Uitspraak Commissie voor Geschillen CAO MBO: onjuiste toepassing cao mbo door werknemer lesgevende taken op te dragen, ondanks dat de werknemer is benoemd als docent

De Commissie voor Geschillen CAO MBO deed op 10 juli 2020 uitspraak in een geschil over de toepassing van de cao mbo. Het geschil ging over het bovenformatief verklaren van de werknemer en het, vervolgens, opdragen van lesgevende taken. De werknemer, die aanvankelijk was benoemd als BPV-begeleider maar later als docent, stelt dat die werkzaamheden niet passend zijn, omdat hij niet beschikt over een lesbevoegdheid.

Wat was de situatie?

Vanwege terugloop in leerlingenaantallen is sprake van bovenformatie in het team waar de werknemer werkzaam is. De werknemer wordt bovenformatief verklaard en vervolgens aangemerkt als herplaatsingskandidaat. Hij krijgt de functie van docent binnen een andere afdeling aangeboden. De werknemer is het er niet mee eens dat hij bovenformatief is verklaard en dat hem docenttaken zijn opgedragen. Hij legt hierover een geschil voor aan de Commissie voor Geschillen CAO MBO.

Commissie voor Geschillen CAO MBO

De Commissie voor Geschillen CAO MBO is ingesteld door cao-partijen en behandelt geschillen tussen de werkgever en de werknemer over de toepassing van de cao mbo. Dat kan gaan over een geschil over de werkverdeling, vakantieverlof, inschaling of de bindingstoelage.
Daarnaast kunnen partijen alle geschillen aan de Commissie voorleggen die de goede verstandhouding kunnen schaden. Dat kunnen bijvoorbeeld geschillen zijn die voortvloeien uit de toepassing van een Sociaal Plan of over de BAPO-regeling.
De Commissie doet een bindende uitspraak.

Beoordeling van het geschil door de Commissie

De Commissie oordeelde als volgt. Voorop staat dat een werkgever aan een werknemer, die is benoemd als docent, mag opdragen om lesgevende taken te verrichten. Uitgangspunt is wel dat de werknemer een lesbevoegdheid heeft dan wel bekwaam is om in het mbo les te geven. Als dit niet het geval is, dient de werknemer in staat te worden gesteld de daarvoor benodigde scholing te krijgen. Alleen in geval van bijzondere omstandigheden mag een werkgever een werknemer, die is benoemd als docent, geen lesgevende taken opdragen. Dat is hier het geval.
De werknemer heeft in de praktijk vrijwel geen lesgevende taken verricht en hij beschikt niet over een lesbevoegdheid. Daarom kan volgens de Commissie, mede gelet op zijn leeftijd, niet van hem verwacht worden dat hij lesgevende taken gaat verrichten of zich op dat punt gaat (bij)scholen. Dit alles maakt dat de werkgever redelijkerwijs geen lesgevende taken aan de werknemer kan opdragen en artikel 2.5 cao mbo niet juist heeft toegepast.
Het bovenformatief verklaren van de werknemer is niet gebaseerd op de cao, maar op een interne regeling. Daarom betreft het niet de toepassing van de cao. Dit onderdeel van het geschil is daarom niet-ontvankelijk. Dat zou anders zijn geweest als de werkgever akkoord was geweest met het voorleggen van het geschil aan de Commissie. Daarvan was geen sprake.

Downloaden

* De foto boven dit artikel heeft geen betrekking op de besproken zaak.