13-11-2008
103912 - Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring; VO
De Voorzitter heeft in vereenvoudigde behandeling het beroep niet ontvankelijk verklaard vanwege niet verschoonbare termijnoverschrijding. Daartegen is verzet gedaan. Op 27 juni 2006 is de werknemer geïnformeerd over de toekomst van de Instroom/doorstroombanen. Hier heeft de werknemer bij brief van 6 juli 2006 tegen geprotesteerd. Bij beslissing van 28 september 2007 heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst opgezegd. Tegen deze opzegging is een procedure aanhangig gemaakt bij de kantonrechter. Tevens heeft de werknemer bij schrijven van 21 april 2008 beroep tegen het ontslag ingesteld. De brief van 27 juni 2007 is niet meer dan een schrijven van de werkgever, waarin hij de gevolgen van het wegvallen van subsidie schetst. Weliswaar noemt de brief als laatste gevolg dat de arbeidsovereenkomst zal worden beëindigd, maar daarmee is de brief nog geen opzegging. De werknemer had zich reeds 28 november 2007 voorzien van bijstand door een rechtsgeleerd raadsman die verondersteld wordt op de hoogte te zijn van de beroepsgang en de beroepstermijn.
Verzet ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-10-2008
103801 - Beroep tegen niet-voortzetten tijdelijk dienstverband; VO
De werknemer is sinds indiensttreding in 1999 en niet in het bezit van een onderwijsbevoegdheid. De werkgever heeft vanuit het oogpunt van onderwijskwaliteit besloten om uitsluitend te werken met onderwijspersoneel dat beschikt over de wettelijke onderwijsbevoegdheden. Deze verandering in beleid is reeds in juni 2007 aan de werknemer kenbaar gemaakt, waarbij hem te verstaan is gegeven afspraken met de werkgever te maken over het behalen van de bevoegdheid.
De werknemer heeft pas in maart 2008 hierover overleg met de werkgever gevoerd. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over de vergoeding van studiekosten. De werkgever heeft zich hierbij redelijk opgesteld. De impasse die over de vergoeding van studiekosten is ontstaan, heeft tot gevolg gehad dat de werknemer niet verklaard heeft bereid te zijn de studie weer te hervatten, zodat de werkgever geen enkel concreet uitzicht had op het behalen van een onderwijsbevoegdheid door de werknemer.
Onder deze omstandigheden heeft de werkgever in redelijkheid kunnen beslissen het dienstverband niet voort te zetten.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-09-2008
103927 - Beroep tegen berisping; VO
Het beroepschrift is 53 dagen te laat ingediend. De werknemer stelt dat het beroepschrift reeds eerder binnen de beroepstermijn aan de Commissie is gezonden. Die verzending is niet aangetekend gebeurd; als bewijs van verzending noemt de werknemer de kopie van het beroepschrift dat zich in haar dossier bevindt. Niet is gebleken dat het beroepschrift binnen de geldende termijn is ingesteld noch dat het beroep zo spoedig mogelijk als redelijkerwijze verlangd kon worden, is ingesteld. Termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-09-2008
103925 - Verzoek voorlopige voorziening; VO
De werkgever heeft in het kader van een reorganisatie de functie van kernteamleider aangepast. De zittende kernteamleiders konden solliciteren op deze functie; de werknemer is niet benoemd in de aangepaste functie en is teruggeplaatst als LC-docent. De werknemer heeft beroep ingesteld tegen het ontslag uit zijn functie en verzoekt daarbij bij wijze van voorlopige voorziening voortzetting van zijn werkzaamheden en niet vervullen van de laatste nog openstaande vacature kernteamleider.
De Voorzitter acht het onvoldoende waarschijnlijk dat het beroep gegrond wordt verklaard en acht daarmee voortzetting van de werkzaamheden een te verregaande voorziening. Omdat echter niet uitgesloten moet worden dat het beroep gegrond wordt verklaard zal een benoeming van een kernteamleider een dergelijke uitkomst van het beroep frustreren. Om deze reden wordt de voorziening inhoudende dat de laatste vacature van kernteamleider nog niet wordt vervuld tot op het moment waarop door de Commissie in de bodemprocedure zal zijn beslist, wel toegewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-07-2008
103747 - Beroep tegen tussentijds ontslag wegens ongeschiktheid; VO
Werknemer is docent in tijdelijke dienst en is tussentijds ontslagen wegens ongeschiktheid.
Het is voldoende aannemelijk geworden dat de werknemer niet naar behoren functioneert en dat de werkgever hem meerdere mogelijkheden heeft geboden om zijn functioneren te verbeteren. Gelet op de inspanningen die de werkgever zich heeft getroost om het functioneren van de werknemer op een hoger niveau te brengen - zoals het toewijzen van een extra begeleider, het overdragen van het mentoraat aan een collega en het verminderen van de betrekkingsomvang - en de conclusie dat die inspanningen geen aanvaardbaar resultaat hebben opgeleverd, is de ongeschiktheid van de werknemer voor de functie van docent naar het oordeel van de Commissie voldoende vast komen te staan en heeft de werkgever hem redelijkerwijze op die grond kunnen ontslaan.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-07-2008
103775 - Vereenvoudigde behandeling beroep tegen beweerd ontslag; VO
De werkgever heeft op 27-06-2006 een brief met informatie aan de werknemer gezonden. De werknemer heeft hierop per brief van 06-07-2006 naar de werkgever gereageerd. Per brief van 28-09-2007 heeft de werkgever de werknemer ontslagen. Bij brief van 19-04-2008 heeft de werknemer zich tot de Commissie gewend. Hij stelt dat zijn brief van 06-07-2006 door de werkgever beschouwd had moeten worden als beroepschrift en dat de werkgever dit beroepschrift had moeten doorzenden aan de Commissie. De brief van de werkgever van 27-06-2006 is slechts een aankondiging van een ontslag op termijn en vormt op zich geen voor beroep vatbare beslissing. Derhalve is de brief van 06-07-2006 niet gericht tegen één van de in artikel 52 WVO en 13 CAO-VO genoemde voor beroep vatbare beslissingen. Voor zover de brief van 29-04-2008 aan de Commissie dient te worden aangemerkt als een zelfstandig beroepschrift tegen de ontslagbeslissing van 28-09-2007, is er sprake van niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn van 6 weken. Weliswaar is de beroepsmogelijkheid niet vermeld in de ontslagbeslissing van 28-09-2008 maar de werknemer had zich in ieder geval reeds op 28-11-2007 voorzien van rechtskundige bijstand. Nadat de werkgever de raadsman bij brief van 21-01-2008 had gewezen op de beroepsmogelijkheid, is eerst ruim 3 maanden later beroep ingesteld.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-07-2008
103763 - Vereenvoudigde behandeling beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; VO
De werknemer heeft ruim vier maanden te laat beroep ingesteld. De werknemer werd reeds vóór zijn ontslag bijgestaan door een rechtsgeleerd raadsman die beroepshalve op de hoogte is of behoort te zijn van de rechtsmiddelen die open staan tegen een ontslagbeslissing. Om deze reden kan evenmin aanvaard worden dat de werknemer tijdig beroep heeft ingediend nadat hij kennis nam van de beroepsmogelijkheid in de conclusie van antwoord in de procedure bij de Rechtbank. Zelfs als toelaatbaar zou zijn dat vanaf dit moment beroep zou kunnen worden ingesteld, dan nog had dit binnen korte tijd - dat wil zeggen uiterlijk binnen twee weken - moeten gebeuren. Het is niet zo dat vanaf het moment van bekend worden van de beroepsmogelijkheid een geheel nieuwe termijn van zes weken begint te lopen. Dat de werknemer reeds door een brief van 06-07-2006 beroep heeft ingediend is niet juist. De brief van de werkgever waartegen de brief van de werknemer zich richtte is slechts een aankondiging van een ontslag op termijn en vormt op zich geen voor beroep vatbare beslissing. De werknemer kon hiertegen derhalve geen beroep indienen. Termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-07-2008
103760 - Beroep tegen ontslag op staande voet; VO
Werknemer is in tijdelijke dienst. Werkgever verwijt werknemer dat hij zonder toestemming een brief aan ouders heeft verzonden met mededelingen over een intern arbeidsconflict. Zowel het verzenden van de brief als de inhoud van de brief worden door de werkgever aangemerkt als een dringende reden. De Commissie overweegt dat de inhoud en de toonzetting van voornoemde brief op zichzelf zodanig is dat er voldoende aanleiding was om tot een beëindiging van het dienstverband met werknemer te willen komen. Een ontslag op staande voet is onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze niet de juiste wijze van beëindiging. Van een noodzaak daartoe blijkt niet afdoende. Werknemer was ziek en niet te verwachten was dat zij voor het einde van het schooljaar nog werkzaamheden opgedragen zou krijgen. De Commissie acht het beroep voorts gegrond nu vaststaat dat de werkgever werknemer, na het ontslag op staande voet, nog op zes achtereenvolgende woensdagen heeft laten doorwerken op een andere vestiging van de instelling. Het verweten gedrag van werknemer kan, naar objectieve maatstaven, derhalve niet worden aangemerkt als zodanig dringend dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst met haar te laten voortduren tot einde tijdelijk dienstverband op 01-08-2008 dan wel tussentijds te beëindigen met inachtneming van de geldende opzegtermijn. Geen sprake van een voor de werkgever subjectief geldende dringende reden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-05-2008
103691 - Beroep tegen tussentijds ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; VO
Ontslag wegens in onvoldoende mate beschikken over pedagogische en didactische vaardigheden. Als beroepsclausule bevat de brief een verwijzing naar de CAO-VO. De werkgever heeft op 15-01-2008 een akte van ontslag opgesteld. De werknemer stelt dat de werkgever verzuimd heeft de in artikel 4.a.8. CAO-VO voorgeschreven voornemenprocedure te voeren alvorens ontslag te verlenen. Volgens de werkgever is er regelmatig met de werknemer gesproken. Op grond van de in de brief opgenomen beroepsclausule, is de Commissie van oordeel dat de brief een definitieve ontslagbeslissing is en dat de werkgever niet de voorgeschreven voornemenprocedure heeft gevolgd. Het toepassen van wederhoor alvorens een ingrijpende beslissing ten aanzien van een medewerker te nemen is dermate belangrijk, dat het niet bieden van deze in de CAO opgenomen waarborg leidt tot gegrondheid van het beroep.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-04-2008
103637/103666 - Beroep tegen twee ontslagen wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; VO
Werkgever heeft twee maal ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid verleend, de tweede maal 'voor zover vereist', te weten voor het geval de Commissie het beroep tegen de eerste opzegging gegrond zou verklaren. De beroepen zijn gevoegd behandeld. De Commissie oordeelt het eerste beroep gegrond omdat de werkgever de in de CAO genoemde voornemenprocedure niet in acht heeft genomen. Ten aanzien van de tweede ontslagbeslissing oordeelt de Commissie dat voldoende aannemelijk is geworden dat werknemer als roostermaker niet naar behoren functioneert. Ondanks wekelijkse voortgangsgesprekken, is er geen verbetering in het functioneren opgetreden. Nu de werkgever voorts een competentieonderzoek heeft geïnitieerd om te kijken of er een andere passende functie te vinden dan wel te creëren was, en de werknemer gesteld heeft geen andere functie te willen aanvaarden, heeft de werkgever op goede gronden het dienstverband met de werknemer kunnen beëindigen.
Beroep gegrond.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-03-2008
103639 - Ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; VO
De werknemer heeft sinds augustus 2002, wegens onbevoegdheid, een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd als docent. Na een beoordelingsgesprek is het functioneren van de werknemer, ondanks begeleiding, als onvoldoende beoordeeld. De stelling dat de ongeschiktheid gedeeltelijk wordt veroorzaakt door psychische klachten is niet onderbouwd, bijvoorbeeld met behulp van een verklaring van een arts of psycholoog. Derhalve neemt de Commissie als uitgangspunt dat de werknemer niet arbeidsongeschikt was. Uit gespreksverslagen blijkt dat de werknemer ook na ruim een jaar begeleiding niet voldeed aan de eisen. Gelet op de begeleidingsinspanningen van de werkgever en de conclusie dat die geen aanvaardbaar resultaat hebben opgeleverd, is de ongeschiktheid van de werknemer voor de functie voldoende vast komen te staan en heeft de werkgever hem redelijkerwijze op die grond kunnen ontslaan.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-03-2008
103630 - Herzieningsverzoek; VO
De werknemer verzoekt herziening van de uitspraak van de Commissie waarbij zijn beroep tegen de RDDF-plaatsing (zaaknummer 102658) ongegrond is verklaard. De werknemer heeft een aantal feiten opgevoerd dat reeds expliciet aan de orde is geweest in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak waarvan nu herziening wordt gevraagd. Daarnaast heeft de werknemer verschillende feiten opgevoerd die hebben plaats gevonden ná de uitspraak van de Commissie. Deze feiten kunnen derhalve niet tot herziening van de uitspraak leiden. De overige opgevoerde feiten zijn door de werknemer onvoldoende onderbouwd of leiden niet tot herziening.
Herzieningsverzoek ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-01-2008
103634 - Ontslag wegens plichtsverzuim subsidiair wegens gewichtige redenen; VO
De werknemer wordt verweten dat hij met veel dingen bezig is, behalve met zijn werk. Uit verslagen van gesprekken tussen de werkgever en de werknemer komt een eenduidig beeld naar voren welk beeld in deze verslagen niet door de werknemer wordt weersproken. De werknemer heeft geprobeerd zijn functioneren te verbeteren maar dit is niet gelukt. Hiermee is echter geen sprake van plichtverzuim, maar de werknemer heeft aangetoond onvoldoende te functioneren in zijn functie zonder hierin verbetering te kunnen brengen. Gezien het feit dat reeds in 2001 de eerste problemen in het functioneren van de werknemer gesignaleerd zijn en dat sindsdien zijn functioneren aanleiding is blijven geven tot kritiek, waarbij van een blijvende verbetering geen sprake is gebleken, is het begrijpelijk dat de werkgever geen vertrouwen meer heeft in het voortzetten van het dienstverband met de werknemer en heeft hij in redelijkheid kunnen beslissen de werknemer te ontslaan op grond van een reden van gewichtige aard gelegen in het ontbreken van vertrouwen in de werknemer.
Beroep tegen ontslag bij wijze van disciplinaire maatregel gegrond.
Beroep tegen ontslag wegens een gewichtige reden ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-01-2008
103553 - Beroep tegen berisping; VO
Werknemer is docent. De berisping is opgelegd vanwege het in strijd met afspraken onderhouden van contact met ouders van leerlingen en het niet nakomen van afspraken met betrekking tot de begeleiding van werknemer. Onweersproken is dat het onderwerp contacten met ouders verschillende keren onderwerp van gesprek is geweest. De werknemer heeft op een zo hardnekkige wijze aan haar eigen standpunten en werkwijzen vastgehouden, dat de werkgever in redelijkheid een disciplinaire maatregel heeft kunnen nemen om haar er op deze wijze toe te bewegen afspraken alsnog na te komen. Ook staat vast dat de werknemer op eigen initiatief wijzigingen heeft aangebracht in het programma dat was opgesteld om haar te begeleiden. Plichtsverzuim waarvoor een schriftelijke berisping proportioneel is.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-11-2007
103301 - Beroep tegen schorsing en ontslag wegens plichtsverzuim; VO
Werknemer is geschorst in verband met het voornemen tot opzegging van het dienstverband; voorts is hij ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim bestaat volgens de werkgever uit het hebben van seksueel getinte (msn-)contacten met aan zijn zorgen toevertrouwde minderjarige leerlingen. De Commissie verklaart het beroep tegen de schorsing ongegrond omdat er sprake is van opzegging van het dienstverband. De Commissie oordeelt dat de feiten die aan het ontslag ten grondslag zijn gelegd voldoende zijn komen vast te staan; de msn-contacten zijn evident seksueel getint en betreffen grensoverschrijdende onderwerpen. De werknemer heeft door deze contacten met leerlingen in vergaande mate de grenzen van professionaliteit van een docent overschreden. De werknemer lijkt zich niet bewust van de ongelijkwaardige relatie tussen docent en leerling. De handelwijze van de werknemer levert ernstig plichtsverzuim op. Gezien de aard en de ernst van het plichtsverzuim acht de Commissie het disciplinair ontslag proportioneel.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-10-2007
103476 - Beroep tegen een schorsing als ordemaatregel; VO
Schorsing als ordemaatregel kan volgens de CAO-VO worden opgelegd "indien dit gelet op het belang van de instelling dringend noodzakelijk is". De werkgever heeft de schorsing opgelegd om nader onderzoek te plegen naar beweerde feiten tijdens een werkweek in 2006. De werkgever heeft echter niet duidelijk kunnen maken op grond waarvan de schorsing in het belang van de instelling dringend noodzakelijk was. Dat de schorsing noodzakelijk was uit oogpunt van bescherming van de benodigde rust op de vestiging is niet gebleken. Evenmin is gebleken dat de werknemer door zijn aanwezigheid de waarheidsvinding zou belemmeren. De Commissie meent dat de werkgever ernstig tekort is geschoten in de afweging van alle betrokken belangen. De bestreden beslissing ontbeert feitelijke grondslag en is onvoldoende gemotiveerd. Werkgever dient de werknemer te rehabiliteren.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-10-2007
103531 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige redenen; VO
Vereenvoudigde behandeling van het beroep.
De beroepstermijn van 6 weken is ruim overschreden. De ontslagbrief is aangetekend verzonden. Appellant heeft de oproep om de aangetekende zending op te halen eerst niet gezien. Toen hij de brief wilde ophalen, was het postkantoor gesloten en toen hij later opnieuw de brief wilde ophalen, was deze al retour gezonden aan de werkgever. De appellant heeft de brief vervolgens ruim vóór het verstrijken van de beroepstermijn ontvangen op school. Hij was ervan op de hoogte dat het de aangetekende brief was die inmiddels wegens niet-ophalen retour gezonden was. Appellant had nog vóór het verstrijken van de beroepstermijn beroep in kunnen stellen. Niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-07-2007
103444 - Beroep tegen tussentijds ontslag wegens ongeschiktheid; VO
Werknemer is docent in tijdelijke dienst met uitzicht op een vast dienstverband. De arbeidsovereenkomst is tussentijds opgezegd wegens ongeschiktheid.
De CAO-VO bepaalt dat ingeval van opzegging op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid de voornemenprocedure dient te worden gevolgd. Alvorens de ontslagbeslissing te versturen, heeft de werkgever de werknemer mondeling van de beslissing op de hoogte gesteld. Dit is niet gelijk te stellen met het bieden van de verweermogelijkheid. Daarenboven is de ontslagbeslissing onbevoegd door de directeur genomen. Het Managementstatuut van de werkgever bepaalt dat de directeur tot niet meer bevoegd is dan voorstellen te doen aan het College van Bestuur tot het opleggen van gedwongen ontslag. Hier is onmiskenbaar sprake van gedwongen ontslag.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-07-2007
103439 - Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim; VO
Werkneemster is reeds geruime tijd arbeidsongeschikt. Werkgever heeft de salarisbetaling in september 2006 stopgezet wegens het niet voldoen aan reïntegratieverplichtingen.Toen werkneemster vervolgens nog steeds niet bereikbaar bleek voor de bedrijfsarts en de werkgever, is zij ontslagen wegens plichtsverzuim. De Commissie oordeelt dat werkneemster onvoldoende actie heeft ondernomen om aan haar reïntegratieverplichtingen te voldoen waardoor ook niet kon worden vastgesteld wat haar medische toestand was. Indien werkneemster van oordeel was dat werkhervatting en/of het volgen van therapie geen reële optie was, had zij een zogenoemde second opinion ex artikel 30 lid 1 onder e Wet Suwi bij het UWV kunnen aanvragen en/of haar behandelende artsen contact met de bedrijfsarts kunnen laten opnemen. Dit alles heeft werkneemster nagelaten waardoor zij het reïntegratieproces ernstig heeft belemmerd. Strijd met verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, het BW en het BZA; plichtsverzuim als bedoeld in artikel 4.a.7 lid 2 CAO-VO. De Commissie acht het gegeven ontslag, gelet op alle omstandigheden van het geval, proportioneel. Conversie ontslagdatum.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-05-2007
103372 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel; VO
De werknemer is geschorst als ordemaatregel. Vervolgens is tussen partijen onderhandeld over een vaststellingsovereenkomst, inhoudende dat de werkgever een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter indient, de werkgever in overleg met de werknemer een neutraal geformuleerde interne en externe vertrekmededeling doet, de schorsing geacht wordt per datum indiening ontbindingsverzoek en verweerschrift ingetrokken te zijn en dat de werknemer het beroep intrekt. Werknemer voert aan dat de vaststellingsovereenkomst niet tot stand is gekomen omdat hij het met twee punten niet eens is. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst hangende het beroep ontbonden, de overeengekomen vergoeding is toegekend en door de werkgever betaald en de vertrekmededeling is uitgegaan. De Commissie heeft ter zitting uitgebreid aandacht besteed aan de wijze waarop het overleg over de vaststellingsovereenkomst tussen partijen is gevoerd. De Commissie oordeelt dat een rechtens geldende vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen en de schorsing conform die overeenkomst is ingetrokken en de werknemer is gerehabiliteerd door middel van de overeengekomen vertrekmededeling.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-10-2006
103130 - Beroep tegen berisping; VO
De Commissie oordeelt dat sprake is van plichtsverzuim nu de werknemer, een docent VO, normoverschrijdende en seksueel getinte opmerkingen jegens een stagiaire heeft gemaakt en zich tevens onbetamelijk heeft gedragen tegenover haar in een gesprek met als doel om haar zijn excuses aan te bieden. Omdat ervoor gekozen was om ten aanzien van het eerder verweten gedrag een gesprek te laten plaatsvinden waarbij de teamleidster aanwezig zou zijn en deze niet adequaat heeft ingegrepen op het moment dat het gesprek uit de hand dreigde te lopen, acht de Commissie de opgelegde maatregel van een schriftelijke berisping disproportioneel.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-10-2006
103213 - Beroep tegen inhouding bezoldiging; VO
Werknemer is gymleraar en is vanwege rugklachten enige tijd arbeidsongeschikt. Gestreefd wordt om door middel van stapsgewijze terugkeer te komen tot volledige werkhervatting. In het kader daarvan heeft de werkgever de werknemer op 12-04-2006 een nieuw roostervoor 16 lesuren overhandigd, ingaande 18-04-2006, waarin hij op disdag voor 6 lesuren was ingeroosterd, waaronder het zevende en achtste lesuur. Het verzorgen van dit zevende en achtste lesuur ging volgens de werknemer zijn fysieke mogelijkheden op dat moment te boven en hij weigerde deze lesuren te verzorgen. Werkgever heeft de bezoldiging over 4 lesuren ingehouden wegens werkweigering door de werknemer. Aangezien de werknemer had aangegeven weer belast te kunnen worden met 16 lesuren, zonder daarbij enige beperking aan te geven en zijn werkgever niet had verzocht om concrete aanpassingen, concludeert de Commissie tot plichtsverzuim. Daarbij neemt de Commissie tevens in aanmerking dat de werkgever voldoende aannemelijk heeft gemaakt juist rekening met de belangen van de werknemer meende te hebben gehouden door hem op dinsdag 2 tussenuren vrij te roosteren en dat de werknemer binnen afzienbare tijd weer volledig hersteld verklaard zou worden en 20 lesuren diende te vervullen. De Commissie acht de opgelegde maatregelen passend.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
04-08-2006
103200 - Beroep tegen ontslag om dringende reden; VO
De werknemer is een aantal malen zonder afbericht niet op zijn werk verschenen. De laatste maal deelt de werkgever mee dat hij voornemens is om een berisping op te leggen. De werknemer kan zich verweren maar voordat dit gebeurt, komt hij nog eens zonder afbericht niet op zijn werk. Als de werkgever belt met het huisadres van de werknemer krijgt hij van de vader te horen dat de werknemer niet aan de telefoon kan komen omdat hij dronken is. De werknemer stelt dat hij door een noodsituatie thuis niet naar school kon en dat hij daardoor ook geen contact met de school kon opnemen. Gezien het feit dat hij van de werkgever een ernstige waarschuwing had gekregen dat hij niet meer zonder geldige reden zijn werk mocht verzuimen, had de werknemer actie moeten ondernemen om zijn werkgever tijdig op de hoogte te brengen van zijn afwezigheid door rechtstreeks dan wel via een ander iets van zich te laten horen. Door pas na thuiskomst om half twaalf, aan het eind van de ochtend en na kennisneming van het feit dat de rector van de school had gebeld, zelf contact op te nemen met de school heeft de werknemer verwijtbaar nalatig gehandeld. Het incident dient beschouwd te worden als de spreekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen. Onder deze omstandigheden heeft de werkgever in redelijkheid kunnen beslissen dat de herhaalde afwezigheid van de werknemer zo ernstig was dat deze een dringende reden opleverde die tot ontslag op staande voet diende te leiden.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-07-2006
103167 - Beroep tegen berisping; VO
Docent is berispt nadat een aantal leerlingen zich had beklaagd over zijn seksueel getint gedrag. Onderzoek verricht door vertrouwenspersoon, waarbij de docent summier van de inhoud van de klachten op de hoogte werd gesteld. Werkgever heeft de werknemer niet in de gelegenheid gesteld verweer te voeren tegen het opleggen van de berisping. Summier aanhalen van de inhoud van de klachten door werkgever is ontoereikend als verweermogelijkheid. Beginsel van hoor en wederhoor onvoldoende gerespecteerd. Bovendien is in de berisping alleen melding gemaakt van onprofessioneel gedrag zonder nader aan te geven waaruit dat heeft bestaan. Motiveringsgebrek.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-04-2006
103090 - Ontslag docent op grond van gewichtige reden; VO
Werknemer is turntrainer en is door de Rechtbank veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf wegens het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige. Tegen dit vonnis heeft de werknemer hoger beroep ingesteld. De werkgever beschouwt de kwestie als een gewichtige reden voor ontslag. De Commissie acht het begrijpelijk dat de werkgever het zich in de verhouding tot de leerlingen en hun ouders niet meer kan veroorloven om de werknemer als gymleraar in fysiek contact met de leerlingen te laten alsmede dat de werkgever vindt dat vast moet staan dat de werknemer het hem ten laste gelegde niet heeft gepleegd alvorens hij weer tot zijn werkzaamheden kan worden toegelaten. De omstandigheid dat de werknemer schuldig bevonden is terwijl de uitslag van het hoger beroep nog enige tijd op zich laat wachten, brengt met zich dat van de werkgever ook niet (langer) verwacht kan worden dat hij de werknemer wel in dienst houdt, maar hem - mogelijk langdurig - geen werkzaamheden laat verrichten. De werkgever heeft er een te respecteren belang bij dat de kwestie niet nog een aantal keren voor onrust op één of meer van zijn scholen zorgt. Van een zwaardere straf dan de Rechtbank heeft opgelegd kan niet worden gesproken nu de arbeidsrechtelijke afweging of het dienstverband kan worden voortgezet van een andere orde is dan de strafrechtelijke afweging of het handelen aanleiding is iemand de bevoegdheid te ontzeggen zijn beroep uit te oefenen.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-04-2006
103079 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; VO
Werkneemster is beleidsmedewerker. Haar functie wordt na rddf-plaatsing opgeheven vanwege bezuinigingen. Werknemer stelt dat de werkgever inmiddels weer over voldoende financiële middelen beschikt om haar functie te behouden. Uit de financiële stukken en het bestuursverslag 2004 blijkt dat het jaar 2004 is afgesloten met een batig saldo en dat dit het gevolg is van incidentele meevallers en de ingevoerde bezuinigingsmaatregelen. Bovendien blijkt er nog steeds een structurele overschrijding van de personele lasten te zijn zodat er nog immer noodzaak is om de functie van werknemer op te heffen. De werkgever heeft voorts voldoende inspanningen verricht om de werknemer te begeleiden naar ander passend werk.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-02-2006
103065 - Beroep tegen ontslag opheffing van de betrekking; VO
Werknemer was medewerker facilitair- en gebouwenbeheer. Die functie is in het schooljaar 2004-2005 in het rddf geplaatst. Als uitvloeisel hiervan is de werknemer in de functie van leraar geplaatst. Nadat hij in deze functie ziek geworden was, is hij weer in zijn oorspronkelijke functie teruggeplaatst. Vervolgens heeft de werkgever hem uit die functie ontslagen wegens opheffing van de functie. De werknemer stelt dat hij inmiddels de functie van leraar heeft gekregen en niet zomaar kan worden teruggeplaatst in zijn oude functie. Hij stelt dat de werkgever hem in het kader van reïntegratie een passende functie dient aan te bieden. Als terugplaatsing wel mogelijk was, dan had volgens de werknemer op grond van de CAO-VO voor het ontslag een sociaal plan voorhanden moeten zijn.
De Commissie oordeelt dat niet in te zien valt waarom handhaving van de werknemer in de functie die in het rddf is geplaatst niet zou kunnen. Gesteld noch gebleken is dat bij de werkgever andere passende functies beschikbaar waren. De bepalingen van de CAO-VO 2003-2005 en die van de CAO-VO 2005-2006 ter zake van ontslag wegens formatieve gronden sluiten niet op elkaar aan. Mede in acht nemend dat de werkgever overleg heeft gevoerd met de vakcentrales over de formatieve problemen en dat de rddf-plaatsing in overleg met de vakcentrales met vijf maanden verlengd is, oordeelt de Commissie dat de bepalingen uit de CAO-VO 2005-2006 geen verandering kunnen brengen in de rechten en vooruitzichten van zowel de werkgever als de werknemer ten aanzien van in het rddf geplaatste functies zoals deze zijn ontstaan op grond van de CAO-VO 2003-2005.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
31-01-2006
103006 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie; VO
Werknemer is hoofd TOA. De werkgever heeft zijn functie in het kader van een reorganisatie, per schooljaar 2005/2006 doen vervallen en de werknemer tegelijkertijd teruggeplaatst in de functie van TOA. Volgens de Commissie kan de beslissing van de werkgever, met inachtneming van artikel 5.1 lid 4 CAO-VO niet anders worden gezien dan een ontslag uit de functie van hoofd TOA onder gelijktijdige benoeming in de functie van TOA. De in gang gezette reorganisatie is gegrond op het functioneren van de werknemer. Het lag echter op de weg van de werkgever om via een traject van functionerings- en beoordelingsgesprekken te bewerkstelligen dat het functioneren van de werknemer zou verbeteren en om aan het gevolgde traject zo nodig rechtspositionele consequenties te verbinden. Door dit na te laten heeft de werkgever onzorgvuldig gehandeld. Een reorganisatie is niet het geëigende middel om niet-functionerende werknemers te ontslaan. Het ontslag wordt niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden van reorganisatie.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-01-2006
103002 / 103003 - Beroepen tegen berispingen; VO
De twee werknemers zijn docent en zijn berispt wegens plichtsverzuim, bestaande uit het bezoeken van sexsites op school in het bijzijn dan wel in de nabijheid van leerlingen. Werknemers betwisten dit en stellen slechts humoristische sites te hebben bezocht waarop grapjes in de vorm van foto's, strips en moppen te vinden zijn, die soms een bloot lichaamsdeel laten zien maar over het algemeen niets met seks te maken hebben. De Commissie oordeelt dat uit de door de werkgever overgelegde logfiles afdoende blijkt dat de werknemers seksueel getinte afbeeldingen hebben bekeken gedurende schooltijd. Nu de computers zich in de praktijkruimte bevonden en de sites gedurende schooltijd zijn bezocht, hebben de werknemers bewust het risico genomen dat leerlingen kunnen worden geconfronteerd met de desbetreffende afbeeldingen. Dergelijk gebruik van internet behoort door een werknemer bij een goede uitoefening van zijn functie te worden nagelaten. De Commissie acht het gedrag uiterst ongepast en onprofessioneel, temeer daar de werknemers als docenten voorbeeldfuncties vervullen. De Commissie concludeert tot plichtsverzuim waarvoor een schriftelijke berisping als lichtste vorm van een disciplinaire maatregel op zijn plaats is.
Beroepen ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-12-2005
103085 - Verzoek voorlopige voorziening; VO
Werknemer was medewerker facilitair- en gebouwenbeheer. Die functie is in het schooljaar 2004-2005 in het rddf geplaatst. Als uitvloeisel hiervan is de werknemer in de functie van leraar geplaatst. Nadat hij in deze functie ziek geworden was, is hij weer in zijn oorspronkelijke functie teruggeplaatst. Vervolgens heeft de werkgever hem uit die functie ontslagen wegens opheffing van de functie. De werknemer verzoekt de Voorzitter het ontslag nietig te verklaren dan wel een voorziening te treffen die hij zal menen behoren te treffen. De werknemer stelt dat hij inmiddels de functie van leraar heeft gekregen en niet zomaar kan worden teruggeplaatst in zijn oude functie. Hij stelt dat de werkgever hem in het kader van reïntegratie een passende functie dient aan te bieden. Als terugplaatsing wel mogelijk was, dan had volgens de werknemer op grond van de CAO-VO voor het ontslag een sociaal plan voorhanden moeten zijn. De Voorzitter concludeert dat geen sprake is van spoedeisend belang. De werknemer kan aanspraak maken op een uitkering na ontslag en gesteld noch gebleken is dat deze uitkering zo laag is dat de werknemer in financiële problemen zou komen. Ten overvloede oordeelt de Voorzitter dat niet in te zien valt waarom handhaving van de werknemer in de functie die in het rddf is geplaatst niet zou kunnen. Met betrekking tot een sociaal plan overweegt de voorzitter dat de werkgever heeft aangegeven dat voldoende overleg met de vakorganisaties heeft plaatsgevonden. Aldus ontbreekt spoedeisend belang en kan bovendien niet met voldoende mate van waarschijnlijkheid worden aangenomen dat de Commissie het beroep in de bodemprocedure gegrond zal verklaren.
Voorlopige voorziening geweigerd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-12-2005
102916 - Beroep tegen beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; VO
De werknemer heeft het beroep niet ingesteld binnen de hiervoor geldende termijn van zes weken. Op grond van artikel 52a lid 1 WVO laat de Commissie niet-ontvankelijkverklaring op grond van termijnoverschrijding achterwege indien de termijnoverschrijding het gevolg is van omstandigheden die de betrokkene niet kunnen worden verweten. De door de werknemer opgevoerde omstandigheden betreffen alle persoonlijke omstandigheden die niet van zodanige aard zijn dat deze een verontschuldiging kunnen opleveren voor de termijnoverschrijding. Dat de werkgever op een later tijdstip heeft kenbaar gemaakt dat de reden voor de beëindiging van het verlengd tijdelijk dienstverband een andere was dan de oorspronkelijk opgevoerde reden maakt dit niet anders nu de reden voor de opzegging niet van belang is voor de aanvang van de beroepstermijn.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-06-2005
102884 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid; VO
Werkneemster is leraar en is door de bedrijfsarts arbeidsongeschikt gemeld voor haar functie van leraar. De bedrijfsarts acht haar arbeidsgeschikt voor overige functies. De werkgever heeft werkneemster ontslagen uit haar functie van leraar op grond van onbekwaamheid/ongeschiktheid anders dan door ziels- of lichaamsgebreken. De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat de ongeschiktheid van werkneemster niet wordt veroorzaakt door ziels- of lichaamsgebreken. Arbeidsgeschiktheid voor overige functies staat niet aan de mogelijkheid van ontslag wegens arbeidsongeschiktheid voor de functie van leraar in de weg. Het ontslag wordt niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
04-03-2005
102666 - Beroep tegen mededeling dat tijdelijk dienstverband zal eindigen; VO
De werknemer heeft de beroepstermijn van zes weken overschreden met 9 weken en vijf dagen. De werknemer heeft pas 7 weken na het verstrijken van de beroepstermijn aan de werkgever kenbaar gemaakt dat hij het niet eens was met de hem verstrekte akte van benoeming over het cursusjaar 2003-2004. Hierdoor heeft hij verzuimd om binnen een redelijke termijn actie te ondernemen naar de werkgever om hem duidelijk te maken dat hij het niet eens was met de afloop van het dienstverband. Niet-ontvankelijkverklaring kan niet achterwege gelaten worden indien de werknemer zich niet binnen een redelijke termijn bedenkt. De werknemer heeft derhalve de voorziening in beroep niet zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs verlangd kon worden, gevraagd.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
27-01-2005
102687 - Beroep tegen beweerde overplaatsing; VO
Werknemer is leraar en heeft beroep ingesteld tegen beslissing van de werkgever om hem voor een gedeelte van zijn betrekkingsomvang tewerk te stellen op een andere locatie. De Commissie is van oordeel dat er geen sprake is van een voor beroep vatbare overplaatsingsbeslissing omdat beide locaties onderdeel zijn van dezelfde instelling. De begrippen 'school' in de WVO en 'instelling' in de CAO hebben betrekking op de organisatorische school of instelling. Het gegeven dat beide onderdelen van de school zijn gevestigd op verschillende locaties, is derhalve niet bepalend. De aangehaalde verschillen tussen beide locaties (onderbouw/bovenbouw en eerste/tweedegraadsdocenten) zijn veel voorkomende normale verschillen binnen een school voor VO. Uit de hantering van een verschillend bezuinigingspercentage voor beide locaties en het verschil in leerlingenpopulatie, kan niet worden afgeleid dat het om twee verschillende scholen gaat. Geen voor beroep vatbare beslissing.
Beroep niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-01-2005
102651 - Beroep tegen disciplinair ontslag en salarisinhouding; VO
Beroep tegen salarisinhouding niet-ontvankelijk wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.
De Commissie concludeert dat de werkgever in redelijkheid heeft kunnen menen dat de werknemer niet is ingegaan op voorstellen van de schoolleiding om haar functie te hervatten en dat zij zich daardoor heeft schuldig gemaakt aan plichtsverzuim. De Commissie acht het strafontslag, in verband met de zware gevolgen daarvan, gezien de omstandigheden van het geval - situationele arbeidsongeschiktheid, de tussen partijen ontstane impasse, het lange dienstverband en het goede functioneren van de werknemer - disproportioneel.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
05-11-2004
102643 - Beroep tegen beweerd onthouden promotie; VO
Uitspraak in vereenvoudigde behandeling.
Werkneemster stelt dat beslissing van haar werkgever om haar niet te benoemen in de functie van coördinator leerlingenzorg neerkomt op het direct of indirect onthouden van bevordering/promotie als bedoeld in art. 52 lid 1 onder c. WVO en artikel 13 lid 1 onder d. CAO-VO.
De Voorzitter oordeelt dat onder onthouding promotie dient te worden verstaan de directe of indirecte weigering van de werkgever om de werknemer, die het maximum van de bij zijn functie behorende hoogste aanloopschaal heeft bereikt, te laten overgaan naar de bij de functie behorende maximumschaal. Derhalve is geen sprake van een voor beroep vatbare beslissing.
Beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-10-2004
102562 - Beroep tegen tussentijds ontslag wegens onjuiste of onvolledige inlichtingen m.b.t. benoeming; VO
Nadat de werknemer voor bepaalde tijd was benoemd kwam vast te staan dat hij niet bevoegd was voor de door hem te geven lessen. Gebleken is dat de door de werknemer verstrekte informatie niet helder doch niet onjuist was. De werkgever heeft verzuimd om tijdig helderheid te verkrijgen omtrent de kwalificaties van de werknemer. Voorts is niet gebleken dat de werknemer opzettelijk bepaalde informatie aan de werkgever onthouden heeft.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-09-2004
102688 - Verzoek voorlopige voorziening beweerde overplaatsing; VO
Werknemer is leraar en heeft beroep ingesteld tegen beslissing van de werkgever om hem voor een gedeelte van zijn betrekkingsomvang tewerk te stellen op een andere locatie. Werknemer verzoekt de Voorzitter om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij niet gehouden is werkzaamheden te verrichten op die andere locatie dan wel daar slechts voor 6 uur werkzaamheden te moeten verrichten. De Voorzitter is van oordeel dat er geen sprake is van een voor beroep vatbare overplaatsingsbeslissing omdat het gaat om en locatie van dezelfde school als deze waaraan de werknemer is benoemd en altijd werkzaam is geweest. Ten overvloede overweegt de Voorzitter dat in de veronderstelling dat de Commissie het beroep ontvankelijk zou achten, hij het niet waarschijnlijk acht dat de Commissie het beroep gegrond zou verklaren zodat hij ook in dat geval de verzocht voorziening zou weigeren. Inzet van werknemers op verschillende locaties behoort tot beleidsvrijheid van werkgever. Beslissing is zorgvuldig en redelijk. Verzoek voorlopige voorziening afgewezen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-08-2004
102534 - Beroep tegen ontslag wegens ongeschiktheid; VO
Ter zitting komt vast te staan dat appellant, assistent-conciërge, op de datum van de bestreden ontslagbeslissing arbeidsongeschikt was. Aangezien appellant evenwel heeft nagelaten om binnen 2 maanden na de opzegging de nietigheid van het ontslag in te roepen, heeft dit gegeven geen consequentie. De Commissie concludeert dat voldoende aannemelijk is dat appellant in het omgaan met leerlingen niet voldoende functioneerde en dat de werkgever hem meerdere mogelijkheden heeft gegeven om zijn functioneren op dat punt te verbeteren. Commissie converteert de ontslagdatum.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-07-2004
102538 - Beroep tegen (verlengde) schorsing en disciplinair ontslag; VO
Docent is geschorst bij wijze van ordemaatregel. Tevens is hem disciplinair ontslag verleend. Gedurende het voornemen tot ontslag en de opzegtermijn is hij geschorst. Het ontslag is gebaseerd op het onderhouden van een niet-werkgerelateerde intieme relatie met een leerlinge, geboren in 1985. De Commissie acht de eerste schorsing in het belang van de instelling en de verlenging van de schorsing gedurende de opzegtermijn redelijk. Voorts overweegt de Commissie dat voldoende is komen vast te staan dat de docent zeer nauwe banden met de leerlinge heeft opgebouwd die een reguliere relatie tussen leraar en leerling overstijgen, hetgeen plichtsverzuim oplevert. Docent dient zich in de omgang met leerlingen steeds bewust te zijn van professionele kaders. Docent was ook nog mentor. Docent heeft geen reden gezien om terughoudendheid te betrachten, ook niet toen de moeder van de leerlinge daar om had gevraagd en ook niet nadat hij door afdelingsdirecteur op de hoogte was gesteld van roddels daaromtrent. De Commissie acht het plichtsverzuim dermate ernstig dat van de werkgever niet kan worden gevergd het dienstverband voort te zetten. Disciplinair ontslag is onder de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-06-2004
102502 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; VO
Niet wordt betwist dat reïntegratie van de werkneemster in haar eigen functie van Technisch Onderwijsassistent niet tot de mogelijkheden behoort. De werkneemster voert aan dat de werkgever onvoldoende herplaatsingsinspanningen heeft verricht.
De Commissie acht herplaatsing van de werknemer bij de werkgever niet mogelijk gelet op de fysieke beperkingen van de werknemer, haar dyslexie en gelet op het geringe aantal passende functies. Tevens overweegt de Commissie dat de werkgever zich voldoende heeft ingespannen om de herplaatsingsmogelijkheden elders te onderzoeken.
Beroep ongegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
20-02-2004
102449 - Beroep tegen inhouding bezoldiging als disciplinaire maatregel; VO
Werkneemster is met ziekteverlof en verzoekt de bedrijfsarts om toestemming om met vakantie te gaan. De bedrijfsarts verleent deze toestemming en stelt de werkgever hiervan nog dezelfde dag op de hoogte. Werkneemster vertrekt de volgende dag met vakantie. Twee dagen later wordt de aangetekende brief van de werkgever aangeboden dat werkneemster zich beschikbaar dient te houden voor een oproep van de bedrijfsarts. De werkgever stelt dat de werkneemster ook met hem overleg had moeten plegen over het met vakantie gaan en houdt over een maand 30% van de bezoldiging in als disciplinaire maatregel.
De bedrijfsarts was een vervanger en niet geheel op de hoogte van de actuele situatie. Daarbij had de werkgever de werkneemster in het verleden meegedeeld dat zij niet zonder toestemming van de werkgever met vakantie mocht gaan. Onder deze omstandigheden heeft de werkneemster niet zorgvuldig gehandeld, hetgeen neerkomt op plichtsverzuim. Omdat de werkgever niet onmiddellijk via telefoon of een bezoek contact met de werkneemster heeft opgenomen en in de procedure die leidde tot de disciplinaire maatregel niet zorgvuldig heeft gehandeld, acht de Commissie de opgelegde maatregel niet proportioneel.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-03-2003
102213 - Beroep inhouding salaris als disciplinaire maatregel; VO
Werknemer is na een conflict over zijn taakinhoud situationeel arbeidsongeschikt. Vervolgens draagt de werkgever hem op om andere werkzaamheden te gaan verrichten, waarbij wordt aangegeven dat de bedrijfsarts de werknemer arbeidsgeschikt acht. De werknemer weigert en acht zich ziek. De Commissie oordeelt dat de werkgever, in strijd met artikel 17 lid 2 van het BZA, heeft nagelaten de werknemer te wijzen op de mogelijkheid om een hernieuwd onderzoek te vragen. Ook nadat bleek dat de werknemer het niet eens was met de visie van de bedrijfsarts is die nalatigheid niet hersteld. Niet vast is komen te staan dat de werknemer daadwerkelijk arbeidsgeschikt was. Derhalve kan ook niet worden gesteld dat er sprake was van plichtsverzuim. De maatregel wordt niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden.
Beroep gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
Zojuist verschenen: jaarverslag Onderwijsgeschillen 2011 en jaarverslag van de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs 2011
Uitspraak LCG WMS 11 april 2012 : termijnen voor indienen van instemmingsgeschil zijn dwingend
Nieuwe publicatie Onderwijsgeschillen: artikel in School en Wet over disciplinaire maatregel
Arrest Ondernemingskamer inzake vordering tot naleving WMS m.b.t. vergoeding kosten van rechtsbijstand
Advies Landelijke Bezwarencommissie Schoolbestuursbeslissingen (LBS): ontslag uit ID-betrekking
