Datum uitspraak: 31-01-2013
Nummer uitspraak: 105495
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werknemer is benoemd op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd als voorziening in een tijdelijke vacature voor de duur van één jaar. Na afloop van de eerste arbeidsovereenkomst heeft de werknemer zijn werkzaamheden voortgezet met instemming van de werkgever zonder dat hieraan een schriftelijke benoeming ten grondslag ligt. De werkgever zegt halverwege het tweede jaar het tijdelijk dienstverband op. De werkzaamheden zijn hetzelfde gebleven en er is sprake van stilzwijgende voortzetting van de arbeidsovereenkomst onder dezelfde voorwaarden een en ander conform artikel 7:668 lid 1 BW. Op grond van artikel 3.6 lid 4 CAO PO eindigt een verlengde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd door voorafgaande opzegging met inachtneming van de opzeggingstermijn. De werkgever heeft het dienstverband in redelijkheid kunnen opzeggen.Beroep ongegrond.