Reglement Landelijke bezwarencommissie functie ordenen hbo

Onderwijsgeschillen maakt sinds 1 februari 2021 gebruik van een nieuw digitaal systeem voor zaakbehandeling. Na een korte overgangsperiode wordt het reglement hier binnenkort op aangepast.

als bedoeld in artikel 1 van de Regeling  bezwarenprocedure functie ordenen Cao-hbo.

Artikel 1  Begripsbepalingen

  • cao: de cao-hbo
  • Commissie: de Commissie als bedoeld in art. 1 regeling bezwarenprocedure functieordenen zoals opgenomen in de cao-hbo
  • HBO-raad: de Vereniging Hogescholen te Den Haag
  • Instellingen: HBO-instellingen die vallen onder de werkingssfeer van de  cao-HBO
  • vakorganisaties: partijen die namens de werknemers de vigerende cao-HBO hebben afgesloten.
  • Stichting: de Stichting Onderwijsgeschillen
  • Instellingsbestuur: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uit gaat als bedoeld in artikel 1.1 onder j Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
  • Werkgever: het instellingsbestuur als bedoeld in art. 1.1 sub j WHW, zijnde het bestuur van een rechtspersoon die een instelling in stand houdt of het orgaan of de persoon of personen die krachtens delegatie als zodanig kan/kunnen optreden
  • Werknemer: de persoon, niet zijnde leden van colleges van bestuur of centrale directies, die op grond van een arbeidsovereenkomst met een werkgever werkzaam is.

Artikel 2 Instelling en samenstelling van de Commissie

  1. De Commissie draagt de naam “Landelijke bezwarencommissie functieordenen HBO”.
    Zij is ingesteld door cao-partijen en wordt in stand gehouden door de Vereniging Hogescholen.
  2. De Commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden, alsmede een plaatsvervangend voorzitter en twee plaatsvervangende leden.
    Onder “leden” in de zin van dit reglement worden tevens begrepen de plaatsvervangende leden.
  3. De voorzitters en leden worden als volgt benoemd:
    1. een lid en diens plaatsvervanger worden benoemd door de Vereniging Hogescholen;
    2. een lid en diens plaatsvervanger worden benoemd door de vakorganisaties.
    3. de voorzitter en diens plaatsvervanger worden benoemd door de Verenging Hogescholen, op bindende voordracht van cao-partijen;
  4. Het lid benoemd door de Vereniging Hogescholen en het plaatsvervangend lid, benoemd door de vakorganisaties, treden voor het eerst af op 01-08-2018;
    het lid benoemd door de vakorganisaties en het plaatsvervangend lid benoemd door de Vereniging Hogescholen, treden voor het eerst af op 01-08-2019;
    de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter treden voor het eerst af op 01-08-2008.
    Vervolgens treedt de plaatsvervangend voorzitter af op 01-08-2018 en de voorzitter op 01-08-2016

Vervolgens worden de leden benoemd voor telkens 4 jaar.

  1. De leden zijn één maal herbenoembaar voor 4 jaar.
  2. Ingeval van een vacature wordt daarin zo spoedig mogelijk voorzien.
    Een lid, benoemd ter vervulling van een tussentijdse vacature, treedt af op het tijdstip waarop zijn/haar voorgang(st)er zou zijn afgetreden.

Artikel 3 Vereisten voor lidmaatschap

  1. Op eigen verzoek wordt aan de leden ontslag verleend.
    Zij worden door de Vereniging Hogescholen ontslagen indien zij uit hoofde van ziekte of gebreken ongeschikt zijn hun functie te vervullen, alsmede indien zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld.
    Alvorens het ontslag op grond van de vorige volzin wordt verleend, wordt de betrokkene van het ontslag in kennis gesteld en wordt hem/haar de gelegenheid gegeven zich ter zake te doen horen.

 Artikel 4 Taak en bevoegdheden van de Commissie

  1. De Commissie toetst of de werkgever in redelijkheid en billijkheid tot de heroverwogen functieordeningsbeslissing, waartegen het bezwaar is gericht, heeft kunnen komen. Indien het bezwaar (mede) is gericht tegen de beschrijving van de functie, toetst de Commissie of de beschrijving past bij de opgedragen werkzaamheden.
    De Commissie adviseert de werkgever over het bezwaar.
  2. De werkgever volgt het advies van de Commissie op, tenzij er voor de werkgever gewichtige redenen zijn om van het advies af te wijken.
  3. De Commissie is bevoegd kennis te nemen van de rapporten en alle eventuele andere bescheiden die betrekking hebben op de functie van de werknemer, de functiewaardering en de overwegingen die hiertoe hebben geleid.
    Voor zover die bescheiden niet reeds door de werkgever zijn overgelegd, kunnen zij alsnog door de Commissie worden opgevraagd.
  4. De Commissie is bevoegd deskundigen te raadplegen en informanten te horen.
    Indien de Commissie van deze bevoegdheid gebruik maakt, deelt zij dit mede aan de werkgever en de werknemer.
  5. De Commissie is, indien zij dit voor een goede uitoefening van haar taak nodig acht, bevoegd uit eigen beweging of op verzoek van de werkgever en/of de werknemer de plaatselijke situatie op te nemen of zaken te bezichtigen die niet of bezwaarlijk ter zitting kunnen worden overgebracht.

Artikel 5 Secretariaat

  1. De Vereniging Hogescholen draagt zorg voor het secretariaat van de Commissie. Het secretariaat van de Commissie is ondergebracht bij Stichting Onderwijsgeschillen.
  2. De Commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris die geen deel uitmaakt van de Commissie. Hij/zij bezit de hoedanigheid van meester in de rechten op grond van een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen c.q master in het Nederlands recht.
  3. De secretaris is belast met het opstellen van de stukken die van de Commissie uitgaan, het opmaken van de processen-verbaal der zittingen, het houden van een register van ingekomen stukken en behandelde bezwaren, het beheer van het archief en alle voorkomende werkzaamheden die door de voorzitter of de Commissie nodig worden geacht.
  4. Tevens verleent de secretaris de Commissie de ondersteuning welke deze voor de uitoefening van haar taak behoeft. De secretaris draagt hiertoe zorg voor een verzameling van de in deze van belang zijnde jurisprudentie en andere gegevens.

Artikel 6 Het bezwaar

  1. Indien een werknemer zich niet kan verenigen met de heroverweging van zijn werkgever ten aanzien van de beschrijving en/of waardering van zijn functie kan hij/zij daartegen gemotiveerd bezwaar indienen bij de Commissie.
  2. De werknemer dient bij de voorzitter van de Commissie, p.a. Onderwijsgeschillen, Postbus 85191
    3508 AD Utrecht, een door hem/haar of zijn/haar raadsman ondertekend bezwaarschrift in zesvoud in, waarbij worden gevoegd:
    1. een afschrift van de beslissing waartegen het bezwaar wordt ingediend;
    2. een afschrift van de arbeidsovereenkomst;
    3. afschriften van de op het bezwaar betrekking hebbende stukken.
  3. Het bezwaarschrift bevat:
    1. een opgave van de naam, de voornamen en het adres van de werknemer en zo nodig de gekozen woonplaats ten aanzien van de procedure;
    2. een zo volledig mogelijke aanduiding van de naam en het adres van de werkgever;
    3. een mededeling van het bezwaar en de gronden waarop dit berust.
  4. Het bezwaarschrift moet worden ingediend bij de voorzitter van de Commissie binnen 6 weken, gerekend vanaf de dag na de dag waarop de beslissing waartegen het bezwaar is ingediend, aan de werknemer is verzonden.
  5. Indien het bezwaarschrift na de daarvoor gestelde termijn is ingediend, laat de Commissie niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding achterwege, indien de werknemer aantoont dat hij/zij zo spoedig als redelijkerwijs verlangd kon worden, bezwaar heeft ingediend.
  6. Indien het bezwaarschrift niet voldoet aan de eisen gesteld in het tweede en derde lid van dit artikel, wijst de voorzitter de werknemer op het gepleegde verzuim en nodigt hem/haar uit binnen een door de voorzitter te bepalen termijn dit verzuim te herstellen.
  7. Alle aan de Commissie over te leggen stukken worden in zesvoud ingediend.
  8. De secretaris tekent op de ingekomen stukken de datum van ontvangst aan en zendt bericht van ontvangst aan de afzender.
  9. Indien het bezwaar kennelijk bij een andere Commissie moet worden ingediend, deelt de secretaris dit onverwijld aan de werknemer mee.

Artikel 7 Verweerschrift

  1. Binnen vier weken nadat de Commissie het bezwaarschrift en de daarbij behorende afschriften aan hem heeft toegezonden, zendt de werkgever de Commissie een verweerschrift in zesvoud. Bij elk exemplaar voegt de werkgever afschriften van de voornaamste op de zaak betrekking hebbende stukken. De voorzitter kan op tijdig en met redenen omkleed verzoek van de werkgever de termijn voor verweer verlengen.
  2. Na ontvangst van het verweerschrift zendt de secretaris onverwijld een exemplaar daarvan, vergezeld van de daarbij behorende afschriften, aan de werknemer.

Artikel 8 Repliek, dupliek

De voorzitter kan de werknemer in de gelegenheid stellen schriftelijk te repliceren. In dat geval wordt de werkgever in de gelegenheid gesteld schriftelijk te dupliceren. De voorzitter stelt de termijnen voor repliek en dupliek vast.

Artikel 9 Vaststelling plaats en tijdstip van de mondelinge behandeling

De voorzitter van de Commissie bepaalt op zo kort mogelijke termijn de plaats waar en het tijdstip waarop de behandeling van het bezwaar ter zitting zal plaatsvinden. Aan partijen wordt daarvan tijdig kennis gegeven.

Artikel 10 Schriftelijke behandeling

Met eenstemmig goedvinden van de Commissie en partijen kan de behandeling van het bezwaar ook schriftelijk geschieden. In dat geval wordt de werknemer in de gelegenheid gesteld binnen een bepaalde termijn te repliceren waarna de werkgever in de gelegenheid wordt gesteld om binnen een bepaalde termijn te dupliceren.

Artikel 11 Wraking en verschoning

  1. Een lid van de Commissie, waaronder ook wordt verstaan de voorzitter, kan door ieder der partijen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van het commissielid schade zou kunnen lijden. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid van de Commissie zich verschonen.
  2. Het wrakingsverzoek wordt schriftelijk ingediend zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoekende partij bekend zijn geworden. Ter zitting kan het verzoek ook mondeling geschieden.
  3. Een lid, wiens wraking is verzocht, kan in de wraking berusten.
  4. Ingeval van een verzoek tot wraking wordt de behandeling van de zaak door de Commissie geschorst onder mededeling aan partijen dat het wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk zal worden behandeld door de wrakingskamer van de Stichting Onderwijsgeschillen en dat het onderzoek van de Commissie in de hoofdzaak zal worden voortgezet na en met inachtneming van de beslissing van de wrakingskamer.
  5. De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk of het verzoek tot wraking wordt toegestaan.
  6. Op de behandeling van het wrakingsverzoek is het reglement van de wrakingskamer van toepassing.

Artikel 12 Vervanging ter zitting, getuigen, deskundigen

  1. Partijen kunnen zich ter zitting door een gemachtigde doen vervangen of zich door een raadsman/-vrouw doen bijstaan. Voorts kunnen zij getuigen en deskundigen ter zitting medebrengen, met dien verstande dat zij de namen van die personen uiterlijk op de vierde dag voor die van de zitting schriftelijk opgeven aan de secretaris en aan de wederpartij.
  2. De Commissie kan van een gemachtigde die geen advocaat is een schriftelijke machtiging verlangen.
  3. De Commissie kan ambtshalve of op verzoek van partijen getuigen en deskundigen oproepen. Indien zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, doet de secretaris hiervan vooraf mededeling aan partijen.

Artikel 13 De behandeling ter zitting

  1. Het bezwaar van de individuele werknemer wordt behandeld in een besloten zitting van de Commissie.
  2. De Commissie bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter, een lid of plaatsvervangend lid, benoemd door de Verenging Hogescholen en een lid of plaatsvervangend lid, benoemd door de Vakorganisaties.
  3. De voorzitter heeft de leiding van de zitting, hij/zij geeft elk van de partijen de gelegenheid haar standpunt toe te lichten.
  4. Indien voor de sluiting van de zitting blijkt, dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan de Commissie bepalen dat de behandeling ter zitting op een door de Commissie te bepalen tijdstip zal worden voortgezet. Daarbij kunnen aan partijen aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot het bewijs.
  5. Voordat de behandeling ter zitting wordt gesloten, deelt de voorzitter mede wanneer advies zal worden uitgebracht.

Artikel 14 Heropening onderzoek

Indien de Commissie van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan zij het heropenen. De Commissie bepaalt daarbij op welke wijze het onderzoek wordt voortgezet. De secretaris doet zo spoedig mogelijk mededeling daarvan aan partijen.

Artikel 15 Beraadslaging en advies

  1. De Commissie beraadslaagt en beslist in besloten vergadering. Zij beslist bij meerderheid van stemmen.
  2. De Commissie brengt binnen zes weken na de laatste zitting dan wel de laatste uitwisseling van stukken advies uit.
  3. De adviezen van de Commissie zijn gedagtekend en houden in:
    1. de namen en woonplaatsen van de partijen en de namen van de gemachtigden,
    2. de gronden, waarop het advies berust,
    3. het oordeel met betrekking tot de ontvankelijkheid of niet-ontvankelijkheid en de gegrondheid of ongegrondheid van het bezwaar,
    4. de eventuele aanbeveling,
    5. de namen van de leden van de Commissie die het advies hebben vastgesteld.
  4. Het advies, door de voorzitter en de secretaris ondertekend, wordt toegezonden aan partijen.
  5. De werkgever neemt na ontvangst van het advies van de Commissie een definitief besluit en deelt het definitief besluit uiterlijk twee weken na ontvangst van het advies van de Commissie schritelijk en gemotiveerd aan de werknemer mee. De werkgever stuurt een afschrift van deze beslissing aan de Commissie.

Artikel 16 Intrekking

De werknemer kan bij schriftelijke, gedagtekende en ondertekende kennisgeving of mondeling ter zitting aan de Commissie mededelen dat het bezwaar wordt ingetrokken. Intrekking geschiedt echter bij voorkeur niet later dan twee weken voor de zittingsdag.

Artikel 17 kosten

Partijen dragen de eigen kosten, waaronder begrepen de kosten van bijstand door een raadsman/vrouw. De Commissie beslist over de kosten van het horen van derden, waaronder deskundigen.

De kosten van de bezwaarprocedure voor de Commissie worden op basis van een overeenkomst tussen de Stichting en de Verenging Hogescholen, door de Stichting in rekening gebracht bij desbetreffende werkgever.

Artikel 18 Termijnen

  1. Voor de in dit reglement genoemde termijnen worden de periodes van vastgestelde vakanties niet meegerekend.
  2. Indien door dwingende omstandigheden de Commissie niet in staat is geweest binnen de daarvoor gestelde termijn een zitting te beleggen of advies te geven, deelt de secretaris dit na overleg met de voorzitter aan de werkgever en de werknemer mede en wordt zo spoedig mogelijk een zitting belegd ofwel advies gegeven.

Artikel 19 Geheimhouding

  1. Alle op de zaak betrekking hebbende stukken dienen ter vertrouwelijke kennisneming van de Commissie. Anderen dan de werkgever, de werknemer of de gemachtigden en adviseurs mogen vanwege de Commissie deze stukken niet inzien of hiervan afschriften of uittreksels maken.
  2. De leden van de Commissie en de secretaris zullen al hetgeen zij in verband met een bezwaar vernemen als vertrouwelijk beschouwen.
  3. De personen die ter zitting verschijnen zullen tegenover derden het vertrouwelijk karakter van de zitting eerbiedigen.
  4. Het advies van de Commissie, bedoeld in artikel 15 lid 2 mag met weglating van de namen van partijen en andere belanghebbenden openbaar worden gemaakt.

Artikel 20

Zodra de Commissie advies heeft uitgebracht, zenden de leden de in hun bezit zijnde stukken die op het bezwaar betrekking hebben, aan de secretaris, die zorg draagt voor archivering van één volledig dossier en voor vernietiging van de overige stukken.

Artikel 21

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de voorzitter, de overige leden van de Commissie gehoord.

Artikel 22 Bekendmaking van het reglement

De werkgever draagt er zorg voor dat een exemplaar van dit reglement ter inzage ligt op een voor de werknemers toegankelijke plaats in de instelling.

Artikel 23 Wijziging van het reglement

  1. Een voorstel tot wijziging van dit reglement kan bij de secretaris worden ingediend door:
    1. een Commissielid;;
    2. de Verenging Hogescholen ;
    3. de vakorganisaties;
    4. een bij de Commissie aangesloten werkgever;
    5. de Stichting Onderwijsgeschillen.
  2. De secretaris belegt acht weken na ontvangst van dit voorstel een vergadering, waarvoor de persoon of organisatie die het voorstel tot wijziging heeft gedaan, de leden en de plaatsvervangende leden van de Commissie worden uitgenodigd. Tegelijk met de uitnodiging voor de vergadering wordt het wijzigingsvoorstel toegezonden.
  3. Over het wijzigingsvoorstel beslissen cao-partijen, de Commissie gehoord hebbend.
  4. De secretaris draagt zorg voor publicatie van het gewijzigde reglement op het internet.

Dit reglement is door cao-partijen vastgesteld te Utrecht op 13 mei 2004 en aangepast op 25 maart 2009 en 1 april 2016, de Commissie gehoord hebbend.