Uitspraken van de Medezeggenschapscommissie HBO die gold tot 1 september 2010 en uitspraken van de Medezeggenschapscommissie BVE die gold tot 1 maart 2011

05-04-2011

104837 - 11.08 Instemmingsgeschil over wijze selectie sollicitatiebrieven bij vacature schoolleiding; MBO

Het geschil spitst zich toe op de vraag of de selectie van sollicitatiebrieven voor een vacature in de schoolleiding dient te geschieden door het College van Bestuur of door de benoemingsadviescommissie. Het College van Bestuur heeft weliswaar gemotiveerd waarom hij wil vasthouden aan zijn voorstel, maar is niet ingegaan op de door de MR ingebrachte argumenten die ten grondslag liggen aan de weigering in te stemmen, te weten de transparantie van de procedure en het creëren van draagvlak voor de te nemen beslissing over de vervulling van een vacature. Ook ter zitting heeft het bevoegd gezag niet duidelijk weten te maken hoe de argumenten van de MR gewogen zijn in de besluitvorming. Omdat het College van Bestuur onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij na het onthouden van instemming onverkort heeft vastgehouden aan zijn voorstel, heeft het College van Bestuur bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn voorstel kunnen komen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

17-08-2010

104535 - Interpretatiegeschil Vaststelling aanvang schooljaar (vaststelling vakantie/regeling van de werkzaamheden); MBO

Vraag is of de beslissing van het bevoegd gezag om de laatste twee dagen van de zomervakantie 2010 van de deelnemers aan te merken als werkdagen voor het personeel neerkomt op een besluit waarvoor instemmings- of adviesrecht van de medezeggenschap geldt. De CMR stelt dat het bij het ROC sinds jaar en dag gebruik is dat de zomervakantie voor het onderwijzend personeel gelijk loopt met de vakantie voor de deelnemers. Het bevoegd gezag heeft dienaangaande steeds om instemming van de CMR verzocht. Volgens het bevoegd gezag gelden de meerjarenafspraken uitsluitend voor de vakantie van de deelnemers. De Commissie is van oordeel dat de aangelegenheid 'regeling van de vakantie' uitsluitend de deelnemers betreft. Niet is gebleken dat het bevoegd gezag in enig jaar expliciet de verlofregeling voor het personeel ter instemming of voor advies heeft voorgelegd. Evenmin is gebleken dat het onderwijzend personeel op basis van een regeling verplicht is de (gehele) deelnemersvakantie als verlof op te nemen. Het aanmerken van dagen van de zomervakantie van de deelnemers als werkdagen waarop het personeel in beginsel aanwezig dient te zijn, is een beperking van de vrijheid van de teams om de werkzaamheden onderling te verdelen en derhalve aan te merken als een aangelegenheid met betrekking tot de vaststelling van de taakverdeling respectievelijk de taakbelasting van het personeel. Ten aanzien daarvan heeft de personeelsgeleding van de CMR instemmingsrecht.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

10-02-2010

104282 - Instemmingsgeschil vaststelling strategienota "Onderzoek en Lectoren"; HBO

De Hogeschoolraad weigert in te stemmen met de strategienota omdat deze te vrijblijvend is. Er is geen structurele en formele verbinding tussen academies en lectoraten. Daarenboven worden de bijdragen van de lectoren nergens gekwantificeerd en worden de studenten te weinig bij het lectoraat betrokken. De Commissie overweegt dat inherent is aan een strategienota dat er sprake is van in algemene zin geformuleerde uitgangspunten die nog nadere vertaling/uitwerking in de praktijk zullen krijgen. Het College van Bestuur heeft in de strategienota in Hoofdstuk 3 aandacht besteed aan de verbinding lectoraat en onderwijs. Het heeft aangegeven dat het belangrijk is dat er stevige verbindingen tussen onderwijs en onderzoek ontstaan en dat een sterke verbinding van het onderzoek met de beroepspraktijk kenmerkend is voor het type onderzoek dat de hogeschool wil doen. Ook is aandacht besteed aan de betekenis van het lectoraat voor de studenten en aan de verhouding tussen het lectoraat en de academies. Dat het College van Bestuur hiermee onvoldoende blijk heeft gegeven van verbinding tussen de lectoren en het onderwijs en dat het College van Bestuur de nota te eenzijdig vanuit de onderzoekscomponent heeft opgezet, is aldus niet gebleken, net zomin als dat de rol van de student onderbelicht zou zijn. Immers, de door de Hogeschoolraad genoemde verbinding is door het College van Bestuur in de nota aan de orde gesteld en - op strategisch niveau - vormgegeven. Het College van Bestuur heeft in redelijkheid tot zijn voorstel kunnen komen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

17-12-2009

104290 - Instemmingsgeschil invoering werkrooster docenten; MBO

Het werkrooster bestaat uit een overzicht van in enig jaar door een docent te verrichten werkzaamheden (planning) en de daaraan daadwerkelijk bestede tijd (realisatie). Voorts bevat de notitie "Werkrooster docenten" onder meer bepalingen over overuren, werktijden en (het opnemen van) vrije dagen. De Commissie merkt het voorstel aan als betrekking hebbend op de vaststelling of wijziging van een mogelijk werkreglement voor het onderwijzend personeel als bedoeld in artikel 8 lid 1 onder d WMO 1992. Gelet op het nieuwe systeem van taakverdeling in de CAO-BVE waarbij de taken binnen de teams verdeeld dienen te worden en de aanhoudende signalen over de werkdruk van docenten acht de Commissie het verkrijgen van - ook cijfermatig - inzicht in de tijdsbesteding van docenten niet onredelijk. Dit inzicht kan er toe bijdragen dat de taakverdeling binnen de teams realistisch, dit wil zeggen op basis van reëel te besteden tijd, plaatsvindt. Het bevoegd gezag heeft bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn voorstel, neergelegd in de notitie "Werkrooster docenten", kunnen komen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

10-11-2009

104234 - Interpretatiegeschil start duale opleiding; HBO

Geschil over de vraag of de MR instemmingsrecht heeft ten aanzien van ene voorgenomen besluit te starten met enkele duale opleidingen in een ander deel van het land. Volgens de MR is dit een instemmingsaangelegenheid die rechtstreeks raakt aan drie instemmingsaangelegenheden uit het medezeggenschapsreglement: wijziging of vaststelling van het instellingsplan (artikel 22 onder a), regels op het gebied van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn (artikel 22 onder g) en het beleid met betrekking tot de besteding van de middelen van de hogeschool (artikel 22 onder h).
Het besluit enkele duale opleidingen te starten is in dit geval niet aan te merken als strijdig met het instellingsplan en evenmin als een wijziging daarvan. De Commissie is daarnaast niet gebleken dat de start van een duale opleiding tot wijziging van een regeling op het gebied van de arbeidsomstandigheden heeft geleid of zou moeten leiden. Vele besluiten van een College van Bestuur hebben financiële gevolgen. Dat betekent echter nog niet dat, indien er geen specifieke aangelegenheden zijn die betrekking hebben op de inhoud van het besluit, die besluiten dan dienen te worden aangemerkt als een wijziging van het financieel beleid waarvoor ingevolge het medezeggenschapsreglement instemmingsrecht geldt. Dat laatste zal slechts het geval zijn indien het besluit van zodanig fundamenteel belang is dat er sprake is van een wijziging van de visie op de besteding van de middelen. Daarvan is hier geen sprake gezien de geringe druk die het besluit op de begroting legt. Op grond van artikel 10.20 onder e WHW heeft de MR een instemmingsbevoegdheid ten aanzien van het vaststellen of wijzigen van de onderwijs- en examenregeling (OER). Artikel 7.13 tweede lid onder f WHW bepaalt dat in de OER "de voltijdse, deeltijdse of duale inrichting van de opleiding" moet zijn geregeld. In de OER dient dus de vormgeving van de duale opleiding beschreven te worden. Naar het oordeel van de Commissie is 'vaststelling en wijziging van de onderwijs- en examenregeling' de specifieke aangelegenheid waar het starten van de duale opleiding Verpleegkunde, die de aanleiding vormt voor dit geschil, onder valt.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

09-11-2009

104236 - Instemmingsgeschil taakbelastingbeleid; BVE

De PMR heeft instemming onthouden aan de notitie "Gezamenlijke kaders taakbelasting". Aan de teams moet volgens het bevoegd gezag de ruimte worden geboden om over de normering van activiteiten naar eigen inzicht afspraken te maken. Het voorstel leidt waarschijnlijk tot verhoging van de werkdruk, aldus de PMR. Bovendien is nagenoeg het gehele taakbelastingsbeleid onttrokken aan invloed van de PMR. In geschil is of de rechtszekerheid van het personeel door het stellen van summiere kaders in het gedrang komt. Allerminst valt uit te sluiten dat de invoering van het competentiegerichte onderwijs in samenhang met de aanstelling van praktijkassistenten niet noodzakelijkerwijs tot taakverzwaring hoeven te leiden. In dat licht is van belang de toezegging om na een jaar van werken met de voorgestelde kaders het effect grondig te evalueren. Indien het ontbreken van striktere kaders leidt tot een onbillijke uitkomst van de werkverdeling op teamniveau voor een individuele werknemer, biedt artikel F-8 CAO aan de interne geschillencommissie de mogelijkheid om deze onbillijkheid ongedaan te maken. Het CvB heeft bij afweging van de belangen in redelijkheid tot het voorstel kunnen komen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

21-10-2009

104224 - Instemmingsgeschil instellen centrale stafeenheid; HBO

Het College van Bestuur heeft met instemming van de MR een strategisch plan vastgesteld voor de periode 2009-2012. Vervolgens heeft de MR niet ingestemd met het voorgenomen besluit van het College van Bestuur om de beleidsmatige ondersteuning van de in het plan neergelegde visie onder te brengen in een centrale stafeenheid, onder de leiding van een projectleider.
De bezwaren hebben met name betrekking op de nieuwe functie van projectleider. De Commissie overweegt dat, nog los van de vraag of projectleider een topfunctie is, er niet meer managementfuncties komen aangezien er in ieder geval twee directeursfuncties komen te vervallen in de nieuwe constructie. In die zin is er geen sprake van een uitbreiding van de formatie of van de top. Het is voldoende gebleken dat door de ambities in het strategisch plan en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden voor de staf in relatie met het opheffen van de oude organisatorische stafdiensten en de nieuw te vormen stafeenheid, er een dusdanig nieuwe situatie ontstaat dat het niet onredelijk is dat daar één leidinggevende voor wordt aangesteld. Gezien de aard en inhoud van de in het voorstel beschreven beoogde werkzaamheden van de leidinggevende, lijkt het de Commissie niet realistisch dat één van de senior-beleidsmedewerkers dit naast zijn eigenlijke werkzaamheden zou kunnen doen, zoals door de MR is gesuggereerd.
Alles overziende oordeelt de Commissie dat het College van Bestuur in redelijkheid tot het voorstel tot instelling van een centrale stafeenheid met daarbij de functie van projectleider heeft kunnen komen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

10-07-2009

104094 - Instemmingsgeschil begroting School HBO

De deelraad heeft geweigerd in te stemmen met de begroting 2008-2009 omdat hij het niet eens is met het in de begroting uitgewerkte taakbelastingsbeleid, bezwaren heeft tegen het ontbreken van een personeelsplan en over onvoldoende informatie beschikt. De Commissie stelt vast dat het overleg tussen partijen zijn gebreken heeft gehad; beide partijen zullen daarin een rol hebben gespeeld. Een arbeidsconflict met de voorzitter van de SMR is daarbij in grote mate een complicerende factor. De deelraad heeft zijn instemming mede onthouden vanwege het taakbeleid van de school zoals dat de afgelopen jaren is uitgevoerd en de wijze waarop vorm en uitvoering werd gegeven aan de door het College van Bestuur opgelegde bezuiniging. De Commissie stelt vast dat deze twee onderwerpen vallen onder het instemmingsrecht t.a.v. taakbelastingsbeleid en het personeelsplan. Niet gebleken is dat in de begroting een onlangs vast- of voorgesteld taakbeleid is verwerkt. Indien de deelraad meent dat de directeur ten onrechte geen taakbelastingsbeleid of personeelsplan ter instemming aan hem voorlegt, is de juiste weg hierover bij de kantonrechter naleving van de wet als bedoeld in artikel 10.33 WHW af te dwingen. De (deel)raad heeft dat niet gedaan, terwijl dit bezwaar wel reeds langere tijd speelt en hij zich kennelijk niet kan verenigen met de werkwijze van de School. M.b.t. het ontbreken van een personeelsplan en met name de wijze waarop gekomen is tot een aantal functiegroepen in het kader van het vaststellen van boventalligheid, merkt de Commissie op dat het beleid inzake boventalligheid is vormgegeven en vastgesteld in het overleg tussen College van Bestuur en vakorganisaties. Hoewel het de Commissie bevreemdt dat niet met een indeling van vergelijkbare functies en leeftijdscohorten gewerkt is (conform de op bestuursniveau vastgestelde regelingen), geldt ook hier dat niet de instemmingsprocedure met betrekking tot de begroting de geëigende weg is om deze kwestie aan de orde te stellen. Alles overziende is de Commissie van oordeel dat de verhoudingen tussen partijen dermate zijn verstoord dat van reële medezeggenschap geen sprake is geweest. Nu niet gebleken is dat het compleet spaak gelopen overleg - en dus de kwaliteit van de wederzijdse informatie uitwisseling - tussen partijen in overwegende mate aan de directeur dan wel de deelraad te verwijten is en daarenboven het begrotingsjaar bijna voorbij is, meent de Commissie dat het risico hiervan thans niet eenzijdig bij het College van Bestuur/de directeur kan worden neergelegd in die zin dat zou moeten worden geconcludeerd dat het College van Bestuur/de directeur niet in redelijkheid tot zijn voorstel heeft kunnen komen. De Commissie concludeert dat onder de gegeven omstandigheden geoordeeld moet worden dat het instellingsbestuur bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot de voorgestelde begroting heeft kunnen komen.
De complete tekst kunt u hier downloaden.

Print pagina