Reglement van de Landelijke Commissie voor Geschillen medezeggenschap Hoger Onderwijs
Als bedoeld in artikel 9 van de Instellingsregeling van de Commissie, vastgesteld door de Stichting Onderwijsgeschillen.
Artikel 1: Begripsbepalingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. | Commissie: | de Landelijke Commissie voor Geschillen medezeggenschap Hoger Onderwijs bedoeld in artikel 9.39 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW); |
b. | Stichting: | Stichting Onderwijsgeschillen; |
c. | instelling: | een universiteit of hogeschool als genoemd in de bijlage van de WHW. |
d. | college van bestuur: | het bestuur van een universiteit of hogeschool, bedoeld in artikel 9.2 en 10.2 van de WHW, en voor zover van belang in artikel 9.51 WHW; |
d. | medezeggenschapsorgaan: | m.b.t. een universiteit: de organen genoemd in artikel 9.38c WHW |
e. | secretaris: | de ambtelijk (adjunct-) secretaris; |
f.
| voorzitter:
| de voorzittter van de Commissie als bedoeld in art. 9.12 1e lid van de WHW. |
Bevoegdheid van de Commissie
Artikel 2
De Commissie neemt kennis van geschillen binnen hogescholen en universiteiten als omschreven in artikel 9.40 en 10.26 WHW.
Verzoekschrift en aanvulling op het verzoekschrift
Artikel 3
- Een geschil wordt aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift dat in zesvoud aan de Commissie wordt gericht door hetzij het college van bestuur of de decaan van de faculteit als bedoeld in art. 9.12, eerste lid, van de WHW of een ander orgaan dat beslissingsbevoegdheid heeft, hetzij het medezeggenschapsorgaan.
Het verzoekschrift bevat:
a. de namen en adressen van de betrokken partijen
b. een mededeling van het geschil en het gemotiveerd standpunt van de indiener(s)
c. als bijlage alle op de zaak betrekking hebbende stukken. - De Commissie bevestigt onverwijld de ontvangst van het verzoekschrift aan de indiener(s) ervan.
- Indien de Commissie van mening is dat het verzoekschrift niet voldoet aan het in lid 1 van dit artikel bepaalde, stelt zij de indiener(s) in de gelegenheid de stukken binnen een door haar te bepalen termijn aan te vullen.
- Alle aan de Commissie over te leggen stukken dienen in de Nederlandse taal gesteld te zijn en worden in zesvoud ingediend.
- De secretaris tekent op de ingekomen stukken de datum van ontvangst aan en zendt bericht van ontvangst aan de afzender.
- Indien het geschil kennelijk bij een andere commissie moet worden aangebracht, deelt de secretaris dit onverwijld aan de indiener mee en zendt zo mogelijk het verzoekschrift voor behandeling door aan de bevoegde commissie.
Verweerschrift
Artikel 4
- De secretaris zendt onmiddellijk na ontvangst van het verzoekschrift een afschrift daarvan aan de andere partij en nodigt de andere partij daarbij uit binnen een termijn van vier weken een verweerschrift in zesvoud bij de Commissie in te dienen. Bij elk exemplaar voegt de verweerder afschriften van de voornaamste op de zaak betrekking hebbende stukken.
- De voorzitter kan op een met redenen omkleed verzoek de termijn voor verweer één maal verlengen met ten hoogste vier weken.
- Onmiddellijk na ontvangst van het verweerschrift zendt de secretaris een exemplaar daarvan aan de wederpartij.
Nadere stukken
Artikel 5
Partijen kunnen tot tien dagen voor de zitting nadere stukken indienen, die dienen ter adstructie van het verzoek of verweer.
Onbevoegdheid en schriftelijke behandeling
Artikel 6
- Indien de Commissie zich op grond van de ingediende stukken niet bevoegd acht, deelt de secretaris dit schriftelijk en met redenen omkleed mee aan partijen.
- De voorzitter kan beslissen dat de behandeling van het geschil schriftelijk geschiedt. Tegen deze beslissing kan de indiener en/of de verweerder binnen één week bezwaar maken in welk geval het geschil alsnog mondeling behandeld zal worden.
Inwinnen van informatie
Artikel 7
Ter voorbereiding van de behandeling van het geschil kunnen door of namens de Commissie bij partijen en anderen schriftelijk alle gewenste inlichtingen worden ingewonnen. Beide partijen worden hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Vaststelling plaats en tijdstip van de mondelinge behandeling
Artikel 8
Indien zich niet een geval voordoet als bedoeld in artikel 6 lid 1 of lid 2 eerste volzin, bepaalt de Commissie op zo kort mogelijke termijn de plaats waar en het tijdstip waarop de mondelinge behandeling van het geschil zal plaatsvinden. Aan partijen wordt daarvan tijdig kennis gegeven met de uitnodiging om ter zitting te verschijnen.
Wraking en verschoning
Artikel 9
- Op verzoek van een partij kan elk lid van de Commissie die het geschil behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van het oordeel van de Commissie schade zou kunnen lijden.
- Het verzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.
- Het verzoek geschiedt schriftelijk en is gemotiveerd. Na de aanvang van het onderzoek ter zitting onderscheidenlijk na de aanvang van het horen van partijen of getuigen in het vooronderzoek kan het ook mondeling geschieden.
- Alle feiten of omstandigheden moeten tegelijk worden voorgedragen.
- Een volgend verzoek om wraking van hetzelfde commissielid wordt niet in behandeling genomen, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.
- Geschiedt het verzoek ter zitting, dan wordt het onderzoek ter zitting geschorst.
- Het verzoek om wraking wordt zo spoedig mogelijk ter zitting behandeld door een Commissie waarin het commissielid om wiens wraking is verzocht, geen zitting heeft.
- De verzoeker en het lid om wiens wraking is verzocht, worden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. De Commissie kan ambtshalve of op verzoek van de verzoeker of het commissielid wiens wraking is verzocht, bepalen dat zij niet in elkaars aanwezigheid worden gehoord.
- De Commissie beslist zo spoedig mogelijk. De commissie spreekt de beslissing in openbaarheid uit. De beslissing is gemotiveerd en wordt onverwijld aan de verzoeker, de andere partijen en het commissielid om wiens wraking is verzocht, medegedeeld.
- Ingeval van misbruik kan de Commissie bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. Hiervan wordt in de beslissing melding gemaakt.
- Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.
- Op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 9 lid 1 van dit reglement kan elk van de commissieleden die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen.
Vertegenwoordiging ter zitting, getuigen en deskundigen
Artikel 10
- Een partij kan zich ter zitting door een gemachtigde doen bijstaan of vertegenwoordigen.
- De Commissie kan van een gemachtigde die geen advocaat is een schriftelijke machtiging verlangen.
- Indien de Commissie dat ter beslissing van het geschil nodig acht, kan de Commissie, al dan niet op grond van een daartoe strekkend verzoek van een partij, getuigen en/of deskundigen ter zitting horen. Indien de Commissie van deze bevoegdheid gebruik maakt, deelt de voorzitter dit aan partijen mee.
- De Commissie kan op verzoek van een partij aan deze toestaan om op eigen kosten getuigen en/of deskundigen voor te brengen, met dien verstande dat zij de namen van die personen uiterlijk op de vierde dag voor de zitting schriftelijk opgeeft aan de secretaris en aan de wederpartij. De Commissie beslist ter zitting of meegebrachte getuigen worden gehoord.
- De Commissie is bevoegd om een van haar leden aan te wijzen om getuigen of deskundigen te horen. In dat geval bepaalt de Commissie tijdstip en plaats van het verhoor en de wijze waarop het verhoor zal geschieden.
- De Commissie stelt de partijen in de gelegenheid, de getuigen of deskundige(n) vragen te stellen.
Behandeling ter zitting
Artikel 11
- Het geschil wordt behoudens in het geval als bedoeld in artikel 6 behandeld op een openbare hoorzitting van de Commissie. In bijzondere gevallen kan de Commissie besluiten dat de behandeling van het geschil geheel of gedeeltelijk zal plaatshebben op een zitting met gesloten deuren.
- De hoorzitting vindt uiterlijk zes weken na de ontvangst van de relevante stukken plaats.
- De Commissie bestaat ter zitting uit drie leden, waaronder de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter, een lid of plaatsvervangend lid benoemd op voordracht van de gezamenlijke instellingen en een lid of plaatsvervangend lid benoemd op voordracht van de medezeggenschapsorganen.
- De voorzitter heeft de leiding van de zitting. Hij geeft elk van de partijen de gelegenheid haar standpunt toe te lichten.
- Indien voor de sluiting van de zitting blijkt, dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan de Commissie bepalen dat de behandeling ter zitting op een door de Commissie te bepalen tijdstip zal worden voortgezet. Daarbij kunnen aan partijen aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot het bewijs.
- Voordat de behandeling ter zitting wordt gesloten, deelt de voorzitter mede wanneer uitspraak zal worden gedaan.
Heropening onderzoek
Artikel 12
Indien de Commissie van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan zij het heropenen. De Commissie bepaalt daarbij op welke wijze het onderzoek wordt voortgezet. De secretaris doet zo spoedig mogelijk mededeling daarvan aan partijen
Bemiddeling door de Commissie
Artikel 13
- Tijdens de hoorzitting dan wel onmiddellijk hierna, maar in ieder geval uiterlijk drie weken na het horen van partijen, kan de Commissie, indien deze dit gewenst acht, een met redenen omkleed bemiddelingsvoorstel doen.
- De Commissie geeft in dat geval partijen gelegenheid hierop binnen twee weken schriftelijk en gemotiveerd te antwoorden. De voorzitter kan deze termijn verlengen.
- Gaan beide partijen met dit voorstel akkoord, dan wordt het geschil geacht te zijn ingetrokken.
Beraadslaging en uitspraak
Artikel 14
- De Commissie beraadslaagt en beslist in besloten vergadering in de samenstelling van de hoorzitting. Zij beslist bij meerderheid van stemmen.
- De Commissie grondt haar uitspraak uitsluitend op de stukken die voor de zitting zijn overgelegd alsmede op hetgeen ter zitting naar voren is gebracht en, behoudens indien de wederpartij hierdoor wordt benadeeld, op de stukken die ter zitting zijn overgelegd.
Artikel 15
- Binnen zes weken na de laatste zitting dan wel na de laatste uitwisseling van stukken doet de Commissie uitspraak.
- De uitspraken van de Commissie zijn gedagtekend en houden in:
a. de namen en vestigingsplaatsen van de partijen en de namen van de gemachtigden,
b. de gronden, waarop de uitspraak berust,
c. de beslissing, en
d. de namen van de leden van de Commissie die uitspraak hebben gewezen. - De uitspraak wordt door de voorzitter en secretaris ondertekend.
- Partijen ontvangen een afschrift van de uitspraak, waarbij hen op de mogelijkheid van beroep overeenkomstig artikel 9.46 lid 1 WHW wordt gewezen.
- Indien de Commissie door dwingende omstandigheden niet in staat is geweest binnen de daarvoor gestelde termijn uitspraak te doen, deelt de secretaris dit aan partijen mede en wordt zo spoedig mogelijk uitspraak gedaan.
Bijzondere procedure voor spoedeisende gevallen
Artikel 16
- Indien een geschil een versnelde behandeling door de Commissie vereist, kan de voorzitter, op schriftelijk verzoek van de partij(en) die het geschil bij de Commissie heeft (hebben) aangebracht, besluiten het geschil versneld te behandelen en het bepaalde in de artikelen 3 en 4 geheel of gedeeltelijk buiten toepassing te laten.
- De voorzitter bepaalt alsdan zo spoedig mogelijk de plaats waar en de dag en het uur waarop het geschil mondeling zal worden behandeld en doet daarvan onverwijld mededeling aan partijen.
- Blijkt de Commissie bij de mondelinge behandeling dat het geschil niet voldoende spoedeisend is om een versnelde behandeling te rechtvaardigen, of dat een versnelde behandeling van het geschil een onevenredig nadeel met zich mee zou brengen in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dan bepaalt de Commissie dat aan het bepaalde in de artikelen 3 en 4 alsnog onverkort toepassing wordt gegeven.
- De Commissie doet in geschillen die een spoedeisend karakter hebben zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twee weken na de mondelinge uitspraak.
Intrekking van het geschil en einde van de procedure
Artikel 17
- De verzoeker kan bij schriftelijke, gedagtekende en ondertekende kennisgeving of mondeling ter zitting aan de Commissie mededelen dat het geschil wordt ingetrokken.
- Een geschil eindigt door:
a. een uitspraak van de Commissie;
b. een door partijen aanvaard bemiddelingsvoorstel;
c. intrekking van het geschil .
Termijnen
Artikel 18
Indien door dwingende omstandigheden de Commissie niet in staat is geweest binnen de daarvoor gestelde termijn zitting te houden of uitspraak te doen, deelt de secretaris dit na overleg met de voorzitter aan partijen mede en wordt zo spoedig mogelijk een hoorzitting belegd of uitspraak gedaan.
Vertrouwelijkheid
Artikel 19
- Alle op de zaak betrekking hebbende stukken dienen ter vertrouwelijke kennisneming van de Commissie. Anderen dan de partijen en hun gemachtigden en adviseurs mogen vanwege de Commissie deze stukken niet inzien of hiervan afschriften of uittreksels maken.
- De leden van de Commissie en de secretaris zullen al hetgeen zij in verband met een geschil vernemen als vertrouwelijk beschouwen.
- Zodra de Commissie uitspraak heeft gedaan, zenden de leden de in hun bezit zijnde stukken die op het geschil betrekking hebben, aan het secretariaat, dat zorg draagt voor archivering van één volledig dossier en voor vernietiging van de overige stukken.
Aansprakelijkheid
Artikel 20
De Commissie, de leden van de Commissie en het secretariaat, zijn niet aansprakelijk voor de gevolgen van de uitspraken en werkzaamheden.
Bekendmaking van het reglement en de uitspraken en adviezen
Artikel 21
Het reglement en de uitspraken van de Commissie worden in geanonimiseerde vorm gepubliceerd op de website van de Stichting: www.onderwijsgeschillen.nl
Artikel 22
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de voorzitter, de overige leden van de Commissie gehoord.
Nevenfuncties commissieleden
Artikel 23
Op verzoek van één of meer partijen wordt een lijst van nevenfuncties van commissieleden toegezonden.
Wijziging en inwerkingtreding van het reglement
Artikel 24
- Een voorstel tot wijziging van dit reglement kan bij de secretaris worden ingediend door:
a. een Commissielid;
b. de Stichting Onderwijsgeschillen
c. de HBO-raad en/of de VSNU en/of vertegenwoordigers van de medezeggenschapsorganen.
Dit reglement treedt in werking op 1 september 2010
Zojuist verschenen: jaarverslag Onderwijsgeschillen 2011 en jaarverslag van de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs 2011
Uitspraak LCG WMS 11 april 2012 : termijnen voor indienen van instemmingsgeschil zijn dwingend
Nieuwe publicatie Onderwijsgeschillen: artikel in School en Wet over disciplinaire maatregel
Arrest Ondernemingskamer inzake vordering tot naleving WMS m.b.t. vergoeding kosten van rechtsbijstand
Advies Landelijke Bezwarencommissie Schoolbestuursbeslissingen (LBS): ontslag uit ID-betrekking
