Beroep tegen disciplinaire overplaatsing; BVE
Samenvatting
Werkgever heeft werknemer overgeplaatst nadat deze had geweigerd gehoor te geven aan een hem opgelegde dienstopdracht. De Commissie oordeelt dat de werkgever in redelijkheid heeft kunnen overgaan tot het geven van een dienstopdracht. Van een geldige reden voor werknemer om de dienstopdracht te weigeren is niet gebleken. Hiermee staan de aan de disciplinaire overplaatsing ten grondslag gelegde feiten vast. De werkgever heeft het gedrag van werknemer terecht als plichtsverzuim aangemerkt op grond waarvan hem in beginsel de disciplinaire maatregelen genoemd in artikel H-43 CAO-BVE opgelegd kunnen worden. De werknemer heeft aangevoerd dat hij in een eerder stadium reeds had aangegeven te willen meewerken aan een vrijwillige overplaatsing. De werkgever heeft echter voldoende aannemelijk gemaakt dat gezien de kritische opstelling van werknemer jegens zijn leidinggevenden en de betrokkenheid van werknemer in de ontstane samenwerkingsproblematiek met de opleidingscoördinator, het te verwachten was dat een vrijwillige overplaatsing niet het verwachte effect van een aanpassing van gedrag en houding zou opleveren. Onder deze omstandigheden acht de Commissie het opleggen van een disciplinaire overplaatsing proportioneel. Beroep ongegrond.
Trefwoorden
overplaatsing als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
overplaatsing als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim