29-03-2010

104322 - Klacht over klachtafhandeling door leidinggevende; BVE

Een docent klaagt over de opleidingsmanager vanwege de wijze waarop die haar bejegend heeft in de afhandeling van klachten die tegen haar zouden zijn ingediend. Verweerder heeft klaagster overvallen met zijn stelling dat klachten over klaagster zouden zijn ingediend. Klaagster heeft zich niet op dit gesprek kunnen voorbereiden. Daarbij is van onderbouwing van de klachten geen sprake geweest. Wel heeft verweerder aangegeven op de klachten te willen terugkomen maar hierbij heeft hij pas veel later een tweede gesprek gepland. Door deze handelwijze van verweerder heeft klaagster enige tijd in onzekerheid geleefd over wat haar verweten werd en wat haar dienaangaande nog te wachten stond. Daarbij heeft verweerder weliswaar voorbeelden genoemd van de klachten, maar hij heeft klaagster geen inzage hierin gegeven. Hierdoor viel voor klaagster niet te controleren wat precies door wie was gezegd. Een dergelijke handelwijze is niet zorgvuldig. De handelwijze van verweerder heeft een intimiderende werking gehad die het onbelemmerd werken voor klaagster op de instelling heeft bemoeilijkt. Dit is in dit geval nog eens versterkt doordat verweerder klaagster in het gesprek van 20 maart, zonder voorafgaand overleg, een andere werkplek heeft opgedragen, welke opdracht in combinatie met de geuite klachten het karakter van een straf geeft. De klacht is gegrond.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

29-03-2010

104361 - Klacht van werknemer over bejegening door management en College van Bestuur; BVE

De klacht heeft als kern de ontheffing uit taken die klager reeds geruime tijd heeft vervuld. Klager is midden in het cursusjaar ontheven van zijn taken als BPV-coördinator (Beroepspraktijkvorming) en van zijn taken binnen het stagebureau. Wat er ook zij van de reden om tot ontheffing van de taken te komen, deze noch de belasting met nieuwe vervangende taken is onderwerp van overleg geweest maar is eenzijdig opgedragen. Van een behoorlijke voorbereiding naar klager toe is niet gebleken; hij is feitelijk overvallen met de verandering van taken. Voorts is van enige toelichting op deze maatregel, anders dan die in het verweerschrift, niet gebleken. Het is begrijpelijk dat klager zich door deze gang van zaken in het nauw gedreven en onveilig gevoeld heeft. De klacht is gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.

16-11-2009

104177/104260 - Klacht over inperking vrijheid meningsuiting; MBO

Klaagster is ex-werknemer en valt als zodanig formeel niet onder de definitie van klager in de klachtenregeling. Omdat qua termijn geen belemmering bestaat voor een (ex-)werknemer om een klacht in te dienen en omdat de klachten alle de periode betreffen dat klaagster nog in dienst was bij verweerder zodat deze haar als werkneemster aangaan, is klaagster ontvankelijk. Klaagster zijn geen beperkingen opgelegd voordat zij, via e-mail, haar mening binnen de instelling ventileerde. Bij het afsluiten van de mobiele telefoon in de laatste maand vóór het einde van het dienstverband, geldt dat klaagster sinds februari 2008 niet meer op school heeft gewerkt en dat de kantonrechter op 1 december 2008 heeft uitgesproken dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 januari 2009. Voorts heeft verweerder niet alleen onderzoek gepleegd naar normoverschrijdende gebeurtenissen bij de facilitaire dienst van een instelling van verweerder, maar bovendien is door hem erkend dat de melding van klaagster voor een groot deel niet ongegrond is. Alleen voor het onderzoek naar seksuele intimidatie door een werknemer geldt dat verweerder in eerste instantie verzuimd heeft het onderzoek voortvarend en gedegen ter hand te nemen. De klacht is grotendeels ongegrond en is alleen gegrond voor zover gericht tegen de wijze waarop verweerder een onderzoek heeft gedaan naar door een werknemer gepleegde seksuele intimidatie.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

16-11-2009

104291 - Klacht over een AMK-melding en over de samenwerking met school; BVE

Een leerling heeft vanwege aanzienlijke problemen drie keer voor langere tijd in crisisopvang gezeten. Omdat de school zich zorgen maakte of de leerling gedurende de crisisopvang voldoende onderwijs kreeg en de school zorgen had over het veelvuldige schoolverzuim, heeft zij een AMK-melding gedaan. Naar het oordeel van de Commissie onterecht aangezien het klagers niet is aan te rekenen dat de leerling tijdens de periodes dat ze in crisisopvang zat wellicht onvoldoende onderwijs genoot. Of zij onderwijs volgt tijdens haar verblijf in de crisisopvang behoort tot de verantwoordelijkheid van de instelling waar de leerling was opgenomen. Daar had de school dienen aan te kloppen.
Omdat de leerling vanwege aanzienlijke problemen extra zorg nodig had, was een goede samenwerking met ouders van belang. Om te kunnen komen tot een goede samenwerking is het volgens de Commissie van belang dat de ouders op de hoogte zijn van de begeleiding die de school wil geven. Als wordt besloten om in verband met de begeleiding een handelingsplan op te stellen dient dit in overleg met de ouders te gebeuren. Op het moment dat ouders ermee instemmen dat hun kind wordt besproken in het zorgadviesteam (ZAT) dient de school hen op grond van zorgvuldigheidseisen in hoofdlijnen te informeren over hetgeen in het ZAT is besproken zodat ze weten welke zorgen er zijn en hoe het ZAT daar mee om wil gaan. Ook is het belangrijk dat een school duidelijk is naar ouders over hetgeen de school hun kind wel en niet kan bieden. De klacht over de samenwerking is gegrond omdat de school in de communicatie met ouders op bovenstaande punten onzorgvuldig heeft gehandeld.
De complete tekst kunt u hier downloaden

26-10-2009

103971 - Klacht over seksuele intimidatie leidinggevende; BVE

Klaagster lijdt aan een chronische ziekte. In juni 2008 heeft zij haar werkgever meegedeeld dat de werkrelatie met haar leidinggevende ernstig verstoord was. Zij beklaagde zich over het versturen van een e-mail aan haar en over fysiek en anderszins onvoldoende afstand tot haar houden, ook in haar perioden van arbeidsongeschiktheid. Klaagster meent dat de werkgever haar klachten niet zorgvuldig heeft afgehandeld. De klachten zijn later door de werkgever alsnog deels gegrond verklaard. De Commissie beperkt zich tot de vraag of het gedrag van de leidinggevende als seksueel intimiderend is aan te merken en of deze op onbehoorlijke wijze contact heeft onderhouden ten tijde van ziekte van klaagster. Er is gerede twijfel of de leidinggevende zich bewust was van de bijlagen bij de e-mail, daarom is deze in dit geval niet aangemerkt als seksuele intimidatie. De overige feiten waarover geklaagd wordt staan niet vast.
Wat betreft klachtafhandeling door de werkgever: de vertraging was niet van dien aard, dat daardoor van onzorgvuldig handelen kan worden gesproken. De klacht is ongegrond.
De complete tekst kunt u hier en hier downloaden

20-05-2009

104020 - Klacht over pestgedrag medeleerlingen; BVE

Klaagster klaagt over het niet, althans onvoldoende adequaat optreden door verweerder tegen het pestgedrag van een aantal medeleerlingen van haar dochter, als gevolg waarvan haar dochter inmiddels de school heeft verlaten.
Vaststaat dat de dochter gedurende een bepaalde periode slachtoffer is geweest van pestgedrag door medeleerlingen. De Commissie is gebleken dat verweerder een aantal gesprekken heeft gevoerd met de bij het pesten betrokken leerlingen ter oplossing en voorkoming van het pesten. Ook zijn conform het pestprotocol, de mentor, de zorgcoördinator, de leerlingbegeleider en de schoolmaatschappelijk werkster betrokken geweest. Desondanks heeft verweerder geen veilige omgeving aan klaagsters dochter kunnen bieden, hetgeen onder meer blijkt uit een aantal feiten, waardoor er een voor haar zodanig beangstigende situatie is ontstaan dat zij de school heeft verlaten. Derhalve kan niet worden gezegd dat verweerder voldoende is opgetreden tegen het pesten. Verweerder had, in onderhavig geval, waarbij sprake was van herhaald pestgedrag, in ieder geval ook de ouders van de betrokken leerlingen moeten uitnodigen voor een gesprek over de ongewenste gebeurtenissen. Aan de andere leerlingen, met name de pesters onder hen, en hun ouders had eenduidig de boodschap gegeven kunnen worden dat pestgedrag door de school niet getolereerd wordt. Verweerder heeft kansen laten liggen om voor alle betrokkenen een positief leereffect te creëren door het pestprobleem op te lossen. De school heeft volgens het geldende pestprotocol een inspanningsverplichting om pestgedrag te voorkomen en aan te pakken door het scheppen van een veilig pedagogisch klimaat waarbinnen pesten als ongewenst gedrag wordt ervaren en in het geheel niet wordt geaccepteerd. Alle docenten dienen alert te zijn op pestgedrag en, indien pestgedrag optreedt, duidelijk en stellig actie te ondernemen tegen dit gedrag.
Klacht gegrond met de aanbeveling aan verweerder te bewerkstelligen dat het geldende pestprotocol zorgvuldiger wordt nageleefd en dat ook de betrokken docenten direct actie ondernemen tegen het pestgedrag.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

20-05-2009

104125 - Klacht over uitblijven maatregel na ongewenst gedrag; BVE

Klaagster klaagt erover dat verweerder geen maatregelen heeft genomen om haar klasgenoot van de opleiding te verwijderen of om hem uit de klas te plaatsen nadat hij haar tijdens een museumbezoek had betast. De Commissie overweegt dat verweerder de klacht voortvarend en adequaat ter hand heeft genomen en niet onjuist heeft gehandeld door de klasgenoot weer tot de klas toe te laten nu verweerder niet onomstotelijk heeft kunnen vaststellen dat de klasgenoot zich heeft schuldig gemaakt aan ongewenste aanrakingen. Hierdoor oordeelt de Commissie de klacht ongegrond. Gezien de impact die zowel het incident zelf als het klassikaal bespreken daarna op klaagster heeft gehad en de onrust in de groep, is de ontstane situatie na terugkeer van de klasgenoot niet wenselijk en draagt deze zeker niet bij aan de beleving van klaagster van een veilig schoolklimaat. De Commissie acht het in het belang van klaagster om mee te werken aan de door verweerder voorgestelde oplossing om door middel van externe mediation de ontstane onrust in de groep weg te nemen dan wel de verhoudingen tussen haar en de klasgenoot te normaliseren. De Commissie beveelt verweerder derhalve aan door middel van mediation te trachten de onrust in de groep weg te nemen dan wel te verminderen alsmede te trachten de verhouding tussen klaagster en de klasgenoot te normaliseren. Indien dit onverhoopt niet tot een werkbare situatie leidt, adviseert de Commissie verweerder te bezien of het alsnog een reële optie is om de klasgenoot over te plaatsen naar de parallelgroep om aldaar zijn opleiding voort te zetten.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

24-03-2009

103992 - Klacht over eenzijdige betermelding met terugwerkende kracht en vacant stellen van de functie van klaagster door de werkgever; BVE

Klaagster is werkneemster en heeft een klacht ingediend terwijl een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter was ingediend en te voorzien viel dat de klacht ook bij de behandeling aan de orde zouden komen. Daarom heeft de Commissie besloten tot aanhouding van de behandeling van de klacht totdat de kantonrechter beslist had op het ontbindingsverzoek.
Na de beschikking van de kantonrechter, inhoudende ontbinding van de arbeidsovereenkomst, wenste klaagster de behandeling van haar klacht voort te zetten. Voor zover aan de zijde van klaagster nog een belang bij voortzetting van de behandeling van de klacht aanwezig kan worden geacht, moet geconstateerd worden dat haar klacht, zoals blijkt uit de beschikking van de kantonrechter, reeds onderdeel heeft uitgemaakt van - en aldus behandeld is in - de procedure bij de kantonrechter. Dat de klacht niet is beoordeeld door de kantonrechter, zoals klaagster stelt, acht de Commissie niet juist. Juist omdat de klachten betrekking hebben op de arbeidsverhouding tussen partijen, dient het er redelijkerwijze voor gehouden te worden dat de inhoud van de klachten reeds afdoende behandeld is in de procedure bij de kantonrechter die geleid heeft tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Dientengevolge komt de Commissie hierin geen taak meer toe. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

06-10-2008

103792 Klacht over verwijdering na bedreiging docent

Na onduidelijkheid over een toetsresultaat heeft de deelnemer een e-mail aan een docent verzonden met beledigende en bedreigende teksten. De deelnemer werd eerst geschorst en later verwijderd wegens ernstig wangedrag. Verweerder heeft het sturen van de e-mail, gelet op de bewoordingen en de bedreiging, in redelijkheid als ernstig wangedrag kunnen aanmerken. Van een bijna volwassen deelnemer mag worden verwacht dat hij zich van het versturen van een dergelijke e-mail onthoudt. De maatregel van verwijdering van de opleiding is proportioneel. Geen belangen geschaad door het niet volledig naleven van de procedurele voorschriften.
Klacht ongegrond. 

De complete tekst kunt u hier downloaden.

06-05-2008

103658 Klacht over interne klachtafhandeling BVE

In 2005 ontstonden problemen naar aanleiding van het onderwijs van klager aan enkele klassen. Er volgden gesprekken tussen klager en zijn leidinggevenden, een bemiddelingspoging en een medewerkster van een extern bureau heeft onderzoek verricht. Klager werd op een andere opleiding geplaatst en is per augustus 2007 vervroegd uitgetreden. Klager had in oktober 2005 een klacht bij zijn werkgever ingediend over het rapport van het externe bureau, maar hij heeft die klacht enkele dagen later weer ingetrokken. In oktober 2007 heeft hij opnieuw een klacht bij zijn (toen: voormalige) werkgever ingediend. De werkgever heeft die klacht niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens heeft klager de klacht bij de Commissie ingediend. Klager was op grond van de klachtenregeling niet meer klachtgerechtigd en hij heeft de termijn voor het indienen van een klacht ruimschoots overschreden. De Commissie oordeelt de klacht in vereenvoudigde behandeling kennelijk niet-ontvankelijk.
Klacht niet-ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

13-03-2008

103655 Klacht over aanpak problemen bij stage BVE

De dochter van klager volgde samen met vijf medeleerlingen een beroepspraktijkvormend onderdeel (stage). Na problemen tussen de deelnemers besliste de stageverlener dat de dochter van klager haar stage aldaar diende te beëindigen. Klager heeft veelvuldig maar zonder resultaat contact gehad met de opleiding, met name over het vinden van een nieuwe stageplaats. Klager vindt ook dat verweerder de medeleerlingen onvoldoende op hun verantwoordelijkheid voor het incident heeft gewezen. De Commissie constateert dat de stage een buitengewoon ongelukkig verloop heeft gehad. De accreditatie van een stagebedrijf biedt een waarborg waarop een opleiding mag afgaan zolang er geen signalen zijn die er op duiden dat onregelmatigheden te verwachten zijn. E.e.a. was niet zo voorspelbaar dat redelijkerwijze zou moeten worden gezegd dat de opleiding onverantwoorde risico's heeft genomen door de zes deelnemers tegelijk stage te laten lopen op dit adres. Verweerde is, de toezegging de ouders van de medeleerlingen te zullen informeren, pas veel later en na herhaald aandringen van klager nagekomen. Daarvoor heeft verweerder schriftelijk zijn excuses aangeboden waarmee dit klachtonderdeel naar behoren op schoolniveau is afgehandeld. Verweerder is op geen enkele wijze duidelijk gemaakt waaruit de inspanningen om een andere stageplaats te vinden zouden hebben bestaan. De stagecoördinator en de stagebegeleidster moeten over een groot aantal contacten beschikken en verweerder geeft onvoldoende uitleg voor het mislukken van de poging om de dochter te herplaatsen. Het vinden van nieuwe stageplaats is onvoldoende voortvarend ter hand genomen.
Klacht deels gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

13-03-2008

103651 Klacht over bejegening collega BVE

Klager heeft bij de contactpersoon personeel een klacht ingediend over intimiderend en pestgedrag van een collega. Behandeling door de externe vertrouwenspersoon roept vragen op bij klager, die met ingang van het nieuwe schooljaar niet meer werkzaam is op de opleiding. Standpunt werkgever in brief 4 oktober 2007. Ten tijde van het indienen van de klacht bij de Commissie -7 december 2007- was klager niet meer werkzaam voor de instelling en behoorde hij niet meer tot de kring van klachtgerechtigden. Commissie kan een klacht niettemin in behandeling nemen indien een klager zijn klacht intern aanhangig heeft gemaakt toen hij klachtgerechtigd was. Dan dient klager zich wel binnen een redelijke termijn na behandeling van de klacht op instellingsniveau tot de Commissie te wenden. Aansluitend bij bestuursrechtelijke procedures is een termijn van zes weken redelijk. Deze termijn is in casu overschreden. De Commissie oordeelt de klacht in vereenvoudigde behandeling kennelijk niet-ontvankelijk.
Klacht kennelijk niet ontvankelijk.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

28-02-2008

103621 Klacht onvoldoende optreden tegen pestgedrag MBO

Een ouder klaagt over de wijze waarop het bestuur van de voormalige school van haar dochter, het pestgedrag van een aantal medeleerlingen ten opzichte van haar dochter, heeft afgehandeld. Het is voldoende aannemelijk geworden dat de dochter van klaagster gedurende een bepaalde periode het slachtoffer is geweest van pestgedrag door medeleerlingen. De Commissie oordeelt dat verweerder niet adequaat heeft gehandeld nu niet duidelijk is wat er gedaan is aan het oplossen en voorkomen van het pestgedrag. Voorts is klaagster niet geïnformeerd over de gevoerde gesprekken met de betrokken leerlingen en over de pogingen die verweerder heeft ondernomen om het pestgedrag te voorkomen. Aan de andere leerlingen, met name de pesters onder hen, had eenduidiger de boodschap gegeven kunnen worden dat pestgedrag door de school niet getolereerd wordt. Verweerder heeft onvoldoende maatregelen genomen om een veilige leeromgeving voor klaagsters dochter te creëren en het pestprobleem op te lossen.
Klacht gegrond met aanbeveling aan verweerder om een pestprotocol op te stellen.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

21-02-2008

103586 Klacht afhandeling en nazorg incident MBO

Klaagster klaagt erover dat het bestuur van de school van haar zoon onzorgvuldig heeft gehandeld na een incident waarbij haar zoon met een steen was geraakt en dat hij onvoldoende nazorg heeft verleend. De Commissie oordeelt dat verweerder niet klachtwaardig heeft gehandeld. De zoon van klaagster is direct naar een veilige plek geleid en er is iemand van de EHBO bijgehaald. Nadien heeft verweerder veelvuldig contact met klaagster en/of haar zoon gehad met de vraag hoe het met hem ging. Voorts klaagt klaagster erover dat verweerder ten onrechte de mobiele telefoon van haar zoon heeft ingenomen en hem daarbij gedwongen heeft om de pincode van het toestel te geven. De Commissie overweegt dat expliciet in de schoolregels staat vermeld dat het gebruik van mobiele telefoons in de school niet is toegestaan. Dat verweerder de telefoon derhalve heeft ingenomen nadat de zoon van klaagster een medeleerling had gefilmd en daarbij de pincode nodig had om de filmpjes te verwijderen, acht de Commissie niet meer dan redelijk en ook niet strafbaar, zoals door klaagster is gesteld. De klacht over de hoogte van de vrijwillige ouderbijdrage valt buiten de reikwijdte van de klachtenregeling zodat de Commissie dit deel van de klacht niet-ontvankelijk verklaart. Klacht ongegrond met de aanbeveling om via mediation te komen tot herstel van verstoorde verhoudingen en communicatie.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

14-12-2007

103558 Klacht over afhandeling door de school van pestgedrag van medeleerling (V)MBO

Klagers stellen dat hun dochter in de periode december 2006 tot april 2007 gepest en mishandeld is door een medeleerling en dat de school (verweerder) in de ontstane conflictsituatie niet adequaat heeft gehandeld.

Dat de dochter van klagers stelselmatig door een leerling is gepest en mishandeld is door verweerder weersproken. Ook de met name door klagers genoemde incidenten waarbij de leerling met een mes zou hebben gedreigd en waarbij hij de dochter van klagers zou hebben mishandeld zijn niet door verweerder waargenomen. Omdat klagers geen bewijs hebben aangedragen voor hun stelling constateert de Commissie dat in deze sprake is van twee lijnrecht tegenovergestelde verklaringen waarvan niet kan worden gezegd dat de één geloofwaardiger is dan de ander. Aldus staat niet vast dat de dochter van klagers in de periode december 2006 tot april 2007 stelselmatig door een leerling is gepest en mishandeld. Met dit gegeven kan redelijkerwijs niet gesteld worden dat verweerder niet adequaat heeft gehandeld in de afhandeling van het pestgedrag van de leerling. Wel is het zo dat in de brief van 25-05-2007 door verweerder is gesteld dat de vestigingsdirecteur passende maatregelen zal nemen en dat verweerder desgevraagd door de Commissie ter zitting heeft aangegeven niet te weten op welke maatregelen is gedoeld en dat ook niet daadwerkelijk enige maatregel is genomen. Voorts merkt de Commissie op dat verweerder heeft opgemerkt dat er diverse gesprekken zijn gevoerd door de mentor met de betreffende leerling en de dochter van klagers.  Dit toont aan dat in ieder geval de verhouding tussen deze twee leerlingen de aandacht van de school had. Desondanks is hieromtrent niets te vinden in de verslaglegging die ingevolge het Pestprotocol dient plaats te vinden. De Commissie acht dit een onzorgvuldige gang van zaken maar oordeelt dat dit niet van zodanige aard is dat dit op zich dient te leiden tot gegrondverklaring van de klacht. Wel beveelt de Commissie aan zorgvuldiger uitvoering te geven aan de verslaglegging van gesprekken zoals opgenomen in het Pestprotocol.
Klacht ongegrond met aanbeveling Commissie.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

