Op deze themapagina vindt u de volgende informatie over de verwijdering van leerlingen in het basisonderwijs, het voortgezet en het (voortgezet) speciaal onderwijs:

Redenen voor verwijdering

Er is sprake van definitieve verwijdering wanneer de school de leerling niet langer ingeschreven wil hebben. De verwijdering kan verschillende redenen hebben, bijvoorbeeld:

  • wangedrag van de leerling, waardoor de orde, rust en veiligheid op school in gevaar komt;
  • wangedrag van de ouders;
  • de school kan niet voldoen aan de ondersteuningsbehoefte van de leerling en is niet (langer) in staat om de leerling de juiste ondersteuning te geven.

Wangedrag

Verwijdering wegens wangedrag is een 'ordemaatregel'. Het schoolbestuur kan zelf beslissen of en welke ordemaatregel wordt opgelegd. De school moet wel zorgvuldig handelen en de juiste procedures volgen.

Geen ondersteuning aan de leerling kunnen bieden

Als de reden voor verwijdering is dat de school niet de ondersteuning kan bieden die de leerling nodig heeft, moet de school in elk geval onderzocht hebben wat de ondersteuningsbehoefte van de leerling is en of de school daar zelf aan kan voldoen. De ondersteuningsmogelijkheden van de school staan beschreven in het schoolondersteuningsprofiel. Kan de school de benodigde ondersteuning zelf niet bieden, dan moet zij een andere passende onderwijsplek voor de leerling vinden. Dit wordt de zorgplicht genoemd.

Andere redenen voor verwijdering

Tot slot kan verwijdering ook plaatsvinden omdat een leerling een klas twee keer heeft moeten doubleren en dat volgens de schoolregels niet is toegestaan. Een reden kan ook zijn dat de leerling handelt in strijd met de grondslag van de school.

De verwijderingsprocedure

Voor de verwijderingsprocedure gelden strikte wettelijke eisen, die per onderwijssector verschillen. Het maakt ook verschil of het gaat om openbaar of bijzonder onderwijs. In het openbaar onderwijs is bij een verwijderingsbesluit naast de onderwijswetgeving ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.

In alle gevallen geldt het volgende:

  • De beslissing tot verwijdering wordt in beginsel genomen door het schoolbestuur.
  • Het schoolbestuur deelt de beslissing over de verwijdering schriftelijk mee aan de ouders, met de redenen erbij vermeld.
  • In deze schriftelijke mededeling staat ook hoe tegen de beslissing bezwaar kan worden gemaakt.
  • Een leerling kan voorafgaand aan een verwijdering voor ten hoogste één week geschorst worden.
  • Voordat wordt besloten tot verwijdering heeft de school er voor gezorgd dat een andere school bereid is de leerling toe te laten.

Daarnaast zijn er ook nog aanvullende bepalingen per onderwijssector.
Deze bepalingen kunt u vinden via het overzicht van de belangrijkste wettelijke bepalingen over verwijdering.

Bezwaar maken

Ouders kunnen binnen zes weken schriftelijk bezwaar maken bij het schoolbestuur tegen het verwijderingsbesluit of tegen de schriftelijke mededeling van de school dat zij van plan is de leerling te verwijderen. Het schoolbestuur moet binnen vier weken beslissen op dat bezwaar. Als ouders naast het bezwaar ook een geschil hebben voorgelegd aan de Geschillencommissie passend onderwijs, neemt het schoolbestuur pas een beslissing op bezwaar nadat de Commissie een oordeel heeft uitgesproken. ​

Daarnaast zijn er ook nog aanvullende bepalingen per onderwijssector.
Deze bepalingen kunt u vinden via het overzicht van de belangrijkste wettelijke bepalingen over verwijdering.

Geschillencommissie passend onderwijs (GPO)

Geschillen over de definitieve verwijdering van een leerling kunnen worden voorgelegd aan de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO). Er hoeft nog geen sprake te zijn van een verwijderingsbeslissing. Het kan ook een geschil zijn omdat de school de leerling niet meer toelaat omdat de school niet meer weet hoe ze moet handelen. De GPO is ondergebracht bij Onderwijsgeschillen. De Commissie is zo samengesteld dat zij beschikt over (ortho)pedagogische, psychologische, onderwijskundige, maatschappelijke, bestuurlijke, juridische en medische deskundigheid.

Voorleggen binnen zes weken

Het geschil moet worden voorgelegd binnen zes weken na de (voorgenomen) verwijderingsbeslissing, of nadat duidelijk werd dat de leerling niet meer welkom is. Als daarnaast bezwaar is gemaakt bij het schoolbestuur, moet het schoolbestuur wachten met zijn beslissing, tot het het oordeel van de GPO heeft ontvangen. De GPO geeft binnen 10 weken een oordeel over het geschil.

Zwaarwegend advies

De Commissie brengt een advies uit dat niet bindend is voor het schoolbestuur. Maar het advies weegt wel zwaar. Het bestuur moet schriftelijk aan de ouders en aan de Commissie meedelen wat er met het oordeel wordt gedaan. Als het advies van de Commissie niet wordt gevolgd moet daarbij de reden worden vermeld.
De Commissie is laagdrempelig: partijen zijn niet verplicht om een advocaat in te schakelen.

Adviezen van de GPO over verwijdering

De Geschillencommissie passend onderwijs toetst inhoudelijk of er voldoende grond is voor de verwijdering en of de verwijderingsprocedure op de juiste manier gevolgd is.
Enkele belangrijke lijnen in de adviezen over verwijdering:

  • Een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte kan pas verwijderd worden als voldoende onderzoek is gedaan naar die ondersteuningsbehoefte van de leerling en de ondersteuningsmogelijkheden van de school (2021012376, 2021007756, 2021007690109004, 108597108448, 108128107219).
  • Alle begeleidingsmogelijkheden moeten zijn onderzocht en benut (2021007756108448108097). De Commissie beoordeelt of de grens wat van een school en van de begeleidingsmogelijkheden verwacht mag worden, is bereikt (2021011419, 109454, 109380).
  • Een school moet regie voeren om invulling te geven aan de zorgplicht om tot een passende onderwijsplek voor de leerling te komen (109249, 109324, 109102, 108906).
  • De Commissie beoordeelt of een school een belangenafweging heeft gemaakt en de belangen van de leerling heeft betrokken bij haar afweging voordat zij een verwijderingsbeslissing neemt (2021010066, 109427, 108702).
  • De verwijdering moet goed onderbouwd zijn en de reden moet in het verwijderingsbesluit vermeld staan (108700108681107059).
  • Aan een beslissing tot verwijdering van een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte moet een ontwikkelingsperspectief ten grondslag liggen (2021012376, 202107690, 109595, 109050, 108252, 108056).
  • Als de school een leerling niet meer toelaat, kan dit gezien worden als een verwijdering, ook al is er geen verwijderingsbesluit genomen (2021000331, 109694, 109639, 109595, 109014, 108250108097107487).
  • Een verwijdering kan redelijk zijn als ouders weigeren om mee te werken aan onderzoek of om informatie te verstrekken en de school mede daardoor niet kan voldoen aan de ondersteuningsbehoefte van de leerling (2021002773, 109641, 109512, 108737108518108077107983107839).
  • Bij verwijdering dienen de interne, door school en bestuur vastgestelde regels te zijn nageleefd, bijvoorbeeld de overgangsregels of regels over drugsgebruik of over het gebruik van telefoons en social media (2021005347, 109579, 109428, 108751108926).
  • Een verwijdering kan redelijk zijn als door het gedrag van de leerling onrust en onveiligheid op school is ontstaan (109056107961107359). Het hoort tot de beoordelingsbevoegdheid van de school om de ernst en impact van een incident vast te stellen en te bepalen of de maatregel van verwijdering wordt opgelegd (2021003433, 109668, 109579, 109090).
  • Een verwijdering kan redelijk zijn als de school door het gedrag van de ouders de veiligheid op school niet kan garanderen (108954). Maar een school kan pas tot verwijdering beslissen vanwege het gedrag van een ouder, als er geen redelijke alternatieven meer zijn (2021003037, 109015).
  • De leerling (voortgezet onderwijs) en de ouders moeten gehoord zijn voordat tot verwijdering wordt overgegaan (109219, 108466, 107041).
  • Er moet een andere passende onderwijsplek zijn gevonden voordat de school de leerling verwijdert (109219108985107372).
  • Tijdelijke plaatsing op een bovenschoolse voorziening, terwijl de leerling blijft ingeschreven op de school, is niet aan te merken als verwijdering (108426, 108282, 107774). De plaatsing van een leerling op een bovenschoolse voorziening is op zichzelf geen grond voor verwijdering (109004).

U vindt hier alle adviezen van de GPO over verwijdering.

Klachtencommissie

De GPO behandelt geschillen over de verwijdering van leerlingen. Maar als ouders een klacht hebben over de gang van zaken rond de verwijdering, kunnen zij deze klacht voorleggen aan de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC). De LKC is ondergebracht bij Onderwijsgeschillen. De school moet dan wel zijn aangesloten bij de LKC. In de schoolgids of op de website van de school staat bij welke klachtencommissie de school is aangesloten.
Soms is niet vooraf duidelijk of de LKC of de GPO de klacht of het geschil het beste kan behandelen. Als de klacht is ingediend bij de LKC, kijkt het secretariaat van Onderwijsgeschillen altijd of het een geschil is dat beter aan de GPO kan worden voorgelegd.

De LKC brengt een advies uit aan het schoolbestuur, met daarin een oordeel over de gegrondheid van de klacht. De Commissie maakt in elke klacht een eigen afweging, waarin zij ook de omstandigheden van het individuele geval betrekt. De Commissie kan ook aanbevelingen doen. Het bestuur moet binnen vier weken aan de Commissie en aan de ouders meedelen of het het oordeel van de klachtencommissie deelt en of het maatregelen gaat nemen.

Adviezen van de LKC over verwijdering

De LKC heeft veel adviezen uitgebracht die (mede) gaan over een verwijdering van een leerling. 
Enkele lijnen in de adviezen van de LKC:

  • De maatregel van verwijdering moet proportioneel zijn (106612).
  • De school mag een leerling pas verwijderen als blijkt dat een minder verstrekkende maatregel niet werkt (106557).
  • De school moet de eigen procedureregels over verwijdering in acht nemen (105988).
  • De mededeling dat de leerling niet meer welkom is op school is feitelijk een verwijderingsbeslissing (107759106564).
  • Zolang de leerling is ingeschreven, is de school verantwoordelijk voor het onderwijsaanbod. Het niet meer toelaten op school ontheft de school niet van deze verplichting (106342). Dat geldt ook bij een schorsing in verband met een voornemen tot verwijdering (106247).
  • De reden waarom tot verwijdering wordt overgegaan moet blijken uit verwijderingsbesluit (107058).  
  • Het feit dat een ouder een klacht over de school wil indienen, mag geen aanleiding zijn voor verwijdering (107299).

U vindt hier alle adviezen van de LKC over verwijdering.

Downloaden

Deze themapagina is voor het laatst herzien in december 2021.