14-07-2010

104590 - Adviesgeschil VO - artikel 11 onder h WMS (aanstelling schoolleiding)

De MR heeft negatief advies uitgebracht over een voorgenomen besluit tot benoeming van de waarnemend rector tot rector. Het bevoegd gezag heeft besloten het advies van de MR niet over te nemen en de betrokken persoon te benoemen tot rector. Daarop heeft de MR een adviesgeschil aan de Commissie voorgelegd.

Gelet op het gebruik van het woord 'besluit' in artikel 34 leden 1 en 2 WMS en de laatste volzin van artikel 34 lid 3 WMS gaat de Commissie ervan uit dat de wetgever in artikel 34 lid 3 WMS (waarin 'voorstel' staat) beoogd heeft te bepalen dat de Commissie dient te beoordelen of het bevoegd gezag bij het niet volgen van het advies van de MR niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. Ten aanzien van de vraag of het bevoegd gezag het juiste toetsingskader heeft gehanteerd bij het nemen van het benoemingsbesluit, oordeelt de Commissie dat  het feit dat het bevoegd gezag geen gehoor heeft gegeven aan het verzoek van de MR om een aantal concrete meetpunten te formuleren, niet in de weg heeft gestaan aan een zorgvuldige afweging. Het verschil van mening of de kandidaat aan de criteria voldoet spitst zich voornamelijk toe op het criterium draagvlak c.q. vertrouwen. Mede gelet op de cultuurverschillen binnen de school en de verschillende visies op leiderschap tussen de beide vestigingen is de Commissie van oordeel dat het bevoegd gezag in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat er binnen de school voldoende draagvlak en vertrouwen bestond om tot de benoeming over te kunnen gaan. Het bevoegd gezag heeft bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn besluit kunnen komen en het besluit kan in stand blijven. De complete tekst kunt u hier downloaden.

30-06-2010

104504 - Interpretatiegeschil PO - bevoegdheid MR m.b.t. omvang en invulling directeursfunctie - art. 10 onder b (schoolplan), art. 12 lid 1 onder b (formatie), art. 11 onder f en onder h en onder i WMS

Naar aanleiding van het vertrek van de directeur en het aantrekken van een nieuwe directeur heeft de MR de omvang en invulling van de directiefunctie ter discussie gesteld. De MR verzocht het bevoegd gezag om de directeur niet meer volledig ambulant te laten zijn, zodat meer middelen uit het personeelsbudget beschikbaar zouden zijn voor het primaire proces. Het bevoegd gezag wilde daar niet op ingaan. In geschil is of het bevoegd gezag op grond van artikel 10 onder b WMS, 12 lid 1 onder b WMS en artikel 11 onder f, onder h en onder i WMS een voorgenomen besluit terzake van de omvang en de invulling van de directeursfunctie ter instemming dan wel advies aan de (P)MR had moeten voorleggen. De Commissie concludeert dat dit niet het geval is aangezien het school- en formatieplan met instemming zijn vastgesteld en het vertrek van de directeur en/of het voornemen om een nieuwe directeur te benoemen niet is aan te merken als een wijziging waarvoor instemming nodig is. (artikelen 10 onder b WMS, 12 lid 1 onder b WMS). Met zijn voorstel om te komen tot een heroverweging van het beleid van de organisatie en de taakverdeling binnen de schoolleiding (artikel 11 onder f en onder i WMS) heeft de MR gebruik gemaakt van zijn initiatiefrecht, zoals geregeld in artikel 6 van de WMS. Dit leidt op zichzelf echter niet tot de verplichting van het bevoegd gezag om terzake een voorgenomen besluit te nemen. Het bevoegd gezag heeft aangegeven dat het voornemen om een bepaalde persoon te benoemen te zijner tijd o.g.v. artikel 11 onder h WMS ter advisering aan de MR zal worden voorgelegd. De complete tekst kunt u hier downloaden.

08-06-2010

104469 - Instemmingsgeschil VO -artikel 12 lid 1 onder g WMS (toekenning generieke toelage teamleiders)

GMR heeft geweigerd in te stemmen met het voornemen om voor alle teamleiders, ongeacht hun inschaling, bij goed functioneren een maandelijkse bruto toelage ad € 225 vast te stellen. Het staat vast dat de salariëring van de teamleiders een knelpunt vormt dat niet met behulp van het systeem van functiewaardering kan worden opgelost. Veeleer dient dit knelpunt opgelost te worden in het overleg tussen de CAO-partijen. De vrees van de PGMR dat invoering van een generieke toelage voor teamleiders een opwaartse druk op het salarisbouwwerk veroorzaakt, bijvoorbeeld door het toekennen van vergelijkbare toelagen aan andere functionarissen, is allerminst denkbeeldig. Gelet hierop heeft de PGMR in redelijkheid haar instemming aan het voorgenomen besluit kunnen onthouden. De aan het voorgenomen besluit ten grondslag gelegde arbeidsmarktomstandigheden die nopen de functie van teamleider aantrekkelijker te maken, zijn echter aan te merken als zwaarwegende omstandigheden die het voorstel van het bevoegd gezag rechtvaardigen. Het bevoegd gezag kan het besluit ten uitvoer leggen. De complete tekst kunt u hier downloaden.

04-06-2010

104466 - Interpretatiegeschil PO - artikel 13 onder k WMS (beleid t.a.v. uitwisseling van informatie tussen bevoegd gezag en ouders)

Naar aanleiding van de start van een nieuwe school voor voortgezet onderwijs in de regio, is tussen de GMR en het bevoegd gezag een verschil van mening ontstaan over de vraag of het beleid van de school om ten aanzien van het vervolgonderwijs de voorlichting te beperken tot één school voor voortgezet onderwijs, ter instemming aan de oudergeleding van de GMR moet worden voorgelegd. Het bevoegd gezag staat vanuit zijn protestants christelijke identiteit reeds een lange periode voor dat de leerlingen zich voor vervolgonderwijs na de basisschool aanmelden bij een specifiek genoemde school. Het blijkt een bestendige praktijk die als beleid van het bevoegd gezag gekenschetst kan worden. Het bevoegd gezag zag door omstandigheden de noodzaak het reeds vaststaande beleid bij de scholen in herinnering te brengen, waarbij tot een scherpere omschrijving van dit beleid is gekomen. Van het toevoegen van wezenlijke nieuwe onderdelen of van inhoudelijke veranderingen in dit beleid, was geen sprake.
De beslissing van het bevoegd gezag kan niet worden aangemerkt als de vaststelling of wijziging van beleid ten aanzien van de uitwisseling van informatie tussen bevoegd gezag en ouders) zoals genoemd in artikel 13 onder k WMS.
Indien de GMR nieuw beleid wenst, kan hij voor dat doel gebruik maken van het in artikel 6 lid 2 WMS opgenomen recht een voorstel aan het bevoegd gezag te doen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

26-05-2010

104468 - Interpretatiegeschil VO - artikel 12 lid 1 onder h WMS (taakverdeling/taakbelasting personeel)

De PMR heeft een geschil voorgelegd met betrekking tot het opdragen van taken aan docenten die lesgeven aan eindexamenklassen. Het bevoegd gezag wil deze docenten in de periode na het examen, waarin de eindexamenleerlingen geen les meer krijgen, inzetten op studie-uren en ter vervanging van afwezige collega's. De Commissie ziet zich voor de vraag geplaatst of de opdracht aan de docenten van eindexamenklassen om na afloop van de examenperiode inval- en studie-uren te verzorgen is aan te merken als een wijziging van de taakbelasting van de betreffende docenten (artikel 12 lid 1 onder h WMS). Voordat het besluit werd (voor)genomen aan deze docenten geen lestaken opgedragen ter vervanging van de weggevallen lessen aan de eindexamenklassen ("impliciet beleid"). Derhalve heeft het besluit tot gevolg dat het bevoegd gezag aan de docenten van de eindexamenklassen werkzaamheden kan opdragen die het hen eerder niet kon opdragen. Dit is aan te merken als een wijziging van de taakbelasting van deze categorie docenten. Aan de PMR komt op grond van artikel 12 lid 1 onder h WMS instemmingsrecht toe. De complete tekst kunt u hier downloaden.

19-05-2010

104485 - Interpretatiegeschil VO - artikel 12 lid 1 en onder k WMS (regeling op gebied van arbeidsomstandigheden, ziekteverzuim of reïntegratiebeleid)

Het bevoegd gezag heeft het contract met de Arbodienst verlengd. Volgens de GMR had dit ter instemming voorgelegd moeten worden.

Artikel 12 lid 1 onder k WMS is gelijkluidend aan de betreffende bepaling uit de Wet op de Ondernemingsraden (artikel 27 lid 1 onder d WOR). Uit de wetsgeschiedenis bij die wet blijkt dat instemming van de ondernemingsraad met betrekking tot regelingen op Ambtsgebied alleen vereist is indien de daarop betrekking hebbende wetten en besluiten (Arbo-wet, Arbo-besluiten, Arbo-regelingen) de ondernemer nog enige invullingsruimte laten. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als er een keuze voor een bepaalde Arbodienst wordt gemaakt. De Minister van Sociale Zaken heeft ook uitdrukkelijk gezegd dat de aanwijzing van een Arbodienst onder het instemmingsrecht van artikel 27 lid 1 onder d WOR valt. Op 1 februari 2007 is er met instemming van de GMR een Arbocontract voor de duur van twee jaar gesloten. Dit contract is stilzwijgend verlengd voor een jaar. Het contract is na een positieve evaluatie onder scholleiders m.i.v. 01-09-2009 met drie jaar verlengd. Het bevoegd gezag had ook een andere keuze kunnen maken. Nu er sprake was van beleidsruimte viel het besluit om het contract met de Arbodienst te verlengen voor drie jaar onder de aangelegenheid van artikel 12 lid 1 onder k WMS. Aangezien de Arbodienst het verzuimbeleid ondersteunt ten behoeve van alle scholen die vallen onder het bevoegd gezag, betreft het een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang voor alle scholen van het bevoegd gezag zodat ingevolge artikel 16 lid 1 WMS jo artikel 23 onder l GMR-reglement de PGMR terzake instemmingsrecht heeft. De complete tekst kunt u hier downloaden.

19-05-2010

104464 - Interpretatiegeschil VO - artikel 16 lid 2 onder a en b WMS (hoofdlijnen meerjarig financieel)

De GMR en het bevoegd gezag verschillen van mening over de vraag of de GMR adviesbevoegdheid toekomt m.b.t. het werven en aanstellen van een interim-manager en m.b.t. de te maken kosten die voortvloeien uit het ontslag van een rector. Aangezien de interim-manager niet is belast met bovenschoolse zaken is ingevolge artikel 11 onder h WMS de MR van de betrokken school en niet de GMR bevoegd te adviseren over de aanstelling van de interim-manager. Partijen zijn het erover eens dat de vastgestelde notitie 'Weerstandsvermogen' deel uitmaakt van het financieel beleid. In die notitie is aangegeven voor welke risico's het weerstandsvermogen gebruikt kan worden. De kosten die voortvloeien uit het ontslag van een rector en het aanstellen van een interim-manager zijn ten laste van het schoolbudget en daar waar nodig ten laste van het weerstandsvermogen gebracht. Daarmee is het weerstandsvermogen gebruikt conform de criteria (zoals beschreven door het bevoegd gezag in een beleidsnotitie waar de GMR mee heeft ingestemd) waarvoor het is bedoeld en is er naar het oordeel van de Commissie geen sprake van een wijziging van de voorgenomen bestemming van de financiële middelen die ter advisering aan de GMR voorgelegd had moeten worden.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

25-03-2010

104437 - Adviesgeschil VO - artikel 11 onder f WMS (organisatiebeleid) artikel 34 lid 2 WMS (termijn adviesgeschil)

Het besluit van het bevoegd gezag tot clustervorming van de onder zijn gezag vallende scholen is een besluit tot vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van de school, waarvoor de GMR adviesrecht heeft. De GMR heeft negatief geadviseerd en het bevoegd gezag heeft dat advies niet opgevolgd. De GMR legt een adviesgeschil voor aan de Commissie. Artikel 34 lid 2 WMS bepaalt dat de GMR een adviesgeschil indient binnen zes weken nadat het bevoegd gezag het betrokken besluit heeft genomen. Deze termijn is ruim overschreden; de GMR meende dat de termijn verlengd werd met de duur van de kerstvakantie. De Commissie overweegt dat de termijn niet wordt opgeschort gedurende een voor de school geldende vakantieperiode, aangezien de WMS ter zake geen bepaling bevat. De bepaling in artikel 17 van het Reglement van de Commissie, inhoudende dat de termijnen worden verlengd met de vakantieperiodes van de instelling, ziet uitsluitend op de in het desbetreffende reglement opgenomen termijnen. Voorts zijn geen omstandigheden gebleken die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Het verzoek is niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare overschrijding van de termijn voor indiening van een adviesgeschil.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

08-03-2010

104397 - Instemmingsgeschil taakbelasting VO - artikel 12 onder h WMS (taakverdeling respectievelijk taakbelasting personeel, de schoolleiding daaronder niet begrepen)

De PGMR heeft instemming aan het voorstel arbeidsvoorwaardenregeling onthouden vanwege de manier waarop de maatregel ter beperking van de werkdruk van het onderwijzend personeel daarin was opgenomen. Wat partijen verdeeld houdt is de vraag of het onderwijzend personeel een beroep kan doen op zowel de werkdruk verlagende maatregel uit de eigen rechtspositieregeling, als op het trekkingsrecht uit de CAO. Dienaangaande overweegt de Commissie dat de regeling van het trekkingsrecht in de CAO gedeeltelijk voorziet in een onderwerp - verlaging van de werkdruk van onderwijzend personeel - waarvoor in de eigen rechtspositieregeling al een, in uren ruimere, regeling was getroffen. Niet valt in te zien waarom het trekkingsrecht uit de CAO VO bovenop de reeds bestaande werkdruk verlagende maatregel zou moeten komen. Door het trekkingsrecht van de CAO VO in te voeren en daar bovenop de mogelijkheid te laten bestaan om naar eigen inzicht invulling te geven aan 21 uur niet-lesgevende taken, doet het bevoegd gezag geen afbreuk aan de regeling die reeds jaren bij het bevoegd gezag gold. De PGMR heeft niet in redelijkheid tot het onthouden van instemming aan het voorgenomen besluit m.b.t. de werkdrukverlaging kunnen komen en het bevoegd gezag kan het besluit ten uitvoer leggen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

03-03-2010

104273 - Instemmingsgeschil VO - artikel 12 onder b WMS (vaststelling of wijziging van de samenstelling van de formatie)

De PMR erkent dat de financiële situatie van de school dermate ernstig is dat formatiereductie noodzakelijk is, maar stemde niet in met het meerjarenformatieplan omdat zij het niet terecht achtte dat het begrotingstekort grotendeels wordt afgewenteld op het personeel. Het bevoegd gezag ontvangt bekostiging voor 1 fte onderwijzend personeel per 17,14 leerlingen maar er is bij het formatieplan uitgegaan van 1 fte per 20 leerlingen. Het bevoegd gezag en de PMR zijn het erover eens dat de ratio in de loop der jaren afgebouwd moet worden. Wat partijen nog verdeeld houdt, is onder welke omstandigheden de afbouw wel kan plaatsvinden en onder welke omstandigheden dit niet het geval kan zijn. Het bevoegd gezag wil de ratio bijstellen zodra er financiële ruimte is. Met die toezegging neemt de PMR geen genoegen. Dit is naar het oordeel van de Commissie niet terecht omdat gebleken is dat het bevoegd gezag in 2009 al gebruik heeft gemaakt van de financiële ruimte om extra formatie in te zetten. Dat er mogelijk verschil van mening kan ontstaan over de vraag of er nu wel of geen financiële ruimte is om de ratio af te bouwen, is naar het oordeel van de Commissie geen reden voor de PMR om nu en in algemene zin niet in te stemmen met het voorstel over de afbouw van de ratio. Daarover kan advies ingewonnen worden bij een onafhankelijk financieel deskundige. De PMR heeft niet in redelijkheid tot het onthouden van instemming aan het voorgestelde formatieplan 2009-2012 kunnen komen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

07-12-2009

104276 - Interpretatiegeschil VO - artikel 14 lid 2 onder c en d WMS (bestemming middelen die van ouder/leerlingen gevraagd worden)

Een interpretatiegeschil met het ouderdeel van een deelraad. Het bevoegd gezag verhoogt jaarlijks de schoolspecifieke ouderbijdragen op een school voor internationaal onderwijs, zonder dit voor te leggen aan het ouderdeel van de deelraad. Zowel de oudergeleding als het ouderdeel van een deelraad is op grond van de WMS bevoegd een geschil aan de Commissie voor te leggen. Ingevolge artikel 27 lid 2 WVO zijn er twee soorten geldelijke bijdragen van ouders mogelijk: de bijdrage die bij of krachtens wet geregeld is en de vrijwillige bijdrage. Alleen voor de vrijwillige bijdrage geldt dat de toelating van de leerling daarvan niet afhankelijk gesteld kan worden. De in het geding zijnde Schoolfee is voor ouders verplicht en wordt aangegaan bij overeenkomst vóór toelating op de school. Dit vindt voor deze school zijn basis in artikel 73 WVO. Aldus dient de Schoolfee te worden aangemerkt als een bijdrage, meer bepaald een cursusgeld, waarvoor een wettelijke verplichting bestaat, welke in artikel 14 lid 2 onder c WMS is uitgezonderd van het instemmingsrecht.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

07-12-2009

104312 - Interpretatiegeschil PO - artikel 10 onder b en artikel 16 lid 1 WMS (bevoegdheid MR of GMR zorgplan samenwerkingsverband)

Het bevoegd gezag neemt met twee, respectievelijk vier scholen deel aan twee samenwerkingsverbanden. De overige scholen van het bevoegd gezag vormen tezamen een samenwerkingsverband. Het bevoegd gezag en de GMR verschillen van mening over de vraag of aan de GMR of aan de MR'en instemmingsrecht toekomt ten aanzien van de zorgplannen van de samenwerkingsverbanden. Uit de bewoordingen van artikel 16 lid 1 WMS blijkt dat de aard van de desbetreffende aangelegenheid kan bewerkstelligen dat de GMR bevoegd is, ook indien ogenschijnlijk minder dan de helft van de onder het bevoegd gezag vallende scholen direct bij de aangelegenheid betrokken is. In het onderhavige geval heeft de GMR niet aannemelijk gemaakt dat het vaststellen van de zorgplannen van de twee samenwerkingsverbanden naar zijn aard een aangelegenheid is, die van gemeenschappelijk belang is voor alle of voor de meerderheid van de scholen van het bevoegd gezag.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

30-11-2009

104240 - Interpretatiegeschil PO - artikel 16 lid 2 onder c en lid 3 (bevoegdheid GMR bij benoeming bovenschools directeur en uitbreiding College van Bestuur)

De GMR heeft een interpretatiegeschil ingediend over de vraag welke rol voor de GMR is weggelegd bij de benoeming van centraal directeuren en bij de uitbreiding van het College van Bestuur met één lid. Uit de aanhef van artikel 16 lid 2 WMS blijkt dat de GMR over bevoegdheden beschikt naast de in artikel 16 lid 1 WMS genoemde bevoegdheid. Deze wettekst biedt naar het oordeel van de Commissie geen ruimte voor een andere uitleg dan dat het adviesrecht van de GMR ten aanzien van de aanstelling en het ontslag van personeel dat belast is met managementtaken geldt, ook wanneer dit niet voor de meerderheid van de scholen van het bevoegd gezag van belang is. De leden van het College van Bestuur vallen niet onder het begrip personeel dat in artikel 1 onder i WMS is gedefinieerd. Dit betekent dat het begrip "personeel" in artikel 16 lid 2 onder c en lid 3 WMS niet mede omvat de leden van het College van Bestuur. Het besluit tot uitbreiding van het College van Bestuur valt onder het meerjarig financieel beleid waarvoor de MR adviesrecht heeft op grond van artikel 16 lid 2 onder a WMS.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

19-11-2009

104268 - Interpretatiegeschil PO - artikel 11 onder h (benoeming directeur) en artikel 17 WMS

Het bevoegd gezag heeft zonder voorafgaand advies van de MR een directeur benoemd voor één jaar op basis van detachering. Volgens de MR is het besluit adviesplichtig en moeten de verplichtingen van artikel 17 WMS worden nageleefd.  Hangende het geschil voor de Commissie, zijn partijen het erover eens dat het adviesrecht van de MR ten aanzien van de aanstelling van de schoolleiding (art. 11 onder h WMS) zich mede uitstrekt over een tijdelijke aanstelling, ook als deze op detacheringsbasis plaatsvindt. Naar het oordeel van de Commissie is deze zienswijze juist: wettekst en parlementaire behandeling geven geen argumenten een constructie op detacheringbasis buiten het bereik van het adviesrecht te plaatsen. Voor het concrete geval betekent dit dat bij de adviesaanvraag van het bevoegd gezag ten aanzien van de tijdelijke benoeming van de directeur artikel 17 WMS in zijn geheel dient te worden nageleefd. Partijen verschillen nog wel van mening over de gevolgen die aan deze interpretatie dienen te worden verbonden nu de benoeming ten tijde van de adviesaanvraag reeds had plaatsgevonden. De Commissie oordeelt dat niet valt in te zien waarom de voorschriften van artikel 17 WMS geen gelding meer zouden hebben indien het bevoegd gezag in afwijking van de WMS ten tijde van de adviesaanvraag reeds een besluit heeft genomen. Ten overvloede wijst de Commissie er op dat een eventuele vordering van de MR tot naleving door het bevoegd gezag van de verplichtingen jegens de MR is geregeld in artikel 36 WMS.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

19-10-2009

104227 - Interpretatiegeschil VO - artikel 11 onder i, artikel 11 onder h, artikel 12 onder b WMS (concrete taakverdeling schoolleiding, samenstelling formatie, aanstelling en ontslag schoolleiding)

Na het vertrek van de rector heeft het bevoegd gezag één van de twee conrectoren benoemd tot rector. De vrijgevallen functie van conrector wordt niet meer vervuld. In geschil is welke bevoegdheid de (P)MR ten aanzien van deze beslissingen toekomt. De Commissie overweegt dat door de inkrimping van de schoolleiding een herschikking van taken dient plaats te vinden. Dit komt neer op een wijziging van de concrete taakverdeling binnen de schoolleiding en op een wijziging van het managementstatuut, waarvoor de MR op grond van het medezeggenschapsreglement adviesbevoegdheid heeft.  De inkrimping van de directieformatie is ook een wijziging van de samenstelling van de formatie waarvoor de (P)MR instemmingsrecht heeft. Voorts valt de benoeming van de rector onder de aangelegenheid 'aanstelling van de schoolleiding' waarvoor de PMR op grond van het medezeggenschapsreglement instemmingsrecht heeft. Weliswaar was de benoemde rector voorheen reeds lid van de schoolleiding maar de functie van rector is een wezenlijk andere dan de functie van conrector. Overgang van functie kan volgens de CAO VO niet anders plaatsvinden dan door ontslag uit de oude functie en benoeming in de nieuwe functie en de benoeming is niet louter formatief maar ook rechtspositioneel.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

14-10-2009

104238 - Instemmingsgeschil PMR taakbelasting VO - artikel 16 WMS (bevoegdheid GMR)

Instemmingsgeschil met de PMR van een school over een voorgenomen maatregel tot werkdrukvermindering die onderdeel is van een voorgestelde rechtspositieregeling voor het personeel van alle onder het bevoegd gezag ressorterende scholen. Op grond van artikel 16 lid 1 WMS treedt de PGMR in de plaats van de PMR indien het een aangelegenheid betreft die van gemeenschappelijk belang is voor alle scholen of voor de meerderheid van de scholen van het bevoegd gezag. Dit betekent dat de PGMR ter zake van het instemmingsrecht ten aanzien van de voorgestelde maatregel tot werkdrukverlaging in de plaats treedt van de PMR-en van de scholen van het bevoegd gezag. Derhalve is niet de PMR maar de PGMR bevoegd tot het uitoefenen van het instemmingsrecht. Nu het instemmingsrecht terzake toekomt aan de PGMR kan het bevoegd gezag geen instemmingsgeschil met de PMR hebben. Dientengevolge kan het bevoegd gezag niet worden ontvangen in zijn verzoek aan de Commissie tot behandeling van een instemmingsgeschil met de PMR.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

02-10-2009

104139 - Interpretatiegeschil PO - artikel 16 WMS (bevoegdheden GMR)

Enkele jaren na de oprichting van een Stichting ten behoeve van meerdere scholen voor primair onderwijs, heeft het bevoegd gezag in het kader van de ontwikkeling van de organisatie, onder meer voorgesteld om het takenpakket van de schooldirecteur aan te passen en om de verdelingssystematiek van de financiële middelen aan te passen. Volgens de MR van een school betreft het schoolspecifieke aangelegenheden die het bevoegd gezag ter instemming aan de MR had moeten voorleggen. Het bevoegd gezag meent dat het gaat om zaken die van gemeenschappelijk belang zijn als gevolg waarvan de GMR op grond van de WMS van rechtswege treedt in de bevoegdheden van de MR.
De Commissie stelt vast dat het besluit over de wijziging van de directeursfunctie geldt voor alle scholen die vallen onder het bevoegd gezag en derhalve ook gevolgen heeft voor alle scholen en voor de organisatie als geheel. Dit betekent dat er sprake is van een besluit dat van gemeenschappelijk belang is voor alle scholen als bedoeld in artikel 16 lid 1 WMS, zodat de GMR ter zake in de plaats treedt van de MR. Echter, daar waar er binnen de kaders van het genomen besluit nog ruimte is voor nadere invulling van de directietaak op schoolniveau, dient het bevoegd gezag daarover aan de desbetreffende MR-en advies te vragen op grond van artikel 11 aanhef en onder i WMS. Voor wat betreft de toedeling van de middelen aan de scholen zijn partijen het erover eens dat deze toedeling is aangepast en dat de GMR ter zake om advies is gevraagd. Nu het gaat om de bestemming van de middelen en de criteria die worden toegepast bij de verdeling van de middelen over voorzieningen op bovenschools niveau en op schoolniveau, is er sprake van een aangelegenheid die valt onder artikel 16 lid 2 WMS ten aanzien waarvan niet de MR maar de GMR van rechtswege adviesrecht heeft. De wijze waarop de toegedeelde middelen vervolgens op schoolniveau worden ingezet is een aangelegenheid die valt onder artikel 11 lid b WMS.
Tot slot merkt de Commissie op dat het gegeven dat het gaat om aangelegenheden waarover de GMR geconsulteerd dient te worden, onverlet laat dat het bevoegd gezag de MR-en hierover dient te informeren. Dat volgt uit het informatierecht zoals geregeld in artikel 8 lid 1 WMS.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

02-10-2009

104148 - Interpretatiegeschil VO - artikel 24 lid 1 onder g WMS (termijn voor instemming) en reglementsbepaling

In het medezeggenschapsreglement is opgenomen dat als de GMR niet binnen de afgesproken reactietermijn uitsluitsel heeft gegeven of hij al dan niet instemt met het voorgenomen besluit, het voornemen kan worden omgezet in een definitief besluit. Ondanks dat het GMR-reglement ten tijde van het instemmingsverzoek niet gold, doet de Commissie ambsthalve uitspraak over de interpretatie omdat het GMR-reglement een werkingsduur heeft tot 1 augustus 2010. De WMS geeft niet aan of instemming mondeling of schriftelijk gegeven moet worden. Ook heeft de WMS niet geregeld of de instemming expliciet gegeven moet worden dan wel ook impliciet gegeven kan worden. De WMS geeft in dit verband aan dat in het reglement in ieder geval wordt geregeld binnen welke termijnen tot instemming of tot onthouding van instemming dient te worden besloten (artikel 24 lid 1 aanhef en onder g). Uit het dwingend karakter van de wet, voortvloeiend uit artikel 2 WMS, en de formuleringen in de WMS dat het bevoegd gezag de voorafgaande instemming behoeft, alsmede dat in het reglement de termijnen worden geregeld binnen welke tot instemming of tot onthouding dient te worden besloten, leidt de Commissie af dat het uitblijven van een reactie van (een geleding van) de (G)MR binnen een in het reglement bepaalde termijn niet aangemerkt kan worden als een besluit tot instemming, ook niet als dat als zodanig in een (G)MR-reglement is opgenomen. Binnen het systeem van de wet past het naar het oordeel van de Commissie wel dat als (een geleding van) de (G)MR is gevraagd binnen een bepaalde termijn met een voorgenomen besluit in te stemmen en dit niet binnen die termijn doet, te veronderstellen dat er dan geen instemming is verleend. Op dat moment kan het bevoegd gezag een instemmingsgeschil voorleggen aan de Commissie, mits over het voornemen overleg heeft plaatsgevonden. Immers, op grond van artikel 31 aanhef en onder a WMS is de Commissie op verzoek van het bevoegd gezag bevoegd van een zogenoemd instemmingsgeschil kennis te nemen. Aldus kan het bevoegd gezag voorkomen dat het nemen van besluiten door het uitblijven van een reactie op het instemmingsverzoek, onevenredig lang wordt opgehouden.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

02-07-2009

104156 - Instemmingsgeschil SPO - artikel 12 onder f en h WMS (arbeids- en rusttijden en taakbeleid)

De PGMR van drie scholen voor speciaal onderwijs cluster 4 heeft geweigerd in te stemmen met de voorgestelde wijziging van het taakbeleid en de lunchpauzetijd. De PGMR weigerde in te stemmen omdat in het voorstel een aantal categorieën personeelsleden wordt uitgesloten van de mogelijkheid om gebruik te maken van de compensatieregeling die in de CAO PO is vastgelegd. De PGMR stemde ook niet in met het voorstel om te voorzien in een dagelijkse ongestoorde lunchpauze van 15 tot 20 minuten voor het personeel. Omdat de voorgestelde pauzetijd in strijd is met artikel 2.4 lid 3 CAO PO oordeelt de Commissie dat de PGMR in redelijkheid haar instemming aan het voorstel heeft kunnen onthouden.
De voorgestelde uitsluiting van parttimers van gebruikmaking van de compensatieregeling is in strijd met het verbod op het maken van onderscheid naar arbeidsduur (art. 7:648 BW). Als er vanwege de bijzondere leerling-populatie al sprake is van een legitiem doel, namelijk maximaal twee leerkrachten per groep, dan is niet gebleken dat dit doel niet door middel van efficiënte verdeling van taken en roostering bereikt kan worden. M.b.t. de voorgestelde uitsluiting van de OOP-ers en de ambulante begeleiders overweegt de Commissie dat niet is onderbouwd dat er onvoldoende werk is om werknemers op weekbasis voor meer uren in te roosteren. Het tweede argument, dat het in het belang van de organisatie is dat de bedoelde werknemers aanwezig zijn als de leerlingen en het lesgevend en behandelende personeel er zijn, kan op zichzelf de uitsluiting niet rechtvaardigen.
De PGMR heeft in redelijkheid tot het onthouden van instemming aan de voorgenomen wijziging van het taakbeleid en de werktijdenregeling kunnen komen en er geen sprake is van zwaarwegende omstandigheden die het voorstel rechtvaardigen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

26-06-2009

104176 - Instemmingsgeschil VO - artikel 12 lid 1 onder o WMS (regeling aanstellingsbeleid).

De PMR heeft niet ingestemd met de voorgestelde benoemingsprocedure voor de schoolleiding omdat de MR daarin geen rol van betekenis heeft. Het bevoegd gezag stelt dat de PMR in verband met het adviesrecht van de MR t.a.v. een voorgenomen besluit tot benoeming van de schoolleiding, geen zeggenschap heeft over de benoemingsprocedure.
Omdat de voorgestelde procedure geen enkele vorm van participatie van de MR inhoudt, is er volgens de Commissie sprake van een ingrijpende wijziging van de bestaande regeling aan de school. Die wijziging dient met de nodige zorgvuldigheid tot stand te komen. Tot die zorgvuldigheid rekent de Commissie het voeren van reëel overleg met de PMR en een voldoende motivering van het voorstel. Vanwege tijdsdruk was er voor de PMR weinig tijd voor onderzoek en intern beraad en heeft er ook onvoldoende reëel overleg over het voorstel plaatsgevonden.
Ten aanzien van de motivering van het voorstel oordeelt de Commissie dat participatie van de MR in de wervings- en selectieprocedure niet op gespannen voet staat met het adviesrecht van de MR t.a.v. de benoeming van de schoolleider (art. 11 onder h WMS): het betreft twee aangelegenheden die niet op één lijn te brengen zijn. Het voorstel is voorts deels onjuist en niet draagkrachtig gemotiveerd.
De PMR is in redelijkheid tot het onthouden van instemming gekomen en er is geen sprake van bepaalde zwaarwegende omstandigheden die het voorstel rechtvaardigen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

23-06-2009

104123 - Interpretatiegeschil SVO over begrip onderwijstijd (artikel 13 onder h WMS)

De oudergeleding van de MR (OMR) heeft instemming onthouden aan het voorgestelde lestijdenrooster 2008-2009 omdat daarin de lunchtijd als onderwijstijd werd aangemerkt, vanwege de omvang van de lunchtijd en omdat niet alle daadwerkelijk genoten/gegeven vrije dagen in het voorstel waren opgenomen. Daraop heeft het bevoegd gezag een interpretatiegeschil over het begrip onderwijstijd' aan de Commissie voorgelegd.
Volgens het bevoegd gezag wordt de lunchtijd benut in het kader van het bijbrengen van sociale vaardigheden aan de leerlingen en het bevorderen van sociale redzaamheid en gezond gedrag. De OMR meent dat de lunchtijd, zoals die op de school wordt ingevuld, niet als onderwijstijd kan worden aangemerkt. Volgens de OMR voegt de school onderwijsinhoudelijk niets toe tijdens de lunchtijd niets toe.
De Commissie sluit aan bij de bewoordingen van de brief van de minister en de staatssecretaris van OCW van 7 september 2006 (TK 2005-2006, 27451, nr. 60), in welke brief ten aanzien het gehele voortgezet onderwijs de criteria worden gesteld voor activiteiten ter voldoening aan de urennorm:
1. het moet gaan om begeleid onderwijs, dat wil zeggen dat de leerlingen afdwingbaar aanspraak kunnen maken op begeleiding;
2. het onderwijs moet deel uitmaken van het door de school geplande en voor alle leerlingen van een bepaalde stroom verplichte onderwijsprogramma;
3. het onderwijs moet onder verantwoordelijkheid van een leraar worden verzorgd, die op grond van de wet met die werkzaamheden mag worden belast.
Hieruit volgt naar het oordeel van de Commissie dat in beginsel activiteiten tijdens de lunchtijd kunnen worden gerekend tot de onderwijstijd mits zij voldoen aan voornoemde criteria.
Voor de interpretatie van het begrip 'onderwijstijd'  zijn aanvullende eisen van de Onderwijsinspectie, van belang voor de controlefunctie, niet doorslaggevend.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

16-04-2009

08.023 / 104010 - Interpretatiegeschil VO - artikel 4 lid 3, artikel 21 lid 2 en artikel 2 jo 11 onder h WMS

Vast staat dat de MR en het bevoegd gezag van mening verschillen over enkele bepalingen in het medezeggenschapsreglement. Evenzeer staat echter vast dat het bevoegd gezag het medezeggenschapsreglement niet ter instemming aan de MR heeft voorgelegd. Van een reglementsgeschil is eerst sprake indien het bevoegd gezag niet de vereiste instemming van de MR heeft verkregen nadat het voorstel ter instemming aan de MR is voorgelegd. Nu dit niet heeft plaatsgevonden, en er dus ook geen overleg in de zin van de WMS over het voorstel is gevoerd, is het geschil op dit onderdeel niet ontvankelijk.
De medezeggenschap is als volgt vormgegeven: iedere school heeft een MR. Daarboven bevinden zich drie platforms, één voor elke geleding. Uit en door de leden van de platforms worden de leden van de GMR gekozen. Aldus wordt het actief kiesrecht van de MR-leden vervangen door dit van hun vertegenwoordiger in het platform. Gelet op het uit artikel 2 WMS voortvloeiende dwingende karakter van de bepalingen van de WMS, oordeelt de Commissie deze beperking van het actief kiesrecht van de MR-leden in strijd met artikel 4 lid 3 WMS.
Ten aanzien van de medezeggenschapsdocumenten bepaalt artikel 21 lid 2 WMS dat het bevoegd gezag het medezeggenschapsstatuut als voorstel aan de GMR of bij het ontbreken daarvan aan de MR ter instemming voorlegt. Het bevoegd gezag heeft voor zijn scholen een GMR ingesteld. In dat geval komt aan de afzonderlijke MR'en geen bevoegdheid meer toe ten aanzien van het medezeggenschapsstatuut.
Artikel 11 onder h WMS bepaalt dat aan de MR adviesbevoegdheid toekomt met betrekking tot aanstelling en ontslag van de schoolleiding. In het MR-reglement is bepaald dat de MR over adviesbevoegdheid beschikt met betrekking tot benoeming en ontslag van de schoolleiding, met uitzondering van de eindverantwoordelijke schoolleider. Voor het voortgezet onderwijs wordt onder schoolleiding verstaan: de rector, de directeur of de leden van de centrale directie, bedoeld in de WVO, alsmede de conrectoren en de adjunct-directeuren (art. 1 WMS). De Commissie vermag niet in te zien dat de eindverantwoordelijke schoolleider buiten het begrip "schoolleiding" als genoemd in artikel 11 onder h WMS zou vallen. Dientengevolge komt de MR terzake het bijzondere adviesrecht als bedoeld in de WMS toe. De complete tekst kunt u hier downloaden.

01-04-2009

08.030 / 104011 - Interpretatiegeschil PO - artikel 13 onder g WMS (vaststelling schoolgids)

Geschil over de betekenis van het instemmingrecht van de oudergeleding van de MR (OMR) ten aanzien van de vaststelling van de schoolgids.
De MR heeft een tekst voor de schoolgids aangeleverd die melding maakt van een rolverdeling tussen het bevoegd gezag en de MR waar het bevoegd gezag het niet mee eens is. Het bevoegd gezag nam de tekst niet op in de schoolgids en meent dat het daartoe gerechtigd was omdat het eindverantwoordelijk is voor de inhoud van de schoolgids. Het bevoegd gezag verzoekt de Commissie uitspraak te doen over de interpretatie van artikel 13 onder g WMS.
De OMR stelt dat er geen sprake is van een interpretatiegeschil maar van een instemmingsgeschil. De OMR heeft haar instemming onthouden aan dat deel van de schoolgids waarin de informatie over de MR zou komen te staan.
De Commissie overweegt dat het voorstel dat aan de MR is voorgelegd en waarmee is ingestemd niet de complete schoolgids behelsde want het stukje tekst over de MR moest nog ingevuld worden. Nu de WMS spreekt over de aangelegenheid 'vaststelling van de schoolgids' en daarbij geen beperking noemt, gaat het om het vaststellen van de gehele schoolgids. Op grond van artikel 13 onder g WMS dient het bevoegd gezag dan ook een voorstel met betrekking tot de volledige schoolgids ter instemming aan de oudergeleding voor te leggen. Als de oudergeleding vervolgens niet instemt met dit voldragen voorstel van het bevoegd gezag, kan het bevoegd gezag, indien het zijn voorstel wenst te handhaven, een instemmingsgeschil aan de Commissie voorleggen. In dat instemmingsgeschil kan de onthouding van de instemming van de oudergelding door de Commissie beoordeeld worden.
Door niet een volledig voorstel met betrekking tot de schoolgids ter instemming aan de MR voor te leggen, heeft het bevoegd gezag geen juiste toepassing gegeven aan artikel 13 aanhef en onder g WMS.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

11-03-2009

08.027 / 103987 - Interpretatiegeschil VO - artikel16 lid 1 WMS (aangelegenheden van gemeenschappelijk belang)

Geschil over de vraag of bepaalde besluiten van een door het bevoegd gezag vastgesteld Masterplan, handelend over de herschikking van het onderwijsaanbod, te beschouwen zijn als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang als genoemd in artikel 16 lid 1 Wet medezeggenschap op scholen (WMS). Een van de besluiten betreft de fusie tussen twee van de onder het bevoegd gezag ressorterende scholen, waaronder de school van deze MR. De MR stelt zich op het standpunt dat het Masterplan een kaderstellend plan is dat nog nadere uitwerking behoeft waarvoor de MR en niet de GMR bevoegd is. Het bevoegd gezag stelt dat de besluiten in het Masterplan niet los van elkaar kunnen worden gezien en van gemeenschappelijk belang zijn voor alle, althans de meerderheid van de scholen. De Commissie overweegt dat het bevoegd gezag met de in het Masterplan opgenomen besluiten beoogt de gevolgen van de regionale demografische ontwikkelingen voor de scholen te ondervangen. De besluiten hebben gevolgen voor het onderwijsaanbod van vijf van de zes onder het bevoegd gezag ressorterende scholen. Het besluit tot fusie dient te worden beschouwd als een structuurbepalend onderdeel van het integrale plan. Dit geldt eveneens voor de besluiten over de herschikking van het onderwijsaanbod op de verschillende scholen. Deze herschikking maakt als zelfstandig en dragend onderwerp deel uit van het Masterplan. Het Masterplan bevat derhalve een complex van besluiten met gevolgen voor alle, althans de meerderheid van de betrokken scholen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

11-03-2009

08.026 / 103984 - Instemmingsgeschil VO vaststelling formatieplan (artikel 12 lid 1 onder h WMS)

In het jaar 2007 is het taakbeleid 2007-2008 vastgesteld. In het schooljaar 2007-2008 heeft een projectgroep taakbeleid enkele voorstellen tot optimalisering van de regeling gedaan, welke zijn overgenomen door het bevoegd gezag. Daarbij zijn enkele aanvullende wijzigingsvoorstellen gedaan, vanuit gevoelde noodzaak te bezuinigen. Het bevoegd gezag en de PMR werden het niet eens over de wijzigingsvoorstellen hetgeen er toe heeft geleid dat de werkgever zijn voorstellen heeft ingetrokken. Hij heeft daarbij aangekondigd het geldende taakbeleid naar de letter te zullen uitvoeren. De PMR heeft vervolgens meegedeeld niet in te kunnen stemmen met het voorgestelde formatieplan. Het bevoegd gezag heeft daarop een instemmingsgeschil met de PMR aan de Commissie voorgelegd.
De Commissie overweegt dat de vaststelling of wijziging van de samenstelling van de formatie wordt vastgelegd in het jaarlijks vast te stellen formatieplan. Gebleken is dat na de intrekking van het voorstel tot wijziging van het taakbeleid, tussen partijen geen inhoudelijk overleg over het aangepaste formatieplan plaatsgevonden. Over de gedane voorstellen tot aanpassing van het taakbeleid noch over de uitwerking van de nieuwe strikte toepassing van het taakbeleid is herleidbare adequate informatie terug te vinden in het formatieplan. In het formatieplan is voorts geen informatie over beleidsvoornemens van het bevoegd gezag te vinden noch over de financiële situatie van de school. Het door het bevoegd gezag voorgestelde formatieplan kent slechts enkele algemene uitgangspunten en hoofdlijnen met daarbij een overzicht van de besteding van de beschikbare formatie per categorie personeel. Van een kenbare vertaalslag van het taakbeleid of algemeen beleid in het formatieplan, is geen sprake. Derhalve heeft de PMR uit het voorgestelde formatieplan niet kunnen opmaken of en zo ja welke verandering in het taakbeleid is opgetreden noch wat de strikte toepassing van het taakbeleid zoals door het bevoegd gezag is aangekondigd, inhoudt. Hiermee voldoet het formatieplan niet aan de daaraan redelijkerwijze te stellen eis van een kenbare motivering. Onder deze omstandigheden heeft de PMR in redelijkheid tot het onthouden van instemming aan het voorgestelde formatieplan 2008-2009 kunnen komen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

07-01-2009

08.021 - Interpretatiegeschil PO – artikel 12 lid 1 onder b WMS dan wel artikel 11 onder i (harmonisatie functiehuis), artikel 11 onder h WMS (ontslag van de directeur) en artikel 28 lid 2 WMS (vergoeding van de kosten

Tussen het bevoegd gezag en twee MR-en bestaat verschil van mening over de vraag  of de harmonisatie van het functiehuis een aangelegenheid is die voor medezeggenschap van de beide betrokken MR-en dan wel de GMR in aanmerking komt en zo ja onder welke bevoegdheid. Tevens is de Commissie gevraagd of de MR adviesrecht toekwam ten aanzien van het ontslag van de directeur, als gevolg van de voorgenomen harmonisatie. Tenslotte vroegen de MR-en een oordeel over de redelijkheid van hun verzoek om vergoeding van kosten voor bijstand.
De Commissie acht het voorstel tot harmonisatie van het functiehuis van gemeenschappelijk belang voor alle onder het bevoegd gezag vallende scholen en daarom in de GMR thuishoren. Oogmerk van dit voorstel is immers dat in de toekomst aan elke school een eigen directeur als aanspreekpunt verbonden zal zijn. Voor wat betreft zijn gevolgen dient het voorstel te worden voorgelegd aan elke MR van een afzonderlijke school die van dit voorstel direct gevolgen ondervindt. In dit geval raakt het voorstel twee scholen in de samenstelling van hun formatie zodat het personeelsgeledingen van de beide MR-en (artikel 12 lid 1 onder b WMS) instemmingsrecht hadden.
Omdat het ontslag van de directeur formeel geen vrijwillig ontslag betrof, kwam de MR-en het adviesrecht toe op basis van artikel 11 aanhef en onder h WMS. Door de faciliteitenregeling voor MR-leden te willen regelen in het medezeggenschapsreglement en niet in het medezeggenschapsstatuut, heeft het bevoegd gezag de WMS niet juist geïnterpreteerd en nagelaten uitvoering te geven aan artikel 22 aanhef en onder e juncto 28 lid 2 WMS.
De complete tekst kunt u  hier downloaden.

Print pagina