19-02-2007

103356 Klacht over begeleiding en beoordeling stage BVE

Klagers hebben een klacht tegen het bevoegd gezag van de instelling ingediend met betrekking tot de gang van zaken op de stageplek van hun dochter (deelnemer van de opleiding Z) op een basisschool alsmede rondom de beoordeling van deze praktijkstage. De klacht is, conform het reglement van de Commissie, eerst intern bij het ROC ingediend en als gevolg daarvan heeft het ROC, in de persoon van de directeur Sector X, zijn oprechte verontschuldigingen aan klagers aangeboden en erkend dat bij de begeleiding van de stageperiode een aantal zaken niet goed is verlopen. De Commissie is van oordeel dat verweerder door deze erkenning, het maken van excuses en door het oppakken van een aantal verbeterpunten, de klacht naar behoren heeft behandeld waardoor het belang aan de klacht is komen te ontvallen. Aangezien verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat hij meerdere malen contact heeft opgenomen met zowel de praktijkbegeleider als met de directie van de desbetreffende basisschool om de negatieve ervaringen van de leerlinge te bespreken en nu laatstgenoemde bovendien in de gelegenheid is gesteld om de door haar voortijdig afgebroken stage alsnog voort te zetten op een andere school, kan niet worden gezegd dat verweerder in onderhavige zaak verwijtbaar dan wel onzorgvuldig heeft gehandeld.
Klacht ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

18-12-2006

103307 Klacht inzake onzorgvuldig handelen BVE

Klager klaagt als ouder tegen de directie van de voormalige school van zijn dochter. De klacht houdt in dat door het handelend en sturend optreden van één of meer docenten van de school een situatie is ontstaan die klager en zijn gezin zowel ernstige psychische, emotionele en sociale schade als financiële schade heeft gebracht. De Commissie overweegt dat klager zijn stellingen niet dan wel onvoldoende heeft onderbouwd. Zo heeft hij de stukken waar hij in zijn klaagschrift naar verwijst, niet overgelegd; klager is ter zitting niet verschenen en heeft ook voor het overige zijn stellingen niet nader onderbouwd. De Commissie concludeert op grond van de stukken en hetgeen verweerder ter zitting heeft verklaard dat verweerder niet onzorgvuldig of onjuist heeft gehandeld en dat de door klager opgeworpen doch niet nader gespecificeerde schadeposten niet zijn toe te rekenen aan het handelen dan wel niet handelen van verweerder.
Klacht ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

04-07-2006

103182 Klacht inzake machtsmisbruik docent BVE

Klagers zijn de ouders van een 15-jarige leerlinge van de school. Zij klagen tegen docent G dat uit MSN-contacten blijkt dat deze zijn grenzen als docent ver heeft overschreden en dat er over en weer sprake was van verliefdheid. De Commissie oordeelt dat verweerder seksueel getint MSN-contact met de dochter van klagers heeft onderhouden en acht dit uitermate onprofessioneel en ongepast gedrag van verweerder. Verweerder behoort er als docent van doordrongen te zijn dat hij in zijn contacten met leerlingen de nodige afstand dient te houden. Van verweerder mocht worden verwacht dat hij, op het moment dat de contacten verder gingen dan de gebruikelijke leraar-leerling verhouding, deze contacten zou beëindigen en zijn werkgever en/of klagers en/of de vertrouwenspersoon zou inlichten c.q. raadplegen waarna voor de leerling externe begeleiding gezocht had kunnen worden. De Commissie oordeelt de klacht gegrond en beveelt het bevoegd gezag aan een protocol te ontwikkelen en te implementeren t.a.v. MSN-contacten tussen docenten en leerlingen en beleid te ontwikkelen over de omgang van docenten met leerlingen die hulpvragen hebben. Aangezien de Commissie zowel van verweerder als van de werkgever heeft begrepen dat er inmiddels een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met verweerder is ingediend bij de kantonrechter,laat de Commissie zich niet uit over te nemen maatregelen doch volstaat zij met de opmerking dat naar haar oordeel het eindigen van de arbeidsovereenkomst, gelet op de ernst van het gedrag van verweerder, aangewezen lijkt. Klacht gegrond met aanbevelingen.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

02-06-2005

102850 Klacht inzake seksuele intimidatie en chantage BVE

Klaagster is docente en klaagt tegen een collega-docent, tevens coördinator van de afdeling, dat hij haar onder druk heeft gezet en haar heeft gechanteerd om de verhouding die klaagster beëindigd heeft "weer op te pakken" en om meer tijd aan hem te besteden en minder aan haar man. De Commissie overweegt dat partijen elkaar tegenspreken en er geen aanvullende feiten en omstandigheden zijn op grond waarvan de verklaring van de ene partij meer aannemelijk zou zijn dan die van de andere partij, zodat de Commissie niet kan vaststellen dat er sprake is geweest van seksuele intimidatie en/of chantage. Klacht ongegrond.
De Commissie merkt daarbij op dat zij het niet professioneel en ongepast van verweerder acht om een seksuele relatie met klaagster aan te gaan nu er toch een mate van ondergeschiktheid van klaagster ten opzichte van verweerder is. Verweerder had zijn werkgever moeten inlichten/raadplegen over de relatie. Omdat verweerder reeds eerder onvoldoende onderkend heeft wat de gevolgen van een vermenging van een werkrelatie met een seksuele relatie kunnen zijn, beveelt de Commissie het instellingsbestuur aan om verweerder te coachten en te begeleiden in zijn vaardigheden als docent en coördinator. Tevens beveelt de Commissie aan om voor verweerder aan andere werkplek binnen de instelling te zoeken. Klacht ongegrond met aanbeveling.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

24-06-2003

102278/102285/102286 klacht inzake verwijdering

Klager klaagt tegen de voorzitter van het College van bestuur van de instelling, de vestigingsdirecteur van de school en de mentor van zijn zoon over de vermeende verwijdering van zijn zoon, de gang van zaken daaromtrent alsmede over de wijze waarop zijn klachten zijn behandeld. De Commissie oordeelt ten aanzien van de gevolgde procedure dat naar ouders/leerlingen toe niet helder is aangegeven welke weg te bewandelen. Ook is niet duidelijk wie de geschillencommissie als bedoeld in het leerlingenstatuut is. De Commissie adviseert het bevoegd gezag dan ook om de diverse (klacht/bezwaar)regelingen op elkaar af te stemmen. Tevens acht de Commissie het onjuist dat verweerders niet voor schriftelijke beantwoording van de klachten van klager hebben zorggedragen. Dit klachtonderdeel is dan ook gegrond. Voorts overweegt de Commissie dat zij het niet onredelijk acht dat verweerders tot het voorgenomen verwijderingsbesluit zijn gekomen. Evenwel oordeelt de Commissie dat een dergelijk besluit, evenals elk ander besluit met rechtsgevolgen, gemotiveerd dient te worden alsmede aangetekend verzonden dient te worden dan wel in persoon aan de ouder(s) overhandigd dient te worden. Voor het overige is de Commissie niet gebleken van enige vorm van discriminatie dan wel van onheuse bejegening jegens de zoon van klager. Klacht deels gegrond deels ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

21-01-2003

102164 Klacht wegens seksuele intimidatie

Klaagster is medewerkster van het ROC en stelt dat verweerder, locatiedirecteur, haar na afloop van een diploma-uitreiking op school ongewenst en ongevraagd heeft beetgepakt en haar twee maal een korte tongzoen heeft gegeven. De volgende ochtend zou verweerder haar over haar gezicht hebben gestreken en nogmaals hebben geprobeerd om haar te zoenen. Verweerder erkent een tongzoen te hebben gegeven doch stelt dat dit niet ongewenst was. Voorts ontkent hij. Omdat er geen aanvullende feiten of omstandigheden zijn op grond waarvan de verklaring van de ene partij meer aannemelijk zou zijn dan deze van de andere partij, kan de Commissie niet vaststellen dat er meer heeft plaatsgevonden dan een tongzoen. Om dezelfde reden kan de Commissie niet vaststellen dat de tongzoen op het moment van plaatsvinden als ongewenst en intimiderend is ervaren. Dientengevolge wordt de klacht inzake seksuele intimidatie ongegrond verklaard. Evenwel acht de Commissie het ongepast dat verweerder klaagster als collega die gehuwd is, in een werkgerelateerde situatie heeft gezoend. De houding van verweerder tijdens en na het voorval komt naar het oordeel van de Commissie neer op plichtsverzuim waarvoor de Commissie het bevoegd gezag aanbeveelt een berisping te geven. Klacht ongegrond met aanbeveling berisping.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

30-05-2002

102097 Klacht wegens agressie of geweld

Klaagster is deelneemster van een ROC en klaagt erover dat haar mentrix tegen klaagster gezegd zou hebben dat zij gek is, en dat de directeur van haar opleiding tegen klaagster gezegd zou hebben dat zij gek en ziek is. Gelet op de tegengestelde versies van klaagster en verweersters en het gegeven dat van de gesprekken tussen partijen geen verslag is opgesteld en er ook geen onafhankelijke derde bij de gesprekken aanwezig was, is er naar het oordeel van de Commissie sprake van het ene woord tegen het andere woord en heeft de examencommissie aan wie de klacht reeds was voorgelegd, op juiste gronden kunnen concluderen dat terzake geen duidelijkheid meer te verkrijgen valt.
Klacht kennelijk ongegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

20-09-2002

102099 Klacht inzake seksuele intimidatie

Klaagster is docente. Verweerder heeft haar begeleid, is haar peer-mentor geworden en is als coördinator van de afdeling ook nog haar leidinggevende geweest. Klaagster en verweerder hebben een seksuele relatie gehad die door klaagster is beëindigd. Klaagster klaagt erover dat verweerder haar na een avondles heeft beetgepakt en klemgezet. Op dezelfde avond heeft verweerder klaagster hinderlijk gevolgd, vele malen gebeld en meerdere sms-berichten gezonden. De Commissie overweegt dat het concentreren van verschillende functies tot verwarrende situaties kan leiden en dat verweerder zijn werkgever had moeten inlichten over de seksuele relatie. Het beetpakken en klemzetten is niet aannemelijk geworden. Wel is duidelijk dat verweerder klaagster hinderlijk heeft achtervolgd, hetgeen de Commissie onder de gegeven omstandigheden als seksueel intimiderend gedrag kwalificeert.
Klacht gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

14-05-2002

102094 / 102098 Klacht inzake seksuele intimidatie

Klaagsters zijn docenten aan een ROC en klagen tegen de vestigingsdirecteur over seksuele intimidatie, bestaande uit het voortdurend maken van seksueel getinte opmerkingen en grappen tegenover collega’s en leerlingen. Wie daarin niet achter verweerder stond, werd volgens klaagsters genegeerd en gemanipuleerd. De Commissie is van mening dat klaagsters voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat door toedoen van verweerder binnen de vestiging een onveilig, seksueel intimiderend schoolklimaat heerste en oordeelt de klachten inzake seksuele intimidatie gegrond. De Commissie merkt daarbij op dat de losse sfeer tot stand is gekomen en zo lang heeft kunnen duren doordat vanuit de instelling te weinig werk was gemaakt van beleid ter voorkoming van seksuele intimidatie en van een klachtenregeling. De Commissie doet op dat punt een aantal aanbevelingen. Voorts beveelt de Commissie het instellingsbestuur aan om door middel van begeleiding de goede verhoudingen binnen het personeel te herstellen en om, indien het dienstverband met verweerder in stand blijft, hem extern te doen begeleiden in zijn functioneren.
Klacht gegrond.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

23-04-2002

102093 Klacht inzake de wijze waarop de nasleep van een incident is aangepakt

Vader en zijn dochter, leerling van een ROC, klagen tegen de voorzitter van het College van bestuur, een directeur en een docent van een ROC, over de wijze waarop zij gehandeld hebben naar aanleiding van een incident waarbij de dochter en de docent betrokken waren. De Commissie is van oordeel dat de kwestie binnen korte termijn tussen partijen had kunnen zijn opgelost indien er over en weer op een goede wijze met alle betrokkenen was gecommuniceerd. Inschakeling van externe mediation had naar het oordeel van de Commissie de aangewezen weg geweest om te trachten een voor alle partijen bevredigende oplossing te bereiken. De Commissie beveelt het instellingsbestuur in een tussenadvies aan om een externe mediator aan te trekken teneinde door middel van mediation een bevredigende oplossing tussen partijen te bewerkstelligen en houdt de klacht in afwachting van het resultaat van het tussenadvies aan.

De complete tekst kunt u hier downloaden.

Print pagina