Meten met de menselijke maat

De Geschillencommissie passend onderwijs (GPO) biedt aan ouders een laagdrempelige manier - zonder kosten, advocaat en juridische taal - om een geschil met een school voor te leggen. Een multidisciplinair team zet vervolgens zijn kennis en kunde in om een advies uit te brengen. Een advies vanuit het belang van het kind dat meer vraagt dan het paraat hebben van wet- en regelgeving. Het vergt inlevings- en oplossingsvermogen van de commissieleden. Een gesprek met de nieuwe vicevoorzitter Carina van Eck en nieuw lid Stefan Haak over luisteren, verbinden en het fuseren van meningen.

Positief oogsten

Ook al hebben de commissieleden verschillende achtergronden, ze hebben één eigenschap gemeen: hun maatschappelijke bagage om geschillen goed te kunnen ontleden en begrijpen. Orthopedagoog-Generalist Stefan Haak werkt als regiebehandelaar in de geestelijke jeugdgezondheidszorg en als gedragswetenschapper in het speciaal basisonderwijs en Carina van Eck is rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Amsterdam en was bijna 10 jaar lid van het College voor de Rechten van de Mens. ‘Omdat ieder mens telt, wil ik me graag inzetten voor mensen die het wat moeilijker hebben met maatschappelijke participatie. Ik besef elke keer dat wat kinderen nu meemaken, bepalend is voor hun toekomst. Als je nu iets positiefs zaait, kan je in de toekomst iets positiefs oogsten. Kinderen moeten gezien worden, mee kunnen doen en niet gedefinieerd worden in termen van beperkingen maar mogelijkheden. Op het gebied van passend onderwijs draag ik via de GPO daar graag mijn steentje aan bij’, aldus de op 1 juni benoemde vicevoorzitter Van Eck.

Nieuw lid Stefan Haak vult haar aan: ‘Ik heb nog maar aan één zitting deelgenomen en een andere zitting toe gehoord, maar wat me opviel is dat de volwassenen die met elkaar in een strijd verwikkeld zijn het kind vaak uit het oog verliezen. Het kind moet op de eerste plaats staan. Punt. Iedere leerling die extra aandacht nodig heeft, verdient dat. Onbegrepen gedrag is juist een uitdaging en ik wil kijken wat een kind nodig heeft en welke aanpassingen we kunnen doen om het toch passend te maken. Binnen onze onafhankelijke commissie kan ik die positie innemen. Mijn drijfveer: de patstelling opheffen, een streep zetten onder het conflict en met elkaar verder gaan. Linksom of rechtsom, partijen verbinden vanuit het belang van het kind.’

Balans tussen partijen

Voor de commissie is het realiseren van die verbinding een belangrijk doel. Tegelijkertijd is het ook een uitdaging om dat in een zitting van een uur te doen. Van Eck: ‘Soms is de zitting het eerste moment dat partijen om tafel zitten. Daar waar het kan, kan je een zitting gebruiken om tot verbinding te komen en een oplossing te bedenken.’ De commissie werkt niet toe naar een conclusie als “dit is mijn uitspraak en daar moeten jullie het mee doen”. Er wordt verder gekeken dan gelijk versus ongelijk of gegrond versus ongegrond. Haak: ‘Vanuit mijn dagelijks werk ben ik gewend om altijd vanuit de menselijke maat naar een oplossing te zoeken. Gedreven door interesse in de ander aanknopingspunten voor een positieve uitkomst zoeken. Hoe heeft het zover kunnen komen en hoe kunnen we het op een menselijke manier oplossen? Het geeft me dan ook voldoening als ik een advies kan formuleren waarvan ik weet dat beide partijen daarmee direct aan de slag kunnen. De grote vraag is natuurlijk hoe de menselijke maat zich in de praktijk tot het juridisch kader verhoudt.’ Jurist Van Eck denkt mee: ‘Wetgeving is voor mij een richtlijn. In de geschillencommissie ben ik dan ook geen jurist-jurist. Ik ben me bewust van de beperkingen van het recht en verken ook de mogelijkheden naast die richtlijnen om oplossingen te vinden. Mijn motto: de acceptatie van het advies valt of staat met de ervaring van de zitting. En dat gaat verder dan wetgeving. Het gaat om het gesprek. Je moet goed luisteren, kijken, vragen stellen, inzoomen op meningen en uitzoomen om het grotere plaatje te kunnen zien. Ik zie het als mijn taak te zorgen dat iedereen gehoord wordt en dat er balans tussen beide partijen is. Pas als mensen het gevoel hebben dat ze hun verhaal hebben kunnen doen en dat je dat ook actief hebt meegenomen en -gewogen, dan is de kans groter dat ze de uitkomst accepteren.’

Toekomstige werking

Beide nieuwe leden vinden dat hun toekomstige uitspraken verder zullen reiken dan de twee partijen die aan tafel zitten. Van Eck: ‘Het is niet zo dat ieder advies alleen maar voor die ene individuele zaak geldt. Wat ik juist mooi vind is dat de adviezen uiteindelijk ook toekomstige werking hebben. Ik vind het soms verdrietig om te zien dat sommige conflicten ook voorkomen hadden kunnen worden, bijvoorbeeld als vroegtijdig meer in communicatie geïnvesteerd zou zijn. Dan had je misverstanden, pijn, boosheid en frustratie kunnen voorkomen. De adviezen van de commissie laten zien hoe het wel kan. De uitspraken van de commissie helpen om breder lering te kunnen trekken voor betrokken partijen bij passend onderwijs. Ze kunnen voor ouders en scholen als kompas voor onderlinge interactie en communicatie dienen.’

Over het voorkomen van geschillen hebben zowel Van Eck als Haak hun gedachten. Haak: ‘Voor mij gaat in de praktijk een basale dooddoener nog altijd op: ga uit van elkaars goede bedoelingen, zelfs als er soms fouten worden gemaakt.’ En Van Eck vult aan: ‘Precies, en houd altijd het belang van het kind voor ogen. Voorkom een verdieping en verergering van het conflict waardoor partijen in loopgraven vastzitten in hun eigen gelijk. Besef dat het kind er altijd tussen zit en altijd de dupe is. Als je beseft dat zowel ouders als scholen het beste met het kind voor hebben, dan vind je daar het raakvlak voor verbinding. Iedereen doet zijn best en als commissie helpen we om vanuit het belang van het kind twee meningen tot een advies te laten fuseren.’
 

Carina van Eck
Vicevoorzitter GPO

Stefan Haak
Lid GPO