Datum uitspraak: 26-04-2010
Nummer uitspraak: 104279
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Sinds 2006 is de werkneemster arbeidsongeschikt, naar later blijkt vanwege de ziekte van Lyme. De werkneemster heeft niet meegewerkt aan haar reïntegratieverplichtingen terwijl de aangeboden arbeid, naar het oordeel van het UWV, passend is en er, naar het oordeel van de arbeidsdeskundige, op basis van de beschikbare medische informatie geen deugdelijke grond voor de werkneemster is voor het niet aanvaarden van dit werk. De werkneemster heeft hierbij nagelaten een second opinion  bij het UWV aan te vragen en/of haar behandelende artsen contact met de bedrijfsarts te laten opnemen. Aldus heeft zij gehandeld in strijd met de ingevolge de arbeidsovereenkomst, het BW en het ZAR-BVE op haar rustende verplichtingen, waarmee zij zich niet als een goed werknemer heeft gedragen en plichtsverzuim heeft gepleegd als bedoeld in artikel H-44 CAO-BVE. Omdat de werkgever geen andere middelen meer ten dienste stonden die ertoe zouden kunnen leiden dat de werkneemster alsnog de als passend beschouwde werkzaamheden zou gaan verrichten, heeft hij het dienstverband met de werkneemster redelijkerwijze kunnen beëindigen op grond van plichtsverzuim. De Commissie oordeelt dat de werkgever een onjuiste opzegtermijn heeft gehanteerd en verstaat de ontslagbeslissing aldus dat is opgezegd tegen de juiste opzegdatum. Beroep ongegrond.