Datum uitspraak: 15-10-2014
Nummer uitspraak: 106233
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst wegens blijvende arbeidsongeschiktheid opgezegd op het moment dat werknemer nog geen 24 maanden respectievelijk twee jaar onafgebroken arbeidsongeschikt zoals artikel H-57 sub d cao bve en artikel 20 lid 2 onder a ZAR-BVE voorschrijven. De arbeidsovereenkomst is zodoende voortijdig opgezegd. Dat werknemer eerder arbeidsongeschikt is geweest waardoor hem een WAO-uitkering is toegekend, maakt dit niet anders, omdat sprake dient te zijn van blijvende arbeidsongeschiktheid die onafgebroken twee jaar heeft geduurd. De primaire ontslaggrond houdt derhalve geen stand.
Ten aanzien van de subsidiaire ontslaggrond heeft werknemer zich beroepen op het opzegverbod wegens ziekte. Op grond van het bepaalde in artikel 7:677 lid 5 BW dient de werknemer zich binnen twee maanden bij de werkgever te beroepen op het opzegverbod tijdens ziekte. Werknemer heeft dit niet rechtstreeks gedaan maar heeft zich in zijn beroepschrift  een beroep gedaan op deze vernietigingsgrond. Dit beroepschrift is door de Commissie onmiddellijk doorgezonden aan de werkgever zodat deze binnen twee maanden na de opzegging kennis heeft genomen van het standpunt van de werknemer. Onder deze omstandigheid oordeelt de Commissie dat sprake is van een tijdige kennisgeving aan de werkgever in de zin van artikel 7:677 lid 5 BW. Derhalve is de opzegging door de werkgever van het dienstverband van werknemer op grond van andere redenen van gewichtige aard in strijd met artikel 7:670 lid 1 BW. Beroep gegrond.