Datum uitspraak: 16-12-2009
Nummer uitspraak: 104278
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Werknemer is docent; zijn verlengd tijdelijk dienstverband is beëindigd wegens het niet behalen van de onderwijsbevoegdheid, alsmede wegens onvoldoende functioneren. De Commissie oordeelt dat het een tijdelijk dienstverband betreft omdat het dienstverband van een docent  zonder onderwijsbevoegdheid niet vast kan zijn. In artikel 8.a.2 lid 7 CAO VO is aangegeven welke dienstverbanden na een periode van drie jaar worden omgezet van tijdelijk naar vast. In dat artikel wordt niet verwezen naar artikel 8.a.2 lid 1dat het tijdelijk dienstverband wegens het ontbreken van onderwijsbevoegdheid betreft. Aan de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband behoeft geen opzeggingsgrond ex art. 9.a.5 CAO VO ten grondslag te liggen en de voornemen-procedure van art. 9.a.8 CAO VO is niet van toepassing. Er dient nagegaan te worden of de beëindiging in redelijkheid kon gebeuren. In casu oordeelt de Commissie dat dit het geval is omdat het de bedoeling was dat werknemer binnen twee jaar na 2005 zijn onderwijsbevoegdheid zou halen. Dat de werkgever na drie jaar een ultimatum heeft gesteld, is niet onredelijk. De werkgever heeft reeds vanwege het niet behalen van de onderwijsbevoegdheid binnen de overeengekomen periode, in redelijkheid het verlengd tijdelijk dienstverband kunnen beëindigen. De opzegtermijn die de werkgever diende te hanteren op grond van artikel 9.a.4 lid 1 aanhef en onder c CAO VO bedraagt drie maanden in plaats van de gehanteerde een maand. Beroep ongegrond.