28-10-2008
LCG WMS 08.017. Uitspraak 28 oktober 2008
Interpretatiegeschil PO – artikel 11 onder b en f en (hoofdlijnen meerjarig financieel beleid, beleid organisatie) en artikel 12 lid 1 onder b en h WMS (samenstelling van de formatie; taakverdeling/taakbelasting personeel)
Het bevoegd gezag heeft de combinatiegroep 3/4 opgeheven en de leerlingen van deze groep verdeeld over de andere groepen 3 en 4 en de leerkracht van de combinatiegroep als taken te geven: het vervangen bij kortdurende afwezigheid en de coördinatie van de onderbouw.
Onder ‘samenstelling van de formatie’ verstaat de Commissie het geheel van de functies, hun aard en aantal, in de school en de hiervoor beschikbare middelen. Dat bepaalde informatie tezamen met het formatieplan ter instemming is voorgelegd aan de PMR, is niet voldoende om de aangelegenheid ruimer uit te leggen.
Er is geen sprake van een nieuwe taak of wijziging van de taakbelasting. Ook het vervangen bestaat uit lesgevende taken. Er is ook geen sprake van ‘wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de school’: de aangeboden scholing aan de leerkracht van de voormalige combinatiegroep kan binnen het vastgestelde budget worden bekostigd.
Een besluit met betrekking tot een ‘belangrijke inkrimping van de werkzaamheden van de school’, betreft het beëindigen van een deel van de werkzaamheden. De Commissie stelt vast dat daarvan hier geen sprake is.
Partijen zijn het erover eens dat er sprake is van een wijziging van de organisatie van de school. Artikel 11 onder f WMS betreft het ‘beleid m.b.t. de organisatie van de school’. Niet elk besluit tot wijziging in de organisatie is ook een besluit dat valt onder deze aangelegenheid. Het in geschil zijnde besluit is wel aan te merken als een besluit tot wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie, omdat er sprake is van een wijziging van het uitgangspunt inzake de vervanging bij kortdurende afwezigheid van de leerkracht. Er is, anders dan voorheen, structureel gekozen voor kortdurende vervanging door één vaste leerkracht die geen eigen groep heeft.
De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS,
(prof. mr. I.P.Asscher-Vonk, voorzitter, mr. W.J.J. Beurskens en mr. J.M. Vrakking)
De complete tekst kunt u hier downloaden.
13-10-2008
LCG WMS 08.019. Uitspraak 13 oktober 2008
Interpretatiegeschil VO – artikel 10 onder b WMS (wijziging onderwijs- en examenregeling)
Het bevoegd gezag heeft besloten het schoolexamenvak Maatschappijleer te verplaatsen van het 4de naar het 3de leerjaar VMBO-T. Tussen het bevoegd gezag en de MR bestaat een verschil van mening over de bevoegdheid van de MR ten aanzien van dit besluit: valt het onder de aangelegenheid ‘Onderwijs- en examenregeling’ waarvoor de MR instemmingsrecht heeft of valt het onder de aangelegenheid ‘lessentabel’ waarvoor de MR adviesrecht heeft.
De Commissie overweegt dat het PTA dient te worden aangemerkt als behorend tot de ‘onderwijs- en examenregeling’ als bedoeld in de WMS en het medezeggenschapsreglement. Niet alleen de lessen maar ook het afsluitende schoolexamen van het vak Maatschappijleer is verplaatst van het 4de naar het 3de leerjaar. Dit is slechts mogelijk door een wijziging van de onderwerpen die op grond van het Eindexamenbesluit verplicht in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) geregeld dienen te worden. Die wijziging is niet slechts een wijziging van de lessentabel maar ook een noodzakelijke wijziging van het PTA, waarvoor de MR instemmingsrecht heeft.
De Commissie overweegt voorts dat de MR door middel van een bepaling in het PTA geen afstand van zijn recht op instemming heeft gedaan. De medezeggenschapsrechten van de MR vormen op grond van de WMS dwingend recht. Daarvan kan niet in het algemeen voor de toekomst afstand gedaan worden. Afstand van het recht op instemming of advies kan slechts plaatsvinden in een concreet geval en vereist een uitdrukkelijke en duidelijke verklaring van de MR dat hij in dat concrete geval afziet van zijn recht op instemming of advies. Daarvan is hier geen sprake
De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
(prof. mr. I.P. Asscher-Vonk, voorzitter, mr. W.J.J. Beurskens en mr. J.M. Vrakking.)
De complete tekst kunt u hier downloaden.
04-09-2008
LCG WMS 08.018. Uitspraak 4 september 2008
Interpretatiegeschil PO – artikel 31 aanhef en onder d WMS, over de bevoegdheid van de MR inzake de nieuwbouw van de school na een eerder uitgebracht positief advies daarover.
Volgens de MR bestaat er een interpretatiegeschil tussen partijen over de vraag of er na het positieve advies van de MR in 2003 sprake is van een zodanige wijziging in de huisvestingssituatie waarover de MR toentertijd advies heeft uitgebracht dat het horen van de MR opnieuw vereist is.
De Commissie oordeelt dat het verzoek van de MR niet betreft de uitleg van het bepaalde bij of krachtens de WMS, het medezeggenschapsreglement of medezeggenschapsstatuut. Het verzoek betreft in feite uitsluitend de toetsing of het destijds overeengekomen besluit ook in zijn uitvoering past binnen de door de MR aan zijn positieve advies gestelde voorwaarden. Het behoort niet tot de bevoegdheid van de Commissie om inzake een verzoek met deze inhoud uitspraak te doen.
Met het oog op de bevordering van een vruchtbare samenwerking doet de Commissie een aanbeveling ten aanzien van het toekomstig overleg.
Landelijke Commissie voor Geschillen WMS,
(mr. H.C. Naves, voorzitter, drs. K.A. Kool en prof. mr. D. Mentink)
De complete tekst kunt u hier downloaden.
10-07-2008
LCG WMS 08.014. Uitspraak 10 juli 2008
Interpretatiegeschil PO – artikel 11 onder j WMS (beleid m.b.t. toelating van leerlingen)
De OMR heeft aan de Commissie de vraag voorgelegd of het besluit tot toelating van een groep leerlingen van een andere school die gesloten zal worden, aangemerkt dient te worden als de vaststelling van nieuw of de wijziging van het bestaande toelatingsbeleid, waarvoor aan de MR een adviesbevoegdheid toekomt.
De artikelen waarop het verzoek van de OMR betrekking heeft, betreffen een aangelegenheid waarvoor niet de OMR maar de MR een bevoegdheid toekomt. De Commissie oordeelt dat de OMR in een dergelijk verzoek ontvankelijk is. De bijzin in artikel 37 WMS ‘voor zover het een aangelegenheid betreft waarvoor de raad is ingesteld’ heeft alleen betrekking op de themaraad. De WMS bevat geen bepalingen die zich tegen de ontvankelijkheid verzetten en de OMR kan er als geleding van de MR belang bij hebben dat wordt vastgesteld dat een bepaalde aangelegenheid in de MR aan de orde dient te komen ter uitoefening van de medezeggenschap. Gelet op dit belang dient een geleding een interpretatieverzoek aan de Commissie te kunnen voorleggen indien de MR als zodanig niet besluit om dit te doen.
De Commissie gaat bij haar oordeel over het vereiste belang in beginsel uit van de situatie ten tijde van de aanmelding van het geschil.
De Commissie oordeelt dat gelet op het geldende beleid het toelaten van een groep leerlingen van een andere school die zal sluiten niet is aan te merken als een wijziging van het bestaande beleid.
De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS,
(prof. mr. I.P.Asscher-Vonk, voorzitter, mr. W.J.J. Beurskens, en prof. mr. D. Mentink)
De complete tekst kunt u hier downloaden.
03-07-2008
LCG WMS 08.011. Uitspraak 3 juli 2008
Interpretatiegeschil PO- artikel 11 aanhef en onder h WMS (ontslag schoolleiding),artikel 8 lid 1 WMS (informatierecht),
Adviesgeschil PO - artikel 11 aanhef en onder h WMS (ontslag schoolleiding)
In het interpretatiegeschil verschillen partijen van mening over de vraag of de aanduiding ‘aanstelling en ontslag schoolleiding’ in artikel 11 aanhef en onder h WMS ziet op het concrete ontslag van de directeur van de school.
De Commissie oordeelt dat dit het geval is. In dit artikel ontbreekt het woord ‘beleid’ dat in veel andere onderdelen van de artikelen 10 tot en met 14 WMS wel voorkomt. De bevoegdheden met betrekking tot het beleid tot aanstelling en ontslag zijn geregeld in de artikelen 11 onder g en 12 lid 1 onder o WMS. Bijzondere omstandigheden daargelaten, valt elk voorgenomen besluit tot ontslag van een lid van de schoolleiding onder de reikwijdte van artikel 11 onder h WMS, daaronder begrepen het verzoek van het bevoegd gezag om ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter. Het ingaan van een mediationtraject met de directeur valt niet onder artikel 11 onder h WMS. Mediation is een vorm van alternatieve geschillenbeslechting die juist gericht is op het oplossen van conflicten.
De verplichting tot het tijdig verstrekken van alle inlichtingen zoals bedoeld in artikel 8 lid 1 WMS gaat niet zo ver dat de MR geïnformeerd zou moeten worden over enkel het mediationtraject dat het bevoegd gezag en de directeur zijn ingegaan in hun verhouding van werkgever-werknemer.
De Commissie oordeelt de MR niet-ontvankelijk in zijn verzoek een adviesgeschil te behandelen. Het systeem van de WMS brengt niet met zich mee dat door het uitbrengen van een ongevraagd advies een rechtsgang op grond van artikel 34 WMS bij de Commissie gecreëerd kan worden.
De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS,
(mr. H.C. Naves, voorzitter, mr. W.J.J. Beurskens en mr. J.M. Vrakking)
De complete tekst kunt u hier downloaden.
03-07-2008
LCG WMS 08.005. Uitspraak 3 juli 2008
Interpretatiegeschil VO –artikel 12 WMS (beleid met betrekking tot invoering LC-functies)
De PMR heeft ingestemd met het maken van een ‘ínhaalslag’ ten aanzien van de benoemingen in LC-functies in de omvang die in de CAO VO 2003-2005 is vastgelegd. Tussen partijen is verschil van mening ontstaan over de vraag of bij de uitvoering van de inhaalslag is afgeweken van het beleid dat met instemming van de PMR was vastgesteld. De PMR stelt dat er sprake is van nieuw beleid dat de instemming van de PMR behoeft. Het bevoegd gezag stelt dat er geen sprake is van een interpretatiegeschil maar van een vordering tot nakoming van de verplichtingen op grond van de WMS, zodat de Commissie niet bevoegd is.
De Commissie komt tot de conclusie dat het verzoek van de PMR niet betreft de uitleg van het bepaalde bij of krachtens de WMS, het medezeggenschapsreglement of medezeggenschapsstatuut, maar in feite uitsluitend de vaststelling van de inhoud van de afspraken die gemaakt zijn tussen de PMR en het bevoegd gezag met betrekking tot de invoering van de LC-functies. De Commissie oordeelt dat zij niet bevoegd is om inzake een verzoek met deze inhoud uitspraak te doen.
De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS,
(mr. H.C. Naves, voorzitter, mr. W.J.J. Beurskens, en mr. J.M. Vrakking)
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-07-2008
LCG WMS 08.010. Uitspraak 2 juli 2008
Interpretatiegeschil VO – artikel 12 lid 1 onder h WMS (wijziging taakbelasting binnen het personeel)
Het bevoegd gezag heeft een notitie vastgesteld waarin is opgenomen dat bij incidentele lesuitval van een docent, wordt waargenomen door andere docenten. De PMR heeft aan de Commissie de vraag voorgelegd of de notitie een wijziging van het taakbeleid is die ter instemming aan de PMR had moeten zijn voorgelegd.
Niet de PGMR maar de PMR heeft instemmingsrecht ten aanzien van de aangelegenheid van artikel 12 lid 1 onder h WMS. Het bevoegd gezag heeft nog geen GMR. In het reglement is geen juiste toepassing gegeven aan artikel 16 lid 1 en artikel 24 lid 2 WMS.
De Commissie overweegt dat voorheen voor docenten geen verplichting bestond om de lessen waar te nemen. Door de notitie zijn docenten thans verplicht de lessen van uitgevallen collega’s waar te nemen, hetgeen er ook toe kan leiden dat docenten een les moeten waarnemen in een ander vak dan het vak waarvoor zij zijn aangetrokken of bevoegd zijn. Voor de belasting van de docenten betekent dit een ingrijpende wijziging van algemene strekking. Daarom merkt de Commissie de notitie aan als een wijziging van de taakbelasting binnen het personeel ten aanzien waarvan de PMR op grond van artikel 12 lid 1 aanhef en onder h WMS instemmingrecht heeft. Dit geldt ook voor het geval de notitie niet zou leiden tot overschrijding van de in acht te nemen maximale normen van het taakbeleid.
De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS,
(prof. mr. I.P. Asscher-Vonk, voorzitter, mr. W.J.J. Beurskens en prof. mr. D. Mentink)
De complete tekst kunt u hier donloaden.
27-06-2008
LCG WMS 08.015. Uitspraak 27 juni 2008
Interpretatiegeschil VO – artikel 41 lid 1 en 2 WMS (vaststelling nieuw medezeggenschapsreglement)
De GMR in zijn bestaande samenstelling bevat geen leerlingen. Het leerlingdeel van de MR meent dat het door een bepaalde uitleg van artikel 41 lid 2 WMS ten onrechte geen invloed kan uitoefenen op belangrijke bovenschoolse besluiten. Het bevoegd gezag meent dat het op grond van artikel 41 lid 2 WMS tot 01-08-2008 de tijd heeft voor de vaststelling van een nieuw GMR-reglement en daarop volgende verkiezingen voor de GMR.
De Commissie oordeelt dat de GMR niet tot 01-08-2008 in haar bestaande samenstelling kan voortbestaan zonder nadere maatregelen met betrekking tot de door de WMS gewijzigde positie van de leerlingen. Artikel 41 lid 2 WMS (oude reglement vervalt uiterlijk m.i.v. 01-08-2008) beoogt niet het bevoegd gezag de ruimte te geven om de in artikel 41 lid 1 WMS genoemde termijnen (4 maanden voor GMR-reglementsvoorstel en 4 maanden voor reactie GMR) m.b.t. het vaststellen van een nieuw GMR-reglement op te rekken tot uiterlijk 01-08-2008. Indien onverhoopt de in artikel 41 lid 1 WMS genoemde termijnen niet kunnen worden nageleefd, rust op het bevoegd gezag de plicht om zich van de gevolgen daarvan expliciet rekenschap te geven en om actief gebruik te maken van de mogelijkheden die de WMS en het bestaande reglement bieden om op te treden om te verzekeren dat zo veel als mogelijk sprake is van medezeggenschap in overeenstemming met de WMS. De bepalingen in het GMR-reglement hadden niet aan het uitschrijven van nieuwe GMR-verkiezingen in de weg hoeven staan.
De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
(prof. mr. I. P. Asscher-Vonk, voorzitter, mr. W.J.J. Beurskens en prof. mr. D. Mentink)
De complete tekst kunt u hier downloaden.
26-06-2008
LCG WMS 08.013. Uitspraak 26 juni 2008
Instemmingsgeschil invoering functie Directeur bedrijfsvoering - artikel 12 onder b WMS (wijziging samenstelling van de formatie)
De PMR weigert in te stemmen met het voorgenomen besluit om aan de school de functie van Directeur bedrijfsvoering als leidinggevende van de Centraal Ondersteunende Diensten in te voeren. Nadat de PMR had aangegeven het niet eens te zijn met de invoering van de nieuwe functie, heeft het bevoegd gezag het besluit aangehouden en extern onderzoek laten uitvoeren. Na het verschijnen van het onderzoeksrapport heeft tussen partijen overleg plaatsgevonden en is een gewijzigd voorgenomen besluit tot invoering van de functie van Directeur bedrijfsvoering aan de PMR voorgelegd.
De PMR heeft dit voorgenomen besluit zonder enige motivering afgewezen. Dit acht de Commissie niet redelijk. Het ligt op de weg van de PMR om reëel overleg te voeren hetgeen er redelijkerwijze toe had moeten leiden dat de PMR duidelijk aangaf om welke redenen zij niet met het gewijzigde en gemotiveerde voorstel instemde. Nu dit niet is gebeurd, oordeelt de Commissie dat de PMR niet in redelijkheid tot het onthouden van instemming heeft kunnen komen.
De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS,
(prof. mr. I.P. Asscher-Vonk, mr. W.J.J. Beurskens en prof. mr. D. Mentink)
De complete tekst kunt u hier donloaden.
12-06-2008
LCG WMS 08.016. Uitspraak 12 juni 2008
Interpretatiegeschil PO - artikel 13 onder d WMS (beleid voorzieningen ten behoeve van de leerlingen)
Het besluit van het bevoegd gezag om het gebruik van noodlokalen te beëindigen brengt verandering mee voor het gebruik van het handvaardigheidlokaal en de aula en heeft gevolgen voor het overblijven en voor de speelmogelijkheden van de onderbouw. De oudergeleding meent dat er sprake is van een wijziging van het beleid ten aanzien van voorzieningen ten behoeve van de leerlingen, waarvoor de oudergeleding instemmingrecht heeft.
De Commissie oordeelt dat van voorzieningen ten behoeve van de leerlingen alleen sprake is als de voorziening uitsluitend of nagenoeg uitsluitend van belang is voor de leerlingen (en hun ouders), terwijl daarvan geen sprake is als de voorziening rechtstreeks en onlosmakelijk verband houdt met (de uitvoering van) het onderwijsprogramma. In onderhavig geval is alleen de inrichting van het overblijven te beschouwen als een voorziening ten behoeve van de leerlingen. De mogelijkheid om over te blijven of de voorwaarden voor deelname aan het overblijven zijn door het besluit niet gewijzigd. Het besluit heeft uitsluitend gevolgen voor de praktische invulling van het overblijven. Het besluit is niet aan te merken als een wijziging van het beleid ten aanzien van het overblijven.
Landelijke Commissie voor Geschillen WMS,
(mr. H.C. Naves, mr. W.J.J. Beurskens en mr. J.M. Vrakking)
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-06-2008
LCG WMS 08.006. Uitspraak 2 juni 2008
Instemmingsgeschil PO – verdeling/besteding van budget voor Personeel- en arbeidsmarktbeleid (voortgezet geschil, vallend onder WMO-regelgeving)
In het verleden verschilden het bevoegd gezag en de MR reeds van mening over de inzet van het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid (BPA) over de jaren 2005 en 2006. Het bevoegd gezag wilde een groter gedeelte bovenschools inzetten dan de MR wenselijk achtte. Volgens de MR dienen de BPA-gelden voornamelijk op schoolniveau te worden ingezet. De Landelijke Geschillencommissie Onderwijs heeft hierover in 2004 en 2006 uitspraken tussen partijen gedaan.
De Commissie oordeelt thans dat het gebrekkige en geheel vastgelopen overleg aan beide partijen te wijten is geweest. Omdat partijen kennelijk niet meer in staat waren uit de ontstane impasse te geraken, heeft de Commissie geen grond gezien uit te spreken dat het voorgenomen besluit wegens onvoldoende overleg niet omgezet mocht worden in een definitief besluit. Het voorgenomen besluit was voldoende gemotiveerd en de motivering is niet door de MR weersproken. De MR heeft niet weersproken dat zijn wens, om uit het BPA-budget tijdelijke vakleerkrachten aan te stellen, uit de reserves van de school verwezenlijkt kan worden.
De Commissie oordeelt dat de MR niet in redelijkheid zijn instemming aan het voorgenomen besluit heeft kunnen onthouden.
Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
(Prof. mr. I.P. Asscher-Vonk, mr.dr. W.J.J. Beurskens, prof. mr. dr. D. Mentink)
De complete tekst kunt u hier downloaden.
02-06-2008
LCG WMS 08.004. Uitspraak 2 juni 2008
Interpretatiegeschil VO - artikel 12 lid 1 onder d WMS (werkreglement voor het personeel en de opzet en de inrichting van het werkoverleg)
Aan de Commissie is de vraag voorgelegd of de PMR instemmingsrecht heeft ten aanzien van het Personeelsboekje dat jaarlijks voor de school wordt vastgesteld en waarin diverse binnen de school geldende regels, afspraken en protocollen zijn samengevoegd. Volgens de Commissie bevat het boekje een regeling van de aspecten op het gebied van het werkoverleg en een regeling van andere rechten en plichten van het personeel op velerlei gebied. De Commissie oordeelt dat het Personeelsboekje een formeel document van de school is dat onder de reikwijdte van de aangelegenheid ‘werkreglement voor het personeel’ als bedoeld in artikel 12 lid 1 onder d WMS valt. Dit betekent dat de PMR terzake instemmingsrecht heeft. Door het hele boekje jaarlijks als voorgenomen besluit aan de PMR voor te leggen, bevordert het bevoegd gezag de communicatie en de duidelijkheid over het boekje, hetgeen de schoolorganisatie als geheel ten goede komt. De vermelding in het boekje van bepalingen die op grond van de wet, de CAO of een andere regeling geldend zijn, vallen als zodanig buiten het instemmingsrecht van de PMR. Dit geldt evenzeer voor in het boekje vermelde feitelijke gegevens, zoals namen en functies, die geen rechten en plichten (willen) geven.Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
(mr. H.C. Naves, mr. dr. W.J.J. Beurskens en prof. mr. dr. D. Mentink)
De complete tekst kunt u hier downloaden.
15-05-2008
LCG WMS 08.003. Uitspraak 15 mei 2008
Instemmingsgeschil VO – artikel 12 lid 1 onder b WMS (vaststelling van de samenstelling van de formatie)
De PMR had haar instemming onthouden aan het voorgestelde formatieplan 2007-2008 omdat het bevoegd gezag daarin bezuinigingen had voorgesteld die neerkwamen op overheveling van budget dat voorheen aan personeel werd besteed naar materiële bestemmingen. De daaraan ten grondslag liggende wens het weerstandsvermogen op peil te brengen, kon de PMR niet overtuigen. Zij voelde zich bovendien niet serieus genomen door de korte termijn waarop zij moest reageren alsmede niet gehoord in de tegenvoorstellen van haar kant.
De Commissie heeft uitgesproken dat het overleg tussen bevoegd gezag en PMR als onvoldoende kan worden gekwalificeerd en dat dit des te meer klemt nu de PMR aan de hand van het formatieplan gevraagd werd in te stemmen met majeure bezuinigingen waarvoor de grondslag haar aan de hand van andere documenten van de kant van het bevoegd gezag niet eerder was voorgelegd. De PMR heeft in redelijkheid haar instemming aan het voorstel kunnen onthouden en ook anderszins ziet de Commissie geen zwaarwegende omstandigheden die het voorstel van het bevoegd gezag rechtvaardigen.
Het bezwaar van de PMR met betrekking tot de ontvankelijkheid van het bevoegd gezag wegens overschrijding van de indieningstermijn van zes weken, heeft de Commissie verworpen. Zij achtte het bevoegd gezag ontvankelijk.
Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
(Prof. mr. I.P. Asscher-Vonk, drs. K.A. Kool, prof. mr. dr. D. Mentink)
De complete tekst kunt u hier downloaden.
06-05-2008
LCG WMS 08.001. Uitspraak 6 mei 2008
Interpretatiegeschil VO - artikel 12 lid 1 onder i WMS (beleid m.b.t. personeelsbeoordeling).
Aan de Commissie is de vraag voorgelegd of de PMR instemmingsrecht heeft ten aanzien van de instrumenten die in het voorgestelde protocol personeelsbeoordeling van de school worden genoemd. De instrumenten zijn een standaard beoordelingsformulier, omgevingsonderzoek, leerlingenquêtes, verslagen van werk- of lesobservaties en gespreksverslagen.Volgens de Commissie dient het beleid personeelsbeoordeling zodanig geformuleerd te zijn dat daarin de concrete aangrijpingspunten zijn opgenomen die op genoegzame wijze uitwerking geven aan de essentie van het beleid en de mogelijke consequenties van dit beleid. De betekenis van het beleid voor de uitkomsten van het beoordelingsproces dient voldoende duidelijk te zijn. In de door het bevoegd gezag voorgestelde regeling is onvoldoende duidelijk welke invloed de onderscheiden instrumenten op de totale beoordeling hebben, hoe ze ingezet worden en wat voor de beoordeling het onderlinge gewicht is van de met behulp van de instrumenten verkregen informatie.De Commissie verklaart dat in onderhavig geval onder de aangelegenheid ‘beleid ten aanzien van personeelsbeoordeling’ als bedoeld in artikel 12 lid 1 onder i WMS mede dient te worden verstaan de te beoordelen aspecten van het functioneren van de werknemer, de criteria aan de hand waarvan de in het beleid in te zetten instrumenten worden vastgesteld en gebruikt en evenzeer wat het onderlinge gewicht van de op grond van de instrumenten verkregen informatie is voor de beoordeling van de werknemer.
Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
(Prof. mr. I.P. Asscher-Vonk, drs. K.A. Kool, prof. mr. dr. D. Mentink)
De complete tekst kunt u hier downloaden.
24-04-2008
LCG WMS 08.008. Uitspraak 24 april 2008
Instemmingsgeschil PO – artikel 12 lid 1 onder e WMS (vaststelling of wijziging van de verlofregeling van het personeel)
De PMR heeft niet ingestemd met het voorstel van het bevoegd gezag tot wijziging van de schooltijden. Het voorstel houdt in dat de groepen 1 tot en met 4 per schooljaar 930 uur les krijgen en dat de leerlingen en leerkrachten van deze groepen elke vrijdagmiddag vrij zijn. In de bovenbouw blijft de situatie ongewijzigd. In 2011 of 2012 wordt een besluit genomen over de wijze waarop het aantal lesuren in de bovenbouw wordt aangepast.
Volgens de PMR zijn de vrije middagen niet gelijkwaardig aan de hele vrije dagen die men in het huidige systeem als compensatie geniet. Ook acht zij de grotere belasting van de jonge leerlingen een bezwaar. De PMR vreest dat er veel aanpassingen in het lesrooster nodig zullen zijn die ten koste van de kwaliteit van het onderwijs zullen gaan.
De Commissie stelt vast dat de PMR de door het bevoegd gezag gestelde noodzaak om de lestijden aan te passen aan de maatschappelijke ontwikkelingen en de verlaging van de wekelijkse werkdruk van het personeel in de onderbouw, niet heeft weersproken. Het lesrooster van 940 uur is in de CAO PO als mogelijkheid opgenomen en de voorgestelde regeling betreft een beperkte groep leerkrachten en er blijven mogelijkheden om ook hele compensatiedagen op te bouwen. De zorg van de PMR voor de belasting van de leerlingen is onvoldoende onderbouwd. De discussie over de aanpassing van de lesstof die noodzakelijk zal zijn als het systeem ook voor de bovenbouw wordt ingevoerd zal te zijner tijd gevoerd moeten worden met inachtneming van de bevoegdheden van de MR en zijn geledingen.
De Commissie oordeelt dat de argumenten van de PMR afgewogen tegen die van het bevoegd gezag onvoldoende gewicht hebben om te concluderen dat de PMR in redelijkheid de instemming heeft kunnen onthouden.
Landelijke Commissie voor Geschillen WMS,
(mr. H.C. Naves, prof. mr. dr. D. Mentink, en mr. dr. W.J.J. Beurskens.)
De complete tekst kunt u hier downloaden.
17-12-2007
103552 - Adviesgeschil en interpretatiegeschil invoering nieuwe functies VO
De geschillen hebben betrekking op het besluit om aan één van de Colleges van de school de functie van coördinerend docent LC op te heffe en twee functies teamleider in te voeren, namelijk een plaatsvervangend directeur schaal 12 en een docent LD. Aan de MR is advies gevraagd; de MR heeft negatief gereageerd; vervolgens is overleg gevoerd waarna de MR zonder nadere motivering heeft medegedeeld dat hij akkoord gaat met 2 LC-functies. De Commissie oordeelt in het interpretatiegeschil dat het besluit een wijziging van het beleid van de organisatie van de school is, ten aanzien waarvan de MR adviesrecht heeft op grond van artikel 11 onder f WMS en artikel 22 onder f van het per 4 juli 2007 vastgestelde medezeggenschapsreglement. Het gaat immers om de invoering van 2 leidinggevende functies die deel uitmaken van het management van de School. Voor de invoering van de functies is gekozen vanwege de organisatie van de aansturing van het college. Voor het bevoegd gezag was er keuzevrijheid en dus is er sprake van beleid. Ten aanzien van het adviesgeschil oordeelt de Commissie dat het bevoegd gezag uit de enkele mededeling van de MR dat hij akkoord gaat met 2 LC-functies redelijkerwijze niet heeft hoeven te begrijpen dat het niet volgen van het advies bij de MR zou leiden tot de mening dat daardoor de belangen van de school of de MR ernstig worden geschaad als bedoeld in artikel 31 onder c WMS. De stelling van de MR dat het bevoegd gezag nog overleg met hem had moeten voeren, acht de Commissie niet juist omdat het in artikel 17 aanhef en onder d WMS voorgeschreven overleg reeds eerder had plaatsgevonden. De MR heeft in zijn reactie ook niet heeft aangedrongen op nader overleg alvorens tot een besluit wordt gekomen. Gelet hierop en hetgeen ter zitting door het bevoegd gezag is gesteld ten aanzien van de inkrimping van de overhead van de Colleges, de versterking van de aansturing op de Colleges zelf en de groei van het desbetreffende College, is de Commissie van oordeel dat het bevoegd gezag bij het niet volgen van het advies van de MR bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn voorstel kunnen komen. De Commissie bepaalt dat het betrokken besluit in stand kan blijven.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
25-06-2007
103509 - Instemmingsgeschil regeling gevolgen opheffing scholen voor ouders/leerlingen PO
Het bevoegd gezag van drie islamitische scholen heeft besloten twee scholen per 1 augustus 2007 te sluiten. De sluiting van de derde school per 1 augustus 2007 is een feit vanwege stopzetting van de subsidie als gevolg van leegloop. Voor de leerlingen is een regeling getroffen voor inschrijving aan andere scholen via een inschrijvingsformulier dat speciaal voor deze leerlingen bestemd is. Met de scholen in de gemeente is afgesproken dat zij zullen meewerken. De oudergeleding GMR weigerde in te stemmen omdat de scholen zouden moeten worden overgenomen door een islamitisch schoolbestuur. De Commissie overweegt dat dit argument primair het besluit tot opheffing van de scholen betreft, welk besluit voor de Commissie een gegeven is dat haar thans niet ter beoordeling staat. Het argument dat het bevoegd gezag zou dienen mee te werken aan een regeling waarbij de huidige schoolgebouwen bestemd worden als dependances van een andere islamitische school, betreft wel de gevolgen van de opheffing van de scholen voor zover daarmee bedoeld wordt dat het bevoegd gezag zich dient in te spannen dat na de opheffing van de scholen de gebouwen de bedoelde dependances worden. Deze door de ouders voorgestane oplossing ligt in de bevoegdhedensfeer van de desbetreffende islamitische school en de gemeente. Nu de staatssecretaris van mening is dat de desbetreffende school niet voldoet aan de door haar gestelde randvoorwaarden waaraan een overnamekandidaat dient te voldoen, kan naar het oordeel van de Commissie redelijkerwijze niet van het bevoegd gezag gevergd worden dat het een regeling voorstelt die er in feite op neer komt dat de scholen opgaan in die school. Niettemin kan de Commissie er enig begrip voor opbrengen dat de oudergeleding van de GMR, gelet op het hevige verzet van de ouders tegen de sluiting van de scholen, er niet voor heeft kunnen kiezen formeel in te stemmen met de voorgestelde regeling die een rechtstreeks uitvloeisel is van de omstreden sluiting. Maar als dit voor de Commissie al reden zou zijn om te oordelen dat de oudergeleding in redelijkheid tot het onthouden van instemming heeft kunnen komen, zijn er voldoende zwaarwegende omstandigheden die het voorstel van het bevoegd gezag rechtvaardigen. De sluiting per 1 augustus 2007 is immers een feit omdat er geen haalbare alternatieven zijn: er is geen geschikte overnamekandidaat gevonden en uit het financieel rapport van KPMG blijkt dat een doorstart van de scholen zou leiden tot faillissement. De regeling die de herplaatsing van de SIBA-leerlingen onder deze omstandigheden structureert, is daarom passend. Tegen de voorgestelde regeling als zodanig zijn, behoudens het hierboven behandelde argument met betrekking tot de bestemming van de gebouwen als dependances voor een andere islamitische school, door de oudergeleding GMR geen bezwaren ingebracht. De Commissie stelt bindend vast dat het bevoegd gezag het voorgenomen besluit tot regeling van de gevolgen voor ouders en leerlingen mag omzetten in een definitief besluit.
De complete tekst kunt u hier downloaden.
WMS uitspraken tot 1 januari 2008
Zojuist verschenen: jaarverslag Onderwijsgeschillen 2011 en jaarverslag van de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs 2011
Uitspraak LCG WMS 11 april 2012 : termijnen voor indienen van instemmingsgeschil zijn dwingend
Nieuwe publicatie Onderwijsgeschillen: artikel in School en Wet over disciplinaire maatregel
Arrest Ondernemingskamer inzake vordering tot naleving WMS m.b.t. vergoeding kosten van rechtsbijstand
Advies Landelijke Bezwarencommissie Schoolbestuursbeslissingen (LBS): ontslag uit ID-betrekking
