Datum uitspraak: 26-08-2008
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werknemer meldt zich herhaaldelijk ziek. Naar aanleiding van de laatste ziekmelding gaat de werkgever over tot opschorting van de bezoldiging en een schriftelijke berisping. Voorts is de werknemer op staande voet ontslagen omdat hij niet oprecht meewerkt aan zijn reïntegratie, meerdere malen geweigerd heeft te werken en omdat hij zich meerdere malen schuldig heeft gemaakt aan ongeoorloofd verzuim.
De opschorting van de bezoldiging is gebaseerd op artikel 7:627 juncto 7:629 lid 3 e.v. van het BW. Een dergelijk besluit is niet voor beroep vatbaar; de Commissie is niet bevoegd van het beroep kennis te nemen.
Ten aanzien van de schriftelijke berisping heeft de werkgever verzuimd de werknemer in de gelegenheid te stellen verweer te voeren. Dit is in strijd met artikel 4.17 lid 1 CAO-PO. De werknemer is hierdoor geschaad in zijn door de CAO beschermd belang om voorafgaande aan het opleggen van de disciplinaire maatregel door de werkgever te worden gehoord. Het beroep tegen de schriftelijke berisping is gegrond.
Ten aanzien van het ontslag op staande voet overweegt de Commissie dat gebleken is dat de werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim. Een ontslag als hier aan de orde dient een ultimum remedium te zijn. Daarbij moet de werknemer een laatste kans worden geboden waarbij hij gewaarschuwd moet worden voor de eventuele gevolgen van zijn handelen. De werkgever heeft verzuimd de werknemer zo een laatste waarschuwing te geven. Onder deze omstandigheden, mede in acht nemend de ingrijpende gevolgen van een ontslag op staande voet, is er onvoldoende basis voor een ontslag op staande voet.
Beroep tegen ontslag gegrond.