Datum uitspraak: 15-10-2012
Nummer uitspraak: 105390
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werkneemster is in tijdelijke dienst van de werkgever wegens vervanging. Op 6 maart 2012 heeft de directeur een telefonisch gesprek tussen hem en de werkneemster schriftelijk bevestigd. In de bevestiging staat dat de werkneemster heeft gebeld met de mededeling dat zij per direct stopt, omdat ze zich niet gesteund voelt door het MT. Dan ontvangt de werkneemster een akte van ontslag d.d. 21 maart met als reden "op eigen verzoek." De werkneemster stelt dat zij nooit ontslag heeft willen nemen, maar alleen aan heeft willen geven dat zij haar werkzaamheden niet meer aan kon. Bovendien was zij ten tijde van de opzegging ziek. De Commissie overweegt dat van de werkneemster had mogen worden verwacht, dat zij onmiddellijk nadat zij moest hebben begrepen dat de werkgever in de veronderstelling verkeerde dat zij met onmiddellijke ingang ontslag had genomen, derhalve na ontvangst op 6 maart van het verslag van de directeur van het telefoongesprek, de werkgever over de onjuistheid van die veronderstelling informeerde. Dat is niet gebeurd. Door te wachten met haar eerste reactie tot 26 april 2012 heeft zij bij de werkgever het gerechtvaardigde vertrouwen opgewekt dat zij inderdaad per 2 maart 2012 met onmiddellijke ingang ontslag had genomen. De akte van ontslag kan daarom niet worden aangemerkt als een opzegging door de werkgever. Beroep niet-ontvankelijk.