Beroep tegen berisping is gegrond, omdat er geen sprake is van plichtsverzuim maar van functioneringsproblemen.
Samenvatting
Situatie
Een leerkracht van een basisschool is op non-actief gesteld, omdat zij nalatig zou zijn geweest bij de correctie van een groot aantal Cito-toetsen. Zij zou circa 150 fouten hebben laten zitten. Hierdoor krijgt de werkgever het vermoeden dat er in het verleden mogelijk ook fouten zijn gemaakt. Daarop is gekeken naar de ingevoerde resultaten van de voorgaande jaren. Dat levert twijfel op bij de werkgever. De werkgever legt de werkneemster een berisping op.
Inmiddels is de werkneemster op een andere school van de werkgever werkzaam.
Uitspraak van de Commissie
Het beroep is gegrond.
Toelichting
Dat de werkgever vraagtekens plaatst bij in het verleden door de werkneemster ingevoerde toetsresultaten is geen grond om te concluderen dat de werkneemster verwijtbaar heeft gehandeld. Bovendien is zij nooit eerder op de vermeende fouten aangesproken.
Het goed rekenen van een groot aantal fouten in de Citotoetsen zou op zichzelf plichtsverzuim kunnen opleveren. Een werkgever moet er immers op kunnen vertrouwen dat leerkrachten toetsen nakijken zonder dat daar (te veel) fouten in worden gemaakt.
Het nakijkwerk dat de Commissie ter zitting heeft ingezien, geeft niet een beeld van een werkneemster die zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim maar meer van vermeende functioneringsproblematiek. Een disciplinaire maatregel is niet het juiste instrument om het functioneren te verbeteren.
De werkgever heeft daarom niet in redelijkheid de berisping kunnen opleggen.
Trefwoorden
berisping als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
berisping als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim