Beroep tegen berisping; HBO
Samenvatting
Werknemer heeft na een periode van arbeidsongeschiktheid vanaf september 2002 een zogenoemde thuiswerkplek aanvaard. In september 2004 wordt de werknemer te kennen gegeven dat moet worden gesproken over herziening van deze situatie en daartoe diende de werknemer een voorstel voor een terugkeerplan in te dienen bij de werkgever. Het plichtsverzuim is volgens de werkgever gelegen in het niet nakomen van afspraken met betrekking tot werkhervatting. De Commissie is gebleken dat de werkgever hierbij doelt op een drietal beweerde afspraken, waarbij de werknemer niet zou zijn verschenen. Ten aanzien van de eerste afspraak kan niet worden vastgesteld dat deze afspraak daadwerkelijk is gemaakt en de tweede afspraak heeft de werknemer door ziekte niet kunnen nakomen, hetgeen door de werkgever is erkend. Resteert de derde afspraak die de werknemer heeft afgebeld met de mededeling dat hij zich psychisch niet in staat achtte op de afspraak te verschijnen. De Commissie oordeelt dat het niet nakomen van deze afspraak wellicht kan worden aangemerkt als plichtsverzuim doch dat dit enkele feit, gelet op alle omstandigheden van het geval, voor de werkgever niet voldoende reden heeft kunnen vormen voor het opleggen van een disciplinaire maatregel. Beroep gegrond.
Trefwoorden
berisping als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
berisping als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim