Datum uitspraak: 17-12-2007
Nummer uitspraak: 103552
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De geschillen hebben betrekking op het besluit om aan één van de Colleges van de school de functie van coördinerend docent LC op te heffe en twee functies teamleider in te voeren, namelijk een plaatsvervangend directeur schaal 12 en een docent LD. Aan de MR is advies gevraagd; de MR heeft negatief gereageerd; vervolgens is overleg gevoerd waarna de MR zonder nadere motivering heeft medegedeeld dat hij akkoord gaat met 2 LC-functies. De Commissie oordeelt in het interpretatiegeschil dat het besluit een wijziging van het beleid van de organisatie van de school is, ten aanzien waarvan de MR adviesrecht heeft op grond van artikel 11 onder f WMS en artikel 22 onder f van het per 4 juli 2007 vastgestelde medezeggenschapsreglement. Het gaat immers om de invoering van 2 leidinggevende functies die deel uitmaken van het management van de School. Voor de invoering van de functies is gekozen vanwege de organisatie van de aansturing van het college. Voor het bevoegd gezag was er keuzevrijheid en dus is er sprake van beleid. Ten aanzien van het adviesgeschil oordeelt de Commissie dat het bevoegd gezag uit de enkele mededeling van de MR dat hij akkoord gaat met 2 LC-functies redelijkerwijze niet heeft hoeven te begrijpen dat het niet volgen van het advies bij de MR zou leiden tot de mening dat daardoor de belangen van de school of de MR ernstig worden geschaad als bedoeld in artikel 31 onder c WMS. De stelling van de MR dat het bevoegd gezag  nog overleg met hem had moeten voeren, acht de Commissie niet juist omdat het in artikel 17 aanhef en onder d WMS voorgeschreven overleg reeds eerder had plaatsgevonden. De MR heeft in zijn reactie ook niet heeft aangedrongen op nader overleg alvorens tot een besluit wordt gekomen. Gelet hierop en hetgeen ter zitting door het bevoegd gezag is gesteld ten aanzien van de inkrimping van de overhead van de Colleges, de versterking van de aansturing op de Colleges zelf en de groei van het desbetreffende College, is de Commissie van oordeel dat het bevoegd gezag bij het niet volgen van het advies van de MR bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn voorstel kunnen komen. De Commissie bepaalt dat het betrokken besluit in stand kan blijven.