Advies Geschillencommissie passend onderwijs: een verwijderingsbesluit wegens drugsbezit moet evenredig zijn aan de ernst van de situatie

De Geschillencommissie passend onderwijs (GPO) bracht op 27 september 2019 advies uit​ over de verwijdering van een leerling wegens drugsbezit en handelingsverlegenheid.

Wat was de situatie?

Een school schrijft een leerling in op verzoek van de leerplichtambtenaar. Als de leerling drie dagen op de school zit, treft de school in de locker van de leerling nagenoeg lege zakjes hasj of wiet aan in zijn jaszakken. De school verklaart een zero-tolerance-drugsbeleid te hebben. De leerling wordt aanvankelijk geschorst. Tijdens de schorsingsperiode ontvangt de school van de vorige school informatie over de leerling, waaronder een toelaatbaarheidsverklaring vso. De school besluit daarna de leerling te verwijderen wegens zowel drugsbezit als handelingsverlegenheid.

Beoordeling door de Commissie

Als de school een Zero-tolerance-drugsbeleid hanteert, moet dit voor leerlingen en ouders duidelijk kenbaar zijn. Maar de school heeft dit beleid niet correct gepubliceerd. Verder moet een verwijdering op basis van dergelijk strikt beleid voldoen aan het evenredigheidsbeginsel. Dit wil zeggen dat de sanctie in een juiste verhouding moet staan tot het gepleegde vergrijp. Dat was volgens de Commissie niet het geval, omdat het aantreffen van de lege zakjes drugs in de locker niet heeft gezorgd voor een ernstige situatie op de school.

Daarnaast had de school na de aanmelding onderzoek moeten doen naar de ondersteuningsbehoefte van de leerling. De school heeft hierin een eigen onderzoeksplicht, ook als de leerplichtambtenaar betrokken is geweest. De school is hierin tekortgeschoten. Nu de school de leerling ingeschreven heeft, kan zij hem op grond van handelingsverlegenheid pas verwijderen als zij al haar ondersteuningsmogelijkheden heeft benut.

De Commissie oordeelt het verzoek gegrond.

Downloaden

Advies Geschillencommissie passend onderwijs (GPO) d.d. 27 september 2019 (108888)