het gepleegde plichtsverzuim. Hoewel de CAO HBO niet uitsluit dat een werkgever naar aanleiding van één situatie meerdere maatregelen kan nemen, dienen de maatregelen, als het gaat om twee disciplinaire maatregelen, evenredig te zijn aan de twee binnen die situatie te onderscheiden plichtsverzuimen en zal toereikend gemotiveerd dienen te worden waarom niet kan worden volstaan met één disciplinaire maatregel. Voor hetzelfde feit kunnen niet twee disciplinaire maatregelen worden opgelegd. Voor het disciplinair schorsen van werknemer voor een deel van zijn werkzaamheden en het niet toestaan van het verrichten van zijn practicumwerkzaamheden, naast het opleggen van een berisping, is geen grond. Een toereikende motivering van de werkgever ontbreekt. Beroep tegen berisping ongegrond; beroep tegen schorsing gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.

12-04-2012

105252 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel; HBO

De werknemer is geschorst vooruitlopend op een bij de kantonrechter in te dienen verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Gebleken is dat de werkgever de door de CAO HBO voorgeschreven formaliteiten in acht heeft genomen. Voorts is gebleken dat de ontbindingsprocedure inmiddels in gang is gezet en dat behandeling van het verzoek op korte termijn plaats zal hebben.
Het is niet onbegrijpelijk en niet onredelijk dat de werkgever, nadat hij tot het voornemen is gekomen de arbeidsovereenkomst te doen ontbinden, de werknemer in afwachting van de beschikking van de kantonrechter, niet op de instelling wilde toelaten. Schorsing was derhalve in de ontstane situatie een passende ordemaatregel. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.

27-02-2012

105131 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; HBO

Werkneemster is al sinds 2006 arbeidsongeschikt  als gevolg waarvan zij de werkzaamheden behorende bij haar functie van managementassistente niet meer feitelijk kon verrichten. Omdat de werkgever er niet in is geslaagd een passende functie te vinden voor werkneemster is hij overgegaan tot beëindiging van het dienstverband op grond van opheffing van de betrekking. De functie waarin werkneemster is benoemd is als zodanig niet opgeheven en voorts is geen sprake van opheffing van de betrekking wegens reorganisatie. Derhalve mist de ontslagbeslissing voldoende feitelijke grondslag. Beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.

21-02-2012

105127 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking en gewichtige redenen; HBO

Werknemer is al sinds 1976 in dienst van de werkgever. Zijn werkzaamheden zijn komen te vervallen als gevolg van de beslissing om de afstudeerrichting Docent Muziek, waarin werknemer werkzaam was, af te bouwen en door de keuze van het conservatorium om zich uitsluitend te richten op lichte muziek. Dit heeft als gevolg gehad dat werknemer niet goed meer inzetbaar was op het conservatorium als klassiek geschoold musicus. De werkgever heeft  voldoende invulling gegeven aan de herplaatsingsverplichting als genoemd in artikel Q-2 lid 1 CAO-HBO zodat hij in redelijkheid heeft kunnen overgaan tot opzegging van het dienstverband op grond van opheffing van de betrekking. Omdat de eerste grond het ontslag kan dragen, behoeft de ontslaggrond gewichtige redenen geen verdere bespreking. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

20-02-2012

105283 -Verzoek voorlopige voorziening om opheffing van schorsing; HBO.

De werknemer is bij wijze van ordemaatregel geschorst  vooruitlopend op een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Nietigverklaring van de schorsing betreft geen voorlopige maar een definitieve voorziening zodat het verzoek in zoverre niet kan worden toegewezen. Voor zover het verzoek moet worden geïnterpreteerd als een verzoek om opschorting van de schorsing en toelating tot het werk in afwachting van een uitspraak van de kantonrechter, geldt dat niet gebleken is dat van een vruchtbare samenwerking nog sprake zou kunnen zijn, waarbij de werkgever bovendien heeft aangegeven op korte termijn aan te koersen op een beëindiging van het dienstverband. Onder deze omstandigheden is het onwaarschijnlijk dat de Commissie van Beroep in de bodemprocedure het beroep tegen de schorsing gegrond zal verklaren. Het  verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wordt afgewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

02-02-2012

104967 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; HBO

De werknemer is 50% arbeidsongeschikt en de werkgever ontslaat hem voor 0,5 fte. De werkgever heeft ter zitting gesteld dat de ontslagbeslissing dient te worden aangemerkt als een beslissing om de werknemer voor zijn gehele dienstverband te ontslaan onder aansluitende (her)benoeming voor 50%. In dat geval had in de beslissing echter vermeld moeten staan in welke functie appellant voor zijn resterende 50% zou worden herbenoemd. Op grond van artikel 20 lid 11 ZAHBO had de werkgever appellant na ontslag uit zijn gehele betrekking dienen te benoemen in een door de arbeidsdeskundige passend geachte functie. Uit de rapportage van de arbeidsdeskundige blijkt dat er bij de werkgever tenminste één passende functie was. Door het ontbreken van een passage hierover in de beslissing moet worden geconcludeerd dat de werknemer voor 50% benoemd blijft in zijn oorspronkelijke functie van senior HRM-consultant. Voor die functie is hij echter arbeidsongeschikt geoordeeld en op grond van de diverse rapporten is herstel voor die functie ook niet binnen zes maanden te verwachten. De bestreden ontslagbeslissing voldoet niet aan de daaraan in artikel Q-4 CAO HBO juncto artikel 20 lid 11 ZAHBO gestelde vereisten. Het beroep is gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden

13-12-2011

105108 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel; HBO

Na toezending aan een student van een herkansingstoets met de daarbij behorende antwoorden, is de werknemer geschorst als ordemaatregel. De werkgever heeft daarbij de in artikel P-2 CAO-HBO voorgeschreven procedure niet juist gevolgd. Op grond van lid 3 van dit artikel kan de werkgever de beslissing tot schorsing bestendigen nadat het in het tweede lid bedoelde verweer heeft plaatsgevonden. Het artikel bepaalt dat de werkgever de schorsing kan bestendigen. Dit woord 'kan' dient aldus te worden uitgelegd dat de werkgever de beslissing tot schorsing moet laten volgen door een beslissing te bestendigen indien hij de schorsing wenst te laten voortduren. Alleen als de werkgever de schorsing niet wenst te laten voortduren, volgt er geen bestendigingsbeslissing. In dat geval dient de werknemer weer tot het werk te worden toegelaten. De werkgever heeft nagelaten om na het indienen van verweer door werknemer een zogenoemde bestendigingsbeslissing te nemen terwijl hij de schorsing wel heeft laten voortduren. Hierdoor is de werknemer geschaad in zijn door de CAO beschermd belang doordat de werkgever de door hem in zijn verweer aangevoerde argumenten niet heeft meegewogen. Beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.

06-09-2011

104942 - Beroep tegen ontslag op staande voet; HBO

Werknemer is op staande voet ontslagen wegens diefstal van geld.
De werkgever heeft deze conclusie gebaseerd op camerabeelden en op verklaringen van andere werknemers.
De aan het ontslag ten grondslag gelegde feiten zijn voldoende aannemelijk geworden en gezien de ernst van deze feiten is sprake van een dringende reden ten gevolge waarvan van de werkgever redelijkerwijze niet meer verlangd kon worden het dienstverband met de werknemer te laten voortduren. Het ontslag is voorts onverwijld verleend. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

08-07-2011

105028 - Verzoek voorlopige voorziening tot opheffing schorsing; HBO.

De werknemer is door de werkgever meegedeeld dat hij, in afwachting van ontslag, met onmiddellijke ingang al zijn werkzaamheden voor de werkgever dient te staken en dat hij daarbij een schriftelijk overdrachtsdossier dient op te stellen. De werknemer beschouwt dit als een schorsing en verzoekt om opheffing van deze schorsing. De werkgever heeft ontkend dat sprake is van een schorsing. Gebleken is dat de werknemer zijn werkzaamheden feitelijk is blijven vervullen. De werkgever heeft ook uitdrukkelijk aangegeven dat van schorsing geen sprake is en hij heeft de werknemer ook toegelaten tot zijn werkzaamheden. Aldus dient de zinsnede in de brief van de werkgever over de vrijstelling van werkzaamheden gelezen te worden als een dwingend geformuleerde aanbeveling aan de werknemer om de werkzaamheden te staken in afwachting van het ontslag per 1 november 2011. Daarenboven heeft de werkgever bij brief van 17 juni 2011 aan de werknemer aangegeven dat geen sprake is van schorsing en dat de werknemer indien hij dit wil, zijn werkzaamheden kan voortzetten tot 1 november 2011. Aldus is geen sprake van een schorsing zodat de werknemer geen belang heeft bij een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt afgewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

07-07-2011

104933 - Beroep tegen verlenging schorsing als ordemaatregel; HBO

De schorsing van de werkneemster als ordemaatregel is met drie maanden verlengd. Anders dan de werkgever stelt, geldt dat de formaliteiten die gelden bij een schorsing eveneens in acht genomen moeten worden bij de verlenging van een schorsing. Immers, bij het nemen van een beslissing als deze dient de werkgever alle omstandigheden van het geval in aanmerking te nemen. Omdat de werkgever vóór het nemen van zijn beslissing heeft nagelaten de werkneemster hierover te horen is deze geschaad in haar door de CAO HBO beschermde belang om voorafgaand aan het opleggen of verlengen van een schorsing de gelegenheid te krijgen om te worden gehoord. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

01-06-2011

104943 - Verzoek voorlopige voorziening; HBO

De werknemer is conciërge en is op staande voet ontslagen wegens verdenking van het wegnemen van een geldbedrag. Tegen het ontslag is beroep bij de Commissie ingesteld. De werknemer vraagt de Voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening om doorbetaling van salaris. Uit de door de werkgever overgelegde camerabeelden is niet op te maken dat de werknemer geld uit een portemonnee heeft gehaald. De verklaringen die door de collega's over de werknemer zijn afgelegd geven niet een eenduidig beeld over de gang van zaken. Voorts is door de werkgever geen inzage gegeven in het kasboek zodat niet is aangetoond dat geld is verdwenen. Het geheel overziend is de Voorzitter van oordeel dat hetgeen de werkgever als feitencomplex aan het ontslag ten grondslag heeft gelegd thans niet is komen vast te staan. De werknemer heeft de feiten voldoende gemotiveerd betwist. De Voorzitter wijst de gevraagde voorziening (doorbetaling salaris) toe.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

02-05-2011

104891 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel; HBO

Werkneemster is geschorst als ordemaatregel. Artikel P-2 lid 3 CAO HBO bepaalt dat de werkgever een besluit tot schorsing kan bestendigen nadat verweer heeft plaatsgevonden of nadat de werknemer te kennen heeft gegeven van verweer af te zien. De verweertermijn van drie weken is bij CAO bepaald en geldt ook in het kader van een schorsing als ordemaatregel. Niet valt in te zien dat, zoals de werkgever stelt, werkneemster heeft aangegeven af te zien van de mogelijkheid tot het voeren van verweer. Voor de werkgever had duidelijk moeten zijn dat werkneemster van plan was inhoudelijk verweer te voeren, waartoe zij, gezien de termijn, ook nog de mogelijkheid had. De beslissing de schorsing te bestendigen is voortijdig en in strijd met de CAO genomen. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

28-04-2011

104688 - Beroep tegen vermindering betrekkingsomvang; HBO.

De overschrijding van de beroepstermijn is verschoonbaar: door de wisselende benoemingen voor de werknemer een onoverzichtelijke situatie was ontstaan en waarbij de werkgever hem pas op een laat tijdstip heeft gewezen op de mogelijkheid van beroep, heeft de werknemer de voorziening in beroep gevraagd zo spoedig mogelijk als van hem verlangd kon worden. Voor de berekening van de betrekkingsomvang van 0,5 fte als bedoeld in artikel D-5 lid 1 onder a CAO-HBO dient niet enkel het vaste gedeelte van het dienstverband, maar ook het tijdelijke deel te worden meegerekend. Aldus is na het eerste tijdelijke dienstverband van de werknemer voor 0,5669 fte bij opeenvolging van tijdelijke arbeidsovereenkomsten en tijdelijke uitbreiding van de betrekking na 3 jaar een vast dienstverband ontstaan.  De vermindering van de betrekkingsomvang houdt derhalve deeltijdontslag in, voor welk ontslag geen geldige grond is. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

12-04-2011

104927 - Verzoek voorlopige voorziening opheffing schorsing; HBO

Werkneemster heeft beroep ingesteld tegen de mededeling van de werkgever dat zij in het kader van een reorganisatie volledig van haar taken als onderwijsmanager is ontheven. Zij beschouwt dit als een schorsing en verzoekt tot het treffen van een voorlopige voorziening, inhoudende opheffing van deze schorsing en wedertewerkstelling. De werkgever voert aan dat er geen sprake is van een schorsing maar van ontheffing uit de functie in verband met reorganisatie. Het beroep is gericht tegen een besluit tot schorsing en zodoende ontvankelijk. De schorsing is voor onbepaalde tijd opgelegd. De werkgever heeft verzuimd de procedurevoorschriften van artikel P-2 CAO-HBO te volgen. De werkneemster is niet op de voorgeschreven wijze in de gelegenheid gesteld zich tegen de opgelegde schorsing te verweren. Daarom kan met voldoende mate van waarschijnlijkheid worden gezegd dat de Commissie het beroep in de bodemprocedure gegrond zal verklaren. Van zwaarwegende omstandigheden die aan een terugkeer van de werkneemster in haar functie in de weg zouden staan is niet gebleken. De Voorzitter schorst de beslissing en bepaalt dat de werkgever werkneemster dient toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden tot het moment dat de Commissie van Beroep uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Verzoek toegewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

19-04-2011

104860 - Beroep tegen ontslag op staande voet; HBO

De werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij een collega zou hebben bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht. Het is weliswaar aannemelijk dat de werknemer zich onheus heeft uitgelaten tegenover zijn collega, maar gezien de diversiteit van de afgelegde verklaringen, het ontbreken van ondersteunende verklaringen van andere collega's en de betwisting door de werknemer dat hij zich in de door de werkgever aangegeven zin heeft uitgelaten, kan niet worden vastgesteld dat sprake is geweest van zodanig ernstige bedreigingen dat dit een dringende reden zou kunnen opleveren voor een ontslag op staande voet. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

28-02-2011

104775 - Beroep tegen beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; HBO

De werkgever heeft meegedeeld dat het tweede tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet. Werkneemster stelt echter dat de werkgever met haar aansluitend een nieuw derde dienstverband is overeengekomen. Volgens werkneemster is dat derde dienstverband tussentijds opgezegd.
Slechts als werkelijk sprake is van een voortgezette betrekking zou een voor beroep vatbare beslissing voorhanden kunnen zijn. Van een nieuw aangegaan tijdelijk dienstverband of van enige concrete toezegging daaromtrent door of van de werkgever is niet gebleken.
Aldus is het beroep niet gericht tegen een van de beslissingen waartegen beroep bij de Commissie open staat. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

16-12-2010

104618 - Beroep tegen ontslag op staande voet; HBO

Werknemer is op staande voet ontslagen vanwege een strafrechtelijke veroordeling voor het downloaden en in bezit hebben van kinderporno.  De werkgever heeft in zijn schriftelijke bevestiging van het mondeling gegeven ontslag de werknemer onverplicht de verweermogelijkheid geboden, van welke mogelijkheid de werknemer gebruik heeft gemaakt. Na het verweer heeft de werkgever de ontslagbeslissing bekrachtigd. Daarna heeft de werknemer beroep ingesteld. De beroepstermijn van 6 weken is met 30 dagen overschreden. Het feit dat de werknemer van de geboden verweermogelijkheid gebruik heeft gemaakt, laat onverlet dat het besluit  waartegen verweer gevoerd is, een definitief besluit is, waartegen beroep bij de Commissie open staat. Uit de aard van een ontslag op staande voet volgt immers dat het ontslag onmiddellijk ingaat. Vaststaat dat de werknemer reeds in het gesprek  waarin hem mondeling ontslag op staande voet is aangezegd, rechtskundig werd bijgestaan door een gemachtigde van wie redelijkerwijze verwacht mag worden dat deze bekend was met de mogelijkheid om, al dan niet pro forma, beroep in te stellen bij de Commissie. Er is derhalve in beginsel sprake van niet-verschoonbare termijnoverschrijding.  Er zijn geen bijzondere omstandigheden aanwezig die de termijnoverschrijding in casu verschoonbaar maken. De werknemer heeft niet  zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs verlangd kan worden beroep ingesteld.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

13-07-2010

104467 - Beroep tegen een ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; HBO

Werkneemster is sedert 2002 arbeidsongeschikt en ontvangt een WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55%. De functie van werkneemster is sedert 2003 opgeheven. Vanaf 2004 verricht werkneemster vanuit haar eigen bedrijf werkzaamheden voor de voormalige commerciële contract-activiteitenpoot van de hogeschool. Tussen partijen was met name in geschil of er al dan niet reële herplaatsingsmogelijkheden voor werkneemster bij de werkgever zijn. Gezien de concrete omstandigheden is de Commissie van oordeel dat er geen reële herplaatsingsmogelijkheden voor werkneemster zijn en dat is voldaan aan de vereisten van artikel 20 lid 2 ZAHBO. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.

08-04-2010

104324 - Beroep tegen niet voortzetten dienstverband voor bepaalde tijd; HBO

De werknemer had vanaf 1 februari 2005 een ambtelijke aanstelling en verrichtte op detacheringbasis bij de werkgever projectwerkzaamheden. Met ingang van 1 maart 2008 is hij in dienst getreden bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Deze arbeidsovereenkomst is daarna verlengd. De werkgever heeft meegedeeld de arbeidsovereenkomst, vanwege een onvoldoende beoordeling, niet verder te verlengen. De werknemer stelt dat hij inmiddels in vaste dienst is en dat de werkgever hem aldus uit een vast dienstverband heeft ontslagen. Onder "arbeidsovereenkomst" in de zin van artikel 7:667 BW en artikel 7:668a BW wordt geen ambtelijke aanstelling begrepen. Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met de werkgever niet is aan te merken als een voortzetting van de ambtelijke aanstelling. Derhalve had de werknemer een tijdelijke arbeidsovereenkomst die per 1 augustus 2009 eindigde door het enkele verstrijken van de termijn waarvoor deze was aangegaan. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

29-03-2010

104396 - Beroep tegen Schorsing; HBO

Na enkele eerdere schorsingsbeslissingen heeft de werkgever de werknemer opnieuw geschorst in afwachting van de beslissing van de kantonrechter op het verzoek om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. Hoewel de werkgever een eerdere verlenging van de schorsing heeft ingetrokken, neemt dat niet weg dat de werknemer gedurende die periode feitelijk wel geschorst is geweest. Voorts is de grond voor schorsing steeds in hetzelfde feitencomplex gelegen geweest. Aangezien een schorsing op grond van artikel P-1 lid 4 CAO-HBO maximaal zes maanden mag duren en deze periode ruimschoots is overschreden, is het beroep reeds om deze reden gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.

18-03-2010

104373 - Beroep tegen ontslag op staande voet; HBO

De werknemer is enige malen op het werk afwezig geweest en als hij daarop wordt aangesproken stelt hij een geldige reden hiervoor te hebben. Daarbij claimt de werknemer ook verlof voor de komende week. Als hij die week niet aanwezig is ontslaat de werkgever hem op staande voet. Dat de werkgever er streng op toezag dat de werknemer voor zijn afwezigheid een geldige reden had, is begrijpelijk. Echter, de werkgever had in de gegeven omstandigheden niet kunnen volstaan met het slechts één maal manen van de werknemer om de vereiste gegevens over te leggen. De werkgever had de werknemer na zijn vakantie een laatste maal in de gelegenheid moeten stellen om de vereiste gegevens over te leggen om zo helderheid over de grond van afwezigheid te kunnen krijgen. Aldus is niet vast komen te staan dat de afwezigheid van de werknemer ongeoorloofd was. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

01-02-2010

104295/104325/104333 - Schorsing en verlenging schorsing; HBO

Werknemer was werkzaam als directeur. Na een onvoldoende beoordeling heeft hij gesproken met de voorzitter van de Raad van Toezicht. Deze constateerde dat er een sprake was van een vertrouwensbreuk tussen de werknemer en het College van Bestuur. Werkgever heeft werknemer geschorst vanwege ontbreken van noodzakelijk vertrouwen. Schorsing na drie maanden verlengd in afwachting van ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter. Verzoek voorlopige voorziening tegen verlengde schorsing afgewezen (104334). Beslissing verlenging schorsing ingetrokken, beroep daartegen niet-ontvankelijk.
Gelet op het feit dat een directeur rechtstreeks ressorteert onder het CvB heeft de werkgever in redelijkheid kunnen beslissen de werknemer uit zijn taken te ontheffen vanwege de problemen in de samenwerking in afwachting van een oplossing van deze problemen. Gelet op het gehele feitencomplex rondom de opgelegde schorsingen en onder verwijzing naar de uitspraak van de voorzitter gaat de Commissie ervan uit dat de werkgever op passende wijze invulling zal geven aan artikel P-3 CAO HBO (rehabilitatie). Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

17-12-2009

104327 / 104371 - Uitspraak in vereenvoudigde behandeling; HBO

Beroep naar aanleiding van de ontvangst door werkneemster van een voorlopig rooster alsmede beroep naar aanleiding van de ontvangst van een brief van de werkgever inhoudende een verbod een leerlinge te begeleiden. De beroepen zijn feitelijk gericht tegen de beëindiging van de tijdelijke uitbreiding van de betrekking van werkneemster per 1 augustus 2008. Werkneemster heeft tegen deze beëindiging destijds geen beroep ingesteld. Nu zij zich reeds sedert mei 2009 van rechtskundige bijstand heeft voorzien en vervolgens nog heeft gewacht tot 22 september 2009 met het instellen van beroep kan niet worden gesteld dat zij zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs verlangd kan worden beroep heeft ingesteld. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.
Beroepen kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

30-11-2009

104206 - Beroep tegen mededeling beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; HBO

Werknemer voert aan dat er sprake is geweest van een doorlopend dienstverband waardoor er na 36 maanden een dienstverband voor onbepaalde tijd is ontstaan. De werkgever heeft daartegen aangevoerd dat er geen sprake is van opeenvolgende dienstverbanden omdat werknemer in de periode 1 maart 2006 tot 11 september 2006 niet werkzaam is geweest op basis van een arbeidsovereenkomst waardoor sprake is van een tussenperiode van meer dan 3 maanden waardoor de keten is onderbroken. Werknemer heeft gedurende deze periode wel werkzaamheden verricht maar dat was volgens de werkgever op basis van een overeenkomst van opdracht. De Commissie kwalificeert de werkzaamheden van de werknemer in de genoemde periode als een arbeidsovereenkomst omdat aan alle criteria voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst is voldaan: arbeid, gezagsverhouding en loon gedurende een zekere tijd. Dit betekent dat de periode tussen de dienstverbanden in minder dan 3 maanden bedraagt waardoor de dienstverbanden op grond van art. D-5 lid 3 CAO-HBO en art. 7:668a BW opvolgend zijn. Aldus is het tijdelijk dienstverband van werknemer op 17 november 2006 overgegaan in een vast dienstverband zodat de bestreden beslissing neerkomt op een ontslagbeslissing. Aangezien een ontslag uit een vast dienstverband niet gebaseerd kan worden op een beëindiging van rechtswege van een tijdelijk dienstverband is er geen juiste opzeggrond. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

03-11-2009

104341 - Verzoek voorlopige voorziening beëindiging tijdelijke uitbreiding uren; HBO

Appellante heeft beroep bij de Commissie ingediend nadat zij van haar werkgever een voorlopig rooster had ontvangen waaruit bleek dat bepaalde lesuren die de voorgaande jaren steeds aan haar waren toebedeeld nu aan een collega waren toebedeeld. Appellante heeft de Voorzitter van de Commissie verzocht een zodanige voorlopige voorziening te treffen "dat haar belangen niet worden geschaad". De Voorzitter overweegt dat het beroep van appellante feitelijk is ingesteld tegen de beëindiging van een tijdelijke uitbreiding per 1 augustus 2009. Appellante heeft hiertegen naar het oordeel van de Voorzitter niet tijdig beroep ingesteld bij de Commissie en voorts is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Dientengevolge acht de Voorzitter het waarschijnlijk dat de Commissie het beroep in de bodemprocedure niet-ontvankelijk zal verklaren en wijst hij het verzoek om een voorlopige voorziening af. De complete tekst kunt u hier downloaden.

28-10-2009

104334 - Verzoek voorlopige voorziening; HBO

De werknemer, opleidingsdirecteur, heeft verzocht om een voorlopige voorziening inhoudende opschorting van een tweetal schorsingsbeslissingen en het toekennen van bepaalde beloningselementen. Werkgever heeft de schorsing opgelegd omdat er geen sprake meer was van de vertrouwensbasis die in de omgang tussen bestuurders en directeur noodzakelijk is.
Naar het voorlopig oordeel van de Voorzitter zal de Commissie het beroep tegen de verlenging van de schorsing gegrond achten. Niettemin gaat de Voorzitter niet over tot schorsing van de schorsing omdat de werknemer zijn werkzaamheden reeds geruime tijd niet meer verricht en voorts een beslissing van de kantonrechter op een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op korte termijn is te verwachten en niet valt uit te sluiten dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst zal ontbinden. Een vordering om een negatieve beoordeling ongedaan te maken leent zich naar zijn aard niet voor een behandeling in voorlopige voorziening.
Voorlopige voorziening geweigerd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

28-07-2009

103668 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; HBO

Na tussenuitspraak is door het UWV een deskundigenoordeel uitgebracht. De Commissie doet nu definitief uitspraak.
Het deskundigenoordeel van het UWV houdt in dat de arbeidsongeschiktheid van de werkneemster onafgebroken twee jaar heeft geduurd en dat herstel binnen een periode van zes maanden na afloop van die twee jaar redelijkerwijs niet is te verwachten. Voorts is niet gebleken van reële herplaatsingmogelijkheden voor de werkneemster bij de werkgever.
Het UWV heeft wel in zijn deskundigenoordeel aangegeven dat de reïntegratie-inspanningen van de werkgever onvoldoende zijn geweest. Hierbij wordt met name gedoeld op de reïntegratie tweede spoor. De Commissie acht dit echter verschoonbaar gezien de omstandigheden van het geval. De werkneemster was al geruime tijd ziek, de reintegratie bij de werkgever was niet lang geleden mislukt terwijl de ziekte al meer dan twee jaar had geduurd. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

29-06-2009

104050 / 104159 - Beroepen tegen schorsing als ordemaatregel; HBO

Werknemer is geschorst bij wijze van ordemaatregel; die schoring is verlengd. Het beroep is gericht tegen beide beslissingen. Werknemer is sinds 1992 in dienst geweest. Na een reorganisatie volgde een aantal onvoldoende beoordelingen en werd tevergeefs mediation beproefd. Werkgever concludeerde dat hervatting niet mogelijk zou zijn en heeft werknemer na een periode van arbeidsongeschiktheid een schorsing als ordemaatregel opgelegd en deze schorsing verlengd in afwachting van ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter.
De Commissie dient ingevolge art. P-1 lid 4 CAO HBO te beoordelen of het belang van de werkgever vereiste dat de werknemer geschorst werd en bleef. Van belang is dat de werknemer reeds gedurende langere tijd voorafgaand aan de schorsing feitelijk geen werkzaamheden meer verrichtte. De werkgever heeft na twee mislukte mediations en een lange periode van afwezigheid van de werknemer in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat het belang van de instelling niet gediend zou zijn met hervatting van de werkzaamheden. Beroepen ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

23-03-2009

103996 - Beroep tegen schorsing onder inhouding van salaris; HBO

De werknemer is per brief van 8 september door de werkgever op de hoogte gesteld van het voornemen hem te schorsen en zijn salaris in te houden, waarbij hij in de gelegenheid is gesteld op  11 september mondeling verweer te voeren. De werknemer heeft zich door de zeer kort gestelde termijn niet voldoende kunnen voorbereiden op het verweer. Hij is hierdoor geschaad, in zijn door de CAO beschermd belang, om voorafgaande aan het opleggen van de disciplinaire maatregel door de werkgever op voldoende wijze te worden gehoord. Schorsing met inhouding van salaris komt niet in de CAO-HBO voor, zodat de door de werkgever genomen disciplinaire maatregel in strijd is met de CAO-HBO. Ook de Hoge Raad (HR 21 maart 2003, JAR 2003/91, Van der Gulik/Vissers & Partners) heeft bepaald dat een schorsing in de risicosfeer van de werkgever ligt, zodat de werkgever ook tijdens een schorsing verplicht is tot doorbetaling van loon, zelfs indien de werkgever gegronde redenen had om een werknemer te schorsen. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

19-02-2009

104001 - Beroep tegen ontslag op staande voet; HBO

Het onder invloed van alcohol verrichten van de lesgevende taken is in beginsel een dringende reden in de zin Artikel 7: 678 lid 1 BW. De werknemer heeft erkend dat hij gedronken heeft terwijl hij nog lessen diende te verzorgen en studenten hebben daarover geklaagd. De werkgever had de werknemer hiervoor nog kort geleden indringend gewaarschuwd. Na die waarschuwing had de werknemer de medische behandeling van zijn verslaving zodanig dienen in te richten dat er geen terugval kon ontstaan, althans had hij er in ieder geval zorg voor dienen te dragen dat hij niet meer onder invloed van alcohol les zou geven. Door niet eerder in te stemmen met medicamenteuze behandeling heeft de werknemer kennelijk het risico aanvaard dat hij in de periode tussen de waarschuwing en de aanvang van de behandeling met medicijnen zou terugvallen en weer onder invloed van alcohol les zou geven. De werknemer kan er zich dan ook niet over beklagen dat dit risico zich heeft verwezenlijkt. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

19-02-2009

103895 - Beroep tegen mededeling niet-verlengen van een tijdelijk dienstverband; HBO

Werkneemster is in haar eerste tijdelijk dienstverband niet door de werkgever beoordeeld in de zin van Hoofdstuk N CAO-HBO. Zij stelt dat daarom ingevolge art. D-3 lid 5 CAO-HBO haar dienstverband per 21-08-2008 in omgezet van tijdelijk naar vast. Wanneer de werkgever het dienstverband na een eerste jaar tijdelijkheid niet continueert, is overeenkomstig artikel Q-1 lid 2 onder c CAO-HBO sprake van het van rechtswege eindigen van de arbeidsovereenkomst door het verstrijken van de termijn waarvoor de overeenkomst is aangegaan. Tegen zowel het van rechtswege eindigen van de arbeidsovereenkomst als tegen het niet voortzetten van een tijdelijke arbeidsovereenkomst staat ingevolge artikel 4.7 WHW en artikel S-2 CAO-HBO geen beroep bij de Commissie open. De Commissie behoeft derhalve niet in te gaan op de vraag of de beoordeling van de werkneemster op alle punten voldoet aan de vereisten en in hoeverre de werkneemster zich op eventuele gebreken kan beroepen. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

30-01-2009

104002 - Beroep tegen ontslag op staande voet, loondoorbetaling, voorlopige voorziening; HBO

Werknemer is sinds 1982 als HBO-docent werkzaam. Werkgever is reeds een aantal jaren op de hoogte van de alcoholverslaving van de werknemer. In december 2008 waren er nieuwe klachten over alcoholgebruik. Werknemer werd op staande voet ontslagen en heeft daar beroep tegen ingesteld en tevens bij de Voorzitter een verzoek voorlopige voorziening tot doorbetaling van salaris ingediend. Vast staat dat de werknemer eind november onder invloed van alcohol les heeft gegeven. Gelet op een eerder gegeven waarschuwing is in beginsel een dringende reden voor ontslag aanwezig. In de omstandigheden van het geval ziet de Voorzitter echter reden om te oordelen dat het alcoholgebruik van eind november niet leidt tot het aannemen van een dringende reden. Ondanks bekendheid met de alcoholverslaving heeft de werkgever daar niet eerder daadkrachtig tegen opgetreden. Voorts had de werknemer zich ten tijde van het ontslag onder behandeling gesteld en wist de werkgever dat het probleem niet van de ene op de andere dag kon worden opgelost. Voorzitter acht het voldoende waarschijnlijk dat de Commissie het beroep van de werknemer gegrond zal verklaren. Afweging financiële belangen leidt tot toewijzing gevraagde voorlopige voorziening.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

Print pagina