Reglement van de Commissie van Islamitische scholen

Voor de Islamitische basisscholen, is op de Commissie van beroep Titel III Hoofdstuk III-A RPBO van toepassing; voor de Islamitische scholen voor voortgezet onderwijs is het beroepsreglement behorend bij de CAO-VO van toepassing. Daarnaast beschikt de Commissie over een huishoudelijk reglement

Huishoudelijk reglement van de Commissie van Beroep Islamitische Scholen

als bedoeld in Titel III van het RPBO en art. 52 van de Wet op het voortgezet onderwijs, ingesteld door de Islamitische Scholen Besturen Organisatie (ISBO)

Vergaderingen van de commissie

Artikel 1

  1. De Commissie vergadert zo vaak als de voorzitter of tenminste twee leden dat nodig achten. De voorzitter bepaalt de plaats waar en het tijdstip waarop de vergaderingen worden gehouden, en roept de leden, behoudens in spoedeisende gevallen te zijner/harer beoordeling, ten minste acht dagen vóór de vergadering schriftelijk op.
  2. Bij verhindering van een lid geeft dit lid daarvan ten spoedigste kennis aan de secretaris die diens plaatsvervanger oproept.
  3. De voorzitter heeft de leiding van de vergaderingen en zittingen.

Secretariaat

Artikel 2

  1. De Commissie wordt bijgestaan door een door de Commissie aan te wijzen ambtelijk secretaris. Deze bezit de hoedanigheid van meester in de rechten op grond van een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in het Nederlands Recht.
  2. De secretaris is belast met het stellen van de stukken die van de Commissie uitgaan, het samenstellen van de processen-verbaal der zittingen, het houden van register van ingekomen stukken en behandelde verzoeken en het beheer van het archief en alle voorkomende werkzaamheden die de voorzitter of de Commissie nodig achten.
  3. Tevens geeft de secretaris de Commissie ondersteuning bij het verkrijgen van kennis en kunde ten behoeve van de uitvoering van haar taak. De secretaris draagt hiertoe zorg voor een archief van de in deze van belang zijnde jurisprudentie en andere gegevens.
  4. Bij verhindering van de secretaris worden de werkzaamheden waargenomen door een door de Commissie aan te wijzen adjunct-secretaris.

Verplichtingen van de leden van de commissie

Artikel 3

Het is de leden van de Commissie en de secretaris verboden:

  1. hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen openbaar te maken;
  2. de gevoelens bekend te maken welke in besloten zittingen van de Commissie over aanhangige beroepen zijn geuit;
  3. over aanhangige beroepen of over beroepen die naar hun vermoeden of weten voor hen aanhangig gemaakt zullen worden, anders dan in Commissieverband, contacten te hebben en/of inlichtingen in te winnen.

Bescheiden

Artikel 4

Alle aan de Commissie toegezonden stukken worden in negenvoud ingediend.

Artikel 5

  1. De secretaris tekent op ingekomen stukken de datum van ontvangst aan en doet bericht van ontvangst toekomen. De secretaris draagt zorg voor toezending van afschriften van de stukken aan de wederpartij.
  2. Indien het beroepschrift niet voldoet aan de eisen gesteld in artikel III-A8 de leden 3 en 4 RPBO wordt verzoeker in de gelegenheid gesteld binnen twee weken een hersteld beroepschrift in te dienen.
  3. Na ontvangst van het (hersteld) beroepschrift verzoekt de secretaris de wederpartij binnen twee weken een verweerschrift in te dienen.

Voorlopige behandeling van het beroepschrift

Artikel 6

Indien het beroep kennelijk bij een andere Commissie moet worden aangebracht, deelt de voorzitter dit onverwijld bij aangetekende brief aan verzoek(st)er mede. In andere gevallen van onbevoegdheid beslist de Commissie.

Schriftelijke behandeling

Artikel 7

De Commissie beslist omtrent een aan haar voorgelegd beroep niet dan na partijen te hebben gehoord, althans opgeroepen te hebben.

Indien partijen hiermee schriftelijk hebben ingestemd, kan de Commissie het beroep schriftelijk afhandelen.

Vaststelling van de zittingsdag en oproeping

Artikel 8

  1. De voorzitter bepaalt de plaats, de dag en het uur waarop het beroep mondeling zal worden behandeld.
  2. De in dit artikel bedoelde behandeling van het beroep op een zitting vindt uiterlijk acht weken na het indienen van de volledige stukken plaats.
  3. De secretaris geeft aan partijen tenminste veertien dagen tevoren kennis van de plaats, de dag en het uur waarop het beroep zal worden behandeld onder gelijktijdige oproeping van partijen.

Gemachtigden

Artikel 9

  1. Tenzij de Commissie schriftelijk heeft medegedeeld dat een partij in persoon moet verschijnen, kunnen partijen zich ter zitting doen vertegenwoordigen door een daartoe gemachtigde. Zij kunnen zich door een raadsman/vrouw doen bijstaan.
  2. De gemachtigden van partijen moeten voorzien zijn van een schriftelijke volmacht, tenzij partijen zelf met deze gemachtigden op de zitting verschijnen. Advocaten en procureurs als gemachtigden optredend, zijn tot deze machtiging niet gehouden.

Wraking of verschoning

Artikel 10

  1. Indien één partij of beide partijen meent c.q. menen dat er gronden zijn voor wraking van een lid van de Commissie, richt(en) deze voor de aanvang van de behandeling van het beroep een daartoe strekkend gemotiveerd verzoek aan de Commissie.
  2. Over wraking wordt zo spoedig mogelijk beslist door de overige leden van de Commissie. Bij staking van de stemmen wordt de wraking geacht te zijn toegewezen.
  3. Een lid van de Commissie kan gebruik maken van het verschoningsrecht.

Getuigen/Deskundigen

Artikel 11

Indien de Commissie dat ter beslissing van het beroep nodig acht, kan zij al dan niet op grond van een daartoe strekkend verzoek van een partij, getuigen en deskundigen ter zitting horen. Een dergelijk verzoek van een partij kan een week voor de zitting schriftelijk worden gedaan, dan wel mondeling ter zitting. Indien de Commissie van deze bevoegdheid gebruik maakt, doet de voorzitter hiervan vooraf mededeling aan de partijen.

Tolk

Artikel 12

Indien een partij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, kan deze partij zich doen bijstaan door een beëdigde vertaler, als bedoeld in de Wet beëdigde vertalers (Stb. 1928, 109).

Kosten

Artikel 13

Partijen dragen de eigen kosten, waaronder begrepen de kosten van bijstand door een raadsman/vrouw en het horen van getuigen en/of deskundigen op verzoek van een partij.

De zitting

Artikel 14

  1. De zittingen  van de Commissie zijn openbaar.
  2. Indien een partij daarom verzoekt, beslist de Commissie of de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren zal plaatshebben.
  3. In het belang van de openbare orde of zedelijkheid of om gewichtige redenen kan de Commissie bepalen dat de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren zal plaatshebben.
  4. Tijdens de zitting wordt aan partijen de gelegenheid gegeven hun standpunten toe te lichten of te doen toelichten en op het standpunt van de wederpartij te reageren.
  5. De Commissie is bevoegd aan partijen en derden mondeling of schriftelijk alle inlichtingen te vragen, die zij nodig acht. Indien een partij schriftelijk informatie verschaft, is artikel 4 en artikel 5 lid 1 van overeenkomstige toepassing.
  6. Van het verhandelde ter zitting wordt door de secretaris proces-verbaal opgemaakt dat door haar/hem tezamen met de voorzitter wordt ondertekend.

Intrekking van het beroep

Artikel 15

Verzoek(st)er kan bij schriftelijke, gedagtekende en ondertekende kennisgeving of mondeling ter zitting aan de Commissie mededelen dat het beroep wordt ingetrokken. Intrekking geschiedt bij voorkeur niet later dan twee weken voor de zittingsdag.

Uitspraak

Artikel 16

  1. De Commissie oordeelt naar redelijkheid en billijkheid.
  2. Het instellingsbestuur onderwerpt zich aan de uitspraak van de Commissie.
  3. De uitspraken van de Commissie worden gedaan met gewone meerderheid van stemmen, uiterlijk zes weken na de laatste zitting.
  4. De uitspraak is met redenen omkleed en bevat de namen van de leden van de Commissie. De uitspraak wordt op schrift gesteld, gedagtekend en ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
  5. De uitspraak wordt bij aangetekend schrijven toegezonden aan partijen.  
  6. De uitspraken van de Commissie zijn openbaar en liggen in een geanonimiseerde versie ter inzage op het secretariaat van de Commissie.

Einde van het geding

Artikel 17

Een geding eindigt:

  1. door een uitspraak van de Commissie;
  2. door intrekking van het beroep.

Bewaring van de stukken

Artikel 18

Zodra de Commissie in een beroep uitspraak heeft gedaan, zenden de leden de in hun bezit zijnde stukken die op dit beroep betrekking hebben, aan de secretaris, die zorg draagt voor archivering van één volledig dossier en voor vernietiging van de overige stukken.

Bevoegdheid van de voorzitter

Artikel 19

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter, de overige leden van de Commissie gehoord.

Aanvulling of wijziging van dit reglement

Artikel 20

  1. Dit reglement kan met inachtneming van de ter zake geldende voorschriften te allen tijde door de Commissie worden aangevuld en gewijzigd.
  2. Indien en voor zover een bepaling in dit reglement niet (langer) verenigbaar blijkt te zijn met ter zake geldende voorschriften, treedt die bepaling buiten werking en beslist de Commissie zo spoedig mogelijk over de vervanging daarvan.
  3. Aanvullingen en wijzigingen van dit reglement worden gezonden aan de minister van Onderwijs en Wetenschappen en aan de instandhouders van de Commissie.
Print pagina