02-05-2012
105154 - 12.08 Interpretatiegeschil HBO met betrekking tot het taakbelastingsbeleid van de opleiding
Het taakbelastingsbeleid van de opleiding is van toepassing op de personeelsleden en heeft gevolgen voor de rechtspositie van het personeel. Het voorstel over het taakbelastingsbeleid betreft daarom een aangelegenheid van algemeen belang voor de bijzondere rechtstoestand van het personeel in de hogeschool als bedoeld in artikel 10.24 lid 1. Deze aangelegenheid is niet inhoudelijk geregeld bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst, derhalve is de Commissie bevoegd over het geschil te oordelen. De vraag die voorligt is of het instemmingsrecht met betrekking tot het taakbelastingsbeleid zich uitstrekt tot de aan dat beleid ten grondslag liggende normen. Partijen verschillen daarover van mening. Om te kunnen beoordelen wat de gevolgen van het voorgenomen taakbelastingsbeleid en de daarmee samenhangende systematiek zijn, is het noodzakelijk om de daaraan te grondslag liggende normen te kennen en deze op hun gevolgen te kunnen beoordelen. Deze normen betreffen bijvoorbeeld voorbereidingstijd, opslagfactoren en professionalisering. Zij vormen één geheel met het taakbelastingsbeleid en de daarmee samenhangende systematiek. De aan het taakbeleid ten grondslag liggende normen maken daarvan onderdeel uit en dienen daarom als onderdeel van het taakbeleid op grond van artikel 10.24 WHW ter instemming aan de personeelsgeleding van de domeinraad te worden voorgelegd. De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-04-2012
105261 - 12.07 Instemmingsgeschil PO - artikel 10 aanhef en onder h WMS (scholenfusie)
De MR heeft geweigerd in te stemmen met een fusie van de school met een andere school van het bevoegd gezag. Er is geen fusie-effectrapportage opgesteld. Met de inwerkingtreding van de Wet fusietoets in het onderwijs per 1 oktober 2011 is de aangelegenheid van artikel 10 onder h WMS uitgebreid: de MR heeft ook instemmingsbevoegdheid gekregen met betrekking tot de vaststelling van de fusie-effectrapportage. Uit de MvT bij het wetsvoorstel Fusietoets in het onderwijs blijkt dat artikel 64a lid 3 WPO zo uitgelegd moet worden dat de verplichting tot het opstellen van een fusie-effectrapportage ook geldt als voor de fusie geen ministeriële goedkeuring vereist is. Doordat de MR niet beschikte over deze wettelijk voorgeschreven fusie-effectrapportage heeft hij onvoldoende inzicht kunnen krijgen in de doelen, effecten en gevolgen van het voorgenomen fusiebesluit zodat de MR in redelijkheid tot onthouding van zijn instemming heeft kunnen komen. Nu de wettelijke fusie-effectrapportage, die onder meer is bedoeld om de zwaarwegende omstandigheden in kaart te brengen, ontbreekt kan redelijkerwijze niet worden gezegd dat er zwaarwegende omstandigheden zijn die het fusievoorstel rechtvaardigen. De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-04-2012
105202 - 12.06 Instemmingsgeschil VO - artikel 12 lid 1 onder h WMS (taakverdeling en taakbelasting personeel)
De PMR heeft niet ingestemd met het voorgenomen besluit om de afdelingsleiders vrij te stellen van lesgeven. De Commissie overweegt dat de argumenten die over en weer zijn gewisseld geen van alle onredelijk zijn. De PMR is het bevoegd gezag wel in belangrijke mate tegemoet gekomen. Ten aanzien van de argumenten van de PMR overweegt de Commissie dat de komende jaren bezuinigd moet worden en vast staat dat het voorstel niet kosten-neutraal doorgevoerd kan worden. De LD-docent moet in staat geacht worden een bijdrage te leveren aan de taken van de afdelingsleider. Een aanzienlijk deel van het personeel is het eens met het argument van de PMR dat een afdelingsleider zijn taak alleen goed kan verrichten als hij ook les geeft, zodat hiervoor breed draagvlak is. Het voorgestane beleid kan niet worden onderbouwd met goede voorbeelden in vergelijkbare scholen. De argumenten van de PMR zijn in onderlinge samenhang bezien van zodanig gewicht, dat geoordeeld moet worden dat de PMR in redelijkheid zijn instemming aan het voorstel heeft kunnen onthouden. Dat er sprake is van bepaalde zwaarwegende omstandigheden die het voorstel rechtvaardigen, is door het bevoegd gezag niet gesteld. Het is de Commissie ook niet gebleken dat het niet invoeren van de lesvrije afdelingsleider zal leiden tot ernstige organisatorische of financiële problemen voor de school. De PMR heeft in redelijkheid tot het onthouden van instemming kunnen komen en er zijn geen zwaarwegende omstandigheden die het voorstel van het bevoegd gezag rechtvaardigen. De complete tekst kunt u hier downloaden.
12-04-2012
105188 - 12.05 Instemmingsgeschil VO; artikel 12 lid 1 onder h WMS (taakbeleid) en artikel 32 lid 1 WMS
Ingevolge artikel 32 lid 1 WMS diende het bevoegd gezag binnen drie maanden na het onthouden van de instemming, aan de PMR mede te delen of het voorstel wordt ingetrokken dan wel wordt voorgelegd aan de Commissie. Indien deze mededeling niet binnen drie maanden wordt gedaan of niet binnen zes weken na die mededeling het instemmingsgeschil aan de Commissie wordt voorgelegd, vervalt het voorstel van het bevoegd gezag. Niet gebleken is dat het bevoegd gezag een dergelijke mededeling binnen de gestelde termijn van drie maanden heeft gedaan, noch dat het geschil vervolgens binnen de in genoemd artikellid gestelde termijn van zes weken na de drie maanden aan de Commissie is voorgelegd. Aldus is het voorstel van het bevoegd gezag vervallen, vanwege het verstrijken van de voor indiening van het geschil in de WMS gestelde termijn. Het verzoek is niet-ontvankelijk. De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-04-2012
105221 - 12.04 Instemmingsgeschil VO - artikel 10 onder b WMS (schoolplan) en artikel 32 lid 1 WMS
De MR heeft op 8 november 2010 geweigerd instemming te verlenen aan het voorgenomen besluit van het bevoegd gezag om het vakkenpakket voor de bovenbouw havo en vwo te wijzigen. De termijn voor de mededeling van het bevoegd gezag dat het geschil zal worden voorgelegd aan de Commissie verstreek op 9 februari 2011. Het bevoegd gezag heeft de MR op 7 november 2011 meegedeeld een geschil aanhangig te zullen maken. Vast staat dat het bevoegd gezag niet binnen de termijn als genoemd in artikel 32 lid 1 WMS aan de MR heeft meegedeeld een geschil bij de Commissie aanhangig te zullen maken. Dat het medezeggenschapsreglement bepaalt dat een geschil eerst voorgelegd dient te worden aan de Adviescommissie Medezeggenschap Gereformeerd Schoolonderwijs maakt dit niet anders. Gelet op het dwingende karakter van de WMS kan slechts in de in de wet genoemde gevallen worden afgeweken van de bepalingen van de WMS. De wet biedt niet de ruimte om in het medezeggenschapsreglement van de termijnen als genoemd in artikel 32 lid 1 WMS af te wijken. Het voorgenomen besluit is vanwege overschrijding van de voor indiening van een instemmingsgeschil geldende termijnen, vervallen. Verzoek niet-ontvankelijk. De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-03-2012
105207/105212/105224/105228 - 12.03 Interpretatie-, advies- en instemmingsgeschil PO - reorganisatie (artikelen 10 onder b, 11 onder f en 12 onder b WMS, 22 onder f medezeggenschapsreglement)
Een onderzoeksbureau heeft rapport opgesteld over de doorgroei van het stafbureau. Dit rapport is reden geweest om een ander onderzoeksbureau opdracht te geven de geadviseerde koers door te trekken naar de hele organisatie. Dit heeft geresulteerd in een nieuw rapport. Inzake het interpretatiegeschil: het rapport heeft uitsluitend betrekking op de organisatie van de scholen en het stafbureau en kan niet worden aangemerkt als het schoolplan als genoemd in artikel 10 onder b WMS. Het belangrijkste argument van de GMR om aan het rapport een positief advies te onthouden is gelegen in het tijdstip waarop hij in het hele hervormingsproces is betrokken. Het lijkt er inderdaad op dat de uitgangspunten voor het rapport afkomstig zijn uit het eerdere rapport. Het had op de weg van de GMR gelegen om deze uitgangspunten in het overleg met het CvB aan de orde te stellen indien hij het met deze uitgangspunten niet eens was. Bevoegd gezag heeft in redelijkheid aan het advies voorbij kunnen gaan. De argumenten van de PGMR hebben geen betrekking op het specifiek aan haar voorgelegde verzoek om instemming, te weten de formatieve gevolgen van de hervormingsvoorstellen voor het stafbureau. Aldus heeft de PGMR niet in redelijkheid instemming kunnen onthouden aan het rapport. De GMR heeft instemming onthouden aan het meerjarig Strategisch Beleidsplan. Het reglement van de GMR bepaalt dat aan de GMR adviesrecht toekomt ten aanzien van de vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van scholen. Maar partijen hebben mondeling afgesproken dat de GMR instemmingsrecht heeft ten aanzien van dit plan. Een geschil, dat rijst naar aanleiding van deze buitenwettelijke bevoegdheids-toedeling kan niet aan de Commissie worden voorgelegd op grond van artikel 32 lid 3 WMS (vervangende instemming). Verzoek niet ontvankelijk. De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-02-2012
105158 – 12.02 Interpretatiegeschil PO - artikel 7 lid 1 en artikel 22 onder d WMS en medezeggenschapsstatuut (openbaarheid vergaderingen en openheid en onderling overleg)
De GMR voert aan dat het bevoegd gezag zonder uitnodiging aanwezig is bij GMR-vergaderingen en voorts nodigt het bevoegd gezag schooldirecteuren uit voor de overlegvergaderingen met de GMR. Ook wordt de GMR gevraagd om zijn agenda per e-mail naar de schooldirecteuren te sturen. Openheid en openbaarheid liggen als algemene beginselen ten grondslag aan medezeggenschap op school in het algemeen en aan vergaderingen van de medezeggenschapsorganen en de informatieverstrekking aan achterban en overlegorganen in het bijzonder. Onder omstandigheden kan de noodzaak bestaan om, ter wille van de vrije oordeelsvorming en de ongehinderde besluitvorming in de GMR, een uitzondering te maken op de openbaarheid van de vergaderingen van het desbetreffende medezeggenschapsorgaan. Dit is ook geformaliseerd in artikel 20 lid 1 van het medezeggenschapsreglement van de GMR. Voor de overlegvergaderingen geldt dat bevoegd gezag en GMR - het genoemde artikel 20 zo veel mogelijk analoog toepassend - overeenstemming kunnen bereiken over het vergaderen in beslotenheid. Zou daarover met het bevoegd gezag geen overeenstemming kunnen worden bereikt, dan zou de GMR kunnen overwegen het overleg voor enige tijd op te schorten, of te staken, om in elk geval het interne overleg in beslotenheid te laten plaatsvinden. In dat geval is artikel 20 van het medezeggenschapsreglement GMR weer rechtstreeks van toepassing.
Voor de agendaverspreiding geldt dat de GMR niet door het bevoegd gezag kan worden verplicht om zijn agenda per e-mail naar de schooldirecteuren te sturen, maar dat laat aan de andere kant onverlet de zorgplicht van de GMR om in deze op voldoende wijze inhoud te geven aan de algemene communicatienorm van de GMR zoals neergelegd in artikel 7 van het medezeggenschapsstatuut.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-01-2012
105174 - 12.01 Adviesgeschil VO - artikel 11 onder a WMS (wijzigen lessentabel)
De MR heeft een adviesgeschil ingediend omdat het bevoegd gezag in afwijking van het advies van de MR twee projecturen voor een sportklas in het vmbo heeft ingezet. Deze uren komen in vmbo-tl in de plaats van een begeleidingsuur en het vak verzorging en in het vmko-kb in de plaats van het vak muziek en een uur techniek. Uit het voorschrift van art. 17 aanhef en onder c WMS leidt de Commissie af dat de termijn van zes weken voor het indienen van een adviesgeschil (art. 34 lid 2 WMS) begint te lopen vanaf de schriftelijke mededeling van het bevoegd gezag op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan het uitgebrachte advies, ook al is eerder uitvoering aan het besluit gegeven. Wat betreft de inhoud van het geschil stelt de Commissie vast dat het bevoegd gezag n.a.v. de bezwaren over de bekostiging van de sportklas en n.a.v. de voorgestelde alternatieve bekostigingsvoorstellen van de MR, heeft uiteen gezet wat de argumenten waren om de sportklas op te nemen in de 32-urige schoolweek en waarom de alternatieven niet haalbaar waren. Daarmee zijn de verschillende belangen voldoende afgewogen. Verder is niet gebleken dat als gevolg van het besluit om de lessentabel te wijzigen, de belangen van de school ernstig worden geschaad. Voor wat betreft de schending van de procedurele voorschriften oordeelt de Commissie, dat deze op zichzelf niet zwaarwegend genoeg is om op grond daarvan te oordelen dat het verzoek van de MR gegrond is, met name niet omdat de MR voor de uitvoering van het besluit ervan op de hoogte was dat het bevoegd gezag het advies van de MR naast zich neer zou leggen. Overigens merkt de Commissie nog op dat vorderingen tot naleving door het bevoegd gezag van de verplichtingen jegens de MR op grond van art. 36 lid 1 WMS tot de uitsluitende bevoegdheid van de Ondernemingskamer behoren. Het bevoegd gezag heeft bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn besluit kunnen komen om de lessentabel te wijzigen en om deze vervolgens in te voeren en dit besluit kan in stand blijven. De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-07-2011
105040 – 11.14 Adviesgeschil en instemmingsgeschillen PO - artikel 11 onder c WMS (beëindiging werkzaamheden belangrijk deel van de school)
Op 16 mei 2011 heeft het bevoegd gezag zijn voorgenomen besluit tot sluiting van de locatie ter advisering voorgelegd aan de deelraad en de oudergeleding en de personeelsgeleding verzocht om in te stemmen met de gevolgen van het voorgenomen besluit. Op 15 juni 2011 hebben de deelraad en de geledingen - onder protest daartoe op zo korte termijn gehouden te zijn - negatief geadviseerd respectievelijk hun instemming onthouden. Het bevoegd gezag stelt dat het besluit tot de sluiting van de locatie berust op drie pijlers: veiligheid, de onderwijskundige situatie en de financiële positie van de Stichting. Tegen de besluitvorming van het bevoegd gezag bestaan aan de zijde van de deelraad ernstige procedurele bezwaren. Het beëindigen van de werkzaamheden van een (deel van de) school is een dermate ingrijpend besluit dat van een bevoegd gezag verwacht mag worden dat ouders en personeel in een zo vroeg mogelijk stadium bij de besluitvorming worden betrokken. Gelet op de geschetste omstandigheden heeft het bevoegd gezag nagelaten om de deelraad tijdig en op juiste wijze te betrekken bij de besluitvorming waar dat zeer wel mogelijk was geweest. Aan het besluit om de locatie te sluiten kleven derhalve zodanige procedurele gebreken, dat het besluit reeds hierom niet in stand kan blijven. Een en ander geldt in gelijke mate voor de verzoeken om instemming met de regeling van de gevolgen. De geledingen hebben aan de regeling van de gevolgen van de sluiting in redelijkheid hun instemming kunnen onthouden.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-07-2011
104978 - 11.13 Instemmingsgeschil VO - artikel 12 lid 1 onder k WMS (wijziging regeling arbeidsomstandigheden)
De PGMR heeft geweigerd in te stemmen met het voorgenomen besluit om de geldende bovenwettelijke en boven-CAO-BAPO-regelingen (de zogenoemde BAPO-100 regeling) af te schaffen om het exploitatietekort op te lossen. De belangrijkste maatregel is het niet verlengen van tijdelijke benoemingen en tijdelijke uitbreidingen. De PGMR stelt dat de overstap naar de CAO-regeling nauwelijks besparingen oplevert. Het staat vast dat de stichting over het jaar 2010 een exploitatietekort heeft gekend. Bij ongewijzigd beleid zou ten minste een vergelijkbaar tekort over 2011 ontstaan. Derhalve is het begrijpelijk dat het bevoegd gezag maatregelen heeft getroffen om de exploitatie sluitend te krijgen. Het bevoegd gezag heeft onvoldoende gemotiveerd op welke wijze en in welke omvang het afschaffen van de BAPO-100 regeling substantieel bij zou kunnen dragen aan het verminderen van het exploitatietekort. Evenmin heeft het bevoegd gezag voldoende gemotiveerd waarom het door de PGMR aangedragen alternatief niet een vergelijkbare bijdrage aan het terugdringen van het tekort zou kunnen opleveren. Van zwaarwegende omstandigheden, die het voorstel van het bevoegd gezag rechtvaardigen, is niet gebleken. Met name het exploitatietekort kan niet als zodanig worden aangemerkt omdat de reeds ingevoerde maatregelen ruimschoots voldoende zijn om het exploitatietekort weg te werken.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-07-2011
104951 - 11.12 Instemmingsgeschil VO - artikel 10 aanhef en onder e WMS (gezondheidsbeleid)
Het bevoegd gezag heeft een voorgenomen besluit tot het instellen van een rookverbod voor het personeel ter instemming aan de MR voorgelegd. De PMR heeft hierop zijn instemming onthouden. De PMR meent dat er sprake is van een wijziging van de arbeidsomstandigheden, waarvoor de PMR instemmingsrecht heeft. Het voorgenomen besluit tot het instellen van een rookverbod is genomen in het kader van het totale anti-rookbeleid binnen de school. Op grond van dit beleid is in eerste instantie besloten tot een rookverbod voor de leerlingen en vervolgens was het de bedoeling van het bevoegd gezag om het verbod ook te laten gelden voor het personeel. Het voorgestelde rookverbod past derhalve in het totale beleid op het gebied van veiligheid en gezondheid voor zowel de leerlingen als het personeel. Daarom dient het bevoegd gezag dit voorgenomen besluit met betrekking tot het vaststellen of wijzigen van regels op het gebied van gezondheid en veiligheid op grond van artikel 21 aanhef en onder e van het medezeggenschapsreglement (gelijkluidend aan artikel 10 aanhef en onder e WMS) ter instemming voor te leggen aan de gehele MR. Nu in dit geschil niet de juiste partijen betrokken zijn (niet de MR maar de PMR heeft instemming geweigerd) is het bevoegd gezag niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
29-06-2011
104917 - 11.11 Adviesgeschil en interpretatiegeschil PO - artikel 11 onder h WMS (aanstelling of ontslag van de schoolleiding)
De MR heeft een negatief advies over een voorgenomen besluit tot ontslag van de directeur uitgebracht. Het bevoegd gezag heeft het ontslag ingetrokken. Door deze intrekking is er geen sprake meer van een 'genomen besluit' als bedoeld in artikel 31 aanhef en onder c WMS waarover een adviesgeschil aan de Commissie kan worden voorgelegd. Daarom is het verzoek van de MR tot behandeling van een adviesgeschil niet-ontvankelijk. De MR heeft adviesrecht ten aanzien van de aanstelling van een interim-directeur. Dat reeds in 2010 door de MR positief advies was uitgebracht over de aanstelling van een interim-directeur betekent niet dat voor de voorgenomen aanstelling van andere interim-directeuren geen advies meer is vereist. Voorts is de Commissie niet bevoegd te oordelen over de naleving van artikel 17 WMS en is de Commissie niet bevoegd te oordelen over de vraag of het directiestatuut of het managementstatuut op de school van toepassing is.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-05-2011
104902 - 11.10 Interpretatiegeschil PO - artikel 8 lid 2 onder a en c WMS (informatierecht)
De MR heeft aangevoerd dat het bevoegd gezag gehouden is om op schoolniveau een begroting en jaarverslag te verstrekken. Volgens het bevoegd gezag is de GMR de gespreks- en overlegpartner van het bevoegd gezag m.b.t. de begroting en het jaarverslag op organisatieniveau. De Commissie overweegt dat uit de bewoordingen van artikel 8 lid 1WMS volgt dat een MR zijn taak alleen maar op een zinvolle manier kan uitoefenen als deze tijdig beschikt over voldoende en relevante informatie. Tijdig wil zeggen op een zodanig tijdstip dat de MR de informatie bij de voorbereiding van zijn besluitvorming kan betrekken. Tot deze informatie rekent de Commissie de begroting en het jaarverslag op schoolniveau. De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-05-2011
104838 - 11.09 Instemmingsgeschil PO - artikel 12 onder b WMS (vaststelling van de formatie)
De PGMR heeft instemming onthouden aan het bestuursformatieplan, waarin een reductie van 20 fte was opgenomen. Het werkgebied van het bevoegd gezag is een krimpregio met dalende leerlingaantallen. De in het schooljaar 2010-2011 te realiseren personeelsreductie zou niet leiden tot gedwongen ontslagen. Het bevoegd gezag heeft de noodzakelijke bezuinigingen gerelateerd aan het geschatte aantal leerlingen uitgesmeerd over alle onder zijn gezag staande scholen. Het was niet mogelijk om het overleg over een sociaal plan te starten omdat de vakbonden niet wensten te overleggen alvorens het bestuursformatieplan was vastgesteld. De PGMR stelt dat de noodzaak van de door het bevoegd gezag voorgestelde maatregelen onvoldoende is aangetoond. Ook het tempo van reductie is te hoog en er is onvoldoende garantie voor behoud kwaliteit. Onder de geschetste omstandigheden - dalend leerlingenaantal, een daarmee samenhangende financiële krimp en nog geen strategisch beleidsplan om maatregelen op te kunnen baseren - was de door het bevoegd gezag gekozen optie, bestaande uit het evenredig uitsmeren van de bezuiniging over alle scholen, reëel. De PGMR heeft niet in redelijkheid instemming kunnen onthouden. De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-05-2011
104913 - 11.08 Interpretatiegeschil PO - artikel 28 lid 2 WMS (regeling kosten inhuur deskundigen en kosten van het voeren van rechtsgedingen).
De MR heeft in het kader van een aantal geschillen met het bevoegd gezag rechtskundige bijstand ingehuurd en is van oordeel dat het bevoegd gezag tot vergoeding van de kosten dient over te gaan. Artikel 14 lid 2 van het medezeggenschapsstatuut bevat in uitvoering van artikel 22 aanhef en onder e WMS de wijze waarop de beschikbaarstelling van de faciliteiten als bedoeld in artikel 28 lid 2 WMS wordt ingevuld. Het is aan het bevoegd gezag om over te gaan tot toepassing van artikel 14 lid 2 van het medezeggenschapsstatuut. Naar het oordeel van de Commissie is de kwestie die partijen verdeeld houdt niet een zaak van interpretatie van artikel 28 lid 2 WMS maar een vraag over de nakoming van de verplichtingen van het bevoegd gezag, voortvloeiend uit de WMS. Nakomingsvorderingen behoren ingevolge artikel 36 lid 2 WMS tot de exclusieve bevoegdheid van de Ondernemingskamer bij het gerechtshof te Amsterdam. Dientengevolge is de Commissie niet bevoegd een oordeel te geven.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
09-05-2011
104821 - 11.07 Adviesgeschil en interpretatiegeschil PO - artikel 11 onder n en artikel 17 WMS (nieuwbouw en nakoming)
De MR heeft over een voorgenomen nieuwbouw op locatie K. positief advies afgegeven. Nadat het advies was uitgebracht, is het bevoegd gezag teruggekomen op dit voorgenomen besluit. Het terugkomen op dit voorgenomen besluit behoort tot de discretionaire bevoegdheid van het bevoegd gezag en kan niet worden aangemerkt als het niet volgen van het advies van de MR. Het voornemen tot nieuwbouw aan locatie R kan daarbij niet als een afwijking van het voorgenomen besluit tot nieuwbouw aan K worden gezien. Het betreft een eigenstandig - aan medezeggenschap onderworpen - besluit dat volgt op de beslissing niet over te gaan tot nieuwbouw aan K. Hetzelfde geldt voor het besluit van het bevoegd gezag zijn voornemen in te trekken om tot nieuwbouw op de locatie R over te gaan. De intrekking van een voorgenomen besluit is niet een besluit dat aan medezeggenschap is onderworpen. De Commissie is niet bevoegd over het verzoek van de MR ten aanzien van de intrekking van de twee besluiten te oordelen. Het bevoegd gezag heeft in zijn verweerschrift aangegeven met de MR van oordeel te zijn dat het voorgenomen besluit tot nieuwbouw op de locatie R voor advies voorgelegd had dienen te worden aan de MR. Van enig voorgenomen besluit van het bevoegd gezag tot verbouwing van de huidige school is niet gebleken. Van verschil in mening over interpretatie van wet of reglement is derhalve niet gebleken. In deze verzoeken is de MR niet-ontvankelijk. Voor wat betreft de stelling van de MR dat het bevoegd gezag artikel 17 WMS niet heeft nageleefd geldt dat een vordering tot naleving van de verplichtingen van het bevoegd gezag voortvloeiende uit de WMS op grond van artikel 36 lid 2 WMS tot de exclusieve bevoegdheid van de Ondernemingskamer bij het gerechtshof te Amsterdam behoort. De Commissie is niet bevoegd hierover te oordelen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-03-2011
104841 - 11.06 Instemmingsgeschil VO - artikel 13 aanhef en onder b WMS (verandering grondslag)
In het kader van een besturenfusie heeft het bevoegd gezag het voornemen om de grondslag van de bij de fusie betrokken bijzondere school en openbare school te wijzigen in algemeen bijzonder. De OMR van de openbare school heeft niet ingestemd met de voorgenomen grondslagwijziging omdat de openbare verantwoording na wijziging van de grondslag onvoldoende is gewaarborgd, niet is bewerkstelligd dat het openbaar karakter van de school gewaarborgd blijft en er niet op is toegezien dat er voldoende invloed vanuit het openbaar bestuur op de school zal zijn. Gebleken is dat de grondslagwijziging niet genoegzaam nader is uitgewerkt, met name de formele en materiële borging van het karakter van het openbaar onderwijs in de op te stellen statuten. Dat deze nog vorm gegeven dienen te worden en onderwerp van besluitvorming door het nieuw te vormen bestuur zullen zijn, is onvoldoende om van de OMR onverkort instemming met de voorgenomen grondslagwijziging te verlangen. Een ingrijpende maatregel als grondslagwijziging dient in al zijn facetten uitgewerkt te worden vooraleer de OMR kan worden gevraagd om al dan niet met de grondslagwijziging in te stemmen. De OMR heeft in redelijkheid instemming kunnen onthouden aan de voorgenomen wijziging van de grondslag van de school. Aan de Commissie zijn geen zwaarwegende omstandigheden gebleken die het voorgenomen besluit rechtvaardigen. De complete tekst kunt u hier downloaden.
18-03-2011
104826 - 11.05 Instemmingsgeschil en interpretatiegeschil VO - artikel 12 lid 1 onder h WMS (taakverdeling/taakbelasting personeel)
Het bevoegd gezag deelde uren aan het personeel toe voor algemene schooltaken, zoals vergaderingen. Hierbij werd een vaste voet gehanteerd die het bevoegd gezag nu wil laten vallen. Het bevoegd gezag is tegemoet gekomen aan de belangrijkste bezwaren die de PMR tegen de vermindering van de uren voor algemene schooltaken heeft geuit. Onder deze omstandigheden heeft de PMR niet in redelijkheid tot het onthouden van instemming kunnen komen. Het in de jaartaak niet meer opnemen van toetsweken als lesweken heeft gevolgen voor een aantal afgeleiden hiervan zoals de honorering van voor- en nawerk. Omdat het aantal lesweken teruggebracht wordt (in casu van 39 naar 36), veranderen ook de normeringen die aan dit aantal zijn gekoppeld. Door dit besluit treedt derhalve een wijziging op in de taakbelasting binnen het personeel. Aan de PMR komt op grond van artikel 12 lid 1 onder h WMS instemmingsrecht toe. Het trekkingsrecht is in de CAO VO geregeld in artikel 7.2. Dit recht is van individuele aard en behoort niet tot de onderwerpen die op grond van de WMS of het medezeggenschapsreglement aan instemming of advies van de PMR zijn onderworpen; het vormt geen onderdeel van de taakverdeling/taakbelasting als genoemd in artikel 12 lid 1 onder h WMS.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
21-02-2011
104803 - 11.04 Instemmingsgeschil PO - artikel 12 onder b en artikel 32 lid 1 WMS (formatieplan en termijn indienen geschil)
Mede op basis van het Plan van Aanpak heeft het bevoegd gezag een voorgenomen formatieplan 2010/2011 opgesteld en aan de PMR ter instemming voorgelegd. De PMR weigerde in te stemmen. Volgens de PMR heeft het bevoegd gezag niet binnen drie maanden na het onthouden van instemming aan het voorgestelde formatieplan aan de PMR meegedeeld dat het voorstel aan de Commissie zou worden voorgelegd (artikel 32 lid 1 WMS). Verlenging van de desbetreffende termijn zou denkbaar zijn indien het bevoegd gezag en de PMR aanvullend overleg zouden hebben gevoerd over het formatieplan ten einde alsnog overeenstemming te bereiken. Van dergelijk overleg is echter niet gebleken. Partijen zijn in een gesprek overeengekomen de termijn van drie maanden, genoemd in artikel 32 lid 1 WMS, te verlengen maar het betreft een wettelijke vervaltermijn die niet vrijelijk door partijen kan worden gewijzigd. Het bevoegd gezag is niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-02-2011
104823 - 11.03 Instemmingsgeschil PO - artikel 12 onder b WMS (bestuursformatieplan)
De PGMR heeft met een onderdeel van het bestuursformatieplan niet ingestemd, namelijk het voorstel om de aanstelling van de algemeen directeur voor het schooljaar 2010/2011 met 0,2 fte uit te breiden. Er moet bezuinigd worden, ook op managementniveau en niet is aangetoond dat uitbreiding noodzakelijk is, aldus de PGMR. Volgens het bevoegd gezag is de uitbreiding nodig om de op handen zijnde fusie voor te bereiden en zou het inhuren van externe deskundigheid voor de extra werkzaamheden duurder zijn dan het uitbreiden van de aanstelling van de algemeen directeur. Omdat het bevoegd gezag beide argumenten niet heeft onderbouwd en niet is gebleken dat het bevoegd gezag heeft onderzocht of de voorbereiding van de fusie mogelijk is zonder de tijdelijke uitbreiding, heeft de PGMR naar het oordeel van de Commissie in redelijkheid kunnen komen tot het onthouden van instemming aan de voorgestelde tijdelijke uitbreiding van de aanstelling van algemeen directeur. Voorts is niet gebleken dat sprake is van bepaalde zwaarwegende omstandigheden die het voorstel van het bevoegd gezag rechtvaardigen. De PGMR heeft in redelijkheid tot het onthouden van instemming kunnen komen en er zijn geen zwaarwegende omstandigheden die het voorstel rechtvaardigen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-01-2011
104769 - 11.02 Instemmingsgeschil SO - artikel 12 onder h WMS (samenstelling formatie)
De PMR stemde niet in met het voorgestelde formatieplan omdat de werkgever wenst over te gaan tot invoering van de functiemix zonder fasering. Uit het gebruik van het woord "uiterlijk" in artikel 5.3a CAO-PO leidt de Commissie af dat het geleidelijk toegroeien naar de gewenste verdeling van functies niet verplicht is. Het staat het bevoegd gezag vrij om de verdeling zoals deze in 2014 uiteindelijk zou dienen te zijn, reeds eerder te realiseren. In de omstandigheden van dit geval is sprake van drie medewerkers op de instelling die reeds werkzaam zijn in de door de werkgever beoogde functies die volgens schaal LC bezoldigd zullen worden. Deze werknemers worden door het bevoegd gezag ook geschikt geacht voor de beoogde functies terwijl anderzijds gebleken is dat er binnen de organisatie geen andere kandidaten voor deze functies zijn noch dat werknemers te kennen hebben gegeven op termijn voor deze functies in aanmerking te willen komen. Bij geleidelijk toegroeien naar de beoogde invulling van de LC-functies, zal een situatie ontstaan waarbij één werknemer in schaal LC zal zijn benoemd terwijl zijn/haar twee collega's die hetzelfde werk verrichten nog in de oude lagere schaal blijven ingedeeld. Het jaar erop zal dit wijzigen in twee collega's die in schaal LC worden bezoldigd terwijl de derde collega nog in de oude lagere schaal blijft ingedeeld. Het is begrijpelijk dat het bevoegd gezag als werkgever deze gang van zaken onwenselijk vindt. De PMR heeft niet in redelijkheid tot onthouden van instemming aan het voorgenomen besluit tot vaststelling van het formatieplan 2010-2011 kunnen komen. Het bevoegd gezag kan het besluit ten uitvoer leggen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-01-2011
104642 - 10.15 Instemmingsgeschil PO - artikel 12 onder g WMS (toekenning toelage aan bovenschools directeur)
De PGMR heeft geweigerd in te stemmen met een voorgenomen besluit om aan de algemeen directeur analoog aan artikel 6.29a CAO PO een toelage toe te kennen. De PGMR heeft de onthouding van de instemming een aantal keren bevestigd. Volgens het bevoegd gezag werd ten gevolge van de toelage voor directeuren een bij de benoeming van de algemeen directeur bewust gecreëerd beloningsverschil tussen (één van) de directeuren en de algemeen directeur geheel teniet gedaan. Een dergelijke redengeving dient te worden aangemerkt als passend bij een ad hoc-besluit, uitsluitend geschikt en bedoeld om in een incidenteel geval te gelden. Derhalve betreft het niet de vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toekenning van salarissen, toelagen en gratificaties aan het personeel als genoemd in de wet en het reglement. De Commissie is niet bevoegd kennis te nemen van het verzoek.Ten overvloede overweegt de Commissie dat als zij wel bevoegd was geweest, het verzoek van het bevoegd gezag niet-ontvankelijk zou zijn vanwege overschrijding van de termijn van drie maanden als bedoeld in artikel 32 lid 1 WMS. Als er na de onthouding van de instemming door het medezeggenschapsorgaan, geen reëel overleg tussen partijen plaatsvindt, loopt de termijn van drie maanden vanaf het moment waarop de instemming is onthouden. Van reëel overleg is alleen sprake als partijen bereid en in staat zijn om hun standpunten nader te onderbouwen. In het onderhavige geval is niet gebleken dat het bevoegd gezag in het overleg na de onthouding van de instemming, het voorgenomen besluit op enig moment van een nadere onderbouwing heeft voorzien.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
03-01-2011
104694 - 11.01 Instemmingsgeschil VO - artikel 10 onder h WMS (overdracht van de school of een onderdeel daarvan)
0e deelraad heeft zijn instemming onthouden aan het voorgenomen besluit om een afdeling voor leerlingen die nog niet toe zijn aan de brugklas, te verplaatsen van school A naar school B. Aangezien de afdeling in een apart gebouw zal worden geplaatst zullen de kleinschaligheid en de interne veiligheid van de afdeling worden gewaarborgd. Dat de veiligheid en geborgenheid van de leerlingen gevaar loopt als de afdeling wordt geplaatst in een omgeving waar niet alleen havo- en vwo- maar ook vmbo-leerlingen zijn, is de Commissie niet gebleken. Evenmin is gebleken dat de buurt waarin de school staat dermate gevaarlijk is dat het onverantwoord zou zijn om daar de afdeling te plaatsen. Het verleden heeft tot twee keer toe uitgewezen dat verplaatsing geen significante gevolgen had voor het aantal leerlingen. Er is ook geen indicatie, en dat blijkt ook niet uit het onderzoek, dat de afdeling door de verplaatsing minder leerlingen zal krijgen. De bekostiging van de afdeling loopt ook geen gevaar. Dat het personeel moeite heeft met de verplaatsing is niet zodanig dat men en masse heeft gezegd op te houden met te werken voor de afdeling als de verplaatsing doorgaat. De deelraad heeft niet in redelijkheid tot het onthouden van instemming aan het voorgenomen besluit tot verplaatsing van de afdeling kunnen komen. De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-11-2010
104527 - 10.14 Interpretatiegeschil VO- o.a. art. 7 en 8 WMS (informatieverstrekking), art. 28 WMS (faciliteiten, kosten rechtsbijstand), ontvankelijkheid.
De Commissie is van oordeel dat:
- zij bevoegd is om van het geschil kennis te nemen en de OGMR ontvankelijk is in het verzoek;
- de (G)MR aan artikel 7 WMS niet rechtstreeks een recht op overleg met of informatieverschaffing door het bevoegd gezag kan ontlenen;
- dat het ter beschikking stellen van een adressenbestand van alle ouders is /aan te merken als het ‘gebruik van voorzieningen’ als bedoeld in artikel 28 lid 1 WMS;
- alle inlichtingen’, zoals genoemd in artikel 8 lid 1 WMS, onder meer omvat alle stukken betreffende een aangelegenheid met betrekking waartoe de (G)MR een hem toekomende bevoegdheid uitoefent of (binnen afzienbare termijn) zal uitoefenen, inclusief relevante achterliggende stukken en bescheiden, waarbij het bepaalde in artikel 8 lid 1 WMS niet ertoe strekt een geleding of een individueel lid van de (G)MR een recht op alle inlichtingen te verschaffen indien de uit te oefenen bevoegdheid toekomt aan de (G)MR als geheel;
- de vraag of de beoogde medezeggenschapsstructuur voor een samenwerkingsorganisatie in overeenstemming is met de WMS geen betrekking heeft op de school zelf, maar op die organisatie, zodat het verzoek op dit onderdeel niet ontvankelijk is;
- artikel 28 lid 2 WMS zó dient te worden gelezen dat een aanspraak op vergoeding van kosten van medezeggenschapsactiviteiten niet alleen toekomt aan de (G)MR, maar ook aan een afzonderlijke geleding, in die gevallen dat sprake is van het uitoefenen van aan die geleding opgedragen taken;
- de wettelijke bepaling inzake de redelijkerwijs noodzakelijke kosten impliceert dat het louter vooraf in kennis stellen van het bevoegd gezag dat een medezeggenschapsorgaan een concreet voornemen heeft dat gepaard zal gaan met kosten niet voldoende is, in die zin dat deze mededeling dient te worden gevolgd door op het bereiken van overeenstemming gericht overleg tussen de betrokkenen.
De complete tekst van de uitspraak kunt u hier downloaden.
05-11-2010
104525 - 10.13 Interpretatiegeschil PO - artikel 11 onder h WMS (aanstelling of ontslag van de schoolleiding)
Het bevoegd gezag heeft een boventallig directielid aangesteld in een vrijkomende vacature van directeur zonder de MR vooraf om advies te vragen. Het bevoegd gezag voert aan dat in verband met de bestuursaanstelling een passende betrekking voor het boventallig directielid gevonden moest worden en dat dit het niet vragen van advies aan de MR rechtvaardigde. De Commissie kan begrip opbrengen voor de door het bevoegd gezag gevoelde noodzaak om een boventallig directielid aan te stellen in een vrijkomende vacature maar overweegt dat dit geenszins kan afdoen aan het in artikel 11 aanhef en onder h WMS geborgde medezeggenschapsrecht. De wet maakt geen onderscheid naar de mate van (beleids)vrijheid die het bevoegd gezag bij het nemen van zijn beslissing toekomt. Ook al zou het zo zijn dat het bevoegd gezag geen beleidsruimte rest bij de benoeming van een directeur, dan is het voor de MR desondanks mogelijk is om in zijn advies bijvoorbeeld randvoorwaardelijke zaken te betrekken die van belang kunnen zijn voor de werking van het besluit. De Commissie oordeelt dat de benoeming van X tot directeur dient te worden aangemerkt als een besluit met betrekking tot de aangelegenheid aanstelling van de schoolleiding, als genoemd in artikel 11 onder h WMS, waarvoor de MR adviesrecht toekomt.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
04-11-2010
104699 - 10.12 Interpretatiegeschil PO - artikel 11 onder d WMS (aangaan duurzame samenwerking); PO
De MR heeft aan de Commissie een interpretatiegeschil voorgelegd met betrekking tot de vraag of aan de MR enige bevoegdheid toekomt ten aanzien van het Plan van Aanpak met betrekking tot de ontwikkeling van internationaal onderwijs. Vast staat dat het bevoegd gezag betrokken is bij (het onderzoek naar) de ontwikkeling van een internationale school. Het heeft deelgenomen aan de stuurgroep die de wenselijkheid van internationaal onderwijs verkende en namens het bevoegd gezag is een medewerker nauw betrokken bij het opstellen van het Plan van Aanpak. Het is bepaald niet uit te sluiten dat het daadwerkelijk vestigen van een internationale school gevolgen voor de school zal hebben ter zake waarvan aan de MR of de geledingen daarvan medezeggenschapsbevoegdheden toekomen. Of dat zo is, is thans niet vast te stellen omdat er nog geen Plan van Aanpak is. Derhalve moet de conclusie zijn dat de MR het geschil prematuur heeft ingediend. Het verzoek is niet-ontvankelijk.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
28-09-2010
104610 - 10.11 Interpretatiegeschil PO- artikel 13 onder f WMS (tussenschoolse opvang)
De OGMR heeft een interpretatiegeschil ingediend met betrekking tot een besluit van het bevoegd gezag tot wijziging van het tarief voor de tussenschoolse opvang. De OGMR is vooraf niet gekend in dit besluit. Een belangrijk onderdeel van een regeling ter zake is het kostenaspect, zodat de invloed van de ouders volgens de OGMR ook daarop via het instemmingsrecht betrekking heeft. De zinsnede "de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de tussentijdse opvang" heeft volgens het bevoegd gezag uitsluitend betrekking op de organisatie van de begeleiding en niet op de financiering.
De Commissie is van oordeel dat in een besluit met betrekking tot de wijze waarop de tussentijdse kinderopvang op een school wordt geregeld, in zijn algemeenheid een financiële onderbouwing niet mag ontbreken. Alleen daardoor is het immers, ook voor de oudergeleding van een (G)MR, mogelijk een zinvolle beoordeling te geven waarbij haalbare alternatieven voor de wijze van tussenschoolse opvang tegen elkaar kunnen worden afgewogen. De zinsnede "de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de tussenschoolse opvang" omvat mede de vaststelling of de wijziging van de door de ouders voor de tussenschoolse opvang te betalen bijdrage.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-07-2010
104590 - 10.10 Adviesgeschil VO - artikel 11 onder h WMS (aanstelling schoolleiding)
De MR heeft negatief advies uitgebracht over een voorgenomen besluit tot benoeming van de waarnemend rector tot rector. Het bevoegd gezag heeft besloten het advies van de MR niet over te nemen en de betrokken persoon te benoemen tot rector. Daarop heeft de MR een adviesgeschil aan de Commissie voorgelegd. Gelet op het gebruik van het woord 'besluit' in artikel 34 leden 1 en 2 WMS en de laatste volzin van artikel 34 lid 3 WMS gaat de Commissie ervan uit dat de wetgever in artikel 34 lid 3 WMS (waarin 'voorstel' staat) beoogd heeft te bepalen dat de Commissie dient te beoordelen of het bevoegd gezag bij het niet volgen van het advies van de MR niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. Ten aanzien van de vraag of het bevoegd gezag het juiste toetsingskader heeft gehanteerd bij het nemen van het benoemingsbesluit, oordeelt de Commissie dat het feit dat het bevoegd gezag geen gehoor heeft gegeven aan het verzoek van de MR om een aantal concrete meetpunten te formuleren, niet in de weg heeft gestaan aan een zorgvuldige afweging. Het verschil van mening of de kandidaat aan de criteria voldoet spitst zich voornamelijk toe op het criterium draagvlak c.q. vertrouwen. Mede gelet op de cultuurverschillen binnen de school en de verschillende visies op leiderschap tussen de beide vestigingen is de Commissie van oordeel dat het bevoegd gezag in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat er binnen de school voldoende draagvlak en vertrouwen bestond om tot de benoeming over te kunnen gaan. Het bevoegd gezag heeft bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn besluit kunnen komen en het besluit kan in stand blijven. De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-06-2010
104504 - 10.09 Interpretatiegeschil PO - bevoegdheid MR m.b.t. omvang en invulling directeursfunctie - art. 10 onder b (schoolplan), art. 12 lid 1 onder b (formatie), art. 11 onder f en onder h en onder i WMS
Naar aanleiding van het vertrek van de directeur en het aantrekken van een nieuwe directeur heeft de MR de omvang en invulling van de directiefunctie ter discussie gesteld. De MR verzocht het bevoegd gezag om de directeur niet meer volledig ambulant te laten zijn, zodat meer middelen uit het personeelsbudget beschikbaar zouden zijn voor het primaire proces. Het bevoegd gezag wilde daar niet op ingaan. In geschil is of het bevoegd gezag op grond van artikel 10 onder b WMS, 12 lid 1 onder b WMS en artikel 11 onder f, onder h en onder i WMS een voorgenomen besluit terzake van de omvang en de invulling van de directeursfunctie ter instemming dan wel advies aan de (P)MR had moeten voorleggen. De Commissie concludeert dat dit niet het geval is aangezien het school- en formatieplan met instemming zijn vastgesteld en het vertrek van de directeur en/of het voornemen om een nieuwe directeur te benoemen niet is aan te merken als een wijziging waarvoor instemming nodig is. (artikelen 10 onder b WMS, 12 lid 1 onder b WMS). Met zijn voorstel om te komen tot een heroverweging van het beleid van de organisatie en de taakverdeling binnen de schoolleiding (artikel 11 onder f en onder i WMS) heeft de MR gebruik gemaakt van zijn initiatiefrecht, zoals geregeld in artikel 6 van de WMS. Dit leidt op zichzelf echter niet tot de verplichting van het bevoegd gezag om terzake een voorgenomen besluit te nemen. Het bevoegd gezag heeft aangegeven dat het voornemen om een bepaalde persoon te benoemen te zijner tijd op grond van artikel 11 onder h WMS ter advisering aan de MR zal worden voorgelegd. De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-06-2010
104469 - 10.08 Instemmingsgeschil VO - artikel 12 lid 1 onder g WMS (toekenning generieke toelage teamleiders)
De PGMR heeft geweigerd in te stemmen met het voornemen om voor alle teamleiders, ongeacht hun inschaling, bij goed functioneren een maandelijkse bruto toelage ad € 225 vast te stellen. Het staat vast dat de salariëring van de teamleiders een knelpunt vormt dat niet met behulp van het systeem van functiewaardering kan worden opgelost. Veeleer dient dit knelpunt opgelost te worden in het overleg tussen de CAO-partijen. De vrees van de PGMR dat invoering van een generieke toelage voor teamleiders een opwaartse druk op het salarisbouwwerk veroorzaakt, bijvoorbeeld door het toekennen van vergelijkbare toelagen aan andere functionarissen, is allerminst denkbeeldig. Gelet hierop heeft de PGMR in redelijkheid haar instemming aan het voorgenomen besluit kunnen onthouden. De aan het voorgenomen besluit ten grondslag gelegde arbeidsmarktomstandigheden die nopen de functie van teamleider aantrekkelijker te maken, zijn echter aan te merken als zwaarwegende omstandigheden die het voorstel van het bevoegd gezag rechtvaardigen. Het bevoegd gezag kan het besluit ten uitvoer leggen. De complete tekst kunt u hier downloaden.
04-06-2010
104466 - 10.07 Interpretatiegeschil PO - artikel 13 onder k WMS (beleid t.a.v. uitwisseling van informatie tussen bevoegd gezag en ouders)
Naar aanleiding van de start van een nieuwe school voor voortgezet onderwijs in de regio, is tussen de GMR en het bevoegd gezag een verschil van mening ontstaan over de vraag of het beleid van de school om ten aanzien van het vervolgonderwijs de voorlichting te beperken tot één school voor voortgezet onderwijs, ter instemming aan de oudergeleding van de GMR moet worden voorgelegd. Het bevoegd gezag staat vanuit zijn protestants christelijke identiteit reeds een lange periode voor dat de leerlingen zich voor vervolgonderwijs na de basisschool aanmelden bij een specifiek genoemde school. Het blijkt een bestendige praktijk die als beleid van het bevoegd gezag gekenschetst kan worden. Het bevoegd gezag zag door omstandigheden de noodzaak het reeds vaststaande beleid bij de scholen in herinnering te brengen, waarbij tot een scherpere omschrijving van dit beleid is gekomen. Van het toevoegen van wezenlijke nieuwe onderdelen of van inhoudelijke veranderingen in dit beleid, was geen sprake.
De beslissing van het bevoegd gezag kan niet worden aangemerkt als de vaststelling of wijziging van beleid ten aanzien van de uitwisseling van informatie tussen bevoegd gezag en ouders zoals genoemd in artikel 13 onder k WMS.
Indien de GMR nieuw beleid wenst, kan hij voor dat doel gebruik maken van het in artikel 6 lid 2 WMS opgenomen recht een voorstel aan het bevoegd gezag te doen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-05-2010
104468 - 10.06 Interpretatiegeschil VO - artikel 12 lid 1 onder h WMS (taakverdeling/taakbelasting personeel)
De PMR heeft een geschil voorgelegd met betrekking tot het opdragen van taken aan docenten die lesgeven aan eindexamenklassen. Het bevoegd gezag wil deze docenten in de periode na het examen, waarin de eindexamenleerlingen geen les meer krijgen, inzetten op studie-uren en ter vervanging van afwezige collega's. De Commissie ziet zich voor de vraag geplaatst of de opdracht aan de docenten van eindexamenklassen om na afloop van de examenperiode inval- en studie-uren te verzorgen is aan te merken als een wijziging van de taakbelasting van de betreffende docenten (artikel 12 lid 1 onder h WMS). Voordat het besluit werd (voor)genomen aan deze docenten werden geen lestaken opgedragen ter vervanging van de weggevallen lessen aan de eindexamenklassen ("impliciet beleid"). Derhalve heeft het besluit tot gevolg dat het bevoegd gezag aan de docenten van de eindexamenklassen werkzaamheden kan opdragen die het hen eerder niet kon opdragen. Dit is aan te merken als een wijziging van de taakbelasting van deze categorie docenten. Aan de PMR komt op grond van artikel 12 lid 1 onder h WMS instemmingsrecht toe. De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-05-2010
104485 - 10.05 Interpretatiegeschil VO - artikel 12 lid 1 en onder k WMS (regeling op gebied van arbeidsomstandigheden, ziekteverzuim of reïntegratiebeleid)
Het bevoegd gezag heeft het contract met de Arbodienst verlengd. Volgens de GMR had dit ter instemming voorgelegd moeten worden.
Artikel 12 lid 1 onder k WMS is gelijkluidend aan de betreffende bepaling uit de Wet op de Ondernemingsraden (artikel 27 lid 1 onder d WOR). Uit de wetsgeschiedenis bij die wet blijkt dat instemming van de ondernemingsraad met betrekking tot regelingen op Ambtsgebied alleen vereist is indien de daarop betrekking hebbende wetten en besluiten (Arbo-wet, Arbo-besluiten, Arbo-regelingen) de ondernemer nog enige invullingsruimte laten. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als er een keuze voor een bepaalde Arbodienst wordt gemaakt. De Minister van Sociale Zaken heeft ook uitdrukkelijk gezegd dat de aanwijzing van een Arbodienst onder het instemmingsrecht van artikel 27 lid 1 onder d WOR valt. Op 1 februari 2007 is er met instemming van de GMR een Arbocontract voor de duur van twee jaar gesloten. Dit contract is stilzwijgend verlengd voor een jaar. Het contract is na een positieve evaluatie onder schoolleiders m.i.v. 01-09-2009 met drie jaar verlengd. Het bevoegd gezag had ook een andere keuze kunnen maken. Nu er sprake was van beleidsruimte viel het besluit om het contract met de Arbodienst te verlengen voor drie jaar onder de aangelegenheid van artikel 12 lid 1 onder k WMS. Aangezien de Arbodienst het verzuimbeleid ondersteunt ten behoeve van alle scholen die vallen onder het bevoegd gezag, betreft het een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang voor alle scholen van het bevoegd gezag zodat ingevolge artikel 16 lid 1 WMS jo artikel 23 onder l GMR-reglement de PGMR terzake instemmingsrecht heeft. De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-05-2010
104464 - 10.04 Interpretatiegeschil VO - artikel 16 lid 2 onder a en b WMS (hoofdlijnen meerjarig financieel)
De GMR en het bevoegd gezag verschillen van mening over de vraag of de GMR adviesbevoegdheid toekomt m.b.t. het werven en aanstellen van een interim-manager en m.b.t. de te maken kosten die voortvloeien uit het ontslag van een rector. Aangezien de interim-manager niet is belast met bovenschoolse zaken is ingevolge artikel 11 onder h WMS de MR van de betrokken school en niet de GMR bevoegd te adviseren over de aanstelling van de interim-manager. Partijen zijn het erover eens dat de vastgestelde notitie 'Weerstandsvermogen' deel uitmaakt van het financieel beleid. In die notitie is aangegeven voor welke risico's het weerstandsvermogen gebruikt kan worden. De kosten die voortvloeien uit het ontslag van een rector en het aanstellen van een interim-manager zijn ten laste van het schoolbudget en daar waar nodig ten laste van het weerstandsvermogen gebracht. Daarmee is het weerstandsvermogen gebruikt conform de criteria (zoals beschreven door het bevoegd gezag in een beleidsnotitie waar de GMR mee heeft ingestemd) waarvoor het is bedoeld en is er naar het oordeel van de Commissie geen sprake van een wijziging van de voorgenomen bestemming van de financiële middelen die ter advisering aan de GMR voorgelegd had moeten worden.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-03-2010
104437 - 10.03 Adviesgeschil VO - artikel 11 onder f WMS (organisatiebeleid) artikel 34 lid 2 WMS (termijn adviesgeschil)
Het besluit van het bevoegd gezag tot clustervorming van de onder zijn gezag vallende scholen is een besluit tot vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van de school, waarvoor de GMR adviesrecht heeft. De GMR heeft negatief geadviseerd en het bevoegd gezag heeft dat advies niet opgevolgd. De GMR legt een adviesgeschil voor aan de Commissie. Artikel 34 lid 2 WMS bepaalt dat de GMR een adviesgeschil indient binnen zes weken nadat het bevoegd gezag het betrokken besluit heeft genomen. Deze termijn is ruim overschreden; de GMR meende dat de termijn verlengd werd met de duur van de kerstvakantie. De Commissie overweegt dat de termijn niet wordt opgeschort gedurende een voor de school geldende vakantieperiode, aangezien de WMS ter zake geen bepaling bevat. De bepaling in artikel 17 van het Reglement van de Commissie, inhoudende dat de termijnen worden verlengd met de vakantieperiodes van de instelling, ziet uitsluitend op de in het desbetreffende reglement opgenomen termijnen. Voorts zijn geen omstandigheden gebleken die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Het verzoek is niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare overschrijding van de termijn voor indiening van een adviesgeschil.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
08-03-2010
104397 - 10.02 Instemmingsgeschil taakbelasting VO - artikel 12 onder h WMS (taakverdeling respectievelijk taakbelasting personeel, de schoolleiding daaronder niet begrepen)
De PGMR heeft instemming aan het voorstel arbeidsvoorwaardenregeling onthouden vanwege de manier waarop de maatregel ter beperking van de werkdruk van het onderwijzend personeel daarin was opgenomen. Wat partijen verdeeld houdt is de vraag of het onderwijzend personeel een beroep kan doen op zowel de werkdruk verlagende maatregel uit de eigen rechtspositieregeling, als op het trekkingsrecht uit de CAO. Dienaangaande overweegt de Commissie dat de regeling van het trekkingsrecht in de CAO gedeeltelijk voorziet in een onderwerp - verlaging van de werkdruk van onderwijzend personeel - waarvoor in de eigen rechtspositieregeling al een, in uren ruimere, regeling was getroffen. Niet valt in te zien waarom het trekkingsrecht uit de CAO VO bovenop de reeds bestaande werkdruk verlagende maatregel zou moeten komen. Door het trekkingsrecht van de CAO VO in te voeren en daar bovenop de mogelijkheid te laten bestaan om naar eigen inzicht invulling te geven aan 21 uur niet-lesgevende taken, doet het bevoegd gezag geen afbreuk aan de regeling die reeds jaren bij het bevoegd gezag gold. De PGMR heeft niet in redelijkheid tot het onthouden van instemming aan het voorgenomen besluit m.b.t. de werkdrukverlaging kunnen komen en het bevoegd gezag kan het besluit ten uitvoer leggen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
03-03-2010
104273 - 10.01 Instemmingsgeschil VO - artikel 12 onder b WMS (vaststelling of wijziging van de samenstelling van de formatie)
De PMR erkent dat de financiële situatie van de school dermate ernstig is dat formatiereductie noodzakelijk is, maar stemde niet in met het meerjarenformatieplan omdat zij het niet terecht achtte dat het begrotingstekort grotendeels wordt afgewenteld op het personeel. Het bevoegd gezag ontvangt bekostiging voor 1 fte onderwijzend personeel per 17,14 leerlingen maar er is bij het formatieplan uitgegaan van 1 fte per 20 leerlingen. Het bevoegd gezag en de PMR zijn het erover eens dat de ratio in de loop der jaren afgebouwd moet worden. Wat partijen nog verdeeld houdt, is onder welke omstandigheden de afbouw wel kan plaatsvinden en onder welke omstandigheden dit niet het geval kan zijn. Het bevoegd gezag wil de ratio bijstellen zodra er financiële ruimte is. Met die toezegging neemt de PMR geen genoegen. Dit is naar het oordeel van de Commissie niet terecht omdat gebleken is dat het bevoegd gezag in 2009 al gebruik heeft gemaakt van de financiële ruimte om extra formatie in te zetten. Dat er mogelijk verschil van mening kan ontstaan over de vraag of er nu wel of geen financiële ruimte is om de ratio af te bouwen, is naar het oordeel van de Commissie geen reden voor de PMR om nu en in algemene zin niet in te stemmen met het voorstel over de afbouw van de ratio. Daarover kan advies ingewonnen worden bij een onafhankelijk financieel deskundige. De PMR heeft niet in redelijkheid tot het onthouden van instemming aan het voorgestelde formatieplan 2009-2012 kunnen komen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-12-2009
104276 - Interpretatiegeschil VO - artikel 14 lid 2 onder c en d WMS (bestemming middelen die van ouder/leerlingen gevraagd worden)
Een interpretatiegeschil met het ouderdeel van een deelraad. Het bevoegd gezag verhoogt jaarlijks de schoolspecifieke ouderbijdragen op een school voor internationaal onderwijs, zonder dit voor te leggen aan het ouderdeel van de deelraad. Zowel de oudergeleding als het ouderdeel van een deelraad is op grond van de WMS bevoegd een geschil aan de Commissie voor te leggen. Ingevolge artikel 27 lid 2 WVO zijn er twee soorten geldelijke bijdragen van ouders mogelijk: de bijdrage die bij of krachtens wet geregeld is en de vrijwillige bijdrage. Alleen voor de vrijwillige bijdrage geldt dat de toelating van de leerling daarvan niet afhankelijk gesteld kan worden. De in het geding zijnde Schoolfee is voor ouders verplicht en wordt aangegaan bij overeenkomst vóór toelating op de school. Dit vindt voor deze school zijn basis in artikel 73 WVO. Aldus dient de Schoolfee te worden aangemerkt als een bijdrage, meer bepaald een cursusgeld, waarvoor een wettelijke verplichting bestaat, welke in artikel 14 lid 2 onder c WMS is uitgezonderd van het instemmingsrecht.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-12-2009
104312 - Interpretatiegeschil PO - artikel 10 onder b en artikel 16 lid 1 WMS (bevoegdheid MR of GMR zorgplan samenwerkingsverband)
Het bevoegd gezag neemt met twee, respectievelijk vier scholen deel aan twee samenwerkingsverbanden. De overige scholen van het bevoegd gezag vormen tezamen een samenwerkingsverband. Het bevoegd gezag en de GMR verschillen van mening over de vraag of aan de GMR of aan de MR'en instemmingsrecht toekomt ten aanzien van de zorgplannen van de samenwerkingsverbanden. Uit de bewoordingen van artikel 16 lid 1 WMS blijkt dat de aard van de desbetreffende aangelegenheid kan bewerkstelligen dat de GMR bevoegd is, ook indien ogenschijnlijk minder dan de helft van de onder het bevoegd gezag vallende scholen direct bij de aangelegenheid betrokken is. In het onderhavige geval heeft de GMR niet aannemelijk gemaakt dat het vaststellen van de zorgplannen van de twee samenwerkingsverbanden naar zijn aard een aangelegenheid is, die van gemeenschappelijk belang is voor alle of voor de meerderheid van de scholen van het bevoegd gezag.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
30-11-2009
104240 - Interpretatiegeschil PO - artikel 16 lid 2 onder c en lid 3 (bevoegdheid GMR bij benoeming bovenschools directeur en uitbreiding College van Bestuur)
De GMR heeft een interpretatiegeschil ingediend over de vraag welke rol voor de GMR is weggelegd bij de benoeming van centraal directeuren en bij de uitbreiding van het College van Bestuur met één lid. Uit de aanhef van artikel 16 lid 2 WMS blijkt dat de GMR over bevoegdheden beschikt naast de in artikel 16 lid 1 WMS genoemde bevoegdheid. Deze wettekst biedt naar het oordeel van de Commissie geen ruimte voor een andere uitleg dan dat het adviesrecht van de GMR ten aanzien van de aanstelling en het ontslag van personeel dat belast is met managementtaken geldt, ook wanneer dit niet voor de meerderheid van de scholen van het bevoegd gezag van belang is. De leden van het College van Bestuur vallen niet onder het begrip personeel dat in artikel 1 onder i WMS is gedefinieerd. Dit betekent dat het begrip "personeel" in artikel 16 lid 2 onder c en lid 3 WMS niet mede omvat de leden van het College van Bestuur. Het besluit tot uitbreiding van het College van Bestuur valt onder het meerjarig financieel beleid waarvoor de MR adviesrecht heeft op grond van artikel 16 lid 2 onder a WMS.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-11-2009
104268 - Interpretatiegeschil PO - artikel 11 onder h (benoeming directeur) en artikel 17 WMS
Het bevoegd gezag heeft zonder voorafgaand advies van de MR een directeur benoemd voor één jaar op basis van detachering. Volgens de MR is het besluit adviesplichtig en moeten de verplichtingen van artikel 17 WMS worden nageleefd. Hangende het geschil voor de Commissie, zijn partijen het erover eens dat het adviesrecht van de MR ten aanzien van de aanstelling van de schoolleiding (art. 11 onder h WMS) zich mede uitstrekt over een tijdelijke aanstelling, ook als deze op detacheringsbasis plaatsvindt. Naar het oordeel van de Commissie is deze zienswijze juist: wettekst en parlementaire behandeling geven geen argumenten een constructie op detacheringbasis buiten het bereik van het adviesrecht te plaatsen. Voor het concrete geval betekent dit dat bij de adviesaanvraag van het bevoegd gezag ten aanzien van de tijdelijke benoeming van de directeur artikel 17 WMS in zijn geheel dient te worden nageleefd. Partijen verschillen nog wel van mening over de gevolgen die aan deze interpretatie dienen te worden verbonden nu de benoeming ten tijde van de adviesaanvraag reeds had plaatsgevonden. De Commissie oordeelt dat niet valt in te zien waarom de voorschriften van artikel 17 WMS geen gelding meer zouden hebben indien het bevoegd gezag in afwijking van de WMS ten tijde van de adviesaanvraag reeds een besluit heeft genomen. Ten overvloede wijst de Commissie er op dat een eventuele vordering van de MR tot naleving door het bevoegd gezag van de verplichtingen jegens de MR is geregeld in artikel 36 WMS.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
19-10-2009
104227 - Interpretatiegeschil VO - artikel 11 onder i, artikel 11 onder h, artikel 12 onder b WMS (concrete taakverdeling schoolleiding, samenstelling formatie, aanstelling en ontslag schoolleiding)
Na het vertrek van de rector heeft het bevoegd gezag één van de twee conrectoren benoemd tot rector. De vrijgevallen functie van conrector wordt niet meer vervuld. In geschil is welke bevoegdheid de (P)MR ten aanzien van deze beslissingen toekomt. De Commissie overweegt dat door de inkrimping van de schoolleiding een herschikking van taken dient plaats te vinden. Dit komt neer op een wijziging van de concrete taakverdeling binnen de schoolleiding en op een wijziging van het managementstatuut, waarvoor de MR op grond van het medezeggenschapsreglement adviesbevoegdheid heeft. De inkrimping van de directieformatie is ook een wijziging van de samenstelling van de formatie waarvoor de (P)MR instemmingsrecht heeft. Voorts valt de benoeming van de rector onder de aangelegenheid 'aanstelling van de schoolleiding' waarvoor de PMR op grond van het medezeggenschapsreglement instemmingsrecht heeft. Weliswaar was de benoemde rector voorheen reeds lid van de schoolleiding maar de functie van rector is een wezenlijk andere dan de functie van conrector. Overgang van functie kan volgens de CAO VO niet anders plaatsvinden dan door ontslag uit de oude functie en benoeming in de nieuwe functie en de benoeming is niet louter formatief maar ook rechtspositioneel.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
14-10-2009
104238 - Instemmingsgeschil PMR taakbelasting VO - artikel 16 WMS (bevoegdheid GMR)
Instemmingsgeschil met de PMR van een school over een voorgenomen maatregel tot werkdrukvermindering die onderdeel is van een voorgestelde rechtspositieregeling voor het personeel van alle onder het bevoegd gezag ressorterende scholen. Op grond van artikel 16 lid 1 WMS treedt de PGMR in de plaats van de PMR indien het een aangelegenheid betreft die van gemeenschappelijk belang is voor alle scholen of voor de meerderheid van de scholen van het bevoegd gezag. Dit betekent dat de PGMR ter zake van het instemmingsrecht ten aanzien van de voorgestelde maatregel tot werkdrukverlaging in de plaats treedt van de PMR-en van de scholen van het bevoegd gezag. Derhalve is niet de PMR maar de PGMR bevoegd tot het uitoefenen van het instemmingsrecht. Nu het instemmingsrecht terzake toekomt aan de PGMR kan het bevoegd gezag geen instemmingsgeschil met de PMR hebben. Dientengevolge kan het bevoegd gezag niet worden ontvangen in zijn verzoek aan de Commissie tot behandeling van een instemmingsgeschil met de PMR.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-10-2009
104139 - Interpretatiegeschil PO - artikel 16 WMS (bevoegdheden GMR)
Enkele jaren na de oprichting van een Stichting ten behoeve van meerdere scholen voor primair onderwijs, heeft het bevoegd gezag in het kader van de ontwikkeling van de organisatie, onder meer voorgesteld om het takenpakket van de schooldirecteur aan te passen en om de verdelingssystematiek van de financiële middelen aan te passen. Volgens de MR van een school betreft het schoolspecifieke aangelegenheden die het bevoegd gezag ter instemming aan de MR had moeten voorleggen. Het bevoegd gezag meent dat het gaat om zaken die van gemeenschappelijk belang zijn als gevolg waarvan de GMR op grond van de WMS van rechtswege treedt in de bevoegdheden van de MR.
De Commissie stelt vast dat het besluit over de wijziging van de directeursfunctie geldt voor alle scholen die vallen onder het bevoegd gezag en derhalve ook gevolgen heeft voor alle scholen en voor de organisatie als geheel. Dit betekent dat er sprake is van een besluit dat van gemeenschappelijk belang is voor alle scholen als bedoeld in artikel 16 lid 1 WMS, zodat de GMR ter zake in de plaats treedt van de MR. Echter, daar waar er binnen de kaders van het genomen besluit nog ruimte is voor nadere invulling van de directietaak op schoolniveau, dient het bevoegd gezag daarover aan de desbetreffende MR-en advies te vragen op grond van artikel 11 aanhef en onder i WMS. Voor wat betreft de toedeling van de middelen aan de scholen zijn partijen het erover eens dat deze toedeling is aangepast en dat de GMR ter zake om advies is gevraagd. Nu het gaat om de bestemming van de middelen en de criteria die worden toegepast bij de verdeling van de middelen over voorzieningen op bovenschools niveau en op schoolniveau, is er sprake van een aangelegenheid die valt onder artikel 16 lid 2 WMS ten aanzien waarvan niet de MR maar de GMR van rechtswege adviesrecht heeft. De wijze waarop de toegedeelde middelen vervolgens op schoolniveau worden ingezet is een aangelegenheid die valt onder artikel 11 lid b WMS.
Tot slot merkt de Commissie op dat het gegeven dat het gaat om aangelegenheden waarover de GMR geconsulteerd dient te worden, onverlet laat dat het bevoegd gezag de MR-en hierover dient te informeren. Dat volgt uit het informatierecht zoals geregeld in artikel 8 lid 1 WMS.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-10-2009
104148 - Interpretatiegeschil VO - artikel 24 lid 1 onder g WMS (termijn voor instemming) en reglementsbepaling
In het medezeggenschapsreglement is opgenomen dat als de GMR niet binnen de afgesproken reactietermijn uitsluitsel heeft gegeven of hij al dan niet instemt met het voorgenomen besluit, het voornemen kan worden omgezet in een definitief besluit. Ondanks dat het GMR-reglement ten tijde van het instemmingsverzoek niet gold, doet de Commissie ambsthalve uitspraak over de interpretatie omdat het GMR-reglement een werkingsduur heeft tot 1 augustus 2010. De WMS geeft niet aan of instemming mondeling of schriftelijk gegeven moet worden. Ook heeft de WMS niet geregeld of de instemming expliciet gegeven moet worden dan wel ook impliciet gegeven kan worden. De WMS geeft in dit verband aan dat in het reglement in ieder geval wordt geregeld binnen welke termijnen tot instemming of tot onthouding van instemming dient te worden besloten (artikel 24 lid 1 aanhef en onder g). Uit het dwingend karakter van de wet, voortvloeiend uit artikel 2 WMS, en de formuleringen in de WMS dat het bevoegd gezag de voorafgaande instemming behoeft, alsmede dat in het reglement de termijnen worden geregeld binnen welke tot instemming of tot onthouding dient te worden besloten, leidt de Commissie af dat het uitblijven van een reactie van (een geleding van) de (G)MR binnen een in het reglement bepaalde termijn niet aangemerkt kan worden als een besluit tot instemming, ook niet als dat als zodanig in een (G)MR-reglement is opgenomen. Binnen het systeem van de wet past het naar het oordeel van de Commissie wel dat als (een geleding van) de (G)MR is gevraagd binnen een bepaalde termijn met een voorgenomen besluit in te stemmen en dit niet binnen die termijn doet, te veronderstellen dat er dan geen instemming is verleend. Op dat moment kan het bevoegd gezag een instemmingsgeschil voorleggen aan de Commissie, mits over het voornemen overleg heeft plaatsgevonden. Immers, op grond van artikel 31 aanhef en onder a WMS is de Commissie op verzoek van het bevoegd gezag bevoegd van een zogenoemd instemmingsgeschil kennis te nemen. Aldus kan het bevoegd gezag voorkomen dat het nemen van besluiten door het uitblijven van een reactie op het instemmingsverzoek, onevenredig lang wordt opgehouden.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-07-2009
104156 - Instemmingsgeschil SPO - artikel 12 onder f en h WMS (arbeids- en rusttijden en taakbeleid)
De PGMR van drie scholen voor speciaal onderwijs cluster 4 heeft geweigerd in te stemmen met de voorgestelde wijziging van het taakbeleid en de lunchpauzetijd. De PGMR weigerde in te stemmen omdat in het voorstel een aantal categorieën personeelsleden wordt uitgesloten van de mogelijkheid om gebruik te maken van de compensatieregeling die in de CAO PO is vastgelegd. De PGMR stemde ook niet in met het voorstel om te voorzien in een dagelijkse ongestoorde lunchpauze van 15 tot 20 minuten voor het personeel. Omdat de voorgestelde pauzetijd in strijd is met artikel 2.4 lid 3 CAO PO oordeelt de Commissie dat de PGMR in redelijkheid haar instemming aan het voorstel heeft kunnen onthouden.
De voorgestelde uitsluiting van parttimers van gebruikmaking van de compensatieregeling is in strijd met het verbod op het maken van onderscheid naar arbeidsduur (art. 7:648 BW). Als er vanwege de bijzondere leerling-populatie al sprake is van een legitiem doel, namelijk maximaal twee leerkrachten per groep, dan is niet gebleken dat dit doel niet door middel van efficiënte verdeling van taken en roostering bereikt kan worden. M.b.t. de voorgestelde uitsluiting van de OOP-ers en de ambulante begeleiders overweegt de Commissie dat niet is onderbouwd dat er onvoldoende werk is om werknemers op weekbasis voor meer uren in te roosteren. Het tweede argument, dat het in het belang van de organisatie is dat de bedoelde werknemers aanwezig zijn als de leerlingen en het lesgevend en behandelende personeel er zijn, kan op zichzelf de uitsluiting niet rechtvaardigen.
De PGMR heeft in redelijkheid tot het onthouden van instemming aan de voorgenomen wijziging van het taakbeleid en de werktijdenregeling kunnen komen en er is geen sprake van zwaarwegende omstandigheden die het voorstel rechtvaardigen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-06-2009
104176 - Instemmingsgeschil VO - artikel 12 lid 1 onder o WMS (regeling aanstellingsbeleid).
De PMR heeft niet ingestemd met de voorgestelde benoemingsprocedure voor de schoolleiding omdat de MR daarin geen rol van betekenis heeft. Het bevoegd gezag stelt dat de PMR in verband met het adviesrecht van de MR t.a.v. een voorgenomen besluit tot benoeming van de schoolleiding, geen zeggenschap heeft over de benoemingsprocedure.
Omdat de voorgestelde procedure geen enkele vorm van participatie van de MR inhoudt, is er volgens de Commissie sprake van een ingrijpende wijziging van de bestaande regeling aan de school. Die wijziging dient met de nodige zorgvuldigheid tot stand te komen. Tot die zorgvuldigheid rekent de Commissie het voeren van reëel overleg met de PMR en een voldoende motivering van het voorstel. Vanwege tijdsdruk was er voor de PMR weinig tijd voor onderzoek en intern beraad en heeft er ook onvoldoende reëel overleg over het voorstel plaatsgevonden.
Ten aanzien van de motivering van het voorstel oordeelt de Commissie dat participatie van de MR in de wervings- en selectieprocedure niet op gespannen voet staat met het adviesrecht van de MR t.a.v. de benoeming van de schoolleider (art. 11 onder h WMS): het betreft twee aangelegenheden die niet op één lijn te brengen zijn. Het voorstel is voorts deels onjuist en niet draagkrachtig gemotiveerd.
De PMR is in redelijkheid tot het onthouden van instemming gekomen en er is geen sprake van bepaalde zwaarwegende omstandigheden die het voorstel rechtvaardigen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
23-06-2009
104123 - Interpretatiegeschil SVO over begrip onderwijstijd (artikel 13 onder h WMS)
De oudergeleding van de MR (OMR) heeft instemming onthouden aan het voorgestelde lestijdenrooster 2008-2009 omdat daarin de lunchtijd als onderwijstijd werd aangemerkt, vanwege de omvang van de lunchtijd en omdat niet alle daadwerkelijk genoten/gegeven vrije dagen in het voorstel waren opgenomen. Daarop heeft het bevoegd gezag een interpretatiegeschil over het begrip 'onderwijstijd' aan de Commissie voorgelegd.
Volgens het bevoegd gezag wordt de lunchtijd benut in het kader van het bijbrengen van sociale vaardigheden aan de leerlingen en het bevorderen van sociale redzaamheid en gezond gedrag. De OMR meent dat de lunchtijd, zoals die op de school wordt ingevuld, niet als onderwijstijd kan worden aangemerkt. Volgens de OMR voegt de school onderwijsinhoudelijk niets toe tijdens de lunchtijd.
De Commissie sluit aan bij de bewoordingen van de brief van de minister en de staatssecretaris van OCW van 7 september 2006 (TK 2005-2006, 27451, nr. 60), in welke brief ten aanzien het gehele voortgezet onderwijs de criteria worden gesteld voor activiteiten ter voldoening aan de urennorm:
1. het moet gaan om begeleid onderwijs, dat wil zeggen dat de leerlingen afdwingbaar aanspraak kunnen maken op begeleiding;
2. het onderwijs moet deel uitmaken van het door de school geplande en voor alle leerlingen van een bepaalde stroom verplichte onderwijsprogramma;
3. het onderwijs moet onder verantwoordelijkheid van een leraar worden verzorgd, die op grond van de wet met die werkzaamheden mag worden belast.
Hieruit volgt naar het oordeel van de Commissie dat in beginsel activiteiten tijdens de lunchtijd kunnen worden gerekend tot de onderwijstijd mits zij voldoen aan voornoemde criteria.
Voor de interpretatie van het begrip 'onderwijstijd' zijn aanvullende eisen van de Onderwijsinspectie, van belang voor de controlefunctie, niet doorslaggevend.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
16-04-2009
08.023 / 104010 - Interpretatiegeschil VO - artikel 4 lid 3, artikel 21 lid 2 en artikel 2 jo 11 onder h WMS
Vast staat dat de MR en het bevoegd gezag van mening verschillen over enkele bepalingen in het medezeggenschapsreglement. Evenzeer staat echter vast dat het bevoegd gezag het medezeggenschapsreglement niet ter instemming aan de MR heeft voorgelegd. Van een reglementsgeschil is eerst sprake indien het bevoegd gezag niet de vereiste instemming van de MR heeft verkregen nadat het voorstel ter instemming aan de MR is voorgelegd. Nu dit niet heeft plaatsgevonden, en er dus ook geen overleg in de zin van de WMS over het voorstel is gevoerd, is het geschil op dit onderdeel niet-ontvankelijk.
De medezeggenschap is als volgt vormgegeven: iedere school heeft een MR. Daarboven bevinden zich drie platforms, één voor elke geleding. Uit en door de leden van de platforms worden de leden van de GMR gekozen. Aldus wordt het actief kiesrecht van de MR-leden vervangen door dit van hun vertegenwoordiger in het platform. Gelet op het uit artikel 2 WMS voortvloeiende dwingende karakter van de bepalingen van de WMS, oordeelt de Commissie deze beperking van het actief kiesrecht van de MR-leden in strijd met artikel 4 lid 3 WMS.
Ten aanzien van de medezeggenschapsdocumenten bepaalt artikel 21 lid 2 WMS dat het bevoegd gezag het medezeggenschapsstatuut als voorstel aan de GMR of bij het ontbreken daarvan aan de MR ter instemming voorlegt. Het bevoegd gezag heeft voor zijn scholen een GMR ingesteld. In dat geval komt aan de afzonderlijke MR'en geen bevoegdheid meer toe ten aanzien van het medezeggenschapsstatuut.
Artikel 11 onder h WMS bepaalt dat aan de MR adviesbevoegdheid toekomt met betrekking tot aanstelling en ontslag van de schoolleiding. In het MR-reglement is bepaald dat de MR over adviesbevoegdheid beschikt met betrekking tot benoeming en ontslag van de schoolleiding, met uitzondering van de eindverantwoordelijke schoolleider. Voor het voortgezet onderwijs wordt onder schoolleiding verstaan: de rector, de directeur of de leden van de centrale directie, bedoeld in de WVO, alsmede de conrectoren en de adjunct-directeuren (art. 1 WMS). De Commissie vermag niet in te zien dat de eindverantwoordelijke schoolleider buiten het begrip "schoolleiding" als genoemd in artikel 11 onder h WMS zou vallen. Dientengevolge komt de MR terzake het bijzondere adviesrecht als bedoeld in de WMS toe. De complete tekst kunt u hier downloaden.
01-04-2009
08.030 / 104011 - Interpretatiegeschil PO - artikel 13 onder g WMS (vaststelling schoolgids)
Geschil over de betekenis van het instemmingrecht van de oudergeleding van de MR (OMR) ten aanzien van de vaststelling van de schoolgids.
De MR heeft een tekst voor de schoolgids aangeleverd die melding maakt van een rolverdeling tussen het bevoegd gezag en de MR waar het bevoegd gezag het niet mee eens is. Het bevoegd gezag nam de tekst niet op in de schoolgids en meent dat het daartoe gerechtigd was omdat het eindverantwoordelijk is voor de inhoud van de schoolgids. Het bevoegd gezag verzoekt de Commissie uitspraak te doen over de interpretatie van artikel 13 onder g WMS.
De OMR stelt dat er geen sprake is van een interpretatiegeschil maar van een instemmingsgeschil. De OMR heeft haar instemming onthouden aan dat deel van de schoolgids waarin de informatie over de MR zou komen te staan.
De Commissie overweegt dat het voorstel dat aan de MR is voorgelegd en waarmee is ingestemd niet de complete schoolgids behelsde want het stukje tekst over de MR moest nog ingevuld worden. Nu de WMS spreekt over de aangelegenheid 'vaststelling van de schoolgids' en daarbij geen beperking noemt, gaat het om het vaststellen van de gehele schoolgids. Op grond van artikel 13 onder g WMS dient het bevoegd gezag dan ook een voorstel met betrekking tot de volledige schoolgids ter instemming aan de oudergeleding voor te leggen. Als de oudergeleding vervolgens niet instemt met dit voldragen voorstel van het bevoegd gezag, kan het bevoegd gezag, indien het zijn voorstel wenst te handhaven, een instemmingsgeschil aan de Commissie voorleggen. In dat instemmingsgeschil kan de onthouding van de instemming van de oudergelding door de Commissie beoordeeld worden.
Door niet een volledig voorstel met betrekking tot de schoolgids ter instemming aan de MR voor te leggen, heeft het bevoegd gezag geen juiste toepassing gegeven aan artikel 13 aanhef en onder g WMS.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-03-2009
08.027 / 103987 - Interpretatiegeschil VO - artikel16 lid 1 WMS (aangelegenheden van gemeenschappelijk belang)
Geschil over de vraag of bepaalde besluiten van een door het bevoegd gezag vastgesteld Masterplan, handelend over de herschikking van het onderwijsaanbod, te beschouwen zijn als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang als genoemd in artikel 16 lid 1 Wet medezeggenschap op scholen (WMS). Een van de besluiten betreft de fusie tussen twee van de onder het bevoegd gezag ressorterende scholen, waaronder de school van deze MR. De MR stelt zich op het standpunt dat het Masterplan een kaderstellend plan is dat nog nadere uitwerking behoeft waarvoor de MR en niet de GMR bevoegd is. Het bevoegd gezag stelt dat de besluiten in het Masterplan niet los van elkaar kunnen worden gezien en van gemeenschappelijk belang zijn voor alle, althans de meerderheid van de scholen. De Commissie overweegt dat het bevoegd gezag met de in het Masterplan opgenomen besluiten beoogt de gevolgen van de regionale demografische ontwikkelingen voor de scholen te ondervangen. De besluiten hebben gevolgen voor het onderwijsaanbod van vijf van de zes onder het bevoegd gezag ressorterende scholen. Het besluit tot fusie dient te worden beschouwd als een structuurbepalend onderdeel van het integrale plan. Dit geldt eveneens voor de besluiten over de herschikking van het onderwijsaanbod op de verschillende scholen. Deze herschikking maakt als zelfstandig en dragend onderwerp deel uit van het Masterplan. Het Masterplan bevat derhalve een complex van besluiten met gevolgen voor alle, althans de meerderheid van de betrokken scholen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
11-03-2009
08.026 / 103984 - Instemmingsgeschil VO vaststelling formatieplan (artikel 12 lid 1 onder h WMS)
In het jaar 2007 is het taakbeleid 2007-2008 vastgesteld. In het schooljaar 2007-2008 heeft een projectgroep taakbeleid enkele voorstellen tot optimalisering van de regeling gedaan, welke zijn overgenomen door het bevoegd gezag. Daarbij zijn enkele aanvullende wijzigingsvoorstellen gedaan, vanuit gevoelde noodzaak te bezuinigen. Het bevoegd gezag en de PMR werden het niet eens over de wijzigingsvoorstellen hetgeen er toe heeft geleid dat de werkgever zijn voorstellen heeft ingetrokken. Hij heeft daarbij aangekondigd het geldende taakbeleid naar de letter te zullen uitvoeren. De PMR heeft vervolgens meegedeeld niet in te kunnen stemmen met het voorgestelde formatieplan. Het bevoegd gezag heeft daarop een instemmingsgeschil met de PMR aan de Commissie voorgelegd.
De Commissie overweegt dat de vaststelling of wijziging van de samenstelling van de formatie wordt vastgelegd in het jaarlijks vast te stellen formatieplan. Gebleken is dat na de intrekking van het voorstel tot wijziging van het taakbeleid, tussen partijen geen inhoudelijk overleg over het aangepaste formatieplan plaatsgevonden. Over de gedane voorstellen tot aanpassing van het taakbeleid noch over de uitwerking van de nieuwe strikte toepassing van het taakbeleid is herleidbare adequate informatie terug te vinden in het formatieplan. In het formatieplan is voorts geen informatie over beleidsvoornemens van het bevoegd gezag te vinden noch over de financiële situatie van de school. Het door het bevoegd gezag voorgestelde formatieplan kent slechts enkele algemene uitgangspunten en hoofdlijnen met daarbij een overzicht van de besteding van de beschikbare formatie per categorie personeel. Van een kenbare vertaalslag van het taakbeleid of algemeen beleid in het formatieplan, is geen sprake. Derhalve heeft de PMR uit het voorgestelde formatieplan niet kunnen opmaken of en zo ja welke verandering in het taakbeleid is opgetreden noch wat de strikte toepassing van het taakbeleid zoals door het bevoegd gezag is aangekondigd, inhoudt. Hiermee voldoet het formatieplan niet aan de daaraan redelijkerwijze te stellen eis van een kenbare motivering. Onder deze omstandigheden heeft de PMR in redelijkheid tot het onthouden van instemming aan het voorgestelde formatieplan 2008-2009 kunnen komen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
07-01-2009
08.021 - Interpretatiegeschil PO – artikel 12 lid 1 onder b WMS dan wel artikel 11 onder i (harmonisatie functiehuis), artikel 11 onder h WMS (ontslag van de directeur) en artikel 28 lid 2 WMS (vergoeding van de kosten
Tussen het bevoegd gezag en twee MR-en bestaat verschil van mening over de vraag of de harmonisatie van het functiehuis een aangelegenheid is die voor medezeggenschap van de beide betrokken MR-en dan wel de GMR in aanmerking komt en zo ja onder welke bevoegdheid. Tevens is de Commissie gevraagd of de MR adviesrecht toekwam ten aanzien van het ontslag van de directeur, als gevolg van de voorgenomen harmonisatie. Tenslotte vroegen de MR-en een oordeel over de redelijkheid van hun verzoek om vergoeding van kosten voor bijstand.
De Commissie acht het voorstel tot harmonisatie van het functiehuis van gemeenschappelijk belang voor alle onder het bevoegd gezag vallende scholen en daarom in de GMR thuishoren. Oogmerk van dit voorstel is immers dat in de toekomst aan elke school een eigen directeur als aanspreekpunt verbonden zal zijn. Voor wat betreft zijn gevolgen dient het voorstel te worden voorgelegd aan elke MR van een afzonderlijke school die van dit voorstel direct gevolgen ondervindt. In dit geval raakt het voorstel twee scholen in de samenstelling van hun formatie zodat het personeelsgeledingen van de beide MR-en (artikel 12 lid 1 onder b WMS) instemmingsrecht hadden.
Omdat het ontslag van de directeur formeel geen vrijwillig ontslag betrof, kwam de MR-en het adviesrecht toe op basis van artikel 11 aanhef en onder h WMS. Door de faciliteitenregeling voor MR-leden te willen regelen in het medezeggenschapsreglement en niet in het medezeggenschapsstatuut, heeft het bevoegd gezag de WMS niet juist geïnterpreteerd en nagelaten uitvoering te geven aan artikel 22 aanhef en onder e juncto 28 lid 2 WMS.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
Zojuist verschenen: jaarverslag Onderwijsgeschillen 2011 en jaarverslag van de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs 2011
Uitspraak LCG WMS 11 april 2012 : termijnen voor indienen van instemmingsgeschil zijn dwingend
Nieuwe publicatie Onderwijsgeschillen: artikel in School en Wet over disciplinaire maatregel
Arrest Ondernemingskamer inzake vordering tot naleving WMS m.b.t. vergoeding kosten van rechtsbijstand
Advies Landelijke Bezwarencommissie Schoolbestuursbeslissingen (LBS): ontslag uit ID-betrekking
