HomeMedezeggenschap Medezeggenschapsgeschil

Werkwijze van de geschillencommissies

Medezeggenschap

De regeling van de medezeggenschap verschilt per onderwijssector:

  • voor het primair en voortgezet onderwijs geldt vanaf 01-01-2007 de Wet medezeggenschap op scholen (WMS).  Deze wet is per 1 oktober 2011 gewijzigd als gevolg van de inwerkingtreding van de wet 'Fusietoets in het onderwijs' en per 1 augustus 2010 als gevolg van de inwerkingtreding van de wet 'Goed onderwijs, goed bestuur'.
  • voor de beroeps- en volwasseneneducatie (BVE / MBO) geldt de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) zoals deze per 1 maart 2010 is gewijzigd door de inwerkingtreding van de Wet Medezeggenschap Educatie en Beroepsonderwijs (WMEB)
  • voor het hoger beroepsonderwijs (HBO) geldt de regeling van de artikelen 10.16a tot en met 10.39 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW); deze regeling is per 1 september 2010 gewijzigd als gevolg van de Wet Versterking Besturing van 4 februari 2010
  • voor het wetenschappelijk onderwijs (WO) geldt de regeling van de artikelen 9.29 tot en met 9.50a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW); ook deze regeling is per  1 september 2010 gewijzigd als gevolg van de Wet Versterking Besturing van 4 februari 2010

Medezeggenschapscommissies Stichting Onderwijsgeschillen:

Indienen van een geschil

Een geschil wordt aan de Commissies voorgelegd door de indiening van een verzoekschrift waarbij de relevante stukken worden overgelegd. In het verzoekschrift wordt het geschil uitgelegd en wordt aangegeven wat daarover het standpunt van de verzoekende partij is. Vervolgens wordt de wederpartij door de Commissie in de gelegenheid gesteld schriftelijk verweer in te dienen. Van het verweer wordt afschrift gezonden aan de verzoekende partij.
Daarna houdt de Commissie een openbare zitting waar partijen hun standpunten kunnen toelichten en vragen van de Commissie kunnen beantwoorden. De Commissie kan ter zitting bemiddelen tussen partijen
Na de zitting beraadslaagt de Commissie en kan zij een schriftelijk bemiddelingsvoorstel aan partijen doen. Indien de Commissie geen bemiddelingsvoorstel doet of inden een bemiddelingsvoorstel niet leidt tot een oplossing van het geschil, doet de Commissie binnen 6 werkweken schriftelijk uitspraak waarin het oordeel van de Commissie over het geschil is opgenomen. De uitspraak wordt aan partijen toegezonden.

Uitspraak

De medezeggenschapscommissie kan de volgende uitspraken doen:

Met betrekking tot instemmingsgeschillen:

in PO en VO
De Commissie beoordeelt of de (G)MR, de groepsMR, de geleding, de deelraad dan wel de themaraad in redelijkheid tot het onthouden van instemming heeft kunnen komen of dat sprake is van bepaalde zwaarwegende omstandigheden die het voorstel van het bevoegd gezag rechtvaardigen.

In de BVE:
de Commissie oordeelt of de deelnemersraad in redelijkheid tot het onthouden van instemming heeft kunnen komen of dat sprake is van bepaalde zwaarwegende omstandigheden die het voorstel van het bevoegd gezag rechtvaardigen.

In het HBO en WO
de Commissie hoger onderwijs kan aan het college van bestuur of de decaan toestemming geven om de beslissing te nemen indien de weigering van het medezeggenschapsorgaan om in te stemmen onredelijk is of indien de voorgenomen beslissing van het college van bestuur of de decaan gevergd wordt door zwaarwegende organisatorische, economische of sociale redenen.
Gaat het echter om instemmingsgeschillen met betrekking tot het instellingsplan, de vormgeving van het systeem van kwaliteitszorg of het bestuurs- en beheersreglement (artikel 9.33 onder a, b en d WHW), dan beoordeelt de geschillencommissie of het college van bestuur of een ander orgaan bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.

Met betrekking tot adviesgeschillen:

in PO en VO
de Commissie beoordeelt of het bevoegd gezag bij het niet of niet geheel volgen van het advies van de (G)MR, de groepsMR, de geleding, de deelraad of de themaraad bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn voorstel heeft kunnen komen;

In de BVE
de Commissie stelt vast of het bevoegd gezag bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen en of het besluit al dan niet in stand kan blijven.

In het HBO en WO
De Commissie toetst of:

  • het college van bestuur of de decaan zich heeft gehouden aan de eisen van de wet en het reglement
  • het college van bestuur of de decaan bij de afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot het voorstel of de beslissing heeft kunnen komen
  • het college van bestuur of de decaan onzorgvuldig heeft gehandeld ten opzichte van het desbetreffende medezeggenschapsorgaan. 

Met betrekking tot reglements (en statuuts-)geschillen:

in PO en VO
De Commissie beoordeelt of het bevoegd gezag bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn reglements/statuutsvoorstel heeft kunnen komen. Indien de Commissie van oordeel is dat dit niet het geval is, geeft zij in de uitspraak aan hoe het voorstel dient te worden gewijzigd.

In de BVE
zie de instemmingsgeschillen met de deelnemersraad

In het HBO en WO
zie de instemmingsgeschillen

Met betrekking tot interpretatiegeschillen:

in PO en VO
de Commissie geeft in de uitspraak aan welke interpretatie aan het bepaalde in de wet of het statuut of het reglement dient te worden gegeven.

In het HBO en WO
Geschillen over de toepassing van het reglement en over de algemene bevoegdheden en taken van artikel 9.32 WHW zijn onderworpen aan de toets die ook geldt voor adviesgeschillen

De uitspraken van de Commissies zijn bindend voor beide partijen.

Beroepsmogelijkheid

In bepaalde gevallen is beroep tegen de uitspraak mogelijk.
Voor PO en VO
Tegen een uitspraak van de LCG WMS staat op grond van artikel 36 lid 3 WMS beroep open bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam. Het beroep kan uitsluitend worden ingesteld ter zake dat de LCG WMS een onjuiste toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in de WMS.
Het beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van één maand nadat de MR dan wel het bevoegd gezag van de uitspraak op de hoogte is gesteld. vanwege de beroepstermijn voert de LCG WMS het beleid om geen uitspraken te verzenden gedurende de aan de school geldende schoolvakanties.

In de BVE, HBO en WO
Tegen de uitspraak van de geschillencommissie medezeggenschap deelnemers in een geschil met de deelnemersraad in het MBO, staat beroep open bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam. De beroepstermijn is één maand nadat het bevoegd gezag dan wel de deelnemersraad van de uitspraak op de hoogte is gesteld.

Met uitzondering van uitspraken inzake adviesbevoegdheden van de opleidingscommissie, staat tegen alle uitspraken van de Landelijke Commissie voor Geschillen Hoger Onderwijs, beroep open bij de Ondernemingskamer bij het gerechtshof te Amsterdam. De beroepstermijn bedraagt één maand, te rekenen vanaf de datum van de uitspraak

Print pagina