Landelijke Commissie voor Geschillen medezeggenschap studenten en ouders MBO
Introductie
Binnen het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) zijn er verschillende medezeggenschapsorganen voor studenten en ouders van studenten, zoals de studentenraad en de ouderraad. Wanneer partijen die betrokken zijn bij de medezeggenschap een meningsverschil hebben en er samen niet uitkomen, kunnen zij in bepaalde gevallen het meningsverschil voorleggen aan de Landelijke Commissie voor Geschillen medezeggenschap studenten en ouders mbo.
Alle mbo's zijn automatisch aangesloten bij deze Commissie. Dat betekent dat betrokken partijen van deze onderwijsinstellingen een geschil kunnen voorleggen aan deze Commissie.
De Commissie behandelt 3 soorten geschillen:
- adviesgeschillen: bijvoorbeeld over krimping, uitbreiding of fusie van de instelling;
- instemmingsgeschillen: bijvoorbeeld over het schoolkostenbeleid, de hoogte en besteding van de vrijwillige ouder- of studentbijdrage of de hoofdlijnen van de begroting;
- interpretatiegeschillen: bijvoorbeeld de interpretatie van het medezeggenschapsreglement.
Het is per geschil verschillend welke partij het geschil indient:
- adviesgeschillen: de studentenraad dient het geschil in;
- instemmingsgeschillen: de studentenraad of het bevoegd gezag dient het geschil in;
- interpretatiegeschillen de studentenraad of het bevoegd gezag dient het geschil in;
- een geschil over de hoofdlijnen van de begroting: het bevoegd gezag of de voor dit specifieke onderwerp ingerichte gezamenlijke vergadering van studentenraad, de ondernemingsraad en in voorkomende gevallen de ouderraad dient het geschil in.
1. Zaak indienen
Het indienen van een geschil begint met het online indienen van een zaak. Bij het indienen van een zaak legt de indiener uit waar het geschil over gaat en levert de indiener relevante documenten aan.
2. Verweer
Nadat de zaak volledig is ingediend, vraagt de Commissie de wederpartij om een verweer in te dienen. De Commissie stelt een termijn vast waarbinnen de wederpartij het verweer moet indienen.
3. Zitting
De Commissie behandelt de zaak op een zitting in Utrecht. Partijen lichten hier hun standpunt toe en beantwoorden vragen van de Commissie. Partijen kunnen zich bij de zitting laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde, maar dat is niet verplicht.
4. Uitspraak
Beide partijen ontvangen binnen 6 werkweken na de zitting de schriftelijke uitspraak van de Commissie. Hierin staat het oordeel over het geschil en de onderbouwing van dit oordeel. Dit is een bindende uitspraak. Dat betekent dat beide partijen zich aan de uitspraak moeten houden.
Als er een conflict is tussen werkgever en werknemer of tussen medezeggenschapsorganen en het bestuur van school, kan zowel de werkgever als de werknemer als het medezeggenschapsorgaan hier mediation voor aanvragen. De deelnemers zoeken dan samen naar een oplossing voor het conflict en gaan daarvoor met elkaar in gesprek onder begeleiding van een onafhankelijk en neutraal persoon: de mediator.
Elke partij kan tegen de uitspraak van de Commissie in beroep gaan. De reden van het beroep moet zijn dat de geschillencommissie de wet niet juist heeft toegepast. De partij moet het beroep binnen 1 maand na de datum van de uitspraak instellen bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam. Tegen de uitspraak van de Ondernemingskamer staat geen beroep open.