Beroep tegen berisping; HBO
Samenvatting
De werkgever stelt de werknemer een voornemen tot berisping als bedoeld in art. P-2 lid 1 CAO-HBO te hebben gezonden alvorens de berisping op te leggen. De werknemer stelt dat hij het voornemen nooit heeft ontvangen.
Uit niets blijkt dat de werkgever daadwerkelijk een voornemen tot het opleggen van een berisping heeft gezonden aan de werknemer, zodat moet worden aangenomen dat dit ook niet is gebeurd.
De werknemer is hierdoor geschaad in zijn door de CAO beschermd belang om voorafgaande aan het opleggen van de disciplinaire maatregel door de werkgever te worden gehoord.
Reeds om deze reden dient het beroep gegrond verklaard te worden. Beroep gegrond.
Trefwoorden
berisping als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
berisping als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim