HomeBeroepCommissie van Beroep HBOUitspraken Archief uitspraken tot 1 januari 2009

30-12-2008

103929 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige reden HBO

De werknemer voert primair aan dat niet duidelijk is welke opzeggrond aan de ontslagbeslissing ten grondslag is gelegd. De Commissie oordeelt dat voor de werknemer voldoende concreet is gemaakt wat voor de werkgever de reden vormt om tot beëindiging van het dienstverband over te gaan en dat de werknemer deze reden redelijkerwijze diende te begrijpen als een gewichtige reden voor ontslag. Gebleken is dat de werknemer sedert maart 2006 geen feitelijke invulling heeft gegeven aan haar functie van adjunct directeur die zij in een volledig dienstverband vervulde. Voorts staat vast dat zij destijds zelf om haar moverende redenen heeft aangegeven deze werkzaamheden te willen beëindigen. Weliswaar heeft de werknemer sedertdien enige tijd lessen gegeven en is zij thans voor gemiddeld één dagdeel per week werkzaam, doch deze werkzaamheden zijn niet van een zodanige omvang dan wel anderszins zodanig structureel te noemen, dat daarmee een concrete invulling aan haar functie wordt gegeven. De werkgever heeft voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat er binnen de hogeschool geen reëel uitzicht voor de werknemer is op een functie in dezelfde schaal (14). Onder deze omstandigheden is sprake van een gewichtige reden als bedoeld in artikel Q-2 lid 1 sub 3 CAO-HBO op grond waarvan de werkgever de arbeidsovereenkomst met de werknemer heeft kunnen opzeggen.
Beroep ongegrond. 

De complete tekst kunt u hier downloaden

09-12-2008

103878/103923 - Beroep tegen schorsingen als ordemaatregel HBO

De werknemer raakt in een conflict met zijn leidinggevende en hij wordt door de laatste op 13 mei naar huis gestuurd. Vervolgens meldt de werknemer zich ziek. Bij zijn herstelmelding wordt hij door de werkgever geschorst bij wijze van ordemaatregel. Deze schorsing wordt twee maal verlengd. De werkgever stelt dat de werknemer in eerste instantie niet is geschorst. Dit is gezien de door de leidinggevende gebruikte bewoordingen niet juist. Er is wel sprake van een schorsing waarbij de vereiste formaliteiten niet in acht zijn genomen. De verlenging van deze schorsing diende voor de werkgever om aard en inhoud van het conflict te onderzoeken en is niet onjuist of onredelijk. Voor de twee navolgende verlengingen van de schorsing geldt dat ook daarbij de vereiste formaliteiten niet in acht zijn genomen.
Beroep tegen de eerste, derde en vierde schorsing gegrond.
Beroep tegen de tweede schorsing ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

04-11-2008

103783 - Beroep tegen schorsing HBO

Werknemer is coördinator van 2 opleidingen, en is door de werkgever van al haar taken ontheven in verband met een gestelde verstoorde relatie tussen werknemer en het front-office en het aanleveren van een verkeerd tentamen. De werkgever betwist dat de ontheffing van taken een disciplinair karakter heeft; hij beoogde een tijdelijke maatregel op te leggen in het belang van de organisatie en de studenten. De Commissie oordeelt dat er feitelijk sprake is van een schorsing. De schorsing heeft een disciplinair karakter omdat deze is opgelegd als reactie op het als ongewenst beoordeeld gedrag. Tegen de schorsing staat beroep open. De werkgever heeft verzuimd de voornemen-procedure van de CAO-HBO te volgen; voorts is de in art. P-1 lid 4 CAO-HBO genoemde termijn van schorsing overschreden. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

23-10-2008

103866 - Beroep tegen waarschuwing HBO

De werkgever heeft een opgelegde waarschuwing bestendigd. De waarschuwing zal worden toegevoegd aan het personeelsdossier. Volgens de werkgever moet de waarschuwing beschouwd worden als een berisping, waartegen beroep openstaat omdat de werknemer de voor het opleggen van een disciplinaire maatregel voorgeschreven voornemenprocedure heeft gevolgd en vanwege het opnemen in het personeelsdossier. De Commissie overweegt dat een waarschuwing zich mogelijk naar vorm en inhoud niet onderscheidt van de disciplinaire maatregel van een berisping en daarom ook als zodanig dient te worden aangemerkt. Het bieden van de gelegenheid tot het voeren van verweer en het nemen van een bestendigingsbeslissing horen bij het opleggen van een schriftelijke berisping. Naar inhoud heeft de werkgever echter onmiskenbaar een waarschuwing willen geven. Dat blijkt vooral uit de mededeling dat bij herhaling een disciplinaire maatregel zal worden opgelegd. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

23-10-2008

103743 - Beroep tegen een schorsing als ordemaatregel en verlenging HBO

N.a.v. klachten van studenten is besloten onderzoek in te stellen en de werknemer te schorsen als ordemaatregel. Een door de werkgever ingediend verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, is door de kantonrechter afgewezen. De Commissie acht de aard en de ernst van de klachten niet dermate ernstig dat een onmiddellijke schorsing gerechtvaardigd was. Dat de schorsing noodzakelijk was uit oogpunt van bescherming van de benodigde rust op het Instituut is niet gebleken. Evenmin is gebleken dat werknemer door zijn aanwezigheid op de instelling de waarheidsvinding zou belemmeren. Voorts heeft de werkgever niet aannemelijk weten te maken dat werknemer zijn werkzaamheden als docent gedurende het nadere onderzoek niet zou hebben kunnen verrichten. Werkgever heeft onvoldoende aangetoond dat de schorsing in het belang van de werkgever noodzakelijk was. Beroep tegen de schorsing is gegrond. Beroep tegen de verlenging van de schorsing is ook gegrond omdat de werkgever heeft verzuimd de werknemer in de gelegenheid te stellen zich tegen de voorgenomen verlenging te verweren (art. P-2 lid 2 en lid 3 CAO-HBO). Beroepen gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

25-07-2008

103750 - Beroep tegen berisping; HBO

De werkgever stelt  de werknemer een voornemen tot berisping als bedoeld in art. P-2 lid 1 CAO-HBO te hebben gezonden alvorens de berisping op te leggen. De werknemer stelt dat hij het voornemen nooit heeft ontvangen.
Uit niets blijkt dat de werkgever daadwerkelijk een voornemen tot het opleggen van een berisping heeft gezonden aan de werknemer, zodat moet worden aangenomen dat dit ook niet is gebeurd.
De werknemer is hierdoor geschaad in zijn door de CAO beschermd belang om voorafgaande aan het opleggen van de disciplinaire maatregel door de werkgever te worden gehoord.
Reeds om deze reden dient het beroep gegrond verklaard te worden. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

21-05-2008

103668 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; HBO

De werknemer voert onder verwijzing naar artikel 20, lid 2 sub e juncto 20 lid 3 sub c van de ZAHBO aan dat niet is voldaan aan één van de voorwaarden om tot ontslag te kunnen overgaan. Er is namelijk geen geldige WIA-beschikking omdat de werknemer beroep heeft ingesteld tegen zijn ontslag bij de Commissie.
De Commissie beoordeelt de bepaling van artikel 20 lid 3 sub c ZAHBO tezamen met artikel 20 lid 4 ZAHBO in zijn praktische uitwerking als volgt. Indien een werkgever geconfronteerd wordt met een WIA-beschikking ten aanzien van een van zijn werknemers, welke beschikking een arbeidsongeschiktheidspercentage vaststelt dat boven 35% ligt, verdient het aanbeveling in overleg te treden met deze werknemer over de vraag of is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 20 lid 2 ZAHBO. Afhankelijk van dit overleg kan de werkgever nadere actie, gericht op voortzetting dan wel beëindiging van het dienstverband, ondernemen. Indien de werknemer vervolgens wordt ontslagen en daartegen beroep instelt, zal de werkgever ingevolge de bepaling van artikel 10 lid 4 ZAHBO het deskundigenoordeel Overheid & Onderwijs van het UWV terzake van de mogelijkheid tot ontslag aan moeten vragen. Derhalve had de werkgever vanwege het ingestelde beroep tegen het ontslag een dergelijk deskundigenoordeel moeten aanvragen.
Tussenuitspraak: aanhouding beroep tot nader bericht over deskundigenoordeel.

De complete tekst kunt u hier downloaden

20-05-2008

103683 - Beroep tegen berisping en overplaatsing; HBO

De werknemer is als huismeester werkzaam. Klachten van een collega zijn door de Klachtencommissie ongewenst gedrag gegrond verklaard met het advies de werknemer schriftelijk te berispen en hem naar een andere locatie over te plaatsen. Werknemer heeft advies overgenomen. Beroep gericht tegen het voornemen, maar uit proceseconomisch oogpunt en omdat de werkgever het voornemen ongewijzigd heeft omgezet in een beslissing, is het beroep ontvankelijk. Werknemer is inmiddels akkoord met overplaatsing als ordemaatregel. De werknemer is niet in de gelegenheid gesteld verweer te voeren tegen het voornemen tot  oplegging disciplinaire maatregel. Bij het opleggen van een disciplinaire maatregel is een aanmerkelijk rechtspositioneel belang van de werknemer betrokken. Dat belang wordt door middel van de verweermogelijkheid in de CAO beschermd. Door niet ten volle de voorgeschreven gelegenheid voor het voeren van verweer te bieden, wordt de werknemer in dat belang geschaad. Op grond hiervan reeds is het beroep tegen de berisping gegrond. Ten overvloede geeft de Commissie aan dat handhaving van de overplaatsing ertoe dient te leiden dat de werkgever schriftelijk en ondubbelzinnig aangeeft dat de overplaatsing geen disciplinair karakter heeft. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

28-03-2008

103643 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid HBO

De Commissie constateert dat de werkgever heeft voldaan aan de vereisten van art. 20 lid 2 ZAHBO. Ten aanzien van de vraag of er al dan niet reële herplaatsingsmogelijkheden zijn, overweegt de Commissie dat er wel sprake is geweest van enige miscommunicatie ten aanzien van het voortzetten van het reïntegratietraject, doch dat niet kan worden gezegd dat er zodanige tekortkomingen in de reïntegratieverplichtingen van de werkgever waren, dat het beroep om die reden gegrond zou moeten worden verklaard. De Commissie neemt daarbij in aanmerking dat de werknemer zelf heeft aangegeven in te zien dat een terugkeer bij de werkgever niet meer tot de mogelijkheden behoort.Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

07-03-2008

103487 - Beroep tegen disciplinaire maatregel; HBO

De werknemer heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de werkgever inhoudende een officiële waarschuwing alsmede een verbod te verschijnen op een studiedag van zijn team, de mededeling dat zijn takenpakket zal worden herzien waarbij alle organiserende en coördinerende taken bij hem worden weggehaald en de mededeling dat hem met onmiddellijke ingang functionele deelname aan het deeltijdteam wordt ontzegd. De werkgever heeft aangegeven dat hij geen disciplinaire maatregel heeft genomen.
De Commissie heeft na eerste schriftelijke behandeling van het beroep partijen meegedeeld van oordeel te zijn dat sprake is van een disciplinaire maatregel. Hierop heeft de werkgever de werknemer meegedeeld de bestreden beslissing in te trekken voor zover sprake is van het treffen van een disciplinaire maatregel. De werknemer heeft het beroep gehandhaafd.
Door het gebruik van de bewoordingen "officiële waarschuwing" alsmede door het ontheffen van de werknemer uit een aantal taken in combinatie met de constatering dat hij plichtsverzuim zou hebben gepleegd, dient de brief van de werkgever te worden aangemerkt als een disciplinaire maatregel. Dat de werkgever de bestreden beslissing heeft ingetrokken voor zover sprake is van het treffen van een disciplinaire maatregel, maakt dit niet anders. In de brief zijn immers de genomen maatregelen, namelijk dat de werknemer niet mag verschijnen op een studiedag van zijn team op 10-04-2007, dat zijn takenpakket zal worden herzien en dat hem met onmiddellijke ingang functionele deelname aan het deeltijdteam wordt ontzegd, niet ingetrokken. Deze onderdelen van de brief maken onlosmakelijk onderdeel uit van de disciplinaire maatregel zodat deze feitelijk in stand is gebleven.
De werkgever heeft verzuimd de werknemer, zoals artikel P-2 CAO-HBO voorschrijft, in de gelegenheid te stellen verweer te voeren tegen de (voorgenomen) disciplinaire maatregel. Gezien het belang dat de Commissie hecht aan het in acht nemen van de in de CAO voorgeschreven formaliteiten in het kader van hoor en wederhoor wordt het beroep reeds om deze reden gegrond verklaard. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

03-03-2008

103682 - Vereenvoudigde behandeling beroep tegen berisping; HBO

Het beroep is 3 dagen na het verstrijken van de beroepstermijn van 6 weken ingesteld. De werkgever heeft in de bestreden beslissing aangegeven waar en binnen welke termijn beroep kon worden ingesteld. Op grond van art. 21 van het Beroepsreglement van de Commissie, laat de Commissie niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding achterwege, indien de appellant aantoont dat hij het beroep heeft ingesteld, zo spoedig mogelijk als redelijkerwijze verlangd kon worden. Desgevraagd heeft de werknemer aangegeven dat hij door persoonlijke omstandigheden niet in staat is geweest om het beroep op een eerder tijdstip in te dienen. Dergelijke niet nader gespecificeerde omstandigheden zijn echter op zich niet voldoende om termijnoverschrijding verschoonbaar te doen zijn.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

21-02-2008

103644 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid HBO

Het ontslag gaat gepaard met de aanbieding van herplaatsing in de functie van adviseur schaal 10 met een betrekkingsomvang van 0,28 FTE.
De werkgever meent dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat de werknemer zich niet verzet tegen het ontslag maar alleen tegen de herplaatsing. Echter, ontslag wegens blijvende arbeidsongeschiktheid kan slechts plaats hebben als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Deze voorwaarden zijn zodanig onlosmakelijk met het ontslag verbonden dat het mogelijk is om in beroep te gaan ook al richt het beroep zich niet tegen het ontslag op zich maar tegen de voorwaarden waaronder dit gebeurt.
Partijen hebben een deskundigenoordeel gevraagd over de vraag of de werkgever de werknemer redelijkerwijs heeft kunnen plaatsen in de functie van adviseur met salarisschaal 10 met een omvang van 0,28 FTE. De conclusie van het deskundigenoordeel is dat de door de werknemer geclaimde arbeid, namelijk de functie van adviseur in salarisschaal 12 met een omvang van 0,28 FTE passend is bij zijn krachten en bekwaamheden en dat de werkgever geen deugdelijke grond heeft voor het niet aanbieden van deze passende arbeid aan de werknemer. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

06-02-2008

103571/103572 Beroepen tegen schorsing HBO

De werkgever heeft de 2 werknemers definitief ontheven van hun managementtaken.
De werkgever stelt dat de werknemers definitief, dus niet voor bepaalde duur, van hun managementtaken zijn ontheven. Wanneer een werkgever een werknemer van zijn werkzaamheden wil ontheffen dan wel hem met andere taken wil belasten, dient hij de in de CAO gestelde grenzen in acht te nemen, meer specifiek de artikelen P-1 en E-1 lid 4 van de CAO-HBO. Ingevolge artikel P-1 CAO-HBO kan de werkgever de werknemer schorsen, hetgeen inhoudt het tijdelijk ontheffen van de gehele of gedeeltelijke uitoefening van de functie van de werknemer. Artikel E-1 lid 4 CAO-HBO geeft aan, dat de werkgever voor een korte tijd doch ten hoogste voor een maand de aan de functie van de werknemer verbonden werkzaamheden kan wijzigen. Dit betekent dat een ontheffing van de werkzaamheden van de werknemer volgens de CAO-HBO, anders dan met instemming van de werknemer, niet anders dan tijdelijk plaats kan vinden.
Afwijking van de CAO-HBO, namelijk in casu het definitief ontheffen van de werknemers van de aan hun functie verbonden werkzaamheden, is niet toegestaan. Ontheft de werkgever, zoals hier, de werknemers toch 'definitief' dan is desalniettemin sprake van een schorsing. Elke definitieve schorsing immers omsluit mede de tijdelijke. Door in afwijking van de CAO-HBO de schorsing definitief te noemen in plaats van tijdelijk, kan de werkgever niet bewerkstelligen dat de werknemers hun rechten, die zij kan ontlenen aan een (tijdelijke) schorsing als bedoeld in de CAO, verliezen.
De werkgever heeft verzuimd de procedurevoorschriften van artikel P-2 CAO-HBO te volgen. Beroepen gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

05-02-2008

103582/103583/103584 - Beroep tegen schriftelijke berisping; HBO

Appellanten zijn drie docenten die zich per e-mail hebben uitgelaten over de (besluitvorming over de) verhuizing van de faculteit. De e-mail was gericht aan de studenten van de faculteit en alle Fdocenten. Appellanten waren voor het uiten van eventuele onvrede verwezen naar hun leidinggevenden. De Commissie oordeelt dat de werkgever is bevoegd tot het geven van deze niet onredelijke instructie. Derhalve pleegden de appellanten plichtsverzuim. Na de instructie heeft de leidinggevende zich echter zelf twee keer tot een vrij ruime kring van geadresseerden gewend over deze kwestie. Het optreden van de leidinggevende brengt met zich dat het opleggen van een disciplinaire maatregel niet proportioneel is. Beroepen gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

28-01-2008

103547 Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim HBO

Werknemer is docent en heeft in de nieuwe onderwijsopzet tutor-taken gekregen die meer het karakter van onderwijsbegeleiding hebben dan van lesgeven. Werknemer en acht de tutor-werkzaamheden niet passend. Een eerder ontslag op dezelfde grond is door de Commissie niet proportioneel geoordeeld. In onderhavig beroep oordeelt de Commissie dat er geen aanleiding is om ten aanzien van de feiten (het zonder geldige reden weigeren van passend werk) en de kwalificatie daarvan (plichtsverzuim) tot een ander oordeel te komen dan in de vorige beroepsprocedure. Het is van belang dat de werknemer herhaaldelijk en hardnekkig weigert om de passende werkzaamheden te verrichten en dat alle eerdere waarschuwingen, waaronder het eerder verleende ontslag, hem niet tot een andere opstelling hebben kunnen bewegen. Gelet hierop is de maatregel proportioneel. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

28-01-2008

103466 Beroep tegen ontslag wegens een gewichtige reden HBO

Werkneemster was gedurende 2 jaar gedetacheerd bij andere werkgever. Werkgever meent dat  niet meer in redelijkheid van hem gevraagd kon worden het dienstverband nog langer in stand te houden. De werkneemster is in een conflict betrokken geraakt en heeft ingestemd met een outplacementtraject dat heeft geleid tot een langdurige detachering bij verschillende werkgevers. Nadat ook de laatste detachering niet werd omgezet in een regulier dienstverband elders heeft de werkgever het dienstverband opgezegd. De werkneemster heeft zich in de periode waarin zij gedetacheerd was, niet op de hoogte gesteld van vacatures op de hogeschool noch heeft zij de hogeschool verzocht haar in aanmerking te doen komen voor eventuele vacatures en gesteld noch gebleken is dat er vacatures op de hogeschool beschikbaar zouden zijn waarvoor de werkneemster in aanmerking zou kunnen komen. Voorts is het zo dat pas toen de werkgever kenbaar maakte niet langer de detachering te willen voortzetten, de werkneemster heeft aangegeven terug te willen keren op de instelling. Dit leidt tot het oordeel dat de werkneemster na de start van haar detachering een terugkeer naar de hogeschool niet meer heeft nagestreefd. Gezien het lange tijdsverloop van twee jaar sinds de start van het outplacement en de daaruit voortvloeiende detachering, het ontbreken van een passende oplossing gelegen in structurele plaatsing van de werkneemster elders en het ontbreken van voor de werkneemster passende vacatures op de instelling, kon niet meer van de werkgever in redelijkheid gevraagd kon worden het dienstverband met de werkneemster te continueren. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

15-01-2008

103498 - Beroep tegen overplaatsing HBO

Werknemer merkt brief met de aankondiging dat zijn leidinggevende de werkgever gaat voorstellen de werknemer over te plaatsen en de beslissing van de werkgever tot overplaatsing na een onvoldoende beoordeling aan als voor beroep vatbare beslissingen. De brief van de leidinggevende is slechts een voorstel aan de werkgever en derhalve niet een beslissing ten aanzien van de werknemer. Beslissing tot overplaatsing is genomen in het kader van de regeling functioneringsgesprekken en beoordelen en is geen disciplinaire maatregel. Derhalve staat geen beroep bij de Commissie open. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

14-01-2008

103559 Beroep tegen disciplinaire schorsing HBO

De werknemer heeft een e-mail verzonden aan zijn leidinggevende en aan zijn collega's met daarin kritiek op de leidinggevende en de beschuldiging dat zij zou discrimineren. Door niet eerst zijn kritiek aan de leidinggevende voor te leggen maar via de e-mail ook aan een groot aantal collega's te sturen heeft de werknemer de positie van de directeur binnen de hogeschool ter discussie gesteld en haar hiermee in een voor haar onwenselijke positie gebracht. De werknemer heeft plichtsverzuim gepleegd. De werknemer heeft niet eerder plichtsverzuim gepleegd en de directeur heeft, nadat zij na terugkeer van haar vakantie kennis had genomen van de e-mail van de werknemer, direct de schorsing met onmiddellijke ingang opgelegd. Hiermee heeft zij te voortvarend gereageerd en onvoldoende afstand van het conflict genomen voordat zij een beslissing nam. De Commissie oordeelt de opgelegde schorsing - die een duur had van bijna drie maanden - niet in proportie tot het gepleegde plichtsverzuim. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

07-01-2008

103477 - Beroep inzake beoordeling HBO

De werknemer heeft bij de werkgever bezwaar ingediend tegen zijn beoordeling. Dat bezwaar is door de werkgever niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. Tegen die beslissing heeft de werknemer beroep ingesteld. In de Regeling Functioneringsgesprekken van de werkgever is opgenomen dat de Commissie van Beroep Personeel alleen uitspraken doet in geval van het direct of indirect onthouden van een bevordering. De werknemer is ná de beoordeling benoemd gebleven in dezelfde functie en werd op grond van een salarisgarantie beloond naar een hogere schaal dan de bij zijn functie behorende schaal. Derhalve kunnen de beoordeling en de beslissing op het bezwaar daartegen, niet worden aangemerkt als een beslissing omtrent het direct of indirect onthouden van een bevordering. Beroep is niet gericht tegen een voor beroep vatbare beslissing als genoemd in artikel 4.7 lid 1 WHW. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

27-11-2007

103568 - Beroep tegen niet omzetten tijdelijk naar vast dienstverband HBO

Werknemer had een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met uitzicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel D-3 CAO-HBO, een zogenoemd TUV-contract. Een deel van het dienstverband is na afloop van de overeengekomen termijn tijdelijk voortgezet. De Voorzitter doet uitspraak in vereenvoudigde behandeling. Ingevolge art. D-3 lid 5 CAO-HBO kan een werkgever op grond van de beoordeling van het functioneren weigeren het tijdelijk dienstverband om te zetten in een vast dienstverband. Tegen de beoordeling als zodanig staat geen beroep bij de Commissie open, ook niet tegen de weigering het dienstverband om te zetten in een vast dienstverband. Als de werkgever het dienstverband vervolgens niet continueert, eindigt het dienstverband ingevolge art. Q-1 lid 2 onder c CAO-HBO van rechtswege door het verstrijken van de termijn waarvoor de overeenkomst is aangegaan. Tegen dit van rechtswege eindigen staat geen beroep bij de Commissie open. Tegen de beslissing om een deel van het dienstverband tijdelijk voort te zetten, staat ook geen beroep bij de Commissie open. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Commissie kennelijk onbevoegd voor wat betreft het verzoek om kostenveroordeling en rectificatie van de beoordeling.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

15-11-2007

103502 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid HBO

De werknemer is meer dan 2 jaar onafgebroken ziek, het UWV heeft verklaard dat herstel binnen een periode van 6 maanden na afloop van die 2 jaar redelijkerwijs niet is te verwachten, de werknemer is voor meer dan 35% arbeidsongeschikt verklaard en het UWV heeft een positieve beschikking gegeven op de WIA-aanvraag. Het ontslag voldoet aan de vereisten in artikel Q-2 lid 1 CAO-HBO en in artikel 20 lid 2 ZAHBO.  Ook heeft de werkgever diverse pogingen gedaan om de werknemer, zowel binnen als buiten de hogeschool, te reïntegreren. De Commissie concludeert dat er voor de werknemer geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn.Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

13-11-2007

103632 / 103633 Verzoeken voorlopige voorzieningen tot schorsing van ontheffing uit managementtaken.

Werkgever heeft werknemers definitief ontheven van managementtaken. In tegenstelling tot wat de werkgever aanvoert is wel degelijk sprake van een schorsing. Volgens de CAO kan een ontheffing van de werkzaamheden van de werknemer, anders dan met diens instemming, niet anders dan tijdelijk plaats vinden. Ontheft de werkgever de werknemer toch definitief dan is desalniettemin sprake van een schorsing. De werkgever heeft verzuimd de procedurevoorschriften van artikel P-2 CAO-HBO te volgen. Daarom kan met voldoende mate van waarschijnlijkheid worden gezegd dat de Commissie van beroep het beroep in de bodemprocedure gegrond zal verklaren. De Voorzitter schorst de bestreden beslissing bij wijze van voorlopige voorziening.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

13-11-2007

103480 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; HBO

Naar aanleiding van het niet langer aanbieden van cursussen die door de werknemer verzorgd werden, heeft de werkgever de betrekking van de werknemer opgeheven en hem op die grond ontslagen. Vast staat dat de werknemer is benoemd als docent zonder dat die benoeming is gekoppeld aan de cursussen die door de werkgever zijn opgeheven. De opheffing van die cursussen leidt daarom niet automatisch tot een opheffing van een docentenbetrekking. De werkgever heeft de herplaatsingsinspanningen onvoldoende geconcretiseerd. Het feit dat het hier gaat om een grote hogeschool en de brede inzetbaarheid van de werknemer brengen mee dat hoge eisen mogen worden gesteld aan de motivering van de stelling dat de werknemer niet herplaatsbaar zou zijn. Aan deze motiveringsplicht heeft de werkgever niet voldaan. Evenmin voldoende aannemelijk dat het functioneren van de werknemer aan zijn herplaatsing in de weg heeft gestaan.Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

06-11-2007

103512 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; HBO

De werknemer bestrijdt de noodzaak tot opheffing van de betrekking niet. Hij voert echter aan dat de werkgever onvoldoende invulling heeft gegeven aan de zorgverplichting van artikel Q-2 CAO-HBO hem een andere passende functie aan te bieden. Gezien de omvang van de betrekking van de werknemer (0,05 FTE) en de door de werkgever gehanteerde inzetbaarheidseisen is het relatief moeilijk voor de werkgever om een passende functie aan de werknemer aan te bieden. Voorts is gebleken dat de werknemer, ondanks het feit dat hij al geruime tijd op de hoogte was van het feit dat zijn functie wellicht niet gehandhaafd zou kunnen worden, geen enkele maal heeft gesolliciteerd op vacatures binnen de hogeschool.  De werkgever heeft voldoende invulling gegeven aan de herplaatsingsverplichting als genoemd in artikel Q-2 lid 1 CAO-HBO zodat hij in redelijkheid heeft kunnen overgaan tot opzegging van het dienstverband. De werkgever heeft een onjuiste opzegtermijn gehanteerd; conform vaste jurisprudentie converteert de Commissie naar de juiste opzegtermijn. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

19-10-2007

103491 - Beroep tegen deelontslag HBO

Werknemer is werkzaam in het kunstonderwijs en heeft jaarlijks tijdelijke uitbreidingen. De werkgever heeft de betrekking van de werknemer m.i.v. 01-12-2006 verminderd in verband met het eindigen van zijn lidmaatschap van de MR en de deelraad. De Commissie oordeelt dat het gedeelte van de betrekkingsomvang dat per 01-08-2006 reeds 4 respectievelijk 3 jaar duurde, op grond van de bepalingen met betrekking tot de voortgezette dienstbetrekking in de opvolgende CAO's-HBO, per genoemde datum vast is. Het overige gedeelte van de betrekkingsomvang betreft ene tijdelijke uitbreiding. De werknemer mag geacht worden op de hoogte te zijn geweest van het feit dat het tijdelijke gedeelte van zijn dienstverband per 01-08-2006 is voortgezet in verband met zijn verlangd lidmaatschap van de MR en de deelraad. Dat tijdelijke gedeelte is per 01-12-2006 van rechtswege afgelopen vanwege het eindigen van dat lidmaatschap. Tegen het van rechtswege eindigen, staat geen beroep open.
Beroep deels ontvankelijk en gegrond en voor het overige niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

22-08-2007

103567 - Verzoek voorlopige voorziening HBO

Werkneemster is benoemd op grond van artikel D-3 CAO-HBO, een tijdelijk dienstverband met uitzicht op een vast dienstverband. De werkgever zet het dienstverband niet voort. Op grond van de CAO wordt een dergelijk tijdelijk dienstverband omgezet in een vast dienstverband tenzij uit een beoordeling op grond van artikel N van de CAO blijkt dat de werknemer op grond van zijn functioneren niet voor zo'n omzetting in aanmerking komt. De voorzitter constateert dat de werkgever gedurende het dienstverband wel gesprekken met de werkneemster heeft gevoerd, maar heeft nagelaten de formele beoordelingsprocedure te volgen. Dus is niet voldaan aan de voorwaarde waaronder het dienstverband op grond van de CAO-HBO per 31-08-2007 kan eindigen en is het voldoende waarschijnlijk dat de Commissie van beroep het door de werkneemster ingestelde beroep gegrond zal verklaren. De gevraagde voorziening,  namelijk dat de werkgever ook na 31-08-2007 het overeengekomen salaris aan de werkneemster dient door te betalen tot het moment waarop de Commissie van beroep uitspraak heeft gedaan op het beroep of, indien dat eerder is, tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze zal eindigen, wordt toegewezen, onder de voorwaarde dat de werkneemster aanbiedt de arbeid op de gebruikelijke wijze bij de werkgever te verrichten. Voorziening toegewezen.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

