Datum uitspraak: 16-10-2014
Nummer uitspraak: 106236 - 14.10
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Primair onderwijs
Samenvatting 

Het bevoegd gezag heeft binnen de kaders van het mobiliteitsbeleid de positie van directeur/schoolleider voor het schooljaar 2014-2015 op een aantal van zijn scholen opnieuw ingevuld. Het voornemen de schoolleider van de school (gedeeltelijk) over te plaatsen en een nieuwe schoolleider te benoemen is voor advies aan de MR voorgelegd. De MR heeft negatief geadviseerd. Het bevoegd gezag heeft in afwijking van het advies het besluit ongewijzigd genomen. Volgens de MR  kon het advies niet meer van wezenlijke invloed zijn op de besluitvorming omdat de GMR al positief had geadviseerd. Inhoudelijk stelt de MR dat het bevoegd gezag verzuimd heeft om aan te geven over welke specifieke kwaliteiten de schoolleider beschikt die hem zo geschikt maken voor de andere school. Ten aanzien van de benoeming van de nieuwe schoolleider ontbreekt volgens de MR iedere onderbouwing. Volgens het bevoegd gezag waren er ten tijde van de adviesaanvraag wat betreft de benoemingen nog geen onomkeerbare stappen gezet; de voorgenomen besluiten zijn twee keer schriftelijk toegelicht en de MR heeft afwijzend gereageerd op het aanbod van het bevoegd gezag om het voorgenomen besluit mondeling toe te lichten. Gelet op de verstrekte informatie ten aanzien van het gedeeltelijk ontslag van de directeur en de bereidheid van het bevoegd gezag om verder te overleggen met de MR, heeft het bevoegd gezag zich volgens de Commissie in voldoende mate gekweten van de in artikel 8 lid 1 Wms opgelegde verplichting tot het verstrekken van informatie aan de MR. Door niet op de uitnodigingen van het bevoegd gezag in te gaan heeft de MR zichzelf de mogelijkheid tot het voeren van open en reëel overleg ontnomen. Dat van overleg geen sprake meer kon zijn omdat de GMR reeds een positief advies over de benoemingen had gegeven, is onvoldoende onderbouwd. Het GMR advies bevatte immers nadrukkelijk de aanbeveling aan het bevoegd gezag om de individuele besluiten voor te leggen aan de MR’s van de betrokken scholen. Het besluit om de directeur voor een gedeelte uit zijn functie te ontheffen is voldoende gemotiveerd en het bevoegd gezag heeft in redelijkheid in afwijking van het advies van de MR tot zijn besluit kunnen komen. Anders is het ten aanzien van de benoeming van de nieuwe directeur. De adviesaanvraag en de nadere motivering bieden nauwelijks inzicht in de overwegingen van het bevoegd gezag. Derhalve kan het ontslagbesluit in stand blijven en kan het benoemingsbesluit van de nieuwe schoolleider niet in stand blijven.

Trefwoorden: