01-12-2008
103890 / 103893 Beroepen (2) tegen rddf-plaatsing PO
De werkgever heeft verzuimd het formatieplan tijdig vast te stellen. Er is geen sprake van zwaarwegende redenen of omstandigheden die zouden kunnen leiden tot een te late vaststelling van het formatieplan. Werkgeverheeft de PGMR ook niet tijdig verzocht om uitstel voor het ter instemming voorleggen van een voorgenomen formatieplan. Evenmin is gebleken dat de personeelsleden van de school anderszins op de hoogte zijn gesteld van een mogelijk uitstel. Dit is een onzorgvuldige gang van zaken, zij het dat deze niet van zodanig ernstige aard is dat reeds op deze grond tot gegrondheid van het beroep kan worden beslist. Van doorslaggevend belang is dat in het formatieplan weliswaar is opgenomen dat om verschillende redenen tot aanpassing van de formatie dient te beslist - zoals terugloop leerlingenaantal, afbouw gemeentelijke subsidie en verandering schoolgewichtenregeling - maar dat hierbij geenszins is kenbaar gemaakt op welke wijze dit zal geschieden. In het formatieplan is niets opgemerkt over de aanpassing van de formatie van de onderwijsassistenten. Formatieplan biedt onvoldoende feitelijke grondslag voor de RDDF-plaatsing.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-08-2008
103768 / 103769 Beroep tegen opschorting bezoldiging, berisping en ontslag op staande voet; PO
De werknemer meldt zich herhaaldelijk ziek. Naar aanleiding van de laatste ziekmelding gaat de werkgever over tot opschorting van de bezoldiging en een schriftelijke berisping. Voorts is de werknemer op staande voet ontslagen omdat hij niet oprecht meewerkt aan zijn reïntegratie, meerdere malen geweigerd heeft te werken en omdat hij zich meerdere malen schuldig heeft gemaakt aan ongeoorloofd verzuim.
De opschorting van de bezoldiging is gebaseerd op artikel 7:627 juncto 7:629 lid 3 e.v. van het BW. Een dergelijk besluit is niet voor beroep vatbaar; de Commissie is niet bevoegd van het beroep kennis te nemen.
Ten aanzien van de schriftelijke berisping heeft de werkgever verzuimd de werknemer in de gelegenheid te stellen verweer te voeren. Dit is in strijd met artikel 4.17 lid 1 CAO-PO. De werknemer is hierdoor geschaad in zijn door de CAO beschermd belang om voorafgaande aan het opleggen van de disciplinaire maatregel door de werkgever te worden gehoord. Het beroep tegen de schriftelijke berisping is gegrond.
Ten aanzien van het ontslag op staande voet overweegt de Commissie dat gebleken is dat de werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim. Een ontslag als hier aan de orde dient een ultimum remedium te zijn. Daarbij moet de werknemer een laatste kans worden geboden waarbij hij gewaarschuwd moet worden voor de eventuele gevolgen van zijn handelen. De werkgever heeft verzuimd de werknemer zo een laatste waarschuwing te geven. Onder deze omstandigheden, mede in acht nemend de ingrijpende gevolgen van een ontslag op staande voet, is er onvoldoende basis voor een ontslag op staande voet.
Beroep tegen ontslag gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-05-2008
103669 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid PO
De Commissie overweegt dat het ontslag voldoet aan de vereisten in artikel 20 lid 2 BZA. De werknemer is meer dan 2 jaar onafgebroken ziek. De werknemer is voor meer dan 35% arbeidsongeschikt verklaard en het UWV heeft een positieve beschikking gegeven op de WIA-aanvraag. De werkgever heeft in eerste instantie onvoldoende reïntegatie-inspanningen verricht en heeft daarvoor door het UWV een loonsanctie opgelegd gekregen. Omdat de werkgever na afloop van het loonsanctiejaar de reïntegratieverplichtingen weer serieus heeft genomen en er uit een herplaatsingsonderzoek van een register-arbeidsdeskundige blijkt dat er binnen de eigen organisatie geen herplaatsingsmogelijkheden zijn, oordeelt de Commissie dat de werkgever in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat er voor de werknemer geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-04-2008
103671 - Beroep tegen opzegging verlengd tijdelijk dienstverband; PO
Schriftelijke mededeling van de werkgever om het verlengd tijdelijk dienstverband niet te verlengen in verband met vermindering van inkomsten en formatie.
De werknemer voert aan dat hij niet in tijdelijke maar in vaste dienst is en dat er geen geldige reden voor ontslag is.
Toepassing van de CAO heeft ertoe geleid dat het dienstverband van de werknemer na éen jaar stilzwijgend is verlengd voor een zelfde duur. Van toezeggingen van de werkgever om het dienstverband om te zetten in een vast dienstverband is niet gebleken. Derhalve is de werknemer in tijdelijke dienst. Dit tijdelijk dienstverband is met inachtneming van de opzegtermijn opgezegd tegen de datum waarop de tijd waarvoor het dienstverband was aangegaan, verstreek en de Commissie oordeelt dat de werkgever in redelijkheid tot de bestreden beslissing heeft kunnen komen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-02-2008
103614 Beroep tegen rddf-plaatsing; PO
Werkneemster heeft vast dienstverband op basis van ID-regeling en is in het rddf geplaatst vanwege afbouw van de ID-regeling. Werkneemster houdt zich bezig met de leerlingenadministratie en ICT-werkzaamheden. Werkneemster heeft niet binnen de beroepstermijn beroep ingesteld bij de Commissie. Omdat de werkgever werkneemster had medegedeeld dat de beroepstermijn eerst inging na de zomervakantie, acht de Commissie de termijnoverschrijding verschoonbaar en daarmee is het beroep ontvankelijk. De Commissie is van oordeel dat de werkgever niet dan wel onvoldoende heeft aangetoond dat hij werknemer niet op basis van eigen middelen in dienst kan houden. Relevante (financiële) gegevens zoals het bestuursformatieplan ontbreken zodat de Commissie zich geen afgewogen oordeel kan vormen over de noodzaak en de rechtmatigheid van de rddf-plaatsing. De Commissie concludeert dat de bestreden beslissing onvoldoende is gemotiveerd en voldoende feitelijke grondslag ontbeert. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-02-2008
103613 Beroep tegen rddf-plaatsing; PO
Werknemer is conciërge en zijn functie is in het rddf geplaatst vanwege afbouw van de ID-regeling. Werknemer heeft niet binnen de beroepstermijn beroep ingesteld bij de Commissie. Omdat de werkgever had medegedeeld dat de beroepstermijn eerst inging na de zomervakantie, acht de Commissie de termijnoverschrijding verschoonbaar. De Commissie is van oordeel dat de werkgever niet dan wel onvoldoende heeft aangetoond dat hij werknemer niet op basis van eigen middelen in dienst kan houden. Relevante (financiële) gegevens zoals het bestuursformatieplan ontbreken zodat de Commissie zich geen afgewogen oordeel kan vormen over de noodzaak en de rechtmatigheid van de rddf-plaatsing. De bestreden beslissing is onvoldoende gemotiveerd en ontbeert voldoende feitelijke grondslag.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-02-2008
103612 Beroep tegen rddf-plaatsing; PO
Werkneemster is lokaalassistente en haar functie is in het rddf geplaatst vanwege afbouw van de ID-regeling. Werkneemster heeft niet binnen de beroepstermijn beroep ingesteld bij de Commissie. Omdat de werkgever had medegedeeld dat de beroepstermijn eerst inging na de zomervakantie, acht de Commissie de termijnoverschrijding verschoonbaar. De Commissie is van oordeel dat de werkgever niet dan wel onvoldoende heeft aangetoond dat hij werknemer niet op basis van eigen middelen in dienst kan houden. Relevante (financiële) gegevens zoals het bestuursformatieplan ontbreken zodat de Commissie zich geen afgewogen oordeel kan vormen over de noodzaak en de rechtmatigheid van de rddf-plaatsing. Beslissing is onvoldoende gemotiveerd en ontbeert voldoende feitelijke grondslag. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-02-2008
103608 Beroep tegen rddf-plaatsing; PO
Werknemer is hulpconciërge en zijn functie is vanwege afbouw van de ID-regeling in het rddf geplaatst. Werknemer heeft niet binnen de beroepstermijn beroep ingesteld bij de Commissie. Omdat de werkgever had medegedeeld dat de beroepstermijn eerst inging na de zomervakantie, acht de Commissie de termijnoverschrijding verschoonbaar. De Commissie is van oordeel dat de werkgever niet dan wel onvoldoende heeft aangetoond dat hij de werknemer niet op basis van eigen middelen in dienst kan houden. Relevante (financiële) gegevens zoals het bestuursformatieplan en het aan de gemeente gedane verzoek om toepassing van de hardheidsclausule ontbreken zodat de Commissie zich geen afgewogen oordeel kan vormen over de noodzaak en de rechtmatigheid van de rddf-plaatsing. Voorts blijkt uit een door de werknemer overgelegde notitie van de gemeente dat de werkgever voor een werknemer, die door een reïntegratiebureau is geïndiceerd als "blijver", subsidie kan blijven ontvangen zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt. Tevens vermeldt de notitie dat voor zover er gedurende het proces van afbouw van de subsidie sprake is geweest van gedwongen ontslagen, deze niet het gevolg kunnen zijn van gemeentelijk beleid. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-09-2007
103340 - Beroep tegen berisping; PO
Appellant is berispt omdat hij zonder aankondiging of uitleg een gesprek met de directie heeft verlaten, door individueel handelen de goede gang van zaken in het lokaal van een collega-leerkracht heeft bemoeilijkt en met zijn handelwijze geen rekening heeft gehouden met afspraken na een vierjarige ontwikkelingstraject van de school. Een eigenzinnig vertrek uit een gesprek met de directie is in zijn algemeenheid ongepast, maar het ontbreken van een nadere onderbouwing van de feiten en omstandigheden blijft voor rekening en risico van de school. Weinig waarschijnlijk dat appellant toestemming van de leerkracht had haar klas binnen te komen. De werkgever heeft echter een schriftelijke verklaring van de leerkracht niet overgelegd. Ook dit gebrek blijft voor rekening van verweerder. Handelen in strijd met de kennis en kunde, aangeleerd in een ontwikkelingstraject, biedt onvoldoende zelfstandige grondslag voor de conclusie dat er sprake is van plichtsverzuim. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-06-2007
103432 Beroep tegen schorsing als ordemaatregel PO
Werkneemster is leraar en is geschorst naar aanleiding van klachten van ouders over haar. De werkgever heeft eerst enige gesprekken met werkneemster gevoerd. Vóór een volgend gesprek tussen de ouders, directie en werkneemster, meldt werkneemster zich ziek. Na een volgend gesprek tussen ouders en directie schorst de werkgever de werkneemster voor 4 weken.
Uit niets blijkt dat de werkgever met de werkneemster gesproken heeft over een voornemen tot schorsing. Aldus is de werkneemster door de werkgever niet in de gelegenheid gesteld haar opvattingen over de voorgenomen schorsing kenbaar te maken. De werkneemster is hierdoor geschaad in haar door de CAO-PO beschermd belang om voorafgaande aan de schorsing door de werkgever te worden gehoord. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-05-2007
103327 Beroep tegen rddf-plaatsing PO
De werkneemster heeft niet tijdig beroep ingesteld. De bestreden beslissing is kort voor de vakantie verzonden. De werkneemster heeft hierop de directeur benaderd en hij heeft gesteld dat er en fout is gemaakt. Kort na de zomervakantie is dit in een teamvergadering nog eens herhaald. Nadat rectificatie uitbleef heeft de werkneemster beroep ingesteld. De Commissie acht de termijnoverschrijding verschoonbaar.
De werkgever is afgeweken van de geldende afvloeiingsvolgorde - zijnde integrale afvloeiing op bestuursniveau - vanwege schoolorganisatorische redenen. Het zou volgens hem anders niet mogelijk zijn om het vereiste onderwijs te verzorgen. De afwijking is gegrond op artikel D-4 lid 4 CAO-PO dat bepaalt dat indien zich een formatief probleem met een minimale omvang van 120 fre's voordoet op één school of enkele scholen en integrale afvloeiing op bestuursniveau zou leiden tot kennelijke onbillijkheid, plaatsing in het rddf en afvloeiing - binnen de bestuurslijst - geschiedt uit het personeelsbestand van die school of scholen. Het gebruik in dit artikel van de term "kennelijk" impliceert dat zeer duidelijk moet zijn waaruit de onbillijkheid bestaat. Dit, gevoegd met het feit dat het in deze gaat om een afwijking van de hoofdregel dat afvloeiing op basis van het geldend afvloeiingscriterium geschiedt, betekent dat hoge eisen moeten worden gesteld aan de motivering van de beslissing om van de normale regeling af te wijken. De werkgever heeft echter in de bestreden beslissing noch op enig ander moment uitgelegd hoe groot het formatieve probleem op de school is en waaruit de onbillijkheid als gevolg van de integrale afvloeiing op bestuursniveau zou bestaan. De bestreden beslissing mist derhalve voldoende motivering. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-05-2007
103319 Beroep tegen rddf-plaatsing PO
De werknemer is met toestemming van de werkgever eerder op vakantie gegaan. De werkgever heeft, wetende wanneer de vakantie van de werknemer afliep, tijdens de vakantie de beslissing aangaande de rddf-plaatsing verstuurd. De werkgever had de werknemer hieromtrent moeten inlichten. De werknemer heeft kort na zijn terugkeer en kennisneming van de beslissing beroep ingesteld. Termijnoverschrijding verschoonbaar.
De werkgever is afgeweken van de geldende afvloeiingsvolgorde - zijnde integrale afvloeiing op bestuursniveau - vanwege schoolorganisatorische redenen. Het zou volgens hem anders niet mogelijk zijn om het vereiste onderwijs te verzorgen. De afwijking is gegrond op artikel D-4 lid 4 CAO-PO dat bepaalt dat indien zich een formatief probleem met een minimale omvang van 120 fre's voordoet op één school of enkele scholen en integrale afvloeiing op bestuursniveau zou leiden tot kennelijke onbillijkheid, plaatsing in het rddf en afvloeiing - binnen de bestuurslijst - geschiedt uit het personeelsbestand van die school of scholen. Het gebruik in dit artikel van de term "kennelijk" impliceert dat zeer duidelijk moet zijn waaruit de onbillijkheid bestaat. Dit, gevoegd met het feit dat het in deze gaat om een afwijking van de hoofdregel dat afvloeiing op basis van het geldend afvloeiingscriterium geschiedt, betekent dat hoge eisen moeten worden gesteld aan de motivering van de beslissing om van de normale regeling af te wijken. De werkgever heeft echter in de bestreden beslissing noch op enig ander moment uitgelegd hoe groot het formatieve probleem op de school is en waaruit de onbillijkheid als gevolg van de integrale afvloeiing op bestuursniveau zou bestaan. De bestreden beslissing mist derhalve voldoende motivering. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-05-2007
103283 Beroep tegen rddf-plaatsing PO
De werkgever is afgeweken van de geldende afvloeiingsvolgorde - zijnde integrale afvloeiing op bestuursniveau - vanwege schoolorganisatorische redenen. Het zou volgens hem anders niet mogelijk zijn om het vereiste onderwijs te verzorgen. De afwijking is gegrond op artikel D-4 lid 4 CAO-PO dat bepaalt dat indien zich een formatief probleem met een minimale omvang van 120 fre's voordoet op één school of enkele scholen en integrale afvloeiing op bestuursniveau zou leiden tot kennelijke onbillijkheid, plaatsing in het rddf en afvloeiing - binnen de bestuurslijst - geschiedt uit het personeelsbestand van die school of scholen. Het gebruik in dit artikel van de term "kennelijk" impliceert dat zeer duidelijk moet zijn waaruit de onbillijkheid bestaat. Dit, gevoegd met het feit dat het in deze gaat om een afwijking van de hoofdregel dat afvloeiing op basis van het geldend afvloeiingscriterium geschiedt, betekent dat hoge eisen moeten worden gesteld aan de motivering van de beslissing om van de normale regeling af te wijken. De werkgever heeft echter in de bestreden beslissing noch op enig ander moment uitgelegd hoe groot het formatieve probleem op de school is en waaruit de onbillijkheid als gevolg van de integrale afvloeiing op bestuursniveau zou bestaan. De bestreden beslissing mist derhalve voldoende motivering. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-02-2007
103304 Beroep tegen rddf-plaatsingen; PO
De functies van de werknemers zijn vóór de zomervakantie 2006 in het rddf geplaatst omdat de basisschool waar de werknemers werkzaam zijn op 1 oktober 2006 mogelijk te weinig leerlingen telt waardoor de school vanaf 1 augustus 2007 geen rijkssubsidie meer ontvangt. De Commissie beschikt niet over het volledige bestuursformatieplan dat aan de rddf-plaatsingen ten grondslag ligt waardoor zij geen inzicht heeft in de omvang van de formatie, de leerlingenaantallen en de actuele financiële situatie van de scholen van de werkgever. De keuze van de werkgever om dit niet inzichtelijk te maken schaadt de werknemers in hun mogelijkheid om zich in de beroepsprocedure adequaat te verweren en heeft voorts tot gevolg dat ook de Commissie zich geen afgewogen oordeel kan vormen over de noodzaak tot en de rechtmatigheid van de rddf-plaatsingen. Daarenboven is het de Commissie aannemelijk geworden dat de MR op het moment van de rddf-plaatsingen, nog niet had ingestemd met het bestuursformatieplan. Gesteld noch gebleken is dat van zwaarwegende redenen of omstandigheden sprake was op grond waarvan de desbetreffende werknemers toch in het rddf geplaatst konden worden. Ook wordt in de bestreden beslissingen niets medegedeeld over een afwijking van de hoofdregel dat integrale afvloeiing op bestuursniveau dient plaats te vinden. De werkgever heeft tot aan de zitting ook geen informatie verstrekt waaruit de kennelijke onbillijkheid bij afvloeiing op bestuursniveau zou bestaan. De Commissie concludeert dat de beslissingen onvoldoende zijn gemotiveerd waardoor niet aannemelijk is geworden dat de beslissingen op juiste gronden tot stand zijn gekomen. Beroepen gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-02-2007
103298 Beroepen tegen rddf-plaatsingen; PO
De functies van de werknemers zijn vóór de zomervakantie 2006 in het rddf geplaatst omdat de basisschool waar de werknemers werkzaam zijn op 1 oktober 2006 mogelijk te weinig leerlingen telt waardoor de school vanaf 1 augustus 2007 geen rijkssubsidie meer ontvangt. De Commissie beschikt niet over het volledige bestuursformatieplan dat aan de rddf-plaatsingen ten grondslag ligt waardoor zij geen inzicht heeft in de omvang van de formatie, de leerlingenaantallen en de actuele financiële situatie van de scholen van de werkgever. De keuze van de werkgever om dit niet inzichtelijk te maken schaadt de werknemers in hun mogelijkheid om zich in de beroepsprocedure adequaat te verweren en heeft voorts tot gevolg dat ook de Commissie zich geen afgewogen oordeel kan vormen over de noodzaak tot en de rechtmatigheid van de rddf-plaatsingen. Daarenboven is het de Commissie aannemelijk geworden dat de MR op het moment van de rddf-plaatsingen, nog niet had ingestemd met het bestuursformatieplan. Gesteld noch gebleken is dat van zwaarwegende redenen of omstandigheden sprake was op grond waarvan de desbetreffende werknemers toch in het rddf geplaatst konden worden. Ook wordt in de bestreden beslissingen niets medegedeeld over een afwijking van de hoofdregel dat integrale afvloeiing op bestuursniveau dient plaats te vinden. De werkgever heeft tot aan de zitting ook geen informatie verstrekt waaruit de kennelijke onbillijkheid bij afvloeiing op bestuursniveau zou bestaan. De Commissie concludeert dat de beslissingen onvoldoende zijn gemotiveerd waardoor niet aannemelijk is geworden dat de beslissingen op juiste gronden tot stand zijn gekomen. Beroepen gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-02-2007
103278 Beroepen tegen rddf-plaatsingen; PO
De functies van de werknemers zijn vóór de zomervakantie 2006 in het rddf geplaatst omdat de basisschool waar de werknemers werkzaam zijn op 1 oktober 2006 mogelijk te weinig leerlingen telt waardoor de school vanaf 1 augustus 2007 geen rijkssubsidie meer ontvangt. De Commissie beschikt niet over het volledige bestuursformatieplan dat aan de rddf-plaatsingen ten grondslag ligt waardoor zij geen inzicht heeft in de omvang van de formatie, de leerlingenaantallen en de actuele financiële situatie van de scholen van de werkgever. De keuze van de werkgever om dit niet inzichtelijk te maken schaadt de werknemers in hun mogelijkheid om zich in de beroepsprocedure adequaat te verweren en heeft voorts tot gevolg dat ook de Commissie zich geen afgewogen oordeel kan vormen over de noodzaak tot en de rechtmatigheid van de rddf-plaatsingen. Daarenboven is het de Commissie aannemelijk geworden dat de MR op het moment van de rddf-plaatsingen, nog niet had ingestemd met het bestuursformatieplan. Gesteld noch gebleken is dat van zwaarwegende redenen of omstandigheden sprake was op grond waarvan de desbetreffende werknemers toch in het rddf geplaatst konden worden. Ook wordt in de bestreden beslissingen niets medegedeeld over een afwijking van de hoofdregel dat integrale afvloeiing op bestuursniveau dient plaats te vinden. De werkgever heeft tot aan de zitting ook geen informatie verstrekt waaruit de kennelijke onbillijkheid bij afvloeiing op bestuursniveau zou bestaan. De Commissie concludeert dat de beslissingen onvoldoende zijn gemotiveerd waardoor niet aannemelijk is geworden dat de beslissingen op juiste gronden tot stand zijn gekomen. Beroepen gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-01-2007
103238 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige omstandigheden; PO
Werknemer is ID-baner. De genoemde gewichtige omstandigheden, die redelijkerwijs geacht moeten worden, met het oog op de belangen van de instelling en het onderwijs, de mogelijkheid van handhaving van het dienstverband uit te sluiten, zijn het niet meer blijvend en volledig subsidiëren van de functie van de werknemer door de gemeente.
De noodzaak tot ontslag van de werknemer staat voldoende vast. Dat het wegvallen van subsidie een factor is die voor rekening van de werkgever dient te komen acht de Commissie niet juist. De werkgever heeft zijn beslissing voldoende gemotiveerd. Dat de werkgever geen financiële vergoeding aan de beëindiging van het dienstverband heeft verbonden is in het onderhavige geval niet onredelijk. Ook heeft de werkgever voldoende actie ondernomen om het ontslag van de werknemer te voorkomen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-12-2006
103306 - Beroep tegen einde tijdelijk dienstverband; VO
Werkneemster meent dat zij blijkens een aanvraagformulier werkgeversbijdrage kinderopvang, is ontslagen uit een vast dienstverband.
De werkneemster is benoemd van29-03-2005 tot uiterlijk 01-08-2005 en vervolgens van 01-08-2005 tot uiterlijk 01-08-2006. De werkgever stelt dat dit is gebeurd ter vervanging. De werkneemster stelt dat zij in ieder geval vanaf 01-08-2005 in vaste dienst is benoemd.
De Commissie oordeelt dat er bij aanvang van het dienstverband tussen partijen overeenstemming bestond over de tijdelijke aard van het dienstverband over de periode van 29-03-2005 tot 01-08-2005. Het voert naar het oordeel van de Commissie te ver om louter op grond van de bij werkneemster levende verwachting te concluderen dat zij benoemd is in een vast dienstverband. Om tot deze conclusie te komen dient meer feitelijke grondslag aanwezig te zijn en/of sprake te zijn van duidelijk door de werkgever opgewekte verwachtingen, hetgeen op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting niet kan worden vastgesteld. De Commissie is van oordeel dat werkneemster per 01-08-2005 is benoemd in een voortgezet tijdelijk dienstverband ter vervanging van maximaal een jaar. Dat dienstverband liep op 31-07-2006 van rechtswege af. Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-12-2006
103210 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; PO
De werkneemster is benoemd in een ID-baan. Gebleken is dat de subsidiërende gemeente de ID-regeling afbouwt. Daarbij heeft de werkgever voldoende inzichtelijk gemaakt dat vanuit de reguliere middelen geen ruimte aanwezig is om de ID-baan van de werkneemster nog langer te kunnen bekostigen, dan wel om deze baan om te zetten in een reguliere baan. De werkgever kampt met een ernstig exploitatietekort en dient, naar het zich nu laat aanzien, één of meer van de drie onder zijn bestuur staande scholen op te heffen.
Door bijzondere omstandigheden - mede gelegen in fraude door ex-bestuursleden alsmede in intensief onderwijstoezicht door OCW - heeft het overleg met de vakorganisaties over het formatieplan niet tijdig tot vaststelling van dit plan heeft geleid.
Het verzuim van de werkgever is onder de geschetste omstandigheden verschoonbaar.
Van mogelijkheden om de werkneemster bij de werkgever te plaatsen, is niet gebleken. Voorts is duidelijk geworden dat de werkgever de werkneemster in staat heeft gesteld zich te scholen door haar een opleiding aan de IPABO te laten volgen, maar zij heeft uit eigener beweging deze opleiding afgebroken. De werkgever heeft voldaan aan de scholingsverplichtingen voortvloeiend uit artikel B-3 lid 3 CAO-PO. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-12-2006
103208 / 103209 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; PO
De werknemer was benoemd in het kader van de ID-regeling. De werkgever heeft hem enkele achtereenvolgende jaren op de school Godsdienstonderwijs laten verzorgen. Met ingang van het schooljaar 2006-2007 is de werkgever overgegaan tot benoeming van een docent Godsdienstonderwijs. De werkgever heeft aangegeven niet tot benoeming van de werknemer in deze functie te zijn overgegaan omdat hij bij de werkgever beneden de maat heeft gepresteerd en de werkgever een bevoegde persoon in dienst wenste te nemen.
De werkgever heeft niet kunnen onderbouwen dat de werknemer onvoldoende zou hebben gefunctioneerd en hij heeft de werknemer nimmer op de hoogte gesteld van het feit dat zijn functioneren onvoldoende werd geacht. Van gevoerde functioneringsgesprekken of begeleidingsgesprekken is niet gebleken.
De werkgever heeft primair in strijd gehandeld met de op grond van de CAO-PO rustende verplichting de werknemer, wiens functie in het RDDF was geplaatst, een mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden voor hem passende functie bij de werkgever aan te bieden. Daarenboven heeft de werkgever gehandeld in strijd met het doel van de ID-regeling. De werkgever heeft derhalve niet in redelijkheid kunnen beslissen de werknemer te ontslaan.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-12-2006
103233 Beroep tegen ontslag op grond van gewichtige redenen PO
Werkneemster heeft haar echtgenoot met de verzending van het beroepschrift belast. Er is vervolgens niet binnen de hiervoor geldende termijn beroep ingesteld bij de Commissie. Wel is binnen de beroepstermijn de werkgever een (afschrift van het) beroepschrift gezonden. De werkgever heeft de werkneemster binnen de beroepstermijn benaderd en gevraagd naar de bedoeling van de brief. De werkneemster heeft aangegeven dat het een afschrift betrof. Ondanks aansporingen van de werkgever om na te gaan of het beroepschrift bij de Commissie was binnen gekomen heeft de werkneemster voorshands geen nadere actie ondernomen. Pas nadat haar na verloop van de beroepstermijn duidelijk werd dat de Commissie geen beroepschrift had ontvangen heeft de werkneemster beroep bij de Commissie ingesteld.
De Commissie is van oordeel dat onder voornoemde omstandigheden het beroep niet tijdig is ingediend en dat dit is gebeurd ten gevolge van omstandigheden die de werkneemster kunnen worden verweten zodat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar wordt geacht.
Beroep is niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-11-2006
103207 Beroep tegen ontslag wegens gewichtige redenen PO
Werknemer is ID-baner en is ontslagen vanwege de afbouw van de ID-regeling. Werkgever stelt dat er onvoldoende financiering is om de werknemer, klassenassistent, in dienst te houden. De Commissie oordeelt dat de werkgever strijdig heeft gehandeld met de in de CAO-PO gestelde formele vereisten door de zogenoemde voornemen-procedure ex artikel F2.9 CAO-PO niet te volgen. Aangezien de werknemer een beroep heeft gedaan op het niet nakomen van deze vereisten en voor de ontvangst van de bestreden beslissing niet op de hoogte was van het komende ontslag, is de Commissie van oordeel dat de werknemer in haar belangen is geschaad doordat zij zich niet heeft kunnen verweren tegen een voornemen tot ontslag. De Commissie acht het beroep reeds om deze formele reden gegrond. De Commissie wenst daarbij niet onopgemerkt te laten dat de werkgever de noodzaak om het dienstverband op te zeggen onvoldoende heeft aangetoond. Zo ontbreekt een actuele financiële onderbouwing. Ook is het door de werkgever gestelde ontwikkelde beleid ten aanzien van de afvloeiing van ID-baners niet schriftelijk onderbouwd. De aan het ontslag ten grondslag gelegde gewichtige omstandigheden zijn derhalve onvoldoende onderbouwd zodat het ontslag niet gedragen wordt door de daaraan ten grondslag gelegde redenen.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-10-2006
103202 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige reden PO
Werknemer is ID-baner en is ontslagen vanwege de afbouw van de ID-regeling. Werkgever stelt dat er onvoldoende financiering is om de werknemer, klassenassistent, in dienst te houden. De Commissie oordeelt dat de werkgever strijdig heeft gehandeld met de in de CAO-PO gestelde formele vereisten door de zogenoemde voornemen-procedure ex artikel F2.9 CAO-PO niet te volgen. Aangezien de werknemer een beroep heeft gedaan op het niet nakomen van deze vereisten en voor de ontvangst van de bestreden beslissing niet op de hoogte was van het komende ontslag, is de Commissie van oordeel dat de werknemer in haar belangen is geschaad doordat zij zich niet heeft kunnen verweren tegen een voornemen tot ontslag. De Commissie acht het beroep reeds om deze formele reden gegrond. De Commissie wenst daarbij niet onopgemerkt te laten dat de werkgever de noodzaak om het dienstverband op te zeggen onvoldoende heeft aangetoond. Zo ontbreekt een actuele financiële onderbouwing. Ook is het door de werkgever gestelde ontwikkelde beleid ten aanzien van de afvloeiing van ID-baners niet schriftelijk onderbouwd. De aan het ontslag ten grondslag gelegde gewichtige omstandigheden zijn derhalve onvoldoende onderbouwd zodat het ontslag niet gedragen wordt door de daaraan ten grondslag gelegde redenen. Tevens niet aannemelijk dat werkgever voldoende inspanningen heeft verricht om het ontslag te voorkomen. Het laatste individuele gesprek met de werknemer vond ruim een jaar voor de ontslagaanzegging plaats. Voorts heeft de werkgever onzorgvuldig gehandeld door niet te voldoen aan de inspanningsverplichtingen die de werkgever gedurende de rddf-plaatsing heeft.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-10-2006
103206 / 103215 Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid PO
103206 Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid PO
103215 Beroep tegen weigering wedertewerkstelling
Naar het oordeel van de Commissie heeft de werkgever onvoldoende gemotiveerd dan wel aannemelijk gemaakt dat de werknemer ongeschikt is voor het verrichten van zijn werkzaamheden als godsdienstleerkracht anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. De onderbouwing van de ongeschiktheid is uitsluitend gegrond op de arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Onder deze omstandigheden concludeert de Commissie dat niet aannemelijk is dat er sprake is van ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. De bestreden ontslagbeslissing wordt niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden.
Beroep tegen ontslag gegrond.
De Commissie overweegt inzake zaak 103215 dat de brief van de werkgever redelijkerwijs niet anders kan worden gelezen dan als een afwijzende reactie van de werkgever op de mededeling van de werknemer dat laatstgenoemde zich weer beschikbaar stelt voor het verrichten van zijn werkzaamheden. De brief is geenszins bedoeld als het opleggen van een disciplinaire maatregel wegens plichtsverzuim als bedoeld in artikel F 2.8 lid 1 CAO-PO.
Beroep tegen weigering wedertewerkstelling niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-05-2006
103119 Beroep tegen ontslag wegens van rechtswege eindigen PO
Volgens de werkgever betreft het een tijdelijk dienstverband dat van rechtswege is geëindigd. De werkneemster stelt dat zij in vaste dienst is zodat haar dienstverband niet rechtsgeldig is opgezegd.
Werkneemster is eerst benoemd in een eerste tijdelijk dienstverband met uitzicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, vervolgens een jaar in een tijdelijk dienstverband wegens tijdelijke voorziening in een vacature en het jaar daarop wederom in een tijdelijk dienstverband met als grond eerste dienstverband met uitzicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Deze gang van zaken is in strijd met de bepalingen uit de CAO-PO. Een arbeidsovereenkomst met deze grond kan gezien de gebruikte bewoordingen immers slechts overeengekomen worden bij eerste indiensttreding. Hiervan is echter duidelijk geen sprake.
Gezien het standaardkarakter van de CAO-PO en mede in acht nemend dat er ook geen andere reden is op grond waarvan het dienstverband tijdelijk zou kunnen zijn is de werkneemster in vaste dienst per 01-08-2004. Derhalve komt de bestreden beslissing neer op een ontslag, waarvoor geen geldige reden is.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-03-2006
103011 / 103019 - Beroepen (2) tegen rddf-plaatsing PO
Het beroep is niet binnen de daartoe geldende termijn van 6 weken ingediend. De Commissie oordeelt de termijnoverschrijding niet verschoonbaar omdat in de bestreden beslissing expliciet de mogelijkheid van beroep, de beroepstermijn en de instantie is vermeld en werknemer de brief op of omstreeks 30-06-2005 heeft ontvangen terwijl de zomervakantie op 09-07-2005 aanving. Indien niet duidelijk was wat onder het instellen van beroep verstaan diende te worden, had hij op een eerder moment nadere informatie kunnen inwinnen bij de werkgever dan wel bij de Commissie.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-01-2006
103008 / 103014 / 103033 - Beroepen (3) tegen rddf-plaatsing PO
Beroep is niet binnen de daartoe geldende termijn van 6 weken ingediend. Werkneemster heeft aangevoerd niet direct beroep te hebben ingesteld omdat het belang daarvan niet tot haar was doorgedrongen. Eerst na de zomervakantie volgde een gesprek met de directeur waarin het werkneemster duidelijk werd wat bedoeld werd met het instellen van beroep. Vervolgens heeft zij beroep ingesteld. De Commissie oordeelt de termijnoverschrijding niet verschoonbaar omdat in de bestreden beslissing expliciet de mogelijkheid van beroep, de beroepstermijn en de instantie is vermeld en werkneemster de brief op 30-06-2005 heeft ontvangen terwijl de zomervakantie op 09-07-2005 aanving. Indien het werkneemster niet duidelijk was wat onder het instellen van beroep verstaan diende te worden, had zij op een eerder moment nadere informatie kunnen inwinnen bij de werkgever dan wel bij de Commissie.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-12-2005
102989 Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid PO
Werknemer betwist ongeschikt te zijn voor zijn functie en stelt dat de werkgever ook niet aangeeft waarin hij als leerkracht tekortschiet. De werkgever heeft daartegen aangevoerd dat de werknemer zich niet kon vinden in de door de school ingevoerde onderwijsmethode en in strijd met het schoolplan en de teamafspraken klassikaal bleef lesgeven. Als gevolg hiervan is de werknemer overgeplaatst naar een andere school doch ook daar functioneerde hij onvoldoende. Het is de Commissie aannemelijk geworden dat de werknemer onvoldoende is meegegroeid in het vernieuwingstraject van de school en dat hij, ondanks zowel interne als externe begeleiding, op een klassikale wijze bleef lesgeven althans de lesstof niet conform de teamafspraken aanbood aan de leerlingen. Voorts is het de Commissie aannemelijk geworden dat de overplaatsing van de werknemer naar een andere school niet tot verbetering van het functioneren van de werknemer heeft geleid. De Commissie oordeelt dat de werkgever in redelijkheid heeft kunnen beslissen de werknemer te ontslaan op grond van gebleken ongeschiktheid. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-11-2005
102912 Beroep tegen ontslag ID-medewerker PO
Werknemer is hulpconciërge en is ontslagen vanwege de afbouw van de ID-regeling. Werkgever stelt dat er onvoldoende financiering is om de werknemer in dienst te houden. De Commissie oordeelt dat de werkgever voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat er vanuit de reguliere middelen geen ruimte is om het dienstverband van de werknemer nog langer te bekostigen. Bovendien acht de Commissie het standpunt van de werkgever, dat 1 conciërge op de school voldoende en verantwoord is en dat ingeval van ontslag, de huishoudelijke sector daarvoor de meest gerede sector is omdat hiermee de operationele schade aan de organisatie tot een minimum wordt beperkt, redelijk. Over de toezegging van de werkgever, dat de werknemer in dienst zou worden genomen als schoonmaker indien hij een opleiding als zodanig zou hebben afgerond, overweegt de Commissie dat ter zitting gebleken is dat de werknemer de, door de werkgever bekostigde, opleiding heeft gestaakt omdat hij hiervoor nog onvoldoende tijd kon vrijmaken. Van een afgeronde opleiding is dus geen sprake. Daarenboven is de Commissie van oordeel dat de werkgever door actief te bemiddelen voor de werknemer en hem onder te brengen bij een schoonmaakbedrijf voldoende invulling heeft gegeven aan de hiervoor aangehaalde toezegging. Dat de werknemer vervolgens binnen de proeftijd is ontslagen, valt buiten de invloedssfeer van de werkgever, temeer omdat de werknemer zich niet tot de werkgever heeft gewend om te overleggen over mogelijke oplossingen voor de ontstane problemen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-11-2005
102967 Beroep tegen ontslag ID-medewerkster PO
Werkneemster heeft niet binnen de geldende termijn van zes weken beroep ingesteld.
De werkneemster heeft aangevoerd dat zij na ontvangst van de bestreden beslissing in de maand juni 2005 gesprekken heeft gevoerd met de werkgever over herplaatsing aan een andere school. Hierdoor verkeerde zij in de veronderstelling dat de arbeidsovereenkomst niet per 01-08-2005 beëindigd zou worden. Voorts was de werkneemster naar eigen zeggen nog steeds erg in de war zodat zij een en ander ook niet kon overzien. Ter ondersteuning van deze laatste stelling heeft de werkneemster een overzicht in de vorm van een journaal van haar huisarts over de periode 11-08-2004 tot 02-09-2005 overgelegd. Het gegeven dat de werkneemster een verkeerde inschatting heeft gemaakt over de mogelijke gevolgen van de inspanningen van de werkgever om haar elders te plaatsen, is een omstandigheid die voor haar risico komt. Voorts is uit de overgelegde stukken of anderszins niet gebleken dat de werkneemster in een zodanige psychische staat verkeerde dat het voor haar niet mogelijk was om tijdig beroep in te stellen.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-10-2005
102914 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige omstandigheden PO
Werknemer is ID-baner en is ontslagen vanwege de afbouw van de ID-regeling. Werkgever stelt dat er onvoldoende financiering is om de werknemer, conciërge, in dienst te houden. De Commissie oordeelt dat de werkgever voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat er vanuit de reguliere middelen geen ruimte is om het dienstverband van de werknemer nog langer te bekostigen. Bovendien acht de Commissie het standpunt van de werkgever, dat 1 conciërge op de school voldoende en verantwoord is en dat in geval van ontslag, de huishoudelijke sector daarvoor de meest gerede sector is omdat hiermee de operationele schade aan de organisatie tot een minimum wordt beperkt, redelijk. Daarenboven heeft de werkgever de vrijheid om een keuze tussen verschillende ID-ers te maken op basis van competenties. De Commissie oordeelt voorts dat niet kan worden gezegd dat de werkgever onvoldoende actie zou hebben ondernomen om het ontslag van de werknemer te voorkomen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-09-2005
102893 - Beroep tegen ontslag ID-werknemer tijdens ziekte; PO
Werknemer is benoemd als conciërge op basis van de ID-regeling. Werkgever heeft werknemer ontslagen wegens gewichtige redenen, zijnde de beëindiging van de ID-regeling. Werknemer was ten tijde van de opzegging ziek en heeft zich conform art. 7:677 lid 5 BW binnen 2 maanden door middel van een brief aan de werkgever beroepen op de vernietigingsgrond dat hij nog geen 2 jaar ziek is. Werkgever voert aan dat er sprake is van beëindiging van rechtswege zodat het opzegverbod tijdens ziekte niet aan de orde is. De werkgever meent dat de benoeming dient te worden gezien als bepaald in tijd voor de duur van de subsidieverstrekking.
De Commissie oordeelt dat blijkens de akte van benoeming sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Nu de werknemer tijdig een beroep heeft gedaan op de vernietigingsgrond, is het beroep reeds om die reden gegrond. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-07-2005
102868 Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid PO
Werkneemster voert aan dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen om haar intern of extern te herplaatsen.
In het begin van haar ziekteproces meende werkneemster volledig arbeidsongeschikt te zijn. Voorts veranderde na enige tijd de oorzaak voor haar arbeidsongeschiktheid. Hierdoor zijn pas na drie jaar acties op gang gekomen die gericht waren op terugkeer in het arbeidsproces. Daarbij is - mede ingegeven door het feit dat de werkneemster een terugkeer op de school onwenselijk achtte vanwege een gerezen conflict met de directeur - tussen partijen afgesproken zich niet te richten op terugkeer binnen de eigen organisatie maar op het zogenoemde "tweede spoor" (een functie buiten de eigen organisatie). Voorts blijkt uit het door UWV verstrekte functieongeschiktheidsadvies dat de arbeidsdeskundige herplaatsing van de werkneemster binnen de school niet mogelijk acht. De Commissie ziet geen reden om aan dit oordeel te twijfelen.
Volgens de Commissie heeft de werkgever, die slechts één school in stand houdt, in redelijkheid kunnen concluderen dat bij hem voor de werkneemster geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn. De werkgever heeft zich ook voor het overige voldoende ingespannen om de werkneemster te ondersteunen door haar te laten begeleiden door een outplacementbureau en door haar op de hoogte te stellen van vacatures.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-03-2005
102693 Beroep tegen rddf-plaatsing; PO
Werknemer heeft vast dienstverband als hulpconciërge op basis van ID-regeling en is in het RDDF geplaatst vanwege afbouw ID-regeling. Werknemer heeft niet (aantoonbaar) binnen de beroepstermijn beroep ingesteld bij de Commissie. Omdat hij echter wel tijdig bezwaar heeft ingediend bij de werkgever, acht de Commissie het beroep ontvankelijk. Eventueel gebrek aan instemming MR met formatieplan lag aan weigerachtige houding van de MR om met de directie samen te werken. MR heeft zich niet tot rechter gewend voor wat betreft formatieplan. Afbouw ID-regeling rechtvaardigt op zichzelf genomen de RDDF-plaatsing. Werknemer heeft de afgelopen jaren geen activiteiten ondernomen om zijn kansen op het vinden van regulier werk te vergroten. Eerst in de onderhavige procedure stelt de werknemer bereid te zijn een opleiding te volgen, zodat het uitblijven van actie op dit punt niet aan de werkgever kan worden tegengeworpen. Voorts heeft de werknemer geen gebruik gemaakt van de gelegenheid zijn standpunt ter zitting nader te onderbouwen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-03-2005
102566 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
OALT-leraar Arabisch is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft geen onderwijsbevoegdheid en is niet geslaagd voor het taalassessment om te worden toegelaten tot de PABO-opleiding. De werknemer meent dat de werkgever nauwelijks inspanningen heeft verricht om hem voor het onderwijs te behouden en dat de functie van Godsdienstleraar voor hem een passende functie is omdat hij in het verleden geruime tijd de Godsdienstlessen heeft verzorgd. Voorts hoopt hij in 2006 de opleiding Pedagogiek af te ronden waarna hij als gedragsspecialist zou kunnen worden ingezet bij de werkgever. De Commissie overweegt dat bij de werkgever onvoldoende formatie beschikbaar is om de functie van Godsdienstleraar daadwerkelijk in te vullen. De functie van gedragsspecialist kent de werkgever niet zodat dit ook geen beschikbare passende functie is. Voorts niet gebleken van andere vacatures waarvoor werknemer in aanmerking zou kunnen komen. Ook de inschakeling van bureau X heeft niet tot ander werk geleid.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-02-2005
102598 / 102599 - Beroepen (2) tegen ontslag OALT-leraar; PO
Werknemer is OALT-leraar en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging.
Niet gebleken is dat de persoon die de ontslagbrief heeft ondertekend daadwerkelijk deel uitmaakte van het bestuur van de stichting die de school in stand houdt. Voorts overweegt de Commissie dat volgens art. 10 van voornoemde statuten de stichting in en buiten rechte uitsluitend wordt vertegenwoordigd door twee gezamenlijk handelende leden van het dagelijks bestuur. Een ontslagbeslissing dient derhalve door twee leden van het dagelijks bestuur ondertekend te zijn. De leden van het dagelijks bestuur zijn volgens de statuten de voorzitter, de secretaris en de penningmeester. De brief is ondertekend door één persoon. Zo deze persoon al deel uit zou maken van het bestuur, hetgeen niet aannemelijk is gemaakt, dan geldt dat hij niet deel uitmaakt van het dagelijks bestuur. Op grond van het voorgaande ontbeert de bestreden beslissing rechtsgeldigheid omdat zij niet door de hiertoe bevoegde personen is genomen.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-02-2005
102722 - Beroep tegen berisping; PO
Naar aanleiding van een klacht van een ouder, heeft de werkgever de werknemer berispt wegens plichtsverzuim, eruit bestaande dat de werknemer zich tegenover een aantal moeders van leerlingen van de school, luidruchtig en agressief zou hebben gedragen, niet zou hebben getuigd van enige vorm van respect voor de desbetreffende moeders en er geen sprake was van een open gesprek. De werkgever heeft aangevoerd grote waarde te hechten aan een effectieve, open en respectvolle communicatie met de ouders en dat het personeel in dat verband ook wordt getraind. Werknemer ontkent en stelt dat hij de moeders op normale wijze te woord heeft gestaan.
De Commissie oordeelt dat er sprake is van woord tegen woord en er geen aanvullende feiten of omstandigheden zijn op grond waarvan de ene verklaring geloofwaardiger is dan de andere zodat de feiten waarop het plichtsverzuim is gebaseerd onvoldoende zijn komen vast te staan. Geen grond voor het opleggen van een disciplinaire maatregel.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-02-2005
102671 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Werknemer was OALT-leraar Arabisch en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft geen onderwijsbevoegdheid. In maart 2004 was de werknemer aangevangen met de verkorte PABO-opleiding doch inmiddels heeft hij deze opleiding beëindigd omdat hij de kosten hiervan per 01-01-2005 niet meer van de werkgever vergoed krijgt. De werknemer meent dat de werkgever nauwelijks inspanningen heeft verricht om hem voor het onderwijs te behouden. De werkgever, een zogenoemde éénpitter, heeft zich, ingegeven door onvoldoende expertise, aangesloten bij een tweetal andere schoolbesturen teneinde gezamenlijk de met ontslag bedreigde OALT-leraren te trachten te herplaatsen. In dat kader is de werknemer outplacement en scholing aangeboden. Nu de werknemer ter zitting heeft verklaard het eens te zijn met de inschakeling van een reïntegratiebureau en nu de werkgever geen passende functie beschikbaar heeft, oordeelt de Commissie dat de werkgever de werknemer in redelijkheid heeft kunnen ontslaan.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-01-2005
102678 Beroep tegen rddf-plaatsing PO
Werknemer heeft vast dienstverband als hulpconciërge op basis van ID-regeling. RDDF-plaatsing vanwege afbouw ID-regeling. Eventueel gebrek aan instemming MR met formatieplan lag aan weigerachtige houding van de MR om met de directie samen te werken. MR heeft zich niet tot rechter gewend voor wat betreft formatieplan. Afbouw ID-regeling rechtvaardigt op zichzelf genomen de RDDF-plaatsing. Werknemer heeft de afgelopen jaren geen activiteiten ondernomen om zijn kansen op het vinden van regulier werk te vergroten. Hoewel daartoe verzocht, heeft de werknemer niet gecommuniceerd welke opleiding hij wenst te volgen, zodat het uitblijven van actie op dit punt niet aan de werkgever kan worden tegengeworpen. Het staat de werkgever vrij om bij de keuze welke ID-baner hij zal benoemen in een reguliere functie, die keuze te maken op basis van competenties.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-01-2005
102642 Beroep tegen rddf-plaatsing PO
Werknemer heeft vast dienstverband op basis van ID-regeling. RDDF-plaatsing vanwege afbouw ID-regeling. Niet is gebleken dat werkgever bepaalde subsidiegelden ten onrechte niet zou hebben verkregen. Eventueel gebrek aan instemming MR met formatieplan lag aan weigerachtige houding van de MR om met de directie samen te werken. MR heeft zich niet tot rechter gewend voor wat betreft formatieplan. Afbouw ID-regeling rechtvaardigt op zichzelf genomen de RDDF-plaatsing. Werknemer in beginsel geschikt voor functie van klassenassistent. Werkgever heeft in verband met bekwaamheden op gebied van overblijfcoördinatie en communicatie met de ouders, in redelijkheid een ander persoon in plaats van de werknemer kunnen benoemen als klassenassistent. Werkgever is in RDDF-jaar verplicht zich in te spannen om ontslag te voorkomen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-01-2005
102559 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Werknemer is OALT-leraar Marokkaans en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft geen onderwijsbevoegdheid, geen NT-2 bevoegdheid en voldeed niet aan de wettelijke voorwaarde om taalondersteuning te geven, zodat zijn herplaatsingsmogelijkheden binnen het onderwijs beperkt zijn. Werknemer bestrijdt niet dat de werkgever hem reeds voordat sprake was van de beëindiging van de OALT-bekostiging, heeft gestimuleerd om het NT2-diploma te behalen en dat hij de NT2-cursus niet heeft afgemaakt. Werkgever heeft door Rijk beschikbaar gestelde budget ingezet voor outplacement en voor oriëntatie op een opleiding voor rij-instructeur. Daarnaast heeft de werkgever een bedrag van € 500,00 uitbetaald en een extra maandsalaris toegekend. Werknemer heeft tot aan pensioengerechtigde leeftijd uitkering van 70%. Geen termen aanwezig om ontslag vanwege onvoldoende financiële compensatie onrechtmatig te achten.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-01-2005
102695 - Beroep tegen disciplinair ontslag; PO
Werkgever was interim-manager en was vanuit zijn functie bevoegd te beschikken over de bankrekening van de werkgever. Werkgever is gebleken dat de werknemer gelden van de werkgever verduisterd heeft. De werknemer stelt dat hij niet is veroordeeld voor enig strafbaar feit zodat er geen aanleiding voor ontslag is.
Werkgever was niet verplicht resultaten van het strafrechtelijk onderzoek af te wachten en heeft een eigen verantwoordelijkheid m.b.t. de arbeidsrechtelijke relatie en kan naar eigen inzicht, binnen het civielrechtelijk kader, omgaan met zijn verworven kennis van de feiten aangaande het handelen van de werknemer. Gebleken is dat drie maal van de rekening van de werkgever op de privé-rekening van de werknemer bedragen zijn gestort. Voorts is van de rekening van de werkgever geld gestort op de rekening van een stichting waarvan de werknemer en diens echtgenote de enige bestuurders zijn. De werkgever ontkent dat genoemde bedragen met zijn toestemming zijn overgeschreven en werknemer heeft geen bewijs aangedragen dat van het tegendeel doet blijken. Daarbij acht de Commissie de door de werknemer verstrekte verklaringen over de rechtmatigheid en de bestemming van de genoemde bedragen niet geloofwaardig, dit temeer gezien de hoogte van deze bedragen. Verduistering van gelden staat voldoende vast en vormt plichtsverzuim dat zo ernstig is, dat ontslag in verband daarmee proportioneel is.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-01-2005
102612 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Werknemer is OALT-leraar Turks en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging.
De wijziging van de Wet in verband met de beëindiging van de bekostiging van het OALT is definitief vastgesteld op 24-05-2004. De Commissie acht het niet onredelijk dat de werkgever vooruitlopend op de definitieve besluitvorming heeft gehandeld door de OALT-leerkrachten ontslag aan te zeggen.
Voor wat betreft de inspanningsverplichting van de werkgever om passend werk aan te bieden, overweegt de Commissie dat de herplaatsingmogelijkheden van de werknemer gering zijn door zijn beperkte opleiding en zijn niet optimale beheersing van de Nederlandse taal. De werkgever heeft reeds in een vroeg stadium met de werknemer overleg gestart over zijn toekomst. Hij heeft hem toestemming verleend om een taalassessment te ondergaan en hij heeft de werknemer op diens verzoek extra taallessen laten volgen en hem een traject aangeboden bij een outplacementbureau. Mede in overweging nemend dat de werknemer slechts een dienstverband met een omvang van 0,2914 FTE had bij de werkgever is de Commissie van oordeel dat de werkgever de werknemer voldoende ondersteuning heeft geboden voor zijn opleiding en bovendien voldoende inspanningen heeft verricht om hem te herplaatsen in een andere passende functie. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
03-01-2005
102679 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
De beroepstermijn is met 7 weken overschreden. In de ontslagbrief zijn de beroepsmogelijkheid en de beroepstermijn genoemd. Werkneemster heeft niet geantwoord op de schriftelijke vraag van de Commissie waarom de beroepstermijn is overschreden. Evenmin is werkneemster ingegaan op de termijnoverschrijding nadat de werkgever in zijn verweerschrift had aangegeven dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding.
Derhalve is niet gebleken van omstandigheden die niet aan de werkneemster kunnen worden verweten, als bedoeld in artikel 61 lid 1 WPO.
Beroep is niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-12-2004
102602 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Werknemer was OALT-leraar Arabisch en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft een NT-2 diploma; hij heeft geen onderwijsbevoegdheid. De werkgever heeft een extern bureau ingeschakeld hetgeen niet tot resultaat heeft geleid. De Commissie overweegt dat de herplaatsingsmogelijkheden van de werknemer zijn beperkt door zijn geringe relevante opleiding en zijn niet optimale beheersing van de Nederlandse taal. De werkgever heeft onvoldoende formatie om de werknemer als onderwijsassistent te benoemen. Ook heeft de werkgever de werknemer 5000 euro budget verstrekt doch hiermee heeft deze geen initiatieven genomen. De Commissie concludeert dat de werkgever, zij het in een laat stadium, de nodige stappen tot arbeidsbemiddeling heeft genomen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-12-2004
102600 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Werknemer is OALT-docent en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. De werknemer was echter reeds vanaf 01-01-2003 feitelijk werkzaam als intern (kwaliteits)coördinator. De werknemer is ook voor deze functie aan het bestuur voorgedragen en de directeur van de school had voor deze functie 122 fre's gereserveerd. Ook uit een offerte aan de gemeente blijkt dat de werknemer wordt gepresenteerd als de intern coördinator van de school. Gegeven deze omstandigheden oordeelt de Commissie dat de werkgever bij de werknemer het vertrouwen heeft opgewekt dat hij per ontslagdatum zou worden herplaatst in de functie van intern coördinator. Doordat de werkgever van meet af aan een project is ingegaan gericht op herplaatsing van de werknemer in voormelde functie, in welke functie de werknemer uiteindelijk niet blijkt te kunnen worden benoemd vanwege budgettaire redenen, heeft de werkgever onvoldoende inspanningen verricht om ontslag te voorkomen. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-12-2004
102596 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
De werknemer is OALT-leraar Turks en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. De werknemer was ten tijde van de opzegging arbeidsongeschikt doch heeft de nietigheid van het ontslag wegens strijd met het opzegverbod niet ingeroepen waardoor dit geen invloed heeft op de beoordeling van het beroep. De werknemer heeft geen onderwijsbevoegdheid. De werkgever heeft een bemiddelingsbureau ingeschakeld hetgeen niet tot een afspraak met de werknemer heeft geleid omdat deze niet reageerde op aan hem verzonden brieven. Ook op het voorstel van de werkgever voor een afspraak over de besteding van het voor hem beschikbare budget van 5000 euro heeft de werknemer niet gereageerd. De Commissie overweegt dat de herplaatsingsmogelijkheden van de werknemer zijn beperkt door zijn geringe relevante opleiding, zijn niet optimale beheersing van de Nederlandse taal en het gegeven dat hij slechts een dag per week bij de werkgever werkzaam was. De Commissie concludeert dat de werkgever, zij het in een laat stadium, zich voldoende heeft ingespannen om het ontslag van de werknemer te voorkomen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-12-2004
102644 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Opheffing betrekking wegens einde OALT-bekostiging. De werknemer voert aan dat werkgever zich niet voldoende heeft ingespannen om hem een passende functie aan te bieden. Werkgever heeft in Dordrecht en Rotterdam nieuwe scholen opgericht, hetgeen mogelijkheden zou moeten bieden.
De herplaatsingmogelijkheden van de werknemer zijn gering door zijn beperkte opleiding ((opleiding tot leerkracht in Turkije en geen NT2 kwalificaties) en zijn niet optimale beheersing van de Nederlandse taal. Gebleken is dat de werkgever binnen zijn scholen geen passende vacatures heeft, ook niet binnen de nieuw opgerichte school in Dordrecht. Weliswaar heeft de werkgever in eerste instantie kenbaar gemaakt dat op deze school een aantal vacatures zou ontstaan, maar omdat het aantal aanmeldingen voor de school tegenviel, zijn alleen vacatures voor de functie van groepsleerkracht ontstaan, waarvoor de werknemer niet de vereiste bevoegdheid heeft. De werkgever heeft ook binnen het regionaal overlegorgaan, de Federatie voor Onderwijskoepels en Openbaar Onderwijs Rotterdam, overleg gevoerd maar dit heeft evenmin tot resultaat geleid. Met de werknemer is overleg gevoerd over scholing. De werkgever heeft aangegeven bereid te zijn mee te werken aan het volgen door de werknemer van de cursus leerlingbegeleider/zorgbegeleider. Voorts is de werknemer op kosten van de werkgever geplaatst in een outplacementtraject.
Alles overziende is de Commissie van oordeel dat de werkgever voldoende invulling heeft gegeven aan zijn inspanningsverplichtingen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-12-2004
102641 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Opheffing betrekking wegen einde OALT-bekostiging. De werknemer voert aan dat werkgever zich niet voldoende heeft ingespannen om hem een passende functie aan te bieden. Werkgever heeft in Dordrecht en Rotterdam nieuwe scholen opgericht, hetgeen mogelijkheden zou moeten bieden.
De herplaatsingmogelijkheden van de werknemer zijn gering door zijn beperkte opleiding (NT-2 diploma) en zijn niet optimale beheersing van de Nederlandse taal. Gebleken is dat de werkgever binnen zijn scholen geen passende vacatures heeft, ook niet binnen de nieuw opgerichte school in Dordrecht. Weliswaar heeft de werkgever in eerste instantie kenbaar gemaakt dat op deze school een aantal vacatures zou ontstaan, maar omdat het aantal aanmeldingen voor de school tegenviel, zijn alleen vacatures voor de functie van groepsleerkracht ontstaan, waarvoor de werknemer niet de vereiste bevoegdheid heeft. De werkgever heeft ook binnen het regionaal overlegorgaan, de Federatie voor Onderwijskoepels en Openbaar Onderwijs Rotterdam, overleg gevoerd maar dit heeft evenmin tot resultaat geleid. Met de werknemer is overleg gevoerd over scholing en hij heeft een taalassessment gedaan, waarvoor hij niet geslaagd is. Werknemer heft na de ingang van het ontslag een voorstel aan de werkgever gedaan om zijn te starten opleiding tot rij-instructeur te bekostigen, welk voorstel nog in beraad is bij de werkgever. Voorts is de werknemer op kosten van de werkgever geplaatst in een outplacementtraject.
Alles overziende is de Commissie van oordeel dat de werkgever voldoende invulling heeft gegeven aan de hiervoor genoemde inspanningsverplichtingen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-11-2004
102630 Beroep tegen opzegging verlengd tijdelijk dienstverband VO
Over de aard van de benoeming bestaat tussen partijen verschil van mening. Werknemer kreeg bij indiensttreding een tijdelijke benoeming wegens eerste dienstverband met uitzicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (verlengde CAO-VO 1998), gevolgd door een tijdelijke arbeidsovereenkomst op dezelfde grond. De werkgever voert aan dat er sprake is van het van rechtswege aflopen van het tijdelijk dienstverband, waartegen geen beroep open staat. De Commissie oordeelt dat het gaat om een verlengd tijdelijk dienstverband bij wijze van proef met uitzicht op een dienstverband voor onbepaalde tijd. Op grond van art. 4a.1 lid 1 CAO-VO moet het verlengde tijdelijk dienstverband worden opgezegd. De opzegtermijn van 3 maanden is niet in acht genomen. Bovendien wordt de opzegging niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden, namelijk het van rechtswege aflopen van het verlengd dienstverband. Het dienstverband is niet rechtsgeldig opgezegd met ingang van 01-08-2004 en kan op grond van de CAO niet een tweede maal worden verlengd. Dus is de werknemer per 01-08-2004 in vaste dienst van de werkgever.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-11-2004
102617 - Beroep tegen opzegging verlengd tijdelijk dienstverband; VO
Werkneemster was onbevoegde zij-instromer en kreeg bij indiensttreding een tijdelijke benoeming wegens eerste indiensttreding (verlengde CAO-VO 1998). Gedurende het eerste tijdelijk contract werd zij bevoegd voor het vak B. Het tijdelijk dienstverband is vervolgens verlengd, volgens de werkgever wegens onbevoegdheid voor het vak V. De werkgever voert aan dat er sprake is van het van rechtswege aflopen tijdelijk dienstverband, waartegen geen beroep open staat. De Commissie oordeelt dat de tijdelijkheid van de tweede arbeidsovereenkomst niet kan gebaseerd worden op onbevoegdheid aangezien de werkneemster inmiddels een onderwijsbevoegdheid bezat. Volgens de Commissie is de tweede arbeidsovereenkomst een verlengd tijdelijk dienstverband bij wijze van proef, met uitzicht op een vast dienstverband (art. 3a.2 lid 4 CAO-VO 2003-2005). Dat dienstverband loopt niet van rechtswege af maar dient met redenen omkleed te worden opgezegd. De opzegging wordt niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden, namelijk het van rechtswege aflopen van het verlengd dienstverband. Het dienstverband is niet rechtsgeldig opgezegd met ingang van 01-08-2004 en kan op grond van de CAO niet een tweede maal worden verlengd. Dus is werkneemster per 01-08-2004 in vaste dienst van de werkgever.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-11-2004
102611 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
De werknemer is OALT-leraar Marokkaans en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft OALT-diploma, NT2-bevoegdheid en diploma bedrijfshulpverlening. Hij is geslaagd voor het taalassessment voor de duale Pabo-opleiding en is begin maart 2004 op kosten van de werkgever aan die opleiding begonnen.I n verband met die opleiding heeft de werkgever de werknemer voor 2,5 dag per week vrijgesteld van zijn OALT-werkzaamheden. Een verzoek om een extra vrijgestelde dag in verband met de opleiding is door de werkgever afgewezen. De werkgever is ook niet bereid gevonden de werknemer na 01-08-2004 een stageplaats te bieden. Dit acht de Commissie, gelet op de inspanningsverplichting van de werkgever, niet redelijk. Voorts is gebleken dat de werkgever de werknemer niet heeft gewezen op een vacature klassenassistent en dat hij een collega-OALT-leraar heeft benoemd, die minder dienstjaren heeft en niet geslaagd is voor het taalassessment. De werkgever heeft de werknemer onvoldoende ondersteuning geboden voor zijn opleiding en bovendien onvoldoende inspanningen verricht om hem te herplaatsen. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-11-2004
102595 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
De werknemer is OALT-leraar Turks en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft geen onderwijsbevoegdheid, geen NT-2 bevoegdheid en voldeed niet aan de wettelijke voorwaarde om taalondersteuning te geven, zodat zijn herplaatsingsmogelijkheden binnen het onderwijs beperkt zijn. De stelling van de werknemer, dat hij via een EVC-procedure plaatsbaar is in het allochtone basisonderwijs, passeert de Commissie omdat de werknemer niet heeft aangetoond dat hij het nodige heeft ondernomen om zijn herplaatsingsmogelijkheden via die procedure te vergroten. De werkgever heeft zich door het aanbod tot omscholing en outplacement voldoende ingespannen om het ontslag te voorkomen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-03-2004
102594 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
De werknemer is OALT-leraar Turks en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft geen onderwijsbevoegdheid, geen NT-2 bevoegdheid en voldeed niet aan de wettelijke voorwaarde om taalondersteuning te geven, zodat zijn herplaatsingsmogelijkheden binnen het onderwijs beperkt zijn. De stelling van de werknemer, dat hij via een EVC-procedure plaatsbaar is in het allochtone basisonderwijs, passeert de Commissie omdat de werknemer niet heeft aangetoond dat hij het nodige heeft ondernomen om zijn herplaatsingsmogelijkheden via die procedure te vergroten. De werkgever heeft zich door het aanbod tot omscholing en outplacement voldoende ingespannen om het ontslag te voorkomen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier vinden.
01-11-2004
102638 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Opheffing betrekking wegens einde OALT-bekostiging. De werknemer voert aan dat de werkgever heeft nagelaten zich in het RDDF-jaar voldoende in te spannen om zijn ontslag te voorkomen. Zo is verzuimd passende vacatures bij de werkgever aan hem aan te bieden. Ook is ontslag aangezegd terwijl het formatieplan nog niet definitief was vastgesteld.
Niet gebleken is dat op de door de werkgever opgerichte nieuwe basisschool een voor de werknemer passende vacature is ingevuld. Op andere scholen van de werkgever was evenmin formatieruimte beschikbaar. De werkgever heeft in het regionaal overlegorgaan overleg over de met ontslag bedreigde leerkrachten gevoerd en heeft de werknemer ondersteund bij het volgen van de opleiding onderwijsassistent, een NT2 cursus, taalassessment. Ook heeft hij de werknemer een outplacement traject aangeboden. Aldus heeft de werkgever voldoende invulling gegeven aan zijn inspanningsverplichtingen.
Gezien de ontwikkelingen welke zich de laatste maanden van het cursusjaar 2003-2004 hebben voorgedaan - de start van een nieuwe school in Dordrecht, en het vertrek van twee scholen uit het samenwerkingsverband - is het begrijpelijk dat de werkgever nog niet een definitief formatieplan heeft vastgesteld en vooruitlopend op de definitieve vaststelling van het formatieplan reeds tot ontslag van de werknemer is overgegaan. Gezien de beëindiging van de OALT-bekostiging ligt het in de rede dat de OALT-formatie niet in het formatieplan van het huidige schooljaar is opgenomen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-11-2004
102632 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Opheffing betrekking wegens einde OALT-bekostiging. De werknemer voert aan dat de werkgever, in strijd met de op hem rustende verplichtingen heeft nagelaten zich in het RDDF-jaar voldoende in te spannen om zijn ontslag te voorkomen. Zo is verzuimd passende vacatures bij de werkgever aan hem aan te bieden. Ook is ontslag aangezegd terwijl het formatieplan nog niet definitief was vastgesteld.
Niet gebleken is dat op de door de werkgever opgerichte nieuwe basisschool een voor de werknemer passende vacature is ingevuld. Op andere scholen van de werkgever was evenmin formatieruimte beschikbaar. De gewenste inzet op de eigen school als godsdienstleraar was niet haalbaar omdat de werkgever hiervoor gebruik wenste te maken van een bevoegde leraar. De werkgever heeft in het regionaal overlegorgaan overleg over de met ontslag bedreigde leerkrachten gevoerd en heeft de werknemer ondersteuning aangeboden bij het volgen van de opleiding onderwijsassistent, en het verkrijgen van de positie als zij-instromer. Omdat de werknemer het taalassessment niet heeft gehaald is dit laatste zonder resultaat gebleven.
De werkgever heeft voldoende invulling gegeven aan zijn inspanningsverplichtingen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-11-2004
102618 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Opheffing betrekking wegens einde OALT-bekostiging. De werknemer voert aan dat de werkgever door middel van verzilvering formatie beschikbaar heeft waarop hij in dienst gehouden kan worden. Bovendien heeft de werkgever een nieuwe school gestart waarvoor personeel gevraagd wordt. Voorts stelt hij dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen om uitvoering te geven aan het Sociaal Plan en het rechtspositiebesluit WPO/WEC voor wat betreft het bekostigen van zijn opleiding en het helpen bij behoud van werk.
De verzilvering van eenheden is blijkbaar gebeurd met als doel de benoeming van groepsleerkrachten. Het hebben van de financiële middelen is op zichzelf genomen onvoldoende om te concluderen dat de werknemer in dienst dient gehouden dient te worden. De werkgever heeft een zekere beleidsvrijheid om binnen de organisatie een functiebouwwerk vast te stellen dat voldoet aan de nodige kwaliteit teneinde goed onderwijs te waarborgen. Niet gebleken is dat de werkgever zijn keuzes redelijkerwijs niet had kunnen maken. Op de door de werkgever opgerichte nieuwe basisschool zijn geen vacatures vervuld waarvoor de werknemer in aanmerking had kunnen komen. De werkgever heeft ook binnen het regionaal overlegorgaan overleg gevoerd over mogelijke herplaatsing maar dit heeft evenmin tot resultaat geleid. Werkgever heeft ook voldoende overleg gevoerd met appellant over te volgen scholing.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-11-2004
102609 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Opheffing betrekking wegens einde OALT-bekostiging. De werknemer stelt dat de werkgever niet zorgvuldig onderzocht heeft of er een passende functie voor hem was. Er zijn verschillende vacatures binnen de scholen van het bevoegd gezag geweest, terwijl hij daar niet voor is benaderd.
Gebleken is dat op de door de werkgever opgerichte nieuwe basisschool in Dordrecht geen onderwijsassistent is benoemd. Voorts is gebleken dat op de andere onder het bestuur van de werkgever staande school evenmin formatieruimte beschikbaar is. De werkgever heeft in het regionaal overlegorgaan overleg gevoerd over oplossingen voor het boventallig personeel. Ook heeft de werkgever overleg gevoerd over te volgen scholing. De werknemer heeft deelgenomen aan een specifiek taaltraject gericht op het behalen van een onderwijsbevoegdheid en hij heeft een taalassessment gedaan, waarvoor hij echter niet geslaagd is. Hierdoor heeft hij de verkorte opleiding PABO niet kunnen volgen. De werkgever heeft een verzoek van de werknemer om de lerarenopleiding Frans -2e graads - te mogen volgen akkoord bevonden onder de voorwaarde dat de werknemer de kosten achteraf zou kunnen declareren alsmede de voorwaarde dat hij de vergoeding zou dienen terug te betalen indien hij zijn dienstverband bij de werkgever zelf zou beëindigen. De werknemer heeft hierop besloten de opleiding niet te volgen. Voorts is de werknemer op kosten van de werkgever geplaatst in een outplacement traject.
De door de werkgever gestelde voorwaarden aan de scholing zijn niet redelijk. Juist omdat de scholing samenhangt met te verwachten beëindiging van het dienstverband dient de werkgever zich terughoudend op te stellen met het verbinden van voorwaarden aan te volgen scholing. Hier staat tegenover dat de werknemer, hoewel hij op de hoogte was van de ontslagdreiging, zelf geen nadere actie heeft ondernomen om zich te scholen zodat aan het verzuim van de werkgever geen doorslaggevend belang wordt gehecht.De werkgever heeft voldoende invulling gegeven aan zijn inspanningsverplichtingen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-11-2004
102608 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
Opheffing betrekking wegens einde OALT-bekostiging. De werknemer stelt dat de werkgever niet zorgvuldig onderzocht heeft of er een passende functie voor hem is. Er zijn verschillende vacatures binnen de scholen van het bevoegd gezag geweest, terwijl hij daar niet voor is benaderd. Evenmin heeft de werkgever het aanbod om de schoonmaakwerkzaamheden van de school over te nemen in overweging genomen. De werknemer heeft met ondersteuning van de werkgever - middels vergoeding van kosten en verlenen van studieverlof - de opleiding tot onderwijsassistent gevolgd en met goed resultaat afgerond.
Gebleken is dat op de door de werkgever opgerichte nieuwe basisschool in Dordrecht geen onderwijsassistent is benoemd. Voorts is gebleken dat op de andere onder het gezag van de werkgever staande school evenmin formatieruimte beschikbaar is. De werkgever heeft in het regionaal overlegorgaan overleg gevoerd over oplossingen voor het boventallig personeel. Ook heeft de werkgever overleg gevoerd over te volgen scholing. De werknemer heeft een taalassessment gedaan, waarvoor hij geslaagd is. Omdat hij echter geen baangarantie van de werkgever kreeg heeft hij hieraan geen vervolg gegeven en heeft hij de verkorte opleiding PABO niet gedaan. Voorts is de werknemer op kosten van de werkgever geplaatst in een outplacement traject. Dat de werkgever niet is ingegaan op het aanbod van de werknemer om de schoonmaakwerkzaamheden van de school op bedrijfsmatige basis over te nemen omdat bij voorkeur gebruik gemaakt wordt van een gecertificeerd schoonmaakbedrijf is niet onredelijk.
De werkgever heeft voldoende invulling gegeven aan zijn inspanningsverplichtingen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-10-2004
102613 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
De werknemer is OALT-leraar Turks en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft NT-2 bevoegdheid, volgde cursus taalondersteuning en een applicatiecursus; hij heeft geen onderwijsbevoegdheid. Werkgever heeft loopbaanbegeleiding aangeboden hetgeen niet tot resultaat heeft geleid. De Commissie overweegt dat de herplaatsingsmogelijkheden van de werknemer zijn beperkt door zijn geringe relevante opleiding en zijn niet optimale beheersing van de Nederlandse taal. Werkgever streeft ernaar bevoegde leraren te benoemen. In RDDF-jaar zijn 2 nieuwe onderwijsassistenten benoemd en de Commissie acht het redelijk dat de werkgever, gelet op hun (taal)niveau om kwalitatieve redenen voor deze personen gekozen heeft. De werkgever beschikt weliswaar via een steunstichting over financiële middelen voor personeel doch de Commissie oordeelt het hebben van de middelen onvoldoende om te concluderen dat de werknemer moet in dienst gehouden worden. De werkgever heeft een zekere beleidsvrijheid om binnen de organisatie een functiebouwwerk vast te stellen dat voldoet aan de nodige kwaliteit teneinde goed onderwijs te verzorgen. OCW heeft de werkgever gemaand om de middelen in te zetten voor kwalitatief goed en bevoegd onderwijspersoneel. Indien er geen geaccordeerd formatieplan voorhanden is, staan voor de MR geëigende wegen open om dit te bestrijden. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-10-2004
102577 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar; PO
De werknemer is OALT-leraar Marokkaans en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft NT-2 diploma; hij heeft geen onderwijsbevoegdheid. Werkgever heeft arbeidsbemiddeling aangeboden hetgeen niet tot resultaat heeft geleid. De Commissie overweegt dat de herplaatsingsmogelijkheden van de werknemer zijn beperkt door zijn geringe relevante opleiding en zijn niet optimale beheersing van de Nederlandse taal. Werkgever streeft ernaar bevoegde leraren te benoemen. In RDDF-jaar zijn 2 nieuwe onderwijsassistenten benoemd en de Commissie acht het redelijk dat de werkgever, gelet op hun (taal)niveau om kwalitatieve redenen voor deze personen gekozen heeft. De werkgever beschikt weliswaar via een steunstichting over financiële middelen voor personeel doch de Commissie oordeelt het hebben van de middelen onvoldoende om te concluderen dat de werknemer moet in dienst gehouden worden. De werkgever heeft een zekere beleidsvrijheid om binnen de organisatie een functiebouwwerk vast te stellen dat voldoet aan de nodige kwaliteit teneinde goed onderwijs te verzorgen. OCW heeft de werkgever gemaand om de middelen in te zetten voor kwalitatief goed en bevoegd onderwijspersoneel. Indien er geen geaccordeerd formatieplan voorhanden is, staan voor de MR geëigende wegen open om dit te bestrijden. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-10-2004
102565 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar tijdens ziekte; PO
Werkgever heeft werknemer ontslagen wegens opheffing van de betrekking in verband met de stopzetting van de OALT-bekostiging. Werknemer was ten tijde van de opzegging ziek en heeft zich conform art. 7:677 lid 5 BW binnen 2 maanden door middel van een brief aan de werkgever beroepen op de vernietigingsgrond dat hij nog geen 2 jaar ziek is. Werkgever voert aan dat het opzegverbod niet geldt in het geval dat de werknemer is ontslagen wegens opheffing van de betrekking.
De Commissie oordeelt dat van een uitzondering op het opzegverbod tijdens ziekte geen sprake is omdat stopzetting van het OALT-onderwijs aan de betrokken school niet kan worden aangemerkt als beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of het onderdeel van de onderneming als bedoeld in art. 7:670b lid 2 BW. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-10-2004
102564 - Beroep tegen ontslag OALT-leraar tijdens ziekte; PO
Werkgever heeft werknemer ontslagen wegens opheffing van de betrekking in verband met de stopzetting van de OALT-bekostiging. Werknemer was ten tijde van de opzegging ziek en heeft zich conform art. 7:677 lid 5 BW binnen 2 maanden door middel van een brief aan de werkgever beroepen op de vernietigingsgrond dat hij nog geen 2 jaar ziek is. Werkgever voert aan dat het opzegverbod niet geldt in het geval dat de werknemer is ontslagen wegens opheffing van de betrekking.
De Commissie oordeelt dat van een uitzondering op het opzegverbod tijdens ziekte geen sprake is omdat stopzetting van het OALT-onderwijs aan de betrokken school niet kan worden aangemerkt als beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of het onderdeel van de onderneming als bedoeld in art. 7:670b lid 2 BW. Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-05-2004
102404 - Beroep tegen rddf-plaatsing OALT-leraar
Functie van OALT-leraar is per 01-08-2003 in het rddf geplaatst vanwege de mededeling van OC&W d.d. 28-05-2003 in verband met de beëindiging van de OALT-bekostiging met ingang van 01-08-2004. De Commissie acht art. B3 lid 2 CAOP-PO naar redelijkheid van toepassing in de situatie waarin reeds een formatieplan is vastgesteld maar aanpassing daarvan noodzakelijk is wegens zwaarwegende redenen of omstandigheden.
De Commissie acht het begrijpelijk dat de werkgever na de ontvangst van de mededeling van OC&W de functie van de werknemer nog vóór de zomervakantie in het rddf heeft geplaatst aangezien de werkgever in het andere geval het risico liep dat hij m.i.v. 01-08-2004 zelf de bekostiging van de functie dient te dragen. De Commissie oordeelt dat de inhoud van de mededeling van de minister en het late tijdstip waarop deze is gedaan, tezamen dienen te worden aangemerkt als zwaarwegende omstandigheden als bedoeld in art. B3 lid 2 CAO-PO. De tijdsdruk vormt naar het oordeel van de Commissie ook de reden dat de werkgever de gevolgen van de te verwachten beëindiging van de OALT-bekostiging niet of niet voldoende heeft kunnen bestuderen en niet of niet voldoende heeft kunnen bezien op welke wijze eventueel optredende (financiële) problemen, anders dan door rddf-plaatsing en ontslag, zouden kunnen worden opgelost. Gegeven deze omstandigheden heeft de werkgever in redelijkheid de bestreden beslissing kunnen nemen.
De Commissie merkt nog op dat op de werkgever de plicht rust om gedurende het huidige schooljaar zorgvuldig te bezien op welke wijze een eventuele beëindiging van de bekostiging binnen de school financieel verwerkt kan worden. Tevens dient de werkgever voldoende aandacht te besteden aan maatregelen en onderzoek om het ontslag te voorkomen, zoals bijvoorbeeld scholing en vervangende arbeid, binnen dan wel buiten de eigen organisatie.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-05-2004
102381 - Beroep tegen rddf-plaatsing OALT-leraar; PO
Functie van OALT-leraar is per 01-08-2003 in het rddf geplaatst vanwege de mededeling van OC&W d.d. 28-05-2003 in verband met de beëindiging van de OALT-bekostiging met ingang van 01-08-2004. De Commissie acht art. B3 lid 2 CAOP-PO naar redelijkheid van toepassing in de situatie waarin reeds een formatieplan is vastgesteld maar aanpassing daarvan noodzakelijk is wegens zwaarwegende redenen of omstandigheden.
De Commissie acht het begrijpelijk dat de werkgever na de ontvangst van de mededeling van OC&W de functie van de werknemer nog vóór de zomervakantie in het rddf heeft geplaatst aangezien de werkgever in het andere geval het risico liep dat hij m.i.v. 01-08-2004 zelf de bekostiging van de functie dient te dragen. De Commissie oordeelt dat de inhoud van de mededeling van de minister en het late tijdstip waarop deze is gedaan, tezamen dienen te worden aangemerkt als zwaarwegende omstandigheden als bedoeld in art. B3 lid 2 CAO-PO. De tijdsdruk vormt naar het oordeel van de Commissie ook de reden dat de werkgever de gevolgen van de te verwachten beëindiging van de OALT-bekostiging niet of niet voldoende heeft kunnen bestuderen en niet of niet voldoende heeft kunnen bezien op welke wijze eventueel optredende (financiële) problemen, anders dan door rddf-plaatsing en ontslag, zouden kunnen worden opgelost. Gegeven deze omstandigheden heeft de werkgever in redelijkheid de bestreden beslissing kunnen nemen.
De Commissie merkt nog op dat op de werkgever de plicht rust om gedurende het huidige schooljaar zorgvuldig te bezien op welke wijze een eventuele beëindiging van de bekostiging binnen de school financieel verwerkt kan worden. Tevens dient de werkgever voldoende aandacht te besteden aan maatregelen en onderzoek om het ontslag te voorkomen, zoals bijvoorbeeld scholing en vervangende arbeid, binnen dan wel buiten de eigen organisatie. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
04-05-2004
102245 - Beroep tegen het eindigen van een eerste tijdelijk dienstverband.
Ingevolge artikel 7:667 lid 1 BW juncto artikel 11.1 lid 2 onder a van de Kader-CAO VO eindigt de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege door het verstrijken van de tijd waarvoor het is aangegaan. Een opzegging schrijft de CAO in dat geval niet voor. Aldus is de tijdelijke arbeidsovereenkomst van de werknemer op 31-07-2003 van rechtswege geëindigd. De brief van 29-04-2003 van de werkgever kan derhalve slechts worden aangemerkt als een mededeling dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt en niet zal worden verlengd. Tegen een dergelijke mededeling, die geen beëindiginghandeling is, staat geen beroep open. Nu er geen voor beroep vatbare beslissing voorhanden is, oordeelt de Commissie het beroep niet-ontvankelijk.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-04-2004
102474 / 102493 Beroep tegen ontslag wegens gewichtige omstandigheid en tegen 2 orde-schorsingen PO
Appellant is aanvankelijk benoemd op basis van 'melkertbaanregeling'. Functiebenoeming is onduidelijk. Ontslag gebaseerd op gewichtige omstandigheid, namelijk een verstoorde arbeidsverhouding die is terug te voeren tot het functioneren van appellant. Er zijn geen functioneringsgesprekken met appellant gevoerd en er zijn geen verslagen van gesprekken voorhanden. Derhalve onvoldoende functioneren niet voldoende komen vast te staan en evenmin dat werkgever zich heeft ingespannen om functioneren te verbeteren. Werkgever heeft geen duidelijkheid gegeven ten aanzien van de functie van appellant.
Twee schorsingen als ordemaatregel zijn in strijd met CAO-PO aangezien de maximumtermijn voor schorsing reeds was verstreken: appellant was reeds eerder zes maanden geschorst vanwege hetzelfde feitencomplex; een schorsing die reeds volledig geëffectueerd is, kan niet meer ongedaan gemaakt worden. De nieuwe schorsingen sluiten aan op die eerdere schorsing.
Beroepen gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-12-2003
102406 - Beroep tegen rddf-plaatsing OALT-leraar; PO
Functie van OALT-leraar is per 01-08-2003 in het rddf geplaatst vanwege de mededeling van OC&W d.d. 28-05-2003 in verband met de beeïndiging van de OALT-bekostiging met ingang van 01-08-2004. In het vastgestelde formatieplan waren geen OALT-leraarfuncties in het rddf geplaatst en het formatieplan was ten tijde van de rddf-plaatsing van de functie van de werknemer niet aangepast aan de nieuwe ontwikkelingen rond OALT-bekostiging.
De Commissie acht art. B3 lid 2 CAO-PO naar redelijkheid van toepassing in de situatie waarin reeds een formatieplan is vastgesteld maar aanpassing daarvan noodzakelijk is wegens zwaarwegende redenen of omstandigheden.
De Commissie acht het begrijpelijk dat de werkgever na de ontvangst van de mededeling van OC&W de functie van de werknemer nog vóór de zomervakantie in het rddf heeft geplaatst aangezien de werkgever in het andere geval het risico liep dat hij m.i.v. 01-08-2004 zelf de bekostiging van de functie dient te dragen.
De Commissie oordeelt dat de inhoud van de mededeling van de minister en het late tijdstip waarop deze is gedaan, tezamen dienen te worden aangemerkt als zwaarwegende omstandigheden als bedoeld in art. B3 lid 2 CAO-PO, waaronder de rddf-plaatsing zonder aanpassing van het formatieplan heeft kunnen plaatsvinden. De tijdsdruk vormt naar het oordeel van de Commissie ook de reden dat de werkgever de gevolgen van de te verwachten beëindiging van de OALT-bekostiging niet of niet voldoende heeft kunnen bestuderen en niet of niet voldoende heeft kunnen bezien op welke wijze eventueel optredende (financiële) problemen, anders dan door rddf-plaatsing en ontslag, zouden kunnen worden opgelost. Gegeven deze omstandigheden heeft de werkgever naar het oordeel van de Commissie in redelijkheid de bestreden beslissing kunnen nemen. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-12-2003
102366 - Beroep tegen rddf-plaatsing OALT-leraar; PO
Werknemer is onbevoegde OALT-leraar en zijn functie is per 01-08-2003 in het rddf geplaatst vanwege de mededeling d.d. 28-05-2003 van OC&W in verband met de beeïndiging van de OALT-bekostiging met ingang van 01-08-2004.
De Commissie overweegt dat het Convenant/Sociaal Plan, dat de gevolgen van het aanscherpen van de OALT-kwalificatievereisten voor de onbevoegde OALT-leraren poogt op te vangen, geen bescherming biedt tegen plaatsing in het rddf en/of ontslag op andere gronden dan onbevoegdheid, zoals beëindiging van de bekostiging van OALT. Door de voorgenomen beëindiging van de OALT-bekostiging vindt voor de werknemer mogelijk een samenloop van ontslaggronden plaats, namelijk wegens opheffing van de betrekking als gevolg van de beëindiging van de OALT-bekostiging alsmede wegens onbevoegdheid. Het Sociaal Plan is slechts van toepassing voor zover de onbevoegdheid van de werknemer een rol speelt, hetgeen t.a.v. deze rddf-plaatsing niet het geval is. De aankondiging van OC&W over de beeïndiging van de OALT-bekostiging heeft op een dermate laat tijdstip plaatsgevonden dat de periode tot de zomervakantie te kort was voor een onderzoek naar andere passende arbeid. Dat onderzoek dient wel binnen het rddf-jaar plaats te vinden.
Deze rddf-plaatsing betekent niet dat de werkgever ontslagen is van de verplichtingen welke eventueel ten aanzien van onbevoegde OALT-leraren voortvloeien uit het Convenant. Van onterechte gelijke behandeling van bevoegde en onbevoegde OALT-leraren is geen sprake. Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-10-2002
102120 - Beroep tegen ontslag op staande voet wegens vervroegd vakantie nemen; PO
Werkneemster heeft de directeur basisschool verzocht om reeds voor de zomervakantie met vakantie te mogen gaan. Tussen partijen is in geschil of door de directeur toestemming is gegeven. De werkgever stelt dat geen toestemming is gegeven en ontslaat werkneemster na een week op staande voet met terugwerkende kracht van een week.
De Commissie oordeelt dat ontslag met terugwerkende kracht niet is toegestaan en het ontslag niet onverwijld is gegeven aangezien een week is gewacht terwijl het schoolbestuur als werkgever twee keer per week samenkomt en in noodgevallen wordt opgeroepen.
Ten overvloede overweegt de Commissie dat de bedrijfsarts heeft aangegeven dat het voor het herstel van de gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkneemster belangrijk was dat zij met vakantie zou gaan. Daarenboven verrichtte werkneemster op de school op arbeidstherapeutische basis werkzaamheden zodat bij haar voortijdig vertrek de goede gang van zaken op school niet of nauwelijks geschaad kan zijn.
Ontslag is buitenproportioneel; een disciplinaire maatregel, zoals bijvoorbeeld een berisping, had meer voor de hand gelegen.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-10-2002
102110 - Beroep tegen ontslag staande voet wegens vervroegd vakantie nemen; PO
Werkneemster heeft de directeur basisschool verzocht om reeds voor de zomervakantie met vakantie te mogen gaan. De directeur heeft werkneemster doorverwezen naar de werkgever die de toestemming heeft geweigerd. Desondanks is werkneemster op het door haar gewenste tijdstip met vakantie gegaan. Hierop ontslaat de werkgever appellante een week na kennisneming van dit feit op staande voet, met terugwerkende kracht van een week.
De Commissie oordeelt dat een ontslag met terugwerkende kracht niet is toegestaan en dat het ontslag niet onverwijld is gegeven aangezien het schoolbestuur als werkgever twee maal per week samenkomt en in noodgevallen wordt opgeroepen.
Ten overvloede overweegt de Commissie dat appellante laakbaar heeft gehandeld door zonder toestemming van de werkgever met vakantie te gaan.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
Ontslag op staande voet met een subsidiaire ontslaggrond? Verweerprocedure subsidiaire ontslaggrond moet wel gevolgd worden
Kantonrechter Assen sluit in vonnis taakbeleid voortgezet onderwijs aan bij uitspraak Bezwarencommissie CAO-VO
Kroniek: klachtrecht, artikel in School en Wet door S.J.F. Schellens, secretaris Onderwijsgeschillen
Grotius College, Kindcentrum de Hoven en Xpect Primair zijn in de (MR) prijzen gevallen.
Eén onvoldoende, totaal onvoldoende? Uitspraak van de Commissie voor geschillen CAO BVE inzake het niet-toekennen van de bindingstoelage ex artikel I-12b lid 2 CAO BVE.
Symposium over klachtrecht 'klagen kan verbeteren' d.d. 16.11.2011
