Datum uitspraak: 24-06-2003
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Klager klaagt tegen de voorzitter van het College van bestuur van de instelling, de vestigingsdirecteur van de school en de mentor van zijn zoon over de vermeende verwijdering van zijn zoon, de gang van zaken daaromtrent alsmede over de wijze waarop zijn klachten zijn behandeld. De Commissie oordeelt ten aanzien van de gevolgde procedure dat naar ouders/leerlingen toe niet helder is aangegeven welke weg te bewandelen. Ook is niet duidelijk wie de geschillencommissie als bedoeld in het leerlingenstatuut is. De Commissie adviseert het bevoegd gezag dan ook om de diverse (klacht/bezwaar)regelingen op elkaar af te stemmen. Tevens acht de Commissie het onjuist dat verweerders niet voor schriftelijke beantwoording van de klachten van klager hebben zorggedragen. Dit klachtonderdeel is dan ook gegrond. Voorts overweegt de Commissie dat zij het niet onredelijk acht dat verweerders tot het voorgenomen verwijderingsbesluit zijn gekomen. Evenwel oordeelt de Commissie dat een dergelijk besluit, evenals elk ander besluit met rechtsgevolgen, gemotiveerd dient te worden alsmede aangetekend verzonden dient te worden dan wel in persoon aan de ouder(s) overhandigd dient te worden. Voor het overige is de Commissie niet gebleken van enige vorm van discriminatie dan wel van onheuse bejegening jegens de zoon van klager. Klacht deels gegrond deels ongegrond.

Trefwoorden: