Datum uitspraak: 26-10-2004
Nummer uitspraak: 102577
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werknemer is OALT-leraar Marokkaans en is ontslagen wegens beëindiging van de OALT-bekostiging. Werknemer heeft NT-2 diploma; hij heeft geen onderwijsbevoegdheid. Werkgever heeft arbeidsbemiddeling aangeboden hetgeen niet tot resultaat heeft geleid. De Commissie overweegt dat de herplaatsingsmogelijkheden van de werknemer zijn beperkt door zijn geringe relevante opleiding en zijn niet optimale beheersing van de Nederlandse taal. Werkgever streeft ernaar bevoegde leraren te benoemen. In RDDF-jaar zijn 2 nieuwe onderwijsassistenten benoemd en de Commissie acht het redelijk dat de werkgever, gelet op hun (taal)niveau om kwalitatieve redenen voor deze personen gekozen heeft. De werkgever beschikt weliswaar via een steunstichting over financiële middelen voor personeel doch de Commissie oordeelt het hebben van de middelen onvoldoende om te concluderen dat de werknemer moet in dienst gehouden worden. De werkgever heeft een zekere beleidsvrijheid om binnen de organisatie een functiebouwwerk vast te stellen dat voldoet aan de nodige kwaliteit teneinde goed onderwijs te verzorgen. OCW heeft de werkgever gemaand om de middelen in te zetten voor kwalitatief goed en bevoegd onderwijspersoneel. Indien er geen geaccordeerd formatieplan voorhanden is, staan voor de MR geëigende wegen open om dit te bestrijden. Beroep ongegrond.