26-07-2007

103481 - Beroep tegen ontslag op staande voet; HBO

Werknemer is docent en is op staande voet ontslagen wegens een dringende reden die blijkt uit twee uitspraken van de klachtencommissie van de hogeschool, namelijk dat de werknemer feitelijk een situatie heeft gecreëerd die meebrengt dat hij de bedongen arbeid niet meer kan verrichten; uit de uitspraken blijkt dat de werknemer met een dwingende benadering toenadering heeft gezocht tot studentes, daarbij seksueel getinte voorstellen heeft gedaan alsmede uitvoering heeft gegeven aan lichamelijke en seksuele handelingen. De werknemer was reeds eerder schriftelijk berispt vanwege vergaande persoonlijke contacten met studenten en voorts was hem expliciet verboden om één op één contact met studenten te hebben van welke aard dan ook. Naar het oordeel van de Commissie heeft de werknemer in vergaande mate de grenzen van professionaliteit van een docent overschreden. De werknemer lijkt zich niet bewust van de ongelijkwaardige relatie tussen een docent en een student en bovendien is hij ook nog eens decennia ouder is dan de bewuste studentes. De Commissie concludeert dat sprake is van een dringende reden als bedoeld in artikel 7:687 lid 1 BW en oordeelt het gegeven ontslag, gezien de aard en ernst van de klachten, gerechtvaardigd. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

22-03-2007

103322 - Beroep tegen berisping; HBO

De werknemer -  medewerker gebouwenbeheer en logistiek/conciërge - heeft aan het eind van een werkdag pauze opgenomen terwijl er nog voor verzending van een aantal belangrijke poststukken gezorgd moest worden. Hij is berispt vanwege het ontbreken van een flexibele opstelling, het ontbreken van klantgericht denken, het ongeoorloofd opnemen van pauze aan het eind van de dienst en het niet meedenken met de klant naar een alternatieve oplossing. De Commissie oordeelt dat de werkgever vanwege het ontbreken van richtlijnen ter zake niet in zijn algemeenheid kan stellen dat het opnemen van pauze aan het eind van de dienst ongeoorloofd is. Werknemer had een andere medewerker geïnstrueerd waaruit blijkt dat hij de intentie had te voldoen aan de opdracht de stukken tijdig te verzenden. De Commissie concludeert tot plichtsverzuim omdat de werknemer zich flexibeler had kunnen opstellen, wetende dat het College van Bestuur groot belang hechtte aan een tijdige verzending van belangrijke stukken. De Commissie acht de opgelegde maatregel evenwel niet proportioneel omdat niet gesteld kan worden dat de poststukken alleen door toedoen van de werknemer niet tijdig zijn verzonden. De management-assistent van het College van Bestuur was ook op de hoogte van het feit dat de TPG-medewerker niet meer op de poststukken wilde wachten en heeft vervolgens ook geen nadere actie ondernomen. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

16-03-2007

103350 - Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim; HBO

Werknemer is bij de nieuwe functieordening informeel ingedeeld als Docent 2 schaal 10 en informeel als Hogeschooldocent schaal 12. Werknemer acht de opgedragen werkzaamheden, behorend bij de functie van Docent 2, niet passend: hij stelt vakdocent te zijn en geen tutor/studieloopbaanbegeleider en heeft  inhoudelijk moeite met het nieuwe curriculum. Hij weigert de werkzaamheden uit te voeren waarop ontslag wegens plichtsverzuim volgt. De Commissie overweegt dat de Landelijke bezwarencommissie functieordenen hbo het bezwaar tegen de functie-indeling ongegrond heeft verklaard. Bovendien is voldoende aannemelijk geworden dat de opgedragen werkzaamheden op gebied van studentenbegeleiding ook passen binnen het profiel Hogeschooldocent. De werknemer heeft geweigerd passend werk uit te voeren, waarmee hij plichtsverzuim heeft gepleegd. Ten aanzien van de proportionaliteit van het ontslag, overweegt de Commissie dat de werkgever ter zitting heeft uitgelegd dat voor het opleggen van een disciplinair ontslag is gekozen omdat een andere vorm van ontslag kostentechnisch niet aantrekkelijk voor hem was. Gelet hierop en in aanmerking nemend de leeftijd van werknemer, zijn langdurig dienstverband bij de werkgever en zijn onweersproken goede functioneren tot aan de invoering van de nieuwe functieordening, is de Commissie van oordeel dat de werkgever, vanwege de grote gevolgen van een disciplinair ontslag voor de werknemer, primair andere - minder zware - maatregelen had moeten nemen dan wel een andere vorm van beëindiging van de arbeidsovereenkomst had moeten betrachten, alvorens tot de zwaarste disciplinaire maatregel over te gaan. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

12-03-2007

103229 - Beroep tegen mededeling dat deelontslag alsnog wordt doorgevoerd HBO

De werkneemster is in verband met arbeidsongeschiktheid m.i.v. 01-11-2003 ontslagen uit een gedeelte van haar betrekkingsomvang. Daartegen is destijds geen beroep ingesteld noch een ander rechtsmiddel aangewend. De gevolgen van het ontslag zijn echter niet verwerkt in de salarisadministratie en de salarisbetalingen zijn ongewijzigd gecontinueerd. Bij brief van 27-04-2006 deelt de werkgever mede dat het per 01-11-2003 verleende ontslag alsnog wordt doorgevoerd. De Commissie overweegt dat tegen het ontslag geen rechtsmiddel is aangewend en dat werkneemster per 01-11-2003 werkzaamheden uitvoert voor een omvang die overeenkomt met de betrekkingsomvang waaruit zij niet is ontslagen. De brief van 27-04-2006 strekt er niet toe de arbeidsovereenkomst gedeeltelijk te beëindigen. Uit de wijziging in de salarisbetalingen als zodanig kan het tegendeel niet worden afgeleid. De brief van 27-04-2006 is geen ontslagbeslissing. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

05-03-2007

103352 - Ontslag wegens opheffing betrekking t.g.v. reorganisatie; HBO

Werknemer is Medewerker internationalisering. Zij is ontslagen in verband met opheffing van haar functie als gevolg van reorganisatie van de ondersteunende diensten. Op de reorganisatie is een Sociaal Plan van toepassing en de hogeschool beschikt over een Sociaal Statuut. Het Sociaal Statuut bevat een herplaatsingsprocedure voor boventalligen; zij dienen in eerste instantie te solliciteren binnen de eigen afdeling en vervolgens naar andere afdelingen binnen de instelling. Degenen die op deze wijze geen functie kunnen verwerven worden geplaatst in een herplaatsingspool en worden gefaciliteerd bij het vinden van een baan binnen of buiten de organisatie. Degenen die aan het eind van de herplaatsingsperiode nog deel uitmaken van de herplaatsingspoel, worden ontslagen. Werkneemster heeft gesolliciteerd en heeft contact onderhouden met een outplacementbureau maar dit heeft niet tot herplaatsing geleid. De stelling dat interne sollicitaties onvoldoende gemotiveerd zijn afgewezen is onvoldoende onderbouwd. Niet alleen de sollicitatiecommissie, maar ook de herplaatsingscommissie heeft zich een oordeel over de sollicitaties gevormd. Niet gebleken is dat er een geschikte functie vacant is en dat niet conform het Sociaal Plan en het Sociaal Statuut is gehandeld zodat de werkgever in redelijkheid de arbeidsovereenkomst op heeft kunnen zeggen wegens opheffing van de betrekking. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

16-01-2007

103292 - Beroep tegen disciplinaire schorsing; HBO

Werknemer is docent. Een aantal vrouwelijke studenten heeft geklaagd over seksueel intimiderend gedrag van werknemer tijdens excursies en in de lessen. Vanwege andere onregelmatigheden tijdens de excursie is de werknemer disciplinair geschorst. Daartegen heeft hij geen beroep ingesteld. De klachtencommissie brengt vervolgens advies uit en de werkgever legt in afwijking van het advies van de klachtencommissie een schorsing in plaats van een berisping op. Tegen die laatste schorsing is het beroep gericht. Beide schorsingen zijn opgelegd ter zake van gedragingen, die dateren van vóór de eerste schorsing. Onder die omstandigheden kan de eerste schorsing niet als strafverzwarend gelden. Dat werknemer het foutieve van zijn handelen niet inziet, vormt op zich onvoldoende reden voor het verzwaren van de disciplinaire maatregel. Schorsing disproportioneel. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

16-01-2007

103110 Beroep tegen ontslag HBO

Werknemer is docent in het kunstonderwijs; hem is na een aantal tijdelijke arbeidsovereenkomsten een 0-urencontract aangeboden. Werknemer stelt dat er sprake is van een ontslagbeslissing. De beroepstermijn is eerst gaan lopen vanaf het moment dat de werkgever in een voor de werknemer duidelijke beslissing en in niet-verhullende termen heeft medegedeeld dat zijn betrekkingsomvang zou worden verminderd. Tegen de brief waarin dit gebeurde, heeft de werknemer tijdig schriftelijk geprotesteerd bij de werkgever. De werkgever heeft het protest niet voor behandeling doorgestuurd aan de Commissie. Beroep tijdig ingesteld. Partijen verschillen van mening over de maximale duur, die de som van elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd op grond van de CAO-HBO mag bedragen: volgens de werkgever is de werknemer uitvoerend beroepsbeoefenaar; de werknemer stelt dat niet te zijn. Onweersproken is dat de werknemer, naast zijn onderwijsgevende taken bij de werkgever, reeds geruime tijd voor 0,5 FTE werkzaam is als docent aan een muziekschool. Hoewel is gebleken dat de werknemer daarnaast nog enige uitvoerende activiteiten onderneemt, laat de omvang van zijn lesgevende werkzaamheden een volwaardige uitvoerende beroepsbeoefening niet toe. In dat geval bedraagt de maximale som van de elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd vier jaar en is het aanbieden van het 0-urencontract te beschouwen als een ontslagbeslissing, waarvoor geen grond aanwezig is. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden

05-01-2007

103369 - Verzoek voorlopige voorziening HBO

De werkgever heeft de werkneemster meegedeeld dat haar tijdelijk dienstverband van rechtswege eindigt. De werkneemster stelt dat zij in vaste dienst is en vraagt schorsing van de opzegging. Zij stelt dat artikel D-5 lid 1 a niet van toepassing is omdat zij niet met lesgevende taken is belast en zij niet gezien kan worden als uitvoerend beroepsbeoefenaar. De werkgever vraagt de werkneemster de toegang tot de schoolgebouwen te ontzeggen en haar te verbieden zich negatief uit te laten over de instelling naar derden. De werkneemster is benoemd als hogeschooldocent, maar functioneert als studieleidster en geeft slechts incidenteel les. Zij behoort volgens de Voorzitter dan ook niet tot het onderwijzend personeel met lesgevende taken. Het tijdelijk dienstverband kan derhalve niet gegrond zijn op artikel D-5 lid 1 onder a CAO-HBO en omdat er ook geen andere grond voorhanden is op basis waarvan de werkneemster conform de CAO op tijdelijke basis werkzaam kon zijn, dient er van uitgegaan te worden dat de werkneemster in vaste dienst is. Er lijkt geen geldige ontslaggrond aanwezig en de Voorzitter wijst de gevraagde voorziening dan ook toe. Werkgever kan werkneemster zelf de toegang tot de schoolgebouwen verbieden op grond van artikel P-1 CAO-HBO zelf, terwijl niet gebleken is dat sprake is van de beweerde negatieve beeldvorming over het voortbestaan van de opleiding en zo dit al het geval zou zijn, wat de rol van de werkneemster daarin is. De door de werkgever gevraagde voorzieningen worden afgewezen. Verzoek schorsing opzegging toegewezen.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

18-12-2006

103351 - Beroep tegen indeling profiel Docent niveau 1 HBO

Vereenvoudigde behandeling door de Voorzitter.
De werknemer voert aan dat de bestreden beslissing aan te merken is als het direct of indirect onthouden van bevordering als bedoeld in artikel 4.7 eerste lid onder d van de WHW, waartegen beroep bij de Commissie open staat. De bestreden beslissing is genomen in het kader van de in de CAO-HBO voorgeschreven invoering van de nieuwe functieordening. Naar het oordeel van de Voorzitter betreft deze beslissing een functie-indelingsbeslissing die niet als een onthouding van bevordering kan worden aangemerkt. De beslissing is immers gerelateerd aan de aan de werknemer opgedragen werkzaamheden. Daar komt bij dat tegen de bestreden beslissing op grond van de CAO-HBO bezwaar open staat bij de Landelijke bezwarencommissie functieordenen HBO. De werknemer heeft bij die Commissie ook bezwaar ingediend. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

10-11-2006

103248 - Beroep tegen schorsing; HBO

Werknemer is docent schaal 11 en is niet geplaatst in de nieuwe organisatie van het instituut waar hij werkzaam is, omdat hij niet zou passen binnen de nieuwe organisatiestructuur. Voor hem wordt ander werk binnen of buiten de hogeschool gezocht. Hangende de procedure voor de Commissie is hij tijdelijk voor 50% geplaatst in een administratieve functie schaal 8. De Commissie oordeelt dat de werknemer op non-actief is gesteld en er sprake is van een schorsingsbeslissing. De inschatting van de werkgever komt neer op een negatieve verwachting ten aanzien van het toekomstig functioneren van de werknemer. Volgens de Commissie dient een werkgever redelijkerwijze wel hele sterke aanwijzigen te hebben om een werknemer alleen op grond van een dergelijke verwachting uit zijn functie te kunnen ontheffen. Nu een extern bureau een positief plaatsingsadvies aan de werkgever had gegeven, is de negatieve past performance van de directeur de enige aanwijzing die de werkgever voor die negatieve verwachting heeft. De past performance van de directeur roept de nodige vragen op omdat gebleken is dat de directeur ten tijde van de invulling van het formulier zelf niet op de hoogte was van de strekking ervan en het formulier op diverse punten afwijkt van het formulier dat door het extern bureau is ingevuld. Het gegeven dat de werknemer 2 jaar geleden enkele maanden arbeidsongeschikt geweest is waarbij het nieuwe leren een rol gespeeld heeft, is niet van aard om het schorsingsbesluit te dragen. De arbeidsongeschiktheid is immers geëindigd en de schorsingsbeslissing is genomen op basis van de door een extern bureau gehouden screening en de past persformance van de directeur. De Commissie oordeelt dat de schorsing feitelijke grondslag mist, onvoldoende is gemotiveerd en de toets der redelijkheid niet kan doorstaan. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

10-11-2006

103247 - Beroep tegen schorsing; HBO

Werknemer is ruim 20 jaar docent aan de avondopleiding en is niet geplaatst in de nieuwe organisatie van het instituut waar hij werkzaam is omdat hij niet zou passen binnen de nieuwe organisatiestructuur. Voor hem wordt ander werk binnen of buiten de hogeschool gezocht. De Commissie oordeelt dat de werknemer op non-actief is gesteld en er sprake is van een schorsingsbeslissing. De inschatting van de werkgever komt neer op een negatieve verwachting ten aanzien van het toekomstig functioneren van de werknemer. Volgens de Commissie dient een werkgever redelijkerwijze wel hele sterke aanwijzingen te hebben om een werknemer alleen op grond van een dergelijke verwachting uit zijn functie te kunnen ontheffen. De aanwijzingen die de werkgever daarvoor had, zijn het gegeven dat de werknemer niet akkoord zou zijn gegaan met het uitbrengen van een negatief plaatsingsadvies door een extern bureau, alsmede de past performance van de directeur. Volgens de Commissie kan niet gezegd worden dat de werknemer niet heeft meegewerkt aan de plaatsingsprocedure en evenmin dat het extern bureau een negatief plaatsingsadvies zou hebben uitgebracht. De past performance van de directeur roept de nodige vragen op omdat gebleken is dat de directeur ten tijde van de invulling van het formulier zelf niet op de hoogte was van de strekking ervan en het formulier op diverse punten afwijkt van het formulier dat door het extern bureau is ingevuld. De aanvullende verklaring van de directeur wordt niet gedragen door functionerings- en beoordelingsgesprekken.
De Commissie oordeelt dat de schorsing feitelijke grondslag mist, onvoldoende is gemotiveerd en de toets der redelijkheid niet kan doorstaan. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

10-11-2006

103237 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige reden HBO

De werknemer wordt verdacht van diefstal en hij heeft volgens de werkgever gelogen over zijn aanwezigheid op de instelling op de dag van de diefstal; er is ook sprake van een verstoorde verhouding tussen de werknemer en zijn collega's. De Commissie is van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden niet hoeft te worden uitgezocht óf de werknemer geld heeft weggenomen, net zomin als de Commissie het noodzakelijk acht te achterhalen wie van partijen schuldig is aan het ontstaan van de verstoorde verhouding. Immers evident is dat een ernstig verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen is ontstaan. De werkgever heeft die verstoorde verhouding redelijkerwijze kunnen aanmerken als een gewichtige reden op grond waarvan hij het dienstverband met de werknemer heeft kunnen opzeggen. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden

25-10-2006

103211 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid HBO

De werkgever kan bij de uitvoering van het ZAHBO, bij gebreke aan een door het UWV verstrekt functieongeschiktheidsadvies, zijn oordeel baseren op het reïntegratieverslag in het kader van de WIA. De werkgever heeft verzuimd de werknemer aan te zeggen dat hij de procedure ter beoordeling van de medische geschiktheid van de werknemer in gang ging zetten. De werknemer, die claimt zich derhalve onvoldoende te hebben kunnen inzetten voor werkhervatting, is echter door het UWV voldoende geïnformeerd over de aanstaande ontwikkelingen zodat hij niet zodanig in zijn belang is getroffen dat op grond daarvan het beroep gegrond geoordeeld zo moeten worden. Er is geen reden te twijfelen aan het door het UWV verstrekte oordeel over een mogelijk herstel van de werknemer. Aan de vereisten voor ontslag is voldaan en de werkgever heeft de werknemer voor zijn restcapaciteit herplaatst. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

26-07-2006

103149 - Beroep tegen vermeende berisping en schorsing; HBO

Tussen de werknemer en zijn leidinggevenden is verschil van mening ontstaan over de wijze waarop binnen de faculteit tentamens en examens worden afgenomen. De werknemer heeft zich daarover gewend tot de Onderwijsinspectie en de aan de instelling verbonden Ombudsman. De faculteitsdirecteur heeft de werknemer schriftelijk medegedeeld dat er op korte termijn een vervolggesprek zou plaatsvinden over het functioneren van de werknemer en diens houding ten opzichte van studenten en collega's. Vervolgens heeft de faculteitsdirecteur de werknemer schriftelijk opgedragen welke werkzaamheden hij wel en welke hij niet diende te verrichten. De werknemer heeft beroep ingesteld tegen de inhoud van de twee brieven van de werkgever, die volgens hem neerkomen op een berisping en een schorsing. De Commissie oordeelt dat de uitnodiging tot het voeren van een gesprek over het functioneren niet is aan te merken als een disciplinaire maatregel. De tweede brief betreft instructies over de door de werknemer te verrichten werkzaamheden en betreft geen schorsing. Het opschorten van de deelname aan het stafoverleg betekent niet dat van een volwaardig staflidmaatschap geen sprake meer was. De betreffende werkinstructie kon redelijkerwijs worden gegeven in het belang van de goede voortgang van het onderwijs. Niet gebleken is dat deze werkinstructie op enigerlei wijze de strekking van een disciplinaire maatregel heeft gehad. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

18-07-2006

103159 - Beroep tegen berisping; HBO

Werknemer is docent. Zijn werkgever heeft hem een berisping opgelegd omdat hij niet aanwezig was op een bijeenkomst van docenten en hij voorts op 2 achtereenvolgende dagen niet aanwezig was terwijl hij stond ingeroosterd voor onderwijs aan deeltijdstudenten. Op de avond van de eerste dag waarop hij afwezig was voor het geven van colleges, heeft zijn leidinggevende hem opdracht gegeven de volgende dag college te geven. Daarop heeft de werknemer medegedeeld dan geen colleges te kunnen geven vanwege een afspraak elders in het land. Bedoelde afspraak had geen verband met zijn functie aan de hogeschool. De Commissie overweegt dat de aanwezigheid bij bijeenkomsten van docenten onderwerp van gesprek is geweest tussen de werknemer en zijn leidinggevende. In het licht daarvan heeft de werkgever de afwezigheid van de werknemer zonder voorafgaande kennisgeving kunnen aanmerken als plichtsverzuim. Voorts heeft de werkgever het niet verzorgen van colleges voor deeltijdstudenten ook kunnen  aanmerken als plichtsverzuim. Werknemer had onderzoek naar juistheid rooster moeten doen. Leidinggevende was bevoegd om de werknemer opdracht te geven les te geven aangezien het om een overeengekomen werkdag ging. Werknemer heeft er echter welbewust voor gekozen privé-afspraak voor te laten gaan. Herhaald plichtsverzuim. Berisping is proportioneel. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

18-04-2006

103095 - Beroep tegen officiële waarschuwing; HBO

Waarschuwing vanwege niet respectvolle wijze benaderen van het management, in casu de teamleider. De waarschuwing is niet als voor beroep vatbare beslissing vermeld in artikel 4.7 lid 1 WHW en artikel S-2 lid 1 CAO-HBO zodat daartegen in beginsel geen beroep open staat. Als een beslissing naar zijn inhoud en/of vorm een disciplinair karakter heeft, dient deze, ongeacht hoe de beslissing wordt genoemd, te worden aangemerkt als een disciplinaire maatregel waartegen beroep open staat. In de bestreden brief heeft de werkgever als laatste regel vermeld: "Wij vertrouwen erop dat u zich in het vervolg als een goed werknemer zult gedragen, zodat wij niet genoodzaakt zullen zijn nadere disciplinaire maatregelen te nemen". Ter zitting heeft de werkgever desgevraagd aangegeven dat dit aldus dient te worden verstaan dat, bij herhaling van dergelijk gedrag, de werkgever alsdan nadere maatregelen kan nemen, waaronder een disciplinaire maatregel. Nu de brief niet is opgenomen in het personeelsdossier van de werknemer, hetgeen deze ter zitting heeft beaamd, acht de Commissie het aannemelijk dat de werkgever niet heeft beoogd een disciplinaire maatregel met arbeidsrechtelijke gevolgen te treffen. Tussen het woord "nadere" en het woord "disciplinaire" in de brief dient een komma te worden gelezen. Dientengevolge is de Commissie van oordeel dat de waarschuwing een disciplinair karakter ontbeert zodat er geen sprake is van een voor beroep vatbare beslissing. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

20-03-2006

103108 - Beroep tegen ontslag op staande voet; HBO.

Werknemer had bij sollicitatie aangegeven de opleiding moderne bedrijfsadministratie (MBA) gevolgd te hebben en het daarbij behorende diploma behaald te hebben. Kort na het in dienst treden ontstaat bij de werkgever twijfel ontstaan over het niveau van functioneren. Een en andermaal heeft de werkgever er bij de werknemer op aangedrongen het diploma te overleggen. Uiteindelijk heeft de werknemer verklaard dat zij wel een MBA-opleiding heeft gevolgd, maar dat zij niet over het diploma beschikt. De werknemer heeft niet alleen een onjuiste weergave van de door haar behaalde diploma's gegeven, maar daarover ook gedurende het dienstverband onware verklaringen afgelegd. De werkgever heeft dit kunnen aanmerken als een dringende reden voor ontslag. De werknemer heeft door het verstrekken van onjuiste inlichtingen over het bezit van het diploma en het volharden in deze onwaarheid het noodzakelijke vertrouwen van de werkgever naar het oordeel van de Commissie zodanig geschonden dat van de werkgever niet gevergd kon worden dat deze de arbeidsverhouding zou laten voortduren. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier  downloaden.

07-02-2006

102936 Beroep tegen ontslag HBO

Werkneemster is sinds 1998 werkzaam als docente zang. Partijen hebben jaarlijks een tijdelijke arbeidsovereenkomst getekend. Werkneemster stelt in vaste dienst te zijn. Ten tijde van het aangaan van het dienstverband was de CAO-HBO 1997-1998 van toepassing. De akte van benoeming vermeldde dat de tijdelijke arbeidsovereenkomst was aangegaan op grond van artikel D-4 CAO-HBO. Op grond van genoemd artikel was indiensttreding voor bepaalde tijd alleen mogelijk voor werkzaamheden van specifieke aard. De Commissie oordeelt dat de werkzaamheden van werkneemster reguliere werkzaamheden van het Conservatorium zijn. Het gaat namelijk om wekelijkse individuele zanglessen aan dezelfde groep studenten, gedurende een studiejaar. Die werkzaamheden worden thans gecontinueerd. Het gegeven dat het gaat om een kleine studierichting met minder dan 20 studenten, doet aan het reguliere karakter niet af. Specialistische vakkennis en beperkte inzetbaarheid uiten zich in de beperkte betrekkingsomvang maar maken de werkzaamheden nog niet specifiek als bedoeld in artikel D-4 CAO-HBO 1997-1998. Niet is gebleken dat werkneemster bewust in strijd met de CAO een tijdelijke arbeidsovereenkomst heeft willen aangaan. De CAO-HBO had een standaardkarakter en was met ingang van 24-11-1997 algemeen verbindend verklaard. Werkneemster is in vaste dienst en er is geen sprake van verjaring. Er is geen geldige grond om werkneemster te ontslaan uit haar vaste dienstverband. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

06-02-2006

102959 - Beroep tegen vermindering betrekkingsomvang HBO

De werknemer is sedert 1989 in dienst van de werkgever. Zijn vaste dienstbetrekking is steeds tijdelijk uitgebreid. De wekgever heeft de werknemer met ingang van 01-08-2004 voor 0,0595 FTE minder ingezet. Volgens de werkgever gaat het om het van rechtswege eindigen, volgens de werknemer om een deeltijdontslag uit een vast dienstverband. De Commissie oordeelt dat onder de werking van de CAO-HBO 1997-1998 op grond van artikel D-4 enkel een tijdelijk dienstverband kon worden overeengekomen voor specifieke werkzaamheden. Omdat de werknemer steeds reguliere werkzaamheden verrichtte, was hij onder de werking van de CAO-HBO 1997-1998 voor zijn gehele betrekkingsomvang in vaste dienst van de werkgever. Die betrekkingsomvang is later verminderd tot 11.243 en de werknemer is niet tegen die verminderingen opgekomen. De vermeerderingen van de betrekkingsomvang vanaf 01-09-2002 hebben op juiste gronden in tijdelijke uitbreiding plaatsgevonden. Op die uitbreidingen zijn de artikelen D-5 lid 1 onder d en e van de verlengde CAO-HBO 2002-2003 van toepassing. Aldus kunnen de uitbreidingen eerst in 2006 vast worden. Het gedeelte van de dienstbetrekking waarvoor de werknemer niet meer wordt ingezet is derhalve onderdeel van de tijdelijke uitbreiding en is van rechtswege geëindigd door het verstrijken van de termijn waarvoor deze was aangegaan. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

16-01-2006

102933 Beroep tegen vermindering betrekkingsomvang HBO

De werkgever heeft de werkneemster vanaf 01-08-1993 jaarlijks een akte verstrekt, inhoudende een tijdelijke uitbreiding van haar vaste betrekkingsomvang. Per 01-08-2004 heeft de werkgever de betrekkingsomvang met 0,0621 FTE verminderd. Werkneemster stelt voor haar gehele betrekkingsomvang in vaste dienst te zijn en voert aan dat de bestreden beslissing neerkomt op een deeltijdontslag. De Commissie oordeelt dat werkneemster op basis van de CAO-HBO 1997-1998 per 01-08-1997 voor haar gehele betrekkingsomvang van 18 leseenheden in vaste dienst is. Werkneemster is steeds werkzaam geweest als docente X aan een school voor voortgezet onderwijs van de werkgever. Het betreft dus reguliere werkzaamheden terwijl op grond van de CAO-HBO 1997-1998 indiensttreding voor bepaalde tijd mogelijk was voor werkzaamheden van specifieke aard. Voorts oordeelt de Commissie dat de beroepstermijn eerst is gaan lopen vanaf het moment dat de werkgever in een individuele beslissing en in duidelijke, niet-verhullende termen aan de werknemer heeft medegedeeld dat haar betrekkingsomvang met ingang van 01-08-2004 met een bepaald percentage wordt verminderd. Geen overschrijding beroepstermijn. Voor het deeltijdontslag is geen grond aanwezig. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

22-12-2005

102946 Beroep tegen vrijroostering van werkzaamheden HBO

Werknemer wordt reeds vanaf 01-08-2004 niet meer ingezet binnen een van de opleidingen van de hogeschool. De werkgever stelt dat de werknemer in de gelegenheid gesteld wordt een loopbaantraject te volgen bij het Transferpunt van de werkgever. De werknemer voert aan dat er sprake is van schorsing. Gelet op de lange duur van de vrijroostering van werkzaamheden en gelet op de expliciete verklaring van de werkgever dat de werknemer niet meer tot zijn werkzaamheden zal worden toegelaten, is de Commissie van oordeel dat de werkgever de werknemer reeds gedurende een lange periode niet in de gelegenheid stelt de bedongen arbeid te verrichten. Nu de vervanger van de werknemer inmiddels in vaste dienst is gekomen van de werkgever, is de werknemer het perspectief op terugkeer in de functie ook feitelijk ontnomen. Derhalve merkt de Commissie de mededeling van de werkgever dat de werknemer niet meer zal worden ingezet binnen een van de opleidingen van de hogeschool aan als een schorsing en oordeelt zij het beroep ontvankelijk. De schorsing voldoet niet aan de formele vereisten die de CAO-HBO  daaraan  stelt. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

15-12-2005

102903 - Beroep tegen berisping; HBO

Werknemer heeft na een periode van arbeidsongeschiktheid vanaf september 2002 een zogenoemde thuiswerkplek aanvaard. In september 2004 wordt de werknemer te kennen gegeven dat moet worden gesproken over herziening van deze situatie en daartoe diende de werknemer een voorstel  voor een terugkeerplan in te dienen bij de werkgever. Het plichtsverzuim is volgens de werkgever gelegen in het niet nakomen van afspraken met betrekking tot werkhervatting. De Commissie is gebleken dat de werkgever hierbij doelt op een drietal beweerde afspraken, waarbij de werknemer niet zou zijn verschenen. Ten aanzien van de eerste afspraak kan niet worden vastgesteld dat deze afspraak daadwerkelijk is gemaakt en de tweede afspraak heeft de werknemer door ziekte niet kunnen nakomen, hetgeen door de werkgever is erkend. Resteert de derde afspraak die de werknemer heeft afgebeld met de mededeling dat hij zich psychisch niet in staat achtte op de afspraak te verschijnen. De Commissie oordeelt dat het niet nakomen van deze afspraak wellicht kan worden aangemerkt als plichtsverzuim doch dat dit enkele feit, gelet op alle omstandigheden van het geval, voor de werkgever niet voldoende reden heeft kunnen vormen voor het opleggen van een disciplinaire maatregel. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

13-12-2005

102984 - Beroep tegen mededeling dienstverband niet te verlengen HBO

De werknemer stelt dat hij in vaste dienst is en dat de mededeling derhalve een ontslagbeslissing is. De werknemer heeft van 01-01-200 tot 01-11-2002 op uitzendbasis bij de werkgever gewerkt en is vervolgens in dienst van de werkgever getreden. Omdat voor het berekenen van de maximale termijn voor een tijdelijk dienstverband op grond van artikel D-5 van de verlengde CAO-HBO 2002-2003 en de CAO-HBO 2005 geen uitzend- of etacheringsovereenkomsten mogen worden meegeteld, is de maximale termijn van drie jaar niet overschreden. Er zou pas uiterlijk 01-12-2005 sprake zijn van een vast dienstverband, dat wil zeggen ná de datum waarop het dienstverband is geëindigd. Dat de werkgever een arbeidsovereenkomst op grond van artikel D-3 CAO-HBO (tijdelijke arbeidsovereenkomst met uitzicht op vast) had moeten geven, is niet gebleken, net zomin als is gebleken van zodanige toezeggingen van de werkgever dat de werknemer in redelijkheid hieruit zou hebben kunnen afleiden dat hij in een dienstverband voor onbepaalde tijd zou worden benoemd. Omdat de grond voor de tijdelijkheid van de arbeidsovereenkomsten van de werknemer juist is, is er geen sprake van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

28-10-2005

102793 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie; HBO

De werknemer voert aan dat de afhandeling van het bezwaar bij de interne bezwarencommissie niet juist is geweest. Voorts is de afvloeiingssystematiek naar het oordeel van de werknemer niet juist toegepast: binnen zijn vakgebied - X - zijn vier docenten werkzaam die allen dezelfde bevoegdheid hebben en uitwisselbare functies vervullen, waarbij de werknemer degene is met de langste diensttijd. De afhandeling door de bezwarencommissie is formeel niet juist geweest, maar dit wordt door de Commissie onder de gegeven omstandigheden verschoonbaar geacht. Over de afvloeiingsvolgorde is in het Sociaal Plan opgenomen dat als afvloeiingssystematiek geldt de lengte van het dienstverband bij de hogeschool en haar rechtsvoorgangers. De werknemer is in 1987 benoemd is als docent X lichte muziek en klassieke muziek. De werknemer heeft tot en met 1998 les gegeven in het vakgebied Lichte muziek. Hiermee staat vast dat hij geacht moet worden in staat te zijn Xles te geven in het vakgebied Lichte muziek. Dit betekent dat het door de werkgever aangebrachte onderscheid tussen lichte muziek en klassieke muziek niet van belang is omdat de werknemer een benoeming voor beide vakgebieden heeft. Gezien de omvang van de te bezuinigen formatie voor X komt volgens de in het Sociaal Plan opgenomen afvloeiingssystematiek de werknemer dan ook niet in aanmerking voor ontslag. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

04-10-2005

102869 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige redenen HBO

Werknemer is docent hoofdvak Viool en er zijn reeds jaren geen lessen voor hem. De werkgever stelt dat de arbeidsovereenkomst een lege huls is geworden. De Commissie heeft vastgesteld dat de werknemer sedert 1997 geen eigen studenten meer heeft gehad en dat ook geen andere, concrete invulling is gegeven aan zijn werkzaamheden. Op grond van goed werkgeverschap had van de werkgever een bepaalde inspanning verwacht mogen worden om hetzij te bevorderen dat studenten voor werknemer als hoofdvakdocent zouden kiezen hetzij door andere passende werkzaamheden voor de werknemer te zoeken. Door dit niet dan wel in onvoldoende mate te doen, werd de werknemer feitelijk van werkzaamheden uitgesloten. Aangezien deze situatie reeds vanaf 1997 voortduurt, de werknemer zelf ook geen actie heeft ondernomen en beide partijen stellen dat er inmiddels sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie, oordeelt de Commissie dat onder deze omstandigheden sprake is van een gewichtige reden als bedoeld in art. Q-2 lid 1 sub 3 CAO-HBO op grond waarvan de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft kunnen opzeggen. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden

30-09-2005

102875 - Beroep tegen een schorsing en voornemen ontbindingsverzoek HBO

Beroep tegen beslissing een ontbindingsverzoek in te dienen, is niet-ontvankelijk omdat het geen voor beroep vatbare beslissing betreft. De schorsing betreft een ordemaatregel in afwachting van de beëindiging van het dienstverband. De werknemer stelt dat hem niet onmiddellijk is meegedeeld waarom hij is geschorst en dat er geen reden voor schorsing was. Gelet op het voornemen van de werkgever de dienstbetrekking te beëindigen, is het niet onredelijk dat de werkgever de werknemer tot aan het moment van ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet meer op de instelling wilde toelaten. Dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet heeft plaatsgevonden, doet hieraan niet af nu de werkgever op het moment van schorsing niet wist of kon weten dat de kantonrechter aldus zou beslissen. Daarenboven is de gang van zaken, waarbij de oorspronkelijke gronden van de schorsingsbeslissing zijn aangevuld met ontwikkelingen die zich later op de dag hebben voorgedaan, toegestaan. Beroep tegen ontbindingsverzoek niet-ontvankelijk; beroep tegen schorsing ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

19-08-2005

102880 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; HBO

Werkneemster is benoemd als assistent-conciërge in het kader van de regeling ID-banen. Zij verzorgde de koffie en deed daarnaast ondersteunende/assisterende taken op de afdeling huisvesting en beheer. Zij is ontslagen omdat haar functie overbodig is geworden als gevolg van de verhuizing van een huurder en de totstandkoming van een overeenkomst met een cateraar. Zij voert aan dat een deel van haar werkzaamheden is verdwenen maar dat een belangrijk deel van haar werk is blijven bestaan. Ook is de subsidie voor haar baan nog steeds beschikbaar. Bij het wegvallen van het verzorgen van de koffie heeft de werkgever volgens de Commissie in redelijkheid kunnen oordelen dat de overblijvende taken van zodanig geringe omvang en zwaarte zijn dat niet van hem gevraagd kan worden de functie van de werkneemster in stand te houden. De werkgever heeft niet onredelijk gehandeld door de werkneemster niet de functie van conciërge aan te bieden, temeer daar het gaat om een veel hoger gesalarieerde functie, in welke functie van de werkneemster dienovereenkomstig veel meer verwacht zou worden. Het feit dat de subsidie voor de betrekking van de werkneemster, ondanks eerdere besluitvorming van de gemeente, gecontinueerd is, schept geen verplichting voor de werkgever om haar betrekking te handhaven. De werkgever heeft voor beantwoording van de vraag of de functie van de werkneemster in stand kon blijven de beschikbare werkzaamheden tot uitgangspunt genomen hetgeen hij in redelijkheid heeft kunnen doen. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

19-08-2005

102728 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid HBO

De werknemer is practicumdocent. Hij voert aan dat voor zijn restcapaciteit nog herplaatsings -mogelijkheden bij de werkgever zijn. Hij meent ontslagen te zijn op grond van zijn functioneren. Uit het verhandelde ter zitting blijkt dat de beschikbare inzet van de werknemer deels (telefonisch uit te voeren) opvultaken betreft (vertrouwenspersoon, stagebegeleiding) die worden uitgevoerd wanneer hij daar toe in staat is (en bijvoorbeeld niet als de organisatie daarom vraagt), terwijl de lesgevende taken met veel ziekteverzuim en te laat komen gepaard gaan. De inzet van de werknemer is te instabiel om een gewone - zelfs aangepaste - taakuitoefening te waarborgen. De werknemer heeft nagelaten om zijn stelling te onderbouwen en eigen expertise in te brengen om de conclusies van de werkgever en UWV te weerleggen. Gebleken is dat de werknemer door de aard van zijn ziekte met voor de werkgever onvoldoende mate van zekerheid ingeroosterd kan worden. Voorts zijn geen feiten of omstandigheden gebleken waaruit valt op te maken dat de werkgever is overgegaan tot ontslag wegens onvoldoende functioneren van de werknemer, welke niet zijn grond vindt in ziekte of arbeidsongeschiktheid. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

19-05-2005

102804 - Beroep tegen berisping; HBO

De werknemer wordt verweten plichtsverzuim gepleegd te hebben door in strijd met een voor hem geldende gedragslijn gehandeld zijn ongenoegen te hebben geventileerd bij collega's over de gang van zaken en door tegen een collega geschreeuwd en gescholden te hebben. De werknemer ontkent aldus gehandeld te hebben maar de Commissie hecht meer waarde aan de andersluidende verklaringen van de leidinggevenden van betrokkene. Er is sprake van plichtsverzuim. De opgelegde maatregel is proportioneel, mede in acht genomen dat de werknemer al eerder ongewenst gedrag heeft vertoond en daarop is aangesproken. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

19-05-2005

102786 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; HBO

De werkneemster voert o.a. aan dat er geen sprake is van een reorganisatie in de zin van de CAO-HBO. Voorts is de MR onder voorwaarden akkoord gegaan en is aan de voorwaarden niet voldaan. Ook stelt zij dat er nog werkzaamheden voor haar zijn. De werkgever verzorgt muziekonderwijs en heeft besloten een aantal hoofdvakinstrumenten, waaronder dat van werkneemster, af te bouwen. Naar het oordeel van de Commissie dient dit vanuit de aard van de - lesgevende - werkzaamheden van de hogeschool gezien te worden als het beëindigen van de werkzaamheden van een belangrijk onderdeel van de hogeschool zoals bedoeld in art. R-2 lid 1 HBO, zodat sprake is van een reorganisatie in de zin van art. R-2 CAO-HBO. De MR heeft kenbaar gemaakt niet van oordeel te zijn dat zijn goedkeuring aan het voornemen van de werkgever alsnog is komen te ontvallen. De voor de werkneemster beschikbare werkzaamheden konden voor de werkgever onvoldoende zijn om het dienstverband met de werkneemster te continueren. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

04-04-2005

102736 - Beroep tegen een disciplinaire maatregel; HBO

De werknemer is door de werkgever berispt omdat de op hem rustende verplichtingen uit hoofde van het Verzuimprotocol tijdens zijn ziekte niet is nagekomen: twee maal is de Arbo-medewerker aan de deur geweest en beide malen heeft hij de werknemer niet thuis aangetroffen. Het Verzuimprotocol dat de werkgever hanteert houdt de verplichting in om de eerste drie dagen na een ziekmelding thuis te blijven. De werknemer heeft gesteld dat hij bij de eerste controle lag te slapen zodat hij de bel niet heeft gehoord. Omdat de werknemer al eerder was gewaarschuwd omtrent zijn bereikbaarheid tijdens ziekte had hij  maatregelen dienen te nemen om te voorkomen dat hij door te slapen eventueel de bel niet zou horen. Door dit na te laten, heeft hij het risico genomen dat de Arbo-medewerker geen gehoor zou krijgen bij bezoek.Voor wat betreft het bezoek staan de visie van de werknemer en die van de Arbo-medewerker recht tegenover elkaar. Er is geen enkele reden voorhanden is waarom getwijfeld zou moeten worden aan de beroepsmatige betrouwbare uitvoering van de werkzaamheden van de Arbo-medewerker. Ook heeft de werknemer geen argumenten kunnen aandragen die een verklaring zouden kunnen geven voor het feit dat de Arbo-medewerker niemand thuis heeft getroffen. Hiermee heeft de werknemer nagelaten te doen wat een goed werknemer in gelijke omstandigheden behoort te doen, zodat hij plichtsverzuim heeft gepleegd. Omdat gebleken is dat de werknemer met enige regelmaat ziek is en omdat hij al eerder (controle)verplichtingen niet is nagekomen acht de Commissie de genomen maatregel, die de minst zware is, in juiste proportie staan tot het gepleegde plichtsverzuim. Het beroep is ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

21-03-2005

102725 - Beroep tegen beweerde opzegging tijdelijk dienstverband; HBO

De werkgever heeft de werknemer meegedeeld dat zijn benoeming uiterlijk per 01-08-2004 eindigt. De werknemer heeft deze brief pas op 15-06-2004 ontvangen. Hij stelt dat de werkgever tevergeefs gepoogd heeft een opzegtermijn te hanteren. Door de te late opzegging is het dienstverband gecontinueerd en is een vast dienstverband ontstaan. Op grond van de CAO-HBO eindigt de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder opzegging door het verstrijken van de termijn of door beëindiging van de werkzaamheden waarvoor de overeenkomst is aangegaan. Dit houdt in dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen, welke een duur had van 01-08-2003 tot 01-08-2004, niet opgezegd diende te worden maar op 01-08-2004 van rechtswege eindigde. De in de arbeidsovereenkomst opgenomen zinsnede - "Partijen hanteren voor zover noodzakelijk een opzegtermijn op basis van artikel Q-2, lid 3 van de cao-hbo 2002-2003." -  maakt dit niet anders. Immers, gesteld noch gebleken is dat de in het artikel genoemde noodzaak aanwezig was. Geen opzegging en dus geen voor beroep vatbare beslissing. Beroep is niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

18-03-2005

102723 - Beroep tegen ingetrokken berisping; HBO

Berisping is ingetrokken nadat de werknemer ontslag had genomen. Werknemer handhaaft beroep omdat hij door de berisping rechtstreeks in zijn belang is getroffen.De Commissie overweegt dat denkbaar is dat een werknemer zodanig in zijn belang is getroffen dat, ondanks intrekking van de bewuste beslissing, een belang bij behandeling van het beroep resteert. De werknemer heeft desgevraagd aangegeven dat zijn belang eruit bestaat dat hij ten gevolge van de beslissing van de werkgever gezondheidsklachten in de vorm van verhoging van de bloeddruk heeft gekregen, dat hij zijn studenten niet meer recht in de ogen kan kijken en dat hij zijn integriteit geschaad acht. Eventuele aantasting van eer en goede naam betreft naar het oordeel van de Commissie de rechtspositie van de werknemer. Gebleken is dat binnen de instelling beperkt bekend was dat de werknemer een disciplinaire maatregel was opgelegd, zodat slechts een zeer gering aantal studenten en/of collega's hiervan weet hadden. Onder dergelijke omstandigheden kan in redelijkheid geen sprake zijn van aantasting van de eer en goede naam van de werknemer door de inmiddels ingetrokken disciplinaire maatregel. Onvoldoende belang bij voortzetting beroep. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

15-02-2005

102567 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid HBO

De beroepstermijn van 6 weken is ruim overschreden, volgens werknemer omdat zij eerst in een onderhoud met UWV USZO in april 2004 zou hebben begrepen dat de arbeidsongeschiktheid niet alleen zag op haar vorige functie doch ook op de laatstelijk door haar vervulde functie. De Commissie acht de termijnoverschrijding niet verschoonbaar omdat de bestreden beslissing de mogelijkheid en termijn van beroep vermeldde en omdat daarin expliciet werd gesproken over het niet kunnen hervatten van de huidige functie of een andere functie. Voorts had de werknemer op 21-04-2004 juridisch advies ingewonnen waarna het beroep op 06-05-2004 is ingediend. Ook had de werknemer reeds in januari 2004 getracht duidelijkheid te verkrijgen over het ontslag bij de afdeling P&O van de werkgever. Onder deze omstandigheden oordeelt de Commissie dat de werknemer het beroep niet zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs verlangd kon worden, heeft ingesteld. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

08-02-2005

102733 - Beroep tegen ontslag HBO

Beroepstermijn is met 18 dagen overschreden. De Voorzitter oordeelt in vereenvoudigde behandeling dat appellant het beroep niet zo spoedig mogelijk heeft ingesteld als redelijkerwijze verlangd kon worden. De bestreden beslissing vermeldt niet de mogelijkheid van beroep. Appellant is echter lid van een personeelsvakorganisatie met wie hij binnen de beroepstermijn contact heeft opgenomen. De medewerkers van de personeelsvakorganisatie dienen verondersteld te worden voldoende rechtskundig onderlegd te zijn en derhalve op de hoogte te zijn van de beroepsmogelijkheid en de beroepstermijn. Niet verschoonbare termijnoverschrijding. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

27-01-2005

102674 Beroep tegen deeltijdontslag HBO

Werkneemster is docente en voert voor haar hele betrekkingsomvang dezelfde reguliere werkzaamheden uit. Haar functioneren is positief beoordeeld waarna zij met ingang van de datum waarop zij voldeed aan de benoembaarheidsvereisten, is benoemd voor 0,4 FTE vast en voor 0,2 FTE tijdelijk met uitzicht op vast. Aangezien het functioneren reeds positief was beoordeeld, was er geen grond meer om werkneemster wederom tijdelijk te benoemen met uitzicht op vast. Het gegeven dat de directeur niet de juiste werkwijze aan werkneemster heeft voorgesteld, moge juist zijn, doch is voor risico van de werkgever. Werkneemster heeft tegenover directeur een juist standpunt ingenomen, namelijk dat zij voor haar hele betrekkingsomvang vast diende te zijn. De CAO-HBO staat eraan in de weg dat de werknemer, wiens functioneren positief is beoordeeld, geheel of gedeeltelijk wordt benoemd op grond van art. D-3 lid 1 CAO-HBO. Bestreden beslissing komt neer op deeltijdontslag, waartegen beroep open staat. Ontslag uit gedeelte vast dienstverband is op basis van CAO-HBO niet mogelijk. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

20-01-2005

102647 - Beroep tegen berisping; HBO

Werkgever stelt dat werknemer zich heeft schuldig gemaakt aan plichtsverzuim door het verzenden van een e-mailbericht aan haar collega-docenten over de situatie van de studenten op haar account in relatie tot het rapport van de Commissie S (mbt de HBO-fraude) en over het verzoek dat zij daarover aan de voorzitter van het college van bestuur heeft gedaan. De Commissie overweegt dat de werknemer niet heeft gehandeld in strijd met de mededelingen die door de werkgever waren gedaan met betrekking tot de communicatie over voormeld rapport. Ook voorts meent de Commissie dat het e-mailbericht niet in redelijkheid als ontoelaatbaar beschouwd kan worden. De werknemer trachtte met de bewuste e-mail weer rust te brengen bij haar collega's. De Commissie oordeelt dat er geen sprake is van plichtsverzuim zodat er geen grond is voor het opleggen van een disciplinaire maatregel. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

24-12-2004

102673 - Beroep tegen vrijroostering reguliere werkzaamheden HBO

De werkgever bij wie de werknemer (docent) gedetacheerd was, beëindigt de detacheringsovereenkomst eerder dan was afgesproken. Omdat de werknemer voorkeur heeft voor een nieuwe detachering en vanwege diens onderwijsvisie, beslist de werkgever dat de werknemer niet zal worden ingezet binnen de opleidingen van de werkgever en dat hij wordt vrijgeroosterd om via een loopbaantraject een oplossing te vinden. De werknemer merkt de beslissing aan als een schorsing. De Commissie oordeelt dat de schorsing geen disciplinair karakter heeft en dat niet elke weigering van de werkgever om de werknemer niet toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, kan worden aangemerkt als een schorsing. De werknemer dient in het loopbaanadviestraject activiteiten uit te voeren. De Commissie neemt voorts de voorgeschiedenis in aanmerking en kan zich voorstellen dat de werkgever geen vertrouwen heeft in probleemloze terugkeer van de werknemer. Werknemer is gehouden ten volle mee te werken aan onderzoek of hij elders inzetbaar is.  Werkgever heeft belang bij ongestoorde voortgang van de werkzaamheden. Werknemer ontvangt bezoldiging en is voorts niet in zijn rechtspositie getroffen. Geen schorsing. De beoordeling kan anders komen te liggen op de datum dat de terugkeer van de werknemer was voorzien. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

24-12-2004

102637 - Beroep tegen berisping; HBO

De werknemer is voorzitter van een deelraad als bedoeld in art. 10.25 WHW. De deelraad heeft een nieuwsbrief gepubliceerd, die door de voorzitter is getekend. Vanwege de mededelingen die in de nieuwsbrief m.b.t. de jaarlijkse RI&E zijn gedaan, heeft de werkgever de werknemer een berisping opgelegd. Er bestaat volgens de Commissie een causaal verband tussen de schriftelijke berisping en de positie van de werknemer als voorzitter van de SMR. De berisping moet beoordeeld worden in het licht van de zorgverplichting van de werkgever op grond van art.10.19 lid 8 WHW. Deelraad heeft een bevoegdheid op gebied van arbeidsomstandigheden en de publicatie houdt verband met recht op vrije meningsuiting. Deelraad mag personeel informeren. De inhoud en opstelling van de nieuwsbrief kunnen in redelijkheid niet als ontoelaatbaar beschouwd worden. Geen plichtsverzuim. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

18-11-2004

102672 - Beroep tegen een ontslag op staande voet; HBO

Nadat werkneemster een week ziek was geweest en de bedrijfsarts had geadviseerd de werkzaamheden op 21-06-2004 te hervatten, heeft werkneemster zich op 21-06-2004 weer ziek gemeld. Vervolgens is werkneemster op staande voet ontslagen omdat zij zou hebben geweigerd te voldoen aan de opdracht van de werkgever om haar werkzaamheden te hervatten dan wel om een schriftelijke verklaring van een arts over te leggen waaruit blijkt dat zij arbeidsongeschikt is. De werkgever heeft de mededeling van werkneemster dat zij weer ziek was opgevat als een nieuwe ziekmelding doch heeft geen nieuwe medische controle doen uitvoeren zodat niet geconcludeerd kan worden dat werkneemster niet ziek was. Derhalve kan de schriftelijke waarschuwing/oproep van de werkgever niet worden aangemerkt als een redelijke opdracht zodat de weigering om aan die opdracht te voldoen, geen dringende reden voor de werkgever oplevert. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

18-10-2004

102488 Beroep tegen ontslag wegens bedrijfseconomische redenen HBO

De werknemer stelt dat hij niet in aanmerking dient te komen voor ontslag, omdat hij een lang dienstverband bij de werkgever heeft waarin hij goed heeft gefunctioneerd alsmede omdat hij breed inzetbaar is binnen de instelling. Hij is van oordeel dat de werkgever zich dient in te spannen om voor hem een passende oplossing binnen de instelling te vinden. Gebleken is dat de werkgever de werknemer heeft aangeboden gebruik te maken van de instrumenten uit het reorganisatieplan. Ook heeft hij regelmatig met de werknemer overleg gevoerd over de gevolgen van de reorganisatie. Voorts is de werknemer ingezet voor projectwerkzaamheden, waardoor zijn ontslag uiteindelijk een jaar opgeschort is en heeft de werkgever hem nog voor 0,3 FTE in dienst weten te houden voor een periode van drie jaar. Niet gebleken is dat plaatsing voor de overige formatieruimte bij de werkgever aan de orde zou kunnen zijn. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

12-10-2004

102605 - Beroep tegen einde tijdelijk dienstverband HBO

Beroepstermijn is met 2 maanden overschreden. De Commissie acht de termijnoverschrijding niet verschoonbaar omdat werkneemster kort voor de ontvangst van de brief waartegen het beroep is gericht, lid is geworden van een vakbond doch zich pas na het verstrijken van de beroepstermijn tot de vakbond heeft gewend. Ten overvloede overweegt de Commissie dat ook ingeval de beroepstermijn niet zou zijn overschreden, de Commissie tot niet-ontvankelijkheid zou concluderen omdat het ervoor dient te worden gehouden dat het tijdelijk contract afliep vanwege het verstrijken van de termijn waarvoor het was aangegaan. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

14-06-2004

102487 - Beroep tegen beweerd deelontslag HBO

De werknemer stelt dat hij volgens de CAO-HBO recht heeft op een uitbreiding van zijn vaste dienstverband met 230 uur. De Commissie overweegt dat de brieven van de werkgever expliciet vermelden dat het een tijdelijke uitbreiding van het vaste dienstverband betreft en dat de laatste tijdelijke uitbreiding van rechtswege is geëindigd. De periode van 4 jaar als bedoeld in art. D-5 lid 4 CAO-HBO is niet overschreden. Voorts acht de Commissie het niet aannemelijk dat de werknemer de werkzaamheden in tijdelijke uitbreiding in opdracht van de werkgever na het verstrijken van de termijn nog heeft verricht. De bestreden brief van de werkgever kan slechts worden aangemerkt als een mededeling dat geen nieuwe tijdelijke uitbreiding wordt verleend. Tegen een dergelijke mededeling staat geen beroep open. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

02-04-2004

102483 - Beroep tegen beslissing om advies klachtencommissie over te nemen

De interne Klachtencommissie Ongewenste Omgangsvormen van de hogeschool heeft de werkgever geadviseerd om de werknemer geen maatregel op te leggen maar om hem wel te laten reflecteren op zijn eigen gedrag en handelen en hem daarin te begeleiden. Tevens heeft de klachtencommissie geadviseerd om de werknemer voorlopig geen trainingen seksualiteit en intimiteit te laten uitvoeren. De werkgever neemt het advies over en vermeldt in zijn beslissing dat de werkgever in beroep kan bij de Commissie van beroep. De Commissie oordeelt dat partijen niet eenzijdig de bevoegdheid van de Commissie kunnen vaststellen. Nu de bestreden brief van de werkgever niet kan worden aangemerkt als een voor beroep vatbare beslissing als bedoeld in artikel 4.7 lid 1 WHW en artikel S-2 CAO-HBO, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

18-03-2004

102460 - Beroep tegen beslissing een lager gewaardeerde functie in een tijdelijk dienstverband aan te bieden HBO.

Werknemer is van mening dat de werkgever hem bepaalde toezeggingen heeft gedaan. Omdat deze niet worden nagekomen is volgens hem sprake van het direct of indirect onthouden van bevordering door de werkgever. Volgens vaste jurisprudentie van de Commissie dient onder het direct onthouden van bevordering te worden begrepen de weigering van de werkgever om de werknemer die de hoogste aanloopschaal heeft bereikt, te laten overgaan naar de bij de functie behorende maximumschaal. Onder indirecte onthouding van bevordering verstaat de Commissie de beslissingen van de werkgever waardoor de werknemer niet in staat is te voldoen aan bepaalde bij de werkgever geldende vereisten voor deze overgang, zoals bijvoorbeeld nascholing. Nu gesteld noch gebleken is dat de werknemer werd bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende hoogste aanloopschaal, en voorts gesteld noch gebleken is dat de werkgever hem niet in staat heeft gesteld of niet in staat stelt om te voldoen aan eventuele vereisten voor overgang naar de voor hem geldende maximumschaal, is van het direct of indirect onthouden van promotie geen sprake, zodat er geen voor beroep vatbare beslissing voorhanden is. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

15-03-2004

102456 - Beroep tegen berisping wegens uitmaken van een collega; HBO

Werknemer heeft na een vergadering tegen een collega "Jij rat" gezegd. Gelet op de inhoud van de door de werknemer erkende - en daarmee vaststaande - uitlating is de Commissie van oordeel dat er sprake is van plichtsverzuim als bedoeld in artikel P-4 CAO-HBO. Een docent behoort geen normoverschrijdende opmerkingen te maken en aldus op een dergelijke onprofessionele wijze met een collega te communiceren. Dat de opmerking zou zijn verricht in een bepaalde context doet hieraan niet af. De Commissie acht de opgelegde maatregel echter dispropotioneel vanwege da lange staat van dienst van de werknemer bij de werkgever en omdat het geen structureel gedrag van de werknemer betreft en ook geen weloverwogen opmerking was en de werknemer tegenover de werkgever te kennen heeft gegeven dat hij die opmerking niet had behoren te maken en hij tegen de desbetreffende collega excuses heeft gemaakt. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

12-01-2004

102420 - Beroep tegen ontslag als disciplinaire maatregel; HBO

Het ontslag is gebaseerd op plichtsverzuim, bestaande uit "de ongerechtvaardigdheid van verlofregelingen in samenhang met de halsstarrige weigering van de werknemer om opheldering te verschaffen over zijn verlofdeclaraties, dit terwijl deze reeds onjuist zijn gebleken". De Commissie overweegt dat de verlofregelingen en daarop gebaseerde declaraties zijn geaccordeerd door het toenmalig stichtingsbestuur en daarmee ook zijn gelegitimeerd. Met uitzondering van de einddeclaratie zijn alle declaraties aan de werknemer voldaan. Vooralsnog staat niet vast dat de ingediende declaraties onjuist zijn. De Commissie concludeert dat thans niet kan worden gezegd dat de werknemer zich heeft schuldig gemaakt aan plichtsverzuim. De ontslagbeslissing wordt derhalve niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

11-12-2003

102342 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid HBO

De werkgever heeft opgezegd na mondeling door UWV USZO op de hoogte te zijn gesteld van de inhoud van het functie-ongeschiktheidsadvies, maar voordat het functie-ongeschiktheidsadvies was verzonden. Volgens werknemer is ook verzuimd te onderzoeken of er bij de werkgever reële herplaatsingsmogelijkheden zijn. Voorts is de opzegtermijn volgens de werknemer niet juist gehanteerd. De Commissie is van oordeel dat het functie-ongeschiktheidsadvies schriftelijk moet plaatsvinden. De omstandigheden van dit geval - lange duur van de procedure door vertraging aan de kant van UWV USZO, meer dan 2 jaar ziekte van de werknemer, actieve houding van de werkgever alsmede schriftelijke bevestiging van het advies binnen twee weken - leiden ertoe dat de werkgever in dit geval wel heeft mogen afgaan op de mondelinge mededeling van het advies van UWV USZO. De werkgever heeft zich beperkt ingespannen om herplaatsing te onderzoeken, maar de werknemer heeft zelf geen actie ondernomen en kon evenmin aangeven wat voor mogelijkheden hij bij de werkgever zag. Bovendien is hij ongeschikt voor onderwijsgevende functies, terwijl de werkgever voornamelijk deze functies te vergeven heeft. De opzegtermijn is niet juist gehanteerd hetgeen tot conversie leidt. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

21-10-2003

102248 Beroep tegen reorganisatieontslag HBO

Appellant is docent Russisch. Door opheffing van het vak Russisch is zijn functie per 01-07-2003 komen te vervallen. In geschil is of de werkgever voldoende heeft onderzocht of het mogelijk is een passende functie aan te bieden. Uit het inleidend beroepschrift van appellant kan worden opgemaakt dat hij zich bereid heeft verklaard om lessen Duits te verzorgen, voor welk vak hij bevoegd is. Voorts worden er bij een nieuwe studierichting van de hogeschool op tijdelijke basis voor 0,4 FTE lessen Duits verzorgd. Deze situatie is in het studiejaar 2003-2004 niet gewijzigd. Nu beschikbare uren Duits tijdelijk worden ingevuld en niet is gebleken dat door de werkgever voldoende is onderzocht of de werknemer aanspraak kan maken op deze uren, kan niet worden gezegd dat er sprake is van een zorgvuldig onderzoek naar de herplaatsingsmogelijkheden van de werknemer als bedoeld in artikel Q-2 lid 1 onder a CAO-HBO, zodat het ontslag om die reden niet in stand kan blijven. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

14-10-2003

102250 Beroep reorganisatoeontslag HBO.

Appellante is docente Portugees. Door opheffing van het vak Portugees is haar functie komen te vervallen. In geschil is of de werkgever voldoende heeft onderzocht of het mogelijk is een passende functie aan te bieden. Ten aanzien van de diverse interne vacatures waarop appellante heeft gesolliciteerd oordeelt de Commissie dat de werkgever een zekere mate van vrijheid heeft om te beoordelen of een boventallige werknemer meer of minder geschikt is om te worden geplaatst in een functie met andere werkzaamheden buiten zijn of haar vakgebied. Tevens impliceert het niveau van een HBO-instelling dat aan een taaldocent niet zonder meer andere werkzaamheden kunnen worden opgedragen. Voorts is het de Commissie niet gebleken dat er vacatures zijn (geweest) waarvoor appellante daadwerkelijk had kunnen worden ingezet. De werkgever heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichtingen als genoemd in artikel Q-2 lid 1 sub a CAO-HBO. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

14-10-2003

102249 Beroep tegen reorganisatieontslag HBO

Appellante is docente Italiaans en haar functie is komen te vervallen door opheffing van het vak Italiaans. In geschil is of de werkgever voldoende heeft onderzocht of het mogelijk is een passende functie aan te bieden. Ten aanzien van de diverse interne vacatures waarop appellante heeft gesolliciteerd en waarop andere mensen zijn benoemd, overweegt de Commissie dat de werkgever een zekere mate van vrijheid heeft om te beoordelen of een boventallige werknemer meer of minder geschikt is om te worden geplaatst in een functie met andere werkzaamheden buiten zijn of haar vakgebied. Tevens impliceert het niveau van een HBO-instelling dat aan een taaldocent niet zonder meer andere werkzaamheden kunnen worden opgedragen. Voor wat betreft de vacature Engels begin studiejaar 2001-2002 overweegt de Commissie dat nu appellante haar werkzaamheden als docente Italiaans in 2001 nog vervulde en zij haar interesse voor het geven van het vak Engels destijds nog niet kenbaar had gemaakt, het de werkgever niet te verwijten valt dat hij deze functie niet heeft aangeboden. Werkgever heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichtingen als genoemd in artikel Q-2 lid 1 sub a CAO-HBO. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

13-10-2003

102354 - Beroep tegen schorsing als disciplinaire maatregel

De werknemer heeft volgens de werkgever plichtsverzuim gepleegd door een collega te bedreigen met verbale en lichamelijke uitingen van agressie en intimidatie. De werknemer erkent de feiten maar voert aan dat de collega zich sneller dan normaal bedreigd voelt en dat er sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen: er doen zich vaker incidenten op de instelling voor maar die leiden niet tot het opleggen van straf. De Commissie concludeert dat de werknemer plichtsverzuim heeft gepleegd en dat de schorsing proportioneel is omdat aan de weknemer reeds eerder een disciplinaire maatregel wegens agressief gedrag is opgelegd. De werknemer heeft geen vergelijkbare gevallen opgevoerd zodat er geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

13-10-2003

102347 - Beroep tegen het direct of indirect onthouden van bevordering.

De werknemer is in 1996 benoemd in schaal 11 en heeft begin 1997 een nieuwe akte van benoeming gekregen waarin schaal 12 als maximumschaal staat vermeld. Op grond daarvan maakt hij aanspraak op schaal 12 als maximumschaal. Volgens vaste jurisprudentie van de Commissie dient onder het direct of indirect onthouden van promotie te worden begrepen het besluit met betrekking tot de overgang van de werknemer vanuit de hoogste aanloopschaal naar de bij de functie behorende maximumschaal. De werknemer werd niet reeds bezoldigd volgens het maximum van schaal 11. Derhalve is geen sprake van het onthouden van promotie en is het beroep niet-ontvankelijk. Ten overvloede overweegt de Commissie dat de vermelding van schaal 12 in de akte van benoeming een verschrijving is en de werknemer er in redelijkheid niet op heeft kunnen vertrouwen benoemd te zijn in een schaal 12 functie.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

02-10-2003

102303 - Beroep tegen een schriftelijke berisping; HBO

De werkneemster heeft enige examens nagekeken en is deze vervolgens kwijt geraakt. De examens zijn door een collega teruggevonden. De werkgever meent dat de werkneemster haar collega's onvoldoende heeft ondersteund bij het vinden van oplossingen en geen begrip heeft getoond voor de ernst van de situatie en gevolgen van haar optreden. De Commissie constateert dat er geen heldere werkafspraken lagen en dat de werkneemster duidelijk heeft aangegeven haar excuses aan de studenten te willen maken en haar verantwoordelijkheid voor het kwijtraken van de examens te willen nemen.

Hiermee is er volgens de Commissie onvoldoende feitelijke grondslag voor de conclusie dat de werkneemster plichtsverzuim zou hebben gepleegd. Beroep is gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

22-09-2003

102265 Herzieningsverzoek HBO

Verzoeker verzoekt om herziening van een uitspraak van de Commissie waarbij zijn beroep tegen een schorsing gegrond is verklaard en zijn beroep tegen een andere schorsing ongegrond is verklaard. Verzoeker haalt vele feiten aan die, zo zij al juist zouden zijn, bij verzoeker en de Commissie bekend waren vóór de uitspraak dan wel dateren van ná de uitspraak. Derhalve geen sprake van nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in art. 28 van het reglement van de Commissie. Herzieningsverzoek ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

21-08-2003

102280 - Reorganisatieontslag HBO

Beroep is 58 dagen te laat ingesteld.
De werkgever heeft in de ontslagbrief wel de beroepmogelijkheid doch niet de beroepstermijn van zes weken aangegeven. Desgevraagd heeft de werknemer verklaard dat hij pas na het lezen van een artikel in het weekblad "Elsevier" in maart 2003 tot de overtuiging kwam dat hij in elk geval beroep diende in te stellen. Hierop heeft hij zijn CAO geraadpleegd en vervolgens twee dagen later beroep ingesteld. De Commissie is van oordeel dat de inhoud van de ontslagbrief voor betrokkene aanleiding had moeten zijn om te onderzoeken wat de hierin genoemde beroepsmogelijkheid inhield. Door dit niet te doen heeft hij zijn onderzoeksplicht verzaakt. Voorts blijkt uit zijn reactie dat hij oorspronkelijk geen reden zag zich tegen het ontslag te verzetten. Pas toen hij na ommekomst van de beroepstermijn in het weekblad "Elsevier" gelezen had dat in elk geval beroep moest worden ingesteld heeft hij beroep ingesteld. De Commissie oordeelt dat de werknemer de voorziening in beroep niet zo spoedig als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden heeft gevraagd zodat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

27-05-2003

102207 - Beroep tegen een schriftelijke berisping

De werkneemster is zonder toestemming te vragen aan de direct leidinggevende buiten de vakantieperiode van de instelling vertrokken naar Indonesië, dit in verband met een familiefeest. Zij heeft wel haar afwezigheid per e-mail doorgegeven aan de roostermaker en daarbij aangegeven hoe haar afwezigheid kon worden opgevangen. De roostermaker heeft zijn e-mail niet gelezen. De Commissie is van oordeel dat het ontstaan van de onrust en problemen niet alleen aan de werkneemster is te wijten maar ook het gevolg is van het gegeven dat de roostermaken het aan hem gerichte e-mailbericht niet gelezen heeft. Gelet hierop en  gezien de lange en onweersproken goede staat van dienst van de werkneemster, alsmede gezien het feit dat de werkneemster te kennen heeft gegeven dat zij een en ander betreurt en haar spijt heeft betuigd, is de Commissie van oordeel dat het nemen van een disciplinaire maatregel niet in verhouding staat tot het door de werkneemster gepleegde verzuim. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

22-05-2003

102238 Beroep tegen ontslag wegens bedrijfseconomische redenen.

De werkneemster stelt dat de werkgever geen moeite heeft gedaan om haar te herplaatsen. De werkgever meent voldaan te hebben aan zijn inspanningsverplichting en voert aan dat er geen mogelijkheid was om de werkneemster te herplaatsen. De Commissie overweegt dat werkneemster als modedocent een hoog specialisatieniveau heeft waardoor zij niet breed inzetbaar is binnen de hogeschool. Eventueel zou plaatsing in een andere faculteit van de werkgever aan de orde kunnen zijn, maar gesteld noch gebleken is dat in deze faculteit een passende vacature was. Interne herplaatsing was dan ook niet haalbaar. Ten aanzien van de uitvoering van het gestelde in het reorganisatieplan geldt dat de werkgever een inspanningsverplichting heeft. De werkgever heeft de werkneemster aangeboden gebruik te maken van de instrumenten uit het reorganisatieplan maar zij heeft om haar moverende redenen een andere keuze gemaakt. Het oprekken van het dienstverband van werkneemster tot een datum gelegen na haar 50ste verjaardag leidt tot substantiële extra wachtgeld- verplichtingen, hetgeen om financiële redenen niet haalbaar is. De werkgever kan hier naar het oordeel van de Commissie in redelijkheid dan ook niet toe verplicht worden.  Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

21-03-2003

102180 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid.

Werknemer voert aan dat de werkgever onvoldoende heeft gekeken of plaatsing op een andere werkplek mogelijk was. De werkgever stelt dat een herplaatsingsonderzoek niet is uitgevoerd omdat de hoogte van het arbeidsongeschiktheidspercentage (80-100%) herplaatsing uitsluit. De Commissie overweegt dat gelet op de aard van de klachten, de mate van arbeidsongeschiktheid voor de huidige functie (80 - 100%) en eerdere pogingen tot reïntegratie die mislukten, van de werkgever niet gevergd kan worden over te gaan tot verder onderzoek naar herplaatsingsmogelijkheden. Dit geldt temeer nu appellante niet heeft aangegeven in welke functie zij inzetbaar zou zijn. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden

18-03-2003

102233 - Verzet tegen uitspraak in vereenvoudigde behandeling Voorzitter van de Commissie van Beroep; HBO

Het verzet is niet binnen de geldende termijn van veertien dagen gedaan. De werknemer beroept zich op onwetendheid en stelt dat bij de verzending van de uitspraak ten onrechte niet is vermeld dat verzet mogelijk was. De Commissie overweegt dat het reglement van de Commissie geen verplichting tot vermelding van de mogelijkheid van verzet inhoudt en de werknemer zich niet kan beroepen op onwetendheid omdat hij in de procedure werd bijgestaan door een rechtsgeleerde raadsvrouwe zodat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Verzet niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

18-03-2003

102231 - Beroep tegen verlengde schorsing.

Werknemer stelt dat de CAO-HBO derde schorsing niet toestaat. De Commissie oordeelt dat van geval tot geval bezien dient te worden of zich bijzondere omstandigheden voordoen waardoor niet van de werkgever gevergd kan worden de werknemer tot het werk toe te latenk. Over de hierbij van belang zijnde belangenafweging oordeelt de Commissie dat de werkgever inmiddels onderzoek had gepleegd en dat een zitting bij de kantonrechter aangaande de behandeling van het verzoek van de werkgever de arbeidsovereenkomst te ontbinden aanstaande was. In deze omstandigheden zou een terugkeer van de werknemer snel tot escalatie kunnen leiden. Voor beide partijen was het beter af te wachten wat de kantonrechter zou beslissen. Beroep ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

11-03-2003

102209 - Verzoek voorlopige voorziening inhoudende opheffing van een schorsing.

Werknemer stelt dat de CAO-HBO een derde schorsing niet toestaat en er geen grond voor schorsing is. De Voorzitter oordeelt dat de vraag of een derde schorsing is toegelaten, zich niet voor beantwoording in een voorzieningenprocedure leent. Dit ligt slechts anders wanneer op voorhand evident is wat de uitkomst in beroep zal zijn. De Voorzitter constateert dat de gemachtigde zeer beperkt beschikbaar was hetgeen strijdig is met de blijkbaar gevoelde noodzaak tot het treffen van een voorziening. Daarbij oordeelt de Voorzitter dat op korte termijn een zitting bij de kantonrechter zou plaatshebben over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. De hiermee gepaard gaande onrust maakt dat het niet in het belang van partijen is de schorsing op te heffen. Het verzoek wordt afgewezen.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

21-02-2003

102188 - Beroep tegen ontslag om bedrijfseconomische redenen.

