De LKC en klachten van personeel in het onderwijs

Het overgrote deel van de klachten die de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC) krijgt voorgelegd, is afkomstig van ouders en gaat over het handelen van leerkrachten, directeuren en andere functionarissen. Maar de wet noemt ook de werknemer (personeelslid) als mogelijke klager. De LKC behandelt dus ook klachten van onderwijspersoneel, dat in dienst is van een bij de LKC aangesloten school. In een aantal gevallen kan de werknemer niet bij de LKC terecht. U leest hier meer over op deze themapagina.

De themapagina geeft informatie over:

Wanneer kan een werknemer bij de LKC terecht?

De LKC beperkt zich in de praktijk tot klachten van onderwijspersoneel over de manier waarop men binnen een school met elkaar omgaat (bejegening). De Commissie neemt ook klachten in behandeling over de wijze waarop een klacht van een werknemer intern is afgehandeld.

Wanneer kan een werknemer niet bij de LKC terecht?

In een aantal gevallen neemt de LKC een klacht van een werknemer niet in behandeling. Hieronder een overzicht:

  • De LKC neemt geen klachten in behandeling die betrekking hebben op de rechtspositie of op de arbeidsvoorwaarden van de werknemer. (zie o.a. 109139, 109044108912, 108750, 108049, 107230).
    De Commissie is immers ingesteld op grond van de Kwaliteitswet 1998. Uit de wetsgeschiedenis van deze wet blijkt dat het klachtrecht een instrument is om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Dat brengt met zich dat een bij de LKC ingediende klacht in beginsel betrekking zal moeten hebben op de kwaliteit van het onderwijs dan wel het pedagogisch klimaat in de klas of op school (109648).
  • De Commissie behandelt geen klachten van sollicitanten die niet worden benoemd, omdat deze klachten betrekking hebben op hun rechtspositie (108049).
  • De LKC behandelt ook geen klachten van leden van de personeelsgeleding van een medezeggenschapsraad (MR) over de wijze waarop de MR zijn taken vervult. De MR is een democratisch gekozen orgaan en een waardering van de verrichte werkzaamheden van de (leden van de) MR komt tot uiting in de uitslag van de volgende verkiezingen (106005).
  • De LKC heeft geen taak in de beoordeling van vorderingen van personeelsleden die gaan over geld en aansprakelijkheid (107142).
  • De LKC neemt geen klachten van personeelsleden in behandeling, die al zijn behandeld door een onafhankelijke klachtencommissie. De LKC treedt niet op als hoger beroepsinstantie (108640).
  • De LKC is niet bevoegd om klachten van werknemers tegen ouders te behandelen (108579).
  • Het LKC-reglement beschouwt een voormalig personeelslid niet als klager. Ex-werknemers hebben dus in beginsel geen toegang tot de LKC. Klachten van ex-werknemers over de beëindiging of afwikkeling van het dienstverband (109084, 107876) of die samenhangen met de rechtspositie (108912) zijn kennelijk niet-ontvankelijk.
    Alleen in bijzondere gevallen kan op deze regel een uitzondering worden gemaakt. Er moet dan sprake zijn van bijzondere belangen die verband houden met de doelstellingen van het klachtrecht en de taak van de Commissie daarin, namelijk het bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs als zodanig (109648).

Klachten over bejegening en rechtspositionele conflicten

De LKC behandelt dus klachten over bejegening, maar soms maakt een bejegeningsklacht deel uit van een rechtspositioneel conflict. In rechtspositionele conflicten heeft de LKC geen taak. Het is weinig zinvol om de bejegeningsaspecten uit zo’n geschil af te zonderen en apart onderdeel te maken van een klachtprocedure.

Een klacht van een werknemer moet dus geheel of in voldoende mate los staan van een rechtspositioneel conflict. Soms is het onderscheid niet helemaal duidelijk. Wanneer gaat het sec over de rechtspositie van de werknemer en wanneer is er sprake van intimidatie en onheuse bejegening? In de beoordeling door de LKC slaat de weegschaal soms de ene en soms de andere kant op.

Enkele voorbeelden van door de LKC behandelde bejegeningsklachten:

  • Pesten, een onveilige omgeving of intimidatie zijn onderwerpen waarover een werknemer een klacht kan indienen, mits de klacht voldoende los staat van een rechtspositionele aangelegenheid (109032109399109208).
  • Fysiek aanraken van een werknemer is alleen gerechtvaardigd als de veiligheid in het geding is (105973).
  • Als de werkgever signalen ontvangt over grensoverschrijdend gedrag van een werknemer, dient hij actie te ondernemen (107476/107477/107491). Een werknemer is verantwoordelijk voor zijn eigen gedrag en kan de grens van wat passend is niet alleen van een ander laten afhangen (107476/107477/107491).
  • Een werkgever moet actie ondernemen als een werknemer een situatie als zeer heftig ervaart (107902).
  • Een werkgever die een zieke werknemer dreigt met sancties, terwijl die werknemer nog niet is beoordeeld door de bedrijfsarts, oefent oneigenlijke druk uit (105827).
  • Een  goed werkgever voert met zijn werknemer het gesprek over ontstane verwijdering tussen de werknemer en zijn team (107014).

Klachten over interne klachtafhandeling

Soms krijgt de LKC klachten voorgelegd die gaan over de wijze waarop een klacht intern is afgehandeld. Dat kan gaan om een klacht die de werknemer zelf bij zijn werkgever heeft ingediend, maar ook om een klacht die bij de werkgever tegen de werknemer is ingediend. Deze klachten zijn in beginsel ontvankelijk.

Enkele voorbeelden:

  • Afwijken van de klachtenregeling, zoals het instellen van een ad hoc klachtencommissie, kan onder omstandigheden acceptabel zijn, maar de LKC is geen hoger-beroepsinstantie (106222).
  • De klachtbehandeling door een interne klachtencommissie moet voldoen aan de elementaire beginselen van behoorlijke klachtafhandeling (107593).