Datum uitspraak: 14-05-2002
Nummer uitspraak: 102031
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Tegen appellant is door een student een klacht ingediend. De klachtencommissie acht de klacht gegrond en geeft de werkgever aan dat volstaan kan worden met het geven van een waarschuwing. Dit gebeurt door de Raad van Bestuur waarbij deze aangeeft dat bij herhaling ontslag zal volgen. Appellant is van mening dat ten aanzien van hem een disciplinaire maatregel is genomen en dat dit ten onrechte gebeurt. De Raad van Bestuur stelt dat er niet sprake is van een voor beroep vatbare beslissing, hoewel in de eigen klachtenregeling is opgenomen dat een werknemer tegen een waarschuwing in beroep kan gaan.
De Commissie oordeelt dat art. R-1 lid 2 CAO-HBO aangeeft welke disciplinaire maatregelen de werkgever ten aanzien van de werknemer kan treffen. Een waarschuwing is daarbij niet genoemd zodat daartegen in beginsel geen beroep open staat. Indien echter een besluit naar zijn inhoud en/of vorm een disciplinair karakter heeft, ongeacht hoe dit besluit wordt genoemd, dient dit besluit te worden aangemerkt als een disciplinaire maatregel waartegen op grond van de WHW beroep open staat.
In casu heeft de waarschuwing een disciplinair karakter nu de werkgever aangeeft dat bij herhaling van geconstateerd gedrag ontslag zal volgen. Nadat de werkgever zijn besluit heeft aangepast constateert de Commissie dat sprake is van een waarschuwing zonder disciplinair karakter waartegen geen beroep open staat.
Beroep niet-ontvankelijk.