Overschrijding beroepstermijn. De werknemer beweert binnen de beroepstermijn een eerder beroepschrift te hebben toegezonden, dat de Commissie niet heeft bereikt. Nu het beweerde eerdere beroepschrift niet aangetekend is verzonden, is er geen bewijs dat het daadwerkelijk binnen de geldende termijn is verzonden. Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding

De complete tekst kunt u hier downloaden.

21-02-2003

102184 - Beroep tegen ontslag om bedrijfseconomische redenen.

De overeengekomen afvloeiingsregeling voorziet in indeling docenten in 3 leeftijdcohorten die in elkaar geschoven worden tot één afvloeiingslijst. Vervolgens komt de oudste het eerst voor ontslag in aanmerking. De Commissie oordeelt het beroep gegrond omdat het ontslag onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is (niettegenstaande het verzoek van de werknemer heeft de werkgever de afvloeiingslijst niet overgelegd) en omdat het ontslag in strijd is met het verbod op onderscheid naar leeftijd. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

21-02-2003

102183 - Beroep tegen ontslag om bedrijfseconomische redenen.

De overeengekomen afvloeiingsregeling voorziet in indeling docenten in 3 leeftijdcohorten die in elkaar geschoven worden tot één afvloeiingslijst. Vervolgen s komt de oudste het eerst voor ontslag in aanmerking. De Commissie oordeelt het beroep gegrond omdat het ontslag onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is (niettegenstaande het verzoek van de werknemer heeft de werkgever de afvloeiingslijst niet overgelegd) en omdat het ontslag in strijd is met het verbod op onderscheid naar leeftijd. Beroep gegrond

De complete tekst kunt u hier downloaden.

07-02-2003

102179 - Beroep tegen schriftelijke berisping; HBO

De Commissie oordeelt dat de werkgever het beginsel van hoor en wederhoor niet juist heeft toegepast door de werknemer slechts een dag van te voren uit te nodigen voor een gesprek waarin verweer kon worden gevoerd en door de werknemer niet in het bezit te stellen van de klachtbrieven waarop de berisping is gestoeld. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

28-01-2003

102165 - Beroep tegen verklaring einde dienstverband i.v.m. FPU

De werkgever stelt dat tussen partijen een regeling is tot stand gekomen op grond waarvan de dienstbetrekking eindigt wegens deelname FPU. Die regeling zou in de correspondentie van de advocaten van partijen zijn vastgelegd. De werkneemster bestrijdt de totstandkoming van de beweerde regeling. De Commissie oordeelt dat de verklaring einde dienstverband er op neerkomt dat de dienstbetrekking is geëindigd met wederzijds goedvinden en niet door een eenzijdig ontslagbesluit. Het geschil over de vraag of al dan niet een regeling tot stand is gekomen, is niet ter beoordeling van de Commissie. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

28-01-2003

102109 - Beroep tegen vrijroostering

Werkgever heeft werknemer vanwege onvoldoende didactisch functioneren verwezen naar een loopbaanadviestraject en hem vrijgeroosterd. Werknemer stelt dat sprake is van een op non-actief stelling en dus van een schorsing waarvoor geen deugdelijke grond aanwezig is. De Commissie overweegt dat het loopbaanadviestraject veel zelfwerkzaamheid vergt van de werknemer en dat gebleken is dat de werknemer weliswaar weinig actief is in dat traject maar dat niet kan worden gezegd dat er sprake is van schorsing. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

14-01-2003

102039 Beroep tegen deeltijdontslag HBO

Beroep tegen de mededeling van de werkgever dat de tijdelijke uitbreiding niet wordt verlengd.
Werkneemster heeft vanaf 1993 een aantal tijdelijke uitbreidingen van haar vaste dienstverband gehad, volgens de werkgever wegens werkzaamheden van specifieke aard, vervanging. Werkneemster stelt op grond van de CAO-HBO 1997-1998 voor haar volledige betrekkingsomvang in vaste dienst te zijn omdat zij steeds reguliere werkzaamheden heeft verricht.
De Commissie oordeelt dat aannemelijk is dat werkneemster in het studiejaar 1998-1999 geen specifieke werkzaamheden heeft verricht zodat zij op grond van de CAO-HBO 1997-1998 met ingang van 01-08-1998 voor haar volledig dienstverband in vaste dienst is.
Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

20-12-2002

102101/102149 - Beroep tegen (verlenging) schorsing als ordemaatregel HBO

Schorsing docent wegens klachten studenten en collega's over gedrag. Werknemer meent dat er geen reden is voor schorsingen en beroept zich op strijd met beginselen van behoorlijk bestuur.
Over de eerste schorsing overweegt de Commissie dat de werknemer eerder een laatste waarschuwing heeft gehad in verband met zijn gedrag tegen collega's en studenten. Op het moment dat er zich weer klachten voordeden, heeft de werkgever kunnen besluiten tot schorsing om de rust op de instelling te kunnen laten terugkeren en om een en ander te kunnen onderzoeken. De formaliteiten bij deze schorsing zijn in acht genomen.
Bij de tweede schorsing heeft de werkgever verzuimd de werknemer te horen. Ook waren er op dat moment al drie maanden verstreken en de Commissie is niet gebleken dat de klachten inmiddels waren uitgezocht. Voorts is niet gesteld noch gebleken dat de onrust op de instelling nog in dezelfde mate zou heersen. Verlenging kan niet in stand blijven vanwege niet in acht nemen formaliteiten en onvoldoende motiveren.
Beroep tegen de eerste schorsing ongegrond; beroep tegen verlenging gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

16-12-2002

102102 - Beroep tegen ontslagbesluit.

Hangende het beroep heeft de werkgever het ontslagbesluit ingetrokken. De werkneemster handhaaft het beroep. Bij uitspraak in vereenvoudigde behandeling verklaart de Voorzitter van de Commissie het beroep kennelijk niet-ontvankelijk omdat de werkneemster door de intrekking van het ontslagbesluit geen belang meer heeft bij handhaving van het beroep. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

26-11-2002

102203 / 102204 - Beroep en verzoek voorlopige voorziening i.v.m. mededeling die niet voor beroep vatbaar is.

Uitspraak voorzitter in vereenvoudigde behandeling.
Mededeling dat adviseur van de werkgever heeft geadviseerd schorsing te verlengen, is geen voor beroep vatbaar besluit. Mededeling is geen besluit van werkgever en is ook geen weigering om een besluit te nemen. Werknemer heeft werkgever ook niet verzocht een voor beroep vatbaar besluit te nemen. Beroep en verzoek tot verkrijging voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

14-11-2002

102124 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel.

De werkgever voert aan dat de Commissie niet bevoegd is omdat de schorsing is opgelegd door de BV waarbij de werknemer reeds 7 jaar op detacheringsbasis werkzaam is. De Commissie oordeelt zich bevoegd omdat de schorsing is toe te rekenen aan de werkgever nu de werknemer in dienst is van de werkgever, er geen schriftelijke detacheringsovereenkomst is opgesteld en zodoende eventuele rechtspositionele maatregelen worden toegerekend aan de werkgever. Een andere redenering zou erop neerkomen dat de werknemer van een bij de Commissie aangesloten HBO-instelling, die op grond van de WHW verplicht bij een Commissie van Beroep is aangesloten, de rechtsgang naar de Commissie wordt onthouden. Dit acht de Commissie niet redelijk en in strijd met goed werkgeverschap. Daarbij speelt mede een rol dat de BV in werkelijkheid volledig is gelieerd aan de werkgever. Vervolgens constateert de Commissie dat de werkgever met betrekking tot de totstandkoming van de schorsing niet in overeenstemming heeft gehandeld met de in de CAO-HBO gestelde vormvereisten. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

20-09-2002

102125 - Verzoek voorlopige voorziening inhoudende opheffing schorsing.

De werknemer is 20 jaar in dienst bij de hogeschool en was de afgelopen 7 jaar gedetacheerd bij een BV, (klein)dochter van de hogeschool. De BV heeft de werknemer bij wijze van ordemaatregel uit zijn functie gezet. De hogeschool voert aan dat de Commissie niet bevoegd is omdat het een besluit betreft van een zelfstandige rechtspersoon die geen HBO-instelling is en niet is aangesloten bij de Commissie. De Voorzitter oordeelt dat de schorsing aan de hogeschool is toe te rekenen. Een andere redenering zou erop neerkomen dat aan een werknemer van een HBO-instelling die verplicht is aangesloten bij de Commissie van Beroep, een rechtsgang wordt onthouden. Dit acht de Voorzitter niet redelijk nu de kleindochter volledig is gelieerd aan de hogeschool en de hogeschool de werknemer geen werkzaamheden laat verrichten. De Voorzitter is voorts van oordeel dat met voldoende mate van waarschijnlijkheid kan worden aangenomen dat de Commissie van Beroep het beroep in de bodemprocedure op formele gronden gegrond zal verklaren. Voorziening toegewezen.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

28-05-2002

102128 - Beroep tegen stopzetten van salaris

Werkgever heeft salaris betaling stopgezet omdat de werknemer zich niet zou houden aan het bepaalde in zijn arbeidscontract. De werknemer voert aan dat sprake is van een disciplinaire maatregel welke onterecht zou zijn genomen. Daarbij verzoekt de werknemer de Commissie uitspraak te doen over de verantwoordelijkheid van de werkgever voor alle kosten welke ontstaan zijn door het onrechtmatig stopzetten van de salarisbetaling, de eventueel door de werkgever verschuldigde wettelijke rente en een volledige rehabilitatie van de werknemer. De Commissie oordeelt dat voor de bevoegdheid van de Commissie van belang is hetgeen appellant stelt. Nu deze aangeeft dat hij in beroep komt tegen een disciplinaire maatregel is de Commissie bevoegd van het geschil kennis te nemen. Dit ligt anders voor de overige genoemde zaken nu deze niet onder de werking van genoemd artikel noch artikel T-3 van de CAO-HBO vallen. Voor deze zaken verklaart de Commissie zich niet bevoegd om daarvan kennis te nemen. Voor wat betreft de disciplinaire maatregel oordeelt de Commissie dat de aard en strekking van het bestreden besluit voor appellant niet geheel duidelijk waren. Voor te stellen is dat hij dit beschouwde als een disciplinaire maatregel. Nu echter de werkgever enerzijds heeft geconstateerd dat appellant zich niet heeft beschikbaar gesteld voor zijn taak en anderzijds over is gegaan tot stopzetting van het salaris vanwege het feit dat appellant de bedongen arbeid niet verrichtte oordeelt de Commissie dat niet sprake was van een disciplinaire maatregel, maar van toepassing van artikel 7627 BW : geen arbeid geen loon. Dit geldt eens te meer nu de werkgever tot het terugdraaien van deze maatregel is overgegaan toen appellant kenbaar had gemaakt dat hij zich had ziek gemeld. Beroep niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

14-05-2002

102031 - Beroep tegen geven van een waarschuwing HBO

Tegen appellant is door een student een klacht ingediend. De klachtencommissie acht de klacht gegrond en geeft de werkgever aan dat volstaan kan worden met het geven van een waarschuwing. Dit gebeurt door de Raad van Bestuur waarbij deze aangeeft dat bij herhaling ontslag zal volgen. Appellant is van mening dat ten aanzien van hem een disciplinaire maatregel is genomen en dat dit ten onrechte gebeurt. De Raad van Bestuur stelt dat er niet sprake is van een voor beroep vatbare beslissing, hoewel in de eigen klachtenregeling is opgenomen dat een werknemer tegen een waarschuwing in beroep kan gaan.
De Commissie oordeelt dat art. R-1 lid 2 CAO-HBO aangeeft welke disciplinaire maatregelen de werkgever ten aanzien van de werknemer kan treffen. Een waarschuwing is daarbij niet genoemd zodat daartegen in beginsel geen beroep open staat. Indien echter een besluit naar zijn inhoud en/of vorm een disciplinair karakter heeft, ongeacht hoe dit besluit wordt genoemd, dient dit besluit te worden aangemerkt als een disciplinaire maatregel waartegen op grond van de WHW beroep open staat.
In casu heeft de waarschuwing een disciplinair karakter nu de werkgever aangeeft dat bij herhaling van geconstateerd gedrag ontslag zal volgen. Nadat de werkgever zijn besluit heeft aangepast constateert de Commissie dat sprake is van een waarschuwing zonder disciplinair karakter waartegen geen beroep open staat.
Beroep niet-ontvankelijk

De complete tekst kunt u hier downloaden.

25-04-2002

102129 - Beroep tegen een schriftelijke berisping wegens plichtsverzuim; HBO

De werknemer heeft op het laatste moment een afspraak met een student omtrent de verdediging van een scriptie afgezegd. Daarbij heeft de werknemer bij de volgende afspraak zonder partijen hierover te berichten een collega zijn plaats laten innemen. De werkgever meent dat in het licht van voorgaande incidenten een berisping op zijn plaats is. Volgens de werknemer was afgesproken dat de student zijn scriptie aan zou passen om deze vervolgens aan hem te zenden. Hierbij moest een uiterste termijn in acht genomen worden omdat ter voorbereiding van de verdediging een aantal acties van de werknemer noodzakelijk was. De Commissie oordeelt dat de werknemer de scriptie ruim te laat ontving. Hij wist daarmee reeds vijf dagen van tevoren dat de verdediging van de scriptie niet door kon gaan. Desondanks heeft hij gewacht tot het laatste moment met afzeggen. Hiermee heeft hij verwijtbaar slordig gehandeld. Dit geldt te meer nu de verdediging ten overstaan van een aantal medewerkers van het bedrijf waar de student aan verbonden was zou geschieden zodat de werknemer had dienen te beseffen dat hierdoor meerdere mensen zouden kunnen worden getroffen. Voorts is de Commissie van oordeel dat de werknemer onjuist heeft gehandeld door zich bij de afstudeerscriptie op 28-09-2002 te laten vertegenwoordigen door een collega-docent zonder alle betrokkenen hiervan op de hoogte te stellen of te doen stellen. Beroep ongegrond

De complete tekst kunt u hier downloaden.

21-02-2002

102127 - Beroep tegen twee schorsingen als ordemaatregel .

Appellante wordt schuld aan een incident verweten. Voorheen zouden zich meer incidenten hebben voorgedaan en door appellantes toedoen is op de instelling een onhoudbare situatie ontstaan. De werkgever besluit tot schorsing en verlenging van deze schorsing, beide voor een termijn van drie maanden. De Commissie constateert dat de werkgever zich bij de eerste schorsing niet heeft gehouden aan de in de CAO opgenomen formaliteiten genoemd in artikel Q-1 lid 5 en Q-2 lid 3. Het verweer dat er op dat moment vakantie was wordt gepasseerd nu er sprake is van een ingrijpende inbreuk op de rechtspositie en de formaliteiten bij een ingrijpende maatregel als schorsing van groot beland geacht worden. Inhoudelijk geldt voor beide schorsingen dat de werkgever verzuimd heeft voldoende te onderbouwen om wat voor incidenten het gaat, wat voor onhoudbare situatie is opgetreden, en welke belangenafweging heeft plaats gehad. Derhalve komt de Commissie tot de conclusie dat de werkgever niet in redelijkheid tot de schorsingen heeft kunnen beslissen. Beroep gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

Print pagina