Reglement Commissie voor Advies en Arbitrage CAO-BVE
Huishoudelijk reglement van de Commissie voor geschillen en arbitrage ten behoeve van het overleg op instellingsniveau als bedoeld in artikel 9 van het overlegprotocol bij de CAO-BVE
BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 1
CAO: de CAO-BVE.
Commissie: de geschillencommissie als bedoeld in art. 9 van het Overlegprotocol CAO-BVE
Stichting: de Stichting Onderwijsgeschillen te Utrecht.
Instellingen: instellingen als bedoeld in de artikelen 1.3.1 tot en met 1.3.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, die bij de Commissie zijn aangesloten.
Centrales: de Centrales als bedoeld in het Overlegprotocol bij de CAO-BVE
MBO raad: de Vereniging MBO Raad te De Bilt
Werkgever: de rechtspersoon dan wel het College van Bestuur zoals bedoeld in artikel 9.1.1 dan wel art. 9.1.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
Deelnemer: een vertegenwoordiger van één of meer bevoegde gezagsorganen of van een vakorganisatie in een overlegorgaan
Werkdag: elke dag niet zijnde zaterdag, zondag, erkende feestdag of aan de instelling geldende vakantiedag.
INSTELLING EN SAMENSTELLING VAN DE COMMISSIE
Artikel 2
- De Commissie draagt de naam “Commissie voor advies en arbitrage BVE”. Zij is ingesteld en wordt in stand gehouden door Stichting Onderwijsgeschillen
- De Commissie bestaat uit drie leden en drie plaatsvervangende leden.
- a. De voorzitter en diens plaatsvervanger worden benoemd door Stichting Onderwijsgeschillen op bindende voordracht van de Bve Raad en de Centrales gezamenlijk;
b. een lid en diens plaatsvervanger worden benoemd door Stichting Onderwijsgeschillen op bindende voordracht van de Centrales;
c. een lid en diens plaatsvervanger worden benoemd door Stichting Onderwijsgeschillen op bindende voordracht van de Bve Raad. - De leden van de Commissie worden benoemd voor een tijdvak van drie jaar. Zij zijn terstond herbenoembaar voor eenzelfde periode.
- Ingeval van een vacature wordt daarin zo spoedig mogelijk voorzien. Een lid, benoemd ter vervulling van een tussentijdse vacature, treedt af op het tijdstip waarop zijn/haar voorgang(st)er zou zijn afgetreden.
VEREISTEN VOOR LIDMAATSCHAP
Artikel 3
- Lid van de Commissie kan niet zijn hij/zij:
a. die deel uitmaakt van of in dienst is van het bestuur van een instelling of het bestuur van een vereniging van instellingen,
b. die deel uitmaakt van het personeel van een instelling of van het bestuur van een personeelsorganisatie of in dienst is van een (organisatie aangesloten bij een) centrale. - Op eigen verzoek wordt aan de leden ontslag verleend. Bij het bereiken van de leeftijd van 70 jaar wordt aan de leden ontslag verleend met ingang van de eerstvolgende maand. Het lid/plaatsvervangend lid, dat op eigen verzoek aftreedt dan wel ingevolge het rooster van aftreden of het bereiken van de leeftijd van 70 jaar dient af te treden, behoudt niettemin zijn functie met betrekking tot die geschillen aan welker behandeling hij heeft deelgenomen doch die op het tijdstip van aftreden nog niet zijn afgedaan.
- De leden worden door de Stichting ontslagen indien zij uit hoofde van ziekte of gebreken ongeschikt zijn hun functie te vervullen, alsmede indien zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld. Alvorens het ontslag op grond van de vorige volzin wordt verleend, wordt de betrokkene van het ontslag in kennis gesteld en wordt hem/haar de gelegenheid gegeven zich ter zake te doen horen.
BEVOEGDHEID VAN DE COMMISSIE
Artikel 4
De Commissie neemt kennis van en doet uitspraak in geschillen die ter arbitrage dan wel ter beoordeling aan haar worden voorgelegd conform het Overlegprotocol bij de CAO-BVE.
SECRETARIAAT
Artikel 5
- De Stichting draagt zorg voor het secretariaat van de Commissie op de in de navolgende leden bepaalde wijze.
- De Commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris die geen deel uitmaakt van de Commissie. Hij/zij bezit de hoedanigheid van meester in de rechten op grond van een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in het Nederlands recht.
- De secretaris is belast met het opstellen van de stukken die van de Commissie uitgaan, het opmaken van de processen-verbaal der zittingen, het houden van een register van ingekomen stukken en behandelde bezwaren, het beheer van het archief en alle voorkomende werkzaamheden die door de voorzitter of de Commissie nodig worden geacht.
- Tevens verleent de secretaris de Commissie de ondersteuning welke deze voor de uitoefening van haar taak behoeft. De secretaris draagt hiertoe zorg voor een verzameling van de in deze van belang zijnde jurisprudentie en andere gegevens.
HET VERZOEKSCHRIFT
Artikel 6
- Een geschil als bedoeld in art. 8 lid 3 en art. 9 lid 4 Overlegprotocol wordt aan de Commissie voorgelegd door middel van een gemotiveerd verzoekschrift.
- Bij het verzoekschrift worden alle op het geschil betrekking hebbende bescheiden gevoegd.
- Het verzoekschrift bevat:
a. de naam en het adres van de verzoeker(s) en zo nodig de gekozen woonplaats ten aanzien van de procedure;
b. de naam en het adres van de betrokken werkgever(s) alsmede de namen en adressen van de overige deelnemers aan het overlegorgaan;
c. de naam en het adres van de voorzitter van het overlegorgaan
d. de aanduiding van het hetgeen de verzoeker(s) aan het oordeel van of de arbitrage door de Commissie wenst te onderwerpen;
e. een omschrijving van het verzoek en de gronden waarop dit berust. - Indien het verzoekschrift na de daarvoor in art. 8 lid 3 Overlegprotocol gestelde termijn is ingediend, laat de Commissie niet-ontvankelijkverklaring achterwege, indien de verzoeker(s) aantoont dat hij/zij zo spoedig als redelijkerwijs verlangd kon worden, het geschil heeft voorgelegd.
- Indien het verzoekschrift niet voldoet aan de eisen gesteld in het tweede en derde lid van dit artikel, wijst de voorzitter de verzoeker op het gepleegde verzuim en nodigt hem/haar uit binnen een door de voorzitter te bepalen termijn dit verzuim te herstellen.
- Alle aan de Commissie over te leggen stukken worden in zesvoud ingediend.
- De secretaris tekent op de ingekomen stukken de datum van ontvangst aan en zendt bericht van ontvangst aan de afzender.
- Indien het verzoek kennelijk bij een andere Commissie moet worden ingediend, deelt de secretaris dit onverwijld aan de verzoeker mee.
BEHANDELING VAN HET GESCHIL
Artikel 7
De Commissie behandelt een geschil op de wijze, welke zij dienstig oordeelt met inachtneming van het Overlegprotocol, de aan de instelling geldende geschillenregeling en het onderhavig reglement.
VERWEERSCHRIFT
Artikel 8
De Commissie zendt de betrokken wederpartij(en) afschrift van het verzoekschrift en stelt haar/hen in de gelegenheid om binnen een bepaalde termijn schriftelijk verweer in te dienen.
REPLIEK EN DUPLIEK
Artikel 9
De Commissie kan de verzoeker in de gelegenheid stellen schriftelijk te repliceren, in welk geval de wederpartij(en) in de gelegenheid wordt gesteld te dupliceren.
VASTSTELLING PLAATS EN TIJDSTIP VAN DE MONDELINGE BEHANDELING
Artikel 10
De voorzitter van de Commissie bepaalt op zo kort mogelijke termijn de plaats waar en het tijdstip waarop de behandeling van het geschil ter zitting zal plaatsvinden. Aan partijen wordt daarvan tijdig kennis gegeven.
WRAKING EN VERSCHONING
Artikel 11
- Voor de behandeling ter zitting kan elk van de zittende leden van de Commissie door een of meer van de bij het geschil betrokken partijen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden die het vormen van een onpartijdig oordeel door het desbetreffende lid zouden kunnen bemoeilijken. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid zich verschonen.
- De andere zittende leden van de Commissie beslissen zo spoedig mogelijk of de wraking dan wel verschoning wordt toegestaan.
- Bij staking van de stemmen is het verzoek toegestaan.
- De beslissing op een verzoek om wraking is gemotiveerd en wordt zo spoedig mogelijk aan partijen en het commissielid wiens wraking was verzocht, medegedeeld.
- Ingeval van misbruik kan de Commissie bepalen dat een volgend verzoek om wraking niet in behandeling wordt genomen. Hiervan wordt in de beslissing mededeling gedaan.
- De beslissing op een verzoek om verschoning is gemotiveerd en wordt zo spoedig mogelijk aan partijen en het commissielid dat om verschoning had verzocht, medegedeeld.
VERVANGING TER ZITTING, GETUIGEN, DESKUNDIGEN
Artikel 12
- Partijen kunnen zich ter zitting door een gemachtigde doen vervangen of zich door een raadsman/-vrouw doen bijstaan. Voorts kunnen zij getuigen en deskundigen ter zitting medebrengen, met dien verstande dat zij de namen van die personen uiterlijk op de vierde dag voor die van de zitting schriftelijk opgeven aan de secretaris en aan de wederpartij.
- De Commissie kan van een gemachtigde die geen advocaat is een schriftelijke machtiging verlangen.
- De Commissie kan ambtshalve of op verzoek van partijen getuigen en deskundigen oproepen. Indien zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, doet de secretaris hiervan vooraf mededeling aan partijen.
DE BEHANDELING TER ZITTING
Artikel 13
- Het geschil wordt behandeld in een openbare zitting van de Commissie. De voorzitter kan bepalen dat het geschil wordt behandeld in een besloten zitting.
- De Commissie die het geschil behandelt bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter, een lid of plaatsvervangend lid benoemd op voordracht van de Bve Raad en een lid of plaatsvervangend lid benoemd op voordracht van de Centrales
- De voorzitter heeft de leiding van de zitting, hij/zij geeft elk van de partijen de gelegenheid haar standpunt toe te lichten.
- Indien voor de sluiting van de zitting blijkt, dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan de Commissie bepalen dat de behandeling ter zitting op een door de Commissie te bepalen tijdstip zal worden voortgezet. Daarbij kunnen aan partijen aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot het bewijs.
- Voordat de behandeling ter zitting is gesloten, deelt de voorzitter mede wanneer uitspraak zal worden gedaan
HEROPENING ONDERZOEK
Artikel 14
Indien de Commissie van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan zij het heropenen. De Commissie bepaalt daarbij op welke wijze het onderzoek wordt voortgezet. De secretaris doet zo spoedig mogelijk mededeling daarvan aan partijen.
BERAADSLAGING EN UITSPRAAK
Artikel 15
- De Commissie beraadslaagt en beslist in besloten vergadering. Zij beslist bij meerderheid van stemmen.
- De Commissie doet binnen zes weken na de laatste zitting dan wel de laatste uitwisseling van stukken uitspraak.
- De uitspraken van de Commissie zijn gedagtekend en houden in:
a. de namen en woonplaatsen van de partijen en de namen van de gemachtigden,
b. de gronden, waarop de uitspraak berust,
c. het oordeel met betrekking tot de ontvankelijkheid of niet-ontvankelijkheid en de gegrondheid of ongegrondheid van het verzoek,
d. de eventuele aanbeveling,
e. de namen van de leden van de Commissie die de uitspraak hebben vastgesteld. - De uitspraak, door de voorzitter en de secretaris ondertekend, wordt toegezonden aan partijen.
INTREKKING
Artikel 16
De verzoeker kan bij schriftelijke, gedagtekende en ondertekende kennisgeving of mondeling ter zitting aan de Commissie mededelen dat het verzoek wordt ingetrokken. Intrekking geschiedt echter bij voorkeur niet later dan twee weken voor de zittingsdag.
KOSTEN
Artikel 17
- Partijen dragen de eigen kosten, waaronder begrepen de kosten van bijstand door een raadsman/vrouw. De Commissie beslist over de kosten van het horen van derden, waaronder deskundigen.
- De kosten van de Commissie komen ten laste van de Stichting die deze doorberekent aan de aangesloten bevoegde gezagsorganen.
TERMIJNEN
Artikel 18
- Voor de in dit reglement genoemde termijnen worden de periodes van de aan de instellingen vastgestelde vakanties niet meegerekend.
- Indien door dwingende omstandigheden de Commissie niet in staat is geweest binnen de daarvoor gestelde termijn een zitting te beleggen of uitspraak te doen, deelt de secretaris dit na overleg met de voorzitter aan partijen mede en wordt zo spoedig mogelijk een zitting gehouden ofwel uitspraak gedaan.
GEHEIMHOUDING
Artikel 19
- Alle op de zaak betrekking hebbende stukken dienen ter vertrouwelijke kennisneming van de Commissie. Anderen dan de bij het geschil betrokken partijen of de gemachtigden en adviseurs mogen vanwege de Commissie deze stukken niet inzien of hiervan afschriften of uittreksels maken.
- De leden van de Commissie en de secretaris zullen al hetgeen zij in verband met een geschil vernemen als vertrouwelijk beschouwen; het is hen verboden om hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen openbaar te maken; tevens is het hen verboden om de gevoelens bekend te maken, welke in de Commissie over aanhangige geschillen zijn geuit.
- De uitspraak van de Commissie, bedoeld in artikel 15 lid 2 mag met weglating van de namen van partijen en andere belanghebbenden openbaar worden gemaakt.
Artikel 20
Zodra de Commissie uitspraak heeft gedaan, zenden de leden de in hun bezit zijnde stukken die op het geschil betrekking hebben, aan het secretariaat, dat zorg draagt voor archivering van één volledig dossier en voor vernietiging van de overige stukken.
Artikel 21
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de voorzitter, de overige leden van de Commissie gehoord.
WIJZIGING VAN HET REGLEMENT
Artikel 22
- Een voorstel tot wijziging van dit reglement kan bij de secretaris worden ingediend door:
a. een Commissielid;
b. de Stichting Geschillencommissies Onderwijs;
c. de MBO Raad;
d. de Centrales;
e. een bij de Commissie aangesloten werkgever. - De secretaris belegt acht weken na ontvangst van dit voorstel een vergadering, waarvoor de persoon of organisatie die het voorstel tot wijziging heeft gedaan, de leden en de plaatsvervangende leden van de Commissie worden uitgenodigd. Tegelijk met de uitnodiging voor de vergadering wordt het wijzigingsvoorstel toegezonden.
- Over het wijzigingsvoorstel beslissen CAO-partijen, de Commissie gehoord hebbend.
- De secretaris zendt tijdig voor de datum van ingang het gewijzigde reglement aan de bij de Commissie aangesloten instellingen.
Dit reglement is namens de CAO-partijen vastgesteld door de Stichting Geschillencommissies Onderwijs, de Commissie gehoord hebbend, te Woerden in de vergadering van 16 december 2003 en gaat in op 01-01-2004.
Zojuist verschenen: jaarverslag Onderwijsgeschillen 2011 en jaarverslag van de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs 2011
Uitspraak LCG WMS 11 april 2012 : termijnen voor indienen van instemmingsgeschil zijn dwingend
Nieuwe publicatie Onderwijsgeschillen: artikel in School en Wet over disciplinaire maatregel
Arrest Ondernemingskamer inzake vordering tot naleving WMS m.b.t. vergoeding kosten van rechtsbijstand
Advies Landelijke Bezwarencommissie Schoolbestuursbeslissingen (LBS): ontslag uit ID-betrekking
