Beroep tegen een berisping; VO
Samenvatting
Werknemer heeft ernstige fouten bij het opstellen van de roosters gemaakt en de werkgever stelt dat sprake is van disfunctioneren. De werknemer vertoont gedrag dat deels lijkt op "niet te willen" en deels op "niet te kunnen". De disciplinaire maatregel wordt opgelegd om de werknemer te doen inzien dat zijn gedrag en attitude dienen te veranderen. Het complex aan feiten in hun onderlinge samenhang zou plichtsverzuim kunnen opleveren. De werkgever heeft echter in de bestreden beslissing geen onderscheid gemaakt in de benoeming van deze feiten in voornoemde zin en hij heeft daarin evenmin onderbouwd op welke gronden sprake zou zijn van verwijtbaar tekort schieten ("niet willen") van werknemer. Voorts heeft de werkgever een en ander vermengd met feiten die duiden op tekortkomingen van werknemer die lijken te vallen onder de noemer van "niet kunnen", zoals het niet proactief handelen. Hierdoor is in onvoldoende mate kenbaar wat de precieze grondslag van het eventueel plichtsverzuim feitelijk inhoudt. Hierdoor is beoordeling van de vraag of de genomen maatregel in juiste proportie tot het gepleegde verzuim staat in onvoldoende mate mogelijk, zodat de bestreden beslissing niet in stand kan blijven. Het had onder de gegeven omstandigheden op de weg van de werkgever gelegen om, indien door werknemer onvoldoende vorderingen in het verbetertraject werden gemaakt, de volgende stap in de functioneringscyclus te zetten. Beroep gegrond.
Trefwoorden
berisping als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
berisping als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim