Informatie over de procedure bij LCG WMS in kort bestek

1. Inleiding

De Wet medezeggenschap op scholen (WMS) biedt aan het bevoegd gezag en de medezeggenschapsorganen in een aantal gevallen de mogelijkheid een geschil voor te leggen aan de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (LCG WMS). In deze tekst gaat het vanwege de leesbaarheid verder alleen over de MR. Maar waar MR staat kan even goed de GMR, een deelraad, een groepsraad, een themaraad, de ouder- of leerlinggeleding of de personeelsgeleding gelezen worden.

De wet (artikel 31 WMS) onderscheidt vier soorten geschillen:

Artikel 31 Wet medezeggenschap op scholen

aard

partij die geschil indient

reden

instemmingsgeschil

bevoegd gezag

voorgenomen besluit van bevoegd gezag krijgt van MR niet de vereiste instemming

reglementsgeschil

bevoegd gezag

- medezeggenschapsraad

voorgestelde medezeggenschapsreglement of –statuut krijgt van de MR niet de vereiste instemming

adviesgeschil

medezeggenschapsraad

bevoegd gezag neemt besluit en wijkt daarbij af van het advies dat de MR daarover gaf

interpretatiegeschil

bevoegd gezag

- medezeggenschapsraad

verschil van mening over interpretatie van een bepaling uit de WMS, het medezeggenschapsreglement of -statuut


In het navolgende leest u hoe de LCG WMS een geschil behandelt.

2. Het indienen van een geschil.

De LCG WMS wordt ondersteund door het secretariaat van de Stichting Onderwijsgeschillen. U kunt een geschil schriftelijk indienen bij de Stichting Onderwijsgeschillen ter attentie van de LCG WMS. Het adres van Onderwijsgeschillen vindt u hier
In het verzoekschrift omschrijft u duidelijk waar het geschil over gaat en tussen wie het geschil is ontstaan. Het bijvoegen van notulen, gespreksverslagen, brieven en dergelijke helpt de commissie om een duidelijk beeld van het geschil te krijgen. In het verzoekschrift vermeldt u ook de namen en adressen van de MR en het bevoegd gezag en zo mogelijk de contactpersonen. Ten slotte geeft u in uw verzoekschrift duidelijk aan wat uw verzoek aan de commissie precies inhoudt: wat wilt u bereiken en waarom vindt u dat de commissie dat zou moeten uitspreken (motivering). Als u bij de indiening van het geschil niet alle relevante stukken heeft bijgevoegd, zal het secretariaat u verzoeken om binnen een termijn van twee weken het verzoekschrift aan te vullen. Een verzoekschrift moet tijdig worden ingediend. Voor de verschillende soorten geschillen gelden ook verschillende termijnen waarbinnen u het geschil aan de Commissie kunt voorleggen.

Instemmingsgeschil. Als de MR niet heeft ingestemd met een voorgenomen besluit moet het bevoegd gezag binnen drie maanden aan de MR laten weten of het zijn voorstel intrekt of zal voorleggen aan de commissie. Als het bevoegd gezag het voorgenomen besluit intrekt, blijft de situatie zoals die was. Als het bevoegd gezag het voorgenomen besluit wenst voor te leggen aan de commissie, moet dit binnen zes weken na de mededeling aan de MR gebeuren.
Reglementsgeschil. Ook als de MR niet heeft ingestemd met het medezeggenschapsstatuut of –reglement moet het bevoegd gezag binnen, drie maanden laten weten of het voorstel wordt voorgelegd aan de commissie. Binnen zes weken na die mededeling moet het geschil bij de commissie worden ingediend. Voor de MR geldt geen termijn.
Adviesgeschil. De MR kan een adviesgeschil indienen binnen zes weken nadat het bevoegd gezag heeft meegedeeld een besluit te nemen dat afwijkt van het advies dat de MR heeft uitgebracht. De eerste zes weken na het nemen van het besluit mag het besluit bovendien niet worden uitgevoerd, behalve als de MR daar geen bezwaar tegen heeft.
Interpretatiegeschil. Voor een interpretatiegeschil geldt geen termijn.

Van belang is dat deze wettelijke termijnen ook lopen tijdens de schoolvakanties.

3. Het geschil is ingediend
Na ontvangst van een verzoekschrift gaat het secretariaat van de LCG WMS na of:

  • het een geschil is dat de commissie kan behandelen
  • het geschil tijdig is ingediend
  • en of er voldoende stukken zijn bijgevoegd.

De commissie neemt een geschil in behandeling als het compleet is. Dat wil zeggen dat alle voor het geschil belangrijke stukken in het dossier zitten. Te denken valt met name aan het besluit, waarover het geschil gaat, maar ook aan brieven die daaraan vooraf zijn gegaan, verslagen van vergaderingen waar het onderwerp van geschil is besproken, (onderzoeks)rapporten, etc. Ook vraagt de LCG WMS altijd het medezeggenschapsreglement en het medezeggenschapsstatuut op.
Het secretariaat van de commissie zendt het verzoekschrift in zijn geheel naar de wederpartij tezamen met het verzoek om binnen vier (vakantievrije) weken een verweerschrift in te dienen. De commissie deelt ook aan beide partijen schriftelijk mee op welke datum de commissie van plan is het geschil mondeling te behandelen. Partijen kunnen zo op tijd rekening houden met de zittingsdatum.
Na ontvangst van het verweerschrift stuurt de commissie dat aan de andere partij. Beide partijen en de commissie beschikken zo over hetzelfde dossier. In de begeleidende brief staat wanneer de mondelinge behandeling zal plaatsvinden en welke drie commissieleden het geschil zullen behandelen.

4. De mondelinge behandeling
In de regel volgt na de schriftelijke fase de mondelinge behandeling van het geschil op een openbare zitting van de commissie in het gebouw van de Stichting Onderwijsgeschillen in Utrecht. Maar als meteen al duidelijk is dat de LCG WMS niet bevoegd is om het geschil te behandelen of als duidelijk is dat het verzoek niet ontvankelijk is (bijvoorbeeld omdat het zonder goede reden te laat is ingediend), blijft de mondelinge behandeling achterwege. Dat is ook het geval als de commissie op verzoek of met instemming van beide partijen besluit het geschil alleen schriftelijk te behandelen. Dat gebeurt als de verwachting is dat er eigenlijk niets meer toe te voegen is aan wat partijen al op papier hebben gezet. In de praktijk behandelt de commissie nagenoeg alle geschillen op een zitting.
Beide partijen kunnen zich op de zitting laten bijstaan door een gemachtigde, maar dat hoeft niet. Ook als er een gemachtigde optreedt, stelt de commissie het op prijs dat leden van de MR en het bestuur naar de zitting komen. Zij kunnen het beste vertellen hoe het geschil is ontstaan, wat daarvan de achtergrond is, wat zij al geprobeerd hebben om het op te lossen en waarom dat niet gelukt is.
Tijdens de zitting van de commissie legt de voorzitter eerst de gang van zaken uit. Daarna kan de partij die het verzoek heeft ingediend reageren op het verweerschrift. Daar kan de andere partij vervolgens op reageren. Opm.: ik begin ook wel eens met het stellen van vragen! Omdat de commissie alle stukken van tevoren heeft gelezen, hoeft op de zitting niet herhaald te worden wat al in het verzoekschrift en het verweerschrift staat. De commissie stelt aan beide partijen vragen om een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen van het geschil.
Bijna altijd gaat de commissie na of bemiddeling tot een oplossing kan leiden. Bemiddeling heeft als voordeel dat partijen daarna misschien weer gemakkelijker met elkaar verder kunnen. Maar als bemiddeling niet op prijs gesteld wordt, bijvoorbeeld omdat partijen al zelf geprobeerd hebben om hun geschil op te lossen, zal de commissie uitspraak doen.

5. De beraadslaging
Aan het einde van de mondelinge behandeling sluit de voorzitter de zitting en verlaten de partijen de zittingzaal. De commissie stelt in beslotenheid (in raadkamer) haar oordeel over het geschil vast.

6. De uitspraak
Binnen zes vakantievrije weken na de mondelinge behandeling ontvangt u het oordeel van de commissie in de vorm van een schriftelijke uitspraak.
Bij een instemmingsgeschil spreekt de commissie uit of de MR in redelijkheid instemming aan het voorgenomen besluit heeft kunnen onthouden. Oordeelt de commissie dat de MR in redelijkheid zijn instemming heeft onthouden, dan mag het bevoegd gezag het besluit niet uitvoeren, behalve als de commissie heeft bepaald dat de MR weliswaar in redelijkheid zijn instemming aan het voorstel heeft onthouden maar dat er zwaarwegende omstandigheden zijn die het voorstel van het bevoegd gezag rechtvaardigen.
In geval van een reglementsgeschil spreekt de commissie uit hoe de bepaling, waarover het geschil gaat, in het reglement of statuut moet worden opgenomen.
Bij een adviesgeschil beoordeelt de commissie of het bevoegd gezag in redelijkheid heeft kunnen afwijken van het advies van de MR en of het besluit van het bevoegd gezag in stand kan blijven.
Bij een interpretatiegeschil spreekt de commissie uit welke interpretatie moet worden gegeven aan de bepaling waar het geschil over gaat.
Beide partijen zijn aan de uitspraak van de commissie gebonden.

7. Beroep tegen de uitspraak
Een partij die het niet eens is met een uitspraak van de commissie, kan tegen die uitspraak beroep instellen bij de ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam. U moet het beroep instellen binnen een maand na de uitspraak van de commissie.
De commissie verstuurt de uitspraak in beginsel niet in een schoolvakantie. Zo hebben partijen de tijd om te bedenken of zij in beroep willen gaan en kunnen zij zich daarover laten adviseren. Maar als er haast is bij een uitspraak kan de commissie op de zitting met partijen afspreken dat de uitspraak wel in de vakantie verstuurd wordt. Er wordt dan duidelijk afgesproken wanneer partijen de uitspraak kunnen verwachten en naar wie de uitspraak verstuurd moet worden.
Voor de procedure bij de ondernemingskamer is, anders dan bij de LCG WMS, bijstand van een advocaat verplicht. De ondernemingskamer beoordeelt of de commissie de wet juist heeft toegepast. Dat betekent ook dat de ondernemingskamer niet meer opnieuw een belangenafweging maakt. Na de uitspraak van de ondernemingskamer is geen hoger beroep meer mogelijk.

8. Ten slotte
De LCG WMS streeft ernaar u binnen een redelijke termijn een onafhankelijk oordeel te geven over het geschil. Gemiddeld duurt de hele behandeling van het geschil ongeveer drie maanden.
Gedurende deze procedure, maar ook daarvoor en daarna, mogen MR-leden van hun lidmaatschap van de MR geen nadelige gevolgen ondervinden in hun verhouding tot de school. Het is de taak van het bevoegd gezag om daarvoor te zorgen (artikel 3 lid 12 WMS). Leden van de MR die menen dat zij vanwege hun lidmaatschap van de MR benadeeld worden, kunnen dit melden bij de onderwijsinspectie.
Op deze pagina informeren wij u over de procedure als er al een geschil is ingediend. Meer informatie over de procedure kunt u vragen bij Onderwijsgeschillen. Telefonisch zijn wij tijdens kantooruren bereikbaar onder nummer 030 2809590, per e-mail op het adres info@onderwijsgeschillen.nl.

Informatie over de werkzaamheden van de LCG WMS en de Stichting Onderwijsgeschillen is te vinden op deze site. Daar vindt u bijvoorbeeld eerdere uitspraken en het reglement van de commissie.

U kunt Start bestandsdownloadhier de informatiebrochure over de procedure bij de LCG WMS downloaden.

Adressen:

LCG WMS
p/a Stichting Onderwijsgeschillen
Postbus 85191
3508 AD  Utrecht

Gerechtshof Amsterdam
t.a.v. de Ondernemingskamer
Postbus 1312
1000 BH  Amsterdam

Delen via:LinkedInE-mail
Print pagina