Datum uitspraak: 23-05-2011
Nummer uitspraak: 104833
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Werkneemster, docent, betwist de bedrijfseconomische noodzaak voor het ontslag niet, maar voert aan dat zij, vanwege een onjuiste uitleg door de werkgever van het begrip 'diensttijd', op een verkeerde plaats op de afvloeiingslijst staat en daardoor niet voor ontslag in aanmerking komt. Uitgaande van een grammaticale uitleg van hetgeen omtrent het begrip diensttijd in het IGO-verslag is opgenomen, dient alle diensttijd die een werknemer bij de werkgever en zijn rechtsvoorgangers heeft opgebouwd, mee te tellen bij de berekening van het aantal dienstjaren op de afvloeiingslijst. In de tekst is geen steun voor de opvatting van de werkgever dat deze dienstverbanden ononderbroken moeten zijn.  Dat werkneemster zelf ontslag heeft genomen bij een van deze rechtsvoorgangers is voor de vaststelling van het arbeidsverleden niet relevant. Vaststaat dat werkneemster vanaf oktober 1987 in tijd aansluitend werkzaam is geweest bij instellingen die uiteindelijk ieder voor zich rechtsvoorganger van de werkgever zijn geworden. Deze gehele periode dient te worden meegerekend. Nu de werkgever dit heeft nagelaten, heeft hij bij het nemen van de bestreden beslissing op onjuiste wijze toepassing gegeven aan het diensttijdbegrip van het Sociaal Plan. Beroep gegrond.