Beroep tegen disciplinaire schorsing; HBO
Samenvatting
Werknemer is docent. Een aantal vrouwelijke studenten heeft geklaagd over seksueel intimiderend gedrag van werknemer tijdens excursies en in de lessen. Vanwege andere onregelmatigheden tijdens de excursie is de werknemer disciplinair geschorst. Daartegen heeft hij geen beroep ingesteld. De klachtencommissie brengt vervolgens advies uit en de werkgever legt in afwijking van het advies van de klachtencommissie een schorsing in plaats van een berisping op. Tegen die laatste schorsing is het beroep gericht. Beide schorsingen zijn opgelegd ter zake van gedragingen, die dateren van vóór de eerste schorsing. Onder die omstandigheden kan de eerste schorsing niet als strafverzwarend gelden. Dat werknemer het foutieve van zijn handelen niet inziet, vormt op zich onvoldoende reden voor het verzwaren van de disciplinaire maatregel. Schorsing disproportioneel. Beroep gegrond.
Trefwoorden
plichtsverzuim, schorsing werknemer als disciplinaire maatregel, seksuele intimidatie/ongewenste intimiteiten
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
plichtsverzuim, schorsing werknemer als disciplinaire maatregel, seksuele intimidatie/ongewenste intimiteiten