Landelijke Commissie voor Geschillen medezeggenschap Hoger Onderwijs

Introductie

Binnen het hoger onderwijs (universiteiten en hogescholen) zijn er verschillende medezeggenschapsorganen. Wanneer partijen die betrokken zijn bij de medezeggenschap in het hoger onderwijs een geschil hebben en er samen niet uitkomen, kunnen zij in bepaalde gevallen het geschil voorleggen aan de Landelijke Commissie voor Geschillen medezeggenschap Hoger Onderwijs. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een geschil tussen een medezeggenschapsorgaan en het College van Bestuur of een faculteitsbestuur.  

Alle openbare hogescholen en universiteiten zijn automatisch aangesloten bij de Landelijke Commissie voor Geschillen medezeggenschap Hoger Onderwijs. Dat betekent dat vanuit al deze onderwijsinstellingen een geschil voorgelegd kan worden aan deze Commissie. Bijzondere universiteiten kunnen zich voor de behandeling van medezeggenschapsgeschillen aansluiten bij deze Commissie.

1. Minnelijke schikking

Voordat partijen het geschil bij de Commissie indienen moeten zij eerst laten onderzoeken of een minnelijke schikking (dat wil zeggen een akkoord) mogelijk is. Dit onderzoek moet gebeuren door het College van Bestuur, tenzij het College van Bestuur betrokken is in het geschil. In dat geval voert de Raad van Toezicht het onderzoek uit.   

2. Zaak indienen

Als partijen geen minnelijke schikking treffen, kunnen zij het geschil indienen bij de Commissie. Het indienen van een geschil begint met het online indienen van een zaak. Zowel het medezeggenschapsorgaan als het instellingsbestuur kan een zaak indienen. De indiener levert de documenten aan die nodig zijn voor de beoordeling van het geschil, onderbouwt waarom hij het niet eens is met het bestreden besluit en geeft aan welk besluit hij van de Commissie vraagt. 

3. Verweer

Nadat de zaak volledig is ingediend, vraagt de Commissie de wederpartij om een verweer in te dienen. De Commissie stelt een termijn vast waarbinnen de wederpartij het verweer moet indienen.  

4. Zitting

De Commissie behandelt de zaak op een zitting in Utrecht. Beide partijen lichten daar hun standpunt toe en beantwoorden vragen van de Commissie. Partijen kunnen zich bij de zitting laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde, maar dat is niet verplicht.  

5. Uitspraak

Na de zitting oordeelt de Commissie over het geschil. Beide partijen ontvangen binnen 6 werkweken na de zitting de schriftelijke uitspraak van de Commissie. Hierin staat het oordeel van de Commissie en de onderbouwing van dat oordeel. Dit is een bindende uitspraak. Dat betekent dat beide partijen zich aan de uitspraak moeten houden.  

Als er een conflict is tussen werkgever en werknemer of tussen medezeggenschapsorganen en het bestuur van school, kan zowel de werkgever als de werknemer als het medezeggenschapsorgaan hier mediation voor aanvragen. De deelnemers zoeken dan samen naar een oplossing voor het conflict en gaan daarvoor met elkaar in gesprek onder begeleiding van een onafhankelijk en neutraal persoon: de mediator.

Elke partij kan tegen de uitspraak van de Commissie in beroep gaan. Dat kan alleen als de geschillencommissie de wet niet juist heeft toegepast. De partij moet het beroep binnen 1 maand na de datum van de uitspraak instellen bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam. Tegen de uitspraak van de Ondernemingskamer staat geen beroep open. 

Vond u deze informatie nuttig?

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en de Privacyverklaring en de Servicevoorwaarden van Google zijn van toepassing.