Beroep tegen een ontslag om bedrijfseconomische redenen; BVE

Publicatiedatum:

Commissie: Voormalige Commissie van Beroep PO, VO, BVE en HBO (tot 1 jan. 2017)

Zaaknummer: 104833

Download uitspraak (157,3 KB)

Open met leeshulp

Samenvatting

Werkneemster, docent, betwist de bedrijfseconomische noodzaak voor het ontslag niet, maar voert aan dat zij, vanwege een onjuiste uitleg door de werkgever van het begrip 'diensttijd', op een verkeerde plaats op de afvloeiingslijst staat en daardoor niet voor ontslag in aanmerking komt. Uitgaande van een grammaticale uitleg van hetgeen omtrent het begrip diensttijd in het IGO-verslag is opgenomen, dient alle diensttijd die een werknemer bij de werkgever en zijn rechtsvoorgangers heeft opgebouwd, mee te tellen bij de berekening van het aantal dienstjaren op de afvloeiingslijst. In de tekst is geen steun voor de opvatting van de werkgever dat deze dienstverbanden ononderbroken moeten zijn.  Dat werkneemster zelf ontslag heeft genomen bij een van deze rechtsvoorgangers is voor de vaststelling van het arbeidsverleden niet relevant. Vaststaat dat werkneemster vanaf oktober 1987 in tijd aansluitend werkzaam is geweest bij instellingen die uiteindelijk ieder voor zich rechtsvoorganger van de werkgever zijn geworden. Deze gehele periode dient te worden meegerekend. Nu de werkgever dit heeft nagelaten, heeft hij bij het nemen van de bestreden beslissing op onjuiste wijze toepassing gegeven aan het diensttijdbegrip van het Sociaal Plan. Beroep gegrond.

Trefwoorden

ontslag wegens bedrijfseconomische redenen

Bezoekadres

Gebouw Woudstede
Zwarte Woud 2
3524 SJ Utrecht
Route

Volg ons
Contact
Inschrijven nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen

Trefwoorden

ontslag wegens bedrijfseconomische redenen