Wetsvoorstel Versterken positie mbo-studenten gepubliceerd

Op 11 juli 2019 stuurde minister Van Engelshoven het wetsvoorstel Versterken positie mbo-studenten naar de Tweede Kamer. Het voorstel bevat zes maatregelen om de positie van mbo-studenten te versterken. Het gaat deels om mbo-studenten in meer kwetsbare posities en deels om alle mbo-studenten. Het streven is om de maatregelen per 1 augustus 2020 in werking te laten treden.

Wat verandert er?

De voorgestelde maatregelen gaan over:

  • het oprichten van een mbo-studentenfonds om kwetsbare studenten te ondersteunen;
  • de ondersteuning en verbetering van de positie van zwangere mbo-studenten;
  • het afgeven van een mbo-verklaring aan jongeren die zonder diploma de opleiding verlaten;
  • het veranderen van het huidige begrip ‘deelnemer in ‘student’ in wet- en regelgeving;
  • het wijzigen van de doorstroomregeling vmbo-mbo. Hierdoor zijn mbo-instellingen niet langer verplicht nadere vooropleidingseisen te stellen bij de toelating van een student tot een beroepsopleiding;
  • verduidelijking van wat wordt verstaan onder een geldige reden voor verzuim van zowel niet-leerplichtige studenten als voortijdig schoolverlaters.

Mbo-studentenfonds

Elke mbo-instelling moet in de toekomst een voorziening in stand te houden, een zogenoemd mbo-studentenfonds, voor de financiële ondersteuning van studenten die als gevolg van bijzondere omstandigheden studievertraging oplopen. Het doel is om te voorkomen dat deze studenten met hun opleiding stoppen.

Die bijzondere omstandigheden kunnen zijn:

  • ziekte;
  • zwangerschap en bevalling;
  • een handicap of chronische ziekte;
  • bijzondere familieomstandigheden;
  • overige door het bevoegd gezag vastgestelde bijzondere omstandigheden.

Ook studenten die deelnemen aan een studentenraad kunnen studievertraging oplopen en daarom financiële ondersteuning uit het mbo-fonds krijgen.

Studentenraad krijgt instemmingsrecht over mbo-studentenfonds

De mbo-instellingen zijn verantwoordelijk voor de financiering van het mbo-studentenfonds. Zij moeten beleid opstellen om te verduidelijken welke groepen studenten onder welke voorwaarden financiële ondersteuning kunnen ontvangen via het fonds. Dat beleid valt onder het instemmingsrecht van de studentenraad: als het bevoegd gezag het beleid over het studentenfonds wil vaststellen of wijzigen, moet het daar de voorafgaande instemming van de studentenraad voor hebben.

Medezeggenschapsgeschillen over het mbo-studentenfonds

Als de studentenraad niet instemt met het voorgestelde beleid van het bevoegd gezag over het mbo-studentenfonds kan een instemmingsgeschil ontstaan. De studentenraad of het bevoegd kan dan een instemmingsgeschil voorleggen aan de Landelijke Commissie voor Geschillen studenten en ouders MBO. Die Commissie heet nu nog de Landelijke Commissie voor Geschillen deelnemers en ouders MBO. Deze Commissie is ondergebracht bij Onderwijsgeschillen. De Commissie doet een bindende uitspraak over het geschil.

Downloaden