Werkwijze van de geschillencommissies
Medezeggenschap
De regeling van de medezeggenschap verschilt per onderwijssector:
- voor het primair en voortgezet onderwijs geldt vanaf 01-01-2007 de Wet medezeggenschap op scholen (WMS)
- voor de beroeps- en volwasseneneducatie (BVE MBO) geldt de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 (WMO 1992
- voor het hoger beroepsonderwijs (HBO) geldt de regeling van de artikelen 10.17 tot en met 10.39 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW)- voor het wetenschappelijk onderwijs (WO) geldt de regeling van de artikelen 9.29 tot en met 9.50a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW)
Medezeggenschapscommissies Stichting Onderwijsgeschillen:
- Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (alle scholen in het PO en VO, de regionale expertisecentra en de centrale diensten)
- Bezwarencommissie CAO-VO
- Landelijke Commissie voor geschillen medezeggenschap BVE en HBO
- Landelijke Commissie voor geschillen inzake Unversitaire medezeggenschapsaangeledenheden
Indienen van een geschil
Een geschil wordt aan de Commissies voorgelegd door de indiening van een verzoekschrift waarbij de relevante stukken worden overgelegd. In het verzoekschrift wordt het geschil uitgelegd en wordt aangegeven wat daarover het standpunt van de verzoekende partij is. Vervolgens wordt de wederpartij door de Commissie in de gelegenheid gesteld schriftelijk verweer in te dienen. Van het verweer wordt afschrift gezonden aan de verzoekende partij
Daarna houdt de Commissie een openbare zitting waar partijen hun standpunten kunnen toelichten en vragen van de Commissie kunnen beantwoorden. De Commissie kan ter zitting bemiddelen tussen partijen
Na de zitting beraadslaagt de Commissie en kan zij een schriftelijk bemiddelingsvoorstel aan partijen doen. Indien de Commissie geen bemiddelingsvoorstel doet of inden een bemiddelingsvoorstel niet leidt tot een oplossing van het geschil, doet de Commissie binnen 6 werkweken schriftelijk uitspraak waarin het oordeel van de Commissie over het geschil is opgenomen. De uitspraak wordt aan partijen toegezonden.
Uitspraak
De medezeggenschapscommissie kan de volgende uitspraken doen:
- Met betrekking tot instemmingsgeschillen:
in PO en VO
de Commissie beoordeelt of de (G)MR, de groepsMR, de geleding, de deelraad dan wel de themaraad in redelijkheid tot het onthouden van instemming heeft kunnen komen of dat sprake is van bepaalde zwaarwegende omstandigheden die het voorstel van het bevoegd gezag rechtvaardigen.
in BVE, HBO en WO
de Commissie beoordeelt of het bevoegd gezag/instellingsbestuur bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn voorstel heeft kunnen komen. Is de Commissie van oordeel dat dit niet het geval is, dan kan het bevoegd gezag/instellingsbestuur zijn voorstel niet omzetten in een definitief besluit. - Met betrekking tot adviesgeschillen:
in PO en VO
de Commissie beoordeelt of het bevoegd gezag bij het niet of niet geheel volgen van het advies van de (G)MR, de groepsMR, de geleding, de deelraad of de themaraad bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn voorstel heeft kunnen komen;
in BVE, HBO en WO
de Commissie beoordeelt of het bevoegd gezag/instellingsbestuur bij het niet of niet geheel volgen van het advies van de MR of Universiteitsraad - gehandeld heeft in strijd met het bepaalde bij of krachtens de toepasselijke wettelijke medezeggenschapsregeling
- onvoldoende gemotiveerd heeft waarom is afgeweken van het advies
- onzorgvuldig gehandeld heeft ten opzichte van de MR dan wel de Universiteitsraad
- bij de afweging van de betrokken belangen in redelijkheid niet tot het besluit had kunnen komen (alleen in het hbo en het wo)
Vervolgens doet de Commissie uitspraak of het betrokken besluit in stand kan blijven.
- Met betrekking tot reglements (en statuuts-)geschillen:
de Commissie beoordeelt of het bevoegd gezag/instellingsbestuur bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn reglements/statuutsvoorstel heeft kunnen komen. Indien de Commissie van oordeel is dat dit niet het geval is, geeft zij in de uitspraak aan hoe het voorstel dient te worden gewijzigd. - Met betrekking tot interpretatiegeschillen:
de Commissie geeft in de uitspraak aan welke interpretatie aan het bepaalde in de wet of het statuut of het reglement dient te worden gegeven.
De uitspraken van de Commissies zijn bindend voor beide partijen.
Beroepsmogelijkheid
In bepaalde gevallen is hoger beroep mogelijk.
Voor PO en VO
Tegen een uitspraak van de LCG WMS staat op grond van artikel 36 lid 3 WMS beroep open bij de Ondernemingskamer van het gerechtshofof te Amsterdam. Het beroep kan uitsluitend worden ingesteld ter zake dat de LCG WMS een onjuiste toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in de WMS.
Het beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van één maand nadat de MR dan wel het bevoegd gezag van de uitspraak op de hoogte is gesteld.
Voor het WO
Tegen een uitspraak van de Commissie voor geschillen inzake universitaire medezeggenschapsaangelegenheden in een instemmingsgeschil van een openbare universiteit, staat op grond van artikel 9.40 lid 5 WHW binnen een termijn van 6 weken beroep open bij de Rechtbank, sector bestuursrecht, van het arrondissement waarin de universiteit gevestigd is.
| |
|
|
| |
Ondernemingskamer verwerpt beroep van bevoegd gezag tegen de uitspraak 104148 door LCG WMS
Instelling van één LCG WMS leidt tot lagere aansluitingskosten voor de scholen !
