Reglement Landelijke Bezwarencommissie functiewaardering PO, VO en MBO

Onderwijsgeschillen maakt sinds 1 februari 2021 gebruik van een nieuw digitaal systeem voor zaakbehandeling. Na een korte overgangsperiode wordt het reglement hier binnenkort op aangepast.

BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 1

CAO: de geldende CAO PO, de CAO VO dan wel de CAO MBO
Commissie: de externe bezwarencommissie functiewaardering als bedoeld in de CAO
Stichting: de Stichting Onderwijsgeschillen te Utrecht.
Werkgever: de rechtspersoon of het bestuursorgaan dat het bevoegd gezag vormt van een onderwijsinstelling en die onder de werking van de CAO valt.
Werknemer:  de werknemer die op grond van de CAO bezwaar bij de Commissie indient.

HET BEZWAAR
Artikel 2

  1. Indien een werknemer zich niet kan verenigen met een besluit van zijn werkgever, met betrekking tot de beschrijving van zijn functie in relatie tot de hem opgedragen werkzaamheden en/of de waardering van zijn functie kan hij daartegen gemotiveerd bezwaar indienen bij de Commissie.
  2. De werknemer dient bij de Commissie een door hem of zijn raadsman ondertekend bezwaarschrift in zesvoud in, waarbij worden gevoegd:
    a. een afschrift van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
    b. een afschrift van de arbeidsovereenkomst dan wel de akte van aanstelling;
    c. afschriften van de op het bezwaar betrekking hebbende stukken.  
  3. Het bezwaarschrift bevat:
    a. een opgave van de naam, de voornamen en het adres van de werknemer en zo nodig de gekozen woonplaats ten aanzien van de procedure;
    b. een zo volledig mogelijke aanduiding van de naam en het adres van de werkgever;
    c. een mededeling van het bezwaar en de gronden waarop dit berust.
  4. Het bezwaarschrift moet worden ingediend bij de Commissie binnen 6 weken, gerekend vanaf de dag na de dag waarop het besluit waartegen het bezwaar is ingediend, aan de werknemer is verzonden of uitgereikt.
  5. Indien het bezwaarschrift na de daarvoor gestelde termijn is ingediend, laat de Commissie niet-ontvankelijkverklaring achterwege, indien redelijkerwijze niet kan worden geoordeeld dat de werknemer in verzuim is geweest.
  6. Indien het bezwaarschrift niet voldoet aan de eisen gesteld in het tweede en derde lid van dit artikel, wijst de Commissie de werknemer op het gepleegde verzuim en stelt hem in de gelegenheid dit verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen.
  7. Alle aan de Commissie over te leggen stukken worden in zesvoud ingediend.
  8. De secretaris tekent op de ingekomen stukken de datum van ontvangst aan en zendt bericht van ontvangst aan de afzender.
  9. Indien het bezwaarschrift kennelijk bij een andere commissie moet worden ingediend, deelt de Commissie dit onverwijld aan de werknemer mee en zendt het bezwaarschrift voor behandeling door aan de bevoegde commissie.

VERWEERSCHRIFT
Artikel 3

  1. De Commissie brengt de werkgever zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van het bezwaar.
  2. De Commissie zendt een afschrift van het bezwaarschrift en de daarbij behorende stukken aan de werkgever en stelt hem in de gelegenheid binnen een termijn van 4 weken een verweerschrift in zesvoud in te dienen. Bij elk exemplaar voegt de werkgever afschriften van de voornaamste op de zaak betrekking hebbende stukken. De voorzitter kan op een tijdig en met redenen omkleed verzoek van de werkgever de termijn voor verweer verlengen.
  3. Na de ontvangst van het verweerschrift zendt de Commissie onverwijld een exemplaar daarvan, vergezeld van de daarbij behorende afschriften, aan de werknemer.

REPLIEK, DUPLIEK
Artikel 4

De voorzitter kan de werknemer in de gelegenheid stellen schriftelijk te repliceren. In dat geval wordt de werkgever in de gelegenheid gesteld schriftelijk te dupliceren. De voorzitter stelt de termijnen voor repliek en dupliek vast.

VASTSTELLING PLAATS EN TIJDSTIP VAN DE MONDELINGE BEHANDELING
Artikel 5

De voorzitter van de Commissie bepaalt op zo kort mogelijke termijn de plaats waar en het tijdstip waarop de behandeling van het bezwaar ter zitting zal plaatsvinden en nodigt partijen schriftelijk uit de zitting bij te wonen

VEREENVOUDIGDE BEHANDELING
Artikel 6

Van het horen van partijen kan worden afgezien indien:

  1. de Commissie niet bevoegd is het bezwaar te behandelen;
  2. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is;
  3. het bezwaar kennelijk ongegrond is.

SCHRIFTELIJKE BEHANDELING
Artikel 7

Met eenstemmig goedvinden van de Commissie en partijen kan de behandeling van het bezwaar schriftelijk geschieden. In dat geval wordt de werknemer in de gelegenheid gesteld binnen een bepaalde termijn te repliceren waarna de werkgever in de gelegenheid wordt gesteld om binnen een bepaalde termijn te dupliceren.

WRAKING EN VERSCHONING
Artikel 8

  1. Een lid van de Commissie, waaronder ook wordt verstaan de voorzitter, kan door ieder der partijen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van het commissielid schade zou kunnen lijden. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid van de Commissie zich verschonen.
  2. Het wrakingsverzoek wordt schriftelijk ingediend zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoekende partij bekend zijn geworden. Ter zitting kan het verzoek ook mondeling geschieden.
  3. Een lid, wiens wraking is verzocht, kan in de wraking berusten.
  4. Ingeval van een verzoek tot wraking wordt de behandeling van de zaak door de Commissie geschorst onder mededeling aan partijen dat het wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk zal worden behandeld door de wrakingskamer van de Stichting Onderwijsgeschillen en dat het onderzoek van de Commissie in de hoofdzaak zal worden voortgezet na en met inachtneming van de beslissing van de wrakingskamer.
  5. De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk of het verzoek tot wraking wordt toegestaan.
  6. Op de behandeling van het wrakingsverzoek is het reglement van de wrakingskamer van toepassing.

VERVANGING TER ZITTING, GETUIGEN, DESKUNDIGEN
Artikel 9

  1. Partijen kunnen zich ter zitting door een gemachtigde doen vervangen of zich door een raadsman/-vrouw doen bijstaan. Voorts kunnen zij getuigen en deskundigen ter zitting medebrengen, met dien verstande dat zij de namen van die personen uiterlijk op de vierde dag voor die van de zitting schriftelijk opgeven aan de secretaris en aan de wederpartij.
  2. De Commissie kan van een gemachtigde die geen advocaat is een schriftelijke machtiging verlangen.
  3. De Commissie kan ambtshalve of op verzoek van partijen getuigen en deskundigen oproepen. Indien zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, doet de secretaris hiervan vooraf mededeling aan partijen.

DE BEHANDELING TER ZITTING
Artikel 10

  1. Het bezwaar wordt behandeld in een besloten zitting van de Commissie.
  2. De Commissie bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter, een lid of plaatsvervangend lid gekozen door de werkgeversorganisaties, en een lid of plaatsvervangend lid gekozen door de Centrales.
  3. De voorzitter heeft de leiding van de zitting, hij geeft elk van de partijen de gelegenheid haar standpunt toe te lichten.
  4. Indien voor de sluiting van de zitting blijkt dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan de Commissie bepalen dat de behandeling ter zitting op een door de Commissie te bepalen tijdstip zal worden voortgezet. Daarbij kunnen aan partijen aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot het bewijs.
  5. Voordat de behandeling ter zitting wordt gesloten, deelt de voorzitter mede wanneer advies zal worden uitgebracht of uitspraak zal worden gedaan

HEROPENING ONDERZOEK
Artikel 11

Indien de Commissie van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan zij het heropenen. De Commissie bepaalt daarbij op welke wijze het onderzoek wordt voortgezet. De secretaris doet zo spoedig mogelijk mededeling daarvan aan partijen.

BERAADSLAGING EN ADVIES EN UITSPRAAK
Artikel 12

  1. De Commissie beraadslaagt en beslist in besloten vergadering. Zij beslist bij meerderheid van stemmen.
  2. Binnen zes weken na de laatste zitting dan wel na de laatste uitwisseling van stukken doet de Commissie uitspraak of, ingeval de werkgever een bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is, brengt zij advies uit.
  3. De uitspraken en adviezen van de Commissie zijn gedagtekend en houden in:
    a. de namen en woonplaatsen van de partijen en de namen van de gemachtigden;
    b. de gronden, waarop het advies of de uitspraak berust;
    c.  het oordeel met betrekking tot de ontvankelijkheid of niet-ontvankelijkheid en de gegrondheid of ongegrondheid van het bezwaar;
    d. de eventuele aanbeveling;
    e. de namen van de leden van de Commissie die het advies of de uitspraak hebben vastgesteld.
  4. De Commissie doet geen uitspraak over de kosten van partijen, daaronder begrepen de kosten terzake van rechtsbijstand. Ingeval de werkgever een bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is, is artikel 7:15 Awb onverkort van toepassing.
  5. Het advies of de uitspraak, door de voorzitter en de secretaris ondertekend, wordt toegezonden aan partijen.
  6. De uitspraak van de Commissie is op grond van de CAO bindend voor partijen.

INTREKKING
Artikel 13

De werknemer kan bij schriftelijke, gedagtekende en ondertekende kennisgeving of mondeling ter zitting aan de Commissie mededelen dat het bezwaar wordt ingetrokken.

TERMIJNEN
Artikel 14

  1. Met uitzondering van de termijn voor het indienen van bezwaar als bedoeld in artikel 2 lid 4 van dit reglement, worden voor de in dit reglement genoemde termijnen de periodes van de aan de betrokken instelling of school vastgestelde vakanties niet meegerekend.
  2. Indien door dwingende omstandigheden de Commissie niet in staat is geweest binnen de daarvoor gestelde termijn een zitting te beleggen of uitspraak te doen of advies uit te brengen, deelt de secretaris dit na overleg met de voorzitter aan de werkgever en de werknemer mede en wordt zo spoedig mogelijk een zitting belegd ofwel advies uitgebracht of uitspraak gedaan.

GEHEIMHOUDING
Artikel 15

  1. Alle op de zaak betrekking hebbende stukken dienen ter vertrouwelijke kennisneming van de Commissie. Anderen dan de werkgever, de werknemer of de gemachtigden en adviseurs mogen vanwege de Commissie deze stukken niet inzien of hiervan afschriften of uittreksels maken.
  2. De leden van de Commissie en de secretaris zullen al hetgeen zij in verband met een bezwaar vernemen als vertrouwelijk beschouwen.
  3. De personen die ter zitting verschijnen zullen tegenover derden het vertrouwelijk karakter van de zitting eerbiedigen.
  4. Adviezen en de uitspraken van de Commissie, mogen met weglating van de namen van partijen en andere belanghebbenden openbaar worden gemaakt.

Artikel 16

Zodra de Commissie advies heeft uitgebracht of uitspraak heeft gedaan, zenden de leden de in hun bezit zijnde stukken die op het bezwaar betrekking hebben, aan het secretariaat, dat zorg draagt voor archivering van één volledig dossier en voor vernietiging van de overige stukken.

Artikel 17

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de voorzitter, de overige leden van de Commissie gehoord.

BEKENDMAKING VAN HET REGLEMENT EN DE UITSPRAKEN EN ADVIEZEN
Artikel 18

Het reglement en de adviezen en uitspraken van de Commissie worden in geanonimiseerde vorm gepubliceerd op de website van de Stichting: www.onderwijsgeschillen.nl

WIJZIGING EN INWERKINGTREDING VAN HET REGLEMENT
Artikel 19

  1. De Commissie is bevoegd het reglement te wijzigen.
  2. Een voorstel tot wijziging van dit reglement kan bij de secretaris worden ingediend door:
    a. een Commissielid;
    b. de Stichting Onderwijsgeschillen;
    c. een werkgeversorganisatie, partij bij de CAO;
    d. een werknemersorganisatie, partij bij de CAO.
  3. De secretaris belegt acht weken na ontvangst van dit voorstel een vergadering, waarvoor de persoon of organisatie die het voorstel tot wijziging heeft gedaan, de leden en de plaatsvervangende leden van de Commissie worden uitgenodigd. Tegelijk met de uitnodiging voor de vergadering wordt het wijzigingsvoorstel toegezonden.
  4. Over het wijzigingsvoorstel beslist de Commissie.

Dit reglement is vastgesteld door de Commissie op 15 juni 2009 en is op 1 april 2009 in werking getreden en aangepast op 30 oktober 2015 voor wat betreft de toevoeging van art. 8 lid 6, en op 1 januari 2020 voor wat betreft de wijziging van art. 12 lid 6 vanwege de invoering van de Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren.