Reglement Commissie voor Geschillen DGO

Huishoudelijk reglement van de Commissie voor Geschillen DGO ten behoeve van het DGO-overleg als bedoeld in het DGO-reglement bij de CAO-PO

Begripsbepalingen
Artikel 1

  • CAO: de CAO-PO.
  • Commissie: de Commissie voor Geschillen DGO als bedoeld in art. 11 van het DGO-reglement bij de CAO-PO
  • Stichting: Stichting Onderwijsgeschillen te Utrecht.
  • Werkgever: de werkgever, de gezamenlijke optredende werkgevers, dan wel de namens de werkgever(s) optredende werkgeversorganisatie(s), die partij is/zijn bij het DGO-overleg en die bij de Commissie is/zijn aangesloten
  • Centrales: de Centrales als bedoeld in DGO-reglement bij de CAO-PO
  • Deelnemer: een vertegenwoordiger van de werkgever of van een Centrale.
  • Werkdag: elke dag niet zijnde zaterdag, zondag, erkende feestdag of aan de betrokken instelling van de werkgever geldende vakantiedag.

Instelling en samenstelling van de Commissie
Artikel 2

  1. De Commissie draagt de naam “Commissie voor Geschillen DGO”.
    Zij is ingesteld en wordt in stand gehouden door Stichting Onderwijsgeschillen.
  2. De Commissie bestaat uit drie leden en drie plaatsvervangende leden.
  3. a. De voorzitter en diens plaatsvervanger worden benoemd door Stichting Onderwijsgeschillen op bindende voordracht van PO-Raad en de Centrales gezamenlijk;
    b. een lid en diens plaatsvervanger worden benoemd door Stichting Onderwijsgeschillen op bindende voordrachtvan de Centrales;
    c. een lid en diens plaatsvervanger worden benoemd door Stichting Onderwijsgeschillen op bindende voordracht van PO-Raad.
  4. De leden van de Commissie worden benoemd voor een tijdvak van drie jaar. Zij zijn terstond herbenoembaar voor eenzelfde periode.
  5. Ingeval van een vacature wordt daarin zo spoedig mogelijk voorzien.

Een lid, benoemd ter vervulling van een tussentijdse vacature, treedt af op het tijdstip waarop zijn/haar voorgang(st)er zou zijn afgetreden.

vereisten voor lidmaatschap
Artikel 3

  1. Lid van de Commissie kan niet zijn hij/zij:
    a. die deel uitmaakt van of in dienst is van een werkgever die is aangesloten bij de Commissie of die deel uitmaakt van een organisatie van werkgevers,
    b. die deel uitmaakt van het personeel van een werkgever of van het bestuur van een personeelsorganisatie of in dienst is van een (organisatie aangesloten bij een) centrale.
  2. Op eigen verzoek wordt aan de leden ontslag verleend.
    Bij het bereiken van de leeftijd van 70 jaar wordt aan de leden ontslag verleend met ingang van de eerstvolgende maand.
    Het lid/plaatsvervangend lid, dat op eigen verzoek aftreedt dan wel ingevolge het rooster van aftreden of het bereiken van de leeftijd van 70 jaar dient af te treden, behoudt niettemin zijn functie met betrekking tot die geschillen aan welker behandeling hij heeft deelgenomen doch die op het tijdstip van aftreden nog niet zijn afgedaan.
  3. De leden worden door de Stichting ontslagen indien zij uit hoofde van ziekte of gebreken ongeschikt zijn hun functie te vervullen, alsmede indien zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld.

Alvorens het ontslag op grond van de vorige volzin wordt verleend, wordt de betrokkene van het ontslag in kennis gesteld en wordt hem/haar de gelegenheid gegeven zich ter zake te doen horen.

bevoegdheid van de Commissie
Artikel 4

De Commissie neemt kennis van en doet uitspraak in geschillen die ter arbitrage dan wel ter beoordeling aan haar worden voorgelegd conform het DGO-reglement bij de CAO-PO.

Secretariaat
Artikel 5

  1. De Stichting draagt zorg voor het secretariaat van de Commissie op de in de navolgende leden bepaalde wijze.
  2. De Commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris die geen deel uitmaakt van de Commissie. Hij/zij bezit de hoedanigheid van meester in de rechten op grond van een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in het Nederlands recht.
  3. De secretaris is belast met het opstellen van de stukken die van de Commissie uitgaan, het opmaken van de processen-verbaal der zittingen, het houden van een register van ingekomen stukken en behandelde bezwaren, het beheer van het archief en alle voorkomende werkzaamheden die door de voorzitter of de Commissie nodig worden geacht.
  4. Tevens verleent de secretaris de Commissie de ondersteuning welke deze voor de uitoefening van haar taak behoeft. De secretaris draagt hiertoe zorg voor een verzameling van de in deze van belang zijnde jurisprudentie en andere gegevens.

Het verzoekschrift
Artikel 6

  1. Een geschil als bedoeld in het DGO-reglement wordt aan de Commissie voorgelegd door middel van een gemotiveerd verzoekschrift.
  2. Bij het verzoekschrift worden alle op het geschil betrekking hebbende stukken gevoegd.
  3. Het verzoekschrift bevat:
    a. de naam en het adres van de verzoeker(s) en zo nodig de gekozen woonplaats ten aanzien van de procedure;
    b. de naam en het adres van de betrokken werkgever(s) alsmede de namen en adressen van de overige deelnemers aan het overlegorgaan;
    c. de naam en het adres van de voorzitter van het overlegorgaan
    d. de aanduiding of het een verzoek om beoordeling dan wel een verzoek om arbitrage betreft;
    e. een omschrijving van het verzoek en de gronden waarop dit berust.
  4. Indien het verzoekschrift na de daarvoor in art. 10 DGO-reglement gestelde termijn is ingediend, laat de Commissie niet-ontvankelijkverklaring achterwege, indien de verzoeker(s) aantoont dat hij/zij zo spoedig als redelijkerwijs verlangd kon worden, het geschil heeft voorgelegd.
  5. Indien het verzoekschrift niet voldoet aan de eisen gesteld in het tweede en derde lid van dit artikel, wijst de voorzitter de verzoeker op het gepleegde verzuim en nodigt hem/haar uit binnen een door de voorzitter te bepalen termijn dit verzuim te herstellen.
  6. Het verzoek dient te worden ingediend via de webportal van Zaaksysteem, te vinden op www.onderwijsgeschillen.nl. Op de wijze van indiening is van toepassing het ‘Reglement Zaakbehandeling Onderwijsgeschillen
  7. De datum waarop het verzoek in zaaksysteem wordt geregistreerd, geldt als datum van ontvangst.
  8. Indien het verzoek kennelijk bij een andere Commissie moet worden ingediend, deelt de secretaris dit onverwijld aan de verzoeker mee.

Behandeling van het geschil
Artikel 7

De Commissie behandelt een geschil op de wijze, welke zij dienstig oordeelt met inachtneming van het DGO-reglement en het onderhavig reglement.

Verweerschrift
Artikel 8

De betrokken wederpartij(en) wordt/worden in de gelegenheid om binnen een bepaalde termijn verweer in te dienen.

repliek en dupliek
Artikel 9

De Commissie kan de verzoeker in de gelegenheid stellen te repliceren, in welk geval de wederpartij(en) in de gelegenheid wordt gesteld te dupliceren.

Vaststelling plaats en tijdstip van de mondelinge behandeling
Artikel 10

De voorzitter van de Commissie bepaalt op zo kort mogelijke termijn de plaats waar en het tijdstip waarop de behandeling van het geschil ter zitting zal plaatsvinden. Aan partijen wordt daarvan tijdig kennis gegeven.

Wraking en verschoning
Artikel 11

  1. Een lid van de Commissie, waaronder ook wordt verstaan de voorzitter, kan door ieder der partijen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van het commissielid schade zou kunnen lijden. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid van de Commissie zich verschonen.
  2. Het wrakingsverzoek wordt schriftelijk ingediend zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoekende partij bekend zijn geworden. Ter zitting kan het verzoek ook mondeling geschieden.
  3. Een lid, wiens wraking is verzocht, kan in de wraking berusten.
  4. Ingeval van een verzoek tot wraking wordt de behandeling van de zaak door de Commissie geschorst onder mededeling aan partijen dat het wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk zal worden behandeld door de wrakingskamer van de Stichting Onderwijsgeschillen en dat het onderzoek van de Commissie in de hoofdzaak zal worden voortgezet na en met inachtneming van de beslissing van de wrakingskamer.
  5. De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk of het verzoek tot wraking wordt toegestaan.
  6. Op de behandeling van het wrakingsverzoek is het reglement van de wrakingskamer van toepassing.

Vervanging ter zitting, getuigen, deskundigen
Artikel 12

  1. Partijen kunnen zich ter zitting door een gemachtigde doen vervangen of zich door een raadsman/-vrouw doen bijstaan. Voorts kunnen zij getuigen en deskundigen ter zitting medebrengen, met dien verstande dat zij de namen van die personen uiterlijk op de vierde dag voor die van de zitting schriftelijk opgeven aan de secretaris.
  2. De Commissie kan van een gemachtigde die geen advocaat is een schriftelijke machtiging verlangen.
  3. De Commissie kan ambtshalve of op verzoek van partijen getuigen en deskundigen oproepen. Indien zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, doet de secretaris hiervan vooraf mededeling aan partijen.

De behandeling ter zitting
Artikel 13

  1. Het geschil wordt behandeld in een openbare zitting van de Commissie. De voorzitter kan bepalen dat het geschil wordt behandeld in een besloten zitting.
  2. De Commissie die het geschil behandelt bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter, een lid of plaatsvervangend lid benoemd op voordracht van PO-Raad en een lid of plaatsvervangend lid benoemd op voordracht van de Centrales
  3. De voorzitter heeft de leiding van de zitting, hij/zij geeft elk van de partijen de gelegenheid haar standpunt toe te lichten.
  4. Indien voor de sluiting van de zitting blijkt, dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan de Commissie bepalen dat de behandeling ter zitting op een door de Commissie te bepalen tijdstip zal worden voortgezet. Daarbij kunnen aan partijen aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot het bewijs.
  5. Voordat de behandeling ter zitting is gesloten, deelt de voorzitter mede wanneer uitspraak zal worden gedaan.

Heropening onderzoek
Artikel 14

Indien de Commissie van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan zij het heropenen. De Commissie bepaalt daarbij op welke wijze het onderzoek wordt voortgezet. De secretaris doet zo spoedig mogelijk mededeling daarvan aan partijen.

Beraadslaging en uitspraak
Artikel 15

  1. De Commissie beraadslaagt en beslist in besloten vergadering. Zij beslist bij meerderheid van stemmen.
  2. De Commissie doet, behoudens bijzondere omstandigheden, binnen 30 dagen na de ontvangst van het verzoekschrift uitspraak.
  3. De uitspraken van de Commissie zijn gedagtekend en houden in:
    a. de namen en woonplaatsen van de partijen en de namen van de gemachtigden,
    b. de gronden, waarop de uitspraak berust,
    c. het oordeel met betrekking tot de ontvankelijkheid of niet-ontvankelijkheid en de gegrondheid of ongegrondheid van het verzoek,
    d. een eventuele aanbeveling,
    e. de namen van de leden van de Commissie die de uitspraak hebben vastgesteld.
  4. De uitspraak, door de voorzitter en de secretaris ondertekend, wordt via een publicatie op de webportal met partijen gedeeld.

Intrekking
Artikel 16

De verzoeker de Commissie mededelen dat het verzoek wordt ingetrokken. Intrekking geschiedt echter bij voorkeur niet later dan twee weken voor de zittingsdag.

kosten
Artikel 17

Partijen dragen de eigen kosten, waaronder begrepen de kosten van bijstand door een raadsman/vrouw. De Commissie beslist over de kosten van het horen van derden, waaronder deskundigen.
De kosten van de Commissie komen ten laste van de Stichting die deze doorberekent aan de werkgever.

Termijnen
Artikel 18

  1. Voor de in dit reglement genoemde termijnen worden de periodes van de aan de instellingen vastgestelde vakanties niet meegerekend.
  2. Indien door dwingende omstandigheden de Commissie niet in staat is geweest binnen de daarvoor gestelde termijn een zitting te beleggen of uitspraak te doen, deelt de secretaris dit na overleg met de voorzitter aan partijen mede en wordt zo spoedig mogelijk een zitting gehouden ofwel uitspraak gedaan.

Geheimhouding
Artikel 19

  1. Alle op de zaak betrekking hebbende stukken dienen ter vertrouwelijke kennisneming van de Commissie. Anderen dan de bij het geschil betrokken partijen of de gemachtigden en adviseurs mogen vanwege de Commissie deze stukken niet inzien of hiervan kopieën maken.
  2. De leden van de Commissie en de secretaris zullen al hetgeen zij in verband met een geschil vernemen als vertrouwelijk beschouwen; het is hen verboden om hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen openbaar te maken; tevens is het hen verboden om de gevoelens bekend te maken, welke in de Commissie over aanhangige geschillen zijn geuit.
  3. De uitspraak van de Commissie, bedoeld in artikel 15 lid 2 mag met weglating van de namen van partijen en andere belanghebbenden openbaar worden gemaakt.

Artikel 20

Zodra de Commissie uitspraak heeft gedaan, draagt het secretariaat zorg voor archivering van het dossier. 

Artikel 21

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de voorzitter, de overige leden van de Commissie gehoord.

Wijziging van het reglement
Artikel 22

  1. Een voorstel tot wijziging van dit reglement kan bij de secretaris worden ingediend door:
    a. een Commissielid;
    b. de Stichting Onderwijsgeschillen;
    c. de PO-Raad;
    d. de Centrales;
    e. een bij de Commissie aangesloten werkgever.
  2. De secretaris belegt acht weken na ontvangst van dit voorstel een vergadering, waarvoor de persoon of organisatie die het voorstel tot wijziging heeft gedaan, de leden en de plaatsvervangende leden van de Commissie worden uitgenodigd. Tegelijk met de uitnodiging voor de vergadering wordt het wijzigingsvoorstel toegezonden.
  3. Over het wijzigingsvoorstel beslissen CAO-partijen, de Commissie gehoord hebbend.
     

Dit reglement is vastgesteld door de Commissie op 14 juni 2007, aangepast op 5 maart 2019 en 11 mei 2021 (technische wijziging) 

Vond u deze informatie nuttig?

CAPTCHA
We willen graag even valideren of u een echte gebruiker bent.