Indien u deze e-mail niet goed ontvangt, klik dan hier voor de webversie.
Nieuwsbrief februari 2012

Uitspraken en adviezen januari 2012

Hieronder treft u de uitspraken en adviezen die door Onderwijsgeschillen zijn gepubliceerd in de maand januari 2012. De volgende nieuwsbrief verschijnt begin maart.

Beroep

Commissie van Beroep VO

105077 - Beroep tegen ontslag op staande voet, subsidiair ontslag wegens gewichtige redenen; VO
10-01-2012
Werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij een langdurige vertrouwelijke relatie met een minderjarige leerling is aangegaan. Daargelaten of het gedrag van de werknemer zich in de gegeven omstandigheden laat kwalificeren als een dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt, is gebleken dat betrokkene reeds in februari 2011 de schoolleider en de veiligheidsfunctionaris van de werkgever heeft ingelicht over zijn gedragingen, terwijl het ontslag eerst op 1 juli 2011 is gegeven. De kennis van de schoolleider en de veiligheidscoördinator in februari 2011 wordt het bestuur aangerekend. Er is niet voldaan aan de eis van onverwijldheid zodat het beroep reeds op die grond slaagt. De werkgever heeft subsidiair ontslag verleend wegens gewichtige redenen, zijnde gewijzigde omstandigheden in de zin van artikel 9.a.5 onder i van de CAO VO. Bij een dergelijke opzegging dient de werkgever de in artikel 9.a.8 van de CAO VO voorgeschreven verweerprocedure te volgen. De werkgever heeft dat nagelaten en heeft ook de op grond van artikel 9.a.4 CAO VO geldende opzegtermijn niet in acht genomen. Het beroep is ook op dit onderdeel gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.

105081 - Beroep tegen schriftelijke berisping; VO
09-01-2012
De werkgever heeft aan de disciplinaire maatregel ten grondslag gelegd dat de docent in de lessen allerlei privézaken bespreekt en in de lessen en tijdens het mondeling examen seksueel getinte opmerkingen maakt, waardoor leerlingen zich ongemakkelijk voelen. Gelet op het repeterende en gelijksoortige karakter van de verwijten gedurende de periode 2004 tot en met 2011 en het ontbreken van een verklaring voor het feit dat deze verwijten telkens deze docent troffen, is het voldoende aannemelijk dat werknemer zich in zijn lessen en tijdens het mondeling examen gedurende langere tijd bij tijd en wijle heeft bediend van bewoordingen waarmee hij een sfeer heeft gecreëerd, die bij (althans een deel van) zijn leerlingen zodanig ongemakkelijke gevoelens teweeg heeft gebracht, dat zij zich genoodzaakt voelden de schoolleiding daarover te informeren. Gelet op de hardnekkigheid waarmee de werknemer gedurende een aantal jaren de aanwijzingen van de werkgever in de wind heeft geslagen, is het opleggen van de disciplinaire maatregel van een schriftelijke berisping evenredig aan het plichtsverzuim. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.

Commissie van Beroep BVE

105145 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid, omvang herbenoeming; BVE
16-01-2012
Het verschil van mening betreft de omvang van de herbenoeming als genoemd in artikel H-59 CAO BVE. Werknemer wordt na twee jaar ziekte door UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt geacht, derhalve geen WIA-uitkering. Wel urenbeperking aanwezig: maximaal 30 uur per week. Werkgever herbenoemt in eerste instantie voor vastgesteld arbeidsgeschiktheidspercentage, maar corrigeert dat door aan te sluiten bij urenbeperking. Werknemer stelt dat BAPO-verlof dient te worden opgeteld bij de 30 uur herbenoeming; werkgever stelt dat BAPO-verlof deel uitmaakt van de benoeming voor 30 uur. De Commissie overweegt dat BAPO-verlof een vorm is van aanwending van de uren die voor de werknemer beschikbaar zijn voor het verrichten van werkzaamheden voor de werkgever. De werknemer stelt zich beschikbaar voor 30 uur per week, vermeerderd met het te genieten BAPO-verlof. Deze beschikbaarstelling overschrijdt echter de vastgestelde belastbaarheid, zodat de werkgever daar bij de herbenoeming op goede gronden aan voorbij is gegaan. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.

105005 - Verzet tegen kennelijk niet-ontvankelijk-verklaring; BVE
16-01-2012
De Voorzitter van de Commissie van Beroep BVE heeft een door de werknemer ingesteld beroep tegen een beslissing van haar werkgever kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. In verzet oordeelt de Commissie dat het beroepschrift niet tijdig is verzonden. De overschrijding van de termijn is voorts niet verschoonbaar te achten: werknemer werd bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener. Verzet ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.

105076 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; BVE
13-01-2012
De werknemer heeft 25 jaar als docent gefunctioneerd. Dan maakt hij bij de werkgever de overstap naar medewerker communicatie. Vanwege boventalligheid volgt na 5 jaar weer terugplaatsing als docent. In deze functie wordt hij ontslagen. De werknemer beroept zich op het opzegverbod. Hij heeft zich ziek gemeld nadat de werkgever had meegedeeld voornemens te zijn over te gaan tot ontslag. Deze situatie is op één lijn te stellen met de in art. 7:670 lid 1 aanhef en onder b BW geregelde situatie, zodat als er sprake is van een ziekmelding nadat het voornemen tot ontslag aan de werknemer is kenbaar gemaakt, het opzegverbod niet geldt. Voldoende is vast komen te staan dat er vanaf 2009 diverse keren met de werknemer is gesproken over zijn functioneren. De verbeterpunten waren concreet geformuleerd en de werknemer is door de werkgever in de gelegenheid gesteld zich te verbeteren, waarbij hulp en begeleiding is geboden. De werkgever heeft een eindbeoordeling gemaakt en daarbij voldoende aannemelijk gemaakt dat verbetering van het functioneren uitbleef. Dat een verstoorde verhouding met de directeur aan het disfunctioneren ten grondslag lag is niet gebleken. De werkgever heeft aan het disfunctioneren in redelijkheid de conclusie kunnen verbinden dat werknemer niet meer geschikt was voor het uitoefenen van zijn functie. Beroep ongegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.

105006 - Beroep tegen ontslag wegens reorganisatie; BVE
09-01-2012
Werknemer is arbeidsongeschikt als zijn arbeidsovereenkomst wegens opheffing van de betrekking met toepassing van het sociaal plan wordt opgezegd. Hij beroept zich onder meer op het opzegverbod tijdens ziekte. Werkgever stelt dat geen beroep op opzegverbod kan worden gedaan omdat het ontslag geen verband houdt met arbeidsongeschiktheid. De werknemer heeft zich tijdig, want binnen de in artikel 7:677 lid 5 BW genoemde termijn van twee maanden, beroepen op het opzegverbod. Dat de opzegging geen verband hield met de arbeidsongeschiktheid doet daarbij niet ter zake, aangezien deze omstandigheid geen uitzondering vormt op het opzegverbod tijdens ziekte. Het beroep van de werkgever op de uitspraak van de kantonrechter Maastricht, LJN BO7660, gaat niet op omdat daar geen sprake was van opzegging maar van ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.

105103 - Beroep tegen berisping; BVE
19-12-2011
De werknemer zou volgens de werkgever te ver gaande uitlatingen tegen een deelneemster hebben gebezigd en daarbij een dreigende houding naar haar vertoond hebben. De feiten die vaststaan leiden op zich tot de conclusie dat de werknemer zich niet correct heeft gedragen. Hij heeft zich laten leiden door zijn boosheid en hij had er verstandiger aan gedaan om enige afstand van de situatie te nemen in plaats van te reageren op de door hem als provocatie gevoelde opmerking van de deelneemster. Dit houdt echter nog niet in dat sprake is van plichtsverzuim. De door de werknemer erkende feiten dienen geplaatst te worden in de door hem opgevoerde context. Daarbij dient ook in overweging genomen te worden dat de werknemer een zeer lang dienstverband bij de werkgever heeft en dat niet gebleken is van eerdere vergelijkbare problemen. Onder deze omstandigheden had het eerder op de weg van de werkgever gelegen om de werknemer aan te spreken op zijn onprofessionele houding dan om hem een disciplinaire maatregel op te leggen. Beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.

Commissie van Beroep HBO

105108 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel; HBO
13-12-2012
Na toezending aan een student van een herkansingstoets met de daarbij behorende antwoorden, is de werknemer geschorst als ordemaatregel. De werkgever heeft daarbij de in artikel P-2 CAO-HBO voorgeschreven procedure niet juist gevolgd. Op grond van lid 3 van dit artikel kan de werkgever de beslissing tot schorsing bestendigen nadat het in het tweede lid bedoelde verweer heeft plaatsgevonden. Het artikel bepaalt dat de werkgever de schorsing kan bestendigen. Dit woord 'kan' dient aldus te worden uitgelegd dat de werkgever de beslissing tot schorsing moet laten volgen door een beslissing te bestendigen indien hij de schorsing wenst te laten voortduren. Alleen als de werkgever de schorsing niet wenst te laten voortduren, volgt er geen bestendigingsbeslissing. In dat geval dient de werknemer weer tot het werk te worden toegelaten. De werkgever heeft nagelaten om na het indienen van verweer door werknemer een zogenoemde bestendigingsbeslissing te nemen terwijl hij de schorsing wel heeft laten voortduren. Hierdoor is de werknemer geschaad in zijn door de CAO beschermd belang doordat de werkgever de door hem in zijn verweer aangevoerde argumenten niet heeft meegewogen. Beroep gegrond. De complete tekst kunt u hier downloaden.

Klachten

Landelijke Klachtencommissie Onderwijs

Vanwege de privacy worden adviezen na 3 maanden geanonimiseerd en in verkorte vorm gepubliceerd op de site.

105106 - Klacht over begeleiding, onveilige schoolomgeving, leerlingdossier en communicatie; PO
27-10-2011
Volgens klaagster is de school tekortgeschoten in de begeleiding van haar dochter en is voor haar geen veilige schoolomgeving gecreëerd. Daarnaast is de school onzorgvuldig omgegaan met het leerlingdossier. Als een leerling als zorgleerling wordt beschouwd mag van de school verwacht worden dat voor deze leerling een handelingsplan wordt opgesteld. Dit plan is pas laat opgesteld en bevat repressieve maatregelen. Niet is gebleken dat het plan beschrijft op welke wijze de school de leerling extra begeleiding biedt voor haar gedrags- en cognitieve problemen. Als de problemen blijven bestaan dient de school alternatieve oplossingen te zoeken. Een school moet zorgen voor een veilige schoolomgeving. Deze verplichting geldt ook als leerlingen tussen de middag op school overblijven. Een gevoel van onveiligheid kan ontstaan door pestgedrag. Met een protocol kan een school deze problematiek hanteerbaar maken. Als er geen protocol is, dient anderszins inzichtelijk te zijn hoe met pestgedrag is omgegaan. Een leerlingdossier bevat administratieve informatie en informatie ten behoeve van de onderwijskundige en algemene begeleiding van de leerling. Op grond van artikel 11 Wpo dient de school ouders te informeren over de vorderingen van een leerling. Als de school in het dossier schriftelijk vastlegt hoe de ouders zijn geïnformeerd maakt de school zowel voor zichzelf als voor ouders controleerbaar dat de informatieplicht is nageleefd. Ouders hebben inzage- en kopierecht wat betreft het leerlingdossier. Klacht gegrond. Een uittreksel van het advies kunt u hier downloaden.

105111 - Klacht over bejegening leerling door afdelingsleider en over AMK-melding; VO
26-10-2011
Volgens klager heeft de afdelingsleider zijn dochter onheus bejegend, heeft de directeur daartegen niet opgetreden en heeft de directeur ten onrechte een AMK-melding gedaan, hetgeen hij in eerste instantie tegen klager heeft ontkend. Bij gebreke van een met feiten onderbouwd betoog en gelet op het geconcretiseerde verweer van de school, is de klacht dat de afdelingsleider de dochter onheus heeft bejegend niet voldoende aannemelijk gemaakt en derhalve ongegrond. Gezien dit oordeel is de klacht dat de directeur niet adequaat heeft opgetreden tegen de handelwijze van de afdelingsleider eveneens ongegrond. Het staat vast dat de school in verband met haar zorgen eerst advies heeft gevraagd aan het AMK en pas daarna een zorgmelding bij het AMK heeft gedaan. Gelet op deze gang van zaken is niet gebleken dat de school op onjuiste wijze van haar bevoegdheid heeft gebruik gemaakt. De school heeft aangevoerd dat het AMK de school in dit geval heeft verzocht met niemand over de bemoeienis van het AMK met de dochter te spreken. Onder deze omstandigheid is het begrijpelijk dat de school de ouders niet over de AMK-melding heeft geïnformeerd en dat de directeur eerst heeft ontkend dat hij de AMK-melding heeft gedaan. De klacht is in zijn geheel ongegrond. Een uittreksel van het advies kunt u hier downloaden.

105124 - Klacht over verplicht naakt douchen na de gymles; PO
24-10-2011
Klaagster heeft de directie tevergeefs verzocht of haar dochter van 7 na afloop van de gymles bij het douchen haar onderbroek mocht aanhouden. De school mag leerlingen verplichten na de gymles te douchen. Het - bewust of onbewust - voorbijgaan aan schaamtegevoelens kan de grens van iemands lichamelijke integriteit overtreden. Het douchen met onderbroek aan is niet zodanig minder hygiënisch dat dit rechtvaardigt dat kinderen tegen hun wil of die van hun ouders hun schaamtegevoelens opzij moeten zetten. Niet valt in te zien op welke wijze het toelaten van uitzonderingen bij het douchen inbreuk maakt op het openbare karakter van de school. Het recht op lichamelijke integriteit van de leerling is zo fundamenteel van aard, dat geen schoolbeleid - door de MR onderschreven of niet - een uitzondering op dit recht rechtvaardigt. De directie had positief behoren te reageren op het verzoek van klaagster. Klacht gegrond. Een uittreksel van het advies kunt u hier downloaden.

105042 - Klacht over bevordering; VO
18-10-2011
Ouders klagen erover dat hun zoon is bevorderd naar het tweede leerjaar vmbo-kb in plaats van vmbo-tl. Op zijn eindlijst had de leerling onvoldoendes voor Nederlands, geschiedenis en biologie. Op grond van de overgangsnormen van de school vallen leerlingen die meer dan twee onvoldoendes hebben, in de bespreekcategorie. Hoewel de Commissie niet kan vaststellen wat er precies wel en niet is toegezegd over de mogelijkheden van herkansing, is hetgeen verweerder over de totstandkoming van de beoordelingen heeft opgemerkt aannemelijk en in lijn met wat ook op andere scholen gebruikelijk is. De Commissie heeft geen onregelmatigheden kunnen vaststellen bij de totstandkoming van de cijfers op het eindrapport. Klagers hebben niet zodanige bijzondere omstandigheden naar voren gebracht dat op grond daarvan geoordeeld moet worden dat bevordering naar 2 vmbo-tl had moeten plaatsvinden. Klacht ongegrond. Een uittreksel van het advies kunt u hier downloaden.

105051 - Klacht over inhoud onderwijskundig rapport, over beschuldiging van mishandeling en over onbekendheid met telefoonnummer contactpersoon; PO
18-10-2011
Volgens klager bevat het onderwijskundig rapport een onjuist beeld van zijn zoon. In het onderwijskundig rapport worden gegevens opgenomen over een reeks van belangrijke leerlingkenmerken. Het kan zijn dat het beeld dat de school van de leerling heeft geschetst niet overeenkomt met het beeld van de ouder(s). Daarmee is niet gezegd dat het een onjuist beeld is. In het onderwijskundig rapport wordt meestal ook het schooladvies voor het voortgezet onderwijs opgenomen. De informatie in het rapport is belangrijk en dient met de ouders/verzorgers van een leerling besproken te worden zodat de inhoud van het rapport kan worden toegelicht. In deze zaak is gebleken dat klager onvoldoende op de hoogte was van bepaalde zaken die zijn opgenomen in het onderwijskundig rapport, maar niet is gebleken dat de informatie in het rapport onjuist is. Klacht ongegrond.
Het staat vast dat de zoon van klagers een andere leerling opzettelijk pijn heeft gedaan. De school mag de leerling die de veiligheid van andere leerlingen in gevaar brengt, daarop aanspreken. Klacht ongegrond. Gezien de klachtenregeling van de school, had er ten minste één contactpersoon moeten zijn die iemand met een klacht kan verwijzen naar de vertrouwenspersoon. Omdat er geen contactpersoon was en dus geen telefoonnummer, is dit deel van de klacht om die reden reeds gegrond. Een uittreksel van het advies kunt u hier downloaden.

105035 - Klacht over schorsing en wedertoelating leerling onder voorwaarden; PO
13-10-2011
De zoon van klagers is twee keer geschorst en mocht weer naar school komen mits klagers akkoord gingen met de afsprakenlijst. Gedurende het schooljaar 2010/2011 is hun zoon regelmatig betrokken geweest bij incidenten. Na een nieuw incident is hij geschorst voor drie dagen. Overleg tussen klagers, de directeur en het schoolbestuur heeft geleid tot de beslissing dat de leerling onder voorwaarden op school kon blijven. Klagers zijn het met de voorwaarden niet eens en al helemaal niet met de manier waarop de school die heeft uitgevoerd. Volgens verweerders is mede op grond van de bezwaren van klagers tegen een overplaatsing zo kort voor het einde van de basisschoolperiode gekozen voor de voorwaardelijke terugkeer in de groep. Klagers zijn daarmee akkoord gegaan; van enige druk op hen is geen sprake geweest. Het gedrag rechtvaardigt het opleggen van de schorsing voor drie dagen als strafmaatregel. De klacht is op dit onderdeel ongegrond. Gelet op de situatie die inmiddels was ontstaan begrijpt de Commissie de noodzaak om op dat moment buiten de aanwezigheid van de leerling op school tijd te creëren voor het vinden van een oplossing. Het is echter verweerders aan te rekenen dat deze situatie zich heeft kunnen voordoen. Klacht over verlenging schorsing gegrond. Een uittreksel van het advies kunt u hier downloaden.

105144 - Klacht tegen MR over reactie op verzoek ouder om de gang van zaken binnen de oudervereniging van de school te onderzoeken; PO
13-10-2011
Klager meent dat de MR onzorgvuldig heeft gehandeld ten aanzien van zijn verzoek. Tevens beklaagt klager zich over het schenden van zijn privacy. De Voorzitter van de LKC beslist in vereenvoudigde behandeling als volgt. De LKC verricht haar werkzaamheden op basis van de Kwaliteitswet, welke onderdeel vormt van onder meer de Wet op het primair onderwijs. Het doel van de werkzaamheden van de LKC is bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. De LKC hanteert deze doelstelling als één van de criteria aan de hand waarvan zij beoordeelt of een klacht in behandeling kan worden genomen. De klacht is in wezen gericht tegen de gang van zaken rondom de benoeming van de kascontrolecommissie van de oudervereniging. De MR is daarbij uitsluitend betrokken door het verzoek van klager aan de MR om deze gang van zaken te onderzoeken. Geoordeeld moet worden dat de interpretatie en de toepassing van de statuten van de oudervereniging en de inhoudelijke communicatie daarover niet in zodanig verband staan met de kwaliteit van het onderwijs, dat er een taak voor de LKC is weggelegd in de vorm van een oordeel over de betrokkenheid van de MR daarbij. De klacht over de inhoudelijke activiteiten van de MR in verband met de uitleg en toepassing van de statuten wordt daarom niet in behandeling genomen. Klager heeft een groot aantal e-mails verzonden aan zowel de oudervereniging als de MR. Het is niet onbegrijpelijk dat voor de MR of zijn voorzitter niet duidelijk is geweest dat klager zijn verzoek om de gang van zaken bij de oudervereniging te onderzoeken als privacygevoelig heeft beschouwd. Onder de genoemde omstandigheden is er geen sprake geweest van inbreuk op de privacy van klager. Dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond. Een uittreksel van deze beslissing kunt u hier downloaden.

105034 - Klacht ouders over gebrekkige begeleiding en zonder overleg verstrekken van signalen over thuissituatie aan derden; VO
12-10-2011
Ouders klagen dat de school niet adequaat heeft gereageerd op pestvoorval, hun dochter te snel naar Rebound heeft verwezen, in gebreke is gebleven bij het verstrekken van schoolwerk aan het begeleidingsinstituut en signalen over mogelijke kindermishandeling heeft verstrekt aan een onderzoeksbureau terwijl de school daar met ouders niet over had gesproken.
De school heeft actie ondernomen nadat zij bekend was geworden met het pestvoorval. Niet aannemelijk is dat de leerling daarna nog is gepest. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Duidelijk is dat de leerling al langer problemen gaf. Zij had weliswaar net een intake gehad bij een onderzoeksinstantie, maar behandeling (met eventuele medicatie) en de effecten daarvan zouden nog geruime tijd op zich laten wachten. Het is te billijken dat de school gemeend heeft daar niet langer op te kunnen wachten. Klachtonderdeel ongegrond.
De school heeft erkend dat het contact met het begeleidingsinstituut in de eerste weken niet optimaal is verlopen. In zoverre is dit klachtonderdeel gegrond.
Op grond van de privacybescherming van betrokkenen dient de school de ouders en de leerling in beginsel te informeren dat zij informatie gaat verstrekken aan derden en om welke informatie het gaat. Een andere afweging zou slechts gemaakt kunnen worden als door het informeren van de ouders de veiligheid van de leerling (of anderen) in het geding komt of als er goede redenen zijn om te veronderstellen dat door het gesprek het contact tussen de leerling en de school verbroken zal worden. Dat de school deze of soortgelijke criteria heeft gewogen, komt uit het dossier en ook overigens niet naar voren. Klachtonderdeel gegrond. Een uittreksel van het advies kunt u hier downloaden.

105135 - Klacht over bevordering met afstroom naar havo-4; VO
10-10-2011
Betrokken leerlinge kwam 0,1 tekort voor directe bevordering naar vwo-4. Klagers menen dat de school zich te strikt opstelt omdat er slechts sprake is van een gering tekort voor directe bevordering van hun dochter, en de school de eigen organisatie en het onderwijsleerproces veel minder nauwkeurig regelt. Uit de door klagers in dit kader aangevoerde voorbeelden zijn de Commissie geen zwaarwegende feiten of omstandigheden gebleken op grond waarvan toepassing van de bevorderingsregels op de dochter van klagers onredelijk zou zijn. Vast staat dat de leerlinge conform de bevorderingsnormen, in de rapportvergadering en daarna in revisie is besproken. Het is te doen gebruikelijk dat in een dergelijke vergadering het totaalbeeld van de leerling wordt beoordeeld. Het onderwijs richt zich immers niet alleen op de ontwikkeling van kennis, maar ook op de ontwikkeling van het gedrag en de persoonlijkheid van de leerling. Klacht ongegrond. Een uittreksel van het advies kunt u hier downloaden.

105130 - Klacht over het niet bevorderen van een leerling naar de vierde klas van het gymnasium; VO
04-10-2011
Op basis van de overgangsnormen zoals vermeld in de schoolgids kon de zoon van klagers met vijf tekorten op zijn eindlijst niet worden toegelaten tot de vierde klas. De rapportvergadering heeft hem evenwel buiten de overgangsnorm beoordeeld en heeft hem voor twee vakken een herkansing geboden. Daarmee is klagers' zoon een extra kans geboden om alsnog zijn jaar te halen. Voor één herexamen haalde klagers' zoon een 5,7 terwijl hiervoor een 7 als norm was gesteld. Nu klagers' zoon dat herexamen niet heeft gehaald is hij, conform de overgangsnormen genoemd in de schoolgids, terecht niet bevorderd naar de vierde klas. Klacht ongegrond.
In een ambtshalve overweging is de Commissie ingegaan op de door de rapportvergadering gestelde norm voor het herexamen. Een uittreksel van het advies kunt u hier downloaden.

104969 - Klacht over bejegening leerling en over onbevoegde leerkracht; PO
04-10-2011
Klager klaagt erover dat zijn zoon is gedwongen op de grond gevallen brood op te eten, dat hij is aangemoedigd zichzelf bij wijze van straf te slaan en dat hij door een leerkracht bij de keel is gegrepen. Ook klaagt klager erover dat er slechts drie dagen per week een bevoegde leerkracht voor de klas staat.
Het laten opeten van op de grond gevallen brood behoort niet tot het pedagogisch instrumentarium van een school. Er zijn andere middelen voorhanden om een leerling erop te wijzen dat het op de grond gooien van voedsel ongewenst gedrag is.
Dat de leerling is aangemoedigd zichzelf bij wijze van straf te slaan en bij de keel is gegrepen, is niet komen vast te staan.
In beginsel is het onjuist wanneer er structureel op bepaalde dagen in de week geen bevoegde leerkracht voor de klas staat. Echter, hieruit kan nog niet worden afgeleid dat de kwaliteit van het onderwijs onvoldoende is geweest. Uit de onderbouwing van de klacht op dit onderdeel en het verweer is niet gebleken dat de afwezigheid van de leerkracht ertoe heeft geleid dat de kwaliteit van het onderwijs onvoldoende is geweest. Klacht deels gegrond. Een uittreksel van het advies kunt u hier downloaden.

Medezeggenschap

Landelijke Commissie voor Geschillen WMS

105174 - 12.01 Adviesgeschil VO - artikel 11 onder a WMS (wijzigen lessentabel)
25-01-2012
De MR heeft een adviesgeschil ingediend omdat het bevoegd gezag in afwijking van het advies van de MR twee projecturen voor een sportklas in het vmbo heeft ingezet. Deze uren komen in vmbo-tl in de plaats van een begeleidingsuur en het vak verzorging en in het vmko-kb in de plaats van het vak muziek en een uur techniek. Uit het voorschrift van art. 17 aanhef en onder c WMS leidt de Commissie af dat de termijn van zes weken voor het indienen van een adviesgeschil (art. 34 lid 2 WMS) begint te lopen vanaf de schriftelijke mededeling van het bevoegd gezag op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan het uitgebrachte advies, ook al is eerder uitvoering aan het besluit gegeven.
Wat betreft de inhoud van het geschil stelt de Commissie vast dat het bevoegd gezag n.a.v. de bezwaren over de bekostiging van de sportklas en n.a.v. de voorgestelde alternatieve bekostigingsvoorstellen van de MR, heeft uiteen gezet wat de argumenten waren om de sportklas op te nemen in de 32-urige schoolweek en waarom de alternatieven niet haalbaar waren. Daarmee zijn de verschillende belangen voldoende afgewogen. Verder is niet gebleken dat als gevolg van het besluit om de lessentabel te wijzigen, de belangen van de school ernstig worden geschaad.
Voor wat betreft de schending van de procedurele voorschriften oordeelt de Commissie, dat deze op zichzelf niet zwaarwegend genoeg is om op grond daarvan te oordelen dat het verzoek van de MR gegrond is, met name niet omdat de MR voor de uitvoering van het besluit ervan op de hoogte was dat het bevoegd gezag het advies van de MR naast zich neer zou leggen. Overigens merkt de Commissie nog op dat vorderingen tot naleving door het bevoegd gezag van de verplichtingen jegens de MR op grond van art. 36 lid 1 WMS tot de uitsluitende bevoegdheid van de Ondernemingskamer behoren. Het bevoegd gezag heeft bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn besluit kunnen komen om de lessentabel te wijzigen en om deze vervolgens in te voeren en dit besluit kan in stand blijven. De complete tekst kunt u hier downloaden.