06-12-2010
104724 - Geschil uitoefening trekkingsrecht; VO
Docenten kunnen jaarlijks op een formulier aangeven op welke wijze zij in het komende schooljaar het trekkingsrecht (7.2 CAO VO) geldend willen maken. Verzoeker heeft het formulier niet ingeleverd. De werkgever heeft geweigerd alsnog tot uitbetaling van het recht over te gaan. Van een belemmering van de toepassing van het trekkingsrecht is sprake indien de werkgever de werknemer niet toestaat zijn trekkingsrecht toe te passen of indien zij niet tot overeenstemming komen over de toepassing van het trekkingsrecht. Door omstandigheden die niet aan de werkgever zijn toe te rekenen heeft de docent het formulier niet bij zijn leidinggevende ingeleverd. Derhalve kan niet worden gezegd dat de werkgever de aanspraak op het trekkingsrecht heeft ontzegd aan de werknemer. Er is ook geen sprake van een verschil van mening over de wijze waarop de werknemer zijn aanspraak geldend wilde maken nu de werknemer zich daarover niet tijdig heeft uitgelaten. De werkgever heeft de werknemer niet belemmerd bij de uitoefening van zijn trekkingsrecht. Of het recht op uitbetaling van de desbetreffende uren is vervallen, is een vraag die niet ter beoordeling aan de Commissie kan worden voorgelegd.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-06-2010
104515 - Geschil uitoefening trekkingsrecht; VO
Wat partijen verdeeld houdt is de vraag of de werknemer zelf kan bepalen welke werkzaamheden hij op basis van zijn trekkingsrecht door andere wenst te vervangen en of de werkgever dienaangaande grenzen mag opleggen. Omdat de werknemer de hem toebedeelde stipuren (opvang van klassen) als zinloos en onprettig ervaart, heeft hij de werkgever verzocht deze taak uit zijn taken te verwijderen en de vrijgekomen uren toe te voegen aan de opslagfactor voor- en nawerk. De werkgever heeft dit verzoek niet ingewilligd omdat de stipuren volgens staand taakbeleid behoren tot de verplichte taken. Gelet op de bewoordingen van de aanhef van artikel 7.2 lid 2 CAO VO staat het de leraar in beginsel vrij op welke wijze hij het trekkingsrecht wenst te effectueren. Doel van de regeling is immers dat de individueel ervaren werkdruk verminderd wordt. De invulling van het trekkingsrecht naar eigen inzicht is echter niet onbegrensd. De regeling veronderstelt een overlegsituatie. De werkgever kan slechts op grond van zwaarwegende redenen die verband houden met de organisatie van de school en het onderwijs, weigeren aan de uitgesproken keuze van de werknemer tegemoet te komen. Door de beperking van de keuzemogelijkheid vanwege staand taakbeleid tot een keuze uit zogenoemde 'Overige taken' van 48 klokuren per jaar maakt de werkgever een ingrijpende inbreuk op de vrijheid ten aanzien van de individuele invulling van het trekkingsrecht. De werkgever heeft niet dan wel onvoldoende gemotiveerd waarom hij deze keuze heeft gemaakt. Aldus heeft de werkgever de werknemer in de uitoefening van zijn trekkingsrecht belemmerd als bedoeld in artikel 7.2 lid 2 onder f CAO VO.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-06-2010
104459 - Interpretatiegeschil artikel 20.4 CAO-VO (faciliteiten P(G)MR); VO
De werkgever en de personeelsgelding van de CMR hebben in 2005 een faciliteitenregeling afgesproken voor onbeperkte duur. Op deze onbeperkte duur is voor één school door een afspraak tussen partijen voor het schooljaar 2008-2009 een afwijkende regeling overeengekomen. De vraag ligt voor welke regeling na dat jaar geldt. De werkgever had na ommekomst van het schooljaar 2008-2009, en nadat hij bovendien had verzuimd om - conform de mede door hemzelf gemaakte afspraken - de in dat jaar geldende regeling te evalueren, opnieuw in overleg met de CMRP moeten treden. Er kan gezien de omstandigheden van het geval niet van uit worden gegaan dat de regeling uit 2005 zonder voorafgaande evaluatie en zonder overleg automatisch weer van kracht is geworden. Dat geen overleg is gevoerd over de faciliteiten heeft gezien het voorgaande feitelijk tot gevolg dat door de werkgever geen instemming is verkregen van de CMRP ten aanzien van een door hem voorgelegd voorstel inzake de facilitering. Derhalve is de werkgever op grond van artikel 20.4 lid 3 CAO-VO gehouden de regeling zoals opgenomen in bijlage 9 van de CAO-VO uit te voeren. De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-11-2009
104215 - Interpretatiegeschil begrip functiebouwwerk; VO
Interpretatiegeschil met betrekking tot de vraag of de beschrijving van de functie van de adjunct-directeur onder het functiebouwwerk valt en of de PMR daarover instemmingsrecht heeft. Nadat de werkgever de PMR had verzocht in te stemmen met het voorgenomen besluit om voor de schoolleiding te gaan werken met één eindverantwoordelijke directeur en twee adjunct-directeuren, wilde de PMR nader over de procedure geïnformeerd wil worden. De PMR kon zich globaal in het voorgestelde functiewerk vinden. Vervolgens stemde de PMR stemde wel in met de benoemingsprocedure voor de adjunct-directeur maar niet met de functiebeschrijving van de adjunct-directeur. Dat was volgens de werkgever ook niet nodig, volgens de PMR wel. De Commissie is van oordeel dat, vanwege de samenhang met artikel 20.2. lid 2 CAO-VO, het begrip 'functiebouwwerk' als bedoeld in artikel 10.1 lid 1 CAO-VO aldus dient te worden verstaan dat daaronder tevens de beschrijvingen van de functies zijn begrepen. Invulling van het functiebouwwerk houdt naar het oordeel van de Commissie immers in dat de werkgever niet alleen aangeeft welke functies de organisatie heeft maar dat de werkgever daarbij aan de hand van functiebeschrijvingen ook aangeeft welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden horen bij de genoemde functies. Op grond van artikel 10.1 lid 1 juncto artikel 20.2 lid 1 CAO-VO kan de werkgever het aldus ingevulde functiebouwwerk niet vaststellen zonder instemming van de P(G)MR.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
22-07-2009
104174 - Geschil uitoefening trekkingsrecht; VO
De werknemer heeft gevraagd of hij zijn volledige trekkingsrecht (artikel 7.2 CAO VO 2008-2010) in de vorm van een vermindering van zijn lestaak in één periode, bijvoorbeeld een week, kon laten vallen. Wat partijen verdeeld houdt is de vraag of de leraar, die kiest voor vermindering van zijn lestaak, zelf kan bepalen in welke periode die vermindering verwezenlijkt wordt en in welke periode hij de vervangende taken zal verrichten. Gelet op de bewoordingen in de CAO staat het de leraar in beginsel vrij om, naast het aangeven welke werkzaamheden hij door andere werkzaamheden wenst te vervangen, aan te geven in welke periode hij het trekkingsrecht wil effectueren. Doel van de regeling is immers dat de individueel ervaren werkdruk verminderd wordt. Gelet op het individuele recht van de werknemer kan de werkgever slechts op grond van zwaarwegende redenen die verband houden met de organisatie van de school en het onderwijs, weigeren aan de uitgesproken keuze van de werknemer tegemoet te komen. Omdat werknemer heeft geopteerd voor uitbetaling en niet duidelijk heeft aangegeven hoe hij het trekkingsrecht anders had willen uitoefenen is hij niet belemmerd in die uitoefening.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-02-2009
103959 - Interpretatiegeschil taakbeleid CAO-VO
De A heeft een geschil aan de Commissie voorgelegd met betrekking tot het taakbeleid en navolging van de CAO-VO. De Commissie is niet bevoegd om zich uit te spreken over passende, compenserende maatregelen in geval het taakbeleid niet correct zou zijn toegepast, en de CAO-VO noch het reglement van de Commissie geven haar de bevoegdheid zich uit te spreken over de verplichting tot naleving van een eerdere uitspraak van een geschillencommissie medezeggenschap.Partijen verschillen van mening over de vraag welk taakbeleid voor het schooljaar 2008-2009 van toepassing is.De werkgever heeft gesteld dat met de toenmalige MR is afgesproken de Nota taakbeleid 2005 te verlengen voor de duur van één schooljaar. Uit niets blijkt deze afspraak. Evenmin is gebleken dat de geplande evaluatie van de regeling in het voorjaar 2006 heeft plaats gevonden. Derhalve heeft de Nota taakbeleid 2005 haar werking verloren per einde schooljaar 2006-2007. De Commissie concludeert dat de regeling die gold vóór dat de Nota taakbeleid van kracht werd, weer van kracht wordt. Dit is de regeling taakbeleid zoals opgenomen in de CAO-VO 2003-2005, bijlage 7.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
Ontslag op staande voet met een subsidiaire ontslaggrond? Verweerprocedure subsidiaire ontslaggrond moet wel gevolgd worden
Kantonrechter Assen sluit in vonnis taakbeleid voortgezet onderwijs aan bij uitspraak Bezwarencommissie CAO-VO
Kroniek: klachtrecht, artikel in School en Wet door S.J.F. Schellens, secretaris Onderwijsgeschillen
Grotius College, Kindcentrum de Hoven en Xpect Primair zijn in de (MR) prijzen gevallen.
Eén onvoldoende, totaal onvoldoende? Uitspraak van de Commissie voor geschillen CAO BVE inzake het niet-toekennen van de bindingstoelage ex artikel I-12b lid 2 CAO BVE.
Symposium over klachtrecht 'klagen kan verbeteren' d.d. 16.11.2011
