Reglement Commissie voor Geschillen cao-bve

Reglement van de Commissie voor geschillen, als bedoeld in artikel N-6 t/m N-9 van de CAO-BVE.

AGEMENE BEPALING

BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 1

  • CAO:de CAO-BVE.
  • Commissie: de Commissie als bedoeld in artikel N-6 en N-7 CAO-BVE
  • Stichting: de Stichting Onderwijsgeschillen te Utrecht
  • Instellingen: instellingen als bedoeld in de artikelen 1.3.1 tot en met 1.3.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, die bij de Commissie zijn aangesloten.
  • Centrales: de vakorganisaties van overheids- en onderwijspersoneel als bedoeld in artikel 3.2.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, die partij zijn bij de CAO.
  • MBO Raad: de Vereniging MBO Raad te De Bilt.
  • Bevoegd gezag: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat.
  • Werkgever: het bevoegd gezag dan wel het college van bestuur zoals bedoeld in artikel 9.1.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
  • Werknemer: de werknemer die met de werkgever een arbeidsverhouding heeft waarop de CAO van toepassing is.

Hoofdstuk A Begripsbepalingen en C Werkingssfeer, inwerkingtreding en looptijd van de CAO zijn van overeenkomstige toepassing.

WERKTERREIN
Artikel 2

  1. De Commissie strekt haar werkzaamheden uit over instellingen voor welke de CAO van  toepassing is en die zich voor de behandeling van geschillen door de Commissie hebben aangesloten bij de Stichting Onderwijsgeschillen.
  2. De Commissie is bevoegd terzake van:
    a. geschillen tussen werkgever en werknemer betreffende de toepassing van de CAO;
    b. andere geschillen die de goede verstandhouding tussen werkgever en werknemer kunnen schaden en die met goedvinden van beiden aan de beslissing van de Commissie worden onderworpen.

INSTANDHOUDING
Artikel 3

De Commissie wordt in stand gehouden door Stichting Onderwijsgeschillen.

SAMENSTELLING
Artikel 4

  1. De Commissie bestaat uit zes leden, namelijk een voorzitter en twee leden,een plaatsvervangend voorzitter en twee plaatsvervangende leden.
  2. Eén lid en diens plaatsvervanger worden op bindende voordracht van de vertegenwoordigers van de  aangesloten instellingen gezamenlijk en één lid en diens plaatsvervanger worden op bindende voordracht van de Centrales gezamenlijk door Stichting Onderwijsgeschillen benoemd.
  3. De voorzitter en diens plaatsvervanger worden gekozen op voordracht van de in het vorige lid bedoelde leden en hun plaatsvervangers gezamenlijk en benoemd door Stichting Onderwijsgeschillen. 
  4. De leden en hun plaatsvervangers worden benoemd voor een periode van drie jaar; zij zijn nadien terstond herbenoembaar.
  5. Een vacature wordt, met inachtneming van het bepaalde in de vorige leden, zo spoedig mogelijk vervuld. Komt de in het derde lid bedoelde voordracht niet tot stand, dan geschiedt de benoeming op aanwijzing van de rechter.
  6. Degene die een tussentijdse vacature vervult, komt voor het rooster van aftreden in de plaats van degene van wie hij/zij de vacature vervult.

VEREISTEN VOOR LIDMAATSCHAP
Artikel 5

  1. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter bezitten de hoedanigheid van meester in de rechten op grond van 
    een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in het Nederlands recht
  2. Géén van de leden en plaatsvervangende leden van de Commissie
    a. maakt deel uit van het bestuur van de rechtspersoon, die optreedt als werkgever c.q. als werkgeversorganisatie;
    b. heeft een arbeidsovereenkomst met een werkgever of een vereniging van werkgevers als bedoeld in de CAO of met Stichting Onderwijsgeschillen;
    c. heeft een arbeidsovereenkomst met een (organisatie aangesloten bij een) Centrale;
    d. heeft zitting in het bestuur van de onder c. bedoelde organisaties of Centrale;
    e. maakt deel uit van de inspectie voor het onderwijs. personeelsleden.
  3. Op eigen verzoek wordt aan de leden ontslag verleend.
    a. Bij het bereiken van de leeftijd van 70 jaar wordt aan de leden ontslag verleend met ingang van de eerstvolgende maand.
    b. Zij worden door de Stichting ontslagen indien zij uit hoofde van ziekte of gebreken ongeschikt zijn hun functie te vervullen, alsmede indien zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld.
    c. Alvorens het ontslag op grond van de vorige volzin wordt verleend, wordt de betrokkene van het ontslag in kennis gesteld en wordt hem/haar de gelegenheid gegeven zich ter zake te doen horen.

SECRETARIAAT
Artikel 6

  1. Stichting Onderwijsgeschillen draagt zorg voor het secretariaat van de Commissie op de in de navolgende leden bepaalde wijze.
  2. De Commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris. Hij/zij bezit de hoedanigheid van meester in de rechten op grond van een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in het Nederlands recht.
  3. De secretaris is belast met het opstellen van de stukken die van de Commissie uitgaan, het opmaken van de processen-verbaal der zittingen, het houden van een register van ingekomen stukken en behandelde bezwaren, het beheer van het archief en alle voorkomende werkzaamheden die door de voorzitter of de Commissie nodig worden geacht.
  4. Tevens verleent de secretaris de Commissie de ondersteuning welke deze voor de uitoefening van haar taak behoeft. De secretaris draagt hiertoe zorg voor een verzameling van de in deze van belang zijnde jurisprudentie en andere gegevens.

GEHEIMHOUDING
Artikel 7

  1. Het is de leden van de Commissie en het secretariaat verboden:
    a. hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen openbaar te maken;
    b. de gevoelens bekend te maken welke in besloten zittingen van de Commissie over aanhangige geschillen zijn geuit;
    c. over aanhangige geschillen of over geschillen die naar hun vermoeden of weten voor hen aanhangig gemaakt zullen worden, anders dan in Commissieverband, contacten te hebben en/of inlichtingen in te winnen. 

VERGADERINGEN VAN DE COMMISSIE 
Artikel 8

  1. De Commissie vergadert zo vaak als de voorzitter of tenminste twee leden dat nodig achten. De voorzitter bepaalt de plaats waar en het tijdstip waarop de vergaderingen worden gehouden, en roept de leden, behoudens in spoedeisende gevallen te zijner/haar beoordeling, ten minste acht dagen vóór de vergadering schriftelijk op.
  2. Bij verhindering van een lid geeft dit lid daarvan ten spoedigste kennis aan de secretaris die diens plaatsvervanger oproept.
  3. De voorzitter heeft de leiding van de vergaderingen en zittingen

RECHTSGANG

VERZOEKSCHRIFT
Artikel 9

  1. Een geschil wordt aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift in zesvoud, dat naam en woonplaats van de verzoeker en de verweerder, het onderwerp van geschil en het standpunt van verzoeker vermeldt. Bij het verzoekschrift worden de relevante bijlagen bijgesloten, alsmede indien van toepassing, een afschrift van het bestreden beslissing indien deze schriftelijk is medegedeeld.
  2. Het secretariaat tekent op ingekomen verzoekschriften de datum van ontvangst aan en doet aan de verzoeker bericht van ontvangst toekomen.
  3. Indien het verzoekschrift bij de instelling is ingediend, zendt de instelling, nadat daarop de datum van ontvangst is aangetekend, dit door aan de Commissie met gelijktijdige mededeling hiervan aan verzoeker.
  4. Indien het verzoek kennelijk bij een andere Commissie moet worden aangebracht, deelt de secretaris dit onverwijld aan verzoeker mede.

VOORLOPIGE BEHANDELING VAN HET VERZOEKSCHRIFT
Artikel 10

  1. Indien de Commissie op grond van het Reglement van de Commissie kennelijk onbevoegd is deelt de voorzitter dit onverwijld gemotiveerd aan partijen mede. In andere gevallen oordeelt de Commissie of zij bevoegd is.
  2. In het geval van een mededeling van onbevoegdheid als bedoeld in de eerste volzin van lid 1 zijn partijen gerechtigd de Commissie binnen zes weken na de ontvangst daarvan te verzoeken het geschil alsnog in behandeling te nemen, bij welk verzoek partijen de stelling dat de Commissie bevoegd is, dienen te motiveren.

DOORZENDEN VERZOEKSCHRIFT
Artikel 11

In andere gevallen dan die als bedoeld in artikel 10 van dit reglement, zendt de secretaris onmiddellijk na ontvangst van het verzoekschrift of hersteld verzoekschrift een exemplaar daarvan, vergezeld van de in artikel 8 lid 1 genoemde afschriften, aan de verweerder.

VERWEERSCHRIFT
Artikel 12

  1. Binnen vier weken nadat de Commissie het verzoekschrift en de daarbij behorende afschriften aan hem heeft verzonden, zendt de verweerder de Commissie een verweerschrift in zesvoud. Bij elk exemplaar voegt de verweerder afschriften van de voornaamste op de zaak betrekking hebbende stukken. De voorzitter kan op basis van een tijdig en met redenen omkleed verzoek van de verweerder, de termijn voor verweer verlengen.
  2. Na ontvangst van het verweerschrift zendt de secretaris onverwijld een exemplaar daarvan, vergezeld van de daarbij behorende afschriften, aan de verzoeker.

REPLIEK, DUPLIEK
Artikel 13

De voorzitter kan verzoeker in de gelegenheid stellen schriftelijk te repliceren. In dat geval wordt de verweerder in de gelegenheid gesteld schriftelijk te dupliceren. De voorzitter stelt de termijnen voor repliek en dupliek vast.

SCHRIFTELIJKE BEHANDELING
Artikel 14

Met eenstemmig goedvinden van de Commissie en partijen kan de behandeling van het geschil schriftelijk geschieden.

In dat geval wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld binnen een bepaalde termijn te repliceren waarna de verweerder in de gelegenheid wordt gesteld om binnen een bepaalde termijn te dupliceren.

VASTSTELLING VAN DE ZITTINGSDAG EN UITNODIGING
Artikel 15

De voorzitter van de Commissie bepaalt op zo kort mogelijke termijn de plaats waar en het tijdstip waarop de behandeling van het geschil ter zitting zal plaatsvinden. Aan partijen wordt daarvan tijdig kennis gegeven door een schriftelijke uitnodiging. Bij de uitnodiging wordt medegedeeld uit welke personen de Commissie die het geschil ter zitting zal behandelen, zal zijn samengesteld. 

GEMACHTIGDEN
Artikel 16

  1. Partijen kunnen zich ter zitting doen vertegenwoordigen door een daartoe gemachtigde. Zij kunnen zich door een raadsman/vrouw doen bijstaan.
  2. De gemachtigden van partijen moeten voorzien zijn van een schriftelijke volmacht, tenzij partijen zelf met deze gemachtigden op de zitting verschijnen dan wel de gemachtigde advocaat is.

WRAKING OF VERSCHONING
Artikel 17

  1. Voor de behandeling ter zitting kan elk van de zittende leden van de Commissie door een of meer bij het geschil betrokken partijen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden die het vormen van een onpartijdig oordeel door het desbetreffende lid zouden kunnen bemoeilijken. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid verzoeken zich te mogen verschonen.
  2. De andere zittende leden van de Commissie beslissen zo spoedig mogelijk of de wraking dan wel verschoning wordt toegestaan.
  3. Bij staking van de stemmen is het verzoek toegestaan.
  4. De beslissing op een verzoek om wraking is gemotiveerd en wordt zo spoedig mogelijk aan de partijen en het commissielid wiens wraking was verzocht, medegedeeld.
  5. Ingeval van misbruik kan de Commissie bepalen dat een volgend verzoek om wraking niet in behandeling wordt genomen. Hiervan wordt in de beslissing mededeling gedaan.
  6. De beslissing op een verzoek om verschoning is gemotiveerd en wordt zo spoedig mogelijk aan partijen en het commissielid dat om verschoning had verzocht, medegedeeld.

GETUIGEN/DESKUNDIGEN
Artikel 18

Indien de Commissie dat ter beslissing van het geschil nodig acht, kan zij al dan niet op grond van een daartoe strekkend verzoek van een partij, derden, waaronder deskundigen, ter zitting horen. Een dergelijk verzoek van een partij kan een week voor de zitting schriftelijk worden gedaan, dan wel mondeling ter zitting.

Indien de Commissie van deze bevoegdheid gebruikt maakt, doet de voorzitter hiervan vooraf mededeling aan partijen. De Commissie kan met instemming van partijen ter zitting beslissen één of meer getuigen terstond te horen.

TOLKEN
Artikel 19

  1. Indien een partij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, kan deze zich doen bijstaan door een tolk. Deze partij richt daartoe tijdig voor de zitting een verzoek aan het secretariaat.
  2. De tolk is verplicht zijn/haar opdracht onpartijdig en naar beste weten te vervullen.

BEHANDELING TER ZITTING
Artikel 20

  1. Het verzoek wordt behandeld in een openbare zitting van de Commissie. In bijzondere gevallen kan de Commissie besluiten dat de behandeling van het verzoek geheel of gedeeltelijk zal plaatshebben in een zitting met gesloten deuren.
  2. De Commissie bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter, met dien verstande dat van de leden of plaatsvervangende leden, gekozen door de instellingen en door de Centrales, een gelijk aantal van beide zijden aan de beslissing zal deelnemen.
  3. De voorzitter heeft de leiding van de zitting. Hij/zij geeft elk van de partijen de gelegenheid haar standpunt toe te lichten.
  4. Zodra het onderzoek (ter zitting) is gesloten, deelt de voorzitter mede wanneer advies zal worden gegeven.
  5. Indien voor de sluiting van het onderzoek ter zitting blijkt, dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan de Commissie bepalen dat de behandeling ter zitting op een door de Commissie te bepalen tijdstip zal worden voortgezet. Daarbij kunnen aan partijen aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot het bewijs.
  6. Voordat de behandeling ter zitting wordt gesloten, deelt de voorzitter mede wanneer uitspraak zal worden gedaan.

HEROPENING ONDERZOEK
Artikel 21

Indien de Commissie van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan zij het heropenen. De Commissie bepaalt daarbij op welke wijze het onderzoek wordt voortgezet. De secretaris doet zo spoedig mogelijk mededeling daarvan aan partijen.

BERAADSLAGING
Artikel 22

  1. De Commissie beraadslaagt en beslist in besloten vergadering waarbij alle leden die deel uitmaken van de Commissie die het geschil behandelt, aanwezig zijn, bijgestaan door de secretaris.
  2. De Commissie oordeelt naar redelijkheid en billijkheid en grondt haar uitspraak uitsluitend op de overgelegde stukken en het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting.
  3. De Commissie beslist met meerderheid van stemmen.

UITSPRAAK
Artikel 23

  1. De Commissie doet binnen zes weken na de laatste zitting dan wel de laatste uitwisseling van stukken uitspraak
  2. De uitspraken van de Commissie zijn gedagtekend en houden in:
    a. de namen en woonplaatsen van de partijen en de namen van de gemachtigden,
    b. de gronden, waarop de uitspraak berust,
    c. het oordeel met betrekking tot de ontvankelijkheid of niet-ontvankelijkheid van het verzoek en het oordeel met betrekking tot de gegrondheid of niet-gegrondheid van het verzoek dan wel het oordeel met betrekking tot de toepassing van de CAO 
    d. de eventuele aanbeveling,
    e. de namen van de leden van de Commissie die de uitspraak hebben vastgesteld. 
  3. De uitspraak, door de voorzitter en de secretaris ondertekend, wordt toegezonden aan partijen.

INTREKKING VAN HET GESCHIL
Artikel 24

Verzoeker(s) kan (kunnen) het geschil schriftelijk of ter zitting mondeling intrekken. Intrekking geschiedt echter bij voorkeur niet later dan twee weken voor de zittingsdag.

BEËINDIGING VAN EEN GESCHIL
Artikel 25

Een geschil eindigt:

  1. door een uitspraak van de Commissie;
  2. door intrekking.

KOSTEN
Artikel 26

Partijen dragen de eigen kosten, waaronder begrepen de kosten van bijstand door een raadsman/vrouw. De Commissie beslist over de kosten van het horen van derden, waaronder deskundigen.

De kosten van de Commissie komen ten laste van de Stichting die deze doorberekent aan de aangesloten werkgevers.

BEWARING VAN DE STUKKEN
Artikel 27

Zodra de Commissie in een geschil uitspraak heeft gedaan, zenden de leden de in hun bezit zijnde stukken die op dit geschil betrekking hebben, aan het secretariaat, dat zorg draagt voor archivering van één volledig dossier en voor vernietiging van de overige stukken.

BEVOEGDHEID VAN DE VOORZITTER
Artikel 28

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter, de overige leden van de Commissie gehoord.

AANVULLING OF WIJZIGING VAN DIT REGLEMENT
Artikel 29

  1. Dit reglement kan met inachtneming van de ter zake geldende voorschriften te allen tijde op voorstel van CAO-partijen worden aangevuld en gewijzigd.
  2. Indien en voor zover een bepaling in dit reglement niet (langer) verenigbaar blijkt te zijn met ter zake geldende voorschriften, treedt die bepaling buiten werking en beslissen CAO-partijen zo spoedig mogelijk over de vervanging daarvan.
  3. Aanvullingen en wijzigingen in dit reglement zendt het secretariaat ter vaststelling aan de bij de CAO betrokken partijen.

Aldus vastgesteld, de Commissie en CAO-partijen gehoord hebbend, door het Bestuur van de Stichting Onderwijsgeschillen in de vergadering van 16 december 2003 en in werking getreden op 01-01-2004.

 

 

Print